Meneer van Dale wacht op antwoord

Document Sample
Meneer van Dale wacht op antwoord Powered By Docstoc
					                           Meneer van Dale wacht op antwoord

  Beeldvorming rondom de inheemse taal van Aruba, Curaçao en Bonaire, gezien vanuit de
                         visie van erkende woordenboekmakers

                                     door: Fred de Haas


Dit artikel wil u meenemen op een met onzekerheden geplaveide zoektocht naar de Romeinse
en Romaanse voorouders die verantwoordelijk zijn geweest voor de naamgeving van de
Creoolse taal die wordt gesproken in het dagelijks leven op de ABC eilanden in het
Caraïbisch gebied.

Moedertaal
Zoals we allemaal weten is de moedertaal van de huidige bevolking van Curaçao, Aruba en
Bonaire een taal die zijn oorsprong vindt in het pidgin-Portugees dat al in de XVIe eeuw
gesproken werd langs de hele westkust van Afrika. Dit pidgin heeft zich later ontwikkeld tot
de Creoolse talen van Kaapverdië, Guinee-Bissau, São Tomé, Príncipe en, dank zij het feit dat
het de overtocht van de Atlantische Oceaan heeft overleefd, tot het Papiamento van de
Curaçao, Aruba en Bonaire.
Om de sterke relatie aan te geven tussen het Papiamento van de Antillen en de Portugese
Creoolse talen leggen we bij wijze van voorbeeld enige woorden uit het Creools van São
Tomé naast woorden die eenzelfde betekenis hebben in het Papiamento:

São Tomense: , amí (ik), káni (vlees), kabelu (haar), kabésa (hoofd), boka (mond), bebé
(drinken), kumè (eten), modé (bijten), tende (horen), matá (doden), landa (zwemmen), bi
(komen), áwa (water), kema (branden), blanku (wit), plètu (zwart), sèku (droog)
Papiamento ( met dezelfde betekenis) : amí/mi, karni, kabei, kabés, boka, bebe, kome, morde,
tende, mata, landa, bini, awa, kima, blanku, pretu, seku.

Er zijn meer van dit soort rijtjes samen te stellen uit de andere, hierboven aangehaalde
Creoolse talen, maar dit doet nu even niet ter zake. Bovenstaand rijtje beoogt slechts degenen
die zich niet zo met taal bezighouden duidelijk te maken dat niemand twijfels hoeft te hebben
over de Portugese afkomst van het oerpapiamento.

Vanuit Curaçao heeft dit van het Portugees – en in zeer geringe mate van Afrikaanse
substraattalen - afkomstige oerpapiamento zich verspreid naar Bonaire en Aruba en vanaf de
tweede helft van de 17e eeuw talloze woorden opgenomen uit het Spaans, de taal van het
nabije Venezolaanse en Colombiaanse vasteland en, niet te vergeten, de taal van de katholieke
kerk en de Spaanse missionarissen.

Omdat de spelling van het Papiamento lange tijd onderwerp van discussie is geweest en
Aruba om gevoelsmatige redenen voor een andere spelling heeft gekozen dan Curaçao, leek
het mij de moeite waard eens na te gaan hoe – in vroeger tijden en nu – de auteurs van
Nederlandse, Spaanse en Portugese woordenboeken het werkwoord papear / papiar (waarvan
de naam “Papiamento” is afgeleid) hebben gespeld en verklaard. En dan zijn er nog andere
vragen die om een antwoord vragen, zoals: waar komen de werkwoorden papear / papiar zèlf
vandaan? En: welke mensen spreken het Papiamento volgens de gerenommeerde
woordenboeken? De laatste vraag is ogenschijnlijk het makkelijkst te beantwoorden en daar
beginnen we dus maar mee.



                                                                                             1
Van Dale
Menig Nederlander zal, voordat hij afreist naar de Antillen, wellicht even kijken in de ‘van
Dale’ – onderdeel van het Nederlands meubilair en vraagbaak voor het hele gezin - als hij iets
meer wil weten over het Papiamento. In dit toonaangevende Groot Woordenboek der
Nederlandse Taal (dertiende uitgave 1999) - ook wel genoemd de ‘Dikke van Dale’ - staat
onder ‘Papiamento’ en - het vernederlandste - ‘Papiaments’ het volgende te lezen:

“Papiaments, Papiamento [ van Port. Papiar (babbelen) ], mengtaal uit Portugees,
Nederlands en negertalen (op Curaçao, Bonaire en Aruba)”.

Oei! Nederlands? Negertalen? En wat moeten we onder ’negers’ dan wel verstaan? Gauw
weer even in de Dikke van Dale kijken:

Neger (de (m.); -s; -tje [ 1644 < Sp., Port, negro (zwart)
1 (negerin, de (v) persoon behorend tot een der zwarte rassen van Afrika.: tien kleine
negertjes; zo zwart als een neger, zeer bruinverbrand (door de zon), (oneig.) zeer vuil; witte
neger, albino;
er is een grote norse neger in mij neergedaald
die van binnen dingen doet die niemand ziet
ook ik niet want donker is het daar en zwart (Lucebert)
2 (negerin, de (v), afstammeling van de in vroeger tijd in Amerika ingevoerde negerslaven: in
het Amerikaanse leger dienden veel negers
3 (fig.,w.g., bel.) hatelijk persoon: een neger van een venti

Zo, dat weten we dan. Degenen die het Papiamento spreken zijn kennelijk zwarte, misschien
zeer vuile, norse mensen die er foute gedachten op nahouden – dat zegt Lucebert zelf – en
hatelijke personen waarvan velen in het Amerikaanse leger dienden.. Nou ja, de Dikke zegt
dat ‘neger’ in de zin van ‘hatelijk persoon’ weinig gebruikt wordt (w.g.) en beledigend is
(bel.), maar je weet maar nooit. En waarom is een negerin een afstammeling en geen
afstammelinge? Tja,van Dale zal het wel weten.

Hoewel de vorige alinea wat gechargeerd is moeten we toch concluderen dat zowel de
bevolking die het Papiamento spreekt als het Papiamento zelf - de Dikke geeft een
bedenkelijke etymologie - er enigszins bekaaid vanaf komen in het Groot Woordenboek der
Nederlandse Taalii.

Andere bronnen
Behalve de Dikke van Dale heb ik ten behoeve van dit artikel de volgende woordenboeken
geconsulteerdiii, waar ik naar zal verwijzen met een ‘W’ + het getal dat ervóór staat. W1 is dus
het Dicionário contemporâneo da lingua portuguêsa, enzovoorts.

Romeinse en Romaanse wortels
Nu de vraag: hoe staat het met afkomst en betekenis van de werkwoorden papear en papiar?
Onze zoektocht begint 2200 jaar geleden in het taalgebied van de Romeinen, want over één
ding zijn de woordenboeken het – op een enkele uitzondering na - wel eens: de werkwoorden
papear en papiar gaan terug op het Latijnse ‘Pappāre’ (= eten).

Om dit met een enkel voorbeeld te illustreren neem ik u mee naar de taalkunstenaar die 2200
jaar geleden werd geboren in het tegenwoordige Umbrië (Italië): de toentertijd razend
populaire schrijver van volkse komedies, de heer T.M. Plautus. In zijn komedies, die door
Cicero werden bewonderd om het virtuoze taalgebruik van de auteur, is het Plautus alleen te

                                                                                              2
doen om zijn publiek met boertige, plaatselijke humor aan het lachen te maken. Hij weidt dan
ook veel uit over drinken en eten (vooral van varkensvlees), hij laat nogal eens mensen
afrossen en in zijn stukken spelen slaven een belangrijke rol, een mensensoort dat - er gaat
niets boven een gezond vooroordeel!- vaak slim en gewetenloos is.

In zijn Epidicus vinden we de volgende dialoog tussen Periphanes (PE) en de brutale slaaf
Epidicus (EP) die op hoge toon een beloning eist van zijn meester:

PE: Optimum atque aequissimum oras: soccos, tunicam, pallium tibi dabo
EP: Quid deinde porro?
PE: Libertatem
EP: At postea? Novo liberto opus est quod pappetiv

‘Pappāre’ is dus een gewoon werkwoord voor ‘eten’. Omdat we nog willen weten in welke
context dat Latijnse werkwoord nog meer wordt gebruikt, kijken we in W22, het Dictionnaire
étymologique de la langue latine uit 1985 dat enige uitkomst blijkt te bieden. ‘Pappa’, zo
lezen we, is een expressief woord uit de – Latijnse - kindertaal dat ‘voedsel’ aanduidt. Verder
vermeldt dit woordenboek uit een laat-Middeleeuwse bron dat wij ‘Papa’! (= eet!) tegen heel
kleine kinderen zeggen en deze aansporing verduidelijken door met onze lippen die klanken te
vormenv.

Hiermee is – hoe voorzichtig ook - het verband gelegd tussen Papāre (= eten) en Papāre
(= spreken).
N.B. De werkwoordsuitgang –ear komt nogal eens voor in het Volkslatijn en vroege stadia
van de Iberische talen en bestaat soms naast de uitgang -are: Lat. plantare / plantear. Ook:
Lat. gutta / gotear, Lat. putida / putear.

Romaanse talen
Hoe heeft dit werkwoord zich vervolgens gedragen in de voor ons relevante Romaanse talen?

De taalgeleerde Walther von Wartburg, brengt ons in zijn Französisches Etymologisches
Wörterbuch over de Spaans-Franse grens. Von Wartburg treft het Oud-Franse werkwoord
‘paper’ aan in middeleeuwse bronnen van omstreeks 1200. Het wordt gebruikt in de gewone
omgangstaal en als onderdeel van de kindertaal in de betekenis van “ouvrir et rapprocher les
lèvres à plusieurs reprises, parlant des enfants du premier âge, qui témoignent ainsi qu’ils ont
faim” vi. Deze interpretatie wordt overgenomen door W20: ‘voz de los niños con que piden de
comer’vii. Op bladzij 583 van von Wartburg lezen we weer dat ‘papar’ ook te maken heeft
met ‘gulzig eten, slikken’.

We weten nu dat de van het Latijn afgeleide vorm “papear” oorspronkelijk te maken heeft met
kindertaal, een bepaalde manier van eten en ‘geluid maken’ met de lippen.
De associatie met ‘spreken’ werd, zoals hierboven al gesuggereerd, ook al in de
Middeleeuwen gelegd waar we een Middel-Frans werkwoord ‘papier’ aantreffen dat
‘stotteren’ of ‘stamelen’ betekent. Het Zuid-Franse werkwoord ‘repapyar’viii betekent: ‘vaak
hetzelfde herhalen, kletsen’.

We hebben onze hoop voor een wat positiever ‘geluid’ gevestigd op Spanje. Zou daar geen
middeleeuws werkwoord ‘papear’ bestaan dat gewoon ‘spreken’ of ‘praten’ betekent? We
kijken in W11, het Diccionario crítico etimológico de la lengua castellana uit 1954 van J.
Corominas: ‘papear’: ‘charlar o hablar confusamente’ix en die betekenis komt weer heel
dicht in de buurt van het laat-middeleeuwse Franse ‘papier’. Tenslotte wordt ons de
ongunstige betekenis van ‘papear’ nog eens duidelijk gemaakt in een passage uit het werk

                                                                                               3
Vida de Santo Domingo de Silos van de eerste met name bekende Spaanse priester-dichter
Gonzalo de Berceo (± 1195-± 1265) die in het Castiliaanse dialect van Rioja religieuze
gedichten schreef volgens de regels van de geleerde kunst, de mester de clerecía:


‘Sodes de mal sentido como loco fablades,
Fervos he sin los ojos si mucho papeades;
Mas conservarvos quiero que callando seades,
Fablades sin licencia, mucho desordenades’x.

Een eind in de ruimte kletsen, zwamverhalen houden. En veel is er sinds de Middeleeuwen
kennelijk niet veranderd, want in het woordenboek van de Real Academia uit 1989 lezen we:
‘Papear, intr. Balbucir, tartamudear, hablar sin sentido’xi.

De Diccionario Anaya de la lengua uit 1991, ook geen onbeduidend woordenboek, pepert het
ons nog eens in als we zoeken onder ‘Papiamento’: ‘Papiamento (del port. ant. papear =
hablar confusamente). Lengua criolla hablada en Curaçao, isla de las Antillas, cuya lengua
oficial es el holandés. La base de esta lengua es el criollo negro-portugués que los esclavos
negros llevaron de Africa, mezclado con el español hablado en las Antillas’ xii.

Hele en halve waarheden, dus. Bovendien geven de auteurs de etymologische schuld aan
Portugal, alsof de Spanjaarden nog nooit van papear hadden gehoord.
Het bovenstaande bewijst inmiddels afdoende het tegendeel.

De Portugezen blijven echter niet buiten schot. Immers, het werkwoord papear bestond ook –
en bestaat nog steeds – in het Portugees en het werd gebezigd in een betekenis die lichtelijk
verschoof van ‘verward’ naar ‘overdreven veel’ pratenxiii. Hier is een kleine greep uit de
toonaangevende Portugese woordenboeken:

W1 : papear = falar muito (veel praten); W2: papeamento: ‘exageraçao’; ‘conversa’
(overdrijving; praatje); W6: papear =conversar; falar muito; papeamento (linguisticamente
mesmo que ‘Papiamento’ (taalkundig hetzelfde als Papiamento); W7: papear: bavarder,
babiller, jaser (kwekken, kwebbelen); W8: papear, V. (Acção): falar muito; tagerelar;
conversar (papear, werkwoord van beweging: veel praten; kwekken; converseren).

Het laatste woordenboek geeft het volgende voorbeeld uit het hedendaagse Portugees van
Brazilië: ‘Na sexta-feira passada parei para papear com um deles na ruaxiv. W5 geeft een
taalkundige betrekking aan tussen ‘papear’ en ‘papo’ (= krop van een vogel en plaats waar de
vogel voedsel kan opslaan. ‘Papo’ heeft weer te maken met het Latijnse ‘Pappare’ en dan
zijn we weer terug bij ‘eten’. Het Braziliaanse ‘papo’ betekent ook ‘taal die bij een bepaalde
groep hoort’, bijvoorbeeld Bargoens, volkstaalxv, jargon etc.

Papeamento
We zouden ons nu – na deze speurtocht naar de betekenis van ‘papear’ - kunnen voorstellen
waarom de Portugezen het pidgin-Portugees van de Afrikaanse westkust ‘papeamento’
hebben genoemd. Aanvankelijk is het een mengtaal geweest die de Afrikaanse
gevangenen/slaven/dwangarbeiders zich wel moesten eigen maken omdat ze elkaars talen
niet verstonden. Ze waren immers door de toen heersende Afrikaanse elites via razzia’s
gevangen genomen of als losgeld ‘verkregen’ in soms honderden kilometers ver in het
binnenland gelegen buurlanden waar honderden, onderling niet verstaanbare talen werden
gesproken. Onderweg van het binnenland naar de Afrikaanse kust stierf – onder leiding van
de Afrikaanse ‘overwinnaars’ - 40% van de Afrikanen en de overlevenden werden vervolgens

                                                                                             4
verkocht in de Europese handelsposten in het Afrikaanse kustgebied, aanvankelijk aan de
Portugese, later ook aan de Engelse, Franse, Hollandse, Deense en Spaanse handelaren. Na de
koop moesten de Afrikanen soms lang wachten op transport naar hun treurige
eindbestemmingxvi. Er was dus tijd genoeg om een nieuwe communicatietaal te laten ontstaan
uit het Portugees van de kooplui: het pidgin-Portugees, de eerste bouwsteen van een nieuwe
identiteit.

Het moge duidelijk zijn dat het rudimentaire, door de Afrikaanse dwangarbeiders gesproken
pidgin op de Portugezen een ‘onsamenhangende’en ‘verwarde’ indruk maakte. Het was voor
de Portugezen geen Portugees, maar Papeamento, een onsamenhangend Portugees klinkend
taaltje. Later zou dit ‘onsamenhangende gekwek’ zich echter ontwikkelen tot de prachtige
Creoolse talen van Kaapverdië, Guinee-Bissau, São Tomé, Príncipe en….op de Antillen
onder de naam Papiamento.

Papiamento
Het is de vraag of, in het licht van bovenstaande, de naam van de taal moet worden
geschreven als ‘Papiamento’ of als ‘Papeamento’. Of misschien nog op een andere manier.
Laten we, voor wat meer ondersteuning, eerst nog even een blik werpen in twee
wetenschappelijke woordenboeken. In de Diccionario general ilustrado de la lengua
española uit 1956 met een voorwoord van niemand minder dan de grote Spaanse geleerden
Menéndez Pidal en Gili Gaya lezen we: ‘Papiamento (de ‘papia’ onomat. De hablar; ant.
Papear, chapurrear). Habla criolla que el castellano ha producidoxvii bajo la influencia de la
raza negra en las islas de Curazao, Oruba y Buen Aire, colonizados por España, pero
holandesas desde 1534’.xviii
Volgens W14 is Papiar dus een klanknabootsing en werd vroeger als Papear geschreven. Je
zou, wat de schrijfwijze betreft, dus kunnen kiezen.
In W4 lezen we dat ‘papiar’ een werkwoord is dat voorkomt in het Portugese Creools van het
Chinese Macao. En het Portugese Creools dat nog door een handjevol mensen wordt
gesproken in Malakka heet ‘papia kristang’. Een i dus?

Ik hoor wel wat je zegt, Shon!xix
Een moeilijke vraag, maar zoals altijd zal de waarheid wel in het midden liggen. We kunnen
er vanuit gaan dat de naamgeving van landen, steden en talen tot stand komt via het (geh)oor.
Via het (ge)hoor vangt men immers de gesproken – niet de geschreven! – klanken op en
interpreteert deze zo goed en zo kwaad als dat gaat. Pas later wordt de door het (geh)oor
opgevangen klank in schrift omgezet. In dit geval heeft het (geh)oor een klank opgevangen
die, later, òf met een i òf met een e kon worden geschreven en die het best zou kunnen worden
weergegeven door de J van het Internationaal Fonetisch Alfabet zoals die klinkt als de J in
het woord Grapjas. (N.B. De laatste letter O van PapiamentO nemen we gelijk mee: die zou
dan kunnen worden vervangen door de U van het Internationaal Fonetisch Alfabet die klinkt
als de oe-klank in het woord ‘Boe’, geheel in overeenstemming met de uitspraak)!

Zou ik dus kiezen voor de schrijfwijze ‘Papjamentu’? Nee, want die J zou weer
moeilijkheden opleveren voor de Spanjaarden, Fransen en Portugezen die respectievelijk
[Papgamentoe] en [Papzjamentoe] zouden gaan uitspreken. Dan maar – in plaats van de J -
een Y , het klanksymbool dat ook wordt gebruikt in het – voortreffelijke - Groot
Woordenboek Papiaments-Nederlands, 2005, Walburg Pers.

Een voorbeeld hieruit: huilen = yora. Prima, niks aan de hand. We zoeken dus in W25 nog
even Papyamentu op..ja, daar staat het, maar nee daar staat het niet, want er staat: papiamentu
[papiamento (Aruba)]. Met een i! Ook W24 schrijft het zo! Waarom toch die i ? We begrijpen


                                                                                              5
de logica niet, laten de schrijfwijze maar voor wat ie niet zou moeten zijn en nemen de draad
van het begin nog even op.

Tweeduizend jaar ‘Pap’
In het begin van dit artikel heb ik u verteld over de betekenis ‘eten’ van ‘Papear’ in de
Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Nu blijkt dat die betekenis heden ten dage allesbehalve
alleen maar Romeins en middeleeuws is. Het werkwoord ‘papear’ leeft nog steeds voort in de
betekenis van ‘eten’ in het Spaans.xx Het woordenboek van de Real Academia Española uit
1989 geeft bij ‘papear’ als tweede betekenis aan: vulg. Comer. Goed, het mag dan vulgair
zijn, maar het betekent wel ‘eten’ al zou ‘kanen’ in dit geval misschien een betere vertaling
zijn. Merkwaardigerwijs is die toevoeging in de uitgave van 2001 verdwenen.
Gelukkig hebben we nog het wetenschappelijke Tesoro léxico de las hablas andaluzas uit
2000 dat ons duidelijk zegt: papear=comer. En in de Spaanse krant ‘YA’ van 28 januari
1939 lezen we:

    -   Y dónde os lo vais a montar?
    -   En tu casa...
    -   Después de papear te paso las llavesxxi

En iets minder parlementair drukt de schrijver Oliver zich uit in zijn Relatosxxii:

‘Y encima se habían papeado nuestra cena y nos habían dado el coñazo’xxiii


Beste lezer, ik denk dat ik u nu genoeg in verwarring heb gebracht. Maar ik hoop dat uit deze
ogenschijnlijke chaos zich langzaam een ander, wat complexer en positiever beeld zal
beginnen te vormen in de algemeen gebruikelijke manier van denken over de afkomst en de
betekenis van de doopnaam van die mooie Creoolse taal: het Papiamento, pardon, het
Papyamentu.


Fred de Haas, Wassenaar, juni 2006



Noot: Fred de Haas studeerde Frans, Spaans en Portugees in Utrecht. Hij is als leraar
werkzaam geweest in het onderwijs o.a. op Curaçao en vertaalde uit het Papyamentu werk
van Antilliaanse dichters als Daal, Lauffer, Juliana, Habibe en Corsen, uit het Frans werk van
een twintigtal Caraïbische dichters en schrijvers, alsmede uit het Spaans werk van Zuid-
Amerikaanse dichters als Borges en Neruda. Hij schreef mee aan een lesprogramma voor
internationale scholen en leidde gedurende 4 jaar dit programma voor The International
Baccalaureate Organisation. Hij is – met veel plezier - zanger, gitarist en presentator van het
Trio Alma Latina.




i
 De Diccionario general ilustrado de la lengua española uit 1956 is ook niet zo vriendelijk en geeft het
volgende nogal neerbuigende voorbeeld onder het lemma ‘negro’: ‘sacar lo que el negro del sermón’ (letterlijk:


                                                                                                                 6
eruithalen wat een neger uit een preek haalt; d.w.z. bijzonder weinig nut van iets hebben!). A bon entendeur
salut!
ii
   Ook de Belgen kunnen er wat van. In Verschueren Groot Encyclopedisch Woordenboek uit 1996 [ lemma
Papiamento, Papiamentoes (sic!), Papiaments’ (sic!) ] staat ter illustratie van het Papiamento de volgende
voorbeeldzin: “Biba la Reina, biba Prins (leve de Koningin, leve de Prins); het Curaçaose volk wordt hier
duidelijk gezien als een vriendelijk (neger)volkje dat maar al te graag langs de kant van de weg het Nederlandse
koningshuis staat toe te juichen!
iii
    Portugese bronnen
1. Dicionário contemporâneo da lingua portuguesa, Lisboa, 1948, 1958, F.J. Caldas Aulete
2. Vocabulario ortográfico da lingua portuguesa, Academia Brasileira de Letras, Rio de Janeiro, Ed. Bloch
1981
3. Dicionário etimológico da lingua portuguesa, 1982 en 1987 Ed. Nova Fronteira, Rio de Janeiro.
4. Dicionário da lingua portuguesa contemporânea, Academia de Ciencias de Lisboa, 2001
5. Novo Dicionário da lingua portuguesa, Aurelio Buarque de Holanda Ferreira da Academia Brasileira de
Letras, da Academia Brasileira de Filología, 1ste editie, 15 e druk, geen datum
6. Dicionário Houaiss da lingua portuguesa, Rio de Janeiro, 2001
7. Grande dicionário português-francês de Domingos de Azevedo, 4ª edição, 1953, Livraria Bertrand, Lisboa
8. Dicionário de usos do português do Brasil, Editora Ática, Francisco S. Borba

Spaanse bronnen
9. Vocabulario medieval castellano, J. Cejador y Frauca, Madrid, 1ª ed., 1929, Librería y casa editorial
Hernando
10. Idem, Hildesheim.New-York, 1971
11. Diccionario crítico etimológico de la lengua castellana, Ed. Gredos, Madrid 1954 por J. Corominas
12. Gran diccionario general de la lengua española, VOX 1945, prólogos por Ramón Menéndez Pidal y D.
Samuel Gili Gaya
13. Idem editie 1995.
14. VOX, Diccionario general ilustrado de la lengua española, 1956, prólogos por Ramón Menéndez Pidal y D.
Samuel Gili Gaya, Publicaciones y ediciones Spes.
15. Real Academia Española: Diccionario manual e ilustrado de la lengua española, Espasa-Calpe 1989,
Madrid (4ª ed. Revisada)
16. Idem 2001
17. Tesoro léxico de las hablas andaluzas, Arco-Libros, 2000, Manuel Alvar Ezquerra
18. Diccionario Anaya de la lengua, 1991, Grupo Anaya
19. Diccionario del español actual, Manuel Seco, 1999, Aguilar
20. Diccionario de uso del español, María Moliner, 1990, editorial Gredos

Frans-Duitse en Latijnse bronnen
21. Französisches Etymologisches Wörterbuch, Walther von Wartburg, 1955, Basel, R.G. Zerbinden & Co.
22. Dictionnaire étymologique de la langue latine, histoire des mots, quatrième édition, Paris, Èditions
Klincksieck, 1985
23. Beknopt Latijns-Nederlands Woordenboek, dr. Fred. Muller & dr. E.H. Renkema, 1958 J.B. Wolters,
Groningen

Antilliaanse bronnen
24. Dikshonario Papiamentu-Hulandes / Handwoordenboek Papiaments-Nederlands, S.M.Joubert, eerste druk,
Curaçao 1991
25. Dikshonario Papiamentu-Hulandes / Groot Woordenboek Papiaments-Nederlands, I.M.G. van Putte-de
Windt, F. van Putte, 2005, Walburg Pers, Zutphen

Nederlandse bronnen
26. Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, dertiende, herziene uitgave, 1999, Utrecht-Antwerpen
27. Verschueren, Groot Encyclopedisch Woordenboek, 1996 Standaard Uitgeverij, Antwerpen, dr F. Claes S.J.
(red)

Teksten
28. T. Macci Plauti Comoediae, recognovit W.M. Lindsay, Oxonii, E Typographeo Clarendoniano,1904
29. Vida de Santo Domingo de Silos, Gonzalo de Berceo, ed. J.D. Fitzgerald, Parijs 1904




                                                                                                               7
iv
    Vert. PE: Je verzoek is terecht en acceptabel. Ik zal je een paar lage schoenen, een tuniek en een mantel geven.
/ EP: En wat nog meer? / PE: Je vrijheid / EP: En verder? Een pas vrijgelaten slaaf moet namelijk ook nog eten!
v
   Bldz. 480 : ‘….nam et ipso motu labiorum id ostendimus’.
vi
    Vert. ‘De lippen herhaalde malen openen en sluiten, sprekend over zeer jonge kinderen die op die manier laten
zien dat ze honger hebben’
vii
     Vert: ‘Geluid van kinderen die om eten vragen’
viii
     Let op het symbool ‘Y’ dat is gebruikt om de j-klank weer te geven! N.B. Ditzelfde werkwoord vinden we in
het hele gebied van de Languedoc dat vroeger één taalgebied vormde met de Spaanse Oostkust.
ix
    vert. ‘Verward praten of spreken’
x
   vert. ‘U bent niet goed wijs en praat als een idioot, ik zal u de ogen laten uitsteken als u zoveel blijft kletsen;
maar ik wil u sparen als u een toontje lager zingt; want u praat maar raak en zeer onsamenhangend’
xi
    vert. ‘Papear, onoverg. Stotteren, stamelen, in de ruimte kletsen’.
xii
     Vert. ‘Papiamento (van Oud-Portugees papear=verward praten). Creoolse taal, gesproken op Curaçao,
waarvan de officiële taal het Nederlands is. De basis van deze taal is het neger-portugese Creools dat de zwarte
slaven uit Afrika meenamen, vermengd met het Spaans dat werd gesproken op de Antillen, en met Hollandse
woorden’.
xiii
     De meeste Portugese woordenboeken geven het – Portugese - werkwoord ‘papear’ ook nog de betekenis van
‘kwetteren’ (gorjear) met als reden dat ‘papear’ een onjuiste afleiding zou zijn van ‘pipiar’ dat ‘kwetteren van
vogels’ betekent. Maar die afleiding lijkt mij uiterst onwaarschijnlijk, alleen al vanwege de sterk van elkaar
verschillende klanken in de vervoeging van beide werkwoorden en de veronderstelde verschuiving van een i-
klank naar een a-klank, ook al kan worden aangevoerd dat de Portugese a-klank in ‘papear’gesloten is en neigt
naar de Franse e-klank in het woord ‘pet’ (=scheet) .
xiv
     Vert. ‘Vorige week Vrijdag stond ik stil om met een van hen een praatje te maken’. Uit: Folha de São Paulo,
São Paulo, 1.1.1979
xv
     Een bate-papo is een kletspraatje
xvi
     Tijdens de tocht over de Atlantische Oceaan stierf nog eens 15% van de Afrikanen. De dood sloeg echter
democratisch toe, want ook van de bemanning van de schepen stierven er velen.
xvii
      Noot: de zoveelste misvatting!
xviii
      vert. ‘Papiamento (van ‘papia’ klanknabootsing voor ‘spreken’; vroeger papear = een taal brabbelen.
Creoolse taal, voortgekomen uit het Castiliaans onder invloed van het zwarte ras op de eilanden Curaçao, Aruba
en Bonaire, gekoloniseerd door Spanje, maar in het bezit van Holland sinds 1534).
xix
     Het woord ‘Shon’ komt van het – snel uitgesproken - Portugese woord ‘Senhor’ (= meneer).
xx
     Men beweert meestal dat het werkwoord ‘papear’ alleen nog voortleeft in het Portugees. Dat is dus feitelijk
onjuist.
xxi
     Vert. ‘En waar gaan jullie het installeren? In jouw huis… Na het eten geef ik je de sleutels’.
xxii
      Relatos, 78
xxiii
      Vert. ‘En als klap op de vuurpijl hadden ze ons avondeten opgevreten en ons met hun klotegezelschap
opgezadeld’.




                                                                                                                     8

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:19
posted:3/9/2012
language:Dutch
pages:8