Docstoc

BelRAI – Stand van zaken in oktober 2010

Document Sample
BelRAI – Stand van zaken in oktober 2010 Powered By Docstoc
					BelRAI – Stand van zaken in oktober 2010
                                                     Anja Declercq, in samenwerking met het BelRAI-onderzoeksteam


Inhoudstafel

 1.     Inleiding ....................................................................................................................................... 2
   1.1. Wat voorafging ........................................................................................................................................2
   1.2. Wat is een interRAI-instrument?.............................................................................................................2
   1.3. BelRAI ......................................................................................................................................................3
   1.4. Overzicht .................................................................................................................................................3
 2. Projecten over of met BelRAI ...................................................................................................... 5
   2.1. Doelstellingen van en conclusies uit de projecten BelRAI I en RAI-projecten GDT I ..............................6
   2.2. Doelstellingen van en conclusies uit de projecten BelRAI II en RAI projecten GDT II ............................7
   2.3. Doelstellingen en conclusies uit het project Acurate.be I .......................................................................8
   2.4. Doelstellingen van en conclusies uit het project BelRAI III .................................................................. 10
   2.5. Doelstellingen van en conclusies uit het project “vergelijking Bel-schaal en RAI” .............................. 14
   2.6. RAI MH en CMH .................................................................................................................................... 15
   2.7. Doelstellingen van en conclusies uit het project Acurate.be II ............................................................ 17
   2.8. Doelstellingen van en conclusies uit het project BelRAI IV .................................................................. 19
   2.9. BelRAI V: doelstellingen ....................................................................................................................... 24
   2.10.      Protocol 3: doelstellingen............................................................................................................. 27
 3.Wat is er tot nu toe gerealiseerd en wat moet er nog gerealiseerd worden?............................... 28
    3.1. Belgische versies van de instrumenten die door interRAI worden erkend .......................................... 28
    3.2. De webapplicatie BelRAI ...................................................................................................................... 28
    3.3. De kostprijs ........................................................................................................................................... 29
    3.4. Sterkte-zwakte analyse ........................................................................................................................ 30
 Bibliografie ........................................................................................................................................ 34




                                                                                                                                                         1
1. Inleiding


1.1.    Wat voorafging


Op 15 januari 2003 sloten de verschillende regeringen in België een ‘tweede protocolakkoord
ouderenzorg’ af. Hierin werd gestipuleerd dat “een studie wordt goedgekeurd die onder andere als
doelstelling heeft om beleidsinstrumenten en –procedures te ontwikkelen die toelaten de
problematiek van een zorgbehoevende oudere in kaart te brengen, individuele doelstellingen voor de
zorg te formuleren, de behoefte aan mantelzorg, professionele zorg en desgevallend opname te
bepalen en op te volgen, de daaraan verbonden kosten in te schatten en te vergelijken met de huidige
situatie. Deze studie wordt ook uitgevoerd over de grenzen heen van de “intramurale ouderenzorg”.
Een essentiële boodschap in dit protocolakkoord is dat de nadruk in onze zorg zich moet verplaatsen
van het deficit- naar het competentiemodel, waarin de oudere gestimuleerd wordt om een maximale
zelfredzaamheid te bekomen en de klemtoon gelegd wordt op het herwinnen van zijn / haar
capaciteiten. De studie waarvan sprake was de Interface-studie (Buntinx et al., 2003; Delepeleire et
al., 2005). Deze studie had als hoofddoel “het ontwikkelen van beleidsinstrumenten en –procedures,
waarmee de problematiek van een zorgbehoevende oudere in kaart kan worden gebracht,
individuele doelstellingen kunnen worden geformuleerd, de behoefte aan mantelzorg, professionele
zorg en desgevallend opname kan worden bepaald en opgevolgd, de daaraan gekoppelde kosten
kunnen worden ingeschat en de resultaten kunnen worden vergeleken met de huidige situatie”.

Het instrument dat zou worden gekozen moest aan de volgende voorwaarden voldoen:

   1.   Internationale validatie
   2.   Aanpasbaar aan alle zorgcontexten
   3.   Holistische visie (globaal) op het assessment van de cliënt
   4.   (Hulp bij) voorstel van zorgplan
   5.   Samenwerking in interdisciplinair team
   6.   Zorgcontinuïteit

Uit het Interface-project bleek dat de interRAI-instrumenten hieraan het best beantwoordden. De
InterRAI Suite instrumenten zijn een typisch voorbeeld van een derde generatie ‘comprehensive
geriatric assessment’. De instrumenten zijn opgebouwd rond een set van items die belangrijk worden
geacht in alle mogelijke settings (huis, rusthuis, ziekenhuis, ...). Naast deze basis van
gemeenschappelijke items (70%), bevat elk instrument ook een aantal setting-specifieke items (30%).
De gemeenschappelijke items hebben dezelfde definities, dezelfde tijdskaders en dezelfde
scoringsmogelijkheden. Op die manier wordt het veel eenvoudiger om informatie door te laten
stromen van één setting naar een andere.


1.2.    Wat is een interRAI-instrument?


Een interRAI-instrument bestaat uit een vragenlijst met vragen over de zorgsituatie van een patiënt,
onderverdeeld in een twintigtal hoofdstukken, zoals persoonlijke gegevens, stemming en gedrag,

                                                                                                  2
psychosociaal welzijn, continentie, ziektebeelden, gezondheidstoestand en geneesmiddelen. Uit deze
vragen worden resultaten berekend volgens internationaal gevalideerde algoritmes. Voorbeelden
van dergelijke resultaten zijn CAP’s (Clinical Assessment Protocols) en zorgschalen. CAP’s geven
triggers aan, waarschuwingen die een bepaald probleem kunnen signaleren, terwijl zorgschalen
samenvattende berekeningen van cliëntkarakteristieken zijn, zoals de DRS (Depression Rating Scale).
Daarnaast kunnen ook kwaliteitsindicatoren (QI) en zorgzwaarte-indexen (RUG’s) berekend worden.
Ten slotte is het mogelijk om te voorzien in statistieken waarmee de evolutie van de cliënt doorheen
de tijd opgevolgd wordt (op cliënt-niveau), samenvattende statistieken voor de organisatie (op
organisatie- of afdelingsniveau) of statistieken over alle cliënten in België of een regio in België (op
macro-niveau).

De instrumenten worden het best ingevuld door verschillende disciplines samen. De berekende
resultaten kunnen helpen om een geïndividualiseerd zorgplan op te stellen of om het bestaande
zorgplan te verbeteren.


1.3.    BelRAI

Vervolgens vroeg het interkabinetair overleg om na te gaan of en onder welke voorwaarden de
interRAI-instrumenten konden worden geïmplementeerd in de ouderenzorg in België. Op basis van
de verzamelde informatie zal vervolgens een politieke beslissing worden genomen over het al dan
niet verder werken met de interRAI-instrumenten in België.

Dit resulteerde in BelRAI. De BelRAI-instrumenten zijn de aan de Belgische situatie en aan het
Belgisch taalgebruik aangepaste instrumenten. De BelRAI-webapplicatie is het platform waarop de
gegevens kunnen worden ingevoerd en waarmee de resultaten kunnen worden berekend. Via BelRAI
kunnen de gegevens uitgewisseld worden tussen verschillende organisaties en verschillende
sectoren.


1.4.    Overzicht


In dit document geven we eerst een overzicht van de projecten die tot nu toe gebeuren met of over
BelRAI en de doelstellingen van en besluiten uit die projecten (§2). Vervolgens overlopen we wat er
reeds is gerealiseerd met betrekking tot BelRAI en wat in de toekomst nog ontwikkeld of onderzocht
moet worden (§3).

Naast de BelRAI-projecten zijn er nog andere projecten waarin met of over RAI werd gewerkt. We
beschikken niet steeds over alle informatie, maar lijsten de projecten hieronder op. Er werden ook al
meerdere masterproeven over of met RAI geschreven aan diverse universiteiten. Deze laten we hier
buiten beschouwing.

VVI-RAI
Zorgnet Vlaanderen, op dat moment nog het VVI, startte in 2006 een stuurgroep ‘VVI-RAI’ op. Deze
stuurgroep schreef een pilootproject uit (zie www.vvirai.net). Tijdens dit pilootproject testten 13


                                                                                                      3
WZC’s het instrument RAI 2.0 NH (dat in een volgende versie InterRAI LTCF werd) met de
Nederlandse software van NedRAI.

Evaluatie proefprojecten geriatrisch dagziekenhuis
Tijdens de evaluatie van de proefprojecten geriatrisch dagziekenhuis, in opdracht van het KCE en de
FOD Volksgezondheid, werd gebruikt gemaakt van de RAI-screener (versie 2.0) (Van Den Noortgate
et al. 2007).

Qualidem
Qualidem was een onderzoeksproject in twee fases (1999-2002, 2002-2005) op initiatief van en
gefinancierd door het RIZIV. De projecten omvatten verschillende delen. In sommige onderdelen
werd gebruik gemaakt van de interRAI-instrumenten (versies 2.0).




                                                                                                 4
2. Projecten over of met BelRAI


In deze paragraaf bespreken we alle projecten waarin gewerkt werd aan BelRAI of die gebruik
maakten van BelRAI. In tabel 1 een schematische weergave. Vervolgens worden van elk project de
doelstellingen en de conclusies kort weergegeven.

Tabel 1: Overzicht van de projecten over of met BelRAI

            Project          Duurtijd         Opdrachtgever     Uitvoerders
            Interface   (zie 2003-2005        DG I              K.U. Leuven (ACHG),
            supra)                                              UCL, ULB, Ulg

2.1         BelRAI I         Maart 2006-      DG I              Lucas, CZV en CUO -
                             maart 2007                         K.U. Leuven), Ulg
            RAI – projecten September         DG II             GDT’s
            GDT’s I          2005-
                             September
                             2006
2.2         BelRAI II        Mei 2007 –       DG I              Lucas en CUO - K.U.
                             mei 2008                           Leuven), Ulg
            RAI – projecten September         DG II             GDT’s
            GDT’s II         2007 – mei
                             2008
2.3         Acurate.be I     September        DG I              CZV – K.U. Leuven en
                             2007       –                       Ulg
                             september
                             2008
2.4         BelRAI III       Juni 2008 –      DG I              Lucas en CUO - K.U.
                             december                           Leuven), Ulg
                             2008
2.5         Vergelijking RAI Januari 2008   Vlaams Minister 3 projecten:
            en BEL-schaal    – November     van       Welzijn,     - GDT Brussel
                             2008           Volksgezondheid        - Landelijke
                                            en Gezin                   Thuiszorg
                                                                   - Vlaamse
                                                                       Vereniging
                                                                       Diensten voor
                                                                       Gezinszorg
                                                                       (met Lucas als
                                                                       onderaannem
                                                                       er)
2.6         RAI MH & CMH      November      DG I               Lucas – K.U. Leuven in
                              2008        –                    samenwerking met
                              februari 2009                    AIGS
2.7         Acurate.be II     Maart 2009 – DG I                CZV – K.U. Leuven en
                              december                         Ulg
                              2009


                                                                                            5
2.8           BelRAI IV         Maart 2009 – DG I                   Lucas, K.U. Leuven,
                                februari 2010                       Ulg en Pyxima
2.9           BelRAI V          Maart 2010 – DG I                   Lucas, CZV – K.U.
                                maart 2011                          Leuven,     Ulg   en
                                                                    Pyxima
2.10          Protocol 3        Januari 2010 RIZIV                  UCL, Lucas –K.U.
                                – december                          Leuven, UA en Ulg
                                2014



2.1.      Doelstellingen van en conclusies uit de projecten BelRAI I en RAI-projecten GDT I


Het hoofddoel van de projecten BelRAI I en de GDT-projecten in 2006 was het inventariseren van de
incentives en de knelpunten bij het gebruik van de InterRAI-instrumenten. Hiertoe werd een test
opgezet in 9 Vlaamse en 6 Waalse GDT’s, 10 Vlaamse en 10 Waalse RVT’s en 9 Vlaamse geriatrische
dagziekenhuizen (GDZ) en 16 Waalse geriatrische dagziekenhuizen. Uit deze test konden volgende
conclusies worden getrokken:

       1. Incentives:
              a. Holistisch beeld: de gebruikers toonden hun appreciatie voor het feit dat niet alleen
                  medische gegevens, maar ook sociale en psychologische aspecten aan bod kwamen.
              b. Aandacht voor zorgaspecten die anders een ‘blinde vlek’ blijven.
              c. Multi- en interdisciplinariteit: het samenwerken met andere disciplines.
              d. Bevordering van overleg binnen en tussen diensten.
       2. Knelpunten over de settings heen:
              a. De webapplicatie was niet klaar voor een dergelijke hoeveelheid gebruikers en
                  functioneerde niet goed genoeg voor de doelstellingen van het project. De
                  voornaamste reden daarvoor was dat de webapplicatie in eerste plaats ontworpen
                  was om verschillende evaluatie-instrumenten met elkaar te vergelijken.
              b. De projectduur was te kort voor een goede test.
              c. De instrumenten zijn lang en het invullen vraagt veel tijd.
              d. Het handboek moest worden uitgeprint. Dit gebeurde vaak niet, waardoor veel
                  vragen als onduidelijk werden ervaren.
              e. Er liepen twee projecten tegelijk. De timing was niet afgestemd en dat zorgde voor
                  verwarring.
              f. Er werd nog te weinig output gegeneerd door de webapplicatie.
              g. Er werd gebruik gemaakt van de Nederlandse en de Franse versies van de RAI HC 2.0,
                  de RAI Screener en het InterRAI LTCF instrument. Deze versies bleken niet aangepast
                  aan de Belgische situatie. Er bleek ook een vertaling nodig naar het ‘Vlaams-
                  Nederlands’ en het ‘Waals-Frans’.
       3. Knelpunten eigen aan de setting:
              a. In de GDT’s ondervond men heel wat problemen om de medewerking te verkrijgen
                  van alle betrokken dienstverleners. Vooral de huisartsen bleken hiertoe niet steeds
                  bereid of gemotiveerd.



                                                                                                    6
              b. In de GDZ werd gebruik gemaakt van de RAI Screener (een verkorte versie van het
                 thuiszorginstrument). Dit instrument bleek niet aangepast te zijn aan deze setting.
              c. In de RVT’s heerste een sterke vraag naar meer output en twijfelde men of de
                 instrumenten wel voldoende aandacht hebben voor het dementieprobleem.
       4. Algemene conclusie: de deelnemers vonden het gebruik van BelRAI nuttig, maar slechts
          haalbaar mits aan volgende voorwaarden werd voldaan:
              a. De beschikbaarheid van een goed werkende webapplicatie.
              b. De beschikbaarheid van aan de Belgische situatie en taal aangepaste versies van de
                 instrumenten.
              c. Alle bij de zorg betrokken partijen geven de nodige informatie door.


2.2.      Doelstellingen van en conclusies uit de projecten BelRAI II en RAI projecten GDT II


Het actieproject BelRAI 2007 bouwde verder op de conclusies van het project BelRAI 2006. Het doel
was dubbel: het gebruik van het RAI-instrumentarium blijven begeleiden in de sectoren en de
organisaties die er reeds in 2006 mee werkten en daarnaast ook de haalbaarheid van het hele RAI-
proces verder bestuderen.

Het feit dat het om een ‘actieproject’ ging, impliceert meteen dat het project niet alleen werd geleid
door de afspraken met de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu, maar
ook door de opmerkingen die door de deelnemende organisaties en de begeleidingscommissie
werden gemaakt tijdens de voorgaande projecten.

In het licht van deze opmerkingen, werd aan verschillende aspecten gewerkt :
    1. Een eerste zeer belangrijk punt was het verbeteren en herwerken van de webapplicatie.
          Hieraan werd prioriteit gegeven. De architectuur van de webapplicatie werd grondig
          gewijzigd. De handboeken werden ingebouwd in de applicatie en een wiki-site werd
          ontwikkeld.
          De nieuwe webapplicatie werd kort getest in een aantal GDT’s (7 in Vlaanderen, 6
          inWalloniëin Wallonië) en in 10 RVT’s in beide landsdelen. Deze testen waren onvolledig en
          kort in de tijd. De tests in de GDT’s waren slechts partieel omdat het beëindigen van hun
          contract met DG II ongeveer samenviel met het openstellen van de nieuwe webapplicatie. De
          meeste GDT’s hebben niettemin de webapplicatie bekeken en geprobeerd en toonden zich
          bereid hierover te praten tijdens intervisies. De tests in de RVT’s werden vroegtijdig
          afgebroken omwille van problemen met de privacy en de beveiliging. De RVT’s hadden al
          uitgebreid kennis gemaakt met de webapplicatie, maar het aantal werkelijk ingevulde
          dossiers varieerde sterk en ook het effectief verder werken met de CAP’s was nog beperkt.
          Ook zij toonden zich evenwel bereid tot intervisies.
    2. Ten tweede is er aandacht besteed aan het hele RAI-proces, inclusief het beschikbaar stellen
          van en het gebruik van resultaten (CAP’s en schalen), en niet enkel het invullen van de
          vragenlijsten. De CAP’s pijn, doorligwonden, urine-incontinentie, delirium, fysieke fixatie en
          valincidentie werden bovendien aangepast aan de Belgische situatie..
    3. De vragenlijsten werden volledig aangepast aan de Belgische context en op elkaar afgestemd.


                                                                                                      7
       4. Tijdens dit werkjaar werd veel meer tijd dan oorspronkelijk voorzien, besteed aan de
          beveiliging van de webapplicatie. Na opmerkingen vanuit enkele Franstalige zorgorganisaties,
          werd de webapplicatie tijdelijk afgesloten. Om tegemoet te komen aan deze opmerkingen
          werden bijkomende veiligheidsmaatregelen genomen en werd gewerkt aan de integratie
          met (B)e-health.
       5. Ten vijfde is gewerkt aan de standaardisatie van de opleidingen/vormingen. Daartoe werd
          gewerkt aan een pedagogische koffer. Oorspronkelijk was het ook de bedoeling voor deze
          koffer een video te maken. Deze werd evenwel niet gefinaliseerd omwille van de
          verschuiving in de prioriteiten naar de beveiliging van de webapplicatie.
       6. Het project werd geconfronteerd met een aantal onvoorziene omstandigheden:
              a. de laattijdige beschikbaarheid van de CAP’s : InterRAI had voorzien dat deze ten
                   laatste in juni 2007 beschikbaar zouden zijn in het Engels. In de praktijk waren ze
                   echter slechts beschikbaar in het najaar van 2007, met nog een aantal ontbrekende
                   stukken tekst en met fouten in de algoritmes. De definitieve versie was pas in
                   december 2007 beschikbaar. Bijgevolg liep de integratie van de nieuwe CAP’s en de
                   bijbehorende richtlijnen vertraging op in dit project;
              b. de discussies over de beveiliging en de privacy zorgden voor een verschuiving van de
                   aandacht. Bijgevolg kon minder aandacht worden besteed aan de motivering van de
                   artsen en aan het uitwerken van de pedagogische koffer. Deze aspecten werden niet
                   uit het oog verloren, maar uitgesteld naar een vervolgproject.


2.3.      Doelstellingen en conclusies uit het project Acurate.be I

Het Acurate.be-project beoogde op korte termijn een inhoudelijke evaluatie van de interRAI Acute
Care, alsook een evaluatie van het gebruik ervan in de acute ziekenhuissetting. Op lange termijn
werd uniformiteit op het vlak van assessment nagestreefd.
De doelstellingen van dit project waren de volgende:
    1. Uitvoeren van een literatuurstudie, uitschrijven van een internationaal vergelijkende studie
        en het contact en de samenwerking met InterRAI onderhouden.
    2. Verbeteren en definitief vastleggen van de linguïstische vertaling (NL en FR) en de
        contextgebonden hertaling van de interRAI Acute Care en het proces opstarten om de
        vertalingen te laten erkennen door InterRAI.
    3. Uittesten van het klinisch belang van de interRAI Acute Care, meer bepaald in het kader van
        het uitwerken van een zorgplan en de verbetering van de zorgkwaliteit.
    4. Analyseren van mogelijke gemeenschappelijke punten tussen de interRAI Acute Care en de
        Belgian Minimal Geriatric Screening Tools (BMGST).
    5. Analyseren van de opportuniteit van de interRAI Acute Care in termen van de uitwisseling
        van gegevens met andere zorgsectoren bij ontslag of doorverwijzing van de patiënt.

Het project eindigde met volgende aanbevelingen:
1. Verdere aanpassingen zijn nodig aan de interRAI AC aan de Belgische context: de interRAI AC en
    het handboek, de schalen, de CAP’s en de kwaliteitsindicatoren. Verder overleg is noodzakelijk
    om alle instrumenten van het Belgische RAI-portfolio volledig op elkaar af te stemmen.



                                                                                                    8
2. De interRAI AC zou geïnformatiseerd moeten worden en geïntegreerd in de bestaande
   webapplicatie. De gebruiksvriendelijkheid van de toepassing mag niet vergeten worden en moet
   geëvalueerd worden.
3. Oplossen van de juridische en deontologische vragen in verband met de geïnformeerde
   toestemming van de patiënt, de toegang tot en de verdeling van de gezondheidsinformatie
   binnen en buiten het ziekenhuis.
4. De aangepaste interRAI AC uittesten op de hospitalisatieafdelingen: het Acurate.be-project heeft
   toegelaten om enkele aanpassingen door te voeren. Voor sommige voorstellen tot aanpassingen
   is nog geen oplossing gevonden omdat daarvoor toestemming nodig is van InterRAI. Eens alle
   aanpassingen zijn doorgevoerd, zal het belangrijk zijn het instrument opnieuw en in een meer
   doorgedreven vorm (vb. met gebruik van alarmsignalen en CAP’s) te testen op de
   hospitalisatieafdelingen.
5. Het verder voorbereiden van de integratie van de geïnformatiseerde interRAI AC in de
   ziekenhuissetting, vooral op de niet-geriatrische afdelingen.
                 1. Op het vlak van informatisering: verschillende ziekenhuizen hebben hun eigen
                     informaticasysteem ontwikkeld. Dit moet gekoppeld kunnen worden aan het
                     bestaande BelRAI-systeem.
                 2. Op het vlak van inhoud: het is belangrijk om een vergelijkende inventaris te
                     maken van de gegevens en de informatie die ofwel geïmporteerd kunnen
                     worden in de interRAI AC uit de verschillende bestaande elektronische dossiers
                     (medisch, verpleegkundig,…) ofwel op een bruikbare manier geëxporteerd
                     kunnen worden voor de verzorging van de patiënten en voor de continuïteit
                     van zorg.
                 3. Op het vlak van organisatie: hoe moeten de alarmsignalen worden beheerd die
                     voortvloeien uit de geriatrische patiëntenevaluatie met behulp van de interRAI
                     AC. Hoe een volledige multidisciplinaire implementatie van de interRAI AC
                     beheren voor de geriatrische patiënten op de niet-geriatrische diensten? Wat is
                     het belang van de CAP’s voor niet-geriatrische diensten? Is het nodig om deze
                     CAP’s in deze context te operationaliseren? Dit zijn enkele van de vragen die
                     beantwoord moeten worden.
6. De noden nagaan op het vlak van opleiding: opleiding is de hoeksteen voor een succesvolle
   implementatie van de RAI-methode in het ziekenhuis. De behoefte aan een basisopleiding en
   voortgezette opleidingen moet worden geëvalueerd, niet alleen voor de medische staf, maar ook
   en vooral voor de referentieverpleegkundigen en het liaisonteam.
7. Het inschatten van de financiering met betrekking tot het implementeren van het RAI-proces in
   het ziekenhuis zowel op het vlak van personeelsinzet als op het vlak van middelen. Op het vlak
   van personeelsinzet moet worden nagegaan hoeveel personeel nodig is op de niet-geriatrische
   diensten, maar ook binnen de liaisonteams. Het zal noodzakelijk zijn om de plaats van
   zelfstandigen (vb. kinesitherapeuten) te bepalen binnen het implementatieproces alsook de
   financiering hiervan. Ook de rol van de referentieverpleegkundige op het vlak van het
   implementatieproces zou verduidelijkt moeten worden, alsook hun bevoorrechte samenwerking
   met de geriaters. Op het vlak van middelen is het belangrijk om de nood aan
   informaticamogelijkheden (PC, laptops) te beoordelen, waarbij ook de opleiding van het
   personeel in het gebruik van het elektronische instrument niet mag worden vergeten.



                                                                                                  9
8. Het ontwikkelen/invoeren van de RAI-methode in het kader van afgebakende regio’s en over
    verschillende zorgsettings heen (ziekenhuis, ambulant en residentieel) om de dialoog tussen de
    gezondheidswerkers te bevorderen. Het kunnen beschikken over een uniek instrument dat de
    oudere patiënt volgt in de verschillende zorgsettings is één van de voordelen die door de
    gebruikers in de praktijk werd bevestigd. Het voorzien van een patiëntenevaluatie doorheen de
    tijd - zowel in het ziekenhuis, in het rust- en verzorgingstehuis, als in de thuisomgeving- is één
    van de garanties van de kwaliteit van het systeem.
9. De rol van de huisarts nagaan: tot nog toe werden in de Belgische projecten met betrekking tot
    het gebruik van een instrument uit het RAI-portfolio de huisartshuisartsen niet of slechts
    summier betrokken. Het strekt tot aanbeveling om de rol van de huisartshuisartsen in de
    toekomst verder na te gaan.
10. Testen van interRAI Post-Acute Care en Palliative Care: uit het huidig onderzoek blijkt dat de
    interRAI AC niet bruikbaar is in de post-acute en palliatieve setting. In de toekomst zou het
    klinisch belang van deze laatstgenoemde instrumenten kunnen nagegaan worden in de
    desbetreffende Belgische settings.


2.4.      Doelstellingen van en conclusies uit het project BelRAI III


Het derde ‘ONDERZOEK ACTIE OPDRACHT VOORBEREIDING VAN DE IMPLEMENTATIE VAN DE RAI
METHODE IN BELGIE’ of kort BelRAI III bouwde voort op de voorgaande projecten en had
verschillende operationele doelstellingen:

       1. Het bestuderen van de informatisering van de betrokken sectoren
       2. Het voorkomen van administratieve overlast door het mappen van de data nodig voor RAI,
           die reeds voor andere doeleinden wordt verzameld en door het zetten van de eerste stappen
           in het ontwikkelen van een mobiele versie voor de webapplicatie
       3. Het zoeken naar een screening-instrument waarmee men in de thuiszorg na kan gaan of een
           cliënt nood heeft aan een volledig RAI-assessment
       4. Zorgen dat de BelRAI-webapplicatie voldoet aan alle veiligheidsvereisten en aan de vereisten
           van het Sectoraal Comité van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke
           levenssfeer
       5. Het betrekken van beroepsgroepen, koepels en organisaties bij de verdere ontwikkeling van
           RAI in België
       6. Het aanpassen van drie bijkomende CAP’s aan de Belgische situatie
       7. Het ontwikkelen van statistieken
       8. Het voorbereiden van de implementatie van de InterRAI-kwaliteitsindicatoren
       9. Het ontwikkelen van een opleidingspakket
       10. Het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid en de modaliteiten van de webapplicatie
       11. Het verder uitbreiden van de wiki-site
       12. Het schrijven van een strategische nota over de implementatie van RAI in België.

De voornaamste resultaten uit het project zijn de volgende:




                                                                                                   10
1. Informatisering

Uit een bevraging in de residentiële ouderenzorg in België (eind 2008-begin 2009) bleek dat niet alle
rust- en verzorgingstehuizen momenteel over voldoende hardware beschikken. Vooral in het
Franstalig landsgedeelte is een grote inhaalbeweging nodig.

Tabel 2: Mate van aanwezigheid van internetaansluiting in de rusthuizen en RVT’s (aantal en
percentage)

                       Brussel             Wallonië             Vlaanderen          Totaal



Internetaansluiting 71                     393                  429                 893
beschikbaar in de
                    70,4 %                 75,3 %               82,0 %              78,2 %
gehele voorziening



Snelle                 47                  259                  320                 626
internetaansluiting
                       91,5 %              92,3 %               95,0 %              93,6 %



Computer         met 50                    281                  339                 670
internetaansluiting
in ten minste één 50,0 %                   50,9 %               82,6 %              66,9 %
verpleegpost van de
bewonersafdelingen




In de thuiszorg werd geen bevraging uitgevoerd. Uit cijfers die eerder door het RIZIV werden
verzameld blijkt evenwel dat in 2008 91,6% van de huisartsen over een computer beschikte. 81,6%
van de huisartsen had op dat moment een internetaansluiting. Uit gegevens van de FOD
Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu blijkt dat in het jaar 2007 8.878
verpleegkundigen een informaticapremie kregen uitbetaald (6.382 Nederlandstaligen en 2.496
Franstaligen). Deze premie wordt toegekend wanneer de verpleegkundigen gebruik maken van door
de FOD gehomologeerde software. Dit impliceerde een stijging met 6,95% ten opzichte van 2006
(5,10% voor de Nederlandstaligen en 11,97% voor de Franstaligen). Voor de verpleegkundigen is er
tevens het Vinca-project, dat het administratieve werk van de ambulante verpleegkundigen wil
vereenvoudigen door het gebruik van mobiele informatica zodat gegevens kunnen ingevoerd worden
aan het bed van de patiënt. Deelnemende verpleegkundigen verbinden zich ertoe de nieuwe functies
van het mobiele softwarepakket effectief te gebruiken gedurende de 12 projectmaanden en deel te
nemen aan de projectevaluatie. Zij genieten hiervoor een eenmalige forfaitaire RIZIV-tussenkomst
van 650 EUR, een bijdrage in de afschrijving van de investering voor dit project. Bij Vinca-fase 1 (mei
2008-april 2009) 680 verpleegkundigen betrokken (60% groepspraktijk/40% zelfstandig) en bij Vinca-
fase 2 (januari 2010- december 2010) 1330 verpleegkundigen (50% groepspraktijk/50% zelfstandig).


                                                                                                    11
Ook in andere beroepsgroepen is een informatiseringsbeweging aan de hand. Zo werken heel wat
organisaties in de gezinszorg met laptops of PDA’s die door de maatschappelijk werkers worden
meegenomen naar de cliënt bij de intake. Voor de Vlaamse diensten gezinszorg is er ook het Vesta-
project. Vesta is een systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen het Vlaams Agentschap
Zorg en Gezondheid en de diensten voor gezinszorg. Ook de kinesitherapeuten werken met door de
FOD gehomologeerde software. In 2006 waren er dat 5.974 en in 2007 7.071, wat een stijging met
18% impliceert.

2. Het voorkomen van administratieve overlast: mapping en mobiele applicatie

Voor de mapping werd de Katz-schaal toegevoegd aan de webapplicatie. Wanneer voldoende data is
verzameld, zal worden nagegaan of de items van de Katz-schaal voldoende correleren met de ADL-
items uit de iHC of iLTCF. Indien dit het geval is, kan de Katz-schaal worden berekend vanuit RAI
zodat de administratieve overlast verminderd kan worden. Een gelijkaardige oefening werd in
Acurate.be I gemaakt voor de BGMST (zie supra) en in Acurate II voor de MVG (zie infra). In
Vlaanderen werd ook nagegaan of de BEL-schaal en de iHC integreerbaar zijn (zie infra).

In het kader van het BelRAI onderzoek werd een voorstudie gedaan naar de mogelijkheden om een
mobiele applicatie te ontwikkelen waarmee gebruikers de RAI-vragenlijsten kunnen invullen. In deze
voorstudie wordt eerst nagegaan wat voor mobiel toestel het meest geschikt is voor de RAI-
vragenlijsten (zowel fysieke als technische eigenschappen). De bepaling van het meest geschikte
toestel gebeurt aan de hand van een bevraging van eindgebruikers – er wordt uitgegaan van de
dagelijkse context waarin RAI wordt ingevuld, om na te gaan welk type mobile device het meest
geschikt is. Nadat het type toestel meer gespecificeerd werd, werd een korte verdere oplijsting
gemaakt van enkele (technische en niet-technische) openstaande vragen die beantwoord moeten
worden voor er een volledig uitgewerkt prototype van de mobiele BelRAI-applicatie gemaakt kan
worden. Uitgaande van de huidige functionaliteit van de BelRAI-website, en van de
toesteleigenschappen die vooraf aanbevolen zijn, werden er een aantal voorbeeldschermen
uitgewerkt om te gebruiken als eerste aanzet tot een prototype.

3. Het zoeken naar een screening-instrument waarmee men in de thuiszorg na kan gaan of een
   cliënt nood heeft aan een volledig RAI-assessment


Thuiswonende ouderen kunnen gescreend worden op hun nood voor een Comprehensive Geriatric
Assessment. Via een literatuurstudie werden zes instrumenten geïdentificeerd die geschikt lijken
voor deze doelstelling. Het betreft BRIGHT; GPSS; Barber’s Postal Questionnaire; Bowns’
questionnaire; PRISMA-7 en Sherbrooke Postal Questionnaire. Er zijn echter nog onvoldoende
wetenschappelijke argumenten om het meest gepaste instrument te kiezen. Onderzoek naar de
diagnostische waarde van de bestaande screeningsinstrumenten in de Belgische context is dan ook
noodzakelijk. Pas op dat ogenblik kan het meest gepaste instrument voor identificatie van patiënten
die baat hebben bij een CGA d.m.v. interRAI-MDS-HC in België worden voorgesteld.

4. Zorgen dat de BelRAI-webapplicatie voldoet aan alle veiligheidsvereisten en aan de vereisten van
   het Sectoraal Comité van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer



                                                                                                12
Hiertoe werd een dossier ingediend bij het Sectoraal Comité, dat resulteerde in een beraadslaging
van dit comité van 19 mei 2009.


5. Het betrekken van beroepsgroepen, koepels en organisaties bij de verdere ontwikkeling van RAI in
België

Op 17 en 18 november 2008 werden vijf workshops georganiseerd voor respectievelijk:
      Artsen, apothekers en tandartsen
      Federaties van rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen
      Vertegenwoordigers van thuiszorgorganisaties
      Paramedici
      Maatschappelijk werkers
Tijdens deze workshops werden de deelnemers geïnformeerd en kregen zij de kans om vragen te
stellen en bedenkingen en verwachtingen te uiten. Er werden zeer veel vragen van informatieve aard
gesteld, die we hier niet zullen herhalen. We sommen wel op welke suggesties werden gedaan ter
verbetering van BelRAI:
      De vraag naar een samenvattend blad voor de overdracht of ter info van bijvoorbeeld de
         huisarts die langskomt in het RVT. Dit werd voorzien in de webapplicatie onder de vorm van
         een “zorgprofiel” van de cliënt.
      De vraag om een link te leggen met bestaande toepassingen voor het registeren van
         geneesmiddelengebruik.
      De vraag om kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen om het risico op en de preventie van
         besmettingen in rusthuizen in kaart te brengen.
      De vraag om kwaliteitsindicatoren en output in het algemeen te ontwikkelen van sociale
         aard, zoals de sociale isolatie, de aanwezigheid van mantelzorg, de omgeving, de deelname
         aan sociale activiteiten en dergelijke meer.
      De vraag om zoveel mogelijk schalen en andere instrumenten te integreren in BelRAI
      De vraag om eventueel modules toe te voegen voor specifieke beroepsgroepen (bijvoorbeeld
         voor ergotherapeuten, kinesisten of logopedisten). Die modules kunnen vrijwillig ingevuld
         worden voor extra informatie.
      De vraag om BelRAI te integreren in bestaande software-systemen.
      De vraag naar een adequate subsidiëring van het gebruik van BelRAI en van de nodige
         informatisering door de overheid.

6. Het aanpassen van drie bijkomende CAP’s aan de Belgische situatie

De CAP’s cognitie, mishandeling en stemmingsstoornissen werden aan de Belgische situatie
aangepast..

7. Het ontwikkelen van statistieken

De statistiekmodule werd technisch voorbereid in de BelRAI-webapplicatie.

8. Het voorbereiden van de implementatie van de InterRAI-kwaliteitsindicatoren

                                                                                                13
Een literatuurstudie werd uitgevoerd. Dit resulteerde in een overzicht van de kwaiteitsindicatoren
die door interRAI werden gevalideerd en in overview van de wetenschappelijke literatuur over het
gebruik van deze indicatoren op verschillende niveau’s: mesoniveau (op het niveau van de
organisatie) of macroniveau (op regionaal, nationaal of internationaal niveau.).

9. Het ontwikkelen van een opleidingspakket

Powerpoint-presentaties en een scenario voor een video die de opleiding moet ondersteunen,
werden voorbereid.

10. Het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid en de modaliteiten van de webapplicatie

Een usability-evaluatie werd uitgevoerd door enerzijds twee specialisten van het CUO en anderzijds
via een test in het usability lab van het CUO met gebruikers. De aanbevelingen werden waar mogelijk
meteen in de praktijk gebracht, andere aanbevelingen werden opgenomen in de planning voor het
volgende BelRAI-project.

11. Het onderhoud van de wiki-site

De wiki-site vraagt een continu onderhoud, bijvoorbeeld door aanvulling met actuele informatie.

12. Het schrijven van een strategische nota over de implementatie van RAI in België.

Dit betreft een eerste versie van een strategische nota met pro en contra voor het invoeren van RAI
in België en met organisatorische randvoorwaarden voor implementatie. Deze nota werd in 2009 en
2010 verder aangevuld en herwerkt en wordt als bijlage toegevoegd aan voorliggend document.


2.5.    Doelstellingen van en conclusies uit het project “vergelijking Bel-schaal en RAI”


Hierrond werden drie projecten uitgevoerd. We rapporteren hier enkel over het project van de
Vlaamse Vereniging van Diensten voor Gezinszorg (VVDG), aangezien we enkel bij dit project
betrokken waren.

Vanaf eind april tot midden juni 2008 hebben medewerkers uit de verschillende diensten voor
gezinszorg tijdens huisbezoeken niet enkel de BEL-schaal, maar ook een verkorte versie van het RAI-
formulier ingevuld. Uit het RAI-instrument werden die items geselecteerd die overeenkwamen met
wat in de BEL wordt bevraagd. In totaal werden 533 vragenlijsten ingevuld. Vervolgens werden de
correlaties berekend tussen de items van de BEL-profielschaal en de corresponderende items uit het
RAI-instrument. Voor sommige items werden er sterke correlaties gevonden. Dit duidt op een sterk
verband tussen het item in de BEL-profielschaal en het corresponderende item in het RAI-instrument.
De items met sterke correlatie zijn de volgende:
     ADL: Wassen, Kleden, Toiletbezoek

       IADL: Maaltijdbereiding

                                                                                                  14
Het zou aangewezen zijn om deze items in de BEL-schaal te vervangen door items van het RAI-
instrument zodat het dubbel moeten scoren kan vermeden worden voor cliënten die achteraf een
volledig RAI-instrument nodig zouden hebben. Deze gegevens zouden dus geëxporteerd kunnen
worden naar het RAI-instrument zodat deze items niet opnieuw moeten worden ingevuld.


Voor de items continentie en eten werden correlaties net onder de grens van 75% berekend. Het zou
toch aangewezen zijn om deze items in de BEL-profielschaal op te nemen omdat de correlaties niet
echt laag zijn en omdat het dubbelcoderen vermeden zou worden. Ook het feit dat de vragen over
continentie in het RAI-instrument meer gedetailleerd zijn dan in de BEL-profielschaal kan een
meerwaarde       betekenen.    In   de    BEL-profielschaal    kan    men     bijvoorbeeld   niet
onderscheidonderscheiden of de cliënt urine-incontinentie of stoelgang-incontinentie heeft terwijl
dit met het RAI-instrument wel kan.


Voor dit project werden de ADL-schaal en de Performance en Capaciteit IADL-schalen voor de
respondenten berekend. Hieruit blijkt dat voor 9.54% van de respondenten een hoge zorgbehoefte is
op het vlak van ADL en dat voor 18% van de respondenten hoge zorgbehoefte is op het vlak van IADL
(effectief op het “doen” en op het “kunnen doen”).


Ten slotte zijn er heel wat variabelen die wel in de BEL-schaal staan en niet in het RAI-instrument. De
meeste van deze items hebben betrekking op de sociale en materiële omgeving van de cliënt. Dit is
belangrijke informatie voor een zorgplan en voor het ondersteunen van de thuiszorg. Daarom zou
het aangewezen zijn om deze items in het RAI-instrument op te nemen, bijvoorbeeld in een
supplement voor ‘social care’. Bovendien zouden er op basis van deze en andere items misschien
CAP’s ontwikkeld kunnen worden die voor de gezinszorg nuttige informatie op kunnen leveren.



2.6.    RAI MH en CMH


De InterRAI Suite Mental Health en de InterRAI Suite Community Mental Health werden in 1996
ontwikkeld in Canada en zijn bedoeld voor gebruik in de intramurale (iMH) en de ambulante
geestelijke gezondheidszorg (iCMH).

Dit project had een drie doelen:

1. vertalingen in het Nederlands en het Frans maken van de instrumenten InterRAI Mental Health
   en InterRAI Community Mental Health en de bijbehorende manuals.;
2. na te gaan of het mogelijk en wenselijk is om de iMH en iCMH te implementeren in België;
3. een vergelijking maken tussen MPG/MPG 2 en de iMH en iCMH.

Voor doelstelling 2 werd er in verschillende GGZ-voorzieningen in Vlaanderen en Wallonië een
overleg georganiseerd waarin de RAI-instrumenten voorgesteld werden en de aanwezigen uitgebreid
bevraagd over de bruikbaarheid van de instrumenten in hun setting. In het totaal werden er 16
voorzieningen bevraagd: 8 in Wallonië en 8 in Vlaanderen. De volgende voorzieningen werden

                                                                                                    15
bevraagd: PAAZ, PZ, PVT, IBW, Thuiszorg, CGG, therapeutische gemeenschap van het RIZIV. Een
tekortkoming in de keuze van deze voorzieningen is dat geen enkele voorziening zich in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest bevindt. Wat de bevraagde personen betreft, is het opvallend dat de
bevraagde groep veel kleiner is in Vlaanderen dan in Wallonië. Daarnaast is het opvallend dat er in
Vlaanderen veel meer stafleden (coördinatoren, directie,...) bevraagd werden terwijl het in Wallonië
vooral ging om hulpverleners die in de praktijk staan (verpleegkundigen, psychologen, sociaal
assistenten,...). Hierdoor kunnen de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië niet eenduidig
geïnterpreteerd worden en is voorzichtigheid aangewezen. De verschillen kunnen namelijk wijzen op
daadwerkelijke verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië, maar ook op verschillen tussen stafleden
en hulpverleners die in de praktijk staan.

De bedenkingen en de kritieken vanuit de voorzieningen kunnen geordend worden in drie grote
onderdelen: praktische aspecten, inhoudelijke aspecten en deontologische aspecten.

Wat de praktische aspecten betreft, komen zowel in Vlaanderen als Wallonië de tijdsinvestering en
de overlap met andere instrumenten als de belangrijkste struikelblokken naar voor. Over het
algemeen zien de voorzieningen het niet haalbaar om RAI-instrumenten bovenop de bestaande
instrumenten te implementeren aangezien dit ten koste zou gaan van de beschikbare tijd voor
hulpverlening. Een absolute voorwaarde voor implementatie is de integratie van de RAI-
instrumenten binnen de reeds bestaande instrumenten. Andere praktische aspecten zijn: 1. de nood
aan extra middelen, personeel en vorming, 2. de vrees dat (huis)dokters en psychiaters niet zullen
willen/kunnen meewerken en 3. de praktische organisatie en de impact op de organisatie. Een
opvallend verschil tussen Vlaanderen en Wallonië is hierbij dat de nood aan extra middelen en
vorming sterker aanwezig is in Wallonië dan in Vlaanderen.

Voor de inhoudelijke aspecten, blijkt dat het grootste deel van de bevraagde voorzieningen in
Vlaanderen en Wallonië min of meer tevreden zijn met de inhoud van de instrumenten. Globaal
genomen kunnen er drie soorten reacties onderscheiden worden: 1. voordelen en positieve
aspecten, 2. nadelen en negatieve aspecten en 3. angst rond bepaalde aspecten. Wat de voordelen
en positieve aspecten betreft, worden als belangrijkste aangegeven dat de instrumenten een globaal
beeld van de patiënt weergeven, ze de communicatie met andere voorzieningen kunnen verbeteren
en ze kunnen bijdragen aan de concrete hulpverlening via de mogelijkheid tot geïnformatiseerd
advies. Bij de nadelen en negatieve aspecten, zijn de belangrijkste zaken dat de instrumenten te
uitgebreid zijn, niet al de items voor elke setting relevant zijn, de instrumenten te statisch zijn en de
verwachtingen van de cliënt weinig aan bod komen. Ten slotte, wordt door enkele voorzieningen
gevreesd dat de hulpverlening te veel gestandaardiseerd zal worden door het gebruik van
geïnformatiseerd advies, dat patiënten nadeel zullen ondervinden van het doorgeven van de
gegevens tussen voorzieningen en dat de gegevens gebruikt zullen worden op een hoger niveau en
er op basis daarvan subsidies toegekend zullen worden. Er komen ook enkele verschillen tussen
Vlaanderen en Wallonië naar voor. In Vlaanderen wordt het nadeel dat de verwachtingen van de
cliënt weinig aan bod komen meer benadrukt en wordt er vaker gewezen op het statische karakter
van de instrumenten. In Wallonie wordt meer dan in Vlaanderen gevreesd voor een standaardisering
van de zorg via het geïnformatiseerd advies en voor het gebruik van persoonlijke gegevens op een
hoger niveau.




                                                                                                      16
Wat de deontologische aspecten betreft, is het in de eerste plaats opvallend dat er in dit opzicht
sterkere kritieken geuit worden in Wallonië dan in Vlaanderen. Twee aspecten komen zowel in
Vlaanderen als Wallonië aan bod: de noodzaak om de toegang tot de gegevens te beperken en het
‘Big Brother-gevoel’. Ook deze komen sterker aan bod in Wallonië dan in Vlaanderen. Andere
aspecten worden in Vlaanderen niet expliciet aangehaald, namelijk de bescherming van de
anonimiteit, de toestemming van de patiënt en de toegang tot de gegevens van de patiënt. Het is
onduidelijk of deze verschillen te wijten zijn aan een verschil tussen Vlaanderen en Wallonië of
tussen de stafleden en de hulpverleners.

Uit de vergelijking tussen de MPG, de MPG2 en de RAI MH/CMH komen enkele belangrijke
gelijkenissen en verschillen naar voor. De belangrijkste verschillen situeren zich enerzijds op het vlak
van doelstelling en anderzijds op het vlak van de lengte van de instrumenten. De MPG en de MPG2
zijn registratie-instrumenten, bedoeld om het beleid te ondersteunen. De RAI MH/CMH zijn
assessment-instrumenten, in de eerste plaats bedoeld om de zorg aan en de levenskwaliteit van
kwetsbare personen te verbeteren. Naast het grote voordeel dat de RAI MH/CMH in de
hulpverlening gebruikt kunnen worden, hebben ze als nadeel dat ze veel uitgebreider zijn dan de
MPG/MPG2. Andere belangrijke verschillen tussen de instrumenten situeren zich op het vlak van de
doelgroep, de mogelijkheden en het al of niet gebruiken van een informed consent.



2.7.    Doelstellingen van en conclusies uit het project Acurate.be II

Dit project was gericht op de voorbereiding van het project BelRAI 2010. De doelstellingen van het
huidige project waren de volgende:
       1. Gelijkstellen van het Belgische interRAI-portfolio.
       2. Aanpassen van het handboek en integratie in de Wiki’s van de interRAI Acute Care.
       3. Voorbereiding en uitwerking van de CAP’s voor de interRAI Acute Care.
       4. Exploratie van de structuur van interdisciplinaire dossiers die momenteel in ziekenhuizen
           worden gebruikt, met als doel een mogelijke link met de interRAI Acute Care na te gaan.

Wat de Belgische instrumenten voor de verschillende zorgsettings betreft (HC, LTCF, AC) is er naar
gestreefd om de inhoud en verwoording maximaal op elkaar af te stemmen zodat gegevenstransfer
en het berekenen van statistieken mogelijk is. De Belgische versie van de interRAI AC is in de drie
landstalen identiek.

Het handboek is momenteel volledig afgesteld op de Belgische interRAI AC, zoals die gebruikt wordt
in het BelRAI 2010-project. Het gaat evenwel om een voorlopige versie die gefinaliseerd zal worden
na genomen beslissingen bij interRAI ISD en na het BelRAI 2010-project.

De BelRAI-webapplicatie is momenteel (2010) gebaseerd op de eerste versie van de CAP’s, zoals die
door interRAI aangeleverd werden. Uit de testen van 2010 zal door gebruik in het werkveld moeten
blijken of de berekeningen van de CAP’s onderhevig zijn aan systeemfouten. De CAP-protocollen
zullen geëvalueerd worden naar bruikbaarheid in de acute setting. Op langere termijn is het nodig
dat de CAP-algoritmes door interRAI een meer definitieve vorm krijgen en dat interRAI een handboek
uitwerkt voor de internationale gestandaardiseerde CAP-protocollen. Bovendien is het noodzakelijk

                                                                                                     17
om de Belgische protocollen uit te breiden naar alle CAP’s. Aangezien er momenteel voor eenzelfde
geriatrisch domein verschillende zelfuitgewerkte protocollen worden gehanteerd per organisatie of
regio, lijkt het zinvol om de protocollen die in gebruik zijn te centraliseren en na toetsing met
evidence-based medicine te uniformiseren.

Op basis van een vragenlijst voor de ziekenhuizen blijkt dat 37,7% van de Nederlandstalige en 33,3%
van de Franstalige deelnemende ziekenhuizen geen gebruik maakt van een interdisciplinair
elektronisch patiëntendossier. We stelden echter vast dat al deze ziekenhuizen concrete plannen
hebben om binnen een periode van 2 tot 3 jaar over te gaan naar een implementatie van een EPD.
Ten tweede stelden we vast dat slechts 73,7% van de EPD’s van de Nederlandstalige ziekenhuizen en
83,33% van de EPD’s van de Franstalige ziekenhuizen een vast onderdeel voorziet voor
verpleegkundige gegevensadministratie. Enkel artsen hebben bijna altijd vrije toegang tot de
patiëntengegevens in het EPD, alle andere disciplines krijgen toegang tot een gelimiteerde
hoeveelheid informatie. We concluderen dat de elektronische patiëntendossiers zijn opgesteld als
algemene medische dossiers voor medici, waarin we enige onderlinge uniformiteit opmerken tussen
de EPD’s van diverse ziekenhuizen. Tevens hebben deze dossiers enige overeenkomst met het
interRAI AC instrument. Daarnaast concluderen we ook dat de EPD’s primair niet bedoeld lijken voor
verpleegkundige en paramedische geriatrische evaluatie. De uniformiteit en overeenkomst met het
interRAI AC instrument is beperkt.

Ten derde stelden we vast dat 98,5% van de Nederlandstalige instellingen gebruik maken van
eenzelfde EPD voor geriatrische patiënten opgenomen op een G-dienst en een niet-G-dienst. Dit
verschilt sterk van de Franstalige ziekenhuizen waarbij slechts één van de zes ziekenhuizen beschikt
over eenzelfde EPD voor geriatrische patiënten die opgenomen zijn op een G of een niet-G dienst.

Ten vierde stelden we vast uit de analyses dat geriatrische secties een lage graad van overeenkomst
hebben met de inhoud en operationalisering van dezelfde secties in het beoordelingsinstrument
interRAI AC. Secties die wel een zekere mate van overeenkomst hebben met het RAI-instrument zijn
de administratieve gegevens van de patiënt. Er is een enorme verscheidenheid vast te stellen op het
gebied van structuur en inhoud van een elektronisch patiëntendossier tussen alle ziekenhuizen. Het
verwezenlijken van een link die gegevensuitwisseling vanuit het EPD naar het interRAI AC instrument
mogelijk moet maken, zal gezien deze differentiatie niet eenvoudig zijn.

Ten vijfde zagen we dat geen enkele instelling gebruik maakt van een eID of het eHealth-platform om
zijn gezondheidswerkers toegang te verlenen tot patiëntengegevens in het EPD. Wanneer men later
een gegevenslink wenst uit te bouwen tussen het EPD en het beoordelingsinstrument interRAI AC zal
men verplicht zijn om zich in te loggen door middel van eID of het eHealth-platform.

Tenslotte stellen we op basis van de resultaten vast dat de meerderheid van de ziekenhuizen ervoor
opteert om een EPD-softwarepakket aan te kopen. In de Nederlandstalige ziekenhuizen blijkt het
bedrijf Cegeka met het pakket C2M een marktleider te zijn. Indien in de toekomst concreet gewerkt
zal worden rond het uitbouwen van een gegevenslink tussen het EPD en het interRAI AC-
beoordelingsinstrument, zal het nodig zijn om ook producenten van softwarepakketten aan te
spreken. Deze bedrijven kunnen als partners betrokken worden in de ontwikkeling van een dergelijke
datalink. De ziekenhuizen zelf tonen eerder een matige tot lage bereidheid (42,1% van de

                                                                                                 18
Nederlandstalige ziekenhuizen versus 1 op 6 Franstalige ziekenhuizen) om actief deel te nemen aan
de technische ontwikkeling van een dergelijke informatielink.


2.8.       Doelstellingen van en conclusies uit het project BelRAI IV

Het vierde project “Actie-onderzoek ter voorbereiding van de implementatie van de RAI-methode in
België” of kort BelRAI IV bouwde voort op de voorgaande drie projecten en had verschillende
operationele doelstellingen. In de volgende paragrafen worden de werkzaamheden die in het jaar
2009 werden uitgevoerd om deze doelstellingen te verwezenlijken, kort besproken. In bijlage vindt u
meer uitgebreide documenten. Een overzicht van de bijlagen vindt u op het einde van deze
samenvatting.



1. Het klaarmaken van de webapplicatie voor de test van 2010


In 2010 werden er verschillende aanpassingen aan de BELRAI-webapplicatie uitgevoerd. Een eerste
zeer belangrijk punt was het conformeren van BelRAI aan de vereisten die de Commissie voor de
Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer stelde in de beraadslagingen van 19 mei 2009, 15
december 2009 en 20 april 2010 (gewijzigd op 15 juni 2010) (zie http://wiki.belrai.com/nl). Om
tegemoet te komen aan deze vereisten werden bijkomende veiligheidsmaatregelen genomen en
werd er verder aan de integratie met EHealth gewerkt. Bovendien werden er een aantal
functionaliteiten ingebouwd om de website klaar te maken voor de overdracht van gegevens tussen
de settings.:

       -   Integratie van het Acute Care instrument voor de ziekenhuissetting. Dit betekende een erg
            ingrijpende wijziging omdat Acute Care op een andere manier omgaat met
            beoordelingsmomenten: voor elke patiënt worden beoordelingen ingevuld op verschillende
            tijdsmomenten, bv. bij opname, regelmatig tijdens het verblijf en bij ontslag.
       -   Linken van beoordelingen van verschillende soorten instrumenten om informatie-
            uitwisselingen mogelijk te maken tussen de verschillende zorgsettings.
       -   Ontwikkelen van geaggregeerde statistieken op niveau van groepen (macro en meso).
       -   Ontwikkeling zorgprofiel.
       -   Ontwikkeling PDF print van resultaten.
       -   Opzetten van een development-, test- en productieomgeving om nieuwe versies goed te
            kunnen testen en om de beschikbaarheid van de productieomgeving maximaal te kunnen
            verzekeren.
       -   Functionele en visuele aanpassingen, zoals verbetering van de gebruiksvriendelijkheid op
            basis van de usability tests en input van gebruikers en mogelijk maken dat de deadline voor
            het invullen van een beoordeling kan aangepast worden.
       -   Ontwikkelen van een export functie om anonieme gegevens beschikbaar te kunnen maken
            voor wetenschappelijk onderzoek.




                                                                                                    19
2. Inhoudelijke voorbereiding van de test in 2010


In 2009 werd er gewerkt aan het voorbereiden van de test in 2010. In samenspraak met de
begeleidingscommissie en de opdrachtgever werden de criteria bepaald voor deelname aan de test.
De bedoeling van de test in 2010 is het evalueren van het BelRAI-proces (werkt alles zoals het moet,
hoe evalueren de gebruikers de opleiding, de instrumenten en de webapplicatie, …) en zicht krijgen
op de voorwaarden van een introductie van BelRAI op grotere schaal. Deelnemers moesten onder
meer een consortium vormen van minstens één of meerdere ziekenhuizen met een G-dienst, één of
meerdere rust- en verzorgingstehuizen en één of meerdere thuiszorgorganisaties die met elkaar al
samenwerkingsverbanden hebben.

In november 2009 werden de consortia die momenteel aan de test in 2010 deelnemen geselecteerd.
Ze komen uit vier verschillende regio’s: Dendermonde, Kortrijk, Huy-Herstal en Eupen. Na de selectie
werden er een aantal vergaderingen georganiseerd om deze consortia te informeren over het
verloop van de test, over de vorming en over andere aspecten van de test.



3. Vertaling en aanpassing InterRAI Quality of Care instrument


In 2009 werd het nieuw instrument InterRAI Quality of Care en het bijbehorende handboek naar het
Nederlands en naar het Frans vertaald. De bedoeling van dit instrument is om bewoners die al langer
dan 90 dagen in een rusthuis verblijven, de kans te geven hun visie op de dienst- en zorgverlening en
op hun levenskwaliteit uit te drukken. Het InterRAI Quality of Care instrument behandelt
verschillende belangrijke thema’s zoals voeding, activiteiten, omgeving, comfort en persoonlijke
relaties. De items van het instrument werden door InterRAI samengesteld op basis van het
wetenschappelijke werk dat door de InterRAI-leden in vele landen werd verricht.



4. Implementatie van statistieken


In 2009 werd er een studie gedaan over de nuttige statistieken voor de sectoren van de thuiszorg en
de residentiële zorg. De onderzoeksequipes hebben statistieken ontwikkeld op micro-, meso- en
macroniveau. Deze statistieken werden voorgesteld aan de BelRAI- Begeleidingscommissie. De
microstatistieken betreffen vooral evoluties op het vlak van items uit de RAI-instrumenten, van de
CAP’s en van de schalen voor een cliënt. Enkele statistieken kunnen berekend worden over de
settings heen om de evolutie van de cliënt te kunnen blijven volgen.

Op het meso-niveau worden er statistieken berekend voor een deel van een organisatie (afdeling of
groep) of voor een hele organisatie. Dit is zeer nuttige informatie op het managementniveau.

Daarnaast werden ook macrostatistieken ontwikkeld voor het beleidsniveau.


                                                                                                  20
5. Betrekken van organisaties/beroepsgroepen/koepels


Op 11 juni 2009 werd een workshop georganiseerd om de test voor 2010 voor te stellen en om
consortia op te roepen om deel te nemen aan de test.

Daarnaast werden alle betrokken ook uitgenodigd voor een meeting met InterRAI-leden uit andere
landen, naar aanleiding van de InterRAI-meeting in Brussel (zie punt 10).

Op 12 januari 2010 werd er een bijeenkomst georganiseerd om informatie over BelRAI aan
hogescholen en universiteiten te verschaffen. Deze informatie handelde vooral over mogelijkheden
in het kader van onderwijs, participatie en/of wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de RAI-
methode. Er werden ook een aantal voorbeelden gegeven van internationaal wetenschappelijk
onderzoek met gegevens uit de RAI. De deelnemers aan de bijeenkomst stelden vooral vragen over
het gebruik van de webapplicatie, over de beschikbaarheid van de gegevens uit de BelRAI-database
en over de wetenschappelijke validering van de RAI-instrumenten.



6. Aanpassen CAP’s aan Belgische situatie


Een belangrijke opdracht in dit project was het aanpassen van enkele CAP’s aan de Belgische context.
De bedoeling van het gebruik van de CAP’s is het identificeren van de relevante, onderliggende
problemen bij de cliënten, met als doel een holistische en hoogkwalitatieve zorgplanning te
realiseren. De algoritmes om de CAP’s te berekenen zijn gebaseerd op intensief onderzoek
uitgevoerd met data uit grote databases in de Verenigde Staten en Canada. De richtlijnen uit het
InterRAI CAP-handboek zijn toepasbaar op de Belgische zorgcontext, maar aanpassingen aan die
context maken de herkenbaarheid en de bruikbaarheid groter. In 2009 werden vier CAP’s aangepast
aan de Belgische situatie: de CAP Preventie, de CAP Ondervoeding, de CAP Gedrag en de CAP ADL..

Op een bijeenkomst van de onderzoeksequipes werden afspraken gemaakt omtrent de vorm van de
geoperationaliseerde CAP’s, zodat deze in beide talen geharmoniseerd kunnen worden. Het
operationaliseren van de CAP’s houdt in dat deze aangepast worden aan de Belgische zorgcontext.
Bij de uitwerking van de CAP’s worden drie soorten bronnen gebruikt: de basistekst van het
handboek, wetenschappelijke literatuur en de reeds bestaande Belgische richtlijnen. De bedoeling is
dat de gebruikers vanuit de CAP’s een aanzet krijgen tot het opstellen van een globaal zorgplan. Voor
de CAP’s Ondervoeding, Gedrag en ADL werd deze werkmethode aangehaald, maar voor de CAP
Preventie moest er eerst een aanpassing aan de triggers gebeuren. Deze aanpassing was nodig
omdat deze CAP voor bijna alle cliënten in België werd getriggerd door het feit dat de
preventienormen in de Verenigde Staten heel verschillend zijn dan in België. De Luikse
onderzoeksequipe heeft de CAP Preventie aangepast naar de aanbevelingen van de Raad van de
Europese Unie. De operationalisering van deze CAP bevat dus ook een aanpassing van het CAP-
algoritme en deze aanpassingen zullen voorgelegd worden aan InterRAI voor goedkeuring.




                                                                                                  21
7. Aanpassen en implementatie RUG’s


De Resource Utilization Groups (RUG’s) zijn algoritmes die de cliënten op basis van de ingevulde RAI-
instrumenten in groepen indelen volgens het gebruik van resources. Elke groep heeft een bepaalde
zorgzwaarte-index. Dit is nuttige informatie om de zorgzwaarte van cliënten te identificeren en om
personeels- en zorgplanning uit te voeren. In 2010 werden de algoritmes van de RUG III voor de
residentiële zorg getest en geïntegreerd in de webapplicatie. Bij het invullen van het RAI-instrument
krijgt men dus een score op de RUG die overeenstemt met een zorgzwaartegroep. In de residentiële
zorg zijn er 35 zorgzwaarte-subgroepen. Door te klikken op de RUG-zorgzwaartegroep van een
bepaalde cliënt krijgt men bijkomende informatie die beschikbaar is op BelRAIWiki.



8. Vormingspakket


Er is gewerkt aan de standaardisatie van BelRAI-opleiding door middel van een pedagogisch pakket.
Dit pakket werd ontwikkeld in de vorige twee BelRAI-projecten maar werd in 2009 volledig
afgewerkt. Ook de integratie van pedagogisch materiaal over het AC-instrument en de
standaardisatie tussen de pakketen voor de drie instrumenten (HC, LTCF en AC) werd uitgevoerd. Er
werd ook een ‘photoson’ ontwikkeld, die dient als introductie voor de vorming en de modules voor
de vormingsdagen werden uitgeschreven.

De opleiding over het gebruik van RAI heeft verschillende doelstellingen. Het gaat over een overzicht
van de historiek van de instrumenten, de manier waarop de RAI-instrumenten ingevuld moeten
worden, het gebruik van de BelRAI-webapplicatie, van de BelRAI wiki-site en van de RAI-resultaten
met als doel een multidisciplinair zorgplan op te stellen.



9. Onderhoud instrumenten en wiki-site (BelRAIWiki)


Het gebruik van een gemeenschappelijke taal is belangrijk voor zowel het interdisciplinair overleg
binnen de zorgteams als voor, eveneens de overdracht van gegevens tussen de settings met als doel,
misverstanden of onbegrip te vermijden. In 2009 werden de drie interRAI-instrumenten (HC, LTCF en
AC) in de drie landstalen verder afgewerkt om deze volledig met elkaar in overeenstemming te
brengen.

In 2009 werd ook het Acute Care (AC))-instrument op de website geïntegreerd. Omdat dit instrument
een zeer afwijkende structuur heeft van de HC en LTCF-instrumenten werd er grondig aan een
nieuwe architectuur van het systeem gewerkt. Dit omdat- het AC -instrument verschillende
beoordelingsmomenten bevat (premorbide, opname, na 14 dagen, ontslag) terwijl de andere
instrumenten enkel één beoordelingsmoment bevatten. Daarom werd er grondig aan een nieuwe
architectuur van het systeem gewerkt.

                                                                                                  22
Er werden ook enkele aanpassingen uitgevoerd aan de onlinehandboeken (BelRAIWiki) om de items
van de RAI-instrumenten beter uit te leggen. Een voorbeeld ervan is de vraag over de graad van
doorligwonden, die in de wiki geïllustreerd wordt met foto’s van de verschillende gradaties van
doorligwonden. Bovendien werden bijkomende InterRAI-schalen in de BelRAI-applicatie
geïntegreerd, zoals de Decubitusschaal, de MAPLE (Method for Assigning Priority Levels), de CHESS
(Changes in Health, End-stage disease and Symptoms and Signs Scale), de PURS (Pressure Ulcer Risk
Scale)).. Voor deze schalen worden de verschillende scores uitgelegd met behulp van pop-ups, van
een diagram of van een schema dat de verschillende scoringsmogelijkheden weergeeft.



10. Organisatie InterRAI meeting


Op 9 juli 2009 werd er een Payback Meeting georganiseerd bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid
van de Voedselketen en Leefmilieu in Brussel. Tijdens die dag werden drie vergaderingen
georganiseerd met leden van InterRAI (Prof. Brant Fries (President van InterRAI, VS), prof. John
Morris (VS), prof. Mary James (VS), Prof. John Hirdes (Canada), Dr. Brigette Larkins (Nieuw-Zeeland),
Prof. Palmi Jonsson (Ijsland), Prof. Kai Saks (Estland), Prof. Len Gray (Australië) en Prof. Jacob Gindin
(Israël)).

De InterRAI-leden beantwoordden vragen van vertegenwoordigers van de Belgische overheid en van
de sectoren van de gezondheidszorg, gaven toelichting over het implementatieproces van RAI in hun
eigen land en becommentarieerden de implementatie in België. De vergaderingen hadden als
onderwerpen Protocol 3, RAI Mental Health en RAI in de Thuiszorg en in de Residentiële Zorg. De
InterRAI-leden die aan de vergaderingen deelgenomen hebben, worden hieronder vermeld. Ze
hebben uitgebreid ervaring met implementatieprocessen van de RAI-instrumenten:

De meest gestelde vragen behandelden thema’s zoals het nut van de InterRAI-instrumenten, de
interdisciplinariteit, het implementatieproces, de kosten-batenanalyse van de RAI-methode, de
vorming en de zorgfinanciering. De InterRAI-leden gaven aan dat de testen in België zeer interessant
zullen zijn als bron van informatie voor InterRAI, omdat België het eerste land is dat de overdracht
van gegevens tussen sectoren zal testen. Bovendien is de BelRAI-website de enige die
multidisciplinariteit toelaat bij het invullen van het RAI-instrument. De InterRAI-leden gaven als
advies om de implementatie eerst bij de meest gemotiveerde organisaties te starten.

Na de Payback Meeting op 9 juli hebben een dertigtal leden van InterRAI nog drie dagen in Brussel
aan een InterRAI-bijeenkomst deelgenomen. Tijdens deze bijeenkomst werd gediscussieerd over
nieuwe of bestaande InterRAI-instrumenten, CAP’s en schalen en over andere relevante thema’s.


11. Voorbereiden integratie met andere applicaties


De integratie met bestaande zorgtoepassingen heeft als doel de administratieve overlast te
verminderen die het invullen van een BelRAI-beoordeling met zich meebrengt. Het hergebruik van
gegevens die toch al beschikbaar zijn, eerder dan ze opnieuw te moeten invullen in BelRAI, is daar
een belangrijke pijler van.

                                                                                                      23
Om deze integratie voor te bereiden werd een algemeen concept uitgewerkt volgens hetwelk deze
integratie zou kunnen gebeuren. Dit houdt vooral in dat er een applicatie-tot-applicatie
communicatie tot stand wordt gebracht, gebruik makend van web services. Gebruikers zullen dan in
hun vertrouwde zorgtoepassing een BelRAI-beoordeling kunnen invullen en daarbij zoveel mogelijk
bestaande gegevens hergebruiken. Dit concept werd besproken met een aantal applicatiebouwers,
vooral uit de rusthuissector, tijdens een workshop op 16 februari 2009.


12. Het project werd geconfronteerd met een aantal onvoorziene omstandigheden:

   De onbeschikbaarheid van de kwaliteitsindicatoren van InterRAI: in de periode 2008-2009
    werden door interRAI nieuwe kwaliteitsindicatoren ontwikkeld voor de RAI-versie 2.0 die in
    andere landen nog gebruikt wordt. België gebruikt echter de nieuwe versie van de RAI-
    instrumenten, de interRAI Suite. Aangezien de nieuwe kwaliteitsindicatoren niet aansluiten bij de
    interRAI Suite hebben de Belgische onderzoeksequipes voorgesteld om InterRAI mee te helpen
    bij de aanpassing van de kwaliteitsindicatoren. Zodra daartoe toestemming wordt gegeven,
    zullen de onderzoekers deze kwaliteitsindicatoren aanpassen en daarna in de BelRAI-website
    integreren.
   De vele aanpassingen omwille van de vereisten van de privacycommissie en de integratie met
    EHealth vertraagden andere activiteiten - zoals het verder uitbouwen van het Content
    Management System en een aantal aanpassingen die de gebruiksvriendelijkheid van de BelRAI-
    webapplicatie moeten ten goede komen - die in overleg met de FOD naar een later tijdstip
    werden uitgesteld.


2.9.    BelRAI V: doelstellingen


BelRAI V is nog lopende. Het hoofddoel van dit project is het uittesten van de BelRAI-instrumenten
en de BelRAI-webapplicatie in hun huidige vorm, bij vier consortia van deelnemende
organisatieorganisaties die telkens minstens één ziekenhuis, minstens één RVT/WZC en minstens één
dienst voor thuiszorg omvatten.

De volgende vragen moeten worden beantwoord:


1. Wat is het effect van (het gebruik van) BelRAI?

    a. Wordt de (BelRAI-)informatie gebruikt binnen een (zorg-) organisatie?
    b. Wordt de informatie uitgewisseld tussen de verschillende (zorg-) organisaties en over de
       zorgsettings heen?
    c. Hoe percipiëren de zorgverleners de integratie van het RAI-proces binnen het kader van hun
       streven naar kwaliteitsvolle zorg en het zorgplan? Biedt BelRAI een ondersteuning in hun
       streven naar kwaliteitsvolle zorgverlening? In welke mate wordt de RAI aanvaard door de
       gebruikers?
    d. Kan de beschikbare output omgezet worden naar zinvolle toepassingen voor de cliënt?



                                                                                                  24
    e. Hoe gaat men om met de vertrouwelijkheid van de gegevens (eHealth, kruispuntbank van de
       ondernemingen en het respect voor de juridische maatregelen)?
    f. Welke implicaties heeft het gebruik van BelRAI voor de individuele organisatie (micro- en
       mesoniveau)?
    g. Welke implicaties heeft het gebruik van BelRAI voor de samenwerking tussen de
       organisaties? Welke elementen werken bevorderend, welke elementen werken remmend?
    h. Wat is de meerwaarde op het terrein van het gebruik van RAI?
    i. Welke weerstand bestaat in de sector?

2. Welke verbeteringen zijn er nog mogelijk voor BelRAI?

    a.   Functioneert de webapplicatie volgens de verwachtingen?
    b.   Hoe kan de webapplicatie nog verbeterd worden?
    c.   Hoe kan BelRAI geïntegreerd worden met bestaande toepassingen?
    d.   Welke bijkomende output kan volgens de deelnemende organisaties nuttig zijn?
    e.   Hoe kan administratieve overlast worden vermeden?

3. Wat is de kostprijs die verbonden is aan het invoeren van het gebruik van BelRAI?

    Een antwoord wordt gezocht in verband met de eventuele kosten voor personeel, de
    infrastructuur en materiaal, zoals :

    a. de duurtijd van een cliënten-evaluatie aan de hand van BelRAI, inclusief de observatie en het
       scoren van de Minimal Data Set (MDS) en het bespreken van de resultaten in
       multidisciplinair overleg. In welke mate wijkt dit af van de huidige praktijk (zonder BelRAI)?
    b. Welke investeringen zijn nodig voor infrastructuur?
    c. Wat is de behoefte aan opleiding? Wat zijn de kosten van opleiding?



De deeldoelstellingen van dit project zijn:

1. Het opleiden van het personeel van de deelnemende organisaties, waarbij meteen ook het
   opleidingspakket wordt getest.
2. Het voorbereiden van het project bij de ethische commissies en de privacycommissie, inclusief
   het implementeren van privacyaanpassingen.
3. Het opvolgen van het gebruik van BelRAI gedurende de testperiode (helpdesk, intervisie).
4. Het evalueren van de test. Er wordt zowel van kwalitatieve als kwantitatieve methodes gebruikt
   gemaakt. De kwalitatieve methoden zijn:
   1. Focusgroepen: zowel per discipline (over de consortia heen) als per zorgorganisatie (HC,
       LTCF, AC) als per consortium.
   2. Interviews: met sleutelfiguren (coördinatoren, managers, artsen, ….)
   3. Observaties: aanwezigheid van onderzoekers op de werkvloer om zo ook contextvariabelen
       te kunnen bestuderen en in kaart te brengen.
   De kwantitatieve methoden zijn:
   1. Kwantitatieve vragenlijsten voor de deelnemers
   2. Analyse van de loggings of de gegevensinvoer om te zien welke disciplines welke delen
       invullen, hoe lang dit duurt enz.

                                                                                                   25
   3. Analyse van de een geanonimiseerd bestand van de data-invoer om de kenmerken van de
       cliënten te bestuderen.
5. Het betrekken van het werkveld (inclusief softwarefirma’s) via het organiseren van workshops
6. Het voorbereiden en aanleveren van materiaal voor het toekomstig gebruik van BelRAI, namelijk:
           a. De integratie van andere applicaties via web services (taak uitgesteld in 2009)
                     i. Design webservices
                         Ontwerpen van BelRAI-webservices die de communicatie met andere
                         applicaties mogelijk maken, bv. elektronische patiëntendossiers. Dit gebeurt
                         in samenspraak met de informatici en applicatiebouwers uit de betrokken
                         sectoren.
                    ii. Implementatie basic webservices
                         Ontwikkelen van basic webservices zodat een eerste piloottest mogelijk is.
                   iii. Piloottoepassing webservices
                         Piloottest voor integratie BelRAI en andere applicatie, bv. BelRAI-formulieren
                         invullen in het elektronisch verpleegdossier op een tablet-pc in de thuiszorg.
           b. Management en documentatie van alle gezette stappen met betrekking tot de
               webapplicatie. Enkel zo beschikt de FOD, als eigenaar van de webapplicatie, over alle
               nodige informatie om het verdere gebruik ervan te kunnen garanderen.
           c. Voorbereiding van de schaalvergroting van de server
                     i. Performantieverbetering
                         Verbeteringen en verfijningen aan de webapplicatie om vlotter te werken
                         voor een groot aantal gebruikers. Dit kan pas dit jaar getest worden omdat
                         pas nu een voldoende groot aantal mensen het systeem zal gebruiken.
                    ii. Voorbereiding voor migratie naar performanter server platform
                         Momenteel draait de BelRAI-server op het Windows platform. De
                         architectuur van het BelRAI-systeem kan voor een groot aantal gebruikers
                         beter functioneren in een Linux server. Er wordt eerst onderzocht welke de
                         implicaties zijn van de omzetting van het BelRAI-systeem naar een Linux
                         server. De eigenlijke omzetting wordt, indien mogelijk, voorzien (en
                         gebudgetteerd) voor 2011.
           d. Onderhoud BelRAIWiki


Op dit moment heeft het project BelRAI 2010 grote vertraging opgelopen doordat de authentieke
bronnen voor de toegang van alle betrokken zorgberoepen tot de webapplicatie pas tegen eind
oktober beschikbaar waren in plaats van in mei zoals oorspronkelijk gepland. Zonder verlenging van
het project en van de tijdsduur waarbinnen de consortia BelRAI zullen gebruiken zal er niet op alle
onderzoeksvragen geantwoord kunnen worden.




                                                                                                    26
2.10.   Protocol 3: doelstellingen


Ook het Protocol 3-project is nog lopende. Het gebruik van BelRAI is hierbij echter geen doel op zich,
maar een middel . In dit zorgproject worden het beoordelingsinstrument voor de thuiszorg (of
eventueel een verkorte versie HC/P3) en de BelRAI-webapplicatie gebruikt voor het registreren van
gegevens en om met behulp van de gegenereerde output de effecten van de
zorgvernieuwingsprojecten op de deelnemende cliënten op een gestandaardiseerde manier in kaart
te brengen.

Het gebruik van BelRAI door de 66 projecten - waaraan nog projecten zullen worden toegevoegd in
een tweede wavegolf – zorgt er niettemin voor dat het instrument veel breder wordt gebruikt en dat
heel wat meer organisaties het instrument leren kennen.

Ook de flexibiliteit van de webapplicatie wordt geïllustreerd in dit project. Er werden immers drie
bijkomende instrumenten (Zarit-12 Burden Scale, WHO-Quality of Life-8 en een economische
vragenlijst) toegevoegd, specifiek voor Protocol 3. Deze instrumenten zullen wellicht ook terug
verdwijnen wanneer het project stopt.




                                                                                                   27
3.Wat is er tot nu toe gerealiseerd en wat moet er nog gerealiseerd worden?


3.1.    Belgische versies van de instrumenten die door interRAI worden erkend


Op dit moment beschikken we over:

1. Een Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige versie van de instrumenten interRAI Home Care,
   interRAI Long Term Care Facilities en interRAI Acute Care
2. Een Nederlandstalige en Franstalige versie van de handboeken voor de instrumenten iHC, iLTCF
   en iAC (voor zover beschikbaar gesteld door InterRAI) en van het CAP-handboek.

Nog te doen:

    -   De officiële publicatie van de Belgische handboeken (hangt een kostprijs aan vast)
    -   Duitstalige versies van de handboeken


3.2.    De webapplicatie BelRAI


BelRAI is internationaal de eerste webapplicatie die het echte gebruik van de InterRAI Suite-
instrumenten over de sectoren heen mogelijk maakt. Met BelRAI beschikt België over een
webapplicatie:

    1. die gebruiksvriendelijk is (onderworpen aan usability-testen, met verwerking van de
       opmerkingen)
    2. waarin de handboeken geïntegreerd zijn (in een wiki site)
    3. (BelRAIWiki)die het gebruik van verschillende talen toelaat (nog te doen: volledige
       Duitstalige versie (handboek en wiki)
    4. die geïntegreerd is met het eHealth-platform
    5. die voldoet aan de strengste veiligheidsvereisten van en gemachtigd is door de
       privacycommissie
    6. die over de sectoren (ziekenhuis, thuiszorg, residentiële zorg) heen toelaat om de
       evoluerende zorgsituatie van de cliënt te volgen
    7. die het mogelijk maakt om statistieken op meso- en macroniveau te bekijken, over de
       sectoren heen.

Dit betekent niet dat BelRAI ‘af’ is. Er zijn nog zwaktes en hiaten die moeten worden opgevangen en
ingevuld.

    1. Zo zijn de medicatielijsten momenteel niet gebruiksvriendelijk. Het is erg arbeidsintensief om
       ze in te vullen en het is moeilijk om de kwaliteit van de gegevens te controleren. Nochtans
       bestaat voor elke cliënt een medicatielijst bij de arts, de apotheker en/of het RVT/WCZ of het
       ziekenhuis. Integratie met bestaande systemen moet een prioriteit zijn.




                                                                                                  28
    2. Het iAC-instrument is minder ‘rijp’ dan de iLTCF- en iHC-instrumenten. Er zijn nog verdere
       testen nodig en er is dringend nood aan meer output. Voor dit laatste zijn we evenwel
       afhankelijk van interRAI.
    3. Integratie met andere software die reeds wordt gebruikt (elektronische patiëntendossiers,
       bewonersdossier, et cetera). Ook dit is een prioriteit om de administratieve overlast zoveel
       mogelijk te beperken en zo ook de kwaliteit van de data te waarborgen. Dankzij deze
       integratie wordt het probleem van de medicatielijsten wellicht ook mee opgelost.
    4. Elke zorgverlener gebruikt wellicht nog andere instrumenten dan BelRAI, zoals de Katz-
       schaal, de BEL-schaal of beroepsspecifieke instrumenten. Deze instrumenten worden best
       zoveel mogelijk geïntegreerd in BelRAI voor maximale integratie en minimale administratieve
       overlast.
    5. Een aantal CAP’s werden reeds aangepast aan de Belgische situatie en verder uitgewerkt. Het
       is nodig om dit voor alle andere CAP’s ook te doen. Goede en aangepaste output motiveert
       de gebruikers en zorgt voor een hogere kwaliteit van zorg. Met betrekking tot het iAC-
       instrument zijn nog niet alle CAP’s beschikbaar vanuit InterRAI. Van zodra die beschikbaar
       zijn moet het uitwerken ervan een prioriteit worden.
    6. Voor het iAC-instrument is het eveneens nodig om na te denken of het al dan niet opportuun
       is om het bestaande supplement voor de post-acute zorg - dat momenteel wordt getest in
       Australië – in te voeren. Dit zou impliceren dat op een ander instrument (iPAC) wordt
       overgeschakeld wanneer de oudere nog wel in het ziekenhuis verblijft, maar de zorg niet
       langer acuut is.
    7. Het is aangewezen om een Duitstalige versie te creëren van de handboeken en de wiki-site.
    8. Het is nodig om een groep van ‘permanente vormers’ te creëren, waaronder liefst een groot
       aantal mensen met praktijkervaring, en een permanente organisatie om het operationele
       luik van het BelRAI project beter ter kunnen uitvoeren.



3.3.    De kostprijs


Ervaringen in Canada en de V.S. leren dat er een ‘instapkost’ is: het gebruik van RAI impliceert in de
beginperiode een meerkost. Op termijn kan er echter bespaard worden door de systematiek, door
het niet moeten zoeken naar reeds verzamelde informatie en door betere communicatie en door een
lagere gezondheidszorg consumptie dankzij de betere opvolging van cliënten).

We hebben nog steeds te weinig zicht op de kostprijs van de implementatie van BelRAI. De projecten
tot nu toe waren te kort en te kleinschalig – bijvoorbeeld slechts in een gedeelte van een organisatie
of met een beperkt aantal cliënten – om op dit moment in te kunnen schatten of het gebruik van RAI
tot een grotere nood aan personeel leidt en zo ja, hoe groot die nood dan zou zijn. In het project
BelRAI 2010 moest daar – op zijn minst gedeeltelijk – meer zicht op komen, maar gezien de
vertraging wordt dit opnieuw een korte test en komt deze doelstelling in gevaar.




                                                                                                   29
3.4.    Sterkte-zwakte analyse


De grootste sterkte van BelRAI en de BelRAI-projecten tot nu toe is het feit dat er werd geluisterd
naar de betrokken beroepsgroepen en sectoren. Het eerste rapport was als het ware bijna een
klachtenboek. Alle vragen en klachten worden serieus genomen. Als er een reden is om niet in te
gaan op de vraag of de kritiek, wordt dit gemotiveerd.

In 2006 zag de webapplicatie er zo uit:




                                                                                                30
In 2010 ziet het er zo uit:




                              31
De verwachtingen ten opzichte van BelRAI zijn terecht groot, terwijl de ervaring leert dat geduld ook
een schone deugd is… Men kan ten eerste de zorgverstrekkers geen veranderingen opdringen, maar
men moet hen de tijd geven om te wennen en de eigen organisatie aan te passen. Ten tweede vraagt
de ontwikkeling van een complex systeem zoals BelRAI ook tijd.

Wanneer we een analyse van de zwaktes maken zien we dat BelRAI op een aantal grenzen stoot:

1. Het gebruik van BelRAI verplicht als het ware tot een verandering in de wijze waarop men werkt
   en de wijze waarop men de zorg organiseert. Dit is in elke sector voelbaar maar het meest in de
   thuiszorg waar communicatie tussen de verschillende zorgpartners het minst vanzelfsprekend is.
   Men moet deze sectoren ook de tijd laten om zich aan te passen en naar nieuwe manieren te
   zoeken om de integratie en het gebruik van BelRAI goed te laten verlopen.
2. Het BelRAI-systeem is voor een aantal zaken afhankelijk van andere partners zoals het eHealth-
   platform voor de toegang en de FOD Volksgezondheid en het RIZIV voor de authentieke bronnen.
   Dit loopt niet altijd even vlot en het vraagt vooral veel tijd. Voor de gebruiker is het niet altijd
   duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
3. Er bestaat bij sommige betrokkenen een weerstand tegen het delen van informatie tussen
   zorgverleners. Dit is een probleem dat veel verder gaat dan BelRAI, maar wel implicaties heeft
   voor BelRAI.
4. De huisartsen willen omwille van de weerstand beschreven onder punt 3, maar ook omwille van
   werkdruk en tijdsgebrek vaak niet deelnemen. Het is bijzonder belangrijk dat hiervoor een
   oplossing wordt gevonden. Eventueel ligt de oplossing voor het tijdsgebrek in het leggen van
   linken met de elektronische patiëntendossiers die een groot percentage van de artsen nu reeds

                                                                                                    32
   gebruiken zodat zij eigenlijk geen nieuwe informatie meer moeten invoeren. Dit zal evenwel niet
   noodzakelijk de weerstand opheffen.
5. De versplintering van de helpdesks: verschillende sterk beïnvloedende factoren en expertises
   zoals o.a. het afhangen van andere partners, de technische kant van de webapplicatie en de
   inhoudelijke facetten van de beoordelingsinstrumenten en de output hebben er toe geleid dat
   momenteel de helpfuncties verspreid liggen bij verschillende helpdesks. Voor de zorgverleners is
   het bijgevolg niet altijd duidelijk wie ze moeten contacteren bij een bepaald probleem. Het
   organiseren van een ‘allesomvattende’ helpdesk lijkt noodzakelijk.


Tabel 3: SWOT-analyse BelRAI

Sterktes                                          Zwaktes

   -   Interdisciplinair en globaal, volledig         -   Administratieve overlast.
       beeld van de noden en behoeften van de         -   Grote veranderingen in manier van
       cliënt                                             werken werpt vaak weerstand op.
   -   Sterk onderbouwde en internationaal            -   Te veel pionier bv. eHealth.
       geaccepteerde instrumenten.                    -   Versnipperde helpdesk en wisselend
   -   Webapplicatie van wereldniveau qua                 succes opleiding.
       functionaliteit en beveiliging.                -   Onzeker over meerwaarde bij specifieke
   -   Steeds vertrekken vanuit de basis.                 problemen van personen met dementie

Opportuniteiten                                   Bedreigingen

   -   Integratie met bestaande applicaties kan       -   Weerstand vanwege artsen o.w.v.
       aantal weerstanden verhelpen.                      eHealth, administratiewerk en “big
   -   Mogelijk      gunstig     effect      op           brother” gevoel.
       levenskwaliteit ouderen en op totale           -   Soms te weinig bereidheid tot delen
       kost gezondheidszorg.                              informatie (angst voor onbekende).
                                                      -   Uitblijven van bestendige politieke
                                                          beslissing over RAI kan motivatie van alle
                                                          betrokkenen fnuiken.
                                                      -   Onzekerheid over de (eventuele) nood
                                                          aan bijkomend personeel




                                                                                                  33
Bibliografie


Buntinx F., Closon M.-C., De Lepeleire J., Di Notte D., Falez F., Paquay L., Swine C., Van Houdt S.,
Ylieff M. 2003. INTERFACE RAPPORT 2003. De organisatie en de financiering van een
grensoverschrijdend zorgaanbod in de ouderenzorg/Organisation et financement offre de soins
transinstitutionnelle secteur soins aux personnes agées.

Buntinx F., De Lepeleire J., Fontaine O., Ylieff M. 2000., Qualidem: eerste tussentijds verslag.
Literatuuroverzicht en data-analyse. Leuven-Liège: Qualidem.

Buntinx F., De Lepeleire J, Fontaine O., Ylieff M. 2002. Qualidem eindrapport 1999-2002. Leuven -
Liège: Qualidem.

Buntinx F., De Lepeleire J., Fontaine O., Ylieff M. 2005. Qualidem II eindrapport 2002-2005. Leuven-
Liège: Qualidem.

Declercq A., Gosset C., Wellens N., Collard J., Filee D., Londot A., Polome L., Sprenghetti N., Moons P.,
Milisen K., Van Audenhove C. 2007. Actie-onderzoek naar het gebruik van het RAI-instrument in de
geriatrische dagziekenhuizen, de rust- en verzorgingstehuizen, de dagcentra en de geïntegreerde
diensten voor de thuiszorg. Eindrapport in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid,
Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Brussel, België).

Declercq A., Gosset C., Paepen B., Mello J., Vanneste D., Detroyer E., Milisen K., Moons P., Berden J.,
Collard J., Londot A., Schumacher I., Demul N., Piette N., Joiris T., Gillain N., Van Audenhove C. 2008.
Actieproject BelRAI II : Haalbaarheid van de RAI-methode in België. Eindrapport in opdracht van het
Ministerie van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Brussel, België).

Declercq A., Gosset C., Paepen B., Mello J., Vanneste D., Detroyer E., Spruytte N., De Vliegher K.,
Berden J., Degey S., Philippet C., Tancredi A., Lepère C., Renard F., Gillain N., Van Audenhove C. 2009.
Actieproject BelRAI III: Haalbaarheid van de RAI-methode in België. Eindrapport in opdracht van het
Ministerie van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Brussel, België).

De Lepeleire J, Falez F, Swine C, Ylieff M, Pepersack T, Buntinx F. Interface: Rapport 2005. Leuven -
Bruxelles.

Milisen K, Moons P, Flamaing J, Wellens N, Deschodt M, Van Craen K, Gosset G, Petermans J, Heyden
I, Collard J, Londot A, Schumacher I, Menozzi C, Filée D, Boman X. 2008. Bepalen van de opportuniteit
van het gebruik van de interRAI Acute Care in de geriatrische en niet-geriatrische diensten binnen het
kader van de implementatie van het geriatrisch zorgprogramma. Eindrapport in opdracht van het
Ministerie van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Brussel, België).

Milisen K, Moons P, Flamaing J, Wellens N, Deschodt M, Goossens E, Gosset C, Collard J, Londot A,
Schumacher I. 2010. Wetenschappelijk onderzoek inzake het verder optimaliseren van het gebruik

                                                                                                      34
van de interRAI Acute Care in de diensten Geriatrie. Eindrapport in opdracht van het Ministerie van
Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Brussel, België)

Van Den Noortgate N., Petermans J., Velghe A., Vandoninck H., Wojtasik V., Gillain D. 2007. Evaluatie
van de proefprojecten “geriatrisch dagziekenhuis”/Evaluation du projet pilote “hôpitaux de jour
gériatriques”.




                                                                                                  35

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:152
posted:11/25/2011
language:Dutch
pages:35