INFOBEWAARKRANT by F3kQTY1

VIEWS: 101 PAGES: 40

									                                  Voorwoord


Met veel genoegen bieden wij u de schoolgids 2009 - 2010 aan van onze openbare VSO
school voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen:


                                 VSO De Hoge Brug


Allereerst is deze gids bestemd als informatiebron voor de ouders van onze
(toekomstige) leerlingen. Daarnaast kan de schoolgids goede diensten bewijzen aan
medewerkers van hulpverlenende instanties en andere belangstellenden.

Omdat er zaken in de schoolgids staan vermeld die voor het gehele schooljaar gelden, is
het van belang dat u deze schoolgids bewaart.




                                         Namens het schoolteam:

                                         E.M. Kuiper & J. L. M. L. Platteschorre
                                         directeur     locatiedirecteur
Inhoudsopgave

       Voorwoord                                blz.    1
       Inhoudsopgave                            blz.    2
1      Schoolprofiel:                           blz.    4
1.1    De School                                blz.    4
1.2    Bereikbaarheid                           blz.    4
1.3    Waar staan we voor                       blz.    4
1.4    Visie                                    blz.    5
1.5    Missie en kernwaarden                    blz.    5
1.6    Doelstelling                             blz.    5
1.7    Het klimaat van de school                blz.    5
2      Onderwijsaanbod en onderwijszorgaanbod   blz.    6
2.1    Programma                                blz.    6
2.2    Onderwijskundige uitgangspunten          blz.    7
2.3    Leerwegen                                blz.    7
2.4    Bouwen                                   blz.    8
2.5    Onderbouw                                blz.    8
2.6    Middenbouw                               blz.    9
2.7    Bovenbouw                                blz.    9
2.8    Groepen                                  blz.    9
2.9    Groepen A en C                           blz.   10
2.10   Groepen B,D en I                         blz.   10
2.11   Groepen E en F                           blz.   10
2.12   Groepen G,H,I en J                       blz.   10
2.13   Vrijetijdsbesteding                      blz.   11
2.14   Van Arbeidsmatig werk (AMW) tot stage    blz.   11
2.15   Praktijkervaringsplaatsen                blz.   11
2.16   Stage                                    blz.   11
2.17   Stage bij Dagcentra                      blz.   12
2.18   Stage bij Multibedrijven                 blz.   12
2.19   Stage bij bedrijven en instellingen      blz.   12
2.20   Stagebegeleiding                         blz.   12
2.21   Uitstroom mogelijkheden                  blz.   13
2.22   Buitenschoolse activiteiten              blz.   13
2.23   Werkweken en schoolreis                  blz.   13
2.24   Levensbeschouwelijk onderwijs            blz.   13
2.25   Verstoring van het onderwijsleerproces   blz.   14
2.26   Leerlingzorg                             blz.   14
2.27   Leerlingbespreking                       blz.   14
2.28   Transitieplan                            blz.   15
2.29   Rapporten                                blz.   15
2.30   Instroom en uitstroom leerlingen         blz.   15
3      Aanmelden en begeleiding                 blz.   16
3.1    Het Regionaal Expertisecentrum (REC)     blz.   16
3.2    Aanmelden bij VSO De Hoge Brug           blz.   16
3.3.   Herindicatie                             blz.   17
3.4    Ambulante Begeleiding                    blz.   17
3.5    Dossiers                                 blz.   18
3.6    Commissie van Begeleiding                blz.   18
3.7    De schoolarts                            blz.   18
3.8    De orthopedagoog                         blz.   19
3.9    Maatschappelijk werk                     blz.   19
3.10   Logopedie                                blz.   19
3.11   Interne Begeleiding                      blz.   19
4      Organisatie                              blz.   20
4.1    Schooltijden                             blz.   20
4.2    Vakanties en vrije dagen                 blz.   20
4.3    Schoolverzuim                            blz.   21
4.4    Verhuizen                                blz.   21
4.5    Contact opnemen met de leerkracht        blz.   21
4.6    Activiteiten buiten de school            blz.   21
4.7    Schoolveiligheid                         blz.   22
4.8    Ontruimingsplan                          blz.   22

                                            2
4.9     Protocol medicijnverstrekking en medisch handelen         blz. 22
4.10    Schoolregels                                              blz. 24
4.11    Maatregelen ontoelaatbaar gedrag / schorsen               blz. 24
4.12    Specificatie van ernstig ontoelaatbaar gedrag             blz. 25
4.13    Procedure schorsing/verwijdering                          blz. 25
4.14    Kwaliteitszorg                                            blz. 26
4.15    Foto‟s, films en DVD‟s                                    blz. 26
4.16    Fotograaf                                                 blz. 26
4.17    Waardevolle spullen                                       blz. 26
4.18    Verzekering                                               blz. 27
4.19    SISA & Huiselijk geweld                                   blz. 27
4.20    Inspectie van het Onderwijs                               blz. 28
4.21    Klachtenprocedure                                         blz. 28
5       Financiën                                                 blz. 29
5.1     Drinkgeld                                                 blz. 29
5.2     Kantine                                                   blz. 29
5.3     Ouderbijdrage                                             blz. 29
5.4     Sponsorbeleid                                             blz. 29
5.5.    Stichting JOIN                                            blz. 29
6       Leerlingen                                                blz. 30
6.1     Identiteitskaart                                          blz. 30
6.2     Bewegingsonderwijs                                        blz. 30
6.3     Vorderingen                                               blz. 30
6.4     Vervoer                                                   blz. 30
6.5     Telefoonnummers taxivervoer                               blz. 31
6.6     Gedragsproblemen in het vervoer                           blz. 31
7       Ouders                                                    blz. 32
7.1     Ouderraad                                                 blz. 32
7.2     Medezeggenschapraad                                       blz. 32
7.3     GMR                                                       blz. 32
7.4     Ouderavond                                                blz. 32
7.5     Oudergesprekken                                           blz. 33
7.6     Huisbezoek                                                blz. 33
7.7     Nieuwsbrief                                               blz. 33
7.8     Communicatieschrift / agenda                              blz. 33
7.9     Bereikbaarheid ouders/verzorgers                          blz. 33
8       Personeel                                                 blz. 34
8.1     Personeelsbestand                                         blz. 34
8.2     Normjaartaak                                              blz. 34
8.3     Stagiaires                                                blz. 35
8.4     Studiedagen personeel                                     blz. 35
8.5     Zieke leerkrachten                                        blz. 35
9       Belangrijke regelingen voor leerlingen van 17-20 jaar     blz. 36
9.1     Wajong                                                    blz. 36
9.2     Uitstroom mogelijkheden                                   blz. 36
9.2.1   Dagcentra                                                 blz. 36
9.2.2   Multibedrijven                                            blz. 36
9.2.3   Vrije bedrijf                                             blz. 37
9.2.4   Stagedocenten                                             blz. 37
10      Informatie voor kinderen/jongeren met een handicap        blz. 38
10.1    Begeleiderkaart openbaar vervoer                          blz. 38
10.2    TOG                                                       blz. 38
10.3    WVG (Wet Voorzieningen Gehandicapten)                     blz. 38
10.4    Aangepaste sport en recreatie                             blz. 39
10.5    Zomervakanties voor kinderen en jongeren met een handicap blz. 39
10.6    WAI-NOT                                                   blz. 39
11      Belangrijke adressen                                      blz. 40
12      Nawoord                                                   blz. 40




                                              3
1     Schoolprofiel

1.1   De school

VSO de Hoge Brug is de voortgezette afdeling van de A. Willeboerschool, een openbare
school voor zeer moeilijk lerende leerlingen te Rotterdam. Op de VSO wordt onderwijs
gegeven aan leerlingen tussen de 12 en 20 jaar. Voor de meeste van onze leerlingen is
dit eindonderwijs. Leerlingen worden dus voorbereid op hun toekomst wat betreft
werken, wonen, vrijetijdsbesteding en de samenleving. Van de SO- afdeling van onze
school stromen de meeste leerlingen vanaf 13 jaar door naar de VSO- afdeling.
Leerlingen van buitenaf kunnen instromen op de VSO vanaf de leeftijd van 12 jaar.
De school valt onder het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (Stichting BOOR).
                         Calandstraat 41
                         3016 CA Rotterdam
                         Postbus 23058
                         3001 KB Rotterdam.
Daarnaast maakt de school deel uit van het Regionaal Expertise Centrum cluster 3, REC
De Nachtegaal.

1.2   Bereikbaarheid

Het schoolgebouw van de VSO is gevestigd in Hillegersberg aan de Hillegondastraat 25
nabij de splitsing Straatweg-Kleiweg. De school is bereikbaar met tram LIJN 4 en verder
met bus 35 en 49. Het NS -station Noord is op loopafstand en hier stopt bus 40.

1.3   Waar staan we voor

VSO de Hoge Brug is een openbare school waarin ruimte is voor mensen van
verschillende culturen, geaardheid en geloofsovertuigingen. Vanuit een respectvol en
maatschappijgericht klimaat streven we op de VSO ernaar dat onze leerlingen zicht
krijgen op: hun talenten en deze te leren ontwikkelen, op hun beperkingen en daarmee
te leren omgaan en op hun sociale omgang met anderen, met als doel een gewaardeerde
rol in onze samenleving te bereiken.

Op de Hoge Brug ligt veel nadruk op het praktisch werken, gericht op de toekomst. We
doen dit door een ruim aanbod aan praktische werkzaamheden en het creëren van
werksituaties binnen de school (interne stage) en via praktijkervaringplaatsen in– en
extern en stages buiten de school. We begeleiden onze leerlingen bij zowel de stage als
naar het zoeken van een geschikte werkplek.

De gehele schoolloopbaan wordt gewerkt aan de cognitieve, sociale, praktische,
kunstzinnige en lichamelijke ontwikkeling. In alle leerjaren wordt aandacht besteed aan
“gezond en redzaam gedrag”, waaronder de vakken als lichaamsverzorging, seksuele
vorming, sociale redzaamheid en omgangsvormen vallen.
Waar we in de onderbouw ook nog de nodige aandacht besteden aan de cognitieve
vakken als taal, rekenen, lezen e.d. komt in de midden- en bovenbouw de nadruk vooral
te liggen op het praktisch werken, gericht op de toekomst.
In de onderbouw worden de praktische vaardigheden op school aangeboden tijdens de
branche groepen: koken/bakken, schoonmaken, textiel, groenvoorziening/dierhouderij,
algemene techniek, winkel/magazijn en montage/onderhoud.
Vanaf de middenbouw vinden de activiteiten steeds vaker buiten de school plaats en
verdiepen de eerder geleerde vaardigheden zich. Interne en externe
praktijkervaringplaatsen zorgen voor een toenemende mate van zelfstandigheid en
deelname aan het maatschappelijk leven. In de bovenbouw gaan de leerlingen
zelfstandig stage lopen.
                                            4
1.4    Visie

De school wordt bezocht door zeer moeilijk lerende kinderen vanuit alle culturen en
sociale milieus die onze samenleving rijk is. Al onze leerlingen hebben zeer uiteenlopende
ontwikkelingsperspectieven en hulpvragen.
     Wij proberen binnen onze school alle leerlingen in hun waarde te laten en tot hun
        recht te laten komen.
     Het is belangrijk dat elk kind zichzelf mag zijn en kan blijven en zich naar eigen
        kunnen maximaal mag, kan en zal ontwikkelen.
     Mede door het feit dat we een vorm van eindonderwijs zijn streven we er naar de
        leerlingen ervaringen op te laten doen om op basis van hun perspectief een
        gewaardeerde plek in de maatschappij te kunnen krijgen.
     Door intensief te begeleiden en door in een voorbeeldfunctie met hen om te gaan
        (onder andere op het gebied van normen en waarden), zullen zij leren op welke
        wijze zij deel kunnen nemen aan onze samenleving.
     De school richt zich dus niet op een eenzijdige aanpak van leerproblemen, maar
        richt zich op de totale ontwikkeling van de leerlingen.

1.5    Missie en kernwaarden

De hoofddoelstelling van de Stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam is het
verzorgen van kwaliteitsonderwijs vanuit de specifieke identiteit van het openbaar
onderwijs. De kernwaarden die richtinggevend zijn voor het handelen van alle
medewerkers en leerlingen van het openbaar onderwijs Rotterdam zijn:
    Maximale talentontplooiing
    Actieve pluriformiteit
    Actief realiseren van kinderrechten en plichten
    Sterk verbinden met de samenleving
    Opleiden tot nieuwsgierige mensen gericht op de toekomst


1.6    Doelstelling

Als algemeen doel stelt VSO De Hoge Brug:
    Het streven naar een optimale zelfstandigheid en een minimale afhankelijkheid van
    elke leerling, opdat de leerling zinvol en gewaardeerd kan functioneren in zijn/haar
    milieu (gezin, gezinsvervangende situatie), werk- en vrijetijdssituatie."


1.7    Het klimaat van de school

Als uitwerking op de algemene doelstelling van de school heerst op school een
leerling gericht klimaat, waarbinnen de leerling centraal staat. De school zorgt
daarbij voor een rijke, uitdagende, veilige, duidelijke en gestructureerde
leeromgeving, waarbij elke leerling op een positieve manier uitgedaagd wordt
zijn leercompetentie tot uiting laten komen.
Door uit te gaan van de positieve ontwikkelingskansen, wat inhoudt dat het
belangrijker is vast te stellen wat een leerling wel kan dan hem of haar op de
tekortkomingen te wijzen, wordt een veilig klimaat gecreëerd, waarin iedereen
zich geaccepteerd voelt. We vinden dat dit alleen tot stand kan komen in
overleg met de ouders. Ten aanzien van de ouders zijn wij daarom een open
school. De ouders kunnen altijd voor informatie op school terecht. Om een zo
goed mogelijk contact met de ouders te onderhouden worden tevens
verschillende activiteiten met en voor ouders opgezet. Daarnaast zijn er
natuurlijk de oudergesprekken, de ouderavonden, de jaarafsluitingen en in de
onderbouw de jaarlijkse huisbezoeken.


                                             5
2      Onderwijsaanbod en onderwijszorgaanbod


2.1    Programma

De school beoogt een brede ontwikkeling voor zeer moeilijk lerende, geënt op de
mogelijkheden / talenten van de leerling en stelt daarmee de leerling in staat om zich zo
optimaal mogelijk te ontplooien. Het onderwijs richt zich op de emotionele en cognitieve
ontwikkeling van de leerling, op het tot ontwikkeling brengen van de creativiteit en het
verwerven van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden. Het onderwijsaanbod en
de organisatie van de school leveren een bijdrage aan de realisering van de
onderwijsdoelen voor de op verschillend niveau functionerende leerlingen. Het einddoel
van het onderwijs aanbod op de VSO- afdeling is dat de leerling zich op het gebied van
werken, wonen, burgerschap en vrijetijdsbesteding optimaal ontwikkeld heeft.

De geboden vakken zijn voortgekomen uit de wettelijke inhoud (V)SO, zoals deze
vermeld staat in de wet op expertisecentra onder de artikelen 13 en 14.
Ze leiden tot integrale onderwijsdoelen:
1a. Afstemmen van het onderwijs op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling.
1b. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerling een ononderbroken
    ontwikkelingsproces kan doorlopen.
2. Het onderwijs is gericht op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling,
    het ontwikkelen van de creativiteit, het verwerven van sociale, culturele en
    lichamelijke vaardigheden.
3. Het onderwijs is gericht op het deelnemen aan een multiculturele samenleving en
    kennis nemen van een kennis maken met verschillende achtergronden en
    culturen.

Bovenstaande doelen worden vorm gegeven in de leerlijnen ZML waarin de vakgebieden
verwerkt zijn. Wij maken onderscheid in:
    Leergebiedoverstijgende leerlijnen. Deze lijnen zijn van algemeen belang. Ze
      kunnen niet expliciet ondergebracht worden bij een specifiek leergebied. Deze
      lijnen hebben betrekking op het gehele onderwijsaanbod en komen aan de orde in
      diversen onderwijsleersituaties.
      Het betreft:
          - Leren leren (werkhouding en aanpakgedrag)
          - Zintuiglijke en motorische ontwikkeling
          - Omgaan met media
          - Sociaal emotionele ontwikkeling (sociaal gedrag)
    Leergebiedspecifieke leerlijnen. Deze lijnen zijn duidelijker ontleend aan en onder
      te brengen bij een bepaald leergebied.
      Het betreft:
          - Mondelinge taal, functionele communicatievaardigheid
          - Lezen
          - Schriftelijk taalgebruik, gericht op de huidige en de te verwachten leef- en
               werksituatie van de leerling.
          - Rekenen, het praktisch omgaan met rekenkundige grootheden en het
               toepassen van eenvoudige rekenvaardigheden.
          - Oriëntatie op tijd
          - Oriëntatie op ruimte
          - Oriëntatie op natuur en techniek
          - Oriëntatie op mens en samenleving, o.a door middel van interne en
               externe stages
          - Gezond en redzaam gedrag, o.a seksuele vorming
          - Wonen en vrije tijd
          - Sociale competentie
                                            6
          -   Bewegingsonderwijs
          -   Muziek en bewegen
          -   Beeldende vorming
          -   Dramatische vorming

Voor alle vakgebieden maken we indien beschikbaar en bruikbaar, gebruik van bestaande
methoden en of middelen. Deze methoden en middelen zijn een leidraad voor de
leerkracht en worden aan onze eigen schoolpopulatie aangepast. Deze aanpassingen
worden schoolbreed afgesproken.

Om het ontwikkelingsniveau van de leerling vast te leggen en de voortgang in de
ontwikkeling te volgen maken we gebruik van het OVM (= Ontwikkeling Volg Model).
De leerlijnen ZML zijn hierin geïntegreerd. Om het ontwikkelingsniveau op het gebied van
rekenen en lezen / schriftelijke taal vast te kunnen leggen gebruiken we schoolgebonden
toetsen en methoden gebonden toetsen en COTAN goedgekeurde toetsen.

Op de VSO- afdeling wordt er gewerkt in verschillende leerwegen, te weten de
arbeidsgerichte leerweg, de gemengde leerweg en de begeleide leerweg.
Criteria waarom een leerling in een bepaalde leerweg wordt geplaatst zijn o.a het
verwachte uitstroomprofiel en de mate van begeleiding die een leerling nodig heeft.
Het leren op werkervaringplekken en tijdens stages wordt in de loop van de
schoolloopbaan van de leerling een steeds belangrijker onderdeel van het leerproces.



2.2   Onderwijskundige uitgangspunten

Om het onderwijs(zorg)aanbod te kunnen realiseren hanteren we de volgende
onderwijskundige uitgangspunten:
    Aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van de leerling
    Aansluiten bij de belevingswereld van de leerling
    Ontwikkelingsgericht en leeftijdsadequaat onderwijs.
    Schoolbrede afspraken over de principes van de wijze van aanbieden van de
      leerstof
    Schoolbrede visie over en toepassen van benodigde leerkrachtcompetenties
      (vaardigheden en attitudes.)


2.3   Leerwegen

Om de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden naar hun deelname in de maatschappij,
is de school verdeeld in 3 leerwegen:
     de begeleide leerweg,
     de gemengde leerweg
     de arbeidsgerichte leerweg.
De leerling mogelijkheden bepalen aan welke leerweg de leerling deelneemt. Sociale
vaardigheden, communicatieve vaardigheden, werkhouding en motivatie zijn in deze de
belangrijke succesfactoren.
Vanuit testgegevens en gegevens vanuit het leerlingvolgsysteem verstrekt vanuit het SO
of enkele andere schoolsoort wordt bij de instroom van leerlingen op het VSO bepaald of
de leerling in de onderbouw in de arbeidsgerichte leerweg of de begeleide leerweg komt.

Tussentijdse evaluaties en het transitieplan tijdens de schoolloopbaan geven sturing aan
het volgen van de leerweg. Overstappen naar een andere leerweg is dus mogelijk.




                                            7
2.4     Bouwen:

Naast de leerwegen is de school is verdeeld in 3 bouwen.
      Onderbouw voor alle leerlingen van 12 t/m 14 jaar*
      Middenbouw van 15 t/m 17 jaar*
      Bovenbouw van 17 t/m 20 jaar*
       * uitzonderingen zijn mogelijk
De leerlingen worden binnen de verschillende bouwjaren ingedeeld in bovengenoemde
leerwegen.

De bouwverdeling onderbouw, middenbouw, bovenbouw staat vast. Elk jaar wordt op
basis van leerlingenpopulatie in relatie tot de middelen bepaald hoeveel groepen per
bouw geformeerd gaan worden.

Verdeling van de leerlingen over de bouwen vindt plaats op grond van:
    leeftijd
    ontwikkeling
    vorderingen

De ontwikkelingen en vorderingen van de leerlingen worden met behulp van een digitaal
leerlingvolgsysteem, het OVM (Ontwikkeling Volg Model van het Seminarium voor
Orthopedagogiek) in kaart gebracht en vastgelegd.
Twee keer per jaar (najaar en voorjaar) vindt, per groep een leerling bespreking plaats
met de daaraan verbonden groepsleerkrachten en klassenassistenten, betrokken
praktijkbegeleiders en stagedocenten, de leerlingzorgcoordinator en de orthopedagoog.
Besproken worden de ontwikkelingen en vorderingen van de leerlingen en eventuele
specifieke aandachtspunten. Voor die aandachtspunten wordt indien nodig een
individueel handelingsplan opgesteld. Voor de cognitieve vakken worden
groepshandelingsplannen opgesteld.

De leerlingen maken een eigen ontwikkeling door. Het kan dus voorkomen dat leerlingen
meerdere jaren in dezelfde groep verblijven. Dit heeft niets te maken met “zittenblijven”.
De reden is dat die leerling in die groep, gezien zijn/haar ontwikkeling, het beste van het
onderwijs op de VSO profiteert.


2.5     Onderbouw

In de onderbouw zitten voornamelijk leerlingen in de leeftijd van 12 t/m 14 jaar.
Er wordt aandacht besteed aan de cognitieve vakken, aan “gezond en sociaal redzaam
gedrag” en arbeidsmatig werken. Vier dagdelen in de week worden de praktische
vaardigheden op school aangeboden in o.a. de branche groepen:
     koken, bakken
     schoonmaken,
     groenvoorziening/Dierhouderij,
     textiel,
     algemene techniek,
     administratie/magazijn,
     montage/onderhoud.
De praktische vaardigheden worden aangeleerd door de leerkracht en de
klassenassistent.
Het vak seksuele vorming wordt door een vakdocent gegeven.
De leerlingen in de onderbouw werken voornamelijk in en rond het schoolgebouw.




                                             8
2.6    Middenbouw

De middenbouw wordt bezocht door jongeren in de leeftijd van 15 en 16 jaar.
Vanaf de middenbouw vinden de activiteiten steeds vaker buiten de school plaats en
verdiepen de eerder geleerde vaardigheden zich.
Interne en externe praktijkervaringplaatsen zorgen voor een toenemende mate van
zelfstandigheid en deelname aan het maatschappelijk leven.
De nadruk komt te liggen op het leren werken.
Vier (4) dagdelen per week komen de leerlingen op interne leerwerkplekken en externe
praktijkervaringplaatsen in aanraking met werk.

De cognitieve vakken gaan zich in toenemende mate richten op het ondersteunen van
het toekomstperspectief van de leerlingen. “Gezond en sociaal redzaam gedrag” richt
zich nu ook meer op het omgaan met mensen buiten school.
De leerlingen maken in deze bouw ook gebruik van faciliteiten van maatschappelijke
organisaties buiten het schoolgebouw.


2.7    Bovenbouw

In de bovenbouw gaan de leerlingen minimaal 2 dagen individuele stage lopen in één van
de drie uitstroom mogelijkheden:
     dagbesteding
     sociale werkvoorziening
     het vrije bedrijf
In welk uitstroomgebied zij stage kunnen lopen is afhankelijk van hun mogelijk
toekomstperspectief. In nauw overleg met de ouders en de leerling wordt besproken
wanneer de leerling de school gaat verlaten en mee gaat draaien in de maatschappij.
Leerlingen kunnen maximaal tot hun 20ste levensjaar bij ons op school blijven.
Het schoolgebouw dient nu vooral als ontmoetingsplaats waar de leerlingen ervaringen
kunnen delen en verder handvatten ontvangen om participatie in de samenleving te
vergemakkelijken.


2.8    Klassen

De VSO- afdeling telt dit schooljaar 101 leerlingen, verdeeld over 9 groepen:
3 groepen onderbouw, 3 groepen middenbouw en 3 groepen bovenbouw.

Onderbouw:
   klas 1A          : begeleide leerweg 10 leerlingen
   klas 1B          : gemengde leerweg 10 leerlingen
   klas 1C          : Arbeidstoeleiding 12 leerlingen

Middenbouw:
    klas 2A         : begeleide leerweg 8 leerlingen
    klas 2B         : gemengde leerweg 10 leerlingen
    klas 2C         :gemengde leerweg 7 leerlingen

Bovenbouw:
    klas 3A         : begeleide leerweg    13 leerlingen
    klas 3B         : gemengde leerweg     14 leerlingen
    klas 3C         : gemengde leerweg     25 leerlingen


                                            9
2.9    De klassen 1A/1B/1C

Klas 1A en 1B zijn aanvangsgroepen. Klas 1C is een tweedejaars onderbouw groep met
ook nog aandacht voor de cognitieve vakken, zoals Nederlandse taal, lezen, rekenen,
wereldoriëntatie. Daarnaast is er aandacht voor de zelfredzaamheid, de sociale
vaardigheden en lichamelijke opvoeding. Vier ochtenden per week draaien de klassen B
en C mee in het interne stageprogramma.


2.10   De klassen 1A/2A/3A

De klassen 1A (aanvangsgroep), 2A (middenbouwgroep) en 3A (eindgroep) zijn dit
schooljaar groepen in de zorg en/of begeleide leerweg. Naast de cognitieve vakken is er
vooral veel aandacht voor de sociale redzaamheid van de leerlingen. Zij oefenen
daarnaast ook de praktische vaardigheden van Arbeidsmatig Werken. Dit doen zij in de
Branche groepen.
Klas 1A zal daarmee starten in de loop van het schooljaar 4 ochtenden per week;
klas 2A bij Poortwerk (4 dagdelen), en in de andere interne praktijkplekken;
klas 3A in de Branche groepen gericht op horeca, schoonmaak, winkel/magazijn en de
groenvoorziening. Daarnaast lopen de leerlingen van klas 3A op maandag en dinsdag
stage.


2.11   De klas 2A/2B/2C

De klassen 2A (zorg en/of begeleide leerweg) en de klassen 2B en 2C ( gemengde en/of
arbeidsgerichte leerweg) zijn middenbouwgroepen. Twee dagen per week wordt gewerkt
aan de cognitieve vakken en de vakken gezond en sociaal redzaam gedrag. De overige
twee dagen gaan de leerlingen in groepen van max. 6 leerlingen onder directe
begeleiding van een leerkracht en/of klassenassistent aan het werk in een leertraject op
externe praktijkervaringplaatsen bij: warenhuis V&D, Antonius verzorgingshuis, Bazar,
winkelcentrum “de Oosterhof”, Poortwerk en de RET.
Er wordt veel aandacht besteed aan werkhouding en taakbesef, ter voorbereiding op de
individuele stage in de bovenbouw en de toekomst na de school. Het geeft de leerlingen
de gelegenheid te ontdekken naar welke werkzaamheden hun voorkeur uitgaat. (zie ook
het hoofdstuk “van AMW via praktijkervaringplaatsen tot stage”).


2.12   De klassen 3A, 3B en 3C

De klassen 3A, 3B en 3C zijn dit schooljaar de eindgroepen in de bovenbouw.
Aan de leerlingen van de eindgroepen worden hoge eisen gesteld als het gaat om
zelfstandigheid, werkhouding en uitvoering van het werk. We bereiden hen zo goed
mogelijk voor op hun toekomst na de schoolperiode. Alle bovenbouwleerlingen krijgen
wekelijks een intensief lesprogramma op het gebied van wonen.
De leerlingen van de klassen A, B zijn 1 dag per week op school voor de vrije
tijdsbesteding, op de woensdagochtend, en 2 dagen per week op school voor de schoolse
vakken. Daarnaast gaan de leerlingen 2 dagen per week individueel stage lopen bij
diverse bedrijven en instellingen.
Groep C is dit schooljaar de intensieve stagegroep. De leerlingen van deze groep lopen 4
dagen per week individueel stage. Op woensdagochtend is de terugkomdag op school;
stage-ervaringen worden besproken, moeilijke werksituaties extra geoefend en het
intensief lesprogramma wonen wordt uitgevoerd.

De aard van de stage van elke bovenbouwleerling is afhankelijk van het perspectief van
de leerling richting uitstroom na de schoolperiode.


                                           10
2.13   Vrije tijdbesteding:

De woensdag staat voor de hele school in het teken van vrijetijdsbesteding, waaronder
voetbaltraining, zeilen, drama, media, handvaardigheid, muziek, gezelschapsspelen.
Voor de onderbouw ziet het vrije tijdsbestedingprogramma voor het komende jaar er als
volgt uit:
     muzische vorming (het hele jaar),
     verkeer (1/2 jaar),
     Seksuele vorming (1/2 jaar),
     sociale vaardigheidstraining(het hele jaar).

2.14   Van Arbeid Matig Werken (AMW) tot stage

Wat is Arbeid Matig Werk (AMW)
Op VSO de Hoge Brug gaan de leerlingen, naast de gewone vakken, in kleine groepjes
arbeidsmatige activiteiten uitvoeren. Dit gebeurt in en rond de school onder begeleiding
van de leerkrachten en klassenassistenten. De leerlingen komen in aanraking met
verschillende werkzaamheden waardoor ze allerlei vaardigheden opdoen zoals
samenwerken, een goede werkhouding, hulp vragen als je niet verder kunt etc. Dit
noemen we Arbeid matig Werken (AMW).
De AMW onderdelen die we aanbieden zijn: magazijn/winkel, bakken, boodschappen
doen, textiel, tuin- en dierverzorging, montage/onderhoud, koken, schoonmaken,
wassen en strijken.
Het doel van AMW.
Na verloop van tijd krijgen we een duidelijk zicht op de sterke en zwakke kanten, de
affiniteiten, de vaardigheden en de werkhouding van de leerling. Met deze gegevens
wordt een keuze gemaakt voor de praktijkervaringplaatsen in de middenbouw.


2.15   Praktijkervaringplaatsen.

In de middenbouw werken we een aantal dagdelen per week in praktijkervaringplaatsen.
Ook een aantal leerlingen van de bovenbouw doet hieraan mee. De leerlingen komen,
net zoals bij AMW in aanraking met verschillende werkzaamheden waardoor zij ervaring
opdoen en zich zo verder bekwamen in samenwerken, een goede werkhouding etc. De
praktijkervaringplaatsen kunnen zowel intern als extern zijn. De keuze voor een
praktijkervaringplaats wordt gemaakt naar aanleiding van de gegevens die de jaren
daarvoor bij o.a. AMW verkregen zijn. De interne praktijkervaringplaatsen zijn gericht
op: horeca, schoonmaak, winkel/magazijn, groen/Dierhouderij en montage/onderhoud.
De externe praktijkervaringplaatsen zijn gericht op groenvoorziening, winkels,
schoonmaak en verzorgingsinstellingen.

Het doel van de praktijkervaringplaatsen.
Het doel van het werken op een praktijkervaringplaats is, net als bij AMW, een nog
duidelijker zicht te krijgen op de affiniteiten, de vaardigheden en de werkhouding van de
leerling. Leren in de praktijk om de vaardigheden, werkhouding etc. te verbeteren. Naar
aanleiding van de resultaten wordt een keuze gemaakt: of de leerling blijft leren in een
praktijkervaringplaats of er wordt een stageplaats voor hem/haar gezocht.

2.16   Stage

Om individueel stage te kunnen gaan lopen is van belang dat de leerling:
   op tijd komt
   zich goed weet te gedragen
   een goede motivatie t.a.v. het werk heeft
   beschikt over sociale en communicatieve vaardigheden
   enige praktische vaardigheden beheerst
   onder begeleiding kan werken

                                           11
Als een leerling aan bovenstaande voldoet, dan wordt er door de stagedocent in overleg
met de ouders en/of verzorgers en de leerling afspraken gemaakt over het te volgen
stagetraject. Er wordt hierbij gelet op wensen, mogelijkheden en begeleidingsbehoefte
van de leerling. Aan de hand hiervan wordt een stageplek gezocht. Er zijn verschillende
mogelijkheden:


2.17   Stages bij dagcentra

Dit kunnen oriëntatie- of beroepsvoorbereidende stages zijn.
Een oriëntatiestage duurt 8 weken. De leerling loopt dan 2 dagen per week stage op het
oriëntatiedagverblijf om kennis te maken met de dagcentra en hun mogelijkheden.
Een beroepsvoorbereidende stage duurt 3 maanden, waarvan eerst 2 weken volledig en
daarna 2 dagen per week. Er zijn verschillende richtingen mogelijk bij de diverse
dagcentra, bv. houtwerkplaats, kwekerij, chocolaterie, fietswerkplaats, mailing, bakkerij
etc.


2.18   Stage bij Multi-bedrijven

Multi-bedrijven bieden stageplekken in de volgende richtingen: montagetechnieken en
assemblage, schoonmaak en onderhoud, kwekerij, catering, elektronica, administratie.


2.19   Stage bij bedrijven en instellingen

Dit zijn stages binnen het vrije bedrijf zoals winkels, ziekenhuizen, bibliotheken,
kinderdagverblijven, supermarkten, restaurants etc. Het is hierbij van belang dat uw kind
zelfstandig kan reizen (zie ook Vervoer). Dit vergroot het aanbod in mogelijke
stageplekken. Eventuele extra reiskosten kunnen gedeclareerd worden bij Jeugd,
Onderwijs en Samenleving (JOS), afdeling Leerling-vervoer. Een formulier is bij de
stagedocent verkrijgbaar.


2.20   Stagebegeleiding

De leerling wordt begeleid door de stagedocent van de school. Deze is tevens de
contactpersoon tussen leerling, ouders, stageplek en school. De stagedocent zorgt voor
goede afspraken die schriftelijk worden vastgelegd in een stagecontract. In het
stagecontract staat o.a. welke arbeid de stagiair gaat verrichten en wanneer (op welke
dagen en welke uren). Het is de bedoeling dat de leerlingen van de klassen 3A en 3B
minimaal 2 dagen per week stage lopen bij een van de voor de leerling geschikte stage-
instelling en de leerlingen uit klas 3C 4 dagen per week om zo kennis te maken met
arbeid in de ruimste zin van het woord.
Dit betekent onder meer:
     leren omgaan met collega‟s en leidinggevende
     leren zo zelfstandig mogelijk opdrachten uit te voeren en af te maken
     leren gedurende langere tijd achtereen werkzaamheden te verrichten
     kennismaken met verhoudingen en regels binnen een bedrijf of instelling.

De lengte van de stage en werktijd kan in overleg tijdens het schooljaar veranderd
worden.

Een stageplek is geen garantie voor een vaste baan, maar bij gebleken geschiktheid lukt
het enkele leerlingen jaarlijks van hun stageplek een werkplek te maken.



                                            12
2.21 Uitstroommogelijkheden

Voor onze leerlingen zijn er 3 uitstroommogelijkheden: dagcentra, begeleide
werkplekken (Roteb) en zelfstandige werkplekken, al dan niet met ondersteuning.

Voor vragen over stage kunt u contact opnemen met onze stagedocenten: Paul
Meeuwsen, Kees Weerdmeester en Yvonne Beeren.



2.22   Buitenschoolse activiteiten

Hieronder worden alle activiteiten verstaan, die al dan niet onder schooltijd, maar niet in
het schoolgebouw worden ondernomen. Het leren ontdekken van de wereld om ons
heen, participeren in de samenleving is voor leerlingen van onze school geen
vanzelfsprekendheid. Buitenschoolse activiteiten is op onze school daarom erg belangrijk
en zijn op de VSO onder meer:
Externe praktijkervaringplaatsen, stages, G-voetbalteam, zeilen, culturele activiteiten,
boodschappen doen, verkeerslessen, gebruik maken van het openbaar vervoer,
schoolreis, werkweken en al wat verder voor de leerontwikkeling van de leerlingen van
belang is.
Het vervoer van activiteiten buiten de school vindt plaats met het openbaar vervoer en of
eigen auto- en busvervoer.
Komend schooljaar doen wij ook mee aan het project “Special Heroes”
Special Heroes is een sportstimuleringsproject voor leerlingen met een chronische ziekte
of met een lichamelijke, verstandelijke of meervoudige handicap in het Special
Onderwijs.
Het is een project dat zoveel mogelijk leerlingen met een beperking in de leeftijd van 4
tot 20 jaar wil laten zien en vooral wil laten ervaren hoe leuk sport en bewegen kan zijn.
Dit doen we door middel van een uitgebreid sportstimuleringsprogramma, dat in nauw
overleg met de scholen wordt uitgevoerd.


2.23 Werkweken en schoolreis

Ook de werkweken en schoolreizen behoren tot het schoolprogramma.
De onderbouwleerlingen van de VSO-afdeling gaan niet op werkweek maar elk schooljaar
aan het einde van het schooljaar 1 dag op schoolreis.
De werkweek van de middenbouw leerlingen staat in het teken van het
onderwijsprogramma wonen en wordt aan het einde van het schooljaar gehouden in
bungalows op een bungalowvakantiepark.
De werkweek van de bovenbouwleerlingen bestaat uit een meerdaagse culturele en/of
een actieve stedenreis eveneens in de tweede helft van het schooljaar.
Hoewel de ouderbijdrage een vrijwillige bijdrage is wordt aan elke ouder
dringend verzocht de gevraagde ouderbijdrage te betalen. Schoolreizen,
werkweken en andere speciale activiteiten voor de leerlingen kunnen immers
alleen doorgaan als ouders ook daadwerkelijk betalen.
Indien de betaling voor de werkweek en of ouderbijdrage voor onder meer de
werkweek en het schoolreisje voor u problemen oplevert, verzoeken wij u
contact op te nemen met de schoolleiding.


2.24   Levensbeschouwelijk onderwijs

Buiten de aandacht die uitgaat naar de diverse vieringen van de verschillende
geloven wordt er naast het respecteren van de geloven van ieder kind op de
school geen specifiek levensbeschouwelijk of godsdienstonderwijs gegeven.

                                            13
2.25   Verstoring van het onderwijsleerproces

Op school streven we naar het creëren van een klimaat waarin leerlingen, ouders en
personeel zich veilig en gewaardeerd voelen en waar leerlingen een omgeving krijgen
aangeboden waarin ze zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen.
Voor leerlingen met „moeilijk verstaanbaar gedrag‟ wordt met leerkracht, IB en
orthopedagoog in overleg met ouders/verzorgers een plan van aanpak op sociaal-
emotioneel gebied opgesteld.
In sommige situaties is het mogelijk om deskundigheid van externen in te zetten binnen
de school om de leerling zodoende toch binnen de school te kunnen handhaven en om
schorsing of verwijdering te voorkomen. Ook bij deze werkwijze worden ouders
betrokken. Soms is externe hulp buiten de school voor een leerling nodig.
Indien het onderwijsleerproces of het schoolklimaat voor leerlingen en/of het personeel
door een leerling verstoord wordt kan het “Pestprotocol” (eventueel uitmonden in een
schorsing of verwijdering) of de procedure “Van schorsing tot verwijdering” in werking
gesteld worden. Er kan bij het bevoegd gezag gevraagd worden een verwijderingbesluit
in te zetten indien er bij een leerling sprake is van zeer ernstig wangedrag of omdat de
school niet meer kan voldoen aan de zorgbehoefte van de leerling en er na langdurige
inspanning geen alternatief is gevonden. Het beleid betreffende bovenstaande staat
vermeld in deze schoolgids onder schorsing en verwijdering.
Op de VSO wordt gebruik gemaakt van de incidentenregistratie (digitaal) en de
interactiewijzer. Dit laatste om beter zicht te krijgen op het eigen handelen van het team
in de communicatie over en weer met de leerlingen.

2.26   Leerlingzorg

Leerlingzorg is de kern van goed onderwijs. Leerlingzorg is een transparant cyclisch
proces van signaleren, diagnosticeren, remediëren en evalueren. Voor het goed laten
verlopen van de zorg en begeleiding van leerlingen is het van belang dat er iemand is die
eindverantwoordelijk is voor de coördinatie. Dit is de leerlingzorgcoordinator. Er is een
groep specialisten bestaande uit de leerlingzorgcoordinator, de Commissie van
Begeleiding en IB-ers. Deze groep ondersteunt het primaire proces. De
leerlingzorgcoordinator zorgt voor een goede samenwerking tussen de diverse
betrokkenen en samenhang van de diverse procedures.
Leerlingen krijgen een zorgvuldig entreetraject, vervolgtraject en een uitstroomtraject,
gekoppeld aan een samenhangend leerlingvolgsysteem.

2.27   Leerling bespreking

Tweemaal per jaar worden de leerlingen besproken in een groepsleerling
bespreking. Aan deze bespreking nemen de leerkracht, de klassenassistent, de
leerling-zorgcoördinator, de orthopedagoog en de intern begeleider deel. Ruim
van tevoren hebben de leerkrachten een overzicht van de handelingsplannen
van elke leerling ingevuld en hun vraagstellingen rond de leerling geformuleerd.
Ouders kunnen er ook een vraagstelling in formuleren. De gegevens en de
vraagstelling uit het ouderformulier wordt meegenomen tijdens de bespreking.
De gemaakte afspraken tijdens de leerling bespreking kunnen leiden tot
aanpassing van de handelingsplannen. Ook kunnen er afspraken uit
voortvloeien die van belang voor de thuissituatie zijn of die op andere wijze
belangrijk zijn voor de ouders.
Wanneer het van belang is dat er een directe terugkoppeling met de ouders
nodig is, dan zal vanuit school (meestal via de leerkracht) met de ouders
contact worden opgenomen. (Binnen twee weken na de bespreking). Ouders
mogen ook informeren bij de leerkracht wat er voor afspraken uit de bespreking
zijn voortgekomen. Daarnaast krijgen de ouders de gelegenheid om in februari
en juli met de leerkracht/klassenassistent het functioneren van hun kind te
bespreken.

                                            14
2.28 Transitieplan
Het transitieplan wordt dit schooljaar ingevoerd; het is een dossier waarin het te volgen
pad voor de toekomst van de leerling voor deelname in de maatschappij op het gebied
van werk wordt beschreven, gevolgd en bijgesteld. Ouders / verzorgers als primair
verantwoordelijke participeren in het opstellen en uitvoeren van het transitieplan van de
leerling.


2.29 Rapporten
 Op onze school wordt eens per jaar een rapport met de leerling meegegeven.
Dit vindt aan het einde van het schooljaar plaats. In dit ,vooral geschreven
rapport, wordt omschreven hoever de leerling is in zijn/haar ontplooiing en
ontwikkeling. Na de uitreiking van de rapporten worden de ouders uitgenodigd
om de resultaten van het afgelopen schooljaar en de handelingsplanning voor
het komende schooljaar met de leerkrachten te bespreken op school.




2.30 In- en uitstroom leerlingen

Uitstroom 2008 – 2009
Aan het einde van het schooljaar hebben er 13 leerlingen onze school verlaten.
Deze leerlingen zijn naar de volgende plaatsen uitgestroomd:
9 activiteiten centra
2 sociale werkvoorziening
1 vrije bedrijf
1 niet bekend

Instroom 2009 – 2010
Aan het begin van dit schooljaar zijn er 26 leerlingen nieuw ingestroomd.
Deze leerlingen zijn afkomstig van:
SO-afdeling: 15
Basisschool: 1
Cluster 3 scholen: 9
Sbo school: 1

Het totaal aantal leerlingen van de VSO-afdeling is aan het begin van dit schooljaar 101.




                                           15
3         Aanmelding en begeleiding

3.1       Het Regionaal Expertisecentrum (REC)

Op 1 augustus 2003 is de Wet op de Expertisecentra (WEC) in werking getreden.
Gelijktijdig is de wet op Leerling Gebonden Financiering (LGF) in werking gegaan.
Het gevolg is dat scholen voor speciaal onderwijs vanaf die tijd deel uitmaken van een
Regionaal Expertise Centrum (REC). Voor de A. Willeboerschool, waaronder VSO De Hoge
Brug, is dat REC Zuid-Holland Zuid, genaamd "de Nachtegaal", een REC voor alle cluster
3-scholen in deze regio. Dit zijn alle scholen voor leerlingen met een verstandelijke en/of
lichamelijke handicap en zieke leerlingen.

Wat doet het REC:
   instandhouden van Commissie voor Indicatiestelling (CvI)
   coördineren van onderzoek en ondersteuning voor leerlingen in het basisonderwijs
     en voortgezet onderwijs.
   het ondersteunen van de ouders bij het indienen van een verzoek tot leerling
     gebonden financiering indien de leerling wordt ingeschreven bij een school voor
     bao/sbo of een school voor vo, dan wel ondersteuning van ouders bij het indienen
     van een verzoek of hun kind toelaatbaar is tot een (SO/VSO) in cluster 3.
   het coördineren van de noodzakelijke onderzoeksactiviteiten t.b.v. de
     indicatiestelling.
   het ondersteunen van de ouders van een leerling voor wie een leerling-gebonden
     budget beschikbaar is, bij het zoeken naar een school voor basisonderwijs dan wel
     een school voor voortgezet onderwijs.
   het coördineren van de inzet van de formatie ten behoeve van ambulante
     begeleiding van leerlingen in scholen voor bao/sbo en scholen voor voortgezet
     onderwijs.

Voor meer informatie verwijzen we u naar de brochure die u kunt krijgen van het REC.
REC Zuid-Holland Zuid "de Nachtegaal"
Aert van Nesstraat 45
3000 BS Rotterdam
Tel.: 010 – 28 06 339
E-mail: info@reczhz.nl

Vanaf 1 augustus 2003 mag de school geen eigen toelatingsbeleid meer voeren. Ouders
die hun kind willen inschrijven bij de school moet hiervoor een indicatie verkrijgen via de
Commissie van Indicatiestelling (CvI) van REC "de Nachtegaal".

De procedure gaat als volgt:


3.2       Aanmelden bij VSO De Hoge Brug

         Ouders kunnen een afspraak maken voor een oriënterend bezoek aan de school.
          De school geeft informatie over het onderwijs en over de procedure die gevolgd
          moet worden voor het verkrijgen van een indicatie. De schoolgids en folder van
          het REC kunnen aan de ouders meegegeven worden.
         De ouders maken een afspraak met de ouderfunctionaris van REC "de
          Nachtegaal".Tijdens het gesprek met de ouderfunctionaris worden de wensen v.d.
          ouders in kaart gebracht aan de hand van een door de overheid vastgesteld
          protocol "aanmelding REC".
         Het dossier van de leerling wordt verzameld.
         Is het dossier incompleet, dan worden gegevens opgevraagd bij andere instanties.
          Indien bepaalde benodigde onderzoeken niet aanwezig zijn, wordt een van de
          scholen binnen het REC gevraagd om onderzoek te doen. Dit kan een school zijn

                                             16
          op verzoek van de ouders, maar de school kan ook aangewezen worden door het
          REC.
         Als het dossier compleet is, wordt het aangeboden aan de Commissie van
          Indicatiestelling ter beoordeling.
         De CvI doet een uitspraak over de toelaatbaarheid van de leerling tot cluster 3.
         Wordt een bewijs van toelaatbaarheid afgegeven, dan kunnen de ouders een
          keuze gaan maken uit het beschikbare onderwijsaanbod.
         Als de keuze voor een school is gemaakt worden beschikking en dossier
          overhandigd aan de desbetreffende school en zal de plaatsingsprocedure worden
          opgestart via de CvB van die school.

De Commissie van Begeleiding van de school (directeur, orthopedagoog, maatschappelijk
werkende, schoolarts, leerling-zorgcoördinator) bespreekt de leerling. Die maakt de
afweging of dit specifieke kind met deze specifieke problemen het beste geholpen kan
worden binnen deze school.
Als vastgesteld is dat de school kan voldoen aan de hulpvraag van de leerling, wordt
deze leerling geplaatst. Dit gebeurt op 1 van de 3 plaatsingsdagen: 1e dag van het
schooljaar, 1e dag na de herfstvakantie, 1e dag na Pasen.


3.3.      Herindicatie

Een indicatie voor een school voor ZMLK is 4 jaar geldig. Aan het einde van deze periode
moet elke leerling opnieuw geïndiceerd worden, de zogenaamde herindicatie. De aan
onze school verbonden Commissie van Begeleiding zal voor de desbetreffende
leerling(en) een aanvraag hiervoor indienen bij de onafhankelijke Commissie voor
Indicatiestelling.
Voor deze herindicatie zal de orthopedagoog of psychologisch assistent een
intelligentieonderzoek afnemen bij de leerling. Soms is een intelligentieonderzoek niet
nodig en kan worden volstaan met een begeleidend schrijven van de Commissie van
Begeleiding en het versturen van handelingsplannen.
Bij de aanvraag voor een herindicatie dient altijd een door ouders ingevuld oudervragen-
formulier meegestuurd te worden. Alle ouders van leerlingen die hiervoor in aanmerking
komen, krijgen van de school bericht en een in te vullen oudervragenformulier. Dit
oudervragenformulier wordt of meegegeven met de leerling of opgestuurd naar de
ouders. Na invulling van dit ouderformulier moeten de ouders dit ingevulde
oudervragenformulier retourneren naar school.
Zonder een ingevuld ouderformulier worden herindicaties niet in behandeling genomen
door het CvI (Commissie van Indicatie).
Kinderen met het syndroom van Down worden niet meer geïndiceerd op basis van een
intelligentieonderzoek. Een verklaring van een arts is voldoende om toegelaten te worden
voor het ZMLK. Toch zal bij ons op school ook bij deze leerlingen eens in de 4 jaar een
intelligentieonderzoek worden afgenomen. Zo wordt de ontwikkeling optimaal gevolgd en
gestuurd. Ouders krijgen van te voren bericht wanneer dit intelligentieonderzoek plaats
vindt.


3.4       Ambulante begeleiding

Vanaf 1 augustus 2003 kunnen ouders die via de daarvoor geldende procedure een
indicatie speciaal onderwijs cluster 3 ZML voor hun kind hebben verkregen, ervoor kiezen
hun kind in te schrijven in het regulier onderwijs.
De betreffende school krijgt dan de beschikking over aanvullende financiering
(“een rugzakje”) waarmee extra zorg geboden kan worden.
In het rugzakje bevinden zich meerdere budgetten:
    - voor personele en materiële kosten voor het reguliere onderwijs
    - voor ambulante begeleiding en materiële kosten te besteden bij het speciale
        onderwijs.

                                              17
Bij de uitvoering van AB is van belang dat enerzijds maximaal wordt aangesloten op de
zorgstructuur in het reguliere onderwijs en anderzijds de in het speciaal onderwijs
aanwezige expertise ten aanzien van zml-onderwijs behouden blijft.
De Ambulant Begeleider coacht leerkrachten/ intern begeleiders (en andere betrokkenen)
met als doel het realiseren van een optimale integratie en een doorgaande ontwikkeling
op het gebied van de zml-doelen van een leerling met een verstandelijke beperking in
het reguliere onderwijs.


3.5   Dossiers

Van ieder kind dat op school zit, is een dossier aangelegd. Hierin zitten o.a. het
onderwijskundig rapport van de vorige school, een verslag van het maatschappelijk
werk, een medisch verslag, een psycho-diagnostisch onderzoek, een samenvatting of
analyserapport van het psycho-diagnostisch onderzoek met daarin opgestelde
handelingsadviezen, de indicatie van de REC-beschikking, indien nodig de herindicatie
van het REC, de onderzoeksgegevens voor de plaatsing op school, het
aanmeldingsformulier en een kopie van een legitimatiebewijs van één van de ouders
(indien die ouder uit een ander land komt dan Nederland).
Tussentijds worden diverse voortgangsrapportages betreffende de ontwikkeling van het
kind aan het dossier toegevoegd.
Tot dit dossier hebben, ter waarborging van de privacy van het kind, uitsluitend de
leerkracht en de leden van de Commissie van Begeleiding toegang. Het dossier blijft ten
allen tijde op school.


3.6   Commissie van Begeleiding

De Commissie van Begeleiding (CvB) bestaat uit de directie, schoolarts, de
orthopedagoog, de maatschappelijk werker, de leerling-zorgcoördinator.
De CvB is zodanig samengesteld dat ze kan adviseren vanuit zowel onderwijskundig als
pedagogisch, psychologisch, medisch en sociaal-maatschappelijk oogpunt.
Het CvB heeft diverse taken. Zo heeft zij tot taak een voorstel te doen voor het
handelingsplan en de uitvoering van het handelingsplan te evalueren.

De CvB buigt zich over de toelating van nieuwe leerlingen, geeft adviezen en voorstellen
met betrekking tot de handelingsplannen en de leerling bespreking, voert observaties uit
in de groepen, heeft gesprekken met de leerkracht over de aanpak van kinderen en de
groep, doet onderzoek naar aanleiding van vragen van ouders of leerkrachten, stelt
(medische) protocollen op en voert gesprekken met de ouders als deze problemen met
hun kind ervaren. Ook zijn er taken die betrekking hebben op de school als geheel, zoals
meewerken aan het schoolplan.
De CvB vergadert 1 x per 14 dagen op dinsdagochtend op VSO De Hoge Brug.


3.7   De schoolarts
Onze schoolarts is Ellen Bergkamp zij kan op verzoek van school en/of ouders een
onderzoeken laten plaatsvinden.



3.8   De orthopedagoog

Onze orthopedagoog is Petra Bode, zij is van maandag tot en met donderdag aanwezig.
Naast toelating– en herhalingsonderzoeken houdt de orthopedagoog zich bezig met een
aantal begeleidingstaken, zoals leerling besprekingen, observaties van leerlingen,
gesprekken met de leerkracht over aanpak van leerlingen en stelt tevens
handelingsadviezen op.

                                           18
3.9    Maatschappelijk werk

Dit wordt verzorgd door Monique van Dam van MEE Rotterdam
adres:        Schiedamse Vest 154
              3011 BH Rotterdam
              Tel.: 010 – 2821111
De maatschappelijk werker verleent hulp:
     aan het schoolteam bij de begeleiding van uw kind
     bij het oplossen van moeilijkheden thuis met uw kind waarbij u graag hulp
       ontvangt
     bij vragen over vakantieplaatsing, weekendopvang
     bij plaatsing in een gezinsvervangend tehuis, internaat e.d.
     bij plaatsing op een dagcentrum.
     bij de aanvraag van financiële regelingen (zie blz. 22/25)
Monique van Dam is 1 x per 14 dagen op dinsdag op de Hoge Brug van 9.15 – 11.00 uur.
Buiten deze tijden is Monique te bereiken via MEE Rotterdam.


3.10   Logopedie

Onze logopediste is Ariënne Posse. Ze is op maandag op school aanwezig.
Ze geeft hulp aan leerlingen met problemen op het gebied van de spraak- en
taalontwikkeling. Naast individuele logopedie kan ook groepslogopedie gegeven worden.


3.11   Interne Begeleiding

Onze VSO-afdeling heeft 2 vaste Interne Begeleiders.
Karin Catsman is onze leerling-zorgcoördinator en houdt zich bezig met alles rondom de
leerlingenzorg. Bij vragen en/of problemen kunnen de leerkrachten een beroep op haar
doen. Eén keer per 14 dagen voert ze overleg met de Commissie van Begeleiding.
Esther van Os houdt zich als interne begeleidster voornamelijk bezig met het
onderwijsaanbod. Leerkrachten kunnen met vragen op dat gebied bij haar terecht.




                                          19
4     Organisatie

4.1   Schooltijden

De schooltijden voor de VSO-groepen zijn op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag
van 09.00 uur tot 15.15 uur en op de woensdag van 09.00 uur tot 13.00 uur.

Al onze leerlingen blijven de gehele schooldag op school. 's Morgens hebben de kinderen
een kwartier pauze. Zowel in de kleine als in de middag pauze wordt er toezicht
gehouden door de leerkrachten en klassenassistenten op het schoolplein. Afspraak is dat
de leerlingen tijdens de pauzes niet van het schoolplein af mogen.

De lunch voor de leerlingen op de VSO afdeling is voor de onderbouwleerlingen en de
leerlingen van de begeleide leerweg lestijd.
Voor de overige leerlingen van de midden- en bovenbouwleerlingen is lunchtijd, ½ uur,
pauzetijd.



4.2   Vakanties / vrije dagen

Een schoolweek op de VSO-afdeling bestaat uit 27 lesuren. Het totaal aantal
lesuren voor de VSO-afdeling is dit schooljaar 1408 uur.
Het onderwijs aan leerlingen ouder dan 12 jaar omvat tenminste 1000 uren per
schooljaar. Vandaar dat er de volgende vakanties en vrije dagen zijn in dit
schooljaar:


Herfstvakantie     maandag 19-10-2009 t/m vrijdag 23-10-2009        27,00 uur
Kerstvakantie      maandag 21-12-2009 t/m vrijdag 01-01-2010        54,00 uur
Voorjaarsvakantie maandag 22-02-2010 t/m vrijdag 26-02-2010         27,00 uur
Paasweekeinde      vrijdag 02-04-2010 t/m maandag 05-04-2010        11,50 uur
Mei/Hemelvakantie maandag 30-04-2010 t/m vrijdag 14-05-2010         54,00 uur
Pinksteren         maandag 24-05-2010                                 5,75 uur
Zomervakantie      maandag 05-07-2010 t/m vrijdag 13-08-2010       162,00 uur
Vroegertjes        vrijdag 18-12-2009 v.a. 13.00 uur vrij             2,00 uur


Laatste schoolweek maandag 28-06-2010 t/m vrijdag 02-07-2010
                   vrij vanaf 12.00 uur                             10,00 uur
Studiedagen        maandag 24-08-2009 en dinsdag 25-08-2009         11,50 uur
                   vrijdag 02-10-2009                                5,75 uur
                   maandag 26-10-2009                                5,75 uur
                   maandag 30-11-2009                                5,75 uur
                   donderdag 01-04-2010                              5,75 uur
                   1 studiedag nog nader in te vullen                5,75 uur




                                          20
4.3    Schoolverzuim

Als uw kind naar een tandarts of dokter moet of om een andere reden de school niet kan
bezoeken, willen we dat graag van tevoren weten. U kunt uw kind een briefje meegeven.
Bij ziekte kunt u vanaf 8.15 uur de school bellen. Telefoonnummer: 010 - 422 23 92
De taxicentrale kunt u al eerder op de hoogte stellen. Het nummer van de Rotterdamse
Taxi Centrale (RTC) is: 010 – 4626360 of 010 – 4626333
Rijd uw kind mee met de bus van de Snelle Vliet, dan belt u naar nummer 078 - 69 20
137 of 078 – 69 20 120; ma – vr van 7.00 – 17.30 uur

Wij verzoeken u dringend buiten de vastgestelde vakanties geen verlof aan te vragen.
Er zal en mag geen verlof worden gegeven als bijvoorbeeld sprake is van een goedkope
vakantie buiten het seizoen, een verlengde vakantie buiten de officiële vakantiedata, een
extra lang bezoek b.v. aan het land van herkomst of een midweek of lang weekend weg.
Extra verlof mag en kan alleen gegeven worden voor huwelijk, jubileum, begrafenis, e.d.
Scholen en ouders, die zich niet aan de regels houden t.a.v. het schoolverzuim lopen de
kans beboet te worden.

Zolang een leerling leerplichtig is mag hij/zij niet zonder opgaaf van reden thuis blijven.
Ongeoorloofd verzuim zal gemeld worden bij de leerplichtambtenaar.


4.4    Verhuizen

Mocht u gaan verhuizen, wilt u dit dan zo spoedig mogelijk doorgeven aan de school, dit
in verband met onze administratie. Mocht een verhuizing betekenen dat het kind naar
een andere school moet, dan is er meer tijd nodig om een verslag te maken voor de
nieuwe school. Tevens kan eventueel het vervoer anders geregeld worden. Dit dient bij
de gemeente aangegeven te worden. Eventueel zijn wij bereid te helpen bij het zoeken
naar een nieuwe school bij verhuizing naar elders.


4.5    Contact opnemen met de leerkracht

De leerkrachten zijn alleen buiten de schooltijden telefonisch te bereiken. Ze worden niet
uit de lessen gehaald. U kunt dus bellen: tussen 8.30 en 8.45 uur en na 15.15 uur. U
kunt ook uw boodschap doorgeven aan de administratie, deze zorgt er dan voor dat het
bij de leerkracht komt.

E-mailadres school
U kunt uw vragen ook via de e-mail naar ons sturen. Ons e-mail adres is:
admin@vsodehogebrug.nl


4.6    Activiteiten buiten school

Omdat ons onderwijs zich sterk richt op het omgaan met praktijksituaties, zullen een
aantal activiteiten zich buiten school afspelen, zoals het arbeidsmatig werken op de
praktijkervaringplaatsen en stage-instellingen, vrijetijdsactiviteiten als zeilen en
voetballen, boodschappen doen, bezoek aan bibliotheek en postkantoor. Ook culturele
uitstapjes naar theater en musea worden ingepland. U wordt op de hoogte gesteld
wanneer dit plaatsvindt.




                                             21
4.7    Schoolveiligheid

Veilig zijn op school en je veilig voelen vinden wij erg belangrijk op onze school. De
school hecht daarom grote waarde aan de gedragsregels die schoolbreed onder een
drietal kapstokregels zijn vastgesteld: “wij zijn aardig, wij ruimen op in de school, wij
lopen en zijn rustig in de school”.
Deze 3 kapstokregels zijn de paraplu van veel van het handelen op onze school.
Dit uit zich onder meer in het volgende:
     we zitten niet aan elkaar;
     leerlingen raken elkaar op gepaste en gewenst wijze aan
     problemen worden op communicatieve wijze opgelost;
     we luisteren naar elkaar;
     we laten elkaar met rust;
     we dragen zorg voor de spullen van school, van onszelf en van de ander;
     de leerlingen gebruiken de materialen waarvoor ze bedoeld zijn;
     wij gebruiken op school gepaste taal;
     we houden ons aan gemaakte afspraken.
Het komt soms echter voor dat leerlingen zich niet aan de geldende gedragsregels
houden en het positieve klimaat op school geweld aan doen. Vaak is de betrokken
leerling te corrigeren op dit ongewenst gedrag. Wanneer een leerling zijn gedrag echter
niet verbetert volgt een weloverwogen strafmaatregel. In het uiterste geval kan een
leerling worden geschorst of worden verwijderd van school. De school hanteert in deze
het schorsing- en verwijderingprotocol van stichting BOOR.

In uitvoering op de ARBO-wet beschikt de school over vier Preventiemedewerkers (twee
per vestiging) en zijn 10 personeelsleden gekwalificeerd als BedrijfsHulp- Verlener (BHV).
Jaarlijks gaan de BHV-ers op herhalingscursus om zo hun kennis en vaardigheden op peil
te houden. Ook worden er diverse keren per jaar aan de hand van het ontruimingsplan
ontruimingsoefeningen op school gehouden.
Schoolveiligheid is een zeer veel omvattend domein. In 2001 is de gemeente Rotterdam
gestart met het programma Veilig Op School (VOS). Een programma voor het voortgezet
onderwijs in Rotterdam, waarbinnen schoollocaties gescand worden op de veiligheid
(VOS-scan), om vervolgens aan de slag te kunnen met concrete aanbevelingen om de
veiligheid in en om de school te verbeteren. Ook onze VSO doet mee in dit programma.
De activiteiten die op dit terrein dit schooljaar ter hand worden genomen staan uitgebreid
omschreven in het schoolplan en de jaarplannen.


4.8    Ontruimingsplan

Op school is een goedgekeurd brand- / ontruimingsplan aanwezig. Om de veiligheid van
de leerlingen te waarborgen houden we twee maal per jaar een brandoefening. De
eerste, in het begin van het schooljaar, zal aangekondigd worden en van tevoren met de
leerlingen besproken. De tweede oefening zal onaangekondigd zijn. Op school zijn vier
bedrijfshulpverleners aanwezig (BHV) die dit alles coördineren.



4.9    Protocol medicijnverstrekking en medisch handelen

Met het oog op de gezondheid van leerlingen ēn vanuit de verantwoordelijkheid
van het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam ( Stichting BOOR), de
schoolleiding, de leerkrachten en ouders is het erg belangrijk om heldere
afspraken te hebben over medicijngebruik van onze leerlingen op school en het
toedienen van medicijnen tijdens schooltijd.

                                            22
Het door BOOR vastgestelde Protocol Medicijnverstrekking en Medisch Handelen
geeft aan hoe te handelen op school in het geval van medicijnverstrekking en of
medisch handelen. Dit protocol is opgenomen in onze schoolveiligheidsmap en
door een ieder in te zien op school. In algemene zin gelden de volgende
afspraken:

Uw kind wordt ziek op school:
Uitgangspunt is dat een kind dat ziek is naar huis moet. Een medewerker van
onze school neemt in dat geval contact op met de ouders/verzorgers en er
wordt afgesproken dat het kind wordt gehaald door de ouder. De school moet
altijd het correcte telefoonnummer hebben waarop ouders te bereiken zijn
tijdens de schooltijden.

Uw kind krijgt een ongeval op school:
Op zowel de SO- als VSO-afdeling zijn dagelijks voldoende Bedrijfshulpverleners
(BHV-ers) op school om in geval van een ongelukje of ongeluk hulp te kunnen
bieden. Als er sprake is van een ongeluk met een kind op school verricht een
BHV-er in principe zelf geen medische handeling maar belt ter stond 112. Het is
vervolgens ter beoordeling van het ambulancepersoneel of een kind al dan niet
wordt meegenomen naar een hulppost voor nader onderzoek en of
behandeling. Ouders worden direct telefonisch op de hoogte gebracht door de
school.
Bij zeer kleine ongelukjes als schaafwondjes, wordt eventueel het wondje
ontsmet door de BHV-er en een pleister geplakt.
Bij levensbedreigende ongelukken wordt uiteraard direct 112 gebeld. De BHV-er
zorgt voor het desbetreffende kind totdat het ambulancepersoneel ter plaatse is
en de hulp over kan nemen van de BHV-er. Uiteraard worden ook in dit geval
de ouders direct telefonisch benaderd door school.

Het verstrekken van medicijnen en zelfzorgmiddelen:
    Onder medicijnen wordt verstaan: alle geneesmiddelen die door een arts
       zijn voorgeschreven en waarbij een bepaalde dosering is aangegeven.
    Onder zelfzorgmiddelen wordt verstaan: alle middelen die zonder recept
       van de arts bij een apotheek of drogist gekocht kunnen worden.

Als een leerling medicijnen en/of zorgmiddelen gebruikt die tijdens de
schooltijden moeten worden ingenomen dan moet u als ouders/verzorgers per
medicijn of zorgmiddel een “Verklaring medicijnverstrekking zelfzorgmiddelen”
of “Verklaring medicijnverstrekking voorgeschreven door een arts” invullen,
ondertekenen en inleveren op school. Bij verandering van een medicijn of
zorgmiddel of bij verandering in gebruik van een medicijn of zorgmiddel moet
een nieuwe “Verklaring medicijngebruik” worden ingevuld en ingeleverd op
school.
Elk schooljaar moet het invullen van de “Verklaring medicijnverstrekking”
opnieuw gebeuren.
De “Verklaring medicijnverstrekking” is verkrijgbaar op de administratie van de
school. Zonder een “Verklaring medicijnverstrekking” welke is ondertekend door
ouders/verzorgers en is ingeleverd op school, worden er geen medicijnen en of
zelfzorgmiddelen verstrekt door de medewerkers van de school aan een
leerling!

Als er medicijnen of zelfzorgmiddelen door uw dochter/zoon moeten worden
ingenomen voor schooltijd, willen wij dat graag weten. Sommige medicijnen of
zelfzorgmiddelen hebben namelijk invloed op het gedrag van het kind.




                                           23
Medische handelingen:
In principe worden door de medewerkers van de school geen medische
handelingen verricht op school, maar door de ouders of door medewerkers van
bijvoorbeeld thuiszorg. Geneeskundige handelingen als puncties, injecties,
heelkundige handelingen en defibrillatie mogen alleen door beroepsoefenaars
die in de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) bevoegd
zijn verklaard worden uitgevoerd, tenzij er sprake is van een noodsituatie.
Als zich op school een incident voordoet waarbij medisch handelen noodzakelijk
is zal altijd direct 112 worden gebeld en vervolgens de ouders. Tot het moment
van aankomst van ambulancepersoneel draagt de aanwezige BHV-er op school
zorg voor het kind.


4.10   Schoolregels

Er zijn 3 schoolregels vastgesteld:
     Binnen lopen we rustig, op het schoolplein kunnen we rennen;
     Zorg goed voor alle spullen;
     We zijn aardig voor elkaar.
Bij de regels zijn afbeeldingen gemaakt; ze hangen in iedere klas.
Daarnaast heeft iedere groep zijn eigen afspraken en gelden de volgende algemene
afspraken:
     Iedereen is op tijd op school en in de klas.
     Waardevolle spullen bij binnenkomst aan de leerkracht geven (mobiel,
        waardepapieren, gameboys, geld enz.). De leerkracht bergt het veilig weg. Op de
        mobiel na mag in de pauze alles gebruikt worden. Om 15.15 uur krijgt de leerling
        zijn/haar eigendommen terug.
     (Zak)messen mogen niet mee naar school. Ze worden ingenomen en niet
        teruggegeven.
     Met toestemming mogen leerlingen achter de computer.
     Binnen heeft iedereen zijn/haar pet af en jas uit. (Uitzondering zijn de
        hoofddoekjes).
     Buiten de kantine wordt er niet gegeten of gedronken.
    1. Iedere leerling dient zich te houden aan de gedragsregels die zijn opgesteld door
        het team.



4.11   Maatregelen ernstig ontoelaatbaar gedrag / schorsing

Zoals u eerder in deze schoolgids heeft kunnen lezen streven we op beide vestigingen
naar een schoolklimaat waarin de leerlingen, de ouders en het personeel zich veilig
voelen. In de praktijk van de schoolsituatie komt het echter voor dat leerlingen zich niet
aan de geldende regels houden en het positieve klimaat geweld aan doen. Meestal is de
betrokken leerling of leerlingen door de leerkrachten te corrigeren, onder anderen door
middel van een gesprek met de leerling en/of een waarschuwing. Wanneer een leerling
zijn gedrag niet verbetert volgt er een weloverwogen strafmaatregel. Dit heeft als doel
het gedrag van de leerling te corrigeren en herhaling van dit ontoelaatbaar gedrag te
voorkomen.
In enkele gevallen kan het gedrag van een leerling ernstige schade veroorzaken bij de
leerling zelf, bij andere leerlingen en/of teamleden. Wanneer een leerling zich dan niet
langs de gewone weg laat corrigeren, zijn wij als school genoodzaakt om over te gaan tot
schorsing van deze leerling en in het uiterste geval tot verwijdering van de
desbetreffende leerling.




                                           24
4.12   Specificatie van ernstig ontoelaatbaar gedrag

    Algemeen
We willen de veiligheid van alle leerlingen op school garanderen. Wanneer die door
bedreiging van een medeleerling of ook ouders in het gedrang komt, moeten er
maatregelen genomen worden.

     Bezit en gebruik van mes/wapen
Wordt een mes/wapen gezien, dan wordt dat uiteraard afgenomen. De leerling wordt
voor de rest van de dag naar huis gestuurd (of gebracht). De leerling krijgt een officiële
waarschuwing (zie punt 1 van de procedure). Daarnaast worden de ouders/verzorgers
onmiddellijk in kennis gesteld.
Wordt een mes/wapen daadwerkelijk gebruikt als dreigement, dan wordt het mes/wapen
afgenomen. De leerling wordt met onmiddellijke ingang geschorst (zie punt 3 van de
procedure). Daarnaast worden ook de ouder/verzorgers onmiddellijk telefonisch in kennis
gesteld.
Bij herhaling van wapengebruik volgen we de procedure van schorsing. Bij herhaling van
wapengebruik wordt de politie, afhankelijk van de situatie, ingelicht en uitgenodigd voor
een gesprek en geldt punt 4 van de procedure.

    Chantage, intimidatie en geweld
Voorvallen op dit gebied worden genoteerd in het dossier van de betreffende leerling. Bij
aanhoudende overtreding op dit gebied wordt na overleg met de directie de procedure
schorsing toegepast.
Wanneer de chantage, intimidatie of het geweld een echt misdadig karakter heeft wordt
de politie ingelicht en uitgenodigd voor een gesprek en geldt met onmiddellijke ingang
punt 3 van de procedure.

    Vernieling
Vernieling is betalen. Bij herhaling en/of grote vernielingen: kan de schorsingsprocedure
worden toegepast.


4.13   Procedure schorsing / verwijdering

Naar aanleiding van het hierboven beschreven gedrag kan op tweeërlei wijze tot
schorsing worden overgegaan: dit kan acuut gebeuren, bij een zeer ernstige bedreigende
en/of ernstige overtreding, of als gevolg van herhaalde bedreigende en/of ernstige
overtredingen. De directeur of zijn vervanger beoordeelt de ernst van de overtreding en
de actie, die hierop volgt. De directeur laat zich hierin informeren en adviseren door
betrokken teamleden.
Bij herhaling van ernstig en/of bedreigende overtredingen gaat de volgende procedure in
werking:
1.     Wanneer, op groepsniveau, het reguliere waarschuwen of straffen geen uitwerking
       heeft op het gedrag van de leerling, krijgt de leerling een officiële waarschuwing
       van een directielid. Ouders worden hiervan op de hoogte gesteld via een
       standaardformulier en een kopie van dit beleidsstuk. De leerling wordt voor de
       rest van de dag naar huis gestuurd (of gebracht) en dient de volgende dag thuis
       te blijven. De ouders worden onmiddellijk in kennis gesteld.
2.     Wanneer de eerste waarschuwing niet het gewenste resultaat heeft krijgt de
       leerling een tweede officiële waarschuwing. Ouders/verzorgers worden hiervan op
       de hoogte gesteld via een standaardformulier en een uitnodiging voor een
       gesprek. Het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR) wordt geïnformeerd
       en ontvangt een kopie van de aanzegging. De leerling wordt voor de rest van de
       dag naar huis gestuurd (of gebracht) en dient de volgende dag thuis te blijven.
       Daarnaast worden de ouders/verzorgers onmiddellijk telefonisch in kennis gesteld.



                                           25
3.     Wanneer de tweede waarschuwing niet het gewenste resultaat heeft wordt de
       leerling voor 5 dagen geschorst. Ouders/verzorgers worden hiervan op de hoogte
       gesteld via een standaardformulier. Het bestuur BOOR en het bureau leerplicht
       van de gemeente Rotterdam worden geïnformeerd en ontvangen een kopie van de
       aanzegging.
4.     Wanneer de schorsing niet het gewenste resultaat heeft wordt de leerling voor de
       tweede keer geschorst en wordt de wettelijke procedure opgestart om deze
       leerling te verwijderen van school

Tevens kan de verwijderingprocedure in gang gezet worden als de zorgvraag van een
leerling zodanig is dat de school daaraan niet (meer) kan voldoen.

De schorsing- en verwijderingprocedure zijn door een ieder op te vragen op onze school
en ligt ter inzage op onze beide vestigingen.

4.14   Kwaliteitszorg

In het kader van de ontwikkeling van kwaliteitsbeleid van de A. Willeboerschool en VSO
De Hoge Brug is in het schooljaar 2007 - 2008 een zelfevaluatie en een
tevredenheidonderzoek onder het management, het personeel en de ouders uitgevoerd.
Daarvoor is gebruik gemaakt van het instrument zelfevaluatie en het instrument
tevredenheidonderzoek management en personeel van het project Kwaliteit Speciaal, ook
wel bekend als ZEK (Zelfevaluatie Kwaliteit). Over de gehele linie gaven de ouders en
medewerkers aan ruimschoots tevreden te zijn over de school. De door ouders en
medewerkers aangegeven aandachtspunten zijn verwerkt in ontwikkelpunten voor het
SO en VSO die vervolgens zijn verwerkt in het schoolplan 2007 – 2011 en het jaarplan
2008-2009. Dit cyclisch proces wordt iedere 4 jaar herhaald.


4.15   Foto’s, films, DVD’s

Bij diverse activiteiten in en om de school worden door de leerkrachten foto‟s, films en of
DVD‟s van de leerlingen gemaakt. Te denken valt aan feesten op school,
voetbaltoernooien, projecten in de klas e.d. Deze foto‟s worden gebruikt voor eigen
uitgaven van de school, zoals de nieuwsbrief die met leerlingen mee naar huis gaat. Ook
hebben we een eigen website en zullen foto‟s hierop gepubliceerd worden.
Ouders die er bezwaar tegen hebben dat foto‟s van hun zoon/dochter hierop of in
verschijnen, kunnen dit kenbaar maken aan de school.


4.16   Fotograaf

Jaarlijks komt er bij ons een fotograaf. U bent niet verplicht de gemaakte foto's
te kopen. Wel worden alle kinderen gefotografeerd ook al is bekend dat u de
foto's niet neemt. Voor onze dossiers en leerling-kaarten willen wij graag van
ieder kind een foto. Enkele dagen voordat de fotograaf komt krijgt u hierover
bericht.


4.17   Waardevolle spullen

Wij verzoeken u om uw kind geen waardevolle spullen mee te laten nemen naar school.
Kwijtraken is namelijk niet altijd te voorkomen en de school is (tenzij de spullen door de
leerkracht opgeborgen zijn) niet aansprakelijk te stellen.




                                            26
4.18   Verzekering

Alle leerlingen zijn via de school collectief verzekerd door middel van een ongevallen-
verzekering voor scholieren.
Leerlingen die stage lopen zijn behalve voor W.A. ook verzekerd voor ongevallen tijdens
de stagetijd. Tijdens uitstapjes en werkweken is uw kind verzekerd voorzover uw eigen
verzekeringen niet gelden. Schade veroorzaakt door medeleerlingen wordt in eerste
instantie verhaald op de veroorzaker. U bent dus verplicht een W.A. verzekering
(Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering) voor uw kind af te sluiten.


4.19 SISA

De afkorting SISA staat voor Stedelijk Instrument Sluitende Aanpak.
Het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam heeft zich hierbij aangesloten. Als Openbare
school is onze school dus ook aangesloten.
Het SISA-signaleringssysteem zorgt er voor dat jongeren in Rotterdam die hulp nodig
hebben worden geregistreerd in een computersysteem. Als er meerdere hulpverleners
van verschillende instanties met één kind bezig zijn worden de hulpverleners daarvan op
de hoogte gesteld. Dan kan de hulpverlening goed op elkaar afgestemd worden.
Zo werkt het signaleringssysteem:
De deelnemende organisaties bepalen zelf wanneer ze een jongere aanmelden bij SISA.
Wanneer het bij één melding blijft, blijft de hulpverlenende instantie gewoon zijn werk
doen. Wanneer er twee meldingen van verschillende instanties binnenkomen, ontstaat er
een „match‟. De hulpverlenende instanties krijgen een signaal dat ook een andere
organisatie hulp biedt. De hulpverleners worden met elkaar in contact gebracht en het
kind wordt via zijn ouders (per brief) hierover geïnformeerd. De beheerders van het
systeem weten niet wat er met het kind aan de hand is, alleen dát er iets aan de hand is.
De beheerders weten wel wie de hulpverleners zijn.
Hert signaleringssysteem heeft een privacyreglement zoals door de Wet Bescherming
Persoonsgegevens wordt voorgeschreven.
Deelnemers aan dit systeem zijn partners op het gebied van Werk en Inkomen, Welzijn,
Zorg, Politie/Justitie en Onderwijs.
Meer informatie kunt u vinden op www.sisa.rotterdam.nl

Meldcode

De Rotterdamse Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een
stappenplan voor professionals en instellingen bij (vermoedens van) huiselijk
geweld en kindermishandeling. De school is verplicht volgens deze code te handelen. Het
stappenplan biedt ondersteuning aan professionals door duidelijk te maken wat er van
hen wordt verwacht. Dat is niet alleen belangrijk voor de professional zelf, maar draagt
ook bij aan effectieve hulp aan slachtoffer en pleger.
Voor wie is de meldcode bedoeld?
De meldcode richt zich op alle professionals en instellingen die in de regio Rotterdam
onderwijs, opvang, hulp, zorg of ondersteuning bieden. Dat kunnen docenten en
maatschappelijk werkers zijn, maar ook artsen, (psychiatrisch) verpleegkundigen en
medewerkers in de (kinder)opvang.
Meer weten?
De volledige tekst en een uitvoerige toelichting zijn te vinden op:
www.huiselijkgeweld.rotterdam.nl




                                           27
4.20   Inspectie van het Onderwijs

Voor vragen in het algemeen of de inspectie in het bijzonder kunt u zich richten tot:
       Inspectie van het Onderwijs
       info@owinsp.nl
       www.onderwijsinspectie.nl
       Of telefonisch: 0800 – 8051 (gratis)


4.21   Klachtenprocedure

Hebt u vragen en/ of problemen, dan adviseren we u in eerste instantie contact op te
nemen met de betreffende leerkracht.
Voor klachten van meer algemene aard of op het moment dat u meent niet verder te
komen bij de groepsleerkracht, kunt u terecht bij de locatiedirecteur.
In overleg wordt gestreefd naar een goede oplossing. Komt u er met de school samen
niet uit, dan kunt u zich wenden tot de bestaande Klachtencommissie.
De contactpersoon bij het bevoegde gezag is de bovenschools directeur SO/VSO
dhr. T. Kuijs, tel. 010 - 2821823
U kunt uw klacht ook schriftelijk opsturen naar:
        Stichting B.O.O.R.
        Postbus 23058
        3001 KB Rotterdam.

U kunt ook terecht bij het meldpunt vertrouwensinspecteurs: 0900 – 111 3 111

Ouders, leerlingen en personeelsleden kunnen hun problemen ook bespreken met de
schoolcontactpersoon Karin Catsman.




                                            28
5      Financiën

5.1    Eten & Drinken op school

‟s Ochtends geen brood meer smeren of een drinkpakje in de schooltas doen. Vanaf dit
schooljaar nemen wij de verantwoordelijkheid voor een snack en lunch tijdens school.
Wij willen dit aanbieden voor een kleine bijdrage van 1 euro per dag. Hiervoor krijgt u
zoon/dochter:
     snack + drinken (kleine pauze)
     lunch + drinken (grote pauze)
     sapje („s middags)
Als u hier gebruik van wilt maken dan kan dat door “eetstrippenkaart”, deze kaart kost 5
euro en is goed voor 5 snacks en 4 lunches.
Het eten wordt verzorgd door de kantinegroep. De snack bestaat uit gezonde
tussendoortjes, zoals gevuld bladerdeeg of salade met koffie of thee. Ook de lunch is
verantwoord: brood met verschillend beleg, soep en karnemelk, melk en/of sap.
Tenslotte krijgt iedereen later op de middag nog een sapje.
De strippenkaarten zijn bij de groepsleerkrachten te koop.

5.2    Ouderbijdrage

De ouderraad vraagt een vrijwillige bijdrage van € 40,- per jaar voor het bekostigen van
verschillende activiteiten. Dit geld wordt alleen voor de leerlingen gebruikt bv. voor
uitstapjes, het Sinterklaas- en kerstfeest, het afscheidscadeau voor schoolverlaters enz.
Ook het schoolreisje gaat van de ouderbijdrage af. Dit kan alleen doorgaan als ouders
ook daadwerkelijk bijdragen. Voor een bijdrage in de kosten van de werkweken voor de
midden- en bovenbouwleerlingen wordt naast de voornoemde ouderbijdrage een eigen
bijdrage gevraagd van de leerlingen, c.q. de ouders/verzorgers.
Een financieel overzicht van de inkomsten en uitgaven van de ouderbijdrage ontvangt u
van onze penningmeester, dhr. Hans van Os. U ontvangt dit jaar 2 acceptgiro‟s, zodat u
de ouderbijdrage in termijnen kunt betalen.


5.3    Sponsorbeleid

De kosten voor een schoolreisje, een werkweek in een bungalowpark en een culturele
stedenreis zijn hoog. Ook kosten activiteiten in het kader van vrijetijdsbesteding en
excursies veel geld. Om naast de ouderbijdrage de kosten voor de ouders en de school
zo laag mogelijk te houden voor deze activiteiten maakt de school graag gebruik van
mogelijke externe sponsors. Sponsors die een financiële bijdrage (willen) leveren aan de
school doen dit altijd op vrijwillige basis en hebben geen enkele bemoeienis met en/of
inspraak in het schoolbeleid of de schoolorganisatie.


5.4    Stichting JOIN

Afgelopen schooljaar is stichting JOIN opgericht. JOIN staat voor Jongeren Integratie,
maar natuurlijk ook voor “join”, meedoen. De stichting, bestaande uit medewerkers en
ouders/betrokkenen van leerlingen van onze school, houdt zich onder meer bezig met
het verwerven van sponsorgelden voor de diverse bovengenoemde activiteiten.
Daarnaast zet zij zich in om allerlei schoolondersteunende activiteiten te verrichten
gericht op de maatschappelijke participatie van onze VSO-leerlingen.




                                           29
6      Leerlingen

6.1    Identiteitskaart

Alle leerlingen ouder dan 14 jaar dienen in het bezit te zijn van een identiteitskaart. Wilt
u zorgen dat uw kind deze bij zich heeft. Bij uitstapjes, stages en bij arbeidsmatig
werken (bv. boodschappen doen, de manege) moeten de leerlingen zich zo nodig kunnen
legitimeren.


6.2    Bewegingsonderwijs

De leerlingen hebben op maandag gymnastiekles in een gymzaal aan de Tooroplaan. Het
vervoer van en naar de gymzaal gaat per bus. Op dinsdag is er ‟s ochtends sport op
school en ‟s middags met het project Special Heroes. Dit gebeurd onder leiding van onze
gymleerkracht Sjoerd Immens.
We verwachten dat de leerling gymnastiekkleding bij zich heeft: gymschoenen (voor
binnen), een korte broek en T-shirt.
Na afloop van de gymles gaan de leerlingen verplicht douchen en moeten een handdoek,
zeep & shampoo e.d. meenemen. Wanneer een leerling niet mee kan doen met de
gymnastiekles willen we een briefje met de reden.


6.3    Vorderingen

De vorderingen van de leerlingen worden met behulp van een leerlingvolgsysteem
vastgelegd in het OVM. Twee keer per jaar (najaar en voorjaar) vindt, per groep, een
leerling bespreking plaats met groepsleerkrachten, bouwcoördinator en indien nodig, de
orthopedagoog en / of maatschappelijk werk. Besproken worden de vorderingen van de
leerlingen en eventuele specifieke problemen. Voor die problemen wordt een
handelingsplan opgesteld. Dit wordt met de ouders/verzorgers van de leerling besproken.
Op de volgende leerling bespreking worden de resultaten hiervan doorgenomen en wordt
een nieuw plan van aanpak opgesteld.


6.4    Vervoer

De leerlingen worden zoveel mogelijk gestimuleerd tot zelfstandigheid. Indien het
mogelijk is, verwachten we van de leerling dat hij/ zij met het openbaar vervoer naar
school reist.
Het zelfstandig reizen / verkeerslessen behoort tot het lesaanbod op de VSO. Is uw kind
pas op latere leeftijd toe aan het zelfstandig reizen, dan verzoeken we u, de ouders/
verzorgers, dit te trainen. Als u denkt dat uw kind zelfstandig kan reizen i.p.v. met het
taxivervoer, neem dan even contact op met school. De formulieren moeten dan anders
ingevuld worden.

De gemeente Rotterdam zorgt voor gratis abonnementen. Aanvraagformulieren zijn op
school aanwezig. Leerlingen buiten Rotterdam zijn afhankelijk van de regelingen van hun
gemeente en dienen daar te informeren.

Het is ook mogelijk dat u uw kind naar school begeleidt met het openbaar vervoer.
Bijvoorbeeld ter voorbereiding op het zelfstandig reizen. In dat geval kunt u een
begeleiderabonnement aanvragen bij JOS


                                            30
      Jeugd, Onderwijs en Samenleving
      Unit Leerlingregistratie / Vervoer
      Antwoordnummer 1790
      3000 VB Rotterdam.
      010 – 891 46 80

Wordt uw kind vervoerd van en naar school en heeft u daarover klachten, dan kunt u dit
melden via het toegestuurde klachtenformulier van JOS.



6.5   Telefoonnummers taxivervoer

Bij ziekte / afwezigheid van uw kind dient u zelf het taxivervoer af te zeggen.
Telefoonnummers zijn:
Gemeente Rotterdam                 010 - 417 32 58
RTC                                010 - 462 63 60
Gemeente Capelle a/d IJssel        010 - 284 85 97
CTC (Capelle a/d IJssel)           010 - 451 52 53
Gemeente Krimpen a/d IJssel        0180 – 54 07 96
RTC (Krimpen a/d IJssel)           010 - 462 63 60
Ouderkerk a/d IJssel               0180 – 55 22 77
RTC Ridderkerk                     0180 – 45 12 34 / Heilbro vervoer: 0184 – 435 030
Taxi Vlasblom (Rhoon)              010 - 501 64 44



6.6   Gedragsproblemen in het vervoer

Over gedragsproblemen in het vervoer zijn afspraken gemaakt met de vervoerders. Op
onaangepast gedrag volgt een schriftelijke waarschuwing. Bij geen verbetering een time-
out van 3 dagen. Als het gedrag nog steeds niet verandert, wordt de leerling uit het
taxivervoer gezet en bent u als ouder verantwoordelijk dat de leerling op school komt.
Wapens (messen e.d.) in de taxi leiden tot onmiddellijke verwijdering!




                                           31
7      Ouders / Verzorgers

7.1    Ouderraad

Een ouderraad ondersteunt de school bij diverse festiviteiten, zoals Sinterklaas en Kerst.
Op dit moment heeft de Hoge Brug geen actieve ouderraad. We hebben alleen een
penningmeester die de financiën voor ons beheert: Hans van Os. Als u de school wilt
helpen bij feesten, uitstapjes etc. kunt u zich bij de leerkracht van uw kind opgeven als
“hulp ouder”.


7.2    Medezeggenschapsraad

De Medezeggenschapsraad bestaat uit vertegenwoordigers van ouders en het team.
De MR vormt een belangrijke gesprekspartner voor zowel de school als het bestuur. Het
is de plek waar ouders zaken die hen aan het hart liggen met betrekking tot het
onderwijs bespreekbaar kunnen maken. Alle plannen en vernieuwingen op school worden
met de MR besproken en ter advisering, dan wel instemming voorgelegd. Ook het
bestuur van de school zal regelmatig de MR om hun advies, dan wel instemming vragen.
De MR kan zelf ook initiatieven richting school en bestuur ontwikkelen. Er is, samen met
de kernafdeling, één MR voor de hele Willeboerschool. De MR vergadert één keer per
maand op de Meindert Hobbemalaan. Mw. Kuiper, algemeen directeur v.d.
Willeboerschool woont de vergaderingen bij als gesprekspartner namens het bestuur
openbaar onderwijs.
Dit schooljaar zal er een verkiezingsronde zijn ivm openstaande vacature en een vrij
komende vacature. Mevrouw M. Sonneveld stopt met haar functie en stelt die weer
beschikbaar voor een volgende ouder.
Voor het komende schooljaar hebben de volgende leden zitting in de MR:
Dhr. P. Schouten      -      ouder v.d. kernafdeling , voorzitter MR
Vacature              -      ouder v.d. VSO afdeling
Vacature              -      ouder v.d. SO/VSO afdeling
Mw. T. Veen           -      personeelslid kernafdeling
Mw. M. van Lun        -      personeelslid kernafdeling
Dhr.K.Weerdmeester -         personeelslid VSO-afdeling


7.3    GMR

Alle bovenschoolse zaken die vallen onder de medezeggenschapwet is voorbehouden aan
de GMR WEC scholen, de Gemeenschappelijk Medezeggenschapsraad voor alle BOOR SO-
scholen. Vanuit onze school hebben Martine Remijn en Francis van Lun (teamlid SO) en
Peter Schouten (voorzitter MR) zitting in de GMR.


7.4    Ouderavond

De eerste ouderavond is op dinsdagavond 08 september 2009. Dit is een algemene
ouderavond waarin u de gelegenheid heeft om kennis te maken met de leerkracht(en)
van uw kind en informatie krijgt over het reilen en zeilen in de groepen. Een 2 de
ouderavond zal later in het schooljaar gehouden worden. De datum en het thema van
deze ouderavond wordt tegen die tijd via de nieuwsbrief nader aangekondigd.




                                            32
7.5   Oudergesprekken

Ouders kunnen altijd de personeelsleden op school spreken. We stellen het
echter zeer op prijs wanneer van tevoren met de leerkracht of klassenassistent
contact opgenomen wordt. Tijdens het maken van de afspraak kan dan tevens
de reden van het gesprek doorgenomen worden en een datum en tijdstip voor
het gesprek worden afgesproken.

Twee maal per jaar wordt u uitgenodigd om de vorderingen van uw kind te bespreken.
Nadat uw kind besproken is in de leerling bespreking wordt u op school uitgenodigd.
U krijgt dan informatie over het plan van aanpak van uw kind en wordt samen met u
invulling gegeven aan het transitieplan van uw kind.
Aan het einde van het schooljaar ontvangt u een uitnodiging ter bespreking van het
Jaarrapport.


7.6   Huisbezoek (onder- en middenbouw)

Het is een streven van de leerkrachten om u één keer per jaar thuis te
bezoeken. Deze huisbezoeken kunnen het gehele jaar plaatsvinden. De
leerkracht praat dan met u over allerlei zaken die uw kind betreffen.
Ruimschoots vooraf neemt de leerkracht met u hierover contact op.


7.7   Nieuwsbrief

Maandelijks wordt er een nieuwsbrief aan de leerlingen meegegeven met daarin
belangrijke mededelingen, nieuws over de groepen, veranderingen op school of
in de klas en allerlei wetenswaardigheden.


7.8   Communicatieschrift / agenda

Op verzoek van de ouders of leerkracht kan een communicatieschrift ingevoerd worden.
In de regel wordt dit dan een schoolagenda die de leerling dan van thuis meeneemt. Op
deze wijze kan iedereen elkaar informeren en op de hoogte blijven van de gang van
zaken op school en thuis.


7.9   Bereikbaarheid ouder(s)

In verband met de bereikbaarheid van ouders/verzorgers wordt verzocht om in ieder
geval 2 telefoonnummers door te geven aan de school. Indien één van beide telefoon-
nummers wijzigt, verzoeken wij tevens dit aan de schooladministratie en de leerkracht
van de leerling door te geven.




                                           33
8     Personeel

8.1    Personeelsbestand

Op de Hoge Brug werken de volgende personeelsleden:

Mw.    Dina Kuiper                 : algemeen directeur A.Willeboerschool
Dhr. Jeroen Platteschorre          : locatiedirecteur VSO-afdeling
Mevr. Yvonne Beeren                : stageleerkracht
Mevr. Karin Catsman                : leerling-zorgcoördinator/staf
Mevr. Joan Figaroa – Karamat Ali   : groepsleerkracht
Mevr. Manon den Heijer             : leerkracht Sexuele vorming
Dhr. Peter van Koppen              : groepsleerkracht
Mevr. Ingrid Kramer                : groepsleerkracht
Mevr. Danize Kuperus               : groepsleerkracht
Mevr. Hilde Lemson                 : groepsleerkracht
Dhr. Raymon Martin                 : groepsleerkracht
Dhr. Paul Meeuwsen                 : stagecoördinator/ staf
Mevr. Esther van Os                : ib-er/ leescoördinator
Mevr. Themby Pizanias              : groepsleerkracht
Mevr. Rini Treurniet               : groepsleerkracht
Mevr. Ranuka Thaloe-Chikoeri       : groepsleerkracht
Dhr. Kees Wagenaar                 : groepsleerkracht
Dhr. Kees Weerdmeester             : stageleerkracht
Mevr. Nadien Weusten               : groepsleerkracht
Mevr. Monica Wisse-Essers          : groepsleerkracht
Mevr. Nadia Zgaoui-Nasri           : groepsleerkracht
Mevr. Shirley Bhadai               : klassenassistente
Mevr. Sandra Brandhorst-Clarijs    : klassenassistente
Mevr. Ayse Gunes                   : klassenassistente
Dhr. Marc Janssens                 : klassenassistent en stageondersteuner
Mevr. Marie-therese Schraauwers    : onderwijsondersteunster
Mevr. Geeske Sytsma                : klassenassistente
Mevr. Meredith Silië               : klassenassistente
Mevr. Sabrina Vrekke               : klassenassistente
Mevr. Marion van Leeuwen           : klassenassistente
Dhr. Sjoerd Immens                 : vakleerkracht bewegingsonderwijs
Dhr. Nick Vissers                  : Ict. coördinator
Mevr. Petra Bode                   : orthopedagoge
Mevr. Yolanda Klomp                : orthopedagoge
Mevr. Wietske van de Ros           : CTD-therapeute
Mevr. Ariënne Posse                : logopediste
Mevr. Karin van der Weel           : administratief medewerkster
Mevr. Nel Jutte                    : schoolassistent
Dhr. Mohamed Zerty                 : conciërge



8.2   De normjaartaak

De leerkrachten en andere personeelsleden hebben te maken met een
normjaartaak. Hierin is opgenomen hoeveel lesgevende, niet-lesgevende en
uren voor deskundigheidsbevordering medewerkers per schooljaar moeten
maken voor de school. Voor de organisatie van de school betekent dit dat we
voor de leerkrachten en andere personeelsleden een rooster hebben opgesteld.
Daarnaast zijn er ter bestrijding van het ziekteverzuim een verzuimplan en ter
bevordering van de deskundigheid een na, bij- en herscholingsplan opgesteld.
                                           34
Dit alles wordt jaarlijks met de directie besproken tijdens een van tevoren
afgesproken functioneringsgesprek.




8.3    Stagiaires

We bieden op school stageplekken aan PABO studenten (opleiding voor leerkrachten) en
studenten van de SPW-opleiding (opleiding voor o.a. klassenassistent).
De stagiaires worden over de groepen verdeeld en begeleid door de groepsleerkracht.


8.4    Studiedagen personeel

Ook dit schooljaar zijn de leerlingen een aantal dagen en middagen vrij, zodat het
personeel kan worden nageschoold. De studiedagen staan in het vakantieoverzicht
vermeld. Mochten er nog veranderingen komen dan kunt u dit in de nieuwsbrief lezen.


8.5    Zieke leerkrachten

Iedere school krijgt vroeg of laat te maken met ziekte van leerkrachten. Zoals u
ongetwijfeld weet zijn er geen of nauwelijks invallers te krijgen. Dat vraagt veel
improvisatie van de organisatie. Op onze school werkt een hecht team en meestal lukt
het ons het onderwijs door te laten gaan. Het afgelopen jaar hebben we slechts een
enkele keer een groep naar huis moeten sturen, ondanks de, soms langdurige, ziekte van
personeelsleden.
Zijn er meerdere collega‟s ziek, dan is het echter niet te vermijden een groep thuis te
moeten laten. Helaas is dit nooit te voorzien en daardoor kan het zijn dat u pas de dag
ervoor hierover bericht krijgt. We rekenen op uw begrip en medewerking hiervoor.




                                            35
9     Belangrijke regelingen voor leerlingen van 17 tot 20 jaar

9.1   Wajong

De Wajong (Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jong Gehandicapten)
Als uw kind 18 jaar wordt, is hij/zij “voor de wet” meerderjarig. Is de handicap van uw
kind zodanig dat hij/zij niet in staat is om inkomen te verwerven, dan zult u als ouder
een aantal zaken moeten regelen:
     de kinderbijslag vervalt en uw kind komt in aanmerking voor een uitkering.
Als werken niet tot de mogelijkheden hoort omdat uw kind niet in staat is zelfstandig
arbeid te verrichten, kunt u een beroep doen op de Wet Arbeidsongeschikten
Jonggehandicapten (Wajong).
     Aanvragen Wajonguitkering moet gebeuren als uw kind in de leeftijd is van 17,3
       jaar tot 17,9 jaar.
U ontvangt het aanvraagformulier met toelichting bijtijds van onze maatschappelijk
werker.
Het ingevulde aanvraagformulier stuurt u terug naar het UWV. Uw kind wordt
uitgenodigd voor een gesprek. Komt uw kind in aanmerking voor een Wajonguitkering
dan krijgt hij/ zij deze vanaf het achttiende jaar.


9.2   Uitstroommogelijkheden

Voor onze leerlingen zijn er 3 uitstroommogelijkheden:
     Dagcentra
     Roteb (sociale werkplaats)
     Vrije bedrijf
Zoals eerder in deze gids vermeld, hebben we hebben onze school dan ook verdeeld in 3
leerwegen, gebaseerd op deze uitstroom.
De mogelijkheden van de leerling en de behoefte aan begeleiding bepalen aan welke
leerweg wordt deelgenomen.


9.2.1 Dagcentra

Om op een dagactiviteitencentrum te kunnen werken is een DVO-indicatie nodig.
De schoolmaatschappelijk werker zal contact opnemen met de ouders om de indicatie-
aanvraag te verzorgen.
Het CIZ (Centrum indicatie Instelling en Zorg) beoordeelt of een cliënt voor zorg in
aanmerking komt of niet. De aanvraagprocedure duurt ongeveer 6 weken.
Als de indicatie is afgegeven, wordt de leerling op de wachtlijst voor de dagcentra
geplaatst.


9.2.2 Multi-bedrijven

Voor het werken bij de Multi-bedrijven als de Roteb is een sw-indicatie nodig.
Deze indicatie wordt door de stagedocent van school aangevraagd bij het CWI (Centrum
voor Werk en Inkomen).
Het CWI bepaalt of een leerling wel of geen een sw-indicatie krijgt.
De aanvraagprocedure duurt ongeveer 4 maanden en is vier jaar geldig.
Na vier jaar moet de indicatie verlengd worden.

                                           36
Bij afwijzing wordt meestal DVO-indicatie aangevraagd; de leerling heeft dan
intensievere begeleiding nodig.


9.2.3 Vrije Bedrijf

Soms komt het voor dat een bedrijf een leerling die daar stage loopt, in dienst wil
nemen. De school neemt in dat geval, in overleg met leerling en ouder, contact op met
arbeidsdeskundige van het UWV. In een gesprek worden afspraken gemaakt over
regelingen en eventuele ondersteuning, zoals bijv. de inzet van een jobcoach.


9.2.4 Stagedocenten

Niet alle regelingen (uitzonderingen/mogelijkheden) staan hier vermeld, mocht u ideeën
of vragen hebben dan kunt u contact opnemen met onze stagedocenten Paul Meeuwsen,
Yvonne Beeren en Kees Weerdmeester.




                                           37
10     Informatie voor kinderen/jongeren met een handicap


10.1   Begeleiderkaart Openbaar Vervoer

Voor uw gehandicapte kind kunt u een OV-begeleiderpas aanvragen, waarmee u gratis
kunt meereizen in trein, metro, tram en bus. De pas komt op naam van uw kind te staan
die wel een vervoersbewijs moet kopen.
Kind en begeleider moeten minimaal 12 jaar oud zijn.

Een aanvraagformulier (folder “gehandicapten”) kunt u afhalen bij het loket op het
Centraal Station of bij de NS, tel.nr. 0900 - 1462.



10.2   TOG (Tegemoetkoming Onderhoudskosten thuiswonende Gehandicapte
       kinderen)

Wanneer u thuis een gehandicapt kind tussen de 3 en 18 jaar oud hebt, kunt u in
aanmerking komen voor een tegemoetkoming in onderhoudskosten met een maximum
van
€ 208,23 per kwartaal. Een formulier kunt u aanvragen bij:
SVB Roermond
Postbus 1244
6040 KE Roermond
Tel.: 0475 - 368020
Vaak vraagt men naar het sofinummer van uw kind.



10.3   WVG (Wet Voorziening Gehandicapten)

Als u in Rotterdam woont, kunt u bij deze instelling Vervoer Op Maat aanvragen voor uw
zoon of dochter. Vervoer op maat kan ingezet worden om bv. uw kind naar een
sportclub, logeerhuis etc. te brengen en weer op te halen.
Aanvraagformulieren zijn te verkrijgen bij onderstaande vestigingen:

Vestiging                                         uw postcode
Voorzieningen Gehandicapten              3011   t/m 3016, 3021 t/m 3029
Vestiging Centrum – West                 3032   t/m 3033, 3035 t/m 3039
Heer Bokelweg 139                        3042   t/m 3047, 3071 t/m 3074
3032 AD Rotterdam                        3081   t/m 3083, 3151
Tel.: 010 – 243 65 00

Voorzieningen Gehandicapten              3031, 3034
Vestiging Noord-Oost                     3051 t/m 3056
Prins Alexanderplein 20                  3059
3067 GC Rotterdam                        3061 t/m 3069
Tel.: 010 – 289 97 99

Voorzieningen Gehandicapten              3075 t/m 3079
Vestiging Zuid                           3084 t/m 3087
Strevelsweg 700 – 405                    3089
3083 AS Rotterdam                        3091 t/m 3195
Tel.: 010 - 4984497



                                           38
10.4   Aangepaste Sport en Recreatie

Zoekt u een sportvereniging voor uw kind, dan kunt u terecht bij:

Sport en Recreatie         of            Stichting Mee
Aangepaste Sporten                       afdeling Communicatie
Coolsingel 6                             Schiedamse Vest 154
3011 AD Rotterdam                        3011 BH Rotterdam
Tel.: 010 – 417 32 45                    Tel.: 010 – 282 11 11

Meer informatie kunt u ook vinden op de website www.handicap.rotterdam.nl
Op school zijn folders beschikbaar.



10.5   Zomervakanties voor kinderen en jongeren met een handicap

Stichting Roos is een vrijwilligers organisatie die iedere zomer vakantiekampen voor
verstandelijk gehandicapte kinderen en jongeren (van 6 – 20 jaar) organiseert.
Hebt u interesse, bezoek dan de site www.stichting-roos.nl en / of vraag een folder aan
bij het secretariaat van de stichting:
Uiterstegracht 133,
2312 TC Leiden
Tel.: 071 – 514 29 04



10.6   WAI-NOT

WAI-NOT maakt computertoepassingen voor kinderen en jongeren met
verstandelijke beperkingen. Er is een speciale website www.wai-not.be die is
aangepast aan verschillende verstandelijke niveaus. Er wordt maximaal gebruik
gemaakt van pictogrammen en auditieve ondersteuning.




                                           39
11 Belangrijke adressen

Hieronder treft u een aantal belangrijke adressen aan:

A. Willeboerschool/VSO „De Hoge Brug‟, een openbare school voor speciaal- en
voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen.

SO-afdeling:                      Meindert Hobbemalaan 2-4
                                  3062 SK Rotterdam
                                  Tel. 010 - 4527634
                                  Fax 010 – 4522902
                                  E-mail: willeboer@doo.rotterdam.nl
                                  Girorekening : 4071022
                                  t.n.v. A. Willeboerschool.


VSO-afdeling 'de Hoge Brug':      Hillegondastraat 25
                                  3051 PA Rotterdam
                                  Tel. 010 - 4222392
                                  Fax 010 – 2859786
                                  E-mail: admin@vsodehogebrug.nl
                                  Girorekening: 7418170
                                  t.n.v. VSO-afdeling de Hoge Brug

Algemeen directeur                : Mevr. E.M. Kuiper
Adjunct directeur SO              : Mevr. G. Verkaik
Locatie directeur VSO             : Dhr. J. Platteschorre

Voorzitter MR                     : Dhr. P. Schouten

Penningmeester SO-/VSO-afdeling : Dhr. H. van Os

Girorekening SO-afdeling:
3280437 t.n.v. penningmeester ouderraad A. Willeboerschool

Girorekening VSO-afdeling: 9399687 t.n.v. ouderraad VSO te Rotterdam

MEE Rotterdam (vragen naar Monique van Dam)
Schiedamse Vest 154
3011 BH Rotterdam
Tel.: 010 - 2821111.




12 Nawoord
Via deze gids hebben we getracht u informatie te geven over het gebeuren in
en rond VSO de Hoge Brug. We hopen dan ook dat het aan dit streven voldoet.
We zijn ons er terdege van bewust dat deze gids niet geheel volledig is. We
staan daarom open voor uw suggesties en aanvullingen.


Het schoolteam van VSO De Hoge Brug.



                                           40

								
To top