De vorkhefruck by HC120125151717

VIEWS: 67 PAGES: 32

									De vorkhefruck


       Techniek
De vorkheftruck


      Remsysteem
Remsyteem


 Verschillende Remmen zijn:
 Parkeer/ -Noodrem
 Bedrijfsrem
 Hulprem
 Remmen hebben een belangrijke taak. De remmen
  moeten de heftruck tot stilstand brengen. Bij
  vorkheftrucks worden meestal alleen de voorwielen
  geremd. Driewielige elektrotrucks en reachtrucks
  kunnen ook via het achterwiel worden geremd.
Bedrijfrem
 Bedrijfsrem
 Dit systeem zorgt voor het remmen tijdens het rijden.
  De kracht die je uitoefent op het rempedaal wordt
  door middel van vloeistof in de hoofdremcilinder
  weggedrukt.
 De remvloeistof wordt, via remleidingen, verplaatst
  naar de wielremcilinders, waardoor de remmen in
  werking treden. Omdat de remvloeistof niet
  samengeperst kan worden ontstaat een gelijke
  remkracht op de wielen. Er zijn twee verschillende
  soorten remmen die door de hoofdremcilinder
  kunnen worden bediend:
 trommelremmen;
 schijfremmen.
Hulprem
 Hulprem
 Sommige elektrontrucks zijn uitgevoerd met een
  hulprem, de zogenaamde elektrische kortsluitrem.
  Deze rem stel je in werking door het rempedaal licht
  in te trappen, hierdoor wordt elektrisch op de motor
  afgeremd. Druk je het pedaal verder in, dan wordt de
  normale bedrijfsrem, (meestal hydraulisch), bediend.
  Deze hulprem werkt minder goed naarmate
  langzamer wordt gereden.
 De nieuwste elektrisch aangedreven trucks hebben
  een automatisch werkende hulprem. Zodra je het
  rijpedaal loslaat, remt de truck vanzelf af. Het
  rempedaal hoef je dan alleen nog maar te gebruiken
  als je snel tot stilstand wilt komen
Parkeerrem
 Parkeerrem
 Heftrucks zijn voorzien van een parkeerrem,
  (ook wel handrem genoemd). De parkeerrem
  is er om de heftruck veilig te kunnen
  parkeren. Met een aangetrokken parkeerrem
  kan de heftruck niet wegrollen. Ook kun je de
  parkeerrem als noodrem gebruiken. De
  parkeerrem werkt namelijk niet hydraulisch
  maar door middel van kabels of trekstangen,
  (mechanisch).
Vorkheftruck


     De besturing
Besturing
   De Besturing
   Vorkheftrucks en reachtrucks worden via de achterwielen bestuurd. Er kan
    hierbij verschil worden gemaakt tussen drie- en vierwieltrucks.
   Een driewieltruck heeft over het algemeen een korte draaicirkel. Hierdoor is een
    driewieltruck bijzonder wendbaar.
   Een vierwieltruck heeft over het algemeen een grotere draaicirkel en is hierdoor
    minder wendbaar dan een driewieltruck.
   Stuurinrichting
   De overbrenging tussen het stuur en de gestuurde wielen kan op verschillende
    manieren plaatsvinden, namelijk;
   mechanisch - hierbij wordt gebruik gemaakt van stangen of kettingen;
   mechanisch/hydraulisch - hier wordt als extra een hydraulische cilinder
    geplaatst, zodat het sturen lichter gaat;
   hydraulisch - hier wordt gebruik gemaakt van een hydraulische cilinder en zijn er
    geen stangen of kettingen;
   elektrisch - hier zorgt een aparte elektromotor voor het draaien van het
    gestuurde wiel.
De vorkheftruck


     De hefinrichting
De hefinrichting
 Hydraulisch Installatie
 Tank
 Pomp
 Ventielen
 Cilinders
 Beveiligingen
 Masten
 Delen
 Kettingen
 Vork
De hefinrichting
De Hefinrichting


   Bestaat uit twee delen:
   de hydraulische installatie;
   de hefmast en de vork.
   Om een last te heffen is veel kracht nodig. De kracht voor het heffen wordt door middel van
    oliedruk overgebracht.
   Hydrauliek
   Als de kracht door middel van een vloeistof, in dit geval dus olie,
   Hydraulische installatie
   Tank met olie
   De hydraulische olie is in een tank opgeslagen. Voor het hefsysteem moet een speciale
    soort olie worden gebruikt. De soort olie wordt door de leverancier voorgeschreven.
   Pomp
   Door een pomp wordt de olie door de installatie verplaatst. De pomp wordt bij een
    elektrische truck, aangedreven door een aparte elektromotor. Bij een heftruck met
    verbrandingsmotor wordt de pomp rechtstreeks aangedreven door die motor.
   .
De Hefinrichting

 De leidingen en hogedrukslangen vormen de
    verbinding tussen de diverse onderdelen van de
    hydraulische installatie.
   Ventielkast/bedieningshendels
   De olie wordt door de pomp naar de ventielkast
    gepompt. Op de ventielkastbedieningshendels zijn
    één of meer hendels gemonteerd. Met deze hendels
    kun je de oliestroom naar de cilinders regelen.
   Meestal worden de volgende cilinders toegepast:
   één of meer hefcilinder(s);
   twee neigcilinders;
   een reachcilinder (indien het een reachtruck betreft).
De hefinrichting
 Hefcilinder
 De hefcilinder zorgt ervoor dat een last kan worden geheven. De
    hefcilinder is over het algemeen een enkel werkende cilinder.
   Een enkelwerkende cilinder vraagt alleen energie voor de hefwerking.
   Het dalen gebeurt op eigen kracht door het gewicht van:
   de zuiger;
   de aan de zuiger bevestigde hulpmiddelen;
   eventueel de lading.
   Neigcilinders
   Op een heftruck zitten over het algemeen twee neigcilinders. Deze
    cilinders zorgen ervoor dat de mast voor- en achterover beweegt.
   Reachcilinder
   De reachcilinder zorgt ervoor dat de mast of het vorkbord in- en
    uitgeschoven kan worden.
   De neig- en reachcilinders zijn dubbelwerkende cilinders. Een
    dubbelwerkende cilinder vraagt energie voor de in- en uitgaande
    beweging.
De hefinrichting
   Het overstortventiel is een soort veiligheidsklep. Het zorgt ervoor dat het hefsysteem niet
    overbelast kan worden. Het overstortventiel zal gaan werken:
   als een veel te zware lading wordt geheven;
   bij de uiterste stand van de cilinders.
   Doorstroombegrenzer
   Door een breuk in een slang of een leiding naar de hefcilinder zal de druk in het hydraulisch
    systeem wegvallen. De vork, (al dan niet voorzien van lading), zou in een vrije val met een
    hoge snelheid naar beneden kunnen vallen. De doorstroombegrenzer zorgt er echter voor
    dat bij een breuk in een slang of leiding naar de hefcilinder(s) de vork en de last niet zomaar
    naar beneden vallen maar langzaam of schoksgewijs naar beneden zakken.
   Accumulator
   De hydraulische installatie van een heftruck kan worden voorzien van een accumulator.
    Deze accumulator wordt ook wel schokdemper genoemd. Een accumulator moet de
    plotselinge drukstoten in de leidingen van de hydraulische installatie opvangen. Drukstoten
    ontstaan door stotende belasting op de vorktanden.
   Een accumulator kun je vinden op heftrucks die:
   op ongelijk terrein rijden of;
   die hoofdzakelijk buiten worden gebruikt;
   kwetsbare ladingen verplaatsen.
                      Extra lesstof




De vorkheftruck


     De aandrijving
De Aandrijving

 Krachtbron
 Om met een heftruck te kunnen werken is een krachtbron nodig.
    De benodigde kracht kan worden geleverd door:
   een verbrandingsmotor;
   een elektromotor
   Deze kracht wordt gebruikt om te kunnen:
   rijden;
   heffen;
   sturen.
   Bij een elektrische truck is voor al deze functies een aparte
    motor gemonteerd. In een truck met verbrandingsmotor is maar
    één motor voor alle functies gemonteerd.
De aandrijving
   Elektrotruck
   1. rijmotor
   2. motor voor pomp hefinrichting
   3. motor voor pomp stuurinrichting
   Motoren
   Een elektrotruck kan één of twee rijmotoren hebben. Heeft een heftruck twee rijmotoren, dan is aan ieder
    voorwiel een motor gemonteerd, die onafhankelijk van elkaar kunnen draaien.
   Heeft de elektrotruck maar één rijmotor en voorwielaandrijving dan is tussen de wielen en de motor een
    differentieel geplaatst. Via het differentieel worden de beide voorwielen aangedreven. Het differentieel zorgt
    ervoor dat de aangedreven voorwielen onafhankelijk van elkaar kunnen draaien. Op deze manier kunnen
    bochten zonder problemen worden gereden. Bij trucks met aandrijving op het achterwiel is geen
    differentieel nodig.
   Naast de rijmotor heeft een elektrotruck ook een pompmotor. De pompmotor drijft de pomp van het
    hydraulisch hefsysteem aan.
   Vaak is ook nog een aparte elektromotor gemonteerd voor de stuurbekrachtiging.
   Schakelapparatuur
   De stroomtoevoer van de batterij naar de motor(en) moet worden geregeld. De pompmotor is meestal
    voorzien van een aan-/ uitschakelaar, die wordt bediend met de hendels op de ventielkast. Bij de
    stroomtoevoer naar de rijmotor(en) moet rekening worden gehouden met:
   rijrichting;
   rijsnelheid.
   De keuze van de rijrichting wordt bepaald door de stand van de rijrichtingkeuzehandel. Bij sommige trucks
    wordt de rijrichting bepaald door het intrappen van een knop of pedaal. De rijsnelheid wordt bepaald door
    de stand van het rijpedaal.
De aandrijving
 Beveiligingen
 Iedere elektrotruck heeft verplicht een veiligheidsschakelaar in
   de vorm van een knop of pedaal. Een daarvan is de
   zogenaamde 'dodemansknop'. Stap je van de truck dan moet de
   stroomtoevoer naar de rijmotor(en) worden onderbroken.
   Meestal is de dodemansknop in de stoel van de chauffeur
   ingebouwd. Als je opstaat dan wordt automatisch de
   stroomtoevoer naar de rijmotor(en) onderbroken. Als in de
   elektrische installatie kortsluiting ontstaat, moet de
   stroomtoevoer van de batterij volledig kunnen worden
   onderbroken. Dit is mogelijk door de stekker van de batterij los
   te trekken. Zit deze stekker niet onder handbereik, dan moet er
   een aparte stroomonderbreker zijn gemonteerd. Dit is meestal
   een fel rode knop.
De aandrijving
   Truck met verbrandingsmotor
   Bij een truck met verbrandingsmotor zijn er een aantal mogelijkheden om de kracht van de motor over te brengen op de
    aangedreven wielen. Al deze systemen hebben hun eigen voor- en nadelen. Hier volgt een overzicht van de
    aandrijfmogelijkheden.
   Soorten Aandrijvinge zijn:
   Hydrodynamisch
   Hydrostatisch
   Hybride
   Hydrodynamisch
   De hydrodynamische aandrijving, die in de meeste heftrucks wordt toegepast, bestaat uit de volgende onderdelen:
   Koppelomvormer: - Zorgt voor een soepele, geleidelijk tot stand te brengen verbinding tussen motor en versnellingsbak;
   Automatische versnellingsbak - Maakt het mogelijk dat je voor- en achteruit kunt rijden. Alleen de zwaardere heftrucks hebben de
    mogelijkheid om te kiezen uit verschillende versnellingen.
   Differentieel - Zorgt ervoor dat de aangedreven voorwielen onafhankelijk van elkaar kunnen draaien.
   Hydrostatisch
   Deze aandrijving is volledig hydraulisch, dat wil zeggen dat de kracht van de motor via oliedruk op de wielen wordt overgebracht.
    Het systeem bestaat uit:
   Hydropomp - Deze wordt rechtstreeks aangedreven door de motor en bepaald de stroomrichting en stroomsnelheid van de motor
    naar de hydromotoren;
   Hydromotoren - Zorgen ervoor dat de oliedruk omgezet wordt in een beweging van de wielen;
   Regeleenheid - Zorgt dat de motor steeds op het juiste toerental draait.
   Hybride aandrijving
   Bij deze aandrijving worden de voordelen van een verbrandingstruck, (bijna onbeperkte inzetduur), gecombineerd met de
    voordelen van een elektrische truck, (eenvoudige bediening). Het systeem bestaat uit:
   Verbrandingsmotor - Drijft de pomp van de hefinrichting en een generator aan;
   Generator - Wekt stroom op voor voeding van de elektrische rijmotor
   Elektromotor - Drijft de vooras aan;
   Differentieel - Zorgt ervoor dat de aangedreven voorwielen onafhankelijk van elkaar kunnen draaien;
   Regeleenheid - Zorgt dat de motor steeds op het juiste toerental draait.
De aandrijving
   De Verbrandingsmotor
   Als krachtbron voor een heftruck kan gebruik worden gemaakt van een
    verbrandingsmotor.
   Net als bij een auto kan gekozen worden voor:
   een benzinemotor;
   een LPG-motor;
   een dieselmotor.
   Voor welke brandstofsoort ook wordt gekozen, het doel van de motor is steeds
    hetzelfde, namelijk: Warmte omzetten in beweging. Omdat de warmte wordt
    verkregen door verbranding en deze verbranding in de motor plaats vindt,
    worden deze motoren inwendige verbrandingsmotoren genoemd.
   De werking van zo'n motor is eigenlijk heel simpel.
   In een afgesloten ruimte, waarin een zuiger kan bewegen, wordt een brandbaar
    mengsel tot ontbranding gebracht. De temperatuur en de druk stijgen heel sterk
    en duwen de zuiger met kracht naar beneden. Door de vorm en constructie van
    drijfstang en krukas wordt de recht op en neergaande beweging van de zuiger
    omgezet in een draaiende beweging van de krukas. Dit speelt zich in een zeer
    korte tijd af, altijd in een vast patroon.
   1. inlaatslag 2. compressieslag
   3. arbeidsslag 4. uitlaatslag
    De aandrijving
   Opbouw motor
   Cilinderkop - Is de afdichting, aan de bovenzijde, van de cilinders en bevat in- en uitlaat, en
    uitwendige onderdelen.
   Koppakking - Afdichting tussen cilinderkop en motorblok.
   Motorblok - Is het huis van de cilinders, zuigers en krukas. Ook is het de basisconstructie
    waaraan alle onderdelen worden gemonteerd.
   Carterpakking - Afdichting tussen het motorblok en het carter.
   Carter - Voorraadplaats van de motorolie.
   In de motor zelf bevinden zich veel bewegende delen. Een belangrijk onderdeel is de
    distributie. Deze zorgt voor de aandrijving van de nokkenas. Dit kan gebeuren met:
   een ketting;
   tandwielen;
   een getande riem.
   De nokkenas bedient de kleppen, zodat de motor goed kan 'ademen'.
   Aan de andere zijde van de krukas, (niet afgebeeld), is het vliegwiel gemonteerd. Het
    gewicht van het vliegwiel zorgt ervoor dat de motor gelijkmatig draait (rustig loopt). Om het
    vliegwiel is een tandwiel gemonteerd. Dit tandwiel wordt starterkrans genoemd. De
    starterkrans is alleen belangrijk bij het starten van de motor. Wordt de motor gestart, dan
    grijpt een klein tandwieltje van de startmotor in de startmotor in de starterkrans. De
    startmotor kan zo de motor in beweging brengen.
De aandrijving
   Brandstofsysteem LPG
   In de gastank wordt het LPG onder druk opgeslagen, waardoor het gas vloeibaar wordt. De
    gastank bestaat uit de volgende onderdelen:
   vulopening (vulling onder druk);
   80% vulklep (soms);
   afnamekraan;
   niveaumeter; geeft de vulling aan in %
   veiligheidsklep.
   Omdat het gas onder druk in de tank zit, kan dit uit eigen beweging door de leidingen
    stromen. Een elektromagnetische afsluiter laat alleen gas door als het contact van de motor
    'aan' staat. De afsluiter sluit de gasstroom af zodra het contact wordt afgezet. Een gasfilter
    zorgt dat het gas gefilterd wordt.
   In de verdamper wordt de druk geregeld. Doordat de druk afneemt, verdampt het vloeibare
    LPG tot gas. De verdamper wordt verwarmd door het motor koelwater of de warmte van de
    uitlaatgassen. Door deze verwarming van de drukregelaar verdampt het LPG sneller tot gas
    en het voorkomt bevriezing.
   In de gascarburateur wordt lucht met het gas gemengd. De lucht wordt gefilterd door een
    luchtfilter. Het inlaatspruitstuk is een buizenstelsel. Door dit buizenstelsel stroomt het
    gas/luchtmengsel van de carburateur naar de cilinders. Het uitlaatspruitstuk vormt de
    verbinding tussen de carburateur en de cilinders.
De aandrijving
   Brandstofsysteem dieselmotor
   Omdat bij een dieselmotor geen brandbaar mengsel, maar alleen lucht wordt
    aangezogen, moet de brandstof in de verbrandingsruimte worden gespoten. Dit
    kan alleen onder hoge druk. Omdat het niet nodig is dat het gehele
    brandstofsysteem onder hoge druk staat, bestaat het uit twee delen, namelijk:
   een laagdruksysteem (opvoergedeelte);
   een hoogdruksysteem (inspuitgedeelte).
   Het lage druksysteem
   1. Brandstoftank.
   2. en 4. Brandstoffilters (een grof- en een fijnfilter).
   3. Brandstofopvoerpomp.
   Het hoge druksysteem
   5. De brandstofinspuitpomp - Zorgt ervoor dat de juiste hoeveelheid dieselolie
    op het juiste moment naar de juiste verstuiver wordt geperst. Om de dieselolie in
    de cilinders te persen is een hoge druk nodig. Vandaar dat men van een
    hoogdruksysteem spreekt.
   6. Verstuivers - Deze zorgen voor een fijne verneveling van de brandstof in de
    cilinders.
De aandrijving
   Elektro Tractie
   De elektrische energie die nodig is om met een elektrotruck te kunnen werken, wordt geleverd door een
    tractiebatterij. Dit is een batterij die gedurende een lange tijd een bijna constante hoeveelheid elektrische
    energie kan leveren. Meestal worden als tractiebatterij zogenaamde "natte" cellen gebruikt.
   De tractiebatterij
   De batterij levert energie doordat een zuur reageert met verschillende loodlegeringen. Dit is een chemisch
    proces. Het proces is omkeerbaar, waardoor een ontladen ('lege') batterij weer kan worden opgeladen. Het
    laden gebeurt met een lader. Wordt op een 'volle' batterij een stroomverbruiker, bijvoorbeeld een
    elektromotor, aangesloten, dan zal deze gaan werken. Wordt een 'lege' batterij aangesloten op een
    stroombron, de batterijlader, dan raakt de batterij na een bepaalde tijd weer 'vol'.
   Opbouw loodzwavelbatterij
   Voor een elektrotruck wordt bijna altijd een loodzwavelbatterij toegepast. De batterij is opgebouwd uit een
    aantal cellen. Die cellen zijn in een trog geplaatst, die ook wel container wordt genoemd. Afhankelijk van
    het voltage dat gewenst is, wordt een aantal cellen gekozen. Iedere cel heeft een spanning van 2 volt. Een
    batterij van 24 volt heeft dus 12 cellen. Dit wordt bereikt door de cellen in serie te schakelen.
   Een cel is een kunststof bak(1) met daarop een deksel(2) en een dop(3). In deze kunststof bak bevinden
    zich een aantal positieve(4) en negatieve(5) loodplaten. Isolatiemateriaal(6) moet er voor zorgen dat de
    positieve en negatieve platen elkaar niet raken.De platen zijn ondergedompeld in een vloeistof die bestaat
    uit zwavelzuur verdund met gedestilleerd of gedemineraliseerd water. Dit is het elektrolyt.
   Vaststellen ladingstoestand
   De levensduur van een batterij wordt ondermeer bepaald door het op het juiste tijdstip en op de juiste wijze
    laden van de batterij. Bedenk dat een batterij versleten is nadat hij circa 1500 keer is geladen en ontladen.
De aandrijving
   Volledig geladen Ontladen
   Samen met de meter is vaak een schakeling ingebouwd. Deze schakeling zorgt ervoor dat de pompmotor niet meer kan worden
    ingeschakeld als de batterij te ver ontladen is. Er kan dan niet meer met de heftruck gewerkt worden.
   De batterijlader
   De taken van de lader zijn:
   transformeren, het verlagen van de spanning;
   gelijkrichten, wisselspanning omzetten in gelijkspanning;
   regelen van de duur van de lading en de stroomsterkte.
   Het verloop van het laadproces wordt door een aantal omstandigheden beïnvloedt, zoals:
   temperatuur van de batterij;
   leeftijd van de batterij;
   ontlading van de batterij.
   Dit is de reden dat bij het afstellen van laders een veiligheidsmarge wordt aangehouden. In de praktijk betekent dit dat de meeste
    batterijen aan het einde van het laadproces niet volledig zijn geladen. Om de batterij toch volledig geladen te krijgen is het nodig
    om de batterij regelmatig een vereffeninglading te geven.Tijdens deze lading wordt de batterij gedurende een lange tijd met een
    lage stroomsterkte geladen.
   Wisselen tractiebatterij
   Met een batterijlading kan vijf tot tien uur gewerkt worden. Dit is meestal voldoende voor een werkdag. Het laden van een batterij
    neemt, afhankelijk van de ladingstoestand, net zoveel tijd in beslag. In bedrijven waar in ploegendienst me heftrucks gewerkt
    wordt kan het wisselen van de batterij nodig zijn. De heftruck kan dan de gehele werktijd worden gebruikt.Als je een batterij
    verwisselt moet je de juiste hulpmiddelen gebruiken.
   een hijsjuk of
   een rollenbaan.
   Worden de hulpmiddelen op een juiste manier gebruikt, dan kan een batterij veilig en snel verwisseld worden.
De aandrijving
   Brandstofsysteem dieselmotor
   Omdat bij een dieselmotor geen brandbaar mengsel, maar alleen lucht wordt aangezogen, moet de brandstof in de verbrandingsruimte worden
    gespoten. Dit kan alleen onder hoge druk. Omdat het niet nodig is dat het gehele brandstofsysteem onder hoge druk staat, bestaat het uit twee
    delen, namelijk:
   een laagdruksysteem (opvoergedeelte);
   een hoogdruksysteem (inspuitgedeelte).
   Het lage druksysteem
   1. Brandstoftank.
   2. en 4. Brandstoffilters (een grof- en een fijnfilter).
   3. Brandstofopvoerpomp.
   Het hoge druksysteem
   5. De brandstofinspuitpomp - Zorgt ervoor dat de juiste hoeveelheid dieselolie op het juiste moment naar de juiste verstuiver wordt geperst. Om
    de dieselolie in de cilinders te persen is een hoge druk nodig. Vandaar dat men van een hoogdruksysteem spreekt.
   6. Verstuivers - Deze zorgen voor een fijne verneveling van de brandstof in de cilinders.
   Elektro Tractie
   De elektrische energie die nodig is om met een elektrotruck te kunnen werken, wordt geleverd door een tractiebatterij. Dit is een batterij die
    gedurende een lange tijd een bijna constante hoeveelheid elektrische energie kan leveren. Meestal worden als tractiebatterij zogenaamde
    "natte" cellen gebruikt.
   De tractiebatterij
   De batterij levert energie doordat een zuur reageert met verschillende loodlegeringen. Dit is een chemisch proces. Het proces is omkeerbaar,
    waardoor een ontladen ('lege') batterij weer kan worden opgeladen. Het laden gebeurt met een lader. Wordt op een 'volle' batterij een
    stroomverbruiker, bijvoorbeeld een elektromotor, aangesloten, dan zal deze gaan werken. Wordt een 'lege' batterij aangesloten op een
    stroombron, de batterijlader, dan raakt de batterij na een bepaalde tijd weer 'vol'.
   Opbouw loodzwavelbatterij
   Voor een elektrotruck wordt bijna altijd een loodzwavelbatterij toegepast. De batterij is opgebouwd uit een aantal cellen. Die cellen zijn in een
    trog geplaatst, die ook wel container wordt genoemd. Afhankelijk van het voltage dat gewenst is, wordt een aantal cellen gekozen. Iedere cel
    heeft een spanning van 2 volt. Een batterij van 24 volt heeft dus 12 cellen. Dit wordt bereikt door de cellen in serie te schakelen.
   Een cel is een kunststof bak(1) met daarop een deksel(2) en een dop(3). In deze kunststof bak bevinden zich een aantal positieve(4) en
    negatieve(5) loodplaten. Isolatiemateriaal(6) moet er voor zorgen dat de positieve en negatieve platen elkaar niet raken.De platen zijn
    ondergedompeld in een vloeistof die bestaat uit zwavelzuur verdund met gedestilleerd of gedemineraliseerd water. Dit is het elektrolyt.
   Vaststellen ladingstoestand
   De levensduur van een batterij wordt ondermeer bepaald door het op het juiste tijdstip en op de juiste wijze laden van de batterij. Bedenk dat
    een batterij versleten is nadat hij circa 1500 keer is geladen en ontladen.
De aandrijving
   Zuurweger
   Met een zuurweger wordt de dichtheid bepaald van het elektrolyt. Anders gezegd: het
    soortelijk gewicht van het verdund zwavelzuur wordt gemeten, (Soortelijk gewicht =
    dichtheid).
   Dichtheid is het gewicht in kilogrammen van één liter vloeistof. Wordt op de schaalverdeling
    van een zuurweger b.v. 1.20 aangewezen dan heeft dit de volgende betekenis: één liter
    elektrolyt weegt 1.20 kg. Als een batterij wordt geladen, wordt het zwavelzuur uit de platen
    vermengd met het elektrolyt, waardoor het soortelijk gewicht van het elektrolyt toeneemt.
    Tijdens het ontladen zal het elektrolyt met de actieve massa van de platen loodsulfaat en
    water vormen. Hierdoor neemt het soortelijk gewicht van het elektrolyt af. Daarom is het
    soortelijk gewicht van een ontladen batterij lager dan van een geladen batterij.
   Het soortelijk gewicht van het elektrolyt van een geladen batterij zal 1.25 - 1.30 zijn. Als het
    soortelijk gewicht 1.13 - 1.15 is, dan is de batterij voor 80% ontladen. In dat geval moet de
    batterij geladen worden.
   Batterij-ontladingsmeter
   De batterij-ontladingsmeter heeft twee functies:
   aangeven hoeveel energie beschikbaar is;
   de batterij beschermen tegen te 'diepe' ontlading.
   Volledig geladen Ontladen
   Samen met de meter is vaak een schakeling ingebouwd. Deze schakeling zorgt ervoor dat
    de pompmotor niet meer kan worden ingeschakeld als de batterij te ver ontladen is. Er kan
    dan niet meer met de heftruck gewerkt worden.
De aandrijving
   De batterijlader
   De taken van de lader zijn:
   transformeren, het verlagen van de spanning;
   gelijkrichten, wisselspanning omzetten in gelijkspanning;
   regelen van de duur van de lading en de stroomsterkte.
   Het verloop van het laadproces wordt door een aantal omstandigheden beïnvloedt, zoals:
   temperatuur van de batterij;
   leeftijd van de batterij;
   ontlading van de batterij.
   Dit is de reden dat bij het afstellen van laders een veiligheidsmarge wordt aangehouden. In de praktijk
    betekent dit dat de meeste batterijen aan het einde van het laadproces niet volledig zijn geladen. Om de
    batterij toch volledig geladen te krijgen is het nodig om de batterij regelmatig een vereffeninglading te
    geven.Tijdens deze lading wordt de batterij gedurende een lange tijd met een lage stroomsterkte geladen.
   Wisselen tractiebatterij
   Met een batterijlading kan vijf tot tien uur gewerkt worden. Dit is meestal voldoende voor een werkdag. Het
    laden van een batterij neemt, afhankelijk van de ladingstoestand, net zoveel tijd in beslag. In bedrijven waar
    in ploegendienst me heftrucks gewerkt wordt kan het wisselen van de batterij nodig zijn. De heftruck kan
    dan de gehele werktijd worden gebruikt.Als je een batterij verwisselt moet je de juiste hulpmiddelen
    gebruiken.
   een hijsjuk of
   een rollenbaan.
   Worden de hulpmiddelen op een juiste manier gebruikt, dan kan een batterij veilig en snel verwisseld
    worden.

								
To top