Dragen voorlichtingsactiviteiten bij tot het maken van een by Fu2j31mt

VIEWS: 33 PAGES: 30

									     Dragen voorlichtingsactiviteiten bij tot het
      maken van een passende profielkeuze?


                                                     juni 2010




Praktijkgericht onderzoek van:
Floris van Driel, Anouk van Loon, Nik Osinski, Dinesh Panday, Ilse Reijlink

Universiteit Utrecht, IVLOS lerarenopleiding, start augustus 2009
Het praktijkgericht onderzoek is onderdeel van de ILVOS lerarenopleiding aan de Universiteit Utrecht.
Introductie

Scholen besteden in de derde klas veel aandacht aan voorlichting voor de profielkeuze. Het
maken van een passende keuze is zowel in belang van de school als in belang van de leerling.
Een belangrijke vraag is of de voorlichtingsactiviteiten bijdragen aan passende profielkeuze.
In ons onderzoek hebben we op vijf scholen in de regio van een breed scala aan
voorlichtingsactiviteiten onderzocht hoe deze gewaardeerd worden door leerlingen. Het
blijkt dat ongeveer de helft van de leerlingen aangeeft dat voorlichting niet bepaalt welk
profiel ze kiezen. Ons onderzoek geeft inzicht hoe de voorlichting verbeterd kan worden.
Inleiding

Met de invoering van de Tweede Fase in 1998 (sinds 2007 veranderd in de Vernieuwde
Tweede Fase[1]), moeten leerlingen aan het einde van de derde klas havo en vwo een profiel
kiezen. Voorheen kozen leerlingen een vakkenpakket voor de bovenbouw van de middelbare
school. Tegenwoordig hebben de leerlingen de keuze uit vier richtingen die ze kunnen
inslaan: Cultuur & Maatschappij (CM), Economie & Maatschappij (EM), Natuur &
Gezondheid (NG) en Natuur & Techniek (NT)1. Deze ‘profielen’ bestaan uit een aantal
verplichte vakken, met daarnaast een deel in te vullen met vrij te kiezen vakken.
De profielkeuze is voor een groot deel bepalend voor het verdere verloop op de middelbare
school en voor de daaropvolgende studiekeuze. Bijvoorbeeld leerlingen die een studie
geneeskunde willen volgen zullen in de derde klas het hierbij passende profiel moeten
kiezen. Het is scholen er veel aan gelegen om de leerlingen goed te ondersteunen en
begeleiden bij het maken van deze keuze. Een profielwissel in de bovenbouw is vrijwel
onmogelijk.

In eerdere studies is onderzoek gedaan naar de motivaties van leerlingen om voor een
bepaald profiel te kiezen [1,2,3]. Gezien het huidige tekort aan leerlingen die van de
middelbare school doorstromen naar een bètatechnische studie, is de motivatie achter veel
van die onderzoeken naar factoren te zoeken die bijdragen aan de keuze van een bètaprofiel
(NG & NT). Vooral meisjes kiezen in mindere mate voor zo’n profiel [4,5]. Er worden
meerdere verklaringen gegeven voor dit verschijnsel. Gegeven lijkt dat er in zekere mate
sprake is van seksestereoypering. Hierbij worden de talenten voor de exacte vakken over het
algemeen bij jongens hoger ingeschat dan bij meisjes [1]. Het gaat hier niet alleen gaat om
de inschatting van klassenmentoren en ouders, maar ook meisjes zelf schatten hun talenten
op het exacte vlak relatief lager in. Dit werpt de vraag op of leerlingen wel een keuze maken
die past bij hun talenten en of hun keuze ingegeven is door adequate voorlichting.

Van Langen [1] heeft onder 7535 derdeklas leerlingen onderzoek gedaan naar de factoren
die bijdragen aan de keuze voor een bètaprofiel. De factoren worden ingedeeld in drie
hoofdgroepen; leerling-kenmerken, school- en decaankenmerken en klassenkenmerken. De
adviezen van ouders en het zelfvertrouwen zijn factoren die behoren bij de leerling-
kenmerken. Het beleid met betrekking tot bètavakken en de achtergrond van de decaan zijn
factoren die behoren tot de school- en decaankenmerken. Onder klassenkenmerken wordt
onder andere de achtergrond van de klassenmentor, de opvatting van docenten over
betatechniek en algemene man/vrouw-verhouding verstaan. In totaal worden 34 kenmerken
bepaald waarvan de leerling-kenmerken de belangrijkste factor vormen. Met de 34
kenmerken kan het model van van Langen 88% van de keuzen voor een natuurprofiel juist
voorspellen.

1
 Voor een volledig overzicht van de verplichte vakken, verplichte profielvakken en mogelijke keuzevakken in de
Vernieuwde Tweede Fase, zie bijlage 1.
In het onderzoek van van Langen [1] is voorlichting niet meegenomen als één van de
schoolkenmerken. Van Langen heeft alleen onderzoek gedaan naar factoren die op een
directe manier naar een bètaprofiel kunnen leiden. Voorlichting is profielneutraal en is
daarom geen factor in het onderzoek. Voorlichting heeft wel invloed op factoren die door
van Langen meegenomen zijn. Ouders krijgen bijvoorbeeld voorlichting over de profielen.
Het advies van ouders is een zeer belangrijke factor in de keuze voor een bètaprofiel. De
invloed van voorlichting is derhalve wel op een indirecte manier met de verschillende
kenmerken verweven.

Het onderzoek beschreven in dit artikel richt zich op de directe invloed die voorlichting op de
profielkeuze kan hebben. Hiervoor werden vijf reguliere scholen voor het voortgezet
onderwijs uit de regio Utrecht onderzocht. Het onderzoek richtte zich op leerlingen uit vwo-
3 die op het moment van het onderzoek voor de keuze van hun profiel staan. De volgende
onderzoeksvraag werd getoetst:

Dragen voorlichtingsactiviteiten in vwo-3 volgens leerlingen bij tot het maken van een
passende keuze voor een profiel in de Vernieuwde Tweede Fase?

Deze onderzoeksvraag werd gesteund door de volgende deelvragen:

    Wat wordt er op de vijf onderzochte middelbare scholen georganiseerd aan
     voorlichtingsactiviteiten in 3 vwo?

    Wat is de waardering van de leerlingen voor deze voorlichtingsactiviteiten?

    Is er een verschil in kiesgedrag tussen jongens en meisjes?



In de volgende hoofdstukken wordt de onderzoeksmethode beschreven            en de resultaten
van dit onderzoek. In de discussie wordt een antwoord worden                 gegeven op de
onderzoeksvraag en er wordt kritisch gekeken naar de resultaten. Aan         de hand hiervan
worden er aanbeveling gedaan naar de onderzochte scholen. Het artikel        wordt afgesloten
met suggesties voor vervolgstudies.
Methode
De informatie uit dit onderzoek is verkregen door middel van een enquête. Deze enquête is
afgenomen onder 129 vwo-leerlingen uit de derde klas, waarvan 58% bestond uit meisjes en
42% uit jongens. Er is gekozen voor leerlingen uit de derde klas omdat in dit leerjaar de
profielkeuze gemaakt dient te worden en de voorlichting vooral in dit jaar gegeven wordt.
Het onderzoek heeft zich beperkt tot vijf reguliere scholen uit de regio Utrecht.

Het onderzoek is gestart door bij de decanen te inventariseren welke voorlichtingen gegeven
worden rondom de profielkeuze in vwo-3. Naar aanleiding van de gesprekken met de
decanen is er een lijst samengesteld van de voorlichtingsactiviteiten (Tabel 1).

Tabel 1:Totaal aan voorlichtingsactiviteiten op de vijf middelbare scholen
Voorlichtingsactiviteiten                   Toelichting
Qompas ProfielKeuze                         Internetsite met opdrachten over profielkeuze
                                            (methode ontwikkelt voor
                                            profielkeuzebegeleiding)
MC keuzebegeleiding                         Tijdschrift met opdrachten over profielkeuze
                                            (methode ontwikkelt voor
                                            profielkeuzebegeleiding)
LC-Data test                                Profielwijzer-test
Intelligentie-test                          Een test over welke type een leerling is
Dedecaan.net                                Internetsite over profielen
Voorlichtingsavond                          Avond voor vooral ouders over profielen
Gesprek met mentor
Gesprek met decaan
Informatiemarkt                             Markt voor leerlingen over studies
Bezoek aan de hogeschool/universiteit
Klassikale uitleg vakdocenten               Vakdocenten uit de bovenbouw vertellen wat
                                            hun vak inhoudt.
Advies vakdocenten                          Vakdocenten geven leerlingen advies of ze het
                                            vak in de bovenbouw moeten volgen
LOB                                         Loopbaan Oriëntatie Begeleiding: Keuze-uren
                                            waarin de leerlingen zich verdiepen in hun
                                            kwaliteiten
Bedrijvendag                                Een bezoek aan een bedrijf naar keuze,
                                            georganiseerd door het vak economie
Bètafestival                                Een dag met bètagerelateerde activiteiten
Toneelvoorstelling                          Een toneelstuk over de profielen
Decaan in de klas                           De decaan vertelt wat de profielen inhouden
 Aan de hand van deze gegeven voorlichtingsactiviteiten is er een enquête ontwikkeld
(bijlage 2). Er waren meerdere argumenten voor de keuze van een enquête als
onderzoeksinstrument. Het onderzoek gaat om de beleving van leerlingen. Dit kan goed met
een enquête gemeten worden. Verder is het met behulp van een enquête mogelijk de
resultaten van een groter aantal respondenten mee te nemen. Daarbij is een enquête
anoniem, waardoor de privacy van leerlingen bewaakt blijft.


Alvorens de enquêtes af te nemen in de 3e klassen zijn deze getest op twee leerlingen per
school. Dit waren 3e klas leerlingen van de havo of vwo die niet mee zouden doen in het
uiteindelijke onderzoek, maar wel de zelfde activiteiten hebben gedaan. De ingevulde
enquêtes zijn geanalyseerd en aan de hand hiervan zijn de enquêtes verder verbeterd en
verduidelijkt. De enquêtes zijn in april afgenomen in de derde klassen. Op dit moment waren
bijna alle voorlichtingsactiviteiten afgerond en moesten de leerlingen hun definitieve
profielkeuze gaan maken.

De effectiviteit van de voorlichtingsactiviteiten is beoordeeld op grond van vier factoren.

       Deze voorlichting heeft invloed gehad op de profielkeuze.
       Deze voorlichting vond de leerling leuk.
       Deze voorlichting heeft het beeld van de profielen verbeterd.
       Deze voorlichting heeft inzicht gegeven in welk profiel het best bij de leerling past.

De enquête is opgebouwd uit drie delen met 91 vragen: algemene vragen,
voorlichtingsspecifieke meerkeuzevragen en open vragen.
In het algemene deel beantwoordt de leerling vragen met betrekking tot geslacht, school en
of de profielkeuze al bekend is. In het voorlichtingsspecifieke gedeelte van de enquête
worden per voorlichtingsactiviteit vragen gesteld aan de hand van de vier bovengenoemde
factoren. In figuur 1 staat een voorbeeldvraag weergegeven.

Figuur 1: Een willekeurige meerkeuzevraag uit de enquête.
29. Bij mij op school is aan het begin van het jaar de decaan in de klas            Ja          Nee
geweest om uit te leggen wat profielen zijn.

Zo nee, ga verder naar vraag 34.
  Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de volgende stellingen:

                                                                                        1   2   3         4   5

30. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
31. Deze voorlichting vond ik leuk
32. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
33. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past                        1       2   3     4       5
Naast de meerkeuzevragen zijn er ook open vragen gesteld. Een voorbeeld van een open
vraag is gegeven in de figuur hieronder (fig. 2).

Figuur 2: Willekeurige openvragen uit de enquête.
87.    Welke van de bovengenoemde voorlichtingsactiviteiten vond je het leukst?

88.    Welke van de bovengenoemde voorlichtingsactiviteiten heeft jou een goed beeld van de
       profielen gegeven?

De respondenten konden in de enquête invullen of ze de voorlichting op school hebben
gehad en zo ja, of de voorlichting heel weinig (1), weinig (2), gemiddeld (3), veel (4) of heel
veel (5) invloed had op de profielkeuze. Dit werd ook ingevuld voor de overige factoren. De
resultaten zijn ingevoerd in SurveyMonkey en hiermee zijn de resultaten geanalyseerd.

De antwoorden van de respondenten zijn gekwantificeerd en gemiddeld. Aan de gemiddelde
numerieke waarden zijn beschrijvende waarderingen toegekend (Tabel 2). De resultaten
worden beoordeeld aan de hand van de beschrijvende waarderingen.

            Tabel 2 : gemiddelde waardes:
                Gemiddelde waardes              Waardering
                     1,0 – 1,7                  heel weinig
                     1,8 – 2,5                    Weinig
                     2,6 – 3,4                  Gemiddeld
                    3,5 – 4,2                      Veel
                     4,3 - 5,0                   heel veel
Resultaten

De profielkeuze van de groep respondenten is vergeleken met het landelijke gemiddelde [2].
Zoals te zien is in figuur 3 komt zowel voor de meisjes als voor de jongens de spreiding over
de profielen van de groep respondenten en het landelijke gemiddelde goed overeen.

Figuur 3 : profielkeuze van de respondenten




In de enquête werd gevraagd wanneer de leerlingen zeker wisten welk profiel ze gingen
kiezen. Uit de resultaten blijkt dat jongens hierin sneller een beslissing nemen dan meisjes.
Figuur 4 is een cumulatieve grafiek, dit geeft het percentage van de leerlingen aan dat in die
periode al weet welk profiel ze gaan kiezen. Vlak voor het keuze moment weet rond de 80%
van de leerlingen welk profiel ze gaan kiezen.

Figuur 4: Cumulatieve grafiek met keuzemoment jongens en meisjes
De leerlingen hebben in de enquête per voorlichtingsactiviteit een waarde gegeven aan elke
factor. Deze waardes zijn gemiddeld voor elke voorlichtinsactiviteit en zijn in de figuren 5 tot
en met 8 verwerkt. In deze grafieken is direct af te lezen welke voorlichtingen het best
gescoord hebben per factor. Aan de voorlichtingsactiviteiten LOB/KWT, LC-Datatest,
Voorlichtingsavond, Bezoek aan Hogeschool of Universiteit en Persoonlijk Gesprek Decaan
hebben te weinig leerlingen deelgenomen om een betrouwbaar resultaat te krijgen. De
drempel hiervoor is vastgesteld op 25 leerlingen. Deze activiteiten zijn in de grafieken
doorzichtig gemaakt. (bijlage 3).

Figuur 5: Bijdrage passende keuze




Figuur 5 laat zien dat alle voorlichtinsactiviteiten een waardering krijgen van onder de 3,2.
Geen enkele voorlichting scoort beter dan gemiddeld. De bedrijvendag heeft de hoogste
waardering van 3,2 en het Bètafestival de laagste van 1,7. Een persoonlijk gesprek met de
decaan lijkt ook gewaardeerd te worden door de leerlingen, maar hierover worden geen
uitspraken gedaan door een te kleine responsgroep. Opvallend is dat van de twee
gelijksoortige voorlichtingen, de MC-keuzebegeleiding (1,7) en Qompas profielkeuze (2,5),
de eerstgenoemde slechter gewaardeerd wordt door leerlingen.
Figuur 6: Leuke voorlichtingsactiviteiten




Figuur 6 geeft aan welke voorlichtingsactiviteiten als leuk worden beschouwd. De enige
activiteit die als erg leuk werd beoordeeld door de leerlingen was de bedrijvendag (4,6). Op
deze factor scoort MC-keuzebegeleiding (1,6) slechter dan Qompas profielkeuze (2,2).
Hoewel de bedrijvendag de leukste voorlichting is volgens de leerlingen, worden ook de
activiteiten ‘advies vakdocent’, ‘internetsite dedecaan.net’, ‘toneelvoorstelling’ en de
‘meervoudige intelligentietest’ als leuk ervaren.

Figuur 7: Bijdrage van kennis over profielinhoud




Figuur 7 geeft weer welke voorlichtingsactiviteiten inhoudelijke informatie geven over de
profielen. De decaan die in het begin van het jaar in de klas komt draagt het meeste bij aan
kennis van de inhoud volgens leerlingen (3,9). De bedrijvendag is in deze categorie buiten
beschouwing gelaten omdat in deze voorlichting geen informatie wordt gegeven over de
inhoud van de profielen. MC-keuzebegeleiding (2,3) scoort op inhoud slechter dan Qompas
profielkeuze (3,1).

Figuur 8: Invloed activiteit op profielkeuze




Figuur 8 geeft aan welke voorlichtingsactiviteiten de grootste invloed hebben gehad op de
profielkeuze van leerlingen. Geen enkele voorlichting scoort hoger dan gemiddeld. De
bedrijvendag (3,0), docenten die vertellen over hun vak in de bovenbouw (2,9) en de decaan
in de les (2,9) hebben de meeste invloed op de profielkeuze. MC-keuzebegeleiding (1,2)
heeft het minste invloed van alle activiteiten op de profielkeuze volgens de leerlingen.

Naast deze resultaten is er, voor die activiteiten waar alle scholen aan mee hebben gedaan
en waar een grote respons op was, gekeken naar de spreiding binnen de scholen (bijlage 4).
In deze bijlage zijn de gemiddelde waarden per school gerapporteerd.

Voor de activiteit Qompas wijkt school A af op de factor inhoud ten opzichte van het
gemiddelde van alle scholen bij elkaar. School A heeft deze activiteit een veel hogere waarde
(3,8) voor de factor inhoud gegeven dan het gemiddelde (3,1).

Voor de activiteit Decaan in de klas wijkt school A af op de factor leuk (3,2) en school D wijkt
af op de factor passend (2,1) ten opzichte van het algemeen gemiddelde (respectievelijk 2,6
en 2,7).

Voor de activiteit Persoonlijk gesprek met de mentor wijkt school A af op de factor leuk (2,3),
school B op de factor inhoud (2,4), school C op inhoud (1,7), school D op invloed (3,0) en
inhoud (2,4) en school E op de factoren invloed (1,8), inhoud (1,6) en passend (2,0) ten op
zichte van de algemene gemiddelden (invloed 2,4; leuk 3,0; inhoud 3,0; passend 2,6)

Voor de activiteit Klassikaal vertellen wat het vak inhoudt in de bovenbouw, wijkt geen
enkele school af van het algemeen gemiddelde.
Voor de activitiet Vakadvies wijken school A en E af op de factor leuk en inhoud. School A
geeft een hogere waardering (4,3) voor leuk en school E een lagere (3,0) ten opzichte van
het gemiddelde (3,6). School A geeft ook een hogere waardering (3,3) voor de factor inhoud
en school E geeft juist een lagere waardering (1,8) ten opzichte van het gemiddelde (2,4).
Conclusie
Dragen voorlichtingsactiviteiten in vwo-3, volgens leerlingen, bij aan het maken van een
passende keuze voor een profiel in de Vernieuwde Tweede Fase?
Geen van de voorlichtingsactiviteiten hebben veel of heel veel bijdrage geleverd als steun bij
het maken van een passende keuze voor de leerlingen met betrekking tot de profielkeuze.
De best gewaardeerde voorlichtingsactiviteiten zijn de bedrijvendag, de decaan in de klas,
adviezen van vakdocenten en informatie van vakdocenten over het vak in de bovenbouw.

Worden de voorlichtingsactiviteiten in vwo-3, volgens leerlingen, leuk gevonden?
De bedrijvendag is de enige activiteit die leerlingen erg leuk vinden. Adviezen van
vakdocenten, de internetsite dedecaan.net, de toneelvoorstelling en de meervoudige
intelligentietest worden als leuk ervaren.

Geven de voorlichtingsactiviteiten voldoende inhoudelijke informatie over de profielen
volgens de leerlingen?
De leerlingen geven aan veel inhoudelijke informatie over de profielen te hebben verkregen
door het bezoek van de decaan in de klas. Opvallend hierbij is dat andere voorlichtingen
hierin achterblijven. De voorlichtingsavond scoort goed op dit punt, maar hier waren te
weinig respondenten om een harde uitspraak te doen.

Hebben de voorlichtingsactiviteiten in vwo-3, volgens de leerlingen invloed gehad op hun
profielkeuze?
Volgens de leerlingen heeft geen enkele voorlichtingsactiviteit veel invloed op hun
profielkeuze. De bedrijvendag werd het beste gewaardeerd, gevolgd door uitleg van leraren
over hun vak in de bovenbouw en het bezoek van de decaan in de klas. Mogelijk heeft een
persoonlijk gesprek met de decaan ook invloed op de keuze van de leerlingen, maar te
weinig respondenten gaven aan deze voorlichting te hebben gevolgd.

Algemene conclusie:

De bedrijvendag, hoewel die slechts op één van de onderzochte scholen werd gegeven,
vinden leerlingen een heel goede manier om hen te helpen bij het maken van een keuze
over het profiel.

De inhoudelijke informatie over de profielen werd volgens de leerlingen het best gegeven
door het bezoek van de decaan in de les. De decaan start in het begin van het derde jaar met
deze voorlichting. Dit bezoek heeft uiteindelijk ook een aanzienlijke invloed op de
profielkeuze van de leerlingen. Doordat de helft van de jongens voor december hun keuze al
hebben gemaakt is het aannemelijk dat zij een profielkeuze maken gebaseerd op de
informatie die door de decaan wordt verstrekt. Dit blijkt niet uit de enquête; de jongens
waarderen de decaan in de klas gemiddeld met 2,9 en de meisjes ook.
Uit de enquête bleek dat jongens sneller een profielkeuze maken dan meisjes. In september-
november weet meer dan 50% van de jongens welk profiel ze gaan kiezen. Op basis van deze
gegevens kan niet geconcludeerd worden dat voorlichtingsactiviteiten na november geen
invloed hebben op de keuze van de jongens. Verdere voorlichtingsactiviteiten zouden de
keuzes van de jongens verder kunnen bevestigen of de jongens laten over wegen om toch
een ander profiel te kiezen.

Er zijn twee methodes onderzocht die specifiek zijn ontwikkelt voor middelbare scholen om
leerlingen te helpen bij het maken van een juiste profielkeuze. Dit zijn Qompas en MC-
keuzevragen. Wat naar voren komt uit deze enquête is dat Qompas op de vier onderzochte
vlakken beter scoort dan MC-keuzevragen. Daarbij scoort MC-keuzebegeleiding op de vier
vlakken slechter dan de andere voorlichtingsacitiviteiten.
Discussie en Aanbevelingen
Discussie:
Opvallend is dat op één school de Decaan in de klas een significant lagere waardering dan op
andere scholen. Echter dit had geen invloed op het algemeen gemiddelde. Een mogelijke
oorzaak voor deze afwijking kan zijn, dat deze school meer specifieke aandacht aan Qompas
heeft gegeven.

Voor Decaan in de klas weken twee scholen af van de gemiddelden op de factoren leuk en
passend, echter ook deze variatie hadden geen invloed op het algemeen gemiddelde. Een
mogelijke reden voor deze verschillen is dat de presentatie van decaan kan verschillen; dit is
decaan-afhankelijk.

Voor de activiteit Vakadvies weken ook twee scholen af van de gemiddelden. Ook dit ligt aan
hoe het vakadvies op de scholen is geregeld: formeel, informeel, via papier, modeling etc.
Deze waardes hadden geen invloed op het algemeen gemiddelde.

Voor de activiteit Persoonlijk gesprek met de mentor weken alle scholen af op verschillende
factoren. Dit kan komen door de verhouding tussen mentor en leerling. Het kan ook zijn dat
andere mentoren er wellicht minder mee doen of zijn wellicht beter of minder in het voeren
van zulke gesprekken. Alle afwijkingen hadden geen invloed op het algemeen gemiddelde.

Met ons onderzoek willen we een uitspraak doen over de algemene waardering van
bepaalde voorlichtingsactiviteiten. Door dit onderzoek op vijf scholen uit te voeren middelen
onderlinge verschillen uit. Dit heeft tot gevolg dat de gemiddelde waarden die bepaald zijn
niet sterk beïnvloed worden door de individuele invulling op de verschillende scholen, wat
het resultaat betrouwbaarder maakt.

In het onderzoek staan vier factoren centraal, namelijk of de voorlichting informatie geeft
welk profiel bij de leerling past, of de voorlichting leuk is, inhoudelijke informatie geeft en of
de voorlichting invloed heeft op de profielkeuze.
Nu is een mogelijk discussiepunt of die vier factoren waarop de enquête is gebasseerd wel
goed gekozen zijn.

Het is voor leerlingen waarschijnlijk makkelijk om te bepalen of ze een bepaalde voorlichting
leuk vonden of niet. Het is waarschijnlijk een stuk lastiger om te bepalen of de voorlichting
hun liet zien welk profiel bij ze past.

Verder is het verschil tussen de twee factoren: bijdrage aan een passende keuze en invloed
op de profielkeuze erg lastig en is er ook overlap tussen deze factoren.

Een ander discussiepunt is dat in dit onderzoek mentoren buiten beschouwing zijn gelaten,
terwijl die vaak ook veel doen aan voorlichting en goed weten wat er in leerlingen speelt.
Mogelijk zijn er voorlichtingen georganiseerd door mentoren met de klas die in dit
onderzoek niet zijn meegenomen. Interviews met mentoren hadden wellicht meer
informatie kunnen geven.
In bijlage 3 is te zien welke scholen (A, B, C, D of E) welke voorlichtingsactiviteiten hebben
gegeven. De voorlichtingsactiviteit MC-Keuzebegeleiding is op één school gegeven, school E.
Alle leerlingen uit deze klas hebben hun mening over deze voorlichting gegeven, dit is dus
betrouwbaar genoeg of deze klas de voorlichting leuk vind. Echter de voorlichting Bezoek
aan de Hogeschool/Universiteit wordt op vier scholen als activiteit gegeven en maar 25
leerlingen uit vier klassen hebben deelgenomen aan die activiteit. Dit zijn niet genoeg
respondenten om te concluderen of deze voorlichting zorgt voor een passende profielkeuze.
In de tabel van bijlage 3 is ook te zien dat sommige leerlingen aan de voorlichtingsactiviteit
wel of niet hebben deelgenomen ondanks dat het respectievelijk niet of wel op de lijst van
de schooldecanen staat. Dit kan komen doordat de leerling niet precies weet wat er met die
voorlichting bedoeld wordt of doordat de leerling nog aan de voorlichting moet deelnemen.
Zoals eerder wordt beschreven in dit onderzoek is de enquête zo laat mogelijk afgenomen
zodat alle voorlichtingsactiviteiten geweest zijn. Helaas is op één school de enquête
afgenomen voordat de voorlichtingsactiviteit Gesprek met de Mentor is geweest. Hierdoor
hebben maar 95 van de 129 leerlingen een mening over deze voorlichting kunnen geven.
Een andere reden waarom de respondenten hoeveelheden niet altijd overeenkomen is dat
sommige voorlichtingsactiviteiten niet verplicht bleken te zijn.

Daarnaast zijn er voor een algemener resultaat meer respondenten nodig en meer
verspreidt over verschillende provincies om er een landelijk onderzoek van te maken.
Aanbevelingen aan scholen:

De voorlichting zou zich meer moeten richten op wat de leerling er later mee kan. De
leerlingen lijken bij profielkeuze ook zeer geinteresseerd te zijn in welk beroep ze er later
mee kunnen uitoefenen. Dit is waarschijnlijk de reden waarom de bedrijvendag zo goed
scoort. Het zou goed zijn als scholen dit hier iets mee doen bij het organiseren van
voorlichtingen.

Omdat MC-keuzebegeleiding veelal slecht gewaardeerd werd ten opzichte van Qompas
profielkeuze, is de aanbeveling aan scholen om liever Qompas profielkeuze te gebruiken bij
hun voorlichtingen.

Suggesties voor vervolgonderzoek:

In dit onderzoek is alleen de voorlichting op het vwo onder de loep genomen. Het zou ook
interessant zijn om te kijken naar de voorlichting op het HAVO. Zijn er wezenlijke verschillen
tussen de leerlingen en moet de voorlichting voor de HAVO leerlingen anders worden
georganiseerd dan op het vwo?

Een andere suggestie voor vervolgonderzoek is om te kijken of de leerlingen in vwo-4
achteraf tevreden zijn met hun profielkeuze en wanneer dit niet het geval is, wat had er aan
voorlichting gegeven kunnen worden om te zorgen dat wel het juiste profiel werd gekozen?
Literatuurlijst

[1] A. van Langen, H. Vierke/Platform Bèta Techniek (2009). Wat bepaalt de keuze voor een
natuurprofiel?

[2] VHTO/Platform Bèta Techniek (2008). Meer inzicht in schoolloopbaankeuzes van
leerlingen m/v.

[3] A. Alting (2003)/Eindhoven: proefschrift. Nut, vertrouwen, toegankelijkheid. Wat kunnen
docenten doen opdat meer meisjes natuurkunde gaan kiezen.

[4] VHTO/Platform Bèta Techniek (2006). Meisjes als potentieel voor bètatechniek.

[5] A. van Langen, H. Vierke/Nijmegen: ITS (2006). Het onbenutte bètatalent van VWO-
leerlingen.
Bijlage 1. Een overzicht van de inhoud van de verschillende profielen in de Vernieuwde
Tweede Fase

Alle leerlingen op het vwo volgen verplicht de volgende vakken:
ANW, Ne, En, CKV, Ma, LO, (La/Gr*)

Natuur & Gezondheid Natuur & Techniek          Economie &                  Cultuur &
                                               Maatschappij                Maatschappij


WiA of WiB, Sk, Bi      WiB, Na, Sk            WiA of WiB, Ec, Gs          Gs, WiC


Na, Ak, NLT             In, Bi, WiD, NLT       Ak, M&O,                    Ec, Ak, Fi, Kunstvak,
                                               maatschappijweten-          maatschappijweten-
                                               schappen, moderne           schappen, moderne
                                               vreemde taal/La/Gr          vreemde taal/La/Gr

* Eén van deze twee vakken is verplicht op een Gymnasium

Toelichting van de gebruikte afkortingen en termen

   -   Ne: Nederlands
   -   En: Engels
   -   CKV: Culturele en Kunstzinnige Vorming
   -   Ma: Maatschappijleer
   -   LO: Lichamelijke opvoeding
   -   In: Informatica
   -   ANW: Algemene Natuurwetenschappen
   -   Ne: Nederlands
   -   Wi (A,B,C,D): Wiskunde (onderverdeeld in vier deelvakken; A, B, C of D)
   -   Sk: Scheikunde
   -   Bi: Biologie
   -   Na: Natuurkunde
   -   Ec: Economie
   -   Gs: Geschiedenis
   -   NLT: Natuur, Leven & Technologie
   -   Ak; Aardrijkskunde
   -   M&O: Management & Organisatie
   -   Fi: Filosofie
Bijlage 2. Enquête

Enquête Profielkeuzevoorlichting 3 VWO


Beste Leerling,

Je docent is bezig met een onderzoek naar verschillende voorlichtingsactiviteiten die op
school voor jou zijn georganiseerd. Rond deze tijd zul je waarschijnlijk een profiel voor de
bovenbouw moeten kiezen, of misschien heb je dat zelfs al gedaan.

De bedoeling van dit onderzoek is om te kijken welke van deze voorlichtingsactiviteiten jou
helpen/hebben geholpen bij het maken van een profielkeuze. Daarom vragen wij je de
volgende vragenlijst in te vullen. De enquête bevat 73 vragen en kost ongeveer 15 minuten
om in te vullen.

Lees de vragen goed door en beantwoord de vraag door het juiste bolletje goed zwart te
maken. Zie het voorbeeld hieronder:



1     2      3       4   5




Stel dat je je antwoord nog wil veranderen nadat je iets anders hebt ingevuld. Dan kun je dat
doen door een kruis te zetten door het foute antwoord en het nieuwe, juiste bolletje zwart te
maken:



1     2     3        4   5




Naast deze invulvragen bestaat deze enquête ook nog een paar vragen waarbij we om je
mening vragen. Deze vragen staan aan het einde van de enquête.

Wij verzekeren je dat de verkregen informatie vertrouwelijk en annoniem behandeld zal
worden.



Alvast bedankt voor de moeite!
1. Ben je een meisje of een jongen?                              meisje             jongen


2. Jouw profielkeuze:                                            staat vast        weet ik nog
                                                                                   niet


3. Als je nu zou moeten beslissen,
          zou je dit profiel kiezen:                       CM       EM             NG        NT



4. Bij mij op school maken we gebruik van ‘Qompas ProfielKeuze’.              Ja         Nee

Zo nee, ga verder naar vraag 9.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                          1   2     3   4    5
5. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
6. Deze voorlichting vond ik leuk
7. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
8. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past



9. Bij mij op school maken we gebruik van ‘MC keuzebegeleiding’.              Ja         Nee

Zo nee, ga verder naar vraag 14.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                          1   2     3   4    5

10. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
11. Deze voorlichting vond ik leuk
12. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
13. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past


Zie volgend blad, deze enquête gaat nog verder!
14. Bij mij op school heb ik meegedaan aan een profielwijzer-test op de       Ja           Nee
   computer (de LC-Data test).

Zo nee, ga verder naar vraag 19.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                          1    2   3   4     5
15. Deze test heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
16. Deze test vond ik leuk
17. Door deze test weet ik wat de profielen inhouden
18. Door deze test weet ik welk profiel bij mij past                      1   2    3   4    5




19. Bij mij op school heb ik meegedaan aan een meervoudige                    Ja           Nee
    intelligentie-test (een test over welk type ik ben).

Zo nee, ga verder naar vraag 24.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                          1    2   3   4     5
20. Deze test heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
21. Deze test vond ik leuk
22. Door deze test weet ik wat de profielen inhouden
23. Door deze test weet ik welk profiel bij mij past                      1   2    3   4    5




24. Ik ben actief bezig met de internetsite dedecaan.net.                     Ja           Nee

Zo nee, ga verder naar vraag 29.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                          1    2   3   4     5
25. Deze site heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
26. Deze site vind ik handig
27. Door deze site weet ik wat de profielen inhouden
28. Door deze site weet ik welk profiel bij mij past                      1   2    3   4    5


Zie volgend blad, deze enquête gaat nog verder!
29. Bij mij op school is aan het begin van het jaar de decaan in de klas        Ja              Nee
    geweest om uit te leggen wat profielen zijn.

Zo nee, ga verder naar vraag 34.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                           1        2   3   4     5
30. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
31. Deze voorlichting vond ik leuk
32. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
33. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past               1        2   3   4    5



34. Bij mij op school heeft de decaan een avond georganiseerd                   Ja              Nee
    om uit te leggen wat de profielen zijn.

Zo nee, ga verder naar vraag 39.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                           1        2   3   4     5
35. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
36. Deze voorlichting vond ik leuk
37. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
38. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past               1        2   3   4    5




39. Ik heb een persoonlijk gesprek met mijn mentor                             Ja               Nee
    gehad over mijn profielkeuze.

Zo nee, ga verder naar vraag 44.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                           1        2   3   4     5
40. Dit gesprek heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
41. Dit gesprek vond ik leuk
42. Door dit gesprek weet ik wat de profielen inhouden
43. Door dit gesprek weet ik welk profiel bij mij past                     1        2   3   4    5



Zie volgend blad, deze enquête gaat nog verder!
44. Ik heb een persoonlijk gesprek met de decaan                            Ja               Nee
    gehad over mijn profielkeuze.

Zo nee, ga verder naar vraag 49.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                         1       2   3   4     5
45. Dit gesprek heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
46. Dit gesprek vond ik leuk
47. Door dit gesprek weet ik wat de profielen inhouden
48. Door dit gesprek weet ik welk profiel bij mij past                  1        2   3   4    5



49. Bij mij op school is er een informatiemarkt over de profielen            Ja              Nee
    georganiseerd.

Zo nee, ga verder naar vraag 54.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                         1       2   3   4     5
50. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
51. Deze voorlichting vond ik leuk
52. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
53. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past            1        2   3   4    5



54. Ik ben naar een universiteit/hogeschool geweest om te zien welke         Ja              Nee
     vervolgstudie(s) ik kan kiezen met de profielen.

Zo nee, ga verder naar vraag 59.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                         1       2   3   4     5
55. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
56. Deze voorlichting vond ik leuk
57. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
58. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past            1        2   3   4    5


Zie volgend blad, deze enquête gaat nog verder!
59. Docenten hebben tijdens een les uitgelegd wat hun vakken in de           Ja           Nee
     bovenbouw inhoudt.

Zo nee, ga verder naar vraag 64.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                         1   2    3   4     5
60. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
61. Deze voorlichting vond ik leuk
62. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
63. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past            1    2    3   4    5



64. Ik heb van vakdocenten een advies gekregen of ik het schoolvak in        Ja           Nee
    in de bovenbouw aan kan.

Zo nee, ga verder naar vraag 69.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                         1   2    3   4     5
65. Dit advies heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
66. Dit advies vond ik fijn
67. Door dit advies weet ik wat de profielen inhouden
68. Door dit advies weet ik welk profiel bij mij past                   1    2    3   4    5




69. Ik heb Loopbaan-Oriëntatie en Begeleiding gedaan in KWT-uren             Ja           Nee


Zo nee, ga verder naar vraag 86.

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                         1   2    3   4     5
70. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
71. Deze voorlichting vond ik leuk
72. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
73. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past
Zie volgend blad, deze enquête gaat nog verder!
De volgende vragen gaan over bijzondere activiteiten die op Broklede zijn georganiseerd


De bedrijvendag

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                          1   2   3   4   5
74. Ik heb een bedrijf gekozen waar ik zelf ook wel zou willen werken
75. Ik vond de bedrijvendag leuk
76. Door de bedrijvendag weet ik beter welk profiel bij mij past
77. Het bezoek aan het bedrijf heeft invloed gehad op mijn profielkeuze

Het Bètafestival

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                          1   2   3   4   5
78. Deze activiteit heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
79. Deze activiteit vond ik leuk
80. Door deze activiteit weet ik wat de profielen inhouden
81. Door deze activiteit weet ik welk profiel bij mij past



De toneelvoorstelling over profielkeuze

Geef aan in welke mate je het helemaal oneens (1) of helemaal eens (5) bent met de
volgende stellingen:

                                                                          1   2   3   4   5
82. Deze voorlichting heeft invloed gehad op mijn profielkeuze
83. Deze voorlichting vond ik leuk
84. Door deze voorlichting weet ik wat de profielen inhouden
85. Door deze voorlichting weet ik welk profiel bij mij past
86. Sinds wanneer wist je zeker welk profiel je gaat doen in de bovenbouw? (als je nog
twijfelt, schrijf dan op dat je nog twijfelt)




87. Welke van de bovengenoemde voorlichtingsactiviteiten heeft het meeste invloed gehad
op je profielkeuze?




87. Welke van de bovengenoemde voorlichtingsactiviteiten vond je het leukst?




88.Welke van de bovengenoemde voorlichtingsactiviteiten heeft jou een goed beeld van de
profielen gegeven?




89.Welke van de bovengenoemde voorlichtingsactiviteiten heeft bepaald welk profiel het
beste bij jou past?




90. Zijn er nog voorlichtingsactiviteiten waarvan jij vindt dat ze ook moeten worden
georganiseerd bij jou op school?




        Hiermee eindigt de enquête. Nogmaals bedankt voor het invullen!
Bijlage 3. Tabel voorlichtingsactiviteiten
Voorlichtinsactivit   School   Passend   Hoeveelh   Leuk      Aantal     Inhoud    Aantal     Invloed   Aantal     Aant
eit                            (waarde   eid        (waarde   responde   (waarde   responde   (waarde   responde   als
                               ring)     responde   ring)     nten       ring)     nten       ring)     nten       resp.
                                         nten                                                                      Per
                                                                                                                   scho
                                                                                                                   ol
Qompas                A, B,    2,48      100/1      2,23      100/1      3,07      100/1      2,22      100/1
                      C, D               29                   29                   29                   29
MC-                   E        1,69      29/12      1,62      29/12      2,28      29/12      1,24      29/12
keuzebegelei                             9                    9                    9                    9
ding
LC-Data               E, D     2,28      25/12      2,96      25/12      2,36      25/12      1,88      25/12      8D
                                         9                    9                    9                    9          2B
                                                                                                                   15
                                                                                                                   E
Intelligentie         E        2,07      30/12      3,70      30/12      1,57      30/12      1,70      30/12      27E
test                                     9                    9                    9                    9          1A
                                                                                                                   1B
                                                                                                                   1D
Dedecaan.ne           E        2,48      21/12      3,62      21/12      3,05      21/12      2,52      21/12      1B
t                                        9                    9                    9                    9          29
                                                                                                                   E
Decaan in de          Allen    2,74      99/12      2,57      99/12      3,91      99/12      2,90      99/12
klas                                     9                    9                    9                    9
Voorlichtings         C,D      2,90      10/12      2,20      10/12      3,80      10/12      2,50      10/12      1D
avond                                    9                    9                    9                    9          9C
Pers.                 Allen    2,59      95/12      3,02      95/12      3,02      95/12      2,39      95/12
Gersprek                                 9                    9                    9                    9
mentor
Pers.                 C        3,14      29/12      2,62      29/12      2,69      29/12      2,83      29/12      20
Gesprek                                  9                    9                    9                    9          C
decaan                                                                                                             3A
                                                                                                                   5E
                                                                                                                   1D
Informatiem           A        -         -          -         -          -         -          -         -          -
arkt
Bezoek                A,C,     2,92      25/12      3,04      25/12      2,16      25/12      2,60      25/12      5D
UU/HU                 D, E               9                    9                    9                    9          3C
                                                                                                                   11
                                                                                                                   A
                                                                                                                   6E
Klassikaal            Allen    2,92      114/1      3,03      114/1      2,95      114/1      2,94      114/1
vakinhoud                                29                   29                   29                   29
Vakadvies             A,B,     2,85      82/12      3,57      82/12      2,37      82/12      2,52      82/12
                      C,D                9                    9                    9                    9
LOB/KWT               D        2,19      16/12      2,63      16/12      2,94      16/12      2,56      16/12      1A
                                         9                    9                    9                    9          15
                                                                                                                   D
Bedrijvendag          D        3,20      30/12      4,57      30/12      -         -          2,97      30/12      30
                                         9                    9                                         9          D
Betafestival          D        1,67      30/12      2,43      30/12      1,63      30/12      1,73      30/12      30
                                         9                    9                    9                    9          D
Toneel        D       2,03    30/12   3.70   30/12   2,07   30/12   1,97   30/12   30
                              9              9                             9       D



Toelichting kleurgebruik:

Oranje = niet genoeg respons (minder dan 25)

Groen = positief over activiteit

Rood = geen respons, buiten beschouwing gelaten
Bijlage 4. Gemiddelde waardering per school

Activiteit/ factoren        A     B           C     D        E          gemiddeld

Qompas
Invloed                     2,6   2,1         2,0   2,1      -          2,2
Leuk                        2,5   2,7         2,0   1,8      -          2,2

Inhoud                      3,8   3,1         2,7   2,6      -          3,1
passend                     3,0   2,6         2,2   2,2      -          2,5

Decaan in klas
Invloed                     3,4   2,7         2,4   2,5      3,4        2,9
Leuk                        3,2   2,9         2,2   2,7      3,0        2,6
Inhoud                      4,1   4,0         3,7   3,5      4,2        3,9
passend                     3,2   2,9         2,6   2,1      2,8        2,7

Pers. gesprek mentor
Invloed                     2,7   2,6         2,0   3,0      1,8        2,4
Leuk                        2,3   3,2         3,2   3,2      2,8        3,0

Inhoud                      3,2   2,4         1,7   2,4      1,6        3,0

passend                     2,7   3,0         2,6   2,9      2,0        2,6
Klassikaal vakinhoud
Invloed                     3,1   3,0         2,7   2,9      3,0        2,9
Leuk                        3,1   3,4         3,0   2,7      3,0        3,0

Inhoud                      3,3   2,9         2,7   3,0      2,8        3,0

passend                     3,6   3,3         2,7   2,7      2,6        2,9

Vakadvies
Invloed                     3,0   3,0         2,7   2,6      2,3        2,5

Leuk                        4,3   3,5         3,8   3,6      3,0        3,6
Inhoud                      3,3   2,5         2,3   2,2      1,8        2,4
Passend                     3,2   3,0         3,0   2,6      2,7        2,9



Toelichting kleurgebruik:

Rood = meer dan 0,5 afwijking van gemiddelde (significante afwijking)

Groen = meer dan 1, 0 afwijking van gemiddelde (sterke afwijking)

								
To top