schoolgids 11 12 def

Document Sample
schoolgids 11 12 def Powered By Docstoc
					Brede basisschool de Fontein voor protestants-christelijk en
openbaar onderwijs en met het predikaat [ÉÉN]-school.




Telefoon: 024 6772086
Fax:      024 6770590
e-mail: info@bredeschooldefontein.nl
website: www.bredeschooldefontein.nl

bezoekadres:
Koningstraat 5K         6641 KS
Postadres:
Postbus 62              6640 AB
Beuningen




                             0
Beste ouders,

U leest nu in de schoolgids van de school van uw kind. Een “gids” informeert u en
wijst u de weg. Dat gebeurt ook hier. Deze schoolgids informeert u namelijk over alle
belangrijke zaken waar uzelf of uw kind mee te maken krijgt. Daardoor krijgt u een
beeld van wat de school te bieden heeft aan onderwijs en alles wat daaraan is
gerelateerd.

Uw school is onderdeel van een “elftal” scholen onder de naam “Oeverwal”.
Net zoals elke individuele speler in een voetbal-elftal, heeft ook elke Oeverwal-school
haar eigen kwaliteiten. Elke Oeverwal-school heeft een eigen onderwijsconcept, een
eigen organisatievorm en eigen schoolgebonden beleid en regels. De school is echter
ook onderdeel van een groter geheel, een team van scholen. In dat Oeverwal-team is
sprake van uniformiteit in visie, beleid en regelingen. Dat komt onder andere tot uiting
in onze gezamenlijke visie op onderwijs en in het door al onze scholen onderschreven
motto:
                            “Oeverwal ontwikkelt talent”.

Dat gebeurt op élke Oeverwal-school, in een veilige omgeving. Professionele hard
werkende mensen doen daar hun uiterste best om de talenten van de kinderen
optimaal te ontplooien. Elke Oeverwal-school levert aldus haar bijdrage aan de totale
persoonsontwikkeling. Niet alleen qua kennis. Ook de creatieve, sociale en emotionele
ontwikkeling wordt optimaal begeleid.
Als daarmee een stevig en evenwichtig opgebouwd fundament is gelegd voor
vervolgonderwijs “op maat”, dan is ons doel bereikt.
U zult hierover ongetwijfeld meer kunnen lezen in deze gids, want elke school kan u
daarover veel meer melden.
Mede namens het bestuur van stichting Oeverwal wens ik u een prettig en vooral
leerzaam schooljaar toe.

Mede namens het bestuur van stichting Oeverwal
Clemens Verweij (algemeen directeur)




                                           1
Inhoudsopgave




Een woord vooraf                                          blz. 3

Hoofdstuk 1        Onze school: de Fontein                blz. 4


Hoofdstuk 2        Waar De Fontein voor staat             blz. 6


Hoofdstuk 3        De leeractiviteiten van de kinderen    blz. 8


Hoofdstuk 4        De zorg voor de leerling               blz. 13


Hoofdstuk 5        School- en leefregels,
                   overblijven en buitenschoolse opvang   blz. 21


Hoofdstuk 6        Regels bij klachten                    blz. 25


Hoofdstuk 7        De ouders                              blz. 29




                                  2
EEN WOORD VOORAF

Waarom een schoolgids voor ouders/verzorgers?
Scholen hebben verschillende kwaliteiten en uitgangspunten. Deze gids geeft aan waar de
Fontein voor staat, wat ons drijft en hoe wij aan onderwijs en opvoeding inhoud willen geven.
Eens per 4 jaar wordt de schoolgids aan alle gezinnen uitgereikt, daarin vindt u een bijlage in
de vorm van het kleine informatieboekje. Dit infoboekje vervangt jaarlijks de voorgaande en
geeft de jaarlijkse actuele informatie als vakanties, roosters, groepsbezetting met namen en
onderwijsinhoudelijke veranderingen en ontwikkelingen. Zowel de schoolgids als infoboekje
kunt u in de meest actuele vorm op onze website vinden.

In deze gids willen wij u vertellen:

- Hoe wij de doelstellingen, die de Wet op het Basisonderwijs ons stelt,
  trachten te realiseren en welke methoden wij daarbij gebruiken.
- Hoe de opzet van ons onderwijs is.
- Hoe onze zorg voor de leerlingen is georganiseerd.
- Hoe wij met elkaar omgaan.
- Hoe de resultaten van het onderwijs zijn.
- Wat wij van leerkrachten, van de kinderen en van ouders/verzorgers
  verwachten.
- Hoe wij ouders / verzorgers op de hoogte stellen.
- Hoe wij andere belangrijke zaken aan de orde stellen en wat wij daarmee
  beogen.

Informatie vragen en aanmelden nieuwe kinderen.

Op de Beuningse scholen worden in maart de jaarlijkse open dagen gehouden; zo ook op de
Fontein. In de Koerier (plaatselijk weekblad) worden de dagen en tijden kenbaar gemaakt.
Daarnaast bent u dagelijks welkom om informatie te vragen, een kijkje in de school te nemen
of uw kind aan te melden. Het is fijn als u van tevoren even een afspraak maakt.

Specialismen van de Fontein:
Aanbod:
     ●        Speciale begeleiding voor (hoog)begaafden en kinderen die meer tijd
              nodig hebben
       ●      Spaans en wiskunde voor degene die daarvoor in aanmerking komen
       ●      Protocol dyslexie in de groepen 1 t/m 8
       ●      Deelname aan het project “Rode draad “ van de bibliotheek met extra
              aandacht voor taal, lezen, poëzie en schrijvers. Voor iedere groep een
              aangepast programma
       ●      Multifunctioneel speelhuis in de kleutergroepen
       ●      Afstemming en samenwerking met peuterspeelzaal Pino
       •      Techniektorens ter ondersteuning van het vak techniek
       ●      Samenwerking met andere participanten van de brede school: Pino,
              ROC, Go for kids, Vluchtelingenwerk en Perspectief

Activiteiten:
       ●      Pyjamafeest of een nachtje slapen op school
       ●      Op schoolreisje of schoolkamp
       ●      Schaken en darten
       ●      Deelname aan het [ÉÉN] brede school project

En nog zoveel meer…………
                                               3
Hoofdstuk 1          De school

1.1    Richting

De school wordt bestuurd door het bestuur van Stichting Oeverwal met een algemene
directie.
Ouders van de Fontein kunnen kiezen of hun kinderen protestants christelijke lessen volgen of
levenbeschouwelijke vorming krijgen
We willen het onderwijs vorm geven vanuit het brede school concept en gaan daarbij uit van
kindgerichte, ontwikkelingsgerichte, resultaatgerichte, toekomstgerichte en maatschappij
gerichte kernwaarden:
    - Iedereen is welkom, ongeacht levensbeschouwelijke, maatschappelijke of
        culturele achtergrond en wordt gelijk behandeld.
    - Het respecteren van verschillende denkbeelden en culturen.
    - Het open communiceren van ouders, leerkrachten en kinderen.
    - Het streven naar zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van kinderen.
    - Het scheppen van een schoolklimaat waarin kinderen en volwassenen zich veilig
        voelen.

1.2a   [ÉÉN] school

We zijn een erkende [ÉÉN]school, brede school de Fontein heeft in 2009 in dit kader de [ÉÉN]
scholenprijs gewonnen!
Op een [ÉÉN] school wordt, net zoals op onze oude wereldschool, discriminatie bestreden en
onderstaande uitgangspunten onderschreven:
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.
Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op
welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Actief Burgerschap is een nieuw vakgebied welke nauw aansluit bij de definitie van een
[ÉÉN]school.

1.2b Maatschappelijk

De Fontein is een brede school in ontwikkeling en wil een school zijn die bijdraagt in de
gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kinderen. Op de Fontein zitten jongens en meisjes
uit verschillende culturen en met verschillende achtergronden en uiterlijkheden. Het samen
leren, werken en spelen van kinderen uit meerdere culturen is een absolute verrijking voor de
ontwikkeling van onze leerlingen tot wereldburgers. De toekomstige generatie, onze kinderen
van nu, zullen zich in toenemende mate wereldburger voelen in plaats van bv. Beuningenaar
of Nederlander. Daarnaast willen we de kinderen een respectvolle en verdraagzame houding
meegeven t.a.v. elkaars verschillende achtergronden en uiterlijkheden. De leerkrachten van
de Fontein voelen zich verantwoordelijk voor alle kinderen en behandelen hen gelijk van waar
of met welke achtergronden ze ook naar onze school komen.

1.3    Samen één

Sinds augustus 2003 is de school gefuseerd, het is de eerste brede school in Beuningen. Na
de verbouwing betekende dit, dat er in het schoolgebouw ook ruimte is voor tal van
nevenactiviteiten, die voor de kinderen en ouders van belang kunnen zijn.
In de brede School zijn de volgende organisaties actief:
       -       Peuterspeelzaal Pino                       024-6774498
       -       Buitenschoolse opvang Go for Kids          024-3662825
       -       Het ROC met volwassen-educatie.            024-6412929
                                              4
       -      Vluchtelingenwerk                         024-6779903
       -      Daarnaast vinden de schaakclub Koningswaal, peuter-en kleutergym,
              zwangerschapsgym en volksdansen hier structureel onderdak.
       -      Ook andere clubs en verenigingen huren in het gebouw ruimte voor
              bijeenkomsten.

Samenwerking met peuterspeelzaal Pino

Het scholingstraject rondom het VVE (vroeg en voorschoolse
educatie) project is door zowel de leidsters van
peuterspeelzaal Pino als de kleuterleidsters gezamenlijk
gevolgd. Dit heeft geleid tot een gemeenschappelijke
methodekeuze. Deze methode heet Startblokken voor Pino en
Basisontwikkeling voor de basisschool. Op deze wijze is er
sprake van een doorgaande ontwikkelingslijn tussen Pino en
de Fontein. In de dagelijkse praktijk wordt dit nu vorm
gegeven en verder uitgewerkt door de leidsters.
“BAS” is een VVE methode voor de stimulering van de
spraak- taalontwikkeling voor jonge kinderen die zowel bij
Pino als in de kleuterklassen gebruikt wordt.

Kinderen gaan naar school of naar de speelzaal terwijl ouders volwassen educatie volgen bij
het ROC. De buitenschoolse kinderopvang is in hetzelfde gebouw. Tevens kunnen ouders met
vragen bij Vluchtelingenwerk terecht. De samenwerking is in een voortdurende ontwikkeling.
Om de ontwikkeling tot een brede school te kunnen realiseren is er voldoende tijd gepland om
met elkaar van gedachten te wisselen, zowel in team- als in een groter verband (met alle
gebruikers van het gebouw). Het zgn. strategisch overleg en de aangestelde coördinator
brede school voeren overleg en initiëren gezamenlijke activiteiten.

Door één te zijn leren we ook van elkaar binnen de brede school, extra en praktische
aandacht voor de Engelse taal door uitwisseling ROC/ basisschool, de verhalenrok,TOP
(TaalOntmoetingsProject) en muziekonderwijs zijn hier enkele voorbeelden van.




                                             5
Hoofdstuk 2          Waar de school voor staat

De Fontein is een dynamische, open en veilige p.c./openbare basisschool voor ongeveer 150
kinderen van 4 tot en met 12 jaar. Het gebouw ligt in een wijk in Beuningen west. Het
hanteert een open aannamebeleid. We bieden onderwijs aan twee stromingen t.w.: de
protestants-christelijke en de openbare waarbij respect en communicatie centraal staan.
Wij hanteren het leerstofjaarklassensysteem maar met veel aandacht en ruimte voor de
mogelijkheden van het individuele kind door het bieden van “op maat gemaakte leerlijnen”.
Zo is b.v. rekenen door de hele school op hetzelfde tijdstip gepland zodat kinderen (die
daarvoor in aanmerking komen) klassenoverstijgend op eigen niveau in een andere groep
werken. Op de Fontein kunnen we nog steeds relatief kleine groepen formeren welke de
aandacht aan het individuele kind ten goede komt.
Het is ons doel om:
De aanwezige mogelijkheden bij kinderen optimaal te ontwikkelen. Zowel de
sociaal/emotionele (respectvolle omgang met jezelf en anderen) als de instrumentele
vaardigheden (lezen, taal en rekenen) vinden we van belang zodat kinderen zich tot een
evenwichtige en respecterende persoonlijkheid kunnen ontwikkelen.

2.1     Identiteit

Uitgangspunt is het eindverslag “Respectvolle Ontmoeting” van de werkgroep Identiteit. Deze
werkgroep bestaande uit ouders, leerkrachten, m.r.- en bestuursleden heeft een document
opgesteld dat als leidraad gebruikt wordt bij het verzorgen van zowel p.c. onderwijs als het
levensbeschouwelijk onderwijs. Dit verslag ligt ter inzage op school.
De volgende punten zijn beschreven:
        -Keuze voor p.c.- of levensbeschouwelijk onderwijs (algemener).
        -Het is een open school; de twee stromingen ontmoeten elkaar, maken kennis met
         elkaars opvattingen, gaan daarover in gesprek en respecteren elkaar.
        -De methode Trefwoord wordt in de groepen 3 t/m 8 gebruikt; de p.c. kinderen
         in de kleutergroepen volgen de kinderbijbel en de openbare stroming gebruiken
         themaprentenboeken.
        -Tijdens het overblijven en in groepen wordt een moment van stilte in acht genomen
         voor kinderen die daar gebruik van willen maken.
        -Er wordt ieder jaar een schoolkerk activiteit in samenwerking met de kerk in
         Beuningen georganiseerd.
        -De christelijke feestdagen worden gezamenlijk voorbereid in werkgroepen bestaande
         uit leerkrachten en ouders van beide stromingen.
        -De identiteitscommissie bewaakt en adviseert de invulling van de identiteit in de
         dagelijkse onderwijspraktijk
De leerlingen worden op deze wijze voorbereid op een maatschappij waarin ze te maken
krijgen met verschillende levensovertuigingen.

2.2    Pedagogisch en didactisch klimaat

Het pedagogisch uitgangspunt voor de school is adaptief onderwijs. Dit uitgangspunt vraagt
om een schoolklimaat waarin kinderen zich veilig en geaccepteerd voelen, ze ervaren dat de
leerkracht vertrouwen in ze heeft en je mag als kind zijn wie je bent.
Kinderen worden uitgedaagd om te presteren naar beste kunnen, terwijl ze daarbij
ondersteuning ontvangen waar nodig. Leerkrachten bieden een duidelijke en gestructureerde
omgeving waarin iedereen zich thuis voelt en weet wat er van hem / haar verwacht wordt.
Onderwijskundig (didactisch) houdt dit in dat leerkrachten de leerstof zo aanbieden dat
leerlingen verbanden kunnen zien tussen nieuwe en reeds opgedane kennis en ervaringen. Ze
moeten leren zelf actief informatie te verwerken in plaats van passief informatie op te nemen.
                                              6
De Fontein hecht veel waarde aan ouderparticipatie d.w.z. een toenemende aandacht voor
afstemming tussen ouders en school, zoals het omgaan
met normen en waarden. Elke week verschijnt er een
nieuwsbrief (waterbrief) om u goed op de hoogte te
houden.

2.3    Onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen

Het onderwijs aan kinderen is voortdurend in
ontwikkeling en kwaliteitsverbetering staat daarbij
centraal. Met behulp van het kwaliteitszorgsysteem van Cees Bos, “Werken met
kwaliteitskaarten” (WMK.PO), geven we kwaliteitszorg en integraal personeelsbeleid op een
systematische en cyclische wijze vorm.
In het schooljaar 2010-2011 zijn onderstaande aspecten van kwaliteitszorg gerealiseerd:
    1. Het optimaliseren van het leesonderwijs door hierbij o.a. structureel te werken met
        groepsplannen.
    2. Het volgen van een traject om te komen tot een nieuwe methode voor aanvankelijk
        lezen, taal en spelling.
    3. Het volgen van een cursus psychopathologie, om sneller gedrag- en leerproblemen te
        onderkennen en daar naar te handelen.
    4. Techniek heeft een structurele plaats binnen ons onderwijs en op het lesrooster
        gekregen.
    5. De speelzaal heeft door totale vernieuwing een volledige metamorfose ondergaan.

Voor het schooljaar 2011-2012 staan de volgende aspecten van kwaliteitszorg op de agenda:
    1. Veilig Leren Lezen, de nieuwe methode voor aanvankelijk lezen zal worden
         geïmplementeerd.
    2. De taalmethode Taaljournaal zal m.i.v. het dit schooljaar voor de groepen 4 t/m 8
         worden ingevoerd.
    3. De cursus “directe instructie” zal worden gevolgd.
    4. Groepsplannen zullen ook voor andere vakgebieden worden geschreven.
    5. Er zal een definitieve keuze worden gemaakt voor het leerlingvolgsysteem t.b.v. de
         sociaal-emotionele ontwikkeling.
Om bovenstaande ambities goed te kunnen uitvoeren werken we gericht aan een goede
relatie tussen leerkracht, leerlingen en kinderen onderling. Het stimuleren van een
zelfstandige werkhouding, het leren dragen van verantwoordelijkheid en leren door ervaren,
zijn aspecten die in ons onderwijs zijn terug te vinden door het formuleren van zelfstandige
opdrachten. Naast het accent op basisvaardigheden als taal, lezen, rekenen en
wereldoriëntatie, besteden we aandacht aan de creatieve vakken.

2.3a   Omgaan met verschillen

Kinderen verschillen in hun mogelijkheden en in hun persoonlijkheid. Op de Fontein sluiten wij
aan bij de individuele verschillen. Dit betekent dat leerlingen een onderwijsaanbod krijgen, dat
past bij zijn / haar ontwikkelingsmogelijkheden. Wij geven onderwijs op maat en doen dat als
volgt: Alle leerlingen krijgen de basisleerstof aangeboden. Kinderen die meer aankunnen
krijgen daarnaast extra leerstof en/of verdiepingsleerstof. De leerstof kan daarbij in de groep,
in een andere of kleinere groep, of individueel worden aangeboden (zoals bij rekenen bijv.).
Kinderen waarvan is vastgesteld dat zij de basisleerstof niet aan kunnen, doorlopen de school
met een minimumprogramma. (zie hoofdstuk 4)



                                               7
Hoofdstuk 3           De leeractiviteiten van de kinderen

De inhoud van ons onderwijs wordt mede bepaald door de gebruikte onderwijsmethodes.
Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijksten.

3. 1   Godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming (Trefwoord)

De methode Trefwoord wordt, zowel door de openbare als protestants-christelijke sroming,
als leidraad gebruikt. De kleutergroepen volgen voor het p.c. onderwijs de kinderbijbel en
voor de openbare stroming geselecteerde themaprentenboeken.

3.2    Sociaal –emotionele vorming (Leefstijl)

Het welbevinden van de kinderen staat voorop. Om daar een doorgaande lijn in te volgen
gebruiken we de methode Leefstijl, er wordt gebruik gemaakt van werkboeken. In deze
methode komen o.a. de volgende onderdelen aan bod: werkhouding, werken volgens plan,
gebruik maken van uiteenlopende strategieën, zelfbeeld en sociaal gedrag. Deze onderwerpen
sluiten aan bij de kerndoelen voor gezond gedrag en zelfredzaamheid. Kerndoelen zijn
verzorging van het lichaam, de risico’s van verslavende gedragingen, verantwoord omgaan
met lastige situaties. Ze leren op te komen voor zichzelf en rekening te houden met anderen.
Belangrijk is de reflectie op eigen functioneren en de omgeving dus goed leren kijken naar
eigen gedrag en wat dat voor anderen betekent en hoe de omgeving in elkaar zit. Deze
methode heeft ook een preventief karakter. De sociaal-emotionele vorming komt daarnaast
ook bij Actief Burgerschap en Trefwoord aan de orde.
In de kleutergroepen wordt naast Leefstijl ook met Een doos vol gevoelens gewerkt.

3.3    Activiteiten in de onderbouw

In de kleutergroepen leren de kinderen door te doen. Samen met de peuterspeelzaal werken
we met elementen uit Startblokken/ Basisontwikkeling. Voor de ononderbroken lijn gebruiken
beiden de methode “Ik ben Bas”, voor extra stimulering van de taalontwikkeling bij peuters en
kleuters.
Een voorwaarde om te kunnen leren is dat een kind zich veilig voelt in zijn omgeving,
vertrouwen heeft in zijn juf of meester en de rust en zekerheid vindt om tot zelfexploratie
(onderzoek) over te gaan. Betrokkenheid speelt hierbij een zeer belangrijke rol. Het doel van
de basisontwikkeling is de natuurlijke nieuwsgierigheid te prikkelen om zo tot nieuwe
initiatieven, communicatie en spel te komen.
Vanuit hun eigen beleving, expressie en interesse worden kleuters op speelse wijze in
aanraking met letters en cijfers gebracht om zo de belangstelling voor rekenen, taal, lezen,
schrijven en wereldoriëntatie te wekken. Er is een verteltafel en een multifunctioneel speelhuis
die deze manier van leren stimuleren. Niet iedereen is hier op hetzelfde moment aan toe.
Waar bijvoorbeeld het ene kind al leest, zal het andere kind nog experimenteren met klanken.
Dit aanbod wordt gestimuleerd door spelsituaties, materiaalgebruik en werkbladen.
Omdat er zoveel mogelijk wordt aangesloten bij hetgeen de kinderen zelf vertellen wordt er
minder met vast omlijnde methodes gewerkt, zoals dat vanaf groep 3 gebeurt. Er wordt
aangesloten bij de belevingswereld van kinderen, waarbij de inhoud van de verschillende
aanwezige methodes wordt gebruikt als bronnenboek. Het jaarprogramma zorgt ervoor dat
het aanbod in de kleutergroepen voldoet aan de gestelde doelen. De registratielijsten van
“Kijk” worden ingevuld dat stelt de leerkrachten mede in staat een totaal ontwikkelingsbeeld
van de kleuter te krijgen.



                                               8
3.4    Aanvankelijk lezen ( Veilig leren Lezen) en technisch lezen (Leeslijn)

Veilig Leren Lezen is de nieuwe methode voor het aanvankelijk lezen voor groep 3, die met
ingang van dit nieuwe schooljaar, de methode Leeslijn voor die groep vervangt.
Leeslijn is een methode voor voorbereidend, voortgezet technisch lezen voor de groepen
4 t/m 8. Deze leesmethode combineert het ontdekkend leren lezen met het methodisch
gerichte onderwijs voor het moeilijk lezende kind. Door deze combinatie, genoemd kindgericht
leesonderwijs, krijgen alle kinderen de kans om op hun eigen manier en in hun eigen tempo
een voor hen optimale leesvaardigheid te ontwikkelen. Dit houdt in: geen klassikaal
instructiesysteem, geen methodiek die uitgaat van het ‘gemiddelde’ kind, maar
ontwikkelingsruimte en ontwikkelingstijd voor zowel de leestaal sterke als de leestaal zwakke
kinderen. Leeslijn zorgt ervoor dat de leerkrachten voldoende materiaal in handen hebben om
alle kinderen te leren lezen.

3.5    Taal (Taaljournaal)

Na enkele studiebijeenkomsten en het uitproberen van verschillende
methoden tijdens het afgelopen schooljaar, hebben we besloten te kiezen
voor de nieuwe taalmethode
Taaljournaal. Deze nieuwe methode zal met ingang van het schooljaar ‘11-
’12 worden ingevoerd. Taaljournaal is een geïntegreerde taalmethode voor
groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. Het is een methode met
heldere leerlijnen, die balans weet te vinden tussen constructief en
instructief leren en die o.a. gestructureerd aandacht schenkt aan preventie, remediëring en
woordenschatontwikkeling. Het sluit aan bij onze spellingsmethode van Taaljournaal.

3.6    Spelling (Taaljournaal)

Taaljournaal is een functionele spellingsmethode. In Taaljournaal staat elke week een
spellingsmoeilijkheid centraal. Deze wordt gedurende de gehele week geoefend met
oefeningen in het werkboek en een aantal keuzeopdrachten op kopieerbladen. Elke veertien
dagen is er een dictee. Dit dictee kan op de computer gemaakt worden. Zwakkere spellers
kunnen dan via de computers doorgestuurd worden naar remediërende (extra oefen-)
opdrachten.
In de methode wordt ervan uitgegaan dat goede spellers niet alle oefeningen hoeven te doen.
Voor hen zijn er kaarten waarin veel stelopdrachten staan. Wat met spelling geleerd is kan bij
deze opdrachten worden toegepast.

3.7    Begrijpend lezen (Tekstverwerken)

Voor begrijpend lezen hanteert de school de methode Tekstverwerken.
Deze methode voor begrijpend en studerend lezen is bestemd voor de jaargroepen 4 t/m 8.
De essentie van de methode is samen te vatten in het begrip: leerzame vragen. De methode
nodigt kinderen uit, spreekt kinderen aan, betrekt kinderen bij een tekst, en geeft meer
informatie over een tekst dan ze vragen. Kinderen kunnen relatief zelfstandig met een tekst
aan de slag: spelenderwijs leren ze te reageren op een tekst, gaan ze allerlei tekstsignalen
herkennen en ontwikkelen ze bruikbare leesstrategieën. Hierdoor haken zwakkere lezers
minder snel af.
Elke tekst bestaat uit zeven tot acht leerzame vragen, voorafgegaan door een of twee
inleidende vragen. Een kind kan zelf bepalen welke vragen het in welke volgorde gaat
beantwoorden, waardoor het kan beginnen met een onderdeel dat hem of haar goed ligt. De
auteurs hebben veel aandacht besteed aan de selectie van leesmateriaal dat kinderen
aanspreekt qua onderwerp en niveau. Doordat kinderen relatief zelfstandig kunnen werken

                                              9
ontstaat er voor de leerkrachten tijd en ruimte om groepjes of individuele kinderen gericht te
begeleiden.
Per leerjaar zijn er enkele toetsen. Dit zijn ‘gewone’ lessen, met het verschil dat de
uitwerkingen op kopieerbladen worden gemaakt, zodat de leerkracht ze na de les kan
innemen en beoordelen. Geleidelijk aan vindt er een accentverschuiving plaats van begrijpend
naar studerend lezen. In de groepen 7 en 8 richt de aandacht zich meer en meer op
analytische vaardigheden d.w.z. hoe zitten teksten in elkaar, vormkenmerken worden
onderzocht, er worden relaties gelegd met de werkelijkheid buiten de tekst en er is meer
aandacht voor leesdoelen.

3.8    Spaans !(Juan y Rosa)

De methode, Juan y Rosa, is een speciale lesmethode Spaans voor het basisonderwijs. De
methode is opgezet voor de leerlingen van de basisschool die de ruimte en de tijd hebben om
een tweede of een derde taal te leren. Het zijn leerlingen die voorliggen op hun
leeftijdsgenootjes op het gebied van taal en/of andere vakken. De leerlingen leren door
middel van gesprekjes met en van elkaar, er is veel aandacht voor de uitspraak en de thema’s
die aan de orde komen zijn kindgericht. Veel oefeningen zijn zelfstandig te maken en kinderen
krijgen regelmatig werk mee.

3.9    Rekenen (Alles telt)

Alles telt kent een consistente doorgaande lijn van groep 1 t/m 8. Voor groep 1/ 2 staat
geleide ontdekking van de getallenwereld centraal. Dat gebeurt door samen bezig te zijn.
Concrete keuzeactiviteiten rondom kring, werken, hoeken en spel en beweging zijn uitgewerkt
zodat er voor kinderen een opbouw is. Vanaf groep 3 volgt de leerkracht de methode, hier zit
een opbouw in. Nieuwe ontwikkelde leergangen als de basisvaardigheden, het hoofdrekenen,
het schattend rekenen, het toepassings-rekenen en het automatiseren krijgen veel nadruk. De
methode biedt veel mogelijkheden voor differentiatie. Er is een goede afwisseling van
leerkrachtgebonden en zelfstandig werken taken. Werkschema’s maken een planning van dag
tot dag eenvoudig. Binnen Alles telt zijn een minimum-, een basis- en een
uitbreidingsprogramma te onderscheiden. Snellere leerlingen kunnen de blokken ook sneller
doorlopen.

3.9a Wiskunde !(Vierkant voor wiskunde)

Kinderen die op het rekengebied meer aankunnen en meer uitdaging behoeven krijgen 1x per
week wiskunde met behulp van de methode Vierkant voor wiskunde.

3.10   Geschiedenis ( Bij de tijd)

Bij het geschiedenisonderwijs wordt vanaf groep 4 de methode Bij de tijd gebruikt. Het
functioneren van menselijke samenlevingen en de ontstaansgeschiedenis van de moderne
maatschappij staan centraal.
Het geschiedenisonderwijs wordt in periodes gegeven. In ieder leerjaar komen een aantal
periodes uit de geschiedenis aan bod. Elk jaar worden die periodes verder uitgediept.
De methode kent een goede afwisseling tussen leerkrachtgebonden en zelfstandig
werklessen. Ook zijn er een aantal keuzelessen, waarbij wordt aangesloten bij de interesses
van de leerlingen en er met verschillende werkvormen wordt gewerkt.
Aan het eind van ieder hoofdstuk is er een toets.

3.11   Aardrijkskunde ( Een wereld van verschil)

De methode Een wereld van verschil wordt in de groepen 4 t/m 8 gebruikt.
                                              10
De methode heeft de volgende uitgangspunten:
1.Er moet een goede interactie zijn tussen mens en omgeving.
Bij de kennismaking met regio's ligt de focus op de mens in zijn omgeving. Dit verschaft de
kinderen inzicht in de wederzijdse invloed van natuur en menselijk handelen. Ze kijken naar
de mens en zijn omgeving vanuit meerdere perspectieven.
2. Er wordt gewerkt met realistische (voor)beelden.
Een wereld van verschil biedt de kinderen een realistisch beeld van de werkelijkheid, zodat de
kinderen hun eigen leefwereld in de aardrijkskundelessen herkennen
3. Een exemplarische aanpak.
Het begrijpen en het kunnen verklaren van verschijnselen zijn in de methode erg belangrijk.
De methode gaat uit van voorbeelden die ook in veel andere situaties gelden.
4. Een gedegen aandacht voor topografie en kaartvaardigheid.
De kaartvaardigheid en de functionele topografie vormen een integraal onderdeel van de
lesinhoud.

3.12 Biologie en Techniek (In Vogelvlucht en Techniektorens)

In de kleutergroepen wordt met projecten gewerkt welke aansluiten bij onderwerpen die de
kleuters zelf aandragen, of samenhangen met bijvoorbeeld de verschillende seizoenen.
Er wordt naar school-t.v.“Koekeloere” gekeken, waarin ook natuurbeleving aan de orde komt.
Voor groep 3 zijn de lessen van “Huisje, Boompje, Beestje” de leidraad voor het
natuuronderwijs.
Vanaf groep 4 wordt de methode In vogelvlucht gebruikt; dit is een methode voor natuur en
techniek.
Alle groepen volgen eens per jaar veldlessen in de natuur o.l.v. “Het Dijkmagazijn”.

Het vak Techniek is, na een techniekplan te hebben geschreven, structureel ingevoerd en
heeft een vaste plaats op het lesrooster. We werken met Techniektorens.

3.13 Expressieactiviteiten

Er wordt elke week handvaardigheid / tekenen gegeven, soms in combinatie met
technieklessen. Er wordt gebruik gemaakt van bronnenboeken zoals Handvaardigheid, dat
moet je doen en er wordt gewerkt uit de serie Tekenvaardig. Alle onderdelen komen dan aan
de orde. Een doorgaande leerlijn wordt de komende jaren verder ontwikkeld. Voor drama en
muziekonderwijs wordt gebruik gemaakt van bronnenboeken en De Liedmachine.

3.14    Schrijven (Schrift)

We gebruiken de schrijfmethode Schrift. Deze methode begint in groep 1. De kinderen leren
goed kijken naar hun eigen schrift en naar lettervormen. Door goed te kijken krijgen ze meer
zicht op de ontwikkeling van hun eigen handschrift.

3.15    Lichamelijke oefening

De kleutergroepen gaan naar de speelzaal (in de school). Vanaf groep 3 gaan de kinderen 2x
per week naar de gymzaal. Ze krijgen daar oefeningen met toestellen en spellessen. In groep
4 en 5 wordt 1 gymles gebruikt voor het schoolzwemmen. Groep 3 maakt soms ook gebruik
van de speelzaal in school voor bewegingslessen.

3.16    Verkeer (Wijzer op Weg, Op voeten en fietsen en de Jeugdverkeerskrant)

De onderbouw en middenbouwgroepen gebruiken de methode Wijzer op Weg. De groepen 5
en 6 gebruiken Op voeten en fietsen en de groepen 7 en 8 werken met de bladen van VVN
                                              11
de Jeugdverkeerskrant. De kinderen van groep 7 doen in dit jaar het theoretisch en praktisch
verkeersexamen.

3.17 Cultuureducatie

In een vorig schooljaar heeft een teamlid, de interne cultuurcoördinator (icc-er), een cursus
cultuureducatie gevolgd. Hierover is op schoolniveau een Cultuur Beleids Plan geschreven
waarin staat beschreven hoe wij met cultuureducatie om willen gaan. Dit beleidsplan ligt op
school ter inzage. In het schooljaar ’11-’12 zal de icc-netwerkgroep, net als vorig schooljaar,
op “Beunings niveau” verder gaan met het Edu-art (kunst)programma voor de invulling op
gemeentelijk niveau.

3.18 Burgerschap

Actief Burgerschap en Integratie is een relatief nieuw vak in het basisonderwijs. De Fontein is,
mede door de brede identiteit, een [ÉÉN]school. Dat impliceert dat wij het vanzelfsprekend
vinden dat er aandacht aan dit onderwerp gegeven wordt. De methoden Leefstijl, Trefwoord
en Een doos met gevoelens, ondersteunen het omgaan met deze basiswaarden.
Jaarlijks wordt er met alle participanten van de brede school de Fontein een
[ÉÉN]schoolproject georganiseerd.

3.19    Bijzondere voorzieningen ten aanzien de leeractiviteiten

Het multifunctionele speelhuis.

In de kleuterklassen staan complete speelhuizen opgesteld. Naar een idee van een pedagoog
uit Italië verwezenlijkt in Reggio Emilia (Italië) Dit gaat uit van
de competentie (kinderen kunnen en willen leren) en
autonomie (zelfstandigheid) van kinderen mits de omgeving
verrijkend en uitdagend is om kinderen nieuwsgierig en dus
betrokken te maken. Bij pure betrokkenheid komt het echte
leren tot stand. Het speelhuis voldoet aan de eisen van
multifunctionaliteit. Het ene moment zal het een poppenhoek
zijn om vervolgens te kunnen worden veranderd in een winkel,
ziekenhuis, postkantoor, slaapkamer van de Sint enz. In het speelhuis wordt een levensechte
situatie gecreëerd. Het winkelspel is een belangrijk onderdeel van het speelhuis. Leren komt
tot stand in een zinvolle omgeving, maar ook door de omgeving te verrijken is de
betrokkenheid van kleuters groter. Pas bij echte betrokkenheid komt echt leren optimaal tot
stand. Voor de jongste kleuters is het een geruisloze overgang van de veilige thuisomgeving
naar het speelhuis op school.

De documentatie- en computerhoek

In deze hoek kunnen kinderen zelfstandig informatie opzoeken die ze kunnen verwerken in
een werkstuk of spreekbeurt. De kinderen leren hoe ze, zowel op de computer als in boeken,
informatie handig kunnen opzoeken.

De oriëntatie- en science-hoek

Deze hoek zal in dit schooljaar van opzet veranderen. Voorheen werkten ouders/vrijwilligers
met kleine groepjes kinderen over specifieke onderwerpen en deden proefjes. Door
onvoldoende begeleiding is het tijd voor vernieuwing. Het accent zal nu veel meer komen te
liggen op taal-, lees-, en bibliotheek activiteiten. Een werkgroepje volgt hiervoor een cursus.

                                               12
Hoofd stuk 4         De zorg voor onze leerlingen

4.1    Het volgen van de ontwikkelingen van de kinderen in school

De Fontein is een zorgzame school. Hiervoor hebben we een interne commissie leerlingenzorg
waarin de intern begeleider (i.b.-er)/ remedial teacher (r.t.-er) en een contactpersoon vanuit
de directie zitting hebben. De r.t.-er/ i.b.-er houdt zich bezig met de extra zorg aan kinderen
en hierover vindt regelmatig overleg plaats om zaken goed op elkaar af te stemmen. De taak
van de commissie leerlingenzorg is om o.a. de leerkracht behulpzaam te zijn bij het
ontwikkelen en zoeken van speciaal ortho-didactisch materiaal. Dit geldt voor snellere
leerlingen, maar ook voor zwakkere leerling. Tevens wordt er hulp gegeven aan leerlingen
waar het nodig is. Deze extra hulp wordt in de klas voortgezet.
Er is van iedere leerling een dossier. Hierin worden toetsgegevens, gegevens van logopedie,
testuitslagen, handelingsplannen voor zwakkere en snellere leerlingen en dergelijke
opgeslagen. Het leerling-dossier bevat ook gegevens over de sociaal-emotionele ontwikkeling
van de leerlingen. Het leerlingvolgsysteem van de cito en de leerlingendossiers worden op een
centrale plaats in de school bewaard. Ze worden gedurende de hele schoolperiode van het
kind aangevuld.

Op de teamvergaderingen is ruimte gepland voor de leerlingenbespreking. Naast de
toetsbesprekingen heeft een leerkracht 3x per jaar gesprekken met de rt-er/ib-er, over alle
kinderen. De rt-er/ib-er koppelt dit terug naar de zorgcommissie. Indien deskundige hulp
moet worden ingeschakeld, bijv. Marant, of maatschappelijk werk loopt de aanvraag via de
interne begeleider, nadat ouders toestemming hebben verleend.

De Fontein streeft naast leerresultaten meer doelen na.

Naast het aanleren van basisvaardigheden, binnen de mogelijkheden van een kind, is ook het
plezier hebben in het vergaren van kennis, zelfstandig werken, het samenwerken en spelen
met anderen, verantwoording nemen voor het eigen handelen van belang. De laatst
genoemde kwaliteitsaspecten laten zich moeilijk meten. Toch vinden wij ze ook van grote
waarde omdat het belangrijke factoren zijn voor een succesvolle schoolloopbaan en als
voorbereiding op het voortgezet onderwijs.

4.2    Het leerlingvolgsysteem (LVS)

De ontwikkeling (waaronder toetsresultaten) van de leerlingen wordt gevolgd en vastgelegd in
het leerlingvolgsysteem (LVS) van Cito. (het LVS van Esis wordt nader bekeken)
In de kleutergroepen gebeurt dit vooral door observaties en het invullen van de notatie- en
registratielijsten van “Kijk” waarbij 17 ontwikkelingsgebieden in kaart worden gebracht.
Daarnaast worden 2 keer per jaar de cito-toetsen: taal voor keuters, ordenen, ruimte en tijd
bij zowel de jongste als oudste kleuters afgenomen. Ook de signaleringslijsten van het
protocol dyslexie maken onderdeel uit van het LVS.
Vanaf groep 3 wordt het dagelijkse schriftelijke werk zoveel mogelijk door de leerkracht
nagekeken. Naarmate leerlingen in hogere groepen komen leren zij ook hun eigen werk na te
kijken. De verslaglegging van dit dagelijks werk en de methodegebonden toetsen gebeurt in
eerste instantie in de klassenklapper van de leerkracht.

Vanaf groep 3 maken we gebruik van de onderstaande landelijk genormeerde Cito-toetsen:
*AVI/DMT en protocol dyslexie (lezen)          *begrijpend lezen
*spelling                                      *rekenen
*entreetoetsen voor groep 6 en 7               *cito eindtoets voor groep 8

                                              13
Deze eindtoets is mede van belang bij het verwijzen van kinderen naar het voortgezet
onderwijs

Alle toetsmomenten staan op de jaarplanner voor ouders vermeld en worden herhaald in de
agenda onderaan de waterbrief.

Na verwerking van de resultaten ontstaat er een beoordeling die varieert van
A t/m E. De betekenis van de letters moet als volgt gelezen worden:

A     Goed tot zeer goed
      Ruim voldoende tot goed, iets boven landelijk
B
      gemiddelde

C     Matig tot voldoende, iets onder landelijk gemiddelde

D     Zwak tot matig, ruim onder landelijk gemiddelde

E     Zwak tot zeer zwak

Na de toetsperioden krijgen de kinderen hun rapport mee waarop bovenstaande beoordeling
wordt vermeld. Ook het niveau waarop de leerlingen presteren wordt aangegeven door een
hoofdletter M of E. (M3 betekent: leerstofbeheersing niveau midden groep 3; E5 betekent:
leerstofbeheersing eind groep 5).
Het LVS maakt het mogelijk de prestaties van de kinderen door de hele basisschool te volgen.
Op de Fontein zijn de criteria voor zittenblijven vastgelegd; deze zijn op school ter inzage.

4.3    Rapporten

In de groepen 1 en 2 krijgen de kinderen 2 keer per jaar een rapport mee, vanaf groep 3
gebeurt dat 3 maal per jaar. N.a.v. het rapport worden contactavonden gepland waarin de
ouders in een 10-minutengesprek het welbevinden, de ontwikkeling en leervorderingen van
hun kind(eren)kunnen bespreken. Bij “zorg”leerlingen zijn de contacten ouders/school
intensiever en de r.t./ib-er is er nadrukkelijker bij betrokken.
Natuurlijk is er altijd gelegenheid voor ouders en leerkrachten om tussendoor een afspraak te
maken met elkaar.

4.4    De begeleiding van kinderen naar het voortgezet onderwijs.

Bij het geven van adviezen voor het voortgezet onderwijs gaat de leerkracht uit van een
aantal gegevens die hij heeft verzameld:
Dit zijn in de eerste plaats de gegevens van het cito-LVS in groep 7 en 8 en de
methodegebonden toetsen.
In februari is er de cito-eindtoets. De scholen voor voortgezet onderwijs hechten veel waarde
aan deze toets. De eindtoets geeft een beeld van de basisvaardigheden van de kinderen.
Omdat deze toets landelijk wordt afgenomen kan de toetsuitslag vergeleken worden met een
landelijk gemiddelde.
Daarnaast is het beeld dat de groepsleerkracht van het kind heeft erg belangrijk. Hij kent niet
alleen de intellectuele capaciteiten van het kind, maar kan ook een oordeel geven over de
inzet, de werkhouding en het functioneren van het kind.

De procedure is als volgt
In september worden ouders van de groepen 7 en 8 uitgenodigd voor een eerste oriëntatie op
het voortgezet onderwijs.
                                              14
Er wordt een voorlichtingsavond gegeven, waarop docenten van de scholen voor voortgezet
onderwijs uit de regio over hun school voorlichting geven. Deze avond is bestemd voor alle
ouders van kinderen van groep 8 en eventueel groep 7.
In januari, februari is er een individueel gesprek tussen de ouders en de leerkracht van groep
8, waarbij het gaat om de schoolkeuze. De mening van de groepsleerkracht en de uitslag van
de cito-toets zijn hiervoor mede bepalend.
Voor 1 maart moeten kinderen zijn aangemeld op de nieuwe school. Hiervoor zijn er op de
scholen voor voortgezet onderwijs open dagen. Ouders kunnen deze samen met hun kind
bezoeken.

4.5    Resultaten/ opbrengsten

De gegevens van de cito-eindtoets liggen op school ter inzage. Schooljaar 2010/2011
scoorden we op het landelijk gemiddelde. Om u te informeren naar welke vormen van
voorgezet onderwijs onze leerlingen doorstromen, volgt hieronder een overzicht van de
De Fontein over de afgelopen 4 jaar:

Schooljaar:       P/LWOO          BASIS/VMBO VMBOt/HAVO HAVO/VWO                          VWO
2007-2008:                                               25%                            37,50%
2008-2009              14%             50%                                 22%
2009-2010:             10%             40%               30%               20%
2010-2011:                             16%               50%               34%

4.6    Huiswerk op de Fontein.

Over huiswerk zijn de volgende afspraken gemaakt
•Vanaf de herfstvakantie mogen leerlingen van groep 3 op vrijwillige basis een boekje
meenemen van school om thuis te lezen.
•In groep 4 komt het eerste echte huiswerk: de dicteewoordjes en de tafels oefenen.
•In groep 5 komt daar topografie nog bij.
In deze groep zal ook thuis gewerkt worden aan een boekbespreking, werkstuk of een
spreekbeurt.
•Vanaf groep 6, 7 en 8 komt daar nog huiswerk voor geschiedenis en aardrijkskunde bij.
●In groep 8 gaat ook al het werk wat niet af is mee naar huis. Ze moeten dit thuis afmaken
en de volgende dag meenemen naar school.

Soms heeft een leerling tijdelijk wat moeite met een bepaald vak b.v. lezen, of de getallenlijn;
extra oefenen thuis is dan gewenst. Deze kinderen krijgen dan wat extra oefenwerk mee naar
huis.

4.7    Passend onderwijs

Onder passend onderwijd wordt verstaan: het onderwijsaanbod aanpassen aan de
onderwijsbehoefte van het kind.

De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
Onze identiteit en onderwijsvisie hebben uiteraard grote
gevolgen voor de leerlingenzorg. De twee uitspraken
“ieder kind is uniek” en “eruit halen wat erin zit”, kunt u
in de hele school terugvinden dus ook in de
leerlingenzorg. De zorg voor leerlingen begint uiteraard
met kwalitatief goed onderwijs. De leerkrachten
begeleiden de leerlingen optimaal en richten het
                                               15
onderwijs zo in dat kinderen kennis en leerervaringen kunnen opdoen.
Door het LVS kan in een vroegtijdig stadium ontdekt worden of er sprake is van leer- of
gedragsproblemen of een achterstand. Ook hoogbegaafdheid kan op deze manier eerder
ontdekt worden. Wij vinden het belangrijk dat er voor deze kinderen speciale aandacht is.
Ook willen we er rekening mee houden dat bepaalde ontwikkelingen in de privéomgeving van
het kind invloed kunnen uitoefenen op gedrag of leercapaciteiten zoals een verhuizing, een
scheiding van ouders, langdurig verzuim en ziekte. Wij proberen het kind dan de aandacht te
geven die het nodig heeft. Een goed contact met gedeelde zorg tussen ouders/verzorgers en
school is hierbij het uitgangspunt.

4.7a Begeleiding van (hoog)begaafde kinderen
Verschillende leerkrachten hebben zich verdiept in (hoog)begaafdheid. Is er vermoeden van
hoogbegaafdheid dan starten we met een signaleringstoets en bekijken de cito-score (hoge A)
Om (hoog)begaafdheiddefinitief vast te stellen is een deskundig onderzoek noodzakelijk; bijv.
bij het CBO (Centrum voor Begaafdheidsonderzoek) te Nijmegen.
(Hoog)begaafdheid kan gepaard gaan met afwijkend gedrag, waardoor een leerling grote
moeite kan hebben zich een plaatsje in de groep te verwerven. Wij besteden veel aandacht
aan een veilige klassenomgeving.
Ten aanzien van de leerstof zijn er diverse mogelijkheden voor begeleiding.
-1: Compacting, d.w.z. het laten maken van een minimale hoeveelheid stof. Erg intelligente
kinderen hoeven minder te oefenen om de stof door te krijgen, te veel van hetzelfde werkt
verveling en als gevolg daarvan onderpresteren in de hand.
-2: Verrijking. Wij bieden stof aan met meer uitdaging. Op rekengebied kan dit bijvoorbeeld
deelname aan de extra wiskundeles m.b.v. de methode Vierkant voor wiskunde . Daarnaast
hebben we de beschikking over werkbladen van Vooruit, door het CBO ontwikkelde leerstof op
diverse vakgebieden, die verder gaat dan de methoden.
-3: Versnelling. Dit betekent dat leerlingen een jaar versneld kunnen doorlopen. Dit kan alleen
op het moment dat het kind qua kennis en vaardigheden ver boven zijn/haar leeftijdsgenoten
uitsteekt; en als wij denken dat de leerling het sociaal-emotioneel ook kan.
Wij begeleiden dit proces intensief, en sturen bij waar nodig.
-4: Extra vakken: we bieden leerlingen Spaans en/of Wiskunde en Techniek.
In alle gevallen proberen wij in groepjes te werken. Communicatie over dingen is erg
belangrijk, temeer omdat kinderen anders grote risico’s lopen een eenling te worden in de
groep.

4.7b  Begeleiding leerlingen met een achterstand.
Indiende ontwikkeling van leerlingen vertraging oploopt volgen we de volgende procedure:
    1.Signaleren
    2.Analyseren
    3.Extra aandacht plaats binnen het groepsplan
    4.De i.b.-er is op de hoogte; ouders worden geïnformeerd
    5.Evaluatie eerste periode en zo nodig opnieuw extra aandacht binnen groepsplan
    6.Blijft bevredigend resultaat uit dan kan externe hulp, via de i.b.-er, worden
      ingeschakeld (ouders zijn hier uiteraard van op de hoogte)
   7. Een extern onderzoek volgt waarbij ouders schriftelijk toestemming moeten geven
   8. De aanvraag voor een extern onderzoek loopt via de Permanente Commissie
      Leerlingenzorg (PCL)
   9. Onderzoek vindt plaats; de uitslag bepaalt b.v. een:-aangepast programma of
                                                       -een individuele leerlijn of
                                                       -verwijzing naar een andere school

Voor kinderen die veel meer of minder presteren dan hun groepsgenoten is er de mogelijkheid
te versnellen of te doubleren. Beslissingen hierover worden in overleg met de interne

                                              16
leerlingenbegeleider en vaak ook na advies van de schoolbegeleider, samen met de ouders
genomen.

4.8    De procedure bij verwijzing naar het speciaal onderwijs

Als onze school, een school voor gewoon basisonderwijs, niet in staat is om passend
onderwijs te geven vindt er met de ouders overleg plaats over plaatsing op een school voor
speciaal onderwijs.
De wet op het primair onderwijs en de wet op de expertisecentra bieden de volgende
mogelijkheden:
a. De kinderen kunnen speciaal onderwijs krijgen op een speciale school voor basisonderwijs
(In Beuningen is dat de school Klavervier)
b. De kinderen kunnen onderwijs krijgen op een zeer speciale school voor basisonderwijs,
verbonden aan een Regionaal Expertisecentrum, ook wel REC-school genoemd. In ons land
kennen we 4 typen REC- scholen:
Cluster 1: scholen voor kinderen die blind of slechtziend zijn
Cluster 2: scholen voor kinderen die doof of slechthorend zijn of ernstige spraak en/of
           taalmoeilijkheden hebben.
Cluster3: scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen
Cluster4: scholen voor langdurig zieke kinderen, of kinderen met een lichamelijke handicap,
            ernstige gedrag- en opvoedingsproblemen.
c. Een kind kan op een gewone basisschool of op een speciale school voor basisonderwijs
speciaal onderwijs krijgen als het een toelaatbaarheidverklaring voor een REC-school heeft.
We spreken hier dan van een kind met een rugzak.
Genoemde wetten komen tegemoet aan de toenemende vraag uit de samenleving om
kinderen met een beperking zoveel mogelijk in hun eigen woonomgeving onderwijs te laten
krijgen. Verder wordt via beide wetten het recht van ouders op vrije onderwijskeuze voor hun
kind verstrekt. Het wettelijke recht op keuzevrijheid betekent niet dat kinderen automatisch
toegang krijgen tot iedere school. Een school voor gewoon basisschool mag een kind
weigeren als daar goede redenen voor aan te wijzen zijn.

4.8a     Speciale onderwijszorg op een speciale school voor basisonderwijs
         (Klavervier)
Als ouders na overleg met de school denken dat hun kind het beste geplaatst kan worden op
een speciale school voor basisonderwijs (In Beuningen is dat school “Klavervier”) dan meldt
de school het kind aan bij het Zorgteam Onderwijs Beuningen (ZOB) / Zorg Advies Team
(ZAT).
•Het ZOB stuurt voornamelijk de zorg op scholen aan, een snelle indicatiestelling kan
vastgesteld worden en handelingsgerichte adviezen worden afgegeven. Het is nu mogelijk
om elke week de hulpvraag aan het zorgteam voor te leggen; voorheen kon dat maandelijks
bij de PCL.
•Het ZAT werkt voor alle basisscholen in het samenwerkingsverband Beuningen en brengt
verschillende vormen van zorg en hulpverlening voor jeugdigen en hun ouders dichtbij of in
de scholen. De zorg die het ZAT biedt, sluit aan bij de interne- en bovenschoolse
leerlingenzorg van de scholen. Er vindt een afstemming plaats tussen de diverse instanties ten
behoeve van de meest geschikte hulp, rekening houdend met de eventueel gelijklopende
trajecten. Het multidisciplinaire team biedt het kind, de ouders en de school informatie en
advies, aanvullende screening en indicatiestelling, licht ambulante hulp en hulp bij
crisissituaties. De intern begeleider speelt hierin een belangrijke rol. Hij/zij begeleidt de ouders
in de route die gelopen moet worden; is verantwoordelijk voor de coördinatie van de zorg en
heeft de regie over de schoolnabije zorg. Zo geldt dat ook voor het aanmelden van
zorgleerlingen bij het ZOB/ZAT. De ouders geven toestemming aan de school om hun kind
aan te melden bij het ZOB/ZAT en kunnen, indien gewenst, uitgenodigd worden om tijdens
een ZOB/ZAT bijeenkomst hun uitleg over het probleem te geven.
                                                17
Voor leerlingen die naar het speciaal basisonderwijs moeten, zal de permanente commissie
leerlingenzorg (PCL) een beschikking moeten afgeven. Het besluit voor het afgeven van een
beschikking is gebaseerd op recente informatie van het ZOB/ZAT, de school en eventueel
externen. De uitslag van de PCL zal altijd door de coördinator van de school met de ouder
worden besproken.
De toelatingsprocedure staat beschreven in het zorgplan van het Beuningse Weer Samen Naar
School Samenwerkingsverband, waarvan onze school deel uit maakt. Dit zorgplan ligt op
school ter inzage.

4.8b Speciale onderwijszorg op een REC- school
Als ouders, na overleg met de school, denken dat hun kind het beste op zijn plaats is op een
van de REC-scholen, dan kunnen ze hun kind aanmelden bij een Centrale Commissie voor
Indicatiestelling.

4.8c    Speciale onderwijszorg op onze basisschool met een
        toelaatbaarheidverklaring van het REC (een kind met een rugzak)
Als ouders van een kind met een toelaatbaarheidverklaring voor een REC-school denken dat
hun kind ook speciaal onderwijs kan volgen op onze basisschool hanteren wij de volgende
uitgangspunten en aanmeldingsprocedure:
Over elke leerling met een rugzak die op onze school wordt aangemeld nemen wij een
individueel besluit. Bij dit besluit laten wij ons leiden door het belang van het kind en de
mogelijkheden van onze school om verantwoord speciaal onderwijs te geven.
Scholen die vallen onder Stichting Oeverwal kiezen voor de zgn. “een-zorg-route”, dat
betekent een streven om alle kinderen binnen de scholen te houden met afstemming op de
speciale behoeften van een kind.

4.9    GGD

Onderzoek van de GGD op de school
De afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD Nijmegen volgt alle 0 tot 19-jarigen in hun
ontwikkeling. Daardoor is het mogelijk gezondheidsrisico’s op te sporen en
gezondheidsproblemen vast te stellen. Om gezondheidsproblemen te voorkomen richt de GGD
haar aandacht niet alleen op individuele leerlingen, maar ook op een groep leerlingen.
Samenstelling team:
Jeugdarts:                    Marianne Pieper
Sociaal verpleegkundige:       Warden Wolfert
Doktersassistente:             Lomee Kokke

Onderzoek in groep 2
De GGD nodigt u en uw kind, als het vijf jaar is, uit voor een
lichamelijk onderzoek door de jeugdarts en de doktersassistente.
Daarnaast vindt er een gesprek plaats over de algemene ontwikkeling
van uw kind met vragen zoals; Hoe gaat het met uw kind thuis en op
school? Vindt uw kind het leuk op school? Wat doet het graag? Is het
erg moe, prikkelbaar?

Onderzoek in groep 7
De sociaalverpleegkundige kijkt samen met u naar de ontwikkeling van uw zoon of dochter.
Uw kind wordt gemeten en gewogen, er wordt gekeken naar de houding en op verzoek kan
het horen en het zien worden getest. Daarnaast wordt er gepraat over bijvoorbeeld voeding,
slapen, seksuele ontwikkeling, spelen en de omgang met andere kinderen.



                                              18
Controles
Het kan noodzakelijk zijn dat uw kind nog eens gecontroleerd wordt. We spreken dan met u
af dat uw zoon of dochter hiervoor op een later tijdstip uit de klas wordt gehaald. Op verzoek
kunt u hierbij aanwezig zijn.

Logopedie
De scholen in Beuningen worden bezocht door een logopedist(e) vanuit de gemeente
Wychen. Een logopedist is er voor alle problemen die te maken hebben met spreken en
verstaan. Het gaat hier om problemen op het gebied van:
- Adem en heesheid of ademen door je mond.
- Spraak, zoals onduidelijk spreken, het niet goed uitspreken van klanken of stotteren.
- Taal zoals een vertraagde taalontwikkeling of onvoldoende taalbegrip en taalgebruik.
- Gehoor zoals verminderde klankwaarneming of slechthorendheid.
In het algemeen wordt een kind voor het eerst door de logopedist bij de screening van de
oudste kleuters gezien. De screening is een kort logopedisch onderzoek voor alle kinderen uit
groep 2. Voor dit onderzoek komt een kind alleen of met een klasgenootje ongeveer 15
minuten bij de logopedist. Door middel van o.a. woorden nazeggen, opdrachten uitvoeren en
een praatje maken, wordt een indruk gekregen van de uitspraak, stem, taal en gehoor van
een kind. Er is dan een aantal mogelijkheden:
        - Er zijn geen bijzonderheden.
        - Er zal een nader onderzoek worden gedaan om eventuele problemen beter in kaart
          te brengen. Er wordt bijvoorbeeld een taaltest afgenomen.
        - Er kunnen oefenstappen worden gegeven aan kinderen waarbij verwacht wordt dat
          behandeling elders niet nodig is.
        - Het kind wordt genoteerd voor een controle indien het niet direct in aanmerking
          komt voor behandeling, maar deze op langere termijn eventueel wel nodig heeft
        - Ouders worden opgeroepen voor een gesprek in verband met adviezen waarmee de
          logopedist hen van dienst kan zijn, wanneer het kind direct geholpen moet worden
          spreekproblemen, of indien het wenselijk is om een kind nader te laten met zijn
          onderzoeken door een huisarts of specialist.
De kinderen uit de andere groepen worden gezien als ze op de controlelijst staan, naar
aanleiding van eerdere bevindingen of op verzoek van leerkrachten of ouders. De
bovenstaande mogelijkheden gelden voor hen vanzelfsprekend ook. In de eerste helft van het
schooljaar wordt school voor school rondgegaan om de lopende behandelingen te controleren.
De screening van kleuters, wat betreft spraak, taal, stem, gehoor en stotteren, vindt op
dezelfde manier plaats in november. Na de voorjaarsvakantie zal de logopedist(e) een morgen
of middag op onze school aanwezig zijn om de kinderen met kleine spraakproblemen te
helpen met oefeningen. Ouders en leerkrachten kunnen altijd vragen of hun kind bekeken kan
worden.
Vragen:
Voor vragen en andere informatie kunt u terecht bij; Logopedische dienst Maas en Waal.
Correspondentieadres:                                Postbus 9000, 6600 HA Wychen
Telefonisch spreekuur van de logopediste             Josefine van Heijst
j.vanheijst@logopedischedienst.nl                    telefoon: 024-6630889
Tijdens de schoolweken heeft zij op donderdagmiddag tussen 16.45 en 17.45 u een
telefonisch spreekuur

4.10 Het schoolmaatschappelijk werk

Als een ouder gebruik wil maken van het spreekuur van de maatschappelijk werker op school
meldt hij of zij dit bij de ib-er.
Er moet een aanmeldingsformulier voor dit spreekuur worden ingevuld en een afspraak
worden gemaakt. Indien nodig vindt er na het gesprek van de maatschappelijk werker met de

                                              19
ouders een terugkoppeling naar school plaats. Voor deze terugkoppeling is de toestemming
van de ouders nodig.

4.11 Bureau Jeugdzorg

Als het gedrag van een kind extra aansturing vraagt, wordt er contact gezocht met de ouders
om te bekijken welke mogelijkheden er zijn om hierin verandering te brengen. Soms kan het
nodig zijn, dat andere instanties worden ingeschakeld om tot een oplossing te komen. Het is
aan de ouders om bureau jeugdzorg in te schakelen.
Bureau Jeugdzorg Gelderland, Graafseweg 104, 6512 CH Nijmegen. Telefoon: 024-3772540
Postadres: postbus 511, 6500 AM Nijmegen




                                            20
Hoofdstuk 5           Regels

5.1    School- en leefregels

De Fontein wil in de eerste plaats een veilige school zijn. Vooral voor onze kinderen maar ook
voor leerkrachten en ouders. Dit betekent dat ouders, kinderen en leerkrachten op basis van
gelijkwaardigheid respectvol met elkaar omgaan. Hier horen een aantal leefregels bij.

Schoolverzuim en verlof
Kleuters zijn vanaf hun vijfde jaar leerplichtig. Vijfjarigen mogen gebruik maken van een
aparte regeling: Als uw kind de volle schoolweek op deze leeftijd nog niet aankan mag het
enkele uren per week (5 tot 10 uur) met een maximum van 10 schooldagen per jaar thuis
blijven in overleg met school. Dit geldt niet voor incidentele situaties; dat wil zeggen dat u uw
5 jarig kind niet zomaar voor een dagje van school mag laten wegblijven.

Afspraken met dokter en tandarts dienen zoveel mogelijk buiten de schooltijden te gebeuren,
lukt dat niet dan kunt u voor uw kind vrij van school vragen.
Als uw kind ziek is, of om andere redenen niet naar school kan komen, dan willen we hiervan
graag zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht.
Het toezicht op het schoolverzuim is de laatste jaren strenger geworden.
Zo mag er de eerste twee weken na de zomervakantie geen verlof worden gegeven
Aanvragen voor vakantie of verlof buiten alle schoolvakanties moeten schriftelijk bij de
directeur worden ingediend. Hiervoor moet een aanvraagformulier worden ingevuld. Alleen bij
gewichtige redenen wordt toestemming verleend. In de witte kast in de hal liggen
informatiefolders hierover ter inzage. Gevallen van ongeoorloofd schoolverzuim moeten en
zullen worden doorgegeven aan de ambtenaar van de Leerplichtwet.

Hoe gaan wij naar binnen?
De deur bij de kleuteringang wordt om 8.20 uur open gezet, zodat u uw kind rustig in de
klas kunt brengen. U kunt tevens van de gelegenheid gebruik maken een korte mededeling te
doen of een afspraak met de leerkracht te maken. Om de zelfstandigheid van de kinderen te
stimuleren is het belangrijk dat de kinderen zelf hun jas uitdoen, ophangen en zelf hun tas en
beker wegzetten.
Als de bel om 8.25 uur gaat gaan de groepen 3 t/m 8 bij de eigen leerkracht in de rij staan.
Ze gaan groep voor groep naar binnen. (Dit geldt ook voor het speelkwartier en de middag).
Zo is er toezicht en zijn kinderen niet zonder leerkracht in de klas. ’s Ochtends gaan de
kinderen eerst naar de eigen klas om vervolgens uiteen te gaan voor Trefwoord.
Alle leerkrachten begeleiden de groep aan het einde van de ochtend en middag naar buiten.

Praktische regels om te weten:
    Breng uw kinderen op tijd naar school, zodat de leerkrachten in alle rust met de hele
      groep kunnen beginnen.
    Laat jongere broertjes / zusjes niet in de hal spelen.
    Als de bel gaat, wordt de klassendeur gesloten, de ouders gaan naar huis, zodat de
       lessen kunnen beginnen.
    Bij het ophalen vragen wij u niet eerder dan vijf minuten voor de eindtijd aanwezig te
      zijn en te wachten op het plein totdat de kinderen naar buiten komen. Gezien de
      ligging van de lokalen t.o.v. het plein vragen we u dringend om niet voor de ramen
      van de klaslokalen te wachten. Kinderen zijn dan onmiddellijk afgeleid en de leerkracht
      kan dan niet naar behoren de dag of het dagdeel afsluiten.
    Verder verzoeken we u, uw auto op de daarvoor bestemde plaatsen te parkeren, zodat
       iedereen vrij zicht heeft en er geen onveilige situaties ontstaan.

                                               21
      Tijdens de schooluren houden de leerkrachten toezicht op het schoolterrein vanaf 10
       minuten voor schooltijd. De kinderen worden verzocht dan pas naar school te komen.
      Na de lessen wordt er van de kinderen verwacht dat zij meteen naar huis gaan. Er
       wordt geen aansprakelijkheid aanvaard buiten de genoemde periode. Toezicht houden
       op de openbare weg valt buiten de verantwoording van de leerkrachten, uitgezonderd
       bij activiteiten in schoolverband.
      Spelen op de speelplaats buiten de genoemde periode is niet toegestaan en valt dan
       ook onder verantwoordelijkheid van de ouders.
      Het is wenselijk dat kinderen die dicht bij school wonen niet per fiets komen.
      Opgelopen beschadigingen aan de fiets zijn voor eigen risico.
      Wilt u alle kleding, die regelmatig mee naar school wordt genomen, van naam
       voorzien, zodat de eigenaar altijd kan worden gevonden. Dit geldt speciaal voor gym-
       en zwemkleding maar ook voor laarzen, wanten e.d. Ook is het fijn als u de naam van
       uw kind op bekers en broodtrommels zet.
      Contacten met leerkrachten graag na schooltijd. De leerkracht heeft dan meer tijd om
       met u te praten. U kunt altijd een afspraak maken. De schoolleiding heeft geen vast
       spreekuur. Maak dus even een afspraak als u hen wenst te spreken.
      Ziekmeldingen kunnen telefonisch tussen 8.00 en 8.20 uur worden doorgegeven.
   _   Onder schooltijd kan de leerkracht niet uit de klas worden gehaald.




       Jarige kinderen mogen hun klasgenootjes trakteren. We vragen u, uw kind
       eenvoudige, liefst hartige traktaties, zoals een blokje kaas, een stukje worst, een
       prikker met iets hartigs, mee te geven. Zoetigheid heeft op school te lang de kans om
       op de gebitten in te werken en heeft dus een schadelijke invloed.
      Zo nu en dan zullen wij de kinderen vragen zogenaamd kosteloos materiaal ( w.c.-
       rolletjes,doosjes, boterbakjes etc.) mee naar school te nemen. In verband met de
       beperkte opslagruimten vragen we dit alleen mee te geven op ons verzoek.
      De fruitkring is een gezond tussendoortje! ‘s Morgens kunnen kinderen iets te eten
       en/of te drinken meenemen, zij eten dit in de klas op. Eerder hebben we uitgebreid
       aandacht besteed aan “een gezond 10-uurtje”. Wilt u dus geen snoep, limonade of
       andere ongezonde hapjes/drankjes meegeven? Sinaasappels en ander lastig fruit s.v.p.
       gepeld meegeven. Het is een tussendoortje; geef dus niet te veel mee.
      Mobieltjes mogen niet aan tijdens de schooltijd en het overblijven.

Hoofdluis
In samenwerking met de oudervereniging worden de kinderen, op woensdag na iedere
vakantie, op hoofdluis gecontroleerd. Dit wordt gemeld in de weekbrief. Mocht een kind
besmet zijn, dan wordt er contact met u opgenomen met het verzoek om het kind te
behandelen. Zo hopen we een mogelijk hardnekkig en vervelende situatie te voorkomen.

Regels tegen pestgedrag
De Fontein heeft een “Pestprotocol” dat op school ter inzage ligt en ook op de website van de
school te vinden is.
Helaas komt pesten voor. Pesten is afschuwelijk en er moet zo snel mogelijk ingegrepen
worden om deze situatie te veranderen. Er is een duidelijk verschil tussen pesten en plagen.
Kinderen die elkaar plagen kunnen elkaar wel aan, nu eens plaagt de een dan de ander. Na
een tijdje maken ze het samen weer goed. Bij pesten is dit anders; de een (of groep) is altijd


                                              22
sterker dan de ander. Een kind dat gepest wordt is steeds het mikpunt. Bovendien is het vaak
al een hele tijd aan de gang zonder dat iemand dat in de gaten heeft.
Wij op onze school, willen dit probleem bij de wortel aanpakken en gaan volgens
onderstaande stappen te werk.
Een leerkracht en/of ouders signaleren iets dat in deze richting wijst.
De leerkracht en/ouders bieden het gepeste kind ruimte om in vertrouwen te praten.
Ouders /leerkracht houden steeds contact over de ontwikkeling in de groep.
De leerkracht houdt lessen/gesprekken over dit onderwerp om meer inzicht te geven en
uiteindelijk tot een positieve gedragsverandering te komen.
Zo nodig kan de intern begeleider worden ingeschakeld voor verdere begeleiding van kind of
kinderen. Leerkrachten en ouders worden door informatie hierbij betrokken.
Belangrijk vinden wij dat thuis en op school dezelfde werkwijze gehanteerd wordt om voor het
kind de situatie niet verder te bemoeilijken.
Het eenzijdig het recht in eigen hand nemen wijzen we af.
Meer informatie over dit onderwerp is op school aanwezig.

De regels komen voortdurend aan de orde in de groepen. De regels zijn bewust positief
gesteld; we kiezen ervoor elkaar positief te benaderen. Dat is ook de insteek die we kiezen,
bijvoorbeeld in geval van pestgedrag.

Er bestaan ook ‘gewone’ afspraken, die belangrijk zijn voor het dagelijks reilen en zeilen van
de school. Bijvoorbeeld:
Op het plein: “Veilig samen spelen"
     Er wordt niet in het fietsenhok gespeeld.
     Pleinwacht is er 10 minuten voor de schooltijden en in de pauzes.
     Voor de veiligheid kan een aantal dingen niet zoals spelen met stokken.
     Er worden geen attributen en planten vernield; kinderen mogen niet in de struiken
       spelen.
     De vuilnisbakken worden gebruikt, zodat het plein er netjes uitziet.
     Na schooltijd is het plein geen speelplaats.
     Fietsen dienen in het fietsenhok geplaatst worden. Kinderen uit de hogere leerjaren
       zetten ze in de hoge rekken, kinderen uit de lagere leerjaren in de lagere rekken.
     Op het schoolplein mag niet gefietst worden.

5.2    Organisatie en regels die gelden bij het overblijven en
       buitenschoolse opvang

Uw kind kan desgewenst in de middagpauze overblijven. De Fontein en de oudervereniging
hebben het overblijven samen georganiseerd. De overblijfkrachten zijn geschoold en
begeleiden het overblijven van kinderen professioneel.
Voor het eten is er een moment van stilte om kinderen, die dat willen, gelegenheid te geven
te bidden. Kinderen nemen zelf hun lunchpakket mee en onder toezicht van overblijfmoeders
wordt er gezamenlijk gegeten. Als er veel kinderen overblijven zijn er meer overblijfkrachten
aanwezig (ca 1 overblijfkracht op 10 kinderen). Na het eten gaan de kinderen bij goed weer
buiten spelen, bij slecht weer blijven ze binnen en gaan ze lezen, spelletjes doen of knutselen.
Voor het overblijven wordt een vergoeding gevraagd.
Per keer (incidenteel)         € 2,00
Kleine kaart (12x)             €20,00
Grote kaart (24x)              €38,00
Een overblijfkaart is enerzijds voordeliger voor de overblijvers, anderzijds wordt de financiële
administratie er eenvoudiger door. We vragen u daarom zoveel mogelijk gebruik te maken
van overblijfkaarten en alleen per keer te betalen als uw kinds slechts incidenteel overblijft.
Uit de opbrengsten van het overblijven worden de overblijfouders betaald. Verder worden er

                                               23
regelmatig nieuwe overblijfspullen aangeschaft en krijgen de kinderen met feestdagen een
aardigheidje.

Regels
-De kinderen gaan om 12.00 uur rustig naar de hal en nemen plaats aan tafel. Er wordt
 stilte gevraagd zodat kinderen die willen kunnen bidden.
-Er wordt tot 12.15 uur gezamenlijk gegeten. Liever geen snoep en zeker geen lollies
 meegeven.
-Na het eten ruimen de kinderen hun eigen spullen en tassen op.
-Vanaf 12.15 uur gaan de kinderen naar buiten, bij slecht weer blijven ze binnen.
-Kinderen die buiten zijn, mogen alleen met toestemming van de overblijfouder naar binnen.
-De kinderen blijven ten alle tijde op het schoolplein.
-Er mag niet in de fietsenhokken of in de struiken gespeeld
 worden.
-Om 13.00 uur gaan alle kinderen naar buiten en is het
 overblijven afgelopen. De pleinwacht neemt het over.
-Indien een kind zich herhaaldelijk niet houdt aan de regels,
 wordt contact opgenomen met de ouder(s)/verzorger(s).

Buitenschoolse opvang
Onder bso wordt verstaan: voor- en naschoolse opvang,
vakantieopvang en opvang op dagen dat er geen lessen zijn.
In Beuningen wordt voor de scholen de voor- en naschoolse
opvang verzorgd door o.a. “Go for Kids”.
Naar aanleiding van een behoeftepeiling onder de ouders van
alle Oeverwalscholen heeft Stichting Oeverwal een samenwerkingsmodel ontwikkeld en is een
convenant gesloten tussen Oeverwal en Go for Kids. Deze ligt vanaf augustus ’07 voor u ter
inzage op alle scholen.
“Go for Kids” is ook een participant van de brede school de Fontein en permanent in dit
gebouw gehuisvest; kinderen hoeven dus niet over straat en kunnen door de klapdeuren naar
de bso. Bovendien is op deze wijze gemakkelijk gelegenheid voor onderling contact en
afstemming.




                                            24
Hoofdstuk 6          Regels bij klachten

Per 1 augustus 1998 is de zogenaamde Kwaliteitswet voor het onderwijs van toepassing.
Onderdeel daarvan is het algemeen klachtrecht. Het bevoegd gezag is in gevolge deze wet
verplicht een regeling te treffen voor de behandeling van klachten over gedragingen en
beslissingen, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door
betrokkenen bij de onderwijsinstelling.
Bovendien dient deze regeling middels de schoolgids kenbaar gemaakt te worden aan de
ouders.
Klachten zijn er natuurlijk in soorten en maten.
Van gewone kleine klachten tot ernstige zwaarwegende klachten. Gelukkig komt deze laatste
categorie nauwelijks voor in het onderwijs.
Tot wie kunt u zich bij klachten wenden?
De klassenleerkracht
Voor de kleine gewone klachten gaat u natuurlijk eerst naar de klassenleerkracht.
Met een gesprek zijn deze problemen meestal snel opgelost.
De directie
Komt u er met de klassenleerkracht niet uit, dan kunt u contact opnemen met de directie van
de school. Vindt u dat de klacht niet voldoende aandacht heeft gekregen of onvoldoende tot
een oplossing is gekomen, dan kunt u contact opnemen met het schoolbestuur.
Het schoolbestuur
Ook het schoolbestuur zal trachten de klacht zo goed mogelijk te behandelen en tot een
goede oplossing te brengen.
Desondanks kan het schoolbestuur besluiten de klacht voor te leggen aan een onafhankelijke
klachtencommissie.
Deze commissie zal in ieder geval onderzoeken of de klacht terecht of onterecht is.
Aan de hand van dit onderzoek zal de klachtencommissie het schoolbestuur en de directie
adviseren.
De interne contactpersoon.
In sommige gevallen kan het heel moeilijk zijn voor ouders, of kinderen hun klacht voor te
leggen aan de leerkracht, de directeur of het schoolbestuur. Ze kunnen dan naar een
contactpersoon met hun klacht, op school zijn hiervoor aangesteld:
Jan Bouman (p.c. stroming),
Dirk Grutters (openbare stroming) en
Marion Smit (ib-er).
Ze zijn een informatiebaken en een schakel. Een informatiebaken omdat de interne
contactpersonen informatie geven over de te volgen weg bijvoorbeeld bij seksuele intimidatie.
Zij kunnen informatie geven over de regelingen (preventie seksuele intimidatie).

Als er een klacht binnenkomt is deze persoon de schakel die, na de eerste opvang, verwijst
naar de externe vertrouwenspersoon.
De interne contactpersoon stelt geen onderzoek in naar de klacht en neemt evenmin
maatregelen.
Toegankelijkheid, makkelijk contact kunnen leggen met leerlingen en een goede
bereikbaarheid zijn hiervoor wezenlijke voorwaarden. De interne contactpersoon moet niet
alleen het vertrouwen van de leerlingen bezitten, maar ook dat van de ouders, het team,
directie en bestuur.
De belangrijkste taken van de interne contactpersoon zijn:
- De eerste opvang regelen van de leerling die is lastiggevallen of die hulp vraagt.
- Verwijzen naar de externe vertrouwenspersoon.
- Initiatieven nemen om het team te scholen in preventieactiviteiten.
- Voorlichting geven over thema’s b.v. discriminatie, seksuele intimidatie, pesten.

                                             25
26
Toelichting Stroomschema Klachtenprocedure


In het stroomschema zijn vier trajecten te onderscheiden:
Klachten van organisatorische aard
Klachten van schoolorganisatorische aard
Klachten over seksuele intimidatie of misbruik tussen leerkracht en leerling
Klachten over ongewenste gedragingen

Elke soort klacht heeft een aantal te volgen stappen, zoals te volgen is in de kolom naar
beneden.

Externe Vertrouwenspersoon (voor ouders) Stichting Oeverwal heeft hiervoor een
contract afgesloten met de GGD-Nijmegen.
Deze externe vertrouwenspersoon is te raadplegen door ouders ingeval van klachten over
ongewenste gedragingen.

Deze vertrouwenspersoon is schoolarts, maar dan niet voor onze scholen.
Haar naam is: Mariska Lasage via de GGD afd. jeugdgezondheidszorg te bereiken:
024-3297172
Voor de Interne vertrouwenspersonen is zij ook bereikbaar via email:
Mariska Lasage [mlasage@ggd-nijmegen.nl]

In sommige gevallen kan een klacht zo gevoelig liggen, dat het schoolbestuur de klacht
voorlegt aan een vertrouwenspersoon voor het pc onderwijs: de dominee.

De Landelijke Klachten- Geschillen-commissie Primair Onderwijs
Mochten ouders / personeel vinden dat hun klachten op de hierboven genoemde manieren
niet afdoende behandeld worden, dan kunnen ze een beroep doen op:
Landelijke Klachten-, Geschillencommissie Primair onderwijs.
LGC/LKC
Postbus 185
3440 AD Woerden
Telefoon: 0348-405245
www.lgc-lkc.nl

Regels bij plaatsing en schorsing/verwijdering van kinderen

Toegelaten tot de school worden kinderen vanaf de leeftijd van vier jaar, waarvan de ouders
verklaard hebben de grondslag van de school te respecteren. De directie mag namens het
bevoegd gezag gewoonlijk over toelating van kinderen beslissen, behalve wanneer een
leerling van een andere school verwijderd is.
Als ouders tussentijds hun kind op school willen aanmelden, kunnen ze een afspraak maken
met de directeur. Zij geeft de ouders informatie over de school en loopt met hen mee als ze in
school willen rondkijken.
In principe worden alle leerlingen die aangemeld worden toegelaten. In uitzonderingsgevallen
kan hiervan worden afgeweken.
Kleuters kunnen het hele jaar, vanaf de dag dat ze vier jaar zijn, instromen.
Wettelijk kan de school leerlingen die nog net geen vier jaar zijn, toelaten. Dit kan alleen in
uitzonderlijke situaties en na overleg.




                                              27
Leerlingen, komend van een speciale school voor basisonderwijs, die door een Commissie
Permanente Leerlingenzorg naar de gewone basisschool verwezen worden, kunnen ook
toegelaten worden.
Gehandicapte leerlingen kunnen eveneens toegelaten worden, indien duidelijk geworden is
dat De Fontein voldoende toegerust is om passende hulp aan de betreffende leerling te
verlenen. In beide laatste gevallen beslist het bevoegd gezag over de toelating.
De toelating is niet afhankelijk van het al of niet vrijwillig betalen van de ouderbijdrage, of
van het houden van een rechtmatig verblijf in het kader van de vreemdelingenwet.
De meeste leerlingen zullen de school verlaten na groep 8. In elk geval verlaten zij de school
aan het einde van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.
Bij tussentijdse uitschrijving van leerlingen (bijvoorbeeld in geval van verhuizing) wordt door
de school een onderwijskundig rapport verstrekt ten behoeve van de nieuwe school.
Verwijdering van de school van een leerling kan zich voordoen in het geval van wangedrag,
het daadwerkelijk niet (meer) respecteren van de grondslag van de school door de ouders
en in het geval de school de grenzen van de speciale zorg voor een leerling bereikt heeft.
Als de school en een externe deskundige van mening zijn dat het probleem met het
betreffende kind op lange termijn op deze school niet oplosbaar is, dan zal de directie de
ouders mondeling en schriftelijk hiervan in kennis stellen.
Als de ouders dan nog niet willen besluiten om de leerling op een voor het kind passender
school aan te melden, dan kan het bevoegd gezag de leerling van school verwijderen. Deze
maatregel wordt uiteraard alleen in uiterste noodzaak, bij een onwerkbare situatie,
toegepast. De school houdt zich hierbij aan de wettelijke regeling voor toelating en
verwijdering van leerlingen.
Tot schorsing en verwijdering van leerlingen wordt pas overgegaan als duidelijk is dat
andere maatregelen om de problemen met de betreffende leerling op te lossen niet
toereikend zijn.
Bij gesprekken over schorsing of verwijdering is altijd de directeur en een ander teamlid, of
bestuurslid aanwezig. Van deze gesprekken wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Het
besluit tot schorsing of verwijdering wordt genomen door het bestuur. Dit besluit wordt
schriftelijk aan de ouders toegestuurd, samen met de betreffende artikelen (24 en 24a) uit
de Wet op het Primair Onderwijs.
Bij schorsing of verwijdering wordt de inspectie in kennis gesteld. Ouders kunnen binnen zes
weken bezwaar maken, het bestuur moet binnen vier weken over dit bezwaar beslissen.
Vooraf moet het bestuur de ouders over het bezwaar horen.




                                              28
Hoofdstuk 7 De ouders

7.1    Het belang van de betrokkenheid van de ouders

De kinderen zullen zich op school prettiger voelen als ze merken dat ouders belangstelling
voor hun werk tonen en luisteren naar de verhalen waar ze mee thuiskomen. De
verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen ligt in de eerste plaats bij de
ouders. Maar ook de school heeft hierin een taak. Belangrijk is dat ouders en leerkrachten
elkaar hierin ondersteunen.
Ook voor het leerproces is betrokkenheid van ouders erg belangrijk. Als een kleuter met een
werkje thuis komt, wil het graag geprezen worden. Als een kind uit groep 3 pas heeft leren
lezen wil het graag aan de ouders een stukje voorlezen. Een kind wil graag dat zijn ouders
meedenken bij het maken van werkstukken en het houden van spreekbeurten. Bij het leren
van een aardrijkskunderepetitie willen veel kinderen graag overhoord worden.
Veel kinderen vinden het ook prettig als ze hun ouders regelmatig op school zien om bij
allerlei activiteiten te helpen. Als een kind merkt dat zijn ouders geïnteresseerd zijn in wat
het op school doet, zal dit zijn motivatie ten goede komen.
De school verwacht van de ouders dat zij de kinderen op een positieve manier stimuleren.

Periodiek vragen we ouders naar hun mening over de school d.m.v. een Benchmark
vragenlijst. Deze lijst is afgenomen eind juni 2011, de gegevens zijn nog niet verwerkt. De
eerder afgenomen lijst is afgenomen in september 2007.
Resultaten van die enquête:
Veel ouders (61 %) hebben de enquête ingevuld. Uit de enquête blijkt, dat ouders tevreden
zijn over de school. Als verbeterpunten werden door de ouders genoemd:
De communicatie naar ouders;
Duidelijkheid over zittenblijven en versneld doorgaan;
Huiswerk;
Creatieve vorming;
Over communicatie, huiswerk, zelfstandig werken en creatieve vorming zijn inmiddels
afspraken gemaakt. Criteria voor versneld doorgaan/ zittenblijven voor groep 1 tot en met 4
staan op papier; voor de overige groepen zullen deze dit jaar op papier worden gezet.

7.2     Informatievoorziening aan ouders over het onderwijs op school

Dit gebeurt op verschillende manieren:
- Via onze website: www.bredeschooldefontein.nl.
   Hier kunt u behalve informatie en leuke activiteiten van de school ook het schoolplan en
   de actuele schoolgids vinden. U kunt ook reageren op activiteiten en de gegeven
   informatie
- Via persoonlijk contact:
  •In september is er een z.g. inloopavond, een informeel moment: alle kinderen mogen dan
   de school, hun klas etc. aan vaders, moeders, broertjes, zusjes, oma’s en opa’s laten zien.
  •Ook in september wordt een informatieavond georganiseerd voor de ouders van groep 3
   (aanvankelijk lezen) en groep 7,8 (informatie voortgezet onderwijs) voor de ouders
   gezamenlijk. Elke groepsleerkracht legt dan uit hoe er in zijn klas gewerkt wordt. Ook
   kunnen ouders dan de op school gebruikte methodes bekijken en hier vragen over stellen.
   Soms worden deze 2 avonden gecombineerd.
 •Twee of drie keer per jaar is er een contact- of spreekavond n.a.v. het rapport. Tijdens een
   individueel gesprek van tien minuten met de leerkracht(en) worden welbevinden en de
   leerprestaties van het kind met de ouders besproken.

                                              29
 •Na enkele maanden onderwijs nodigen de kleuterjuffen de ouders van de nieuwe kleuters
   uit voor een nader kennismakingsgesprek
 •In overleg met de groepsleerkrachten is het mogelijk een kijkje in de klas te nemen.
 •Mochten ouders op een ander tijdstip behoefte hebben aan een gesprek met de
   groepsleerkracht, de interne begeleider of de directie dan kan ook tussendoor een
   afspraak gemaakt worden.
-Via schriftelijke informatie:
 • Aan het begin van het schooljaar ontvangt u het infoboekje met daarin kort en bondig
   de meest belangrijke informatie van het schooljaar en een jaarplanner met activiteiten.
 •Iedere dinsdag wordt de Waterbrief aan het oudste kind van elk gezin meegegeven.
 •Eens per 4 jaar verschijnt voor ieder gezin de schoolgids. Als bijlage, voorin deze gids,
   gaat ieder schooljaar een actueel informatieboekje (met o.a. met groepsbezetting en
   roosters), de jaarplanner voor ouders en de aanpassingen/ aanvullingen voor de
   schoolgids mee. Deze kunt u jaarlijks in de schoolgids vervangen zodat u toch volledig
   geïnformeerd blijft.
 De actuele versie van de schoolgids en informatieboekje is ook op onze website te vinden.

7.3     Meedenken en meewerken

De medezeggenschapsraad
Ouders kunnen ook zitting nemen in de mr. De mr. bestaat uit zes leden: drie team- en drie
ouderleden. Een vertegenwoordiger van het bestuur informeert de mr. over diverse
kwesties. De mr praat mee over alles wat er in en om de school gebeurd. Op deze wijze
kunnen ouders en leerkrachten invloed uitoefenen op alle ontwikkelingen rond de school. De
medezeggenschapsraad heeft, afhankelijk van het onderwerp, advies- dan wel
instemmingsrecht. Ook kan zij zelf initiatieven nemen.

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
Binnen de Stichting Oeverwal functioneert ook een gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad. In deze gmr zetelen 1 ouder en 1 teamlid van elke participerende
school. Haar taak is om medezeggenschap uit te oefenen over alle zaken die alle scholen
betreffen.

De oudervereniging
De oudervereniging heeft tot algemene taak samen met het team en andere geledingen de
bloei van de school te bevorderen, door met name heel praktisch “hand en spandiensten” te
verlenen in de dagelijkse praktijk van de school.
De werkzaamheden zijn als volgt samen te vatten:
- Het zoveel mogelijk betrekken van ouders bij hetgeen er op school gebeurt.
- Het stimuleren van ouders om op school bij allerlei activiteiten te helpen.
- De belangen van ouders te behartigen bij de Medezeggenschapsraad en zo nodig bij het
  bevoegd gezag.
De oudervereniging vergadert ca 6x per jaar en assisteert bij de organisatie van b.v. feesten,
activiteiten, de organisatie van het overblijven, excursies en schoolreisjes, hoofdluiscontrole.
De oudervereniging vraagt ieder schooljaar een financiële bijdrage: deze bijdrage is bedoeld
om extra activiteiten voor de kinderen te bekostigen die niet door het rijk worden vergoed. U
kunt hierbij denken aan Sinterklaas, het Kerstfeest enz. Deze ouderbijdrage wordt door het
bestuur van de vereniging vastgesteld en draagt een vrijwillig karakter.
Hoogte van de ouderbijdrage:
1 kind: € 22,50.           2 kinderen: € 37,50.           3 kinderen: €50,00.
De ouderbijdrage kan worden overgemaakt op bankrek.nr: 107201070 onder vermelding
van: Ouderbijdrage de Fontein, naam en groep van het kind.

                                              30
- Sponsoring.
 De school acht sponsoring om extra geld voor onderwijsondersteunende activiteiten te
 kunnen verkrijgen wenselijk. De school houdt zich hierbij aan het convenant dat voor
 scholen voor primair onderwijs is opgesteld.

Ouderactiviteiten
Aan het begin van het school jaar krijgen ouders een lijst, waarop ze kunnen invullen bij
welke activiteiten ze op school betrokken willen worden. Hulp van ouders wordt onder
andere gevraagd bij het lezen, bij het helpen organiseren van projecten, vieringen en
feesten; het installeren van de computers, het autorijden bij excursies, het helpen bij de
sportdagen, avondvierdaagse, schoolkampen, schoolreisjes en voorkomende klusjes.




Bijlagen:
Voorin deze schoolgids vindt u een aantal bijlagen aan die na ieder schooljaar vervangen
worden door de meest actuele versie, t.w.:
-Het informatieboekje waar u in beknopte vorm de groepsbezetting, vakanties, roosters en
 adressen kunt vinden.
-De jaarplanner voor ouders/verzorgers waarin u een overzicht krijgt van alle geplande
 activiteiten, studiedagen en toetsmomenten etc.
-Als laatste krijgt u, m.i.v. het volgend schooljaar, ook de actuele bijstelling van
 onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen, resultaten en plannen. Die voor het schooljaar
 ’11-’12 zijn in deze schoolgids verwerkt.




                                              31

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:7
posted:2/29/2012
language:Dutch
pages:32