Onderwijsvernieuwing by HC11112418320

VIEWS: 35 PAGES: 54

									Digitale titel van het product         A1 - kaderdocument onderwijsvernieuwing - De Eindhovense
                                       School

Naam instelling:                       De Eindhovense School
Naam experimentcluster                 Cluster Media, informatie en communicatie - subcluster A
Naam vertegenwoordiger instelling      Hans Brummer
aan experimentcluster:

Titel van het product:                 Onderwijsvernieuwing binnen de Eindhovense School
Kwalificatieprofiel(en) waarvoor het   Mediavormgever (90400), Mediamanagement (90600) en
product van toepassing is              Mediatechnologie (90610)

Het product behoort bij thema (aankruisen wat van toepassing is)
A1       Inrichting en programmering onderwijsprocessen op basis van het
                                                                                                           X
                   onderscheiden kerndeel en de differentiaties.
A2        Inrichting en programmering onderwijsprocessen: onderwijs- en
           examenregeling gebaseerd op competentiegericht onderwijs.
A3 Inrichting en programmering onderwijsprocessen: verwerving moderne
                                         vreemde talen.
A4          Inrichting en programmering onderwijsprocessen: verwerving
                                       Nederlandse taal.
A5      Inrichting en programmering onderwijsprocessen: verwerving leer-
                                en burgerschapscompetenties.
 B               Beroepspraktijkvorming en regionale samenwerking
 C                                 Toetsing en examinering
 D                         Doorlopende leerlijnen vmbo-mbo-hbo;
 E                       Kwaliteitszorg en externe verantwoording
 F                                            Overig

Korte omschrijving of samenvatting van het opgeleverd product:
   Het kaderdocument dient als leidraad in de omslag naar de competentiegerichte
   kwalificatiestructuur en bevat de concrete invulling van contacturen, begeleidingsrollen, lokalen en
   beoordeling.

Ervaringen met het product

Is het opgeleverd product in de praktijk gebracht? Indien “ja”, wat zijn de eerste ervaringen/resultaten?

   Ja. De ervaring is dat het kaderdocument richting geeft aan de vernieuwing en regelmatig gebruikt
   wordt om na te kijken “wat er ook al weer was afgesproken”.


Wat zijn knelpunten geweest bij de ontwikkeling van dit product?

   Omdat de verschillende onderwijsteams een eigen invulling kunnen geven aan de uitvoering van
   de vernieuwing, is het soms lastig om de juiste informatie boven tafel te krijgen. Het is niet altijd
   helder wat de centrale kaders zijn en wat de teams zelf kunnen invullen.


Welke aanbevelingen kun je geven vanuit de opgedane ervaringen?

   -   Maak duidelijk wat centrale kaders zijn (en dus ook niet bespreekbaar is) en wat decentraal
       door de onderwijsteams kan worden ingevuld.
   -   Verder blijkt het document in de praktijk voor docenten te uitvoerig te zijn. Mogelijk dat een
       docentenversie, die korter en bondiger is, voor docenten bruikbaarder is.



___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                 1
                    Onderwijsvernieuwing binnen
                       De Eindhovense School
                                            2005-2006




                                                      “geef een man een vis en hij zal eten
                                                      leer hem vissen en hij zal eten keer op keer
                                                      leer hem leren en hij hoeft niet altijd vis te
                                                      eten”

                                                      -prof. J. Verhoeff, vrij naar een oud Chinees
                                                      gezegde-




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         2
Inhoudsopgave

1    De uitgangspunten van de vernieuwing van De Eindhovense School ............................. 5
2    Begrippenlijst.................................................................................................................. 8
      2.1     ONDERWIJS ............................................................................................................... 8
      2.2     BEOORDELING ............................................................................................................ 9
3    Basisafspraken van het Eindhovens model .................................................................... 10
      3.1     LEERJAAR 1 NIVEAU 4 ................................................................................................ 15
      3.2     LEERJAAR 2 NIVEAU 4 ................................................................................................ 16
      3.3     VERSNELDE OPLEIDING MEDIAVORMGEVER ...................................................................... 17
      3.4     DOUBLURE VERDIEN TRAJECT NIVEAU 4 ......................................................................... 18
      3.5     LEERJAAR 3 EN 4 NIVEAU 4 ......................................................................................... 19
      3.6     GROEILIJNEN TAKEN EN PROJECTEN VOOR DE NIVEAU 4 OPLEIDINGEN .................................... 22
      3.7     PROJECT ‘OPSTROOM’ VAN LEERJAAR 3 NAAR 4................................................................. 24
      3.8     NIVEAU 3 PRINT MEDIA (ELEKTRONISCH VOORBEREIDEN, OFFSET DRUKKEN, ZEEFDRUKKEN) ....... 25
      3.9     THEATERTECHNIEK & EN MEDEWERKER AUDIOVISUELE VORMING NIVEAU 3[BEN] .................... 27
      3.10 AV- SPECIALIST NIVEAU 4 .......................................................................................... 28
      3.11 ALL ROUND AV MEDEWERKER NIVEAU 3 EN PODIUMTECHNICUS NIVEAU 3 ............................... 29
      3.12 OPSTROOMTRAJECT PODIUMTECHNICUS VAN NIVEAU 3 > 4 ................................................. 29
4    Begeleiding ................................................................................................................... 30
      4.1     BEGELEIDINGSVISIE .................................................................................................. 30
      4.2     HOOFDLIJNEN BEGELEIDINGSBELEID .............................................................................. 30
      4.3     BEGELEIDINGSROLLEN ................................................................................................ 31
      4.4     BEGELEIDING ........................................................................................................... 33
      4.5     VERZUIM, ABSENTIE .................................................................................................. 33
5    Beoordeling/toetsing .................................................................................................... 34
      5.1     FUNCTIES VAN TOETSEN .............................................................................................. 34
      5.2     EISEN AAN TOETSING ................................................................................................. 34
      5.3     HET TOETSKADER ...................................................................................................... 36
6    Regionale positionering / samenwerking met bedrijfsleven / rol bedrijfsleven ............ 39
7    Scholingsplan ........................................................................Error! Bookmark not defined.41
8    Toekomst ..............................................................................Error! Bookmark not defined.42
      8.1     NOG ONTWIKKELEN ............................................................ERROR! BOOKMARK NOT DEFINED.42
9    Organisatie ...........................................................................Error! Bookmark not defined.43
      9.1     STAANDE ORGANISATIE .......................................................ERROR! BOOKMARK NOT DEFINED.43
      9.2     PROJECTORGANISATIE .........................................................ERROR! BOOKMARK NOT DEFINED.43
10 Bijlagen:........................................................................................................................ 42
      10.1 OVERZICHT PROJECTEN ONDERWIJSVERNIEUWING: ............................................................ 43
      10.2 OVERZICHT FORMATS ................................................................................................. 44
      10.3 LEERPLANSCHEMA MEDIAVORMGEVER VERSNELD ............................................................... 45
      10.4 VRIJE RUIMTE LEERJAAR 3 ........................................................................................... 47
      10.5 VRIJE RUIMTE LEERJAAR 4 ........................................................................................... 52




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                                        3
Inleiding

Vernieuwing in beweging

Het didactische model PGO-PO ,volgens de Eindhovense school, is inmiddels in leerjaar 4 van
niveau 4 aangekomen en dit betekent einde van het oorspronkelijke project van de
onderwijsvernieuwing niveau 4. Voor niveau 3 is dit nog niet aan de hand, want in leerjaar 2 wordt
verder gegaan met een vorm van PGO-PO onderwijs en dat noemen we taakgestuurd onderwijs
(TGO) en gaat ook over naar projectmatig werken. Voor niveau 3 dienen nog blokboeken
gerealiseerd te worden, waarin de BPV een plaats krijgt. Bij niveau 3 zijn er ook opleidingen
bijgekomen en daarvoor zijn blokboeken zowel in leerjaar 1, 2 en 3 gerealiseerd, echter nog
zonder koppelingen naar de BPV.
Ook in het VMBO heeft men gekeken naar de ervaringen van het MBO en een geheel eigen
invulling van het curriculum gemaakt voor het themagerichte onderwijs. Meer informatie is te
vinden in de documenten van het VMBO.

De onderwijsvernieuwing is dus nog steeds in beweging en door de aanvang van de nieuwe KP‟s,
waarmee de Eindhovense School in het jaar 2006 start, dienen opleidingen met hun uitstroom
opnieuw tegen het licht te worden gehouden. Vooruitlopend op deze veranderingen zijn de
leerlingen eerste jaar niveau 4 reeds gestart met de nieuwe opleidingsnamen, echter met de
bestaande blokboeken. De grootste verandering vindt plaats binnen de nieuwe KP Media
Vormgeven, waardoor de opleiding Grafisch Vormgeven en Multimedia vormgeven samengevoegd
worden en andere uitstroom krijgen. Bij de versnelde opleidingen start men dit schooljaar met de
nieuwe KP en de nieuwe competenties. De blokboeken worden tijdig geschreven en dienen als pilot
voor mogelijke oplossingen op gebied van competentie gericht leren. Ook de opleiding Media
Technologie is als pilot gestart met de totale verandering en passend bij het competenties gericht
leren. Ook deze opleiding wordt als pilot gebruikt voor de aanpassing van de andere opleidingen.

De veranderingen en de ontwikkelingen van de Eindhovense School worden elk jaar actueel
gemaakt en verwerkt in dit document dat als kaderdocument dient voor de onderwijsvernieuwing
voor komende jaar (praktisch) en als beleid voor komende jaren.

Op De Eindhovense School hebben we een eigen didactisch model waarbij de onderwijsvisie als
basis heeft gediend en die vertaald is naar uitgangspunten. Het is wel noodzakelijk om de
uitgangspunten tegen het licht te houden. Zijn ze nog steeds actueel, passend bij de komende
verandering t.a.v. de nieuwe kwalificatieprofielen, maatschappelijke veranderingen, wijzigingen in
didactische principes en de wens vanuit ministerie om maatwerk te leveren en verticale leerlijnen
te bieden? Vanuit deze vraagstellingen is er binnen de organisatie van de onderwijsvernieuwing
een en ander veranderd, wat in dit document tot uitdrukking komt.

Verder is het noodzakelijk eens stil te staan bij de uitvoering. Is de uitvoering nog steeds volgens
de uitgangspunten? Tevens zal hierbij met een schuin oog gekeken moeten worden naar de
ontwikkelingen die op ons afkomen.

Tenslotte is evaluatie noodzakelijk. We moeten de tijd nemen om „onze klanten‟ te bevragen, want
de leerlingen bepalen nu eenmaal de leervraag en dus ook het curriculum. Ook dienen de
bedrijfstak(ken) bevraagd te worden, want daar vinden wij de input voor ons curriculum.

Nog steeds werk aan de winkel en dit model houdt ons weer even bij de les!

Marianne van Dorenmalen/Mieke van der Heijden/Hans Brummer




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         4
1   De uitgangspunten van de vernieuwing van
    De Eindhovense School

De redenen waarom De Eindhovense School voor onderwijsvernieuwing heeft gekozen zijn samen
te vatten in de volgende uitgangspunten:



1. Het verder versterken van de relatie opleiding en bedrijven d.m.v.
   -    het leren vanuit praktijksituaties
        (het verwerven van kennis, vaardigheden en houdingen die beter onthouden worden, bruikbaar
        en toepasbaar zijn)
   -    het leren analyseren en oplossen van problemen
   -    het leren samenwerken en in teamverband werken
   -    het beter integreren van de BPV binnen het onderwijsproces

2. Het bevorderen van de motivatie en het leerplezier

3. Geleidelijke overgang naar meer zelfstandig leren (van meer sturing naar minder sturing)

4. Model gaat uit van een actieve en productieve leerling

5. Kennis niet als doel zien, maar als middel leren gebruiken d.m.v.:
    -   het ontwikkelen van leren- leervaardigheden
    -   verschuiving van kennis naar vaardigheid

6. Visie op deelnemers door:
    -    het bevorderen van zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid van deelnemers
    -    deelnemers voorbereiden op permanente ontwikkeling/educatie en op hun beroep

7. Rekening houden met individuele kenmerken van deelnemers (studietempo, niveau, vooropleiding en
   vakkenpakket, capaciteiten en belangstelling)

8. Het scheppen van een krachtige leeromgeving




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                5
Hoe worden deze uitgangspunten vertaald in het Eindhovens model?

De vernieuwing binnen De Eindhovense School noemen we het Eindhovens model en daarbij wordt
uitgegaan van het feit, dat de deelnemer geen passief individu is dat zich door docenten voor laat
schrijven wat hij allemaal weten en leren moet. De deelnemer is in dit model een in een groep
functionerend toekomstige medewerker van een bedrijf die op school actief leert binnen een
beroepscontext. Hij leert hoe hij problemen op moet lossen en opgedane kennis en vaardigheden
zo veel mogelijk toepast in reële bedrijfssituatie en/of simulaties van bedrijfsomgevingen.
Het leerproces wordt aangestuurd vanuit voor de beroepspraktijk relevante opdrachten of taken en
projecten. Om dit te bereiken wordt het curriculum geïntegreerd aangeboden.(d.w.z. geen
vakkenstructuur meer). De deelnemer leert al doende wat er van hem in de beroepspraktijk
verlangd wordt. De onderwijsgroep waarin dit gebeurt, is veel kleiner dan de traditionele klas,
namelijk 8 á 9 deelnemers. Door deze omvang kan de begeleiding intensief zijn in een beperkte
tijd.
Met deze opzet krijg je een versterking van de relatie opleiding bedrijf, leer je vanuit
praktijksituaties, leer je analyseren en problemen op te lossen, leer je samen te werken en door
veel gastdocenten in te zetten en de BPV (Beroeps Praktijk Vorming ) al in leerjaar twee te laten
plaatsvinden wordt de BPV beter geïntegreerd. Ook wordt nadrukkelijk gewerkt met vaardigheden
die voortdurend leren bevorderen. Want ook in hun beroep zullen de beoefenaars voortdurend hun
kennis en vaardigheden actueel dienen te houden. (uitgangspunt 1 , 4 en 6).

Het model kent een overgang van 'sterk gestuurd' naar 'zelfsturend', die past bij uitgangspunt 3.
In de onderbouw geldt een vaste methodische aanpak: er wordt gewerkt met stappenplannen.
Vooral bij de start van de opleiding is het nodig om meer aandacht aan kennisverwerking te
besteden, het verkrijgen van inzicht en later aandacht te besteden aan kennistoepassing en
integratie. Kennis wordt niet meer alleen als doel gezien, maar vooral gebruikt als middel waarmee
je beroepsproblemen oplost. (uitgangspunt 5) Deze aanpak was gerelateerd aan de
taxonomiecode van de Block, waar de oude Kwalificatiestructuur (KS) op gebaseerd was. Inmiddels
zijn de blokboeken voorzien van door professionals opgestelde leerdoelen, waarbij het goede van
de oude „eindtermen‟ bewaard is gebleven en meteen een link is gelegd naar de nieuwe
competenties van de KP. Het is van belang dat deelnemers aan het einde van de opleiding in staat
zijn een beroepsproduct te maken via een projectmatige aanpak, waarbij ze hun vaardigheden
inzetten. Verder wordt veel aandacht gegeven aan de leervaardigheden. Hiermee denken we ook
een optimale voorbereiding voor de invoering van de competentiegerichte kwalificatiestructuur te
hebben getroffen.
Binnen het PO, projectmatig Onderwijs krijgen de deelnemers ook structuur aangeboden door een
projectstappenplan, wat voor De Eindhovense School gemaakt is in 4 fases. Dit past beter bij het
soort werk wat de leerling later gaat doen en bij de beoordelingsystematiek. Meer en meer wordt
binnen projectmatig onderwijs gewerkt vanuit de zelfstandigheid en de zelfsturing van de
deelnemer. In eerste instantie krijgen zij een gesloten project, waarbij veel sturing is op het plan
van aanpak en de uitvoering in de producten. Naarmate de deelnemer ervarener wordt, wordt hij
verantwoordelijk gesteld voor de uiteindelijke producten en bepaalt zelf de kwaliteitseisen voor die
producten. Ook vanuit efficiëntie oogpunt zal de deelnemer in het vierde leerjaar taken verdelen en
rekening houden met eigen sterke kanten en van hun mededeelnemers in het onderwijs. Er wordt
gewerkt met echte opdrachten en echte klanten, waarvoor briefings zijn gemaakt bij blokboek 4.1-
4.2 en contacten worden gelegd met bedrijven door de school en door de deelnemers. (zie punt
4,5,6,7,8). Deze projecten zijn opleidingsoverstijgend.

De deelnemers krijgen een gevarieerd aanbod aan ondersteuning, zowel op gebied van begeleiding
bij het leerproces als aanleren van kennis en vaardigheden. De deelnemers krijgen vooral
ondersteuning bij het leerproces tijdens de tutoruren. Deze worden gebruikt voor de opstart en
afsluiting van taken. In de ondersteunende lessen worden de vaardigheden die nodig zijn voor het
maken van de taken aangeleerd, geoefend. De deelnemers krijgen in de tutoruren grip op hun
eigen leerdoelen en stellen hun eigen leervragen, waarmee ze naar de ondersteunende lessen
gaan. Zo bepalen ze dus zelf hun individuele leerproces passend aan hun eigen tempo, kennis en
vaardigheden. Ook in de uren waarin de deelnemer zelfstandig werkt, wordt ingegaan op
persoonlijke leervragen. Er is een docent in de buurt die hem ondersteuning geeft (uitgangspunt
7). In een sneller tempo de opleiding voltooien is echter alleen mogelijk indien de deelnemer een
vooropleiding heeft met Havo , VWO, of MBO. Wel kunnen deelnemers in eigen tempo werken
doordat ze getraind worden in het stellen van persoonlijke leervragen, waardoor ze de diepgang in
hun opleiding in de hand hebben. De Eindhovense School gaat wel onderzoeken of
opleidingsversnelling mogelijk is voor die deelnemers die dit aankunnen.

Met al deze vernieuwingen op het gebied van het curriculum en omgeving (door een
grootscheepse verbouwing), die passen bij een krachtige leeromgeving (uitgangspunt 8).
___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         6
De zelfverantwoordelijkheid van de leerling (uitgangspunt 6) wordt meer en meer vertaald in de
term „de leerling centraal „ en daarom is het omgaan met absenties opnieuw in kaart gebracht en
dit is terug te vinden in hoofdstuk 4.2.3. Ook de begeleiding kan door de hernieuwde accentuering
van de leerling centraal veranderen en daarover zijn de discussies in volle gang.

Al met al is De Eindhovense School met deze grootscheepse vernieuwingsoperatie bezig op alle
fronten en met veel inzet om zowel deelnemers als docenten als ondersteunend personeel te
motiveren en plezier in onze school en de opleidingen te krijgen, te hebben en te houden. De
Eindhovense School is een school waar het goed toeven is en waar er prettig en doelgericht geleerd
wordt passend bij de Missie (zie strategisch beleidsplan d.d. juni 2004):

‘De Eindhovense School is een toonaangevende vakschool, die met behulp van gemotiveerde en
kwalitatieve medewerkers, zelfverantwoordelijke leerlingen/deelnemers aflevert aan de
(grafi)mediabranche, die adequaat geschoold zijn in het ontwerpen en realiseren van media-
uitingen’.


Periodieke bijstelling beleidskader

Dit document is door de coördinatiegroep MBO in december 2005 vastgesteld en fungeert vanaf het
schooljaar 2005/2006 als beleidskader, richting gevend voor de ontwikkelingen binnen het MBO
van De Eindhovense School. Alle besluiten die in de coördinatiegroep MBO van De Eindhovense
School worden genomen in 2005-2006, worden getoetst aan dit beleidskader.

Met de start van de experimenten in het kader van de nieuwe Competentiegerichte
Kwalificatiestructuur, zal het document het komende jaar een grote verandering ondergaan.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                       7
2     Begrippenlijst
2.1    Onderwijs

Assessment
Inschatting van de werk- en beroepshouding.

Begeleiderhandleiding
Bevat informatie voor de tutoren en alle andere docenten, assistenten en instructeurs die bij het
onderwijs in het desbetreffende blok betrokken zijn.

Blokboek
Is de kern van het materiaal van probleem gestuurd en projectmatig onderwijs. Bevat alle
gegevens die nodig zijn voor een goed verloop van het leerproces tijdens de blokperiode, zoals
doelstellingen, themaverantwoording, taken, fases, werkwijze, ondersteuning, de wijze van
toetsing en beoordeling en mediaverwijzingen. Het is het spoorboekje voor de deelnemer in het
desbetreffende blok. De kern wordt gevormd door taken en/of projecten.

CKS
Nieuwe kwalificatiestructuur op basis van competenties. Zit nu in een experimenteerfase en zal
waarschijnlijk op 1 augustus 2008 een wettelijke basis krijgen in de nieuwe WEB.

Competentie
Een optelsom van kennis en inzicht, waarden en motieven en vaardigheden die gebruikt worden in
verschillende contexten gebruikmakend van houdings- en persoonskenmerken.

Curriculum
Het totaal aan leermiddelen, leerinhouden en content (is leerplan).

Didactisch model
De wijze waarop het onderwijs binnen het onderwijsconcept wordt vormgegeven.

Eindtermen
Omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden en in voorkomende
gevallen (beroeps)houding, waarover degene die het studieonderdeel voltooit, dient te beschikken.

Groeilijn
Geeft de zelfstandigheidontwikkeling van de deelnemer weer. Zegt iets over de mate van
zelfstandig leren en de zelfstandigheid waarmee een deelnemer een onderwijsopdracht kan
aanpakken. Zegt niets over de vakinhoudelijke complexiteit van het curriculum. Het is mogelijk om
een inhoudelijk complexe opdracht, zeer sturend, dus op een laag zelfstandigheidniveau aan te
bieden en omgekeerd.

KP
Beschrijving van de beroeps-, leer en burgerschapscompetenties van een beginnend
beroepsbeoefenaar.

Leerplanschema
Zorgt ervoor dat de onderwijsopdrachten (geconstrueerd door de docent) op hun plaats vallen en
dat de opleiding een samenhang en een logische opbouw vertoont. Geeft aan welke
beroepsproducten in een bepaald blok ontworpen moeten worden. Het biedt een overzicht van de
totale opleiding en vormt een belangrijk onderdeel van het leerplan of curriculum.

Logboek
Persoonlijk schrift waarin de leerling zijn voortgang beschrijft m.b.v. reflectie op hetgeen hij
gedaan heeft.

Onderwijsconcept
(of aanbiedingsvorm) Het middel om het leren vorm te geven.
Voorbeelden: PGO, PO, duaal onderwijs, virtueel leren, thematisch onderwijs, ILS.

Portfolio
Vooralsnog een map (al dan niet digitaal) waarin alle belangrijke documenten en producten
bewaard worden, die als bewijs dienen van het doorlopen leerproces. Daarnaast wordt voor het
presenteren van werk een presentatiemap gebruikt.

___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                      8
Project
Tijdens studiedagen van juli 2004 is afgesproken dat we de volgende formule hanteren.
Een project :
    1. heeft een onbekend product en een onbekend proces
    2. is tijdelijk van aard en eenmalig
    3. wordt vanuit verschillende vakdisciplines benaderd
    4. kent de medewerking van verschillende mensen met verschillende sterktes
    5. heeft een duidelijk begin en einde
    6. doorloopt verschillende fases.

Om een project binnen de onderwijsdidactiek te gebruiken worden sturingen aangebracht binnen
een project, zodat bijvoorbeeld producten „gestuurd‟ worden. Het definitieve, laatste project (zie
ook groeilijnen) wordt volgens bovenstaande punten uitgevoerd.

2.2    Beoordeling

KCE
Kwaliteits Centrum Examinering beroepsopleidingen.
De taakstelling is het borgen en stimuleren van de kwaliteit van de examens die betrekking hebben
op de opleidingen die in het CREBO van de ministeries van OC en W en LNV zijn opgenomen. De
kwaliteit van het examen wordt beoordeeld met behulp van een set van acht standaarden:

     het beroepenveld heeft vertrouwen in de kwaliteit van de examinering;
     de deelnemer heeft vertrouwen in de kwaliteit van de examinering;
     de betrokkenen bij examinering zijn deskundig;
     het exameninstrumentarium voldoet inhoudelijk aan de uitstroomeisen;
     het exameninstrumentarium voldoet aan toetstechnische kwaliteitseisen;
     de examineringsprocessen zijn transparant;
     de examineringsprocessen zijn geborgd;
     de instelling voldoet aan de wettelijke vereisten rondom examinering.

OER
Het onderwijs- en examenreglement van De Eindhovense School.
De deelnemer krijgt vóór 1 oktober een gedeelte van de OER uitgereikt, als onderdeel van de
inforeeks (deelnemerstatuut en onderwijsovereenkomst). Daarnaast krijgt de deelnemer inzicht in
de opbouw van het onderwijs, de toetsing en het examenreglement in een map per opleiding, die
in de mediatheek ter inzage ligt.

Toetssoorten:
   Producttoetsing
      Toetsing aan de hand van stoffelijke en niet-stoffelijke „producten‟ die de deelnemers
    opleveren.
   Procestoetsing
    De toetsing van leerprocessen en samenwerkingsprocessen aan de hand van het gedrag dat
    de deelnemers tijdens het verloop van het leer- en samenwerkingsproces vertonen.
   Formatieve toetsing
    Toetsing gericht op het geven van feedback. Voortgangstoetsing.
   Summatieve toetsing
    Toetsing gericht op het uitspreken van een eindoordeel. Examinerende toetsing.

Toetsvormen
   Casustoetsing
   Presentaties
   Vaardigheidstoetsing (toepassingstaken)
   Beoordeling beroepsproducten
   Beoordeling leerproces ( D.m.v. Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP), assessmentfomulieren
    (self-, tutor-, projectbegeleider en praktijkbegeleider)en takenkaart.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                       9
3   Basisafspraken van het Eindhovens model
Groepsgrootte
Er wordt gewerkt met verschillende groepsgroottes.

De volgende groottes zijn vastgesteld:
Leerjaar                              1           2          3          4
Tutorgroep/projectgroep               8           8-10       5          5
Hoorcollege theorie                   60          60         60         60
Vaardigheidstraining A **             27          27         30         30
Vaardigheidstraining B ***            16          16         24         24
PGO/projecturen (begeleid             48          48-60*     48-60*     48-60*
zelfstandig werken)

*     bij een volgroeide situatie en optimale lokalen;
      voorlopig bestaat de groepsgrootte bij hoorcolleges uit 48 deelnemers

**      Vaardigheidstraining A betreft de volgende vaardigheidstrainingen:
Voor de niveau 4 opleidingen: Grafisch Intermediair/Grafische Management (Mediamanagement),
Grafisch vormgeven, Multimediavormgeven, Mediavormgever en Mediatechnologie/IT media, zijn
dit alle trainingen, te weten:
-    Vt avo
-    VT creatief
-    VT beroeps

*** Vaardigheidstraining B betreft de vaardigheidsheidstrainingen in kleinere groepen die
plaatsvinden in lokalen die schaarse werkplekken hebben (Printmedialokaal, fotostudio,
audiostudio, theaterzaal).

Introductieweek (week 0)
In de introductieweek is naast allerlei administratieve afhandelingen en elkaar beter leren kennen
ook tijd vrij gemaakt om de deelnemers kennis te laten maken met de essentie van het Eindhovens
model. D.w.z: het PGO-model met de soorten taken en de stappen, het POP en het assessment.
Ook de rollen van de deelnemers en de aanpak binnen de tutorgroep wordt uitgelegd. Verder wordt
de deelnemer gewezen op het behalen van een blokboek en de normeringen voor overgang e.d.

De introductieweek omvat 36 klokuren en geldt alleen voor leerjaar 1.
De invulling van deze uren wordt binnen de onderwijsteams bepaald.

Ondersteuningstabel
Ondanks de vakkenintegratie wordt er gewerkt met een zgn. basistabel.
Uitgangspunten die van toepassing op deze basistabel zijn:

   het schooljaar bestaat uit 4 periodes/blokken van 8 weken + een interweek
   elke periode omvat 400 SBU voor de leerling
   de kaders van de contacturen (per leerjaar uitgewerkt)
   de invulling van de uren gebeurt zoveel mogelijk door docenten vanuit één team
   alle deelnemeractiviteiten worden ingeroosterd
   het rooster wordt gemaakt op basis van de tutorgroep
   een eerste lesuur voor een tutorgroep kan het vijfde lesuur zijn
   het laatste lesuur voor een tutorgroep kan het tiende lesuur zijn
   het maximaal aantal lesuren per dag voor deelnemers is tien (alleen bij hoge uitzondering)
   het minimaal aantal lesuren per dag voor deelnemers is vier (incl. 1 pgo-uur zonder docent)
   het maximaal aantal lesuren per dag voor een docent is tien
   in het schooljaar 2005-2006 wordt geroosterd in eenheden van 45 minuten
   een hoorcollege wordt bij voorkeur geroosterd in de ochtenduren en zeker niet na het achtste
    lesuur
   tutoruren worden maximaal in blokken van twee lesuren geroosterd.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                       10
Positionering vrije ruimte niveau 4

In leerjaar 1 en 2 is de vrije ruimte ingezet t.b.v. lessen, leerproces en begeleiding leerproces,
stage en excursies in de interweken en periode 2.4.

In leerjaar 3 en 4 wordt de vrije ruimte benut voor keuzeprojecten die verbreding, verdieping of
voorbereiding op doorstroom naar HBO opleiding bieden.

Positionering vrije ruimte niveau 3

De vrije ruimte is ingezet voor BPV en begeleiding.

In de toekomst willen we de vrije ruimte in niveau 3 gebruiken om een eigen gezicht aan de
opleiding te geven.

AVO
AVO wordt zoveel mogelijk integratief aangeboden (bv. Arbeid & Maatschappij, Nederlands, Engels,
Lichamelijke Opvoeding, Wiskunde, Natuurkunde, Economie).




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                       11
  Model Beroeps Praktijk Vorming (BPV) binnen De Eindhovense School niveau 4
  De Eindhovense School wil zich in het onderwijsconcept richten op de ontwikkeling van
  competentiegericht leren, attractief en contextgericht leren. Dit betekent dat de beroepspraktijk
  uitgangspunt is voor het leren. In het opleidingsproces is een nauwgezette begeleiding van het
  leren noodzakelijk om het individuele leerproces van de deelnemer te kunnen volgen en actief te
  kunnen bijsturen.
  De BPV is in een goede beroepsopleiding van groot belang. Dat zal zichtbaar moeten worden in een
  duidelijke positionering en facilitering van de BPV in al zijn facetten binnen school.
  De coördinatie van de BPV is schoolbreed van opzet in nauwe samenwerking met teamleiders
  (verantwoordelijk voor de organisatie). De teamleiders en de directeur zijn verantwoordelijk voor
  het schoolbrede BPV-beleid.


  Niveau 4:
  Binnen De Eindhovense School is sinds 2002-2003 gekozen voor ėėn BPV-model voor alle
  opleidingen van niveau 4 en dat is onderstaand model.

                School    BPV                                                                                      Uitgangspunten:


Lj1 week       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                         1                         1                         1                         geen BPV
           2                         2                         2                         2
           3                         3                         3                         3
           4                         4                         4                         4
           5                         5                         5                         5


Lj2 week       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                         1                         1                         1                         2.4 oriënterende BPV
           2                         2                         2                         2                         5 weken
           3                         3                         3                         3
           4                         4                         4                         4
           5                         5                         5                         5


Lj3 week       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                         1                         1                         1                         3.1 en 3.2 BPV
           2                         2                         2                         2                         brede basis
           3                         3                         3                         3
           4                         4                         4                         4
           5                         5                         5                         5


Lj4 week       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                         1                         1                         1                         4.3 en 4.4 BPV
           2                         2                         2                         2                         in differentiatie (geen
           3                         3                         3                         3                         schoolvakantie in mei)
           4                         4                         4                         4                         afsluiting op school
           5                         5                         5                         5                         met symposium




  NB: De versnelde opleidingen en de instromers van niveau 3 naar niveau 4 hebben een afwijkend
  BPV-model. Dit wordt verder uitgewerkt in 3.3 Versnelde opleiding Mediavormgever en 3.7 Project
  „opstroom‟ van leerjaar 3 naar 4.




  ___________________________________________________________________________
  De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                                    12
     Niveau 3:
     Bij de opleidingen van niveau 3 is gekozen voor de volgende BPV-modellen:
         a) Duaal model bij Print Media en DTP & Communicatie (BOL)
         b) Duaal model bij Print Media en DTP & Communicatie (BBL)
         c) Blokmodel bij Theatertechnicus en Audiovisueel medewerker
Print media niveau 3 BOL:


                School      BPV                                                                                                 Uitgangspunten:


Lj1 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8   i           1 2 3 4 5 6 7 8   i           1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                          1                             1                             1                             geen BPV
           2                          2                             2                             2                             TGO met lintvakken
           3                          3                             3                             3
           4                          4                             4                             4
           5                          5                             5                             5


Lj2 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8   i           1 2 3 4 5 6 7 8   i           1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                          1                             1                             1                             2 dagen school
           2                          2                             2                             2                             3 dagen BPV
           3                          3                             3                             3
           4                          4                             4                             4
           5                          5                             5                             5


Lj3 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8   i           1 2 3 4 5 6 7 8   i           1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                          1                             1                             1                             1 dag school
           2                          2                             2                             2                             4 dagen BPV
           3                          3                             3                             3
           4                          4                             4                             4                             3.3 en 3.4 Opstroom lln
           5                          5                             5                             5                             1 dag extra op school
                                                                                                                                 ipv BPV
Print media niveau 3 BBL:


                School      BPV                                                                                                  Uitgangspunten:


Lj1 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i
    dag    1                          1                             1                             1                              1 dag school
           2                          2                             2                             2                              4 dagen werken
           3                          3                             3                             3
           4                          4                             4                             4
           5                          5                             5                             5


Lj2 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i
    dag    1                          1                             1                             1                              1 dag school
           2                          2                             2                             2                              4 dagen werken
           3                          3                             3                             3
           4                          4                             4                             4
           5                          5                             5                             5


Lj3 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i
    dag    1                          1                             1                             1                              1 dag school
           2                          2                             2                             2                              4 dagen werken
           3                          3                             3                             3
           4                          4                             4                             4
           5                          5                             5                             5



AV & TT niveau 3:


                School      BPV                                                                                                  Uitgangspunten:


Lj1 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i
    dag    1                          1                             1                             1                              geen BPV
           2                          2                             2                             2                              1.1 t/m 1.4 lessen
           3                          3                             3                             3                              1.3 en 1.4 project:
           4                          4                             4                             4                              "diploma-uitreiking"
           5                          5                             5                             5


Lj2 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i
    dag    1                          1                             1                             1                              2.1 project:
           2                          2                             2                             2                              "Cultuur buiten brabant"
           3                          3                             3                             3                              2.2 t/m 2.4 BPV
           4                          4                             4                             4                              interweken workshops
           5                          5                             5                             5


Lj3 week       1 2 3 4 5 6 7 8    i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i       1 2 3 4 5 6 7 8       i
    dag    1                          1                             1                             1                              3.1 t/m 3.4 BPV
           2                          2                             2                             2                              3.4 project masterproef
           3                          3                             3                             3                              interweken workshops
           4                          4                             4                             4
           5                          5                             5                             5



     ___________________________________________________________________________
     De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                                                13
     Niveau 2:
     Bij de opleiding Print media op niveau 2 is gekozen voor een duaal BPV-model.
Print media niveau 2:


                School    BPV                                                                                      Uitgangspunten:


Lj1 week       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                         1                         1                         1                         1.2 snuffelstage 1 dag
           2                         2                         2                         2                         1.3 en 1.4:
           3                         3                         3                         3                         3 dagen school
           4                         4                         4                         4                         2 dagen BPV
           5                         5                         5                         5


Lj2 week       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i       1 2 3 4 5 6 7 8   i
    dag    1                         1                         1                         1                         2 dagen school
           2                         2                         2                         2                         3 dagen BPV
           3                         3                         3                         3
           4                         4                         4                         4
           5                         5                         5                         5




     ___________________________________________________________________________
     De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                                  14
3.1     Leerjaar 1 niveau 4

Contacturentabel

Onderstaand kader geeft het aantal contacturen per week weer, gedurende de 8 weken van 1
blokboekperiode.

Beroepsgericht:
21 contacturen in totaal, als volgt    2 contacturen hoorcolleges
verdeeld                               11 contacturen vaardigheidstraining
                                       8 contacturen PGO
AVO:
6 contacturen in totaal, als volgt     1 lesuur hoorcollege
verdeeld                               3 contacturen vaardigheidstraining
                                       2 lesuren PGO
Tutoruren:                             in een blok van 2 en twee enkele contacturen.
4 contacturen in totaal, als volgt
verdeeld                                  In leerjaar 1 wordt extra ruimte van 1 uur
                                           ingepland voor de mentor



Vrije ruimte
In leerjaar 1 en 2 is de vrije ruimte ingezet t.b.v. lessen, leerproces en begeleiding leerproces,
stage en excursies in de interweken en periode 2.4.


Kaders m.b.t. lokaalgebruik

               Tekenlokalen                      4 contacturen per week
GM/GI          Computerlokalen                   4 contacturen per week
               Grafische praktijklokalen         4 contacturen per week
               Tekenlokalen                      8 contacturen per week
GV             Computerlokalen                   4 contacturen per week
               Grafische praktijklokalen         2 contacturen per week
IT             Computerlokalen                   10 contacturen per week
               Grafische praktijklokalen         2 contacturen per week
MM             Tekenlokalen                      4 contacturen per week
               Computerlokalen                   10 contacturen per week




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                       15
3.2    Leerjaar 2 niveau 4

Contacturentabel

Onderstaand kader geeft het aantal contacturen per week weer, gedurende de 8 weken van 1
blokboekperiode. Dit kader geldt niet voor blokboek 2.4

Beroepsgericht:
22 contacturen in totaal, als volgt    2 contacturen hoorcolleges
verdeeld                               11 contacturen vaardigheidstraining
                                       9 contacturen PGO/PO
AVO:
6 contacturen in totaal, als volgt     1 contactuur hoorcollege
verdeeld                               3 contacturen vaardigheidstraining
                                       2 contacturen PGO/PO
Tutoruren/ Projecturen:
3 contacturen in totaal, als volgt     3 enkele contacturen.
verdeeld                               of in een blok van 2 en twee enkele contacturen.
1 mentoraat uur

Opmerking te plaatsen t.a.v. de uren AVO:
Bovenstaande houdt in dat gedurende het de blokboeken 2.1, 2.2 en 2.3 er 2 uur per week besteedt dient te
worden aan zowel de communicatieve als de exacte vaardigheden en 1 lesuur per week aan de beide andere
vaardigheden (maatschappelijke oriëntatie en lichamelijke oefening)

Periode 2.4
Voor periode 2.4 geldt onderstaand kader.

Gedurende week 1 t/m 6 volgen de deelnemers een voorbereidend programma voor de BPV-
periode en een kennismaking met de verschillende differentiaties en hiatentrainingen (bv.
pakkettrainingen).
Voor week 1 t/m 6 geldt een maximum van 32 contacturen. De verdeling ervan kan afwijken van
bovenstaande contacturentabel.

Week 7 t/m 11 worden ingevuld met BPV.
De BPV duurt tenminste 192 uur (5 weken x 40 uur en 1 vrije dag).

Bij mediavormgeven kiezen de leerlingen voor de BPV in 2.4 voor grafisch vormgeven of
multimedia vormgeven i.v.m. de stageplaats.

Afsluiten certificaten
In onderstaand overzicht staan algemene & basisdeelkwalificaties die aan het eind van leerjaar 2
afgesloten worden.

Omdat alle opleidingen overgaan naar de nieuwe competentiegerichte kwalificatiestructuur zal
onderstaand overzicht nog maar één jaar opgenomen worden in dit kaderdocument.
De opleiding Mediatechnologie maakt al gebruik van de nieuwe kwalificatiedossiers en ontbreekt
daarom in dit schema.

Algemene & basiscertificaten:                              GI/GM        GV       MM
Grafische Vorming I                                           lj 2      lj 2       --
Grafische Vorming II                                          lj 2
Nieuwe Media I                                                   --         --   lj 2
Technologie I                                                 lj 2      lj 2     lj 2
Technologie II                                                lj 2      lj 2     lj 2
Maatschappelijke Vorming IV                                   lj 2      lj 2     lj 2
Vormgeven                                                     lj   2    lj 2     lj 2
Voorbereiden                                                  lj   2    lj 2        --
Drukken                                                       lj   2       --      --
Nabewerken                                                    lj   2       --      --
Beroepsgerichte certificaten:
Elektronisch Voorbereiden                                          --   lj 2        --
Elektronisch Voorbereiden Multimedia                               --      --    lj 2



___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                              16
Kaders m.b.t. lokaalgebruik

               Tekenlokalen                      4 contacturen per week
GM/GI          Computerlokalen                   4 contacturen per week
               Grafische praktijklokalen         4 contacturen per week
               Tekenlokalen                      8 contacturen per week
GV             Computerlokalen                   4 contacturen per week
               Grafische praktijklokalen         2 contacturen per week
IT             Computerlokalen                   10 contacturen per week
               Grafische praktijklokalen         2 contacturen per week
MM             Tekenlokalen                      4 contacturen per week
               Computerlokalen                   10 contacturen per week



3.3 Versnelde opleiding Mediavormgever
(versneld is leerjaar 1 en 2 samengevoegd)

De opleiding Mediavormgever versneld volgt de nieuwe kwalificatieprofielen met bijbehorende
competenties en wordt in schooljaar 2005-2006 uitgevoerd.

De leerlingen stromen in vanaf de HAVO en doen leerjaar 1 en 2 in één schooljaar, volgens
onderstaand schema. In de bijlage is het volledige leerplanschema en de uitgangspunten te vinden.

Leerjaar 1 en 2
Introweek     PGO-blokboek             PGO-blokboek        PGO-blokboek    PO-blokboek
                                                                           Integraal project

Introductie   Thema                    Thema               Thema           Grafisch Vormgeven
PGO           Grafisch Vormgeven       Animatie/Audio      Interactie en   Animatie/Audio
              en Art en Design         en Art en Design    Art en Design   Interactie
Introductie                                                                Art en Design
grafimedia-
branche                                                                    Kennismaking met
                                                                           Differentiaties

              Casustoets of            Casustoets of       Casustoets of   Schoolexpositie
              presentatie              presentatie         presentatie


Na dit versnelde leerjaar stromen de leerlingen in bij leerjaar 3. Hiertoe kiezen de leerlingen voor
de richting multimedia of grafisch vormgeven (in verband met het soort stageplaats). De
differentiatiekeuze volgt later.

In de blokboeken is gekozen dat de leerling een kleiner aantal producten realiseert (dan in de
huidige versnelde blokboeken) zodat de ondersteuning meer verdieping kan krijgen. Dus niet: een
grote hoeveelheid producten die oppervlakkig ondersteund worden en nooit verder kunnen komen
dan een minimaal vereist niveau. Wij gaan er vanuit dat een versnelde leerling de verbreding zelf
kan aanbrengen.

De ondersteuning die in ieder blokboek terugkomt zoals communicatie, briefing, concept, reclame
en media wordt volgens een groeilijn aangeboden d.w.z. er wordt steeds minder weggegeven en
steeds meer zelf door de leerling gedaan/ingevuld/onderzocht.


Pakkettraining
De leerling wordt de mogelijkheid aangeboden om naast de reguliere ondersteuning gebruik te
laten maken van pakketondersteuning. Belangrijk is dat de ondersteuning van pakkettraining
feeling houdt met de ondersteuning die in het blokboek gegeven wordt.
De ondersteuning vindt plaats op maandag lesuur 1-2 of dinsdag 9-10.

Er zijn twee invalshoeken:
a) De leerling wordt „gestuurd‟ vanuit het blokboek.
Na 6 weken les wordt er een diagnostische toets afgenomen. Deze toets geeft inzicht in hoeverre
de leerling op niveau zit voor de pakketten die in dat blokboek worden behandeld. De begeleiding
loopt door tot week 6 van de volgende periode en dan volgt weer een nieuwe diagnostische toets
van nieuwe pakketten.



___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         17
Is het ok dan heeft de leerling de mogelijkheid om zelf andere invulling te geven aan de
ondersteuning, is het niet ok dan heeft de leerling 5 weken de tijd om zijn niveau op peil te
brengen zodat hij niet in de problemen komt voor de casustoets of taken in het blokboek.
OK is indien de verwachting bestaat dat de leerling aan het einde van de periode voldoende
vaardigheden heeft om de taken uit het blokboek (en de casustoets) kan maken.
Indien blijkt dat na de casustoets de leerling nog steeds niet de juiste vaardigheden heeft dan kan
hij zij de eerste 3 weken van het volgende blokboek nog werken aan de vaardigheden.
In blokboek 2.4 worden de vaardigheden definitief afgetoetst in het blokboek. De structuur van het
blokboek 2.4 is dat er 4 dagen gewerkt wordt aan een project. Een dag zal gereserveerd worden
voor pakkettraining en toetsing gericht op de gekozen differentiatie en op de stage.

b) de leerling kan uiteraard ook zelf invulling geven aan zijn ondersteuning gericht op zijn
behoefte. Belangrijk is dat de leerling weet wat hij op het einde van de opleiding moet kennen en
kunnen op dit gebied zodat hij een eigen plan kan maken.
Dit plan zal dan aan de ondersteuner overlegd moeten worden zodat deze daar op kan inspelen.


Contacturentabel

Onderstaand kader geeft het aantal contacturen per week weer, gedurende de 8 weken van één
blokboekperiode.

Beroepsgericht:
28 contacturen in totaal, als volgt       3 contacturen hoorcolleges
verdeeld                                  17 contacturen vaardigheidstraining
                                          8 contacturen PGO/PO
+ max 4 uren                              max. 4 uur individuele pakkettraining (a.d.h.v.
                                          diagnostische toets)
Tutoruren/projecturen:
4 contacturen in totaal, als volgt        in een blok van 2 en twee enkele contacturen.
verdeeld



3.4 Doublure Verdien Traject niveau 4
Na blokboek 2.3 wordt vastgesteld of de leerlingen in het tweede leerjaar voldoende voortgang
hebben om leerjaar 2 met succes af te ronden en om in periode 2.4 de BPV in te mogen. Leerlingen
die aan het eind van periode 3 twee of meer blokboeken onvoldoende hebben kunnen niet naar het
3e leerjaar en mogen daarom ook niet de BPV in. Deze leerlingen kunnen in periode 2.4 een
Doublure Verdien Traject volgen. Indien ze dit voldoende afsluiten mogen ze het tweede leerjaar
doubleren anders moeten ze de school verlaten.

Opleiding                             Doublure-verdientraject na 2.3 ipv 2.4
Multimedia vormgeven                  BB 1.4
Mediatechnologie/IT                   BB 1.4
Grafisch vormgeven                    Bij MVV als aparte groep ?
GI/GM                                 BB 1.4




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                        18
3.5    Leerjaar 3 en 4 niveau 4

BPV-deel
In leerjaar 3 is 3.1 en 3.2 BPV
In leerjaar 4 is 4.3 en 4.4 BPV (de laatste twee weken is Symposium)

Voor deze periodes geldt:
      Voor leerjaar 3 is de BPV-periode minimaal 684 uur (19 weken x 36 uur), met maximaal 4
       terugkomdagen.
      Voor leerjaar 4 is de BPV-periode minimaal 576 uur (16 weken x 36 uur), met maximaal 2
       terugkomdagen.
      Er kunnen lessen/ondersteuning plaatsvinden op de terugkomdagen.
      De terugkomdagen worden door het team ingevuld.
      Tijdens de terugkomdagen worden ook de opdrachten uitgelegd binnen de vrije ruimte en
       wordt er door de leerlingen ingeschreven.
      Er kan max. 1 uur per leerling projectbegeleidingsuren (begeleiding op afstand en tijdens
       de terugkomdagen) uitgegeven worden. De begeleiding zal ook plaatsvinden via het
       systeem schoollog.

Schooldeel
In leerjaar 3 is 3.3 en 3.4 schooldeel
In leerjaar 4 is 4.1 en 4.2 schooldeel

In leerjaar 3 en 4 wordt de vrije ruimte benut voor keuzeprojecten die verbreding, verdieping of
voorbereiding op doorstroom naar HBO opleiding bieden.

Lessentabel leerjaar 3
Beroepsgericht:                         6 contacturen PO onder begeleiding
22 contacturen in totaal, als volgt     15 praktijktrainingen
verdeeld                                1 hoorcollege theorie

Vrije ruimte
6 contacturen in totaal, als volgt      2 vaardigheidtrainingen,
verdeeld                                2 werkcolleges,
                                        2 begeleid zelfstandig
Projectbegeleidingsuren
2 contacturen in totaal, als volgt      2 uur projectbegeleiding
verdeeld

Lessentabel leerjaar 4
Beroepsgericht:                          8 contacturen PO
18 contacturen in totaal, als volgt      9 contacturen vaardigheidstraining differentiatie
verdeeld                                 1 uur hoorcollege theorie

Vrije ruimte
6 contacturen in totaal, als volgt       2 vaardigheidtrainingen,
verdeeld                                 2 werkcolleges,
+ max 2 uur                              2 begeleid zelfstandig

projectbegeleidingsuren:
2 contacturen in totaal waarvan 1 met    2 projectbegeleidings uren.
een groep van 5 deelnemers
(=projectgroep) en 1 met twee
projectgroepen**
* Dit blijkt in de praktijk niet optimaal te werken; in 2006-2007 veranderen.
Vrije ruimte

In schooljaar 2006-2007 wordt de lessentabel anders.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                     19
Differentiatiekeuze
Het moment van differentiatiekeuze is verschillend per opleiding.

Opleiding                    Moment van differentiatiekeuze
Grafisch vormgever           Na 4 weken in 3.3
Multimedia vormgever         Na 3.1/3.2 (dus voor aanvang 3.3)
Mediatechnologie             Na 3.1/3.2 (dus voor aanvang 3.3)
GI/GM                        Na 3.4 (dus voor aanvang 4.1/4.2)

De leerlingen bij de opleiding Mediavormgever Versneld die leerjaar 1 en 2 in één jaar doen kiezen
aan het eind van dit jaar, dus voor 3.1/3.2, tussen de richting Grafisch Vormgever of Multimedia
Vormgever i.v.m. het soort BPV-plaats. De differentiatiekeuze vindt later plaats afhankelijk van de
richting die ze gekozen hebben.

De versnelde leerlingen van de nieuwe opleiding mediavormgever krijgen de keuze uit de nieuwe
differentiaties. Omdat de versnelde leerlingen instromen bij leerjaar 3 van grafisch vormgever of
multimedia vormgever gelden de nieuwe differentiaties vanaf 2006-2007 voor alle leerlingen in
leerjaar 3.

De wens is om het moment van differentiatiekeuze in schooljaar 2006-2007 gelijk te trekken (in
ieder geval voor Grafisch Vormgever en Multimedia Vormgever i.v.m. de nieuwe
kwalificatiestructuur waarin deze opleidingen samen komen in de opleiding Mediavormgever).


Afsluiten certificaten

Na afloop van periode 4 in leerjaar 4 dienen alle certificaten van de betreffende opleiding te zijn
afgesloten met inachtneming van de gekozen differentiatie en heeft de leerling recht op zijn
diploma.

Binnen leerjaar 3 en 4 is nu al zoveel mogelijk getracht de leerlingen nog een diploma te geven
met de oude differentiaties, maar tegelijk bij het maken van de nieuwe blokboeken is rekening
gehouden met de nieuwe competenties.

Aangezien leerjaar 4 al dicht de competentiegerichte opleidingsstructuur genaderd heeft en daarbij
opleidingsoverstijgend is ingevuld, tellen hiervoor nieuwe kaders en afspraken. Vele afspraken zijn
verwerkt in het blokboeken en de begeleidingshandleiding, maar er dienen nog zaken afgestemd te
worden aangezien er verschillen tussen de opleidingen zijn ontstaan.

Nadere uitleg over de eindtermen en de nieuwe competenties is uitgewerkt in de
begeleidingshandleiding en ook al voor 2006-2007 zijn er competenties verwerkt.


Kaders onderwerpen vrije ruimte ( VR-3) voor leerjaar 3

1. Elke opleiding biedt maximaal 4 onderwerpen vrije ruimte met uitdagende opdrachten uit het
   curriculum aan voor de leerlingen van de „andere aanverwante „opleiding *
2. De opdrachten dienen de zwaarte van 96 leseenheden te hebben en 150 SBU‟s (gedurende
   twee periodes elke week 2 lesuren werkcolleges, 2 vaardigheidstrainingen en 2 begeleid
   zelfstandig)
3. De opdracht wordt individueel gemaakt en geeft daardoor ruimte aan „maatwerk‟
4. Er dienen geen eindtermen uit de eigen opleiding in voor te komen
5. Er behoeven geen eindtermen van de andere opleiding in beschreven te worden
6. Leerlingen krijgen in de BPV periode 3.1/3.2 tijdens terugkomdag 1 de uitleg, tijdens dag 2
   geven zij hun eerste en hun tweede keuze.
7. Tijdens de interweek tussen 3.1-3.2 geven de leerlingen die een eigen opdracht beschrijven
   een uitvoerige beschrijving (volgens vastgestelde criteria) van hun eigen keuze opdracht die
   niet op de lijst ( VR-3) voorkomt.
8. De verplichte keuze van een VR- opdracht heeft een inspanningsverplichting, waarbij de
   leerling aan deze inspanningsverplichting voldaan moet hebben voordat hij aan BB 4.1/4.2 mag
   beginnen
9. Heeft hij deze inspanning niet verricht tijdens BB 3.3/3.4 dan betekent dit dat deze deelnemer
   doubleert.


___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                        20
10. De leerling kan beloond worden met een vermelding op zijn BB rapportage na de controle van
    doelen en eisen en wordt de opdracht als aanvulling van zijn portfolio gezien.

* Voor lijst van VR-3 opdrachten zie bijlage


Kaders onderwerpen Vrije Ruimte (VR-4) voor leerjaar 4 niveau 4

Er zijn voor schooljaar 2005-2006 verplichte keuze- projecten/opdrachten ontwikkeld (zie bijlage).
Deze bestrijken twee gebieden nl. verdieping/specialisatie eigen vakgebied en doorstroom HBO.

    a) Het gebied verdieping/specialisatie kan gezocht worden in nog verdere verdieping van de
       eigen opleiding met leerdoelen/competenties die niet binnen de eindtermen/competenties
       vallen van de al gegeven opleiding. Hiertoe kiezen leerlingen tussen:
       - een eigen project (leerlingen maken een plan van aanpak) en
       - een door de school aangeboden project (zie bijlage).
       De projecten/opdrachten dienen de zwaarte van 96 leseenheden te hebben en 150 SBU‟s
       (gedurende twee periodes per week 2 werkcolleges, 2 vaardigheidstrainingen en 2 begeleid
       zelfstandige uren)
    b) Het gebied doorstroom HBO is ingevuld met gerichte aanvulling van competenties die nodig
       zijn voor een HBO –opleiding in het algemeen en met competenties voor specifieke HBO-
       opleidingen, die wellicht een vrijstelling kunnen genereren en minimaal direct effect voor
       de leerlingen beogen.
       De ondersteuning kan afhankelijk zijn van de HBO-opleiding wanneer er wellicht faciliteiten
       (tijd en ruimte) geboden worden vanuit het HBO. De inspanning betreft 150 SBU.

Beoordeling traject in de vrije ruimte (VR-4).
VR-4 wordt op de volgende manieren getoetst en beoordeeld:
1. De leerling krijgt een beoordeling voor het individuele product door de vakdocent(en). Deze
beoordeling is diagnostisch en telt niet mee voor het behalen van VR-4.
2. De leerling krijgt een beoordeling van de vakdocent(en) (voldoende of onvoldoende) voor het
leerproces aan de hand van een assessmentformulier.

VR-4 is behaald wanneer aan de volgende eis is voldaan:
1. De beoordeling van het individuele proces door de vakdocent(en) is voldoende.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                       21
    3.6     Groeilijnen taken en projecten voor de niveau 4 opleidingen

           Tutoruren              32       32       32      32         24         24    14             16     8       8       16     16     16     16   8    8

             Periode                 1       2         3         4       5         6          7         8     9 & 10           11 &12        13 & 14    15 & 16
            Blokboek                1.1     1.2       1.3       1.4     2.1       2.2        2.3       2.4    3.1/3.2          3.3/3.4       4.1/4.2    4.3/4.4


      Taken/projecten                 20-24               18-22          10-16                     2              1                1 of 2        1          1



    Blok          1#         2         3         4         5      6&     7$            8*        9** 10**             11             12     13**     14**   15**      16**
                  1.1       1.2       1.3       1.4       2.1     2.2    2.3           2.4     3. 1   3.2             3.3            3.4     4.1     4.2     4.3       4.4
    Tutor         32        32        32        32        24      24     24             9       12    12              16             16      16       16      8         8

                                PGO                                    PO                               BPV                    PO             Project             BPV

  Probleem        3         3          3        3         3       3

  Strategie       1         1          2        2         3       3

Studie /          @         @          @        @         @       @
  Toepassing

  Discussie       2         2          2        2         1       1

Totaal aan-       20        20        18        18        14      14          1        1
tal taken          -         -         -         -         -       -                                   1                  2           2          2                1
                  24        24        22        22        18      18
  @ is rest



    Voor de versnelde opleidingen geldt
    onderstaand schema:                                                                    # met 4 gemeenschappelijke taken
                                                                                           & bevat projecttaak als overgang naar PO
          Blok     1#            2         3         4                                     $ met miniproject / „gesloten‟ project
                   v.1          v.2       v.3       v.4                                    * met een project in 6 weken
       Tutor       32           32        32        32                                     **    een project per semester
                                                                                           ***    de studie- en toepassingtaken kunnen variabel
                             PGO                    PO                                            worden ingevuld, indien je het totaal aantal
                                                                                                  taken niet het maximum laat overschrijden
     Probleem          4        5          4          0

     Strategie         2        3          2          0                                       = PGO

    Studie /           @        @          @                                                  = PO: projectmatig werken
     Toepassing                                                                               projecttaproj
     Discussie         2        2          2          0                                       = Project (multidisciplinair)

      Totaal           18                  14                                                 = BPV
      Aantal            -                   -        1
      taken            22                  18
     @ is rest




    ___________________________________________________________________________
    De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                                                               22
Uitleg

Blokboek 1.1 t/m blokboek 2.1 zijn de blokboeken volgens de volledige PGO-didactiek geschreven.
NB:    de bij de taken behorende stappenplannen kunnen ook een groeilijn vertonen, de
       deelnemers volgen hun stappenplannen in het begin volledig met de tutor en gaan daarna
       steeds meer zelf stappen zetten. De overgebleven stappen ga je dan met je tutor
       gezamenlijk zetten.

Blokboek 2.2 is een overgangsblokboek, d.w.z. dat het project is opgebouwd in fases vergelijkbaar
met de projectfases van een project, maar nog ingevuld met taken (probleem- , strategie, studie
etc. ) (zie Boek M.A.F. Dekkers van leerplan tot blokboek v.a. pg 111). Ook worden projecttaken
uitgezet naast de al bekende taken van het PGO.

BB 2.3,2.4 en 3.1/3.2 zijn blokboeken waarin de leerling individueel aan projectmatige opdrachten
werkt, we gebruiken hierbij een „gesloten‟ project en de projectfasen worden doorlopen aan de
hand van een projectstappenplan (zie reader projectstappenplan 2003-2004).

Blokboek 2.4 is een blokboek wat gedeeltelijk op school plaatsvindt en gedeeltelijk op de BPV-
plaats. Op school krijgen de deelnemers veel studiemogelijkheden t.a.v. de beroeps- en
differentiatieoriëntatie en worden ze verder voorbereid op de BPV. Ook krijgen de deelnemers
gedurende ondersteuning op beroepsvaardigheid en werkhouding. Daarna gaat de student naar
een bedrijf, waarin hij werkt aan de projecttaak/opdracht , maar ook al eenvoudige
werkzaamheden verricht.

Blokboek 3.1 /3.2 is één blokboek wat een projecttaak (taken) (onderzoek op het bedrijf ) en een
BPV gedeelte waarin veel werkzaamheden voor het bedrijf verricht worden. De projecttaak geeft de
studenten informatie over de fases en geeft duidelijke kaders omtrent de projectopdracht.

Blokboek 3.3 /3.4 is één blokboek per opleiding en dit kan meerdere projecten/deelprojecten
bevatten, waarbij het differentiatiedeel gestuurd wordt door eindtermen/competenties en het
verplichte verbredingsgedeelte plaatst vindt in de vrije ruimte (zie leerjaar 3 en 4).
N.B. Bij Mediatechnologie is gekozen voor twee blokboeken voor de twee uitstroomdifferentiaties
webmaster en workflowbeheerder.

Blokboek 4.1/ 4.2 is één blokboek voor alle opleidingen met opleidingsoverstijgend projecten,
waarbij de leerlingen in een bedrijf ingezet worden volgens hun differentiatie met daarnaast een
individuele projecttaak t.b.v. de gekozen differentiatie. Daarnaast is er het vrije ruimte-deel (zie
leerjaar 3 en 4). De presentatie van de ontwikkelde producten vindt plaats in de „bekende‟
tentoonstelling in de Witte Dame.

Blokboek 4.3 en 4.4 is één BPV-blokboek waarin de leerling naast zijn werkzaamheden in het
bedrijf werkt aan het aanvullen van zijn laatste te behalen competenties en het vullen van zijn
portfolio. De opleiding wordt afgerond met een symposium dat de laatste twee weken op school
plaatsvindt. Tijdens dit symposium geeft de student een presentatie van een innovatief onderwerp
uit zijn BPV.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         23
     3.7 Project ‘opstroom’ van leerjaar 3 naar 4
     Vanuit niveau 3 Print media / DTP media & communicatie is doorstroom mogelijk naar niveau 4:
       Grafisch vormgever (creatief dtp'er)
       Multimedia vormgever (interactie vormgeving)
       Mediamanagement (intermediair en productie)

     Doorstroomcriteria:
     a) Positief advies van team 5
     b) In de intakeopdracht (thuis en school). De opdracht wordt in periode 3.3 gegeven (het
        bovenbouwteam zorgt voor deze opdracht.
        Beoordelingscriteria zijn: beroepsvaardigheden, creativiteit en zelfstandigheid.

     Ad a) Het advies van het team is gebaseerd op wat de deelnemer tijdens zijn opleiding laat zien.
     De deelnemer van niveau 3 bewijst tijdens het laatste jaar van niveau 3 een beeld te kunnen
     geven van zijn motivatie om de opleiding met niveau 4 af te ronden. Dit doet hij met behulp van
     m.b.v. een portfolio. Op basis hiervan maakt de leerling in samenwerking met zijn begeleider een
     inventarisatie van zijn competenties. Zo weet hij welke competenties hij nog dient te behalen om
     aan te kunnen sluiten bij niveau 4.
     De leerling volgt 1 dag per week op school een opstroomtraject in periode 3.3 en 3.4, hiertoe heeft
     de leerling 1 dag minder BPV (blokboek open dag, 3.3/3.4 niveau 3). Op het einde van deze
     periode wordt bepaald of de leerling wordt toegelaten tot de niveau 4 opleiding.

     Vervolgens volgt de leerling het opstroomtraject 3.1/3.2 van niveau 4 in plaats van de BPV tijdens
     3.1/3.2. De leerling ontwikkelt de nog te verwerven competenties aan de hand van projecten
     (projecttaken) waarbij de deelnemer zijn of haar inzet toont, naar gelang de te verwerven
     competenties (blokboek Idols 3 in 3.1/3.2 bij niveau 4). Dit blokboek volgt onderstaande kaders.

     Beroepsgericht:
     27 contacturen in totaal, als volgt          2 contactuur hoorcollege
     verdeeld                                     13 contacturen vaardigheidstraining
                                                  12 contacturen PO
     projectbegeleidingsuren:
     3 contacturen
     1 mentoruur

     Na 3.1/3.2 opstroomtraject stroomt de deelnemer in het reguliere traject van de niveau 4 opleiding
     in leerjaar 3 in, startend met blokboeken 3.3/3.4.
Niveau 3
                 1                                  2                                               3
  1.1      1.2       1.3   1.4      2.1      2.2          2.3      2.4       3.1         3.2              3.3       3.4
                                  duaal:   duaal:       duaal:   duaal:    duaal:      duaal:           duaal:    duaal:
                                  BPV &    BPV &        BPV &    BPV &     BPV &       BPV &            BPV &     BPV &
                                  binnen   binnen       binnen   binnen    binnen      binnen           binnen    binnen

                                                                                                          3.4 Opstroom-
                                                                           voorlichting & inzicht             traject

                                                                  ll wens opstroom        intake-opdracht             beslispunt:
                                                                      aangeven!                                    wel/niet naar niv4



                                                                                 3.1/3.2
                                                                             Opstroomtraject
Niveau 4
                 1                                  2                                               3                                        4
  1.1      1.2       1.3   1.4     2.1      2.2          2.3     2.4             3.1/3.2                    3.3/3.4                4.1/4.2       4.3/4.4
                                                                 BPV              BPV                                                             BPV



     Voor schooljaar 2006-2007 is de wens om opnieuw te bekijken hoe het doorstroomtraject beter
     ingericht kan worden. Een idee is om meer accent op doorstroomtraject in leerjaar 3 van niveau 3
     te leggen, zodat de leerling in niveau 4 direct kan instromen in de BPV 3.1/3.2 van niveau 4.




     ___________________________________________________________________________
     De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                                              24
  3.8       Niveau 3 Print Media (elektronisch voorbereiden, offset drukken,
            zeefdrukken)

  Leerjaar 1
  Binnen de opleidingen van niveau 3 Print Media is er vorig jaar een aanvang gemaakt met het
  schrijven van de blokboeken voor leerjaar 1. Team techniek heeft daarbij gekozen voor een meer
  gesloten traject, waarbij de taken minder in aantal zijn dan bij het PGO-onderwijs bij de niveau-4
  opleidingen en waarbij de taken meer sturen en meer gesloten zijn. Wel is gekozen voor
  vakkenintegratie, mits er voldoende ruimte is om de leerlingen een basisrooster aan te bieden.
  Vandaar dat het team kiest voor de naam TGO- onderwijs (Taakgericht).

  Differentiatiekeuze niveau 3
  Leerlingen schrijven zich in voor de opleiding Print Media. Na leerjaar 1 kiezen ze een differentiatie
  (elektronisch voorbereiden, offset drukken of zeefdrukken).

  Leerjaar 2
  Binnen leerjaar twee is gekozen om de BPV in het blokboek te integreren. Daardoor ontstaat een
  schooldeel met een BPV-deel. Aangezien de uitstroomdifferentiaties niet beroepsmatig leiden tot
  samenwerking, is binnen deze opleidingen gekozen om zowel de taken (in het schooldeel) als de
  opdrachten (in het BPV-deel) zowel aan te bieden in een gemeenschappelijk deel als een
  uitstroomdeel. Vanaf blokboek 2.2. komen er varianten met verschillende uitstroom. (De basis van
  het blokboek blijft gelijk met variabelen per uitstroom.)
  Verder worden de taken en opdrachten steeds meer gericht op projectmatige aanpak, waarbij de
  leerling zelf verantwoordelijk wordt voor de aanpak van zijn taken en opdrachten op school en op
  het werk. Door de sturing via TGO is de leerling beter in staat steeds zelfstandiger en steeds meer
  gestructureerd (m.b.v. aangeleerde stappen en fasen) werk aan te pakken.

  Kaders met betrekking tot didactische groeilijnen binnen blokboeken Techniek
  (Printmedia)

Blok              1      2      3       4       5          6            7 en 8         9 en 10      11 en 12
                 1.1    1.2    1.3     1.4     2.1        2.2          2.3/2.4         3.1/3.2      3.3/3.4
Tutor-uren       16     16     16       16      8          8              16              16           16
   Aantal         -      -      -     Snuf-   3 dgn      3 dgn          3 dgn           4 dgn        4 dgn
 dagen BPV                             fel-
  per week                            stage
Probleem-         1      1      1        1      -           -
taak
Strategie-        -      -      1       1       -           -
taak

Studietaak        4      4      4       4       -           -

Toepassings-      4      4      3       3       -           -
taak

Discussie-        1      1      1       1       -           -
taak
algemene                                      2à3         2à3            max 2             -             -
taken                                                                (in 05-06 : 0)
diff. taken                                   max 3       max 3          max 2             -             -
                                                      (EVB /MM : 3   (EVB /MM : 0
                                                        Zeefdr. :3     Zeefdr. :0
                                                        Offset :3)     Offset :0)
BPV-                                            7           6-9          12-16           zie BB       zie BB
opdrachten                                             EVB/MM: 8     EVB /MM :13           diff.        diff.
                                                        Zeefdr.: 6    Zeefdr. : 14
                                                         Offset:9      Offset : 16
Projecten                                               1 project-          1               1            1
                                                           taak                        (in 05-06:   (in 05-06:
                                                       (=gesloten                     geen; oude    geen; oude
                                                         project)                      structuur)    structuur)
Totaal            10    10     10      10
aantal taken




  ___________________________________________________________________________
  De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                25
Contacturentabel

Onderstaand basisrooster geeft het gemiddeld aantal contacturen per week weer, gedurende de de
8 weken van 1 blokboekperiode.

Basisrooster TGO

                                                     Leerjaar 1       Leerjaar 2         Leerjaar 3
Elektronisch voorbereiden                                2
Multimediaproductie                                      2                 4                 5
PrintMedia (vanaf PDF-bestand)                           6
Technologie                                              2                  1                1
Ondersteuningslessen Grafische Technieken                2                  -                -
Ondersteuningslessen Nederlands                          1                  1
Ondersteuningslessen Arbeid & Maatschappij               1                  1                1
Ondersteuningslessen Engels                              1                  1
Ondersteuningslessen Wiskunde                            1                  1                1
Ondersteuningslessen Natuurkunde                         1                  1
Ondersteuningslessen Lio                                 1                  1                -
Bijeenkomst Tutorgroep                                   2                  1                -
Begeleid zelfstandig                                     9                  3                -
Mentoruur                                                1                  1
                        Total aantal contacturen        32                 16                8

Vrije ruimte wordt ingezet t.b.v. snuffelstage en excursies

Afsluiten certificaten

In onderstaande schema‟s wordt per opleiding aangegeven welke certificaten waar verwerkt c.q.
afgesloten worden.

Elektronisch voorbereiden

Blok                        1.1   1.2    1.3   1.4    2.1     2.2    2.3   2.4     3.1     3.2   3.3   3.4
Certificaat
Grafische Vorming            x     x      x      x
Technologie 1                x     x      x      x
Technologie 2                                          x         x    x        x
Basiscertificaat             x     x      x      x     x         x    x        x
Beroepscertificaat                                                                  x       x     x     x
Maatschapp. vorming          x     x      x      x     x         x    x        x    x       x     x     x
Differentiatiecertificaat                              x         x    x        x    x       x     x     x
MM (keuzevak)                             x      x     x         x    x        x    x       x     x     x
IT (keuzevak)                             x      x     x         x    x        x    x       x     x     x



Offsetdrukken en Zeefdrukken

Blok                        1.1   1.2    1.3   1.4    2.1     2.2    2.3   2.4     3.1     3.2   3.3   3.4
Certificaat
Grafische Vorming            x     x      x      x
Technologie 1                x     x      x      x
Technologie 2                                          x         x    x        x
Basiscertificaat             x     x      x      x     x         x
Beroepscertificaat                                                                  x       x     x     x
Maatschapp. vorming          x     x      x      x     x         x    x        x    x       x     x     x
Differentiatiecertificaat                              x         x    x        x    x       x     x     x




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         26
Nabewerken

 Blok                        1.1      1.2   1.3     1.4     2.1    2.2     2.3   2.4   3.1   3.2   3.3   3.4
Certificaat
Grafische Vorming             x        x       x     x
Technologie 1                 x        x       x     x
Technologie 2                                                x         x    x     x
Basiscertificaat              x        x       x     x       x         x
Beroepscertificaat                                                                      x     x     x     x
Maatschapp. vorming           x        x       x     x       x         x    x     x     x     x     x     x
Differentiatiecertificaat                                    x         x    x     x     x     x     x     x


Kaders m.b.t. lokaalgebruik

                             Leerjaar 1        Leerjaar 2    Leerjaar 3
Computerlokaal PC                4
Computerlokaal MAC               4
PrintMedialokaal                 8
Tutorruimte                      2
Theorielokaal                    8
Gymzaal                          1
Hoorcollege                      0
Open Leer Centrum /              6
BZW


3.9   Theatertechniek & en Medewerker audiovisuele vorming Niveau 3[Ben]

Podiumtechniek en medewerker Audiovisuele vorming. Bij deze laatste twee opleidingen is ervoor
gekozen om van achteren naar voren te ontwikkelen. Dus eerst leerjaar 3, dan leerjaar 2 en
vervolgens leerjaar 1. Inmiddels is er voor leerjaar 3 en 2 een projectboek ontwikkeld, waarbij voor
de BPV nog het POB wordt gehanteerd. Er moet onderzocht worden of net als bij de andere
techniek opleidingen BPV gekoppeld moet worden binnen het blokboek, dat stemt beter overeen
met de uitgangspunten van integratie school en bedrijf.
Ook voor dit jaar worden nog geen blokboeken voor leerjaar 1 ontwikkeld, maar er is wel een pilot
project gestart rondom de diploma-uitreiking. Deze pilot dient geëvalueerd te worden.

Leerplanschema
jaar Periode 1                     Periode 2                Periode 3              Periode 4
1    vakken                        vakken                   Blokboek: pilot: beroepsmatige vakken bij
                                   Open dag                 elkaar gevoegd in project,
                                                            daarnaast AVO vakken
2     Project Londen,              BPV                      BPV                    BPV
      vakken NE & EN               2 terugkomdagen?         terugkomdag            2 terugkomdag
3     BPV                          BPV                      BPV                    5 weken BPV
      Project Masterproef          Project Masterproef      Project Masterproef    4 weken Masterproef
      voorbereiden                                                                 project op school
      Workshops in
      interweek


Afsluitende certificaten
Algemene & basiscertificaten:                                     TT       AV
Technologie AVM                                                             2
Introductie Audiovisuele Branche                                            2
Technologie Theatertechniek                                        2
Introductie Theatertechniek                                        2
Maatschappelijke Vorming AVM                                                2
Maatschappelijke Vorming Theatertechniek                           2
Facilitair Bedrijf                                                          2
Theatertechniek                                                    2
Beroepsgerichte certificaten:

___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                           27
Audiovisueel medewerker                                                             3
Inspiciënt/Theatertechnicus                                              3
Differentiatie certificaten:
Licht, geluid, beeld                                                                3
Licht, geluid, decor                                                     3



3.10 AV- specialist niveau 4
Er wordt een nieuwe opleiding ontwikkeld op basis van de nieuwe competentiegerichte structuur.
Deze gaat van start in 2006-2007.

In de ontwikkeling wordt gestart met leerjaar 1. Hiervoor worden PGO blokboeken ontwikkeld
volgens dezelfde kaders als de andere niveau 4 opleidingen.
De groepsgrootte voor vaardigheidstrainingen is kleiner dan bij andere niveau 4 opleidingen, in
zowel de onderbouw als de bovenbouw i.v.m. faciliteiten.


Uitstroomdifferentiaties AV-specialist:
-   Lichttechnicus
-   Geluidstechnicus
-   Video editor (aandachtspunt: aansluiting zoeken bij mediavormgever uitstroomdifferentiatie
    animatie/AV-vormgeving).
-   Fotograaf (aandachtspunt: aansluiting zoeken bij mediavormgever & VR).

Leerplanschema met BPV-model

De eerste 1,5 jaar starten de leerlingen van niveau 3 en 4 gezamenlijk. Dit kan omdat zij dezelfde
kerncompetenties moeten behalen.

                                                             Niveau 3 en 4

                                   Leerjaar 1                                            2006
                                        1             2            3        4
                                                                       PGO, mini
                                   PGO          PGO          PGO
                                                                       project




                                   Leerjaar 2                Determinatie niv 3/4
                                        1             2                                  2007
                                            BPV




                       Niveau 3                                                                 Niveau 4

                                                                                                Keuze uitstroomdifferentiatie
Leerjaar 2                                                             Leerjaar 2
                            3            4            2007                                          3          4          2007




Leerjaar 3                                                             Leerjaar 3
     1          2           3            4            2008                  1          2            3          4          2008
        project                  BPV                                           project                  BPV




Opstroomtraject niveau 3 > 4                          2009             Leerjaar 4
                                                                            1           2           3          4          2009
Indien voldaan is aan opstroomcriteria kan de leerling
                                                                              project             eigen bedrijf, zelf
instromen op niveau 4 in blok 3.1/3.2. De leerling
                                                                         (multi disciplinair)   echte opdracht zoeken
stroomt in op een uitstroomdifferentiatie.



Argumenten voor gemaakte keuzes bij bovenstaand model:



___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                              28
   Om te kunnen groeien naar meer klassen is het nodig om het aandeel BPV te verminderen
    t.o.v. de huidige situatie (leerjaar 2 en 3 bijna volledig BPV) om zodanig voldoende BPV-
    bedrijven te hebben.
   De leerlingen schrijven zich in op niveau 3 of 4 op basis van intakegesprek.
   Alle leerlingen van niveau 3 en 4 starten gezamenlijk met de opleiding dit omdat er een grote
    overlap zit in de competentie van niveau 3 en 4 (1 t/m 16 zijn gelijk). In leerjaar 2 is er een
    BPV-periode gepland als oriëntatie op het vakgebied en ter determinatie van niveau 3 en 4. Na
    afloop van deze BPV- periode is het mogelijk om een gedegen onderscheid te maken tussen
    leerlingen die niveau 3 en niveau 4 aankunnen. Eventueel herplaatsing kan dan aan de orde
    zijn.
   Vervolgens wordt periode 2.3/2.4 gebruikt voor het verder ontwikkelen van de
    basiscompetenties bij niveau 3 en niveau 4 (bij niveau 4 is op sommige onderdelen meer
    verdieping bij dezelfde competenties vereist).
   Niveau 3 werkt in leerjaar 3 aan de basis en uitstroomcompetenties voor de
    uitstroomdifferentiatie All round AV-medewerker of Podiumtechnicus
   Niveau 4 kiest aan het einde van leerjaar 2 voor een uitstroomdifferentiatie.
   Vervolgens wordt 3.1/3.2 gebruikt om de leerling voor te bereiden op de BPV-periode 3.3/3.4
    waarin hij aan zijn uitstroomdifferentiatie werkt.
   Het voordeel van BPV van de 2e jaars in periode 1 en 2 en 3e jaars in periode 3 en 4 is dat de
    BPV-bedrijven twee keer bezet kunnen worden.
   Periode 4.1/4.2 is binnenschools, hierdoor is het mogelijk dat de leerlingen meedraaien in
    multi-disciplinaire projecten.
   In periode 4.3/4.4 werken de leerlingen aan een eigen echte opdracht of eigen bedrijf (dus
    geen BPV-bedrijven nodig).


Contacturentabel
Zie niveau 4.

3.11 All round AV medewerker niveau 3 en Podiumtechnicus niveau 3

De nieuwe opleiding wordt gebaseerd op de competentiegericht structuur en gaat van start in
2006-2007.

Leerplanschema met BPV-model
Zie leerplanschema bij AV-specialist niveau 4.

N.B. Er worden aparte klassen voor podiumtechnicus en AV gevormd. Dit omdat de context van de
taken en projecten verschilt. Een aantal onderdelen kunnen gezamenlijk aangeboden worden
omdat er grote overlap tussen de beroepen bestaat.

Contacturentabel
1.1 t/m 2.2 zie niveau 4
2.3 t/m 3.4 volgend jaar ontwikkelen

3.12 Opstroomtraject Podiumtechnicus van niveau 3 > 4

Vooralsnog wordt er geen opleiding podiumtechnicus niveau 4 aangeboden.

Wel is het mogelijk om leerlingen van podiumtechnicus niveau 3 te laten opstromen naar de
uitstroomdifferentiaties lichttechnicus of geluidstechnicus van niveau 4. De competenties van deze
uitstroomdifferentiaties zijn namelijk voor podiumtechnicus en AV-productie gelijk (zijn opgenomen
in kwalificatiedossier AV).




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                        29
4     Begeleiding
De inhoudsgroep gaat met dit onderwerp aan de slag. Zij ontwikkelt visie voor lange termijn.


4.1    Begeleidingsvisie

Begeleidingsvisie gerelateerd aan uitgangspunten, onderwijsconcept en toekomstige
ontwikkelingen

Visie op begeleiden:
De Eindhovense School ondersteunt deelnemers in allerlei vormen, zowel docentafhankelijk als
docentonafhankelijk, teneinde hen zo goed mogelijk te faciliteren. De begeleiding is gebaseerd op
de constructivistische leeropvatting. Volgens deze opvatting over leren bouwen lerenden zelf kennis
en vaardigheden op. Informatie die van buitenaf wordt aangeboden wordt niet rechtstreeks
opgenomen, maar wordt geïnterpreteerd, bewerkt en geassimileerd, in samenhang met de
aanwezige voorkennis, vaardigheden en verwachtingen van de lerende. Wat en hoeveel hij
opsteekt van de instructie hangt af van wat hij tijdens de instructie doet. „Onderwijzen‟ is dan ook
binnen een constructivistische visie het creëren van een omgeving waarin de kans dat deelnemers
zelf waardevolle en juiste informatie opbouwen, maximaal is. Daarnaast stelt De Eindhovense
School dat lerenden leren van elkaar, met elkaar en door elkaar, dus wordt de tutorgroep en
projectgroep als kleinst mogelijke eenheid beschouwd binnen ons onderwijs. Individuele
leertrajecten worden vooral uitgezet tijdens de BPV . De Eindhovense School kiest hierbij als
begeleidingsinstrument het persoonlijk ontwikkelingsplan voor deelnemers. Daarnaast gebruikt de
leerling assessmentformulieren en bouwt een portfolio op (bevat bewijslast van
vaardigheden/competenties) om een inschatting maken van zijn leerproces. Deze instrumenten
bevatten ook criteria waarbij de leerling een voldoende dient te behalen.

Concreet leidt bovenstaande tot de volgende uitgangspunten met betrekking tot begeleiding:
   de begeleiding is ondersteunend aan het leren.
   de begeleiding past binnen de groeifilosofie d.w.z.:
    - kwantitatief: van meer naar minder.
    - kwalitatief: accent op het ontwikkelen van leren leervaardigheden en in toenemende mate
       reflectief.
   formatieve toetsing en begeleiding wordt gekoppeld.
   de intake is gericht op het inzicht verkrijgen in het competentieprofiel van de instromende
    deelnemer. Elke opleiding heeft zijn eigen opleidingsprofiel.
   iedere deelnemer wordt gezien als een unieke persoonlijkheid met specifieke
    begeleidingsbehoeften gegeven de kwalificatie eisen en de identiteit van De Eindhovense
    School waarbij rekening gehouden wordt met zijn maatschappelijke en culturele
    achtergronden.
   de opleiding wil modern, toonaangevend onderwijs bieden, dat naar gelang de talenten en
    ambities van de primaire klanten (deelnemers), gericht is op kwalificatie voor relevante
    beroepen en functies dan wel op doorstroming naar ander beroepsonderwijs of hoger
    beroepsonderwijs (verticale en horizontale doorstroom).
   de BPV-begeleiding wordt afgestemd op bovengenoemde begeleidingsfilosofie.
   Er wordt onderzocht in hoeverre een loopbaanbegeleider bijdraagt aan de begeleiding van het
    leerproces van de leerling en bij de keuze van een mogelijke vervolgopleiding.


4.2    Hoofdlijnen begeleidingsbeleid

Hoe is de begeleiding nu ingericht binnen ons onderwijs en hoe willen we dit graag zien in de
toekomst.
De investering in begeleiding is de eerste jaren van een cohort relatief groot. Dit kan echter
teruggewonnen worden in de laatste leerjaren van de opleiding. Dit is gestoeld op het principe van
afnemende begeleiding.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         30
4.3    Begeleidingsrollen

Binnen De Eindhovense School kennen we verschillende vormen van docentafhankelijke en
docentonafhankelijke begeleiding, zoals: werkcolleges, hoorcolleges, trainingen, schriftelijke
zelfstudiepakketten, video‟s, simulatieprogramma‟s, trainings-cd-roms.

Tutoruur/projectbegeleidersuur:
start van het onderwijsleerproces, begeleiding vooral gericht op de proceskant.

Hoorcollege:
de docent geeft aan 2 klassen tegelijk informatie door, éénrichtingsverkeer.

Vaardigheidstraining:
Vakinhoudelijke training of training beroepsvaardigheden en maatschappelijke vaardigheden
(theorie en praktijk)

PGO/Projecturen
Deelnemers werken zelfstandig aan hun taken/projectproducten, de docent is aanwezig als
vraagbaak. Deze uren kunnen ook besteed worden aan vaardigheidslessen.

Zelfstandig werken:
Deelnemers werken zelfstandig aan hun taken. Zij maken hiervoor afspraken met hun
tutorgroep/projectgroep en reserveren indien nodig ruimtes op school.

De uren hebben een bepaalde relatie met elkaar. Het tutoruur/begeleidersuur wordt gebruikt voor
de opstart en afsluiting van taken en projectfases. In de ondersteunende lessen worden de
vaardigheden die nodig zijn voor het maken van de taken aangeleerd, geoefend. Gestuurd vanuit
de leervragen die deelnemers in de tutoruren hebben geformuleerd. De deelnemers werken aan
hun taken/producten in de PGO-/projecturen, waarbij begeleiding aanwezig is en ze werken
zelfstandig in groepjes.

POP
Persoonlijk ontwikkelingsplan. Hierin kan worden vastgelegd, in overleg met de tutor, welke
competenties de deelnemer in de komende periode gaat ontwikkelen en welke studieactiviteiten hij
daarvoor gaat ondernemen.

Begeleidingsrollen:

     Procesbegeleiding:

      Tutor/projectbegeleider:   Is degene die deelnemers coacht en procesmatig begeleidt bij het
                                 realiseren van taken, projecten en projectopdrachten gedurende
                                 een blokperiode. Stuurt op het leerproces.

      Deelnemersbegeleider:      deelnemersbegeleider draagt zorg voor de leerroute, de keuze en
                                 de sociaal-emotionele begeleiding van de individuele deelnemer
                                 gedurende een langere periode.

      Docent:                    Docent geeft beroepsinhoudelijke ondersteuning en ondersteunt
                                 leerproces.

      Praktijkbegeleider:        Begeleidt de deelnemers op het bedrijf en beoordeelt
                                 beroepsvaardigheden d.m.v. een praktijkassessmentformulier*

      BPV-Docent:                Is degene die deelnemers coacht en procesmatig begeleidt bij het
                                 realiseren van taken, projecten en projectopdrachten gedurende
                                 een blokperiode tijdens de BPV. Stuurt op het leerproces en is
                                 intermediair tussen school en bedrijf*

     Productbegeleiding:

      Ondersteunend docent:      Verzorgt theorie, werkcolleges en vaardigheidstrainingen ter
                                 ondersteuning van taken, projectopdrachten en projecten.

      Instructeur                Begeleidt deelnemers in de uitvoeringsfase bij het oefenen van

___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                      31
                                vaardigheden en het ontwikkelen van beroepsproducten.

    Onderwijsassistent          Ondersteunt de docent tijdens de theorie, werkcolleges en
                                vaardigheidstrainingen.


Taken voor de tutor:
           o   introductie van de deelnemers
           o   begeleiden en beoordelen van het leerproces van de deelnemer
           o   voeren van evaluatiegesprekken met de deelnemer
           o   onderhouden van de dossiers
           o   signaleren van leerdeficiënties
           o   signaleren van sociaal- emotionele problemen
           o   doorverwijzing naar deelnemerbegeleider en/of decaan
           o   voeren van gesprekken met ouders (ouderavonden)
           o   voorbereiden en bijwonen van examenvergaderingen
           o   bewaken van de aanwezigheid van de deelnemer tijdens tutorbijeenkomsten en
               binnen een week bij de deelnemer informeren naar de reden van afwezigheid
            o informatie verstrekken over de deelnemer aan vakdocenten, deelnemersbegeleider
               en decaan.
            o deelnemersinformatie overdragen aan volgende tutor

Taken voor de deelnemersbegeleider:
           o voeren van gesprekken met deelnemers en/of ouders bij leerproblemen en/of
               sociaal- emotionele problemen
           o doorverwijzen naar externe hulpverleners en instanties
           o registreren van schoolverlaters
           o zorgen voor verslaglegging en advies
           o informatie verstrekken over de deelnemer aan vakdocenten, decaan en tutor.
           o ondersteunen van de tutor
           o advies aan directie over optimalisering van het begeleidingssysteem
           o bewaken van de overdracht van dossiers

Taken voor de decaan:
           o   verzorgen van de uitstroombegeleiding bij voortijdig schoolverlaten
           o   geven van informatie over vervolgopleidingen
           o   bieden van hulp en advies bij de keuze voor een vervolgopleiding
           o   geven van voorlichting over de studieprogramma‟s in de verschillende
               studierichtingen
            o registreren van schoolverlaters
            o advies aan directie over optimalisering van het begeleidingssysteem

Taken voor de   bpv-consulent:
           o     is verantwoordelijk voor de plaatsing van de deelnemer
           o     voor de kwaliteitsbewaking van BPV
           o     draagt zorg voor de communicatie tussen bedrijf en school

Taken voor de praktijkbegeleider:
           o draagt zorg voor de begeleiding van de deelnemer
           o is medeverantwoordelijk voor het leerproces van de deelnemer.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                 32
4.4   Begeleiding

Hoe gaan we de begeleiding inhoud en vorm geven?
In het schooljaar 2003/2004 zijn de sociaal communicatieve trainingen, met als onderwerp de
rollen in de tutorgroep, het persoonlijk ontwikkelingsplan en de assessments schoolbreed ingezet.
De taken binnen blokboek 1 gericht op de trainingen rondom de rollen in de tutorgroep en het
leerproces zijn na het eerste blok geëvalueerd met alle betrokkenen. De conclusies hebben geleid
tot een bewustwordingsproces bij docenten dat de proceskant van het onderwijsleerposes een
wezenlijk onderdeel is van onze onderwijssystematiek. Het bewustwordingsproces laat zich
vertalen in het anders omgaan met het aftekenen van de takenkaart.

Voor schooljaar 2004-2005 zal binnen de teams aandacht besteed worden aan hoe je het proces
goed kan evalueren en beoordelen.
Ook het gebruik van het portfolio zal gestimuleerd moeten worden en met de docenten zullen
afspraken gemaakt worden over de samenstelling van het portfolio. In ieder geval zal de leerling
aan de hand van producten, toetsen, opdrachten dienen te bewijzen dat ze
vaardigheden/competenties hebben behaald volgens criteria van de blokboeken. Deze criteria
dienen te corresponderen met de leerdoelen van de blokboeken en de vaardigheden/competenties
van de assessmentformulieren.

4.5   Verzuim, absentie

Ook hier staat De Eindhovense School een groeilijn voor om deelnemers steeds meer zelf
verantwoordelijkheid te geven.
Voor de BOL-opleidingen gaan we ervan uit dat deelnemers in de onderbouw 32 uur per week op
school zijn. In het begin hebben deelnemers structuur nodig en zorgen wij daar voor. Elementen
van sturing zijn bijvoorbeeld: deskundige begeleiders, roosters, vaste begeleidingsmomenten,
vaste ruimten waarin wordt gewerkt. Door de begeleiding en de lessen meer vraaggestuurd in te
vullen en door meer vrijheid in de roosters en de ruimten in te bouwen, kunnen we de mate van
sturing in de loop van de opleiding verminderen.
Wat betekent dit voor de aanwezigheid van de deelnemers bij de ondersteunings /
vaardigheidslessen? Bij een aanbodgestuurde invulling van deze lessen sturen wij in wezen de
deelnemer door aan te geven wat belangrijk is om te leren en op welke wijze hij moet leren.
Wanneer wij vinden dat deelnemers deze sturing nodig hebben dan is verplicht stellen van de
lessen een logisch vervolg. Wanneer we de sturing vanuit de docent langzaam willen loslaten dan
zullen we echter ook de verplichting tot het volgen van de lessen los moeten laten. Omdat de mate
van sturing per deelnemer verschilt en het onwenselijk is alleen een onderscheid te maken tussen
wel verplicht en niet verplicht stellen, kunnen we beter spreken van afspraken.
We starten de opleiding met de afspraak dat de lessen door de leerlingen bezocht moeten worden.
Indien een deelnemer geen gebruik wenst te maken van de door ons ingeroosterde lessen, dan zal
de deelnemer met de betreffende vakdocent hierover afspraken moeten maken.
De deelnemer zal een soort bewijslast moeten leveren waarom hij/zij geen gebruik maakt van de
ondersteuningslessen. Bij de term „bewijslast‟ kun je bijv. denken aan instaptoets of aanwezige
documenten in een portfolio.
De vakdocent zal in het kader van het volgen van het proces afspraken met de leerling maken
wanneer hij de leerling wil zien en welke producten hij/zij dan bij zich moet hebben. Wanneer later
in de opleiding de lessen meer vraaggestuurd ingevuld gaan worden, worden automatisch
andersoortige afspraken gemaakt (bv. op welke momenten kan de deelnemer met vragen komen).

Consequenties
Wij maken dus afspraken met de leerling over het wel of niet verplicht volgen van lessen. Wanneer
de leerling zijn afspraak niet nakomt, kunnen er geen sancties worden genomen in de zin van
uitsluiting van toetsing. Wel heeft het niet na komen van afspraken voor de leerling gevolgen:
namelijk in zijn procesbeoordeling. Hierin moeten we dus duidelijk en consequent zijn. We moeten
dus niet schromen dat het niet nakomen van afspraken betekent dat het proces onvoldoende is en
dus een blokboek niet gehaald wordt.
Voor ons betekent dit dat er in de begeleidende sfeer veel teruggekoppeld moet worden naar de
leerling (via POP en assessment) en dat daarnaast de communicatie tussen vakdocent en tutor van
wezenlijk belang is.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                        33
5      Beoordeling/toetsing
5.1     Functies van toetsen

Toetsen vervullen een vijftal functies, te weten:
1. het voorspellen van het toekomstige gedrag van deelnemers
   Deze functie hangt nauw samen met de kwalificatiefunctie van het onderwijs. Op het moment
   dat De Eindhovense School een deelnemer kwalificeert, voorspelt het instituut daarmee dat de
   deelnemer het gedrag van de beginnende beroepsbeoefenaar kan vertonen.
2. het bepalen van het niveau van kennis en vaardigheden
   M.b.v. toetsen wordt gekeken waar de deelnemer zich op dat moment in zijn leertraject
   bevindt.
3. het speelt een rol bij de sturing van het leerproces
   De sturing door de toetsing moet congruent zijn met de sturing op andere momenten. Toetsing
   moet o.m. het gewenste leergedrag stimuleren en dat betekent het gebruik van kennis als
   gereedschap.
4. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijsleerproces
   Dit gebeurt expliciet door de procestoetsing waarbij de tutor een belangrijke rol vervult.
5. het evalueren van het onderwijsmodel
   Toetsing van de processen kan aanleiding zijn om in het model veranderingen aan te brengen.
   Als bijv. blijkt dat een grote groep deelnemers moeite heeft met een bepaalde vaardigheid, dan
   kan het zinvol zijn voor deze vaardigheid een extra training in te zetten.

5.2     Eisen aan toetsing

Om de kwaliteit van toetsing te verbeteren is het noodzakelijk daarover enige afspraken te maken.
Elke toets moet voldoen aan zeven kwaliteitseisen: validiteit, betrouwbaarheid, standaardisatie,
transparantie, relevantie, specificiteit en efficiëntie (overzicht 1).
Daarnaast vloeit een aantal eisen voort uit het gekozen onderwijsmodel. Zo gaan wij producten en
processen van individuen en groepen toetsen. We toetsen alleen op hoofdlijnen en de toetsing is
integratief van aard. De toetsvormen moeten passen bij het leerproces en de toetsen moeten
aansluiten bij het niveau van de eindtermen (overzicht 2). Deze eisen komen terug in paragraaf
5.3.

Overzicht 1 : Kwaliteitseisen
Variabelen                               Uitwerking


1.     Validiteit                      Verschillende soorten validiteit
      Meet wat er gemeten moet            Inhoudsvaliditeit: is de mate waarin een toets de eindtermen
      worden, m.a.w.: is de toets          afdekt. Belangrijk hierbij is het beheersingsniveau: sluit het
      representatief voor datgene          beheersingsniveau van de toetsvraag aan bij het
      wat men met de toets wil             beheersingsniveau zoals vermeld in het eindtermendocument.
      meten.                              Soortgenoot validiteit heeft betrekking op de noodzaak dat
                                           resultaten van toetsen die hetzelfde meten dezelfde kant op
                                           moeten wijzen binnen een opleiding. M.a.w.: als bijv. sociale
                                           vaardigheden zowel op school als op het leerbedrijf worden
                                           getoetst moeten die toetsen min of meer gelijke resultaten
                                           opleveren.
                                          Begripsvaliditeit heeft betrekking op de vraag of de
                                           toetsvragen of opdrachten betrekking hebben op de stof die
                                           getoetst wordt.


2.     Betrouwbaarheid                 Criteria die van belang zijn bij betrouwbaarheid
     Heeft te maken met de nauw-          Objectiviteit: een beoordeling is objectief als de beoordelaar
      keurigheid van de scores.             geen invloed heeft op de score ervan uitgaande dat hij zich
      M.a.w.: scores mogen niet             houdt aan het correctiemodel.
      door toeval tot stand komen          Moeilijkheid: opdrachten, vragen enz. moeten wat betreft
      of moeten zo min mogelijk             moeilijkheid afgestemd zijn op het niveau van de deelnemers
      beïnvloed worden door                 voor wie de toets bedoeld is.
      meetfouten.                          Differentiatie: de opdrachten moeten differentiëren tussen
     Zegt uitsluitend iets over hoe        kandidaten die de eindtermen wel en niet beheersen.
      we meten, niet over wat we           Toetslengte: de lengte moet lang genoeg zijn om toevals-
      meten.                                treffers uit te sluiten.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                               34
Variabelen                          Uitwerking


3.   Standaardisatie                De opgaven en opdrachten, de scoremodellen en de
                                    beoordelingsnormen zijn voor alle kandidaten hetzelfde.


4.   Transparantie                  Voor elke kandidaat is het duidelijk wat van hem gevraagd wordt.


5.   Relevantie                     De gestelde vragen/opdrachten zijn relevant.


6.   Specificiteit                  De vragen en opdrachten kunnen worden beantwoord door degenen
                                    die het onderwijs hebben gevolgd. En er staan in de vraagstelling
                                    geen hints in de richting van het juiste antwoord.


7.   Efficiëntie                    De vraag/opdracht dient relevante informatie te verschaffen zodanig
                                    dat de tijd die de deelnemer nodig heeft om de vraag te
                                    beantwoorden of de opdracht te maken zo kort mogelijk is.
                                    (geldt minder voor casusvragen)




Overzicht 2: Eisen voortkomend uit het gekozen onderwijsmodel
Variabelen                          Uitwerking


1. Toetsen van producten en         Binnen PGO/PO wordt het van belang geacht niet alleen de
   processen en van individuen      individuele en groepsproducten te toetsen, maar ook het individuele
   en groepen                       proces. Het groepsproces is wel van belang als sturingsinstrument
                                    voor deelnemers maar wordt niet in de beoordeling meegenomen.


2. Toetsen op hoofdlijnen           Er wordt binnen PGO/PO alleen op hoofdlijnen getoetst.
                                    Toetsen op detail is niet wenselijk omdat:
                                    1. binnen PGO/PO „kennis als gereedschap‟ centraal staat. M.a.w.:
                                        de deelnemer moet de kennis kunnen inzetten als gereedschap
                                        bij het uitoefenen van vaardigheden.
                                    2. toetsen op detail komt niet overeen met de wijze van aansturing
                                        van het leerproces binnen PGO/PO.


3. De toetsing moet integratief     Niet de afzonderlijke vakken maar de geïntegreerde werkelijkheid
   zijn                             staat centraal. De leerstof wordt integratief aangeboden en zal dus
                                    integratief getoetst moeten worden.


4. De toetsvorm moet passen         Bij PGO/PO is het de bedoeling dat de studie-inspanning gelijkmatig
   bij het leerproces               over het blok verdeeld is. Tijdens het werken aan het blokboek of het
                                    project moet een deelnemer kunnen leren, er zal derhalve minimaal
                                    worden getoetst. Wel is er sprake van diagnostische toetsing. De
                                    toetsvorm moet 1:1 lopen met hoe de leerstof in het blokboek is
                                    aangeboden. De deelnemer zal getoetst worden volgens een
                                    groeilijn.


5. De toetsen moeten                De taxonomiecode van de eindtermen bepaalt het niveau van
   aansluiten bij het niveau        toetsing. De Block hanteert: 1= kennis, 2 = inzicht,
   van de eindtermen                3 = toepassen en 4 = integratie.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                              35
5.3    Het toetskader

Toetsen van producten en processen, en van individuen en groepen

We maken onderscheid tussen producttoetsing en procestoetsing en tussen individuele toetsing en
groepstoetsing.
Bij producttoetsing gaat het om toetsing van producten die de leerling oplevert en waar
uitdrukkelijk om gevraagd is. Deze producten worden alleen gemaakt (individuele product) of
samen met de groep (groepsproduct).
Onder procestoetsing verstaan we de toetsing van de leervaardigheden, de beroepsvaardigheden
en de werk- en beroepshouding. Ook bij de procestoetsing is er een onderscheid tussen het
individuele proces en het groepsproces.

De invulling wijzigt naar gelang de overgang naar projectonderwijs en naar gelang de BPV-periode.
In onderstaand overzicht is de product- en procestoetsing in de totale opleiding weergegeven.

Overzicht 3: Product- en procestoetsing in de totale opleiding
                            PRODUCT                                            PROCES

                                  I.                                              II.
                PGO                                      PGO
                    Maximaal drie                           Assessmentformulieren die gekoppeld zijn aan
                  toepassingstaken uit het                 een aantal te behalen vaardigheden. Er zijn
                  blokboek.                                verplichte vaardigheden die voor 100% behaald
                    Casustoets met een schriftelijk       dienen te zijn en vaardigheden die voor 55%
                  gedeelte en een praktisch                behaald dienen te zijn.
                  gedeelte.                                  Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) waarin de
                                                           deelnemer zijn eigen leerproces in kaart brengt. Het
                                                           POP moet voldoende gebruikt worden.
                                                             In een evaluatiegesprek worden het POP, het
                                                           assessmentformulier en de PGO-map met de
                                                           tutor/projectbegeleider besproken, deze geeft een
                                                           voldoende of onvoldoende.
                                                             Alle taken/producten op de takenkaart dienen te
                                                           voldoen aan de criteria zoals die vermeld staan in
INDIVIDU                                                   de taken/producten.

                Leerbedrijf                              Leerbedrijf
                   Geen individuele producten.              Aan de hand van assessmentformulieren worden
                                                           de beroepsvaardigheden door de praktijkbegeleider
                                                           beoordeeld.

                Project (PO)                             Project
                    Één of meerdere producten               Fase 1 (oriëntatie) en fase 2 (ontwerp) leveren
                  binnen een project.                      een beoordeling op: „go‟ of „no go‟. Bij een „no go‟
                                                           krijgt de deelnemer een verbetertraject
                                                           aangeboden dat na afloop een „go‟ moet opleveren.
                                                             Na fase 4: evaluatie worden het POP, het
                                                           assessmentformulier, het logboek en/of het
                                                           portfolio in een evaluatiegesprek met de
                                                           begeleiders besproken, deze geeft een voldoende of
                                                           onvoldoende.

                                III.                                              IV.
                PGO                                      Diagnostisch
                    Een toepassingstaak uit het             Deelnemers verbeteren hun „no go‟ aan de hand
                  blokboek.                                van de feedback die ze hebben gekregen.
                                                             Het groepsproces wordt geëvalueerd aan de
   GROEP        Project                                    hand van het assessmentformulier. Indien nodig
                    Het eindproduct dat voortkomt         stelt de groep zelf een verbeterproject op.
                  uit het project (fase 3: uitvoering/
                  presentatie) kan een
                  groepsproduct zijn




Toelichting op overzicht 3: Product- en procestoetsing
In het overzicht staat per cel (individu – groep – product – proces) vermeld welke zaken er
getoetst worden.


___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                    36
We onderscheiden de volgende toetsen:
         toetsen behorend tot PGO
         toetsen behorend tot PO
         toetsen behorend tot de BPV

Daarnaast onderscheiden we in PO vier fasen, t.w.:
1. de oriëntatiefase
2. de ontwerpfase
3. de uitvoering- / presentatiefase
4. de evaluatiefase

De productkant levert gedurende de gehele opleiding de volgende te beoordelen producten op:
   1. taken in de blokboeken                           individu / groep
   2. casustoets                                       individu
   3. producten binnen de projecten                    individu / groep

De proceskant maakt gedurende de hele opleiding gebruik van de volgende instrumenten:
   1. assessmentformulieren:                         individu
   a. binnenschools (aspecten: beroepsvaardigheden,
       werk- en beroepshouding, leervaardigheden)
       - projectassessmentformulier
   b. buitenschools
     - praktijkassessmentformulier
   2. POP                                            individu
   3. PGO-map                                        individu
   4. takenkaart                                     individu
   5. logboek                                        individu
   6. portfolio                                      individu
   7. projectassessmentformulier                     groep


Toetsen op hoofdlijnen

In PGO/PO moet getoetst worden op hoofdlijnen en niet op details. Toetsen van details is niet
gewenst omdat:
    -  De leerlingen niet allemaal dezelfde details bestuderen. Ze bepalen immers tot op zekere
       hoogte hun eigen leerdoelen en zoeken hun eigen bronnen.
    -  Het er niet zozeer om gaat of de leerling de details van de stof kent maar dat hij kennis in
       kan zetten als gereedschap bij het uitoefenen van vaardigheden.
    -  Toetsen op detail niet overeenkomt met de wijze waarop in PGO/PO het leerproces wordt
       aangestuurd.

Toetsen op hoofdlijnen betekent dat de beroepspraktijk richting geeft aan de inhoud van de
eindterm en als richtlijn dient bij het ontwikkelen van toetsen.


Integratief toetsen

Toetsing is een onderdeel van het onderwijsconcept en heeft een sturende invloed op het
studiegedrag. Het is dan ook belangrijk dat toetsing consistent is met het onderwijsconcept. In
PGO/PO wordt de leerstof integraal aangeboden en werken de leerlingen aan integratieve
(beroeps-) problemen. Dit betekent dat ook de toetsing integratief moet zijn. Bij integratief toetsen
gaat het om het toetsen van een combinatie van kennis, vaardigheden en houding naar de eisen
die gesteld worden in een specifieke beroepscontext. In de meest zuivere vorm betekent dit
toetsing in de beroepspraktijk.

De groeilijn in toetsing

Producttoetsing
     Veel taken/producten in het begin met daarna een afbouw naar steeds minder. In leerjaar
      2 is er een overgang van taken/producten naar gesloten project en vervolgens naar steeds
      meer open projecten.
     De opdrachten en taken/producten in de blokboeken bevatten aanvankelijk veel en later
      steeds minder informatie en aanwijzingen. Vanaf BB 2.3 wordt in de blokboeken gewerkt
      met een projectaanpak, waarin een andere toetssystematiek wordt gevolgd.


___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                          37
       De blokboeken 1.1 t/m 2.2 worden afgesloten met een casustoets (bij sommige
        opleidingen wordt blokboek 1.1 niet afgesloten met een casustoets). De casustoets zal
        dezelfde systematiek volgen als de systematiek binnen de taken/producten, nl: de mate
        waarin specificaties en aanwijzingen in de taken/producten worden verstrekt. Het gaat hier
        om het begrip „weggeven‟; in het begin van de opleiding zullen we meer weggeven dan op
        het eind ervan. Dit uitgangspunt heeft consequenties voor de beoordeling.
       Vanaf blokboek 2.3 vindt er geen casustoetsing meer plaats, maar projecttoetsing.
       Aan het begin van de opleiding zullen de producten moeten voldoen aan de eisen die de
        opleiding eraan stelt. Aan het eind van de opleiding komt die verantwoordelijkheid deels bij
        de deelnemer zelf te liggen. In de tutorgroep wordt dan afgesproken aan welke eisen/
        criteria het project en de daarbinnen op te leveren producten moet voldoen.

Procestoetsing
Wij kiezen hierin voor drie ontwikkelingslijnen, te weten:
a. groei in leervaardigheden, beroepsvaardigheden en beroepshouding
    Van BB 1.1 t/m BB 2.2 is er een overzicht in groei van de leervaardigheden,
    beroepsvaardigheden en beroepshouding. Daarnaast wordt er een overzicht gegeven van
    leervaardigheden, beroepsvaardigheden en beroepshouding, die zowel binnen het bedrijf als op
    school gebruikt kunnen worden.
b. groei in Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP)
    De deelnemer zal door het popformulier de gehele schoolleerproces te gebruiken een duidelijke
    groeilijn in het leerproces ontdekken.
c. een toename van peer- en selfassessment
    Deelnemers zijn niet gewend aan dit soort beoordelingen en daarom wordt in leerjaar 1 gestart
    met de fase waarin de deelnemer zichzelf beoordeelt aan de hand van een
    assessmentformulier, dat hij samen met zijn tutor bespreekt. De deelnemer houdt zelf zijn
    POP-formulier bij en bespreekt dit met zijn tutor. De tutor/projectbegeleider bepaalt aan de
    hand van de PGO-map en/of het portfolio, het POP-formulier en het assessmentformulier of de
    procesbeoordeling onvoldoende of voldoende is. In de daarop volgende jaren krijgt de
    deelnemer een steeds belangrijkere plaats in het eindoordeel en in de beoordeling van
    mededeelnemers. Uitgangspunt daarbij blijft dat een docent/ cluster van docenten altijd het
    proces mede blijft/ blijven beoordelen.

Aansluiting bij eindtermen/competenties
Het behalen van de eindtermen/competenties staat voorop.
De eindtermen worden getoetst op de juiste taxonomiecode zoals die vermeld staat in de
eindtermendocumenten.
De competenties zoals ze beschreven zijn in de Kwalificatieprofielen.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         38
6    Regionale positionering / samenwerking met
     bedrijfsleven / rol bedrijfsleven

De inhoudsgroep regionale positionering zal visie en kaders ontwikkelen m.b.t. de regionale
positionering en de samenwerking met bedrijven met de onderliggende bedoeling het
partnerschap tussen de school en het bedrijfsleven te versterken.

De visie en kaders hebben te maken met:
       communicatie en PR (informatie, acquisitie, afstemming, terugkoppeling e.d.),
       onderwijsinhoud/curriculum: externe legitimatie & gezamenlijke ontwikkeling (zoals
        kwalificatieprofielen, blokboeken, opdrachten, projecten e.d.),
       kennisuitwisseling (op diverse niveaus; bijvoorbeeld tussen bedrijven, docentenstages,
        BPV, gastcolleges, excursies),
       gezamenlijke begeleiding, beoordeling en facilitering van de leerling.

Het uiteindelijke doel is om de kaders t.a.v. partnerschap tussen school en de bedrijven in dit
document op te nemen.


Onderdeel: Bureau voor onderwijs en bedrijfsleven (BOB) (teamjaarplan team 6)

Opzetten van een „bedrijfsbureau‟. Een spil tussen leerling, school en bedrijven.

Doel
Komen tot een vruchtbaar en vooral op de langere termijn werkbaar samenwerkingsverband met
ons bedrijfsleven.
Verhouding leerling - school - bedrijfsleven verstevigen, zodat:
-   een langdurige relatie blijft bestaan met bedrijven;
-   nieuwe bedrijven en nieuwe projectopdrachten worden geworven;
-   leerlingen en hun ouders weten dat dit bij ons goed geregeld is
    (leerlingen zijn de beste ambassadeurs);
-   docenten meer betrokkken raken bij bedrijven (vak-ontwikkkeling);
-   de school duidelijker op de kaart in Zuid-Nederland staat.

‘voor een studie op media-gebied ga je naar de Eindhovense School!’

Context
De bijdrage en medewerking van het bedrijfsleven is van overlevingsbelang. De concurrentie van
andere scholen wordt immers steeds groter. Verstevigen van de band moet dan ook instituutsbreed
prioriteit krijgen. We betrekken het bedrijfsleven onvoldoende bij de ontwikkeling van
onderwijsprogramma‟s, lesmateriaal en beoordeling/toetsing. Hierbij dienen wederzijdse belangen
zoveel mogelijk aan bod te komen. Een win-win gevoel bij beide is hierbij van wezenlijk belang.
Voor ons: kennisvergaring, voldoen aan wettelijke kaders (KCE), maar zeker ook
kwaliteitsverbetering van de door ons verzorgde opleidingen.
Voor het bedrijfsleven: inspraak/begrip in wat en waarom wij doen wat we doen. Maar zeker ook
vertrouwen in ons krijgen.

Concrete uitgangspunten:

1.   Kwaliteit leveren
-    Op inhoud onderwijs.
-    BPV-leerlingen hebben goede basiskennis want dit is afgestemd met bedrijfsleven.
-    Op vraag leveren (verschil in niveau 2, 3 en 4 bedrijven).
-    Door afspraken na te komen (is nu niet altijd sprake van).
-    Wisselwerking in kennisoverdracht.

2.   Communiceren
-    Nieuwe ontwikkelingen communiceren met symposia, forums en workshops.
-    Continue en vaak communiceren met e-mail nieuwsbrief en website.
-    Contacten en bezoeken handhaven en uitbreiden.
-    Duidelijkheid scheppen met een folder: hoe wordt u BPV-bedrijf van de Eindhovense School.
     (Hoe kan de Eindhovense School een relatie van u worden?)
-    Oud-leerlingen blijven betrekken.
-    Wisselwerking/tweerichtingsverkeer school/bedrijf.

___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                    39
    3. Uitwisseling
-   Werkervaring stage aanbieden.
-   Langdurige verbanden aangaan (contracten?).
-   Website Perfect Match.
-   Afstudeerstages.
-   Intern projectbureau met werkplekken voor bijvoorbeeld alternatieve BPV.
-   (oud)Leerlingen bij vacatures zoeken.
-   Bedrijfsbezoeken af laten leggen door docenten.
-   Samenwerking met andere scholen, VMBO, MBO, HBO.

4. Initiatieven ontplooien
-  Opdrachten samen met bedrijven bedenken.
-  Opdrachten laten uitvoeren voor non-profit instellingen (pool opzetten waar leerlingen uit
   kunnen kiezen).
-  Sponsors zoeken.
-  Andere (nieuwe) vormen van samenwerking zoeken.

Relevante literatuur
Alle relevante literatuur


Stappen
   1. Oriëntatiefase: verder uitwerken van concrete activiteiten die resulteren in plan van
      aanpak.
   2. Ontwerpfase: opzetten projectorganisatie met bijbehorende mensen en middelen,
   communicatielijnen uitzetten en prioriteiten vaststellen.
   3. Uitvoeringsfase: realisatie concrete activiteiten en producten gebaseerd op prioriteitenlijst.
   4. Evaluatiefase: terugblik en bijstelling.

Producten
-  Frontoffice;
-  Projecten-/ opdrachtendatabank;
-  Banenpool;
-  Kwalitatief onderzoek d.m.v. interviews;
-  Perfect-match site;
-  Bedrijfsleven betrekken bij onderwijsprogramma‟s en toetsing;
-  Organiseren workshops/symposium;
-  Subsidie- en sponsormogelijkheden;
-  „Club van 100‟ (vrienden van De Eindhovense School);
-  E-mail nieuwsbrief;
-  BPV-brochure.

Samenwerkingsverbanden intern:
Borgen samenwerkingsverband met andere teams d.m.v. terugkoppeling is teamoverstijgend
(projectgroep). Iedere betrokkene binnen de specifieke groep zorgt op zijn beurt voor
terugkoppeling naar eigen team.
Aldert - binnen bpv team
Robin - binnen PR-groep
Betje - binnen onderwijsontwikkelgroep

Mensen en middelen

            Stap 1    St2     St3      St4     Totaal
Robin                 96      128      16      240
Aldert      12        96      128      16      252
Betje       12        96      128      16      252
B&A                   80      80       20      180

Planning
Stap 1: Oriëntatiefase tot 1 december 2005
Stap 2: Ontwerpfase 1 december 2005 t/m 27 jan 2006
Stap 3: Uitvoeringsfase 30 januari t/m 9 juni 2006
Stap 4: Evaluatiefase 12 juni t/m 30 juni 2006




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                         40
Dit BOB zou er dus moeten staan bij aanvang van het nieuwe schooljaar. Of dat realistisch is
kunnen we op dit moment moeilijk inschatten. Daarom moet er in ieder geval ruimte zijn om op
onderdelen een extra half jaar uit te trekken.

Normering
Verhouding leerling - school - bedrijfsleven verstevigen, zodat:
-  een langdurige relatie blijft bestaan met bedrijven;
-  nieuwe bedrijven en nieuwe projectopdrachten worden geworven;
-  leerlingen en hun ouders weten dat dit bij ons goed geregeld is
   (leerlingen zijn de beste ambassadeurs);
-  docenten meer betrokken raken bij bedrijven (vak-ontwikkkeling);
-  de school duidelijker op de kaart in Zuid-Nederland staat.

Meetmethoden
( hulpvraag B&A voor concrete meetmethoden)
           1. Kwalitatief onderzoek d.m.v. interviews.
           2. Leerlingenenquêtes.
           3. Imago-onderzoek.
           4. Nul-meting.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                 41
Bijlagen:
    1.   Overzicht projecten (d.d. november 2005)
    2.   Overzicht formats
    3.   Leerplanschema en uitgangspunten Mediavormgever Versneld
    4.   Vrije Ruimte leerjaar 3
    5.   Vrije Ruimte leerjaar 4




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                42
Bijlage 1:

6.1   Overzicht projecten onderwijsvernieuwing:

Project CKS (Competentiegerichte Kwalificatiestructuur):
- masterplan voor alle opleidingen; wanneer en hoe invoeren
- AV en PT niveau 3/4 (volledig nieuw in ontwikkeling)
- mediatechnologie
- mediavormgever
- mediamanagement
- printmedia




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                43
Bijlage 2:

6.2       Overzicht formats

De vaststellingsgroep gebruikt formulieren & controlelijsten voor het vaststellen blokboeken,
begeleidershandleidingen en beoordelingsinstrumenten/toetsen. Deze zijn te vinden op het
netwerk.

       Controlelijst blokboeken PGO t.b.v. schrijvers, ontwikkelaars, revisie en
         vaststellingsgroep
       Controlelijst blokboeken projecten t.b.v. schrijvers, ontwikkelaars,
          vaststellingsgroep
       Formulier vaststelling BB & BH PGO
       Formulier vaststelling casustoets (niv. 4)
       Formulier vaststelling integratieve toets (niv. 3)
Zie: De Eindhovense School\Vaststellingsgroep\Vaststellingsformulieren



De schrijvers/ontwikkelaars gebruiken in de blokboeken het POP formulier en
assessmentlijsten:

       POP formulier
       Voorbeelden assessmentlijsten
Zie: De Eindhovense School/projecten/PGO-PO/formulieren pgo-po

         Sheets stappen PGO (viersprong, zevensprong, negensprong)
         Projectstappenplan
         Lijst leren leervaardigheden PGO BB 1.1 t/m 2.2
Zie:De    Eindhovense School\Projecten\PGO-PO\Beleidsdocumenten\kaders


       Document revisie/verbetering curriculum maart 2004
Zie: De Eindhovense School\Projecten\PGO-PO\Werkmap\2004-2005\revisie




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                  44
bijlage 3:

6.3    Leerplanschema Mediavormgever Versneld

Leerjaar 1 en 2
Introweek     PGO-blokboek                  PGO-blokboek             PGO-blokboek         PO-blokboek
                                                                                          Integraal project

Introductie   Thema                         Thema                    Thema                Grafisch Vormgeven
PGO           Grafisch Vormgeven            Animatie/Audio           Interactie en        Animatie/Audio
              en Art en Design              en Art en Design         Art en Design        Interactie
Introductie                                                                               Art en Design
grafimedia-
branche                                                                                   Kennismaking met
                                                                                          Differentiaties

              Casustoets of                 Casustoets of            Casustoets of        Schoolexpositie
              presentatie                   presentatie              presentatie


Leerjaar 3 (voorlopig)
BPV-blokboek            BPV-blokboek               PO-blokboek                       PO-blokboek
                                                   Differentiatie project            Differentiatie project
3.1                     3.2                        3.3                               3.4

                                                   Werken in een team:               Werken in een team:

                                                   Grafisch Vormgeven                Grafisch Vormgeven
                                                   of                                of
                                                   Art en Design                     Art en Design
                                                   of                                of
                                                   Animatie/Audio                    Animatie/Audio
                                                   of                                of
                                                   Interactie                        Interactie

                                                   VR3-project                       VR3-project




Leerjaar 4 (voorlopig)
PO-blokboek                   PO-blokboek                      BPV-blokboek                 BPV-blokboek
Richting-overstijgend         Richting-overstijgend
project                       project
4.1                           4.2
                                                               4.3                          4.4

Werken in een team:           Werken in een team:                                           Individueel afstuderen

IT                            IT
en                            en
Media Vormgeven               Media Vormgeven
en                            en
Media Management              Media Management

VR4 project                   VR4 project




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                                       45
Uitgangspunten:

       De eerste drie blokboeken zijn PGO-blokboeken met projectmatige taken.

       Het vierde blokboek is een integraal project met het projectstappenplan en een
        aanvullende briefing, waarin gewerkt wordt voor een fictieve opdrachtgever aan de hand
        van een probleemstelling.

       Na het vierde blokboek weten de leerlingen min of meer waar hun kwaliteiten liggen. Ze
        kiezen nog geen differentiatie. Er moet wel al voor de richting multimedia of grafisch
        worden gekozen, dit ook in verband met het soort stageplaats. Het moment van kiezen
        voor een differentiatie is nu nog afhankelijk van de reguliere richting waar ze straks
        instromen (multimedia begin blokboek 3.3, grafisch vormgeven einde blokboek 3.3). Deze
        overgang moet nog goed bekeken worden omdat de reguliere opleidingen in de tweede
        helft van het derde leerjaar nog met projectteams werken die volgens de „oude‟
        differentiaties samengesteld zijn.

       In de blokboeken is gekozen dat de leerling een kleiner aantal producten realiseert (dan in
        de huidige versnelde blokboeken) zodat de ondersteuning meer verdieping kan krijgen.
        Dus niet: een grote hoeveelheid producten die oppervlakkig ondersteund worden en nooit
        verder kunnen komen dan een minimaal vereist niveau. Wij gaan er vanuit dat een
        versnelde leerling de verbreding zelf kan aanbrengen.

       De ondersteuning die in ieder blokboek terugkomt zoals communicatie, briefing, concept,
        reclame en media wordt volgens een groeilijn aangeboden d.w.z. er wordt steeds minder
        weggegeven en steeds meer zelf door de leerling gedaan/ingevuld/onderzocht.

       Trendwatching en styling wordt gezien als gemeenschappelijk denken bij vormgeven en
        wordt dus geïntegreerd met vormgeven in ieder blokboek aangeboden.

       Art en Design wordt in de eerste drie blokboeken aangeboden als een „lege‟ taak die door
        de leerling zelf ingevuld moet worden. De taak is altijd individueel en kan b.v. als titel
        hebben: ‘Wees niet laf, doe eens maf!’. Aan de hand van vaardigheden (tools en skills)
        die de leerling in de blokboeken en/of daarbuiten heeft opgedaan wordt een eigen opdracht
        geformuleerd die ingepland wordt in het bestaande opstart- en afsluitschema (inclusief
        „tussen evaluatie‟ momenten). Een „inspirator‟ (dit kan een tutor of vakdocent zijn)
        begeleidt deze taak gedurende het blokboek. De leerling moet de volgende vragen kunnen
        beantwoorden: wat ga ik doen, hoe/waarmee ga ik het doen en waarom? De gestelde
        opdracht moet passen binnen het beroepsgebied van de Media Vormgever en wordt
        procesmatig beoordeeld aan de hand van de hierboven genoemde criteria. De taken van
        Art en Design worden gebruikt om de presentatiemap te vullen met „staaltjes van eigen,
        persoonlijk kunnen‟.

       In ieder blokboek zitten inspirerende excursies die aansluiten bij de thematiek van het
        blokboek.

       Aan het einde van het schooljaar richten de leerlingen een „overzichtsexpositie‟ in waarin zij
        aan ouders, vakdocenten, projectbegeleiders en klasgenoten laten zien wat ze kunnen. De
        taken van Art en Design nemen daarbij een belangrijke plaats in.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                           46
Bijlage 4:

6.4 Vrije ruimte leerjaar 3
In leerjaar 3 heeft de leerling in de vrije ruimte de   keuze uit de volgende projecten:
                             Keuzemogelijkheden
Nr    Naam project           GM GI         MM VG         IT
1     Fotografie/1           X      X      X     X       x
2     Fotografie/2           X      X      X     X       x
3     Huisstijlen            X      X      X             X
4     Trends                 X      X      X     X*      X
5     Vormgeven/WEB          X      X      niet X        X
6     Video                  X      X      niet X        X
7     3D-animatie            X      X      niet X        X
8     Mediatechnologie       X      X      X     X
9     Ondernemer             niet niet X         X       X
10 Doorstroom HBO            X      X      X     X       X
X = keuzemogelijkheid
* = Modevormgeven kan hiervoor niet kiezen


Toelichting VR3-projecten:

1. Fotografie/1
Binnen dit project leer je omgaan met de techniek van de fotografie zodat jij als ontwerper
een fotograaf kunt aansturen. In dit project kom je verschillende zaken tegen in de
voorbereiding en foto uitvoering.

Binnenopdrachten
Het concept van de verbeelding.
1. Productlijn voor in een catalogus (maken van een lichtplan en een visual)
2. Oud en nieuw (maken van een lichtplan en een visual)
3. persoon portret (maken van een visual en lichtplan)

Buitenopdrachten
Je maakt enkele idee-schetsen en gaat die opnames buiten op lokatie maken.
Onderwerpen: kunstwerk in Eindhoven en skyline Eindhoven.

Het product van dit hele project fotografie
Een eigentijds opgemaakt A3 fotoboek met daarin: visuals, lichtplannen, foto‟s, lichtanalyse,
foto opmaak en thumbnails.


2. Fotografie/2
Zwart/wit en kleuren fotografie met als onderwerp de stad met al zijn facetten. Bij dit project
werk je in eigen stad, dorp of Eindhoven aan een 6 tal subthema‟s die betrekking hebben op
het hoofdthema Stad. Lessen worden in het begin gebruikt voor besprekingen en uitleg met
behulp van voorbeelden. Daarna worden de foto‟s afgedrukt en individueel besproken. Je hebt
dus ongeveer 2 weken per thema. Totaal 12 weken en vier weken voor afdrukken en een
totaalverslag maken.

De subthema‟s zijn:
      De marktbezoeker/koper vastleggen tijdens zijn zoektocht en koopmoment.
      De verschillende stijlen van gebouwen in een stad.
      De belettering van gebouwen, straten, putten (typografie).
      De terrasbezoeker in de stad.
      Het verkeer in de stad.
      Waterpartijen in de stad.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                    47
3. huisstijlen
Inhoud van dit project.

       logo‟s beeldmerken, monogrammen en vignetten
       betekenis van kleuren / steunkleuren en pms.
       huisstijl
       typografie en fontkeuzes en letterproeven
       Briefpapier, vervolgvel, enveloppen, visitekaartjes
       Composities en uitlijningen.
       PTT-normen.
       Papiersoorten (gramgewichten eko-soorten, trends, specificaties).
       Metaforen (aan de hand van voorbeelden metaforen als huisstijlkenmerk behandelen)
       Stileren (de kunst van het weglaten ofwel hoe ons oog ons kan bedriegen)
       Huisstijlhandboek (functie en inhoud)
       Character trademark 1 (functie character trademarks aan de hand van voorbeelden.
       Character trademark 2 (character trademark als bedrijfs/merkimago.
       Verpakkingen (character trademark als onderdeel van verpakking en in verhouding tot
        beeldmerk)
       De complete huisstijl (wat omvat een complete huisstijl en hoe presenteer je die?)


4. Trends
Trends in onze maatschappij.

Door goed om je heen te kijken zie je allerlei ontwikkelingen in onze maatschappij en
grafische vormgeving om je heen en probeer je er achter te komen wat de oorsprong voor
deze ontwikkelingen zijn. Zo‟n ontwikkeling noemen we een trend. Waarom wordt er gebruik
gemaakt van een trend? Waarom wordt er een bepaalde vorm/beeldtaal gebruikt? Waarom
wordt er soms afwijkend taalgebruik in de media gebruikt?

Een voorbeeld.
Zo‟n 20 jaar geleden kwam de punkbeweging, bijna uit het niets, tevoorschijn. Dat zo‟n
stroming zomaar uit de blauwe lucht kwam vallen is natuurlijk onzin. Het was een reactie van
jonge mensen op een daarvoor liggende periode, namelijk die van de Hippies. De
punkbeweging verzette zich tegen die vrije en blije hippies en ontwikkelde een kritische en vrij
negatief maatschappijbeeld.
De punkers hebben vrij lang hun invloed gehad op de maatschappij. Je zou dit dus een
Megatrend kunnen noemen. Een paar jaar later, toen punk al een beetje uitgeraasd was
volgde het modebeeld en de grafische vormgeving de door de punkbeweging ingezette trend.

Denk maar eens aan het afwijkende taalgebruik dat is ontstaan door het compact formuleren
van berichtjes bij het SMS-en. Is het daardoor „hip‟ of „cool‟ of whatever om dat taaltje ook te
gebruiken in advertising? Is ons taalgebruik gevoelig voor „trends?‟

Probleemstellingen.
Waarom wordt er gebruik gemaakt van een trend? Welke trends zien we in onze maatschappij
en wat is het effect op grafische vormgeving. Zijn er in de wereld om je heen nieuwe trends te
signaleren, hoe kun je dit herkennen? Is zo‟n trend een reactie op een vorige trend of een
vervolg daarop? Is er sprake van retro en grijpt men misschien terug op bijvoorbeeld de fifties
of sixties?
Hebben maatschappelijke en politieke trends (ontwikkelingen) invloed op
communicatiemiddelen?


5. WEB
In de vrije ruimte web ga je kennis maken met de do‟s en dont‟s met betrekking tot het
vormgeven van websites. Ook zal er zijdelings aandacht besteedt worden aan andere digitale
media zoals cd-rom‟s en DVD‟s. Enerzijds zal er gewerkt worden aan het vormgeven van
websites en anderzijds aan het vervaardigen van websites.


___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                     48
De onderwerpen die o.a. aan bod zullen komen zijn:
      Interactiviteit
      Kleur
      Typografie
      Lay-out
      Geluid
      Bewegend beeld
      Grafische User Interface (GUI)
      Voorbereiden voor digitale producties

Het uiteindelijke eindproduct wat je op moet leveren is een werkende website die aan een
aantal criteria moet voldoen die je t.z.t. te horen krijgt.

Het is wenselijk dat je de basiskennis van leerjaar 1 en 2 goed onder de knie hebt van de
pakketten Adobe Photoshop, Macromedia Dreamweaver en Flash.


6. Video
Tijdens dit project ga je een videoclip maken. Alles stadia van het productieproces loop je
door.
Je gaat een concept ontwikkelen, een draaiboek inclusief storyboard maken, je gaat filmen en
tenslotte ga je een eindmontage maken en het resultaat op DVD zetten.


7. 3D-animatie
Vrijwel nergens kunnen mensen zich momenteel nog onttrekken aan 3d-beelden.
Je gaat in dit project vele nieuwe onderwerpen leren die te maken hebben met
3d-visualiseren en 3d-animeren: Van het creëren van fantasiebeelden tot het nabouwen van
je eigen studentenkamer, van het maken 3d-typografie en animaties tot het verwerken
van filmische effecten.

Je leert aan de hand van lesinstructies, readers en praktijkvoorbeelden diverse 3d-scènes
bouwen. Aan de orde komen onder andere structuurtoepassingen, virtuele camerabewegingen
en gebruik van meerdere lichtbronnen.

Tevens wordt aandacht besteed aan CharacterAnimation, zodat ook (animerende) characters
kunnen worden verwerkt in de 3d-eindproduktie.


8. Mediatechnologie
De webmaster ontwikkelt dynamische informatie systemen ten behoeve van diverse
mediauitingen. Onder dynamische informatiesystemen wordt verstaan; Het geheel aan
opgeslagen media elementen (tekst, geluid, video, etc) welke met behulp van scripts
dynamisch gepubliceerd kunnen worden op bijvoorbeeld een website.

Je gaat een webapplicatie ontwikkelen waarmee de inhoud van banners aangemaakt en
opgemaakt kunnen worden.

De onderwerpen die behandeld worden
      Installeren en configureren webserver.
      Installeren en configureren van een database.
      Ontwikkelen van een plan van aanpak.
      Ontwikkelen van een functioneel ontwerp.
      Ontwikkelen van een ERD.
      Ontwikkelen van een database.
      Realiseren van een webapplicatie met PHP.
      Queries ontwikkelen met SQL.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                 49
9. Ondernemer
Wanner je dit project succesvol volgt ben je in staat om:
   1. een ondernemersplan van een mediabedrijf op te zetten;
   2. de resultaten van een onderneming administratief te verzamelen en boekhoudkundig
      juist te verwerken en van deze resultaten een analyse te maken;
   3. een eenvoudige kostprijs van mediaproducten op te zetten;
   4. een concurrentieanalyse te maken;
   5. een keuze te maken naar de juiste financieringsvormen van een media-onderneming;
   6. enige managementtechnieken toe te passen;
   7. een onderneming te beoordelen op organisatorische aspecten;
   8. een eenvoudig marketingplan voor een media- onderneming op te zetten;
   9. een arbeidsovereenkomst volgens de juridische normen op te zetten en juridisch juist
      te interpreteren.

Ondersteunende lessen
Wekelijks : 1 uur marketing
            1 uur administratie
            1 uur management/recht
            1 uur financiering/kostprijs
            2 uur ondersteuning ondernemersplan

Op te leveren eindproducten
      Een ondernemersplan(digitaal aangeleverd) van een mediabedrijf met de volgende
       onderdelen.
      Een beginbalans en een begroting en verwachte resultaten
      Een concurrentieanalyse
      Een marketingplan
      Een motivatie/visie van eigen onderneming

Ondersteunende activiteiten
     Gastcollege ondernemers.
     Bezoek aan de Kamer van Koophandel.


10. Doorstroom HBO
Om goed voorbereid te zijn op het hbo of gewoon om je algemene vaardigheden te vergroten
op het gebied van communicatie en exact kun je inschrijven voor het project doorstroom HBO.
In de tijd die hiervoor is gereserveerd kun je werken aan je vaardigheden op het gebied van
communicatie en exact.

Waar je precies aan gaat werken ligt aan de inhouden en vereisten van je eventuele
vervolgstudie en aan de hiaten die je in deze vereisten nog hebt. Anders gezegd, waar je nog
moeite mee hebt op het gebied van communicatie en exact ga je de komende 16 weken aan
werken.
De mogelijkheid bestaat om in de vrije ruimte van leerjaar 4 hieraan een vervolg te geven.

Om je een beeld te geven van wat wij onder communicatie en exact verstaan geven we je hier
een paar voorbeelden. Presenteren voor een groep, grammatica, spelling, woordenschat,
vertalen, snel informatie verwerven, grote stukken tekst doornemen, snel kunnen rekenen,
werken met formules (algebra), vergelijkingen, meetkunde, differentiëren, natuurkunde,
statistiek en onderzoeksvaardigheden.

Je ziet, er valt heel veel onder en helaas kun je dat alles niet in korte tijd onder de knie
krijgen of weer ophalen. Voordat je aan de slag kunt gaan ga je daarom eerst twee stappen
doorlopen.

Stap 1: Je moet weten welke kennis en vaardigheden nodig zijn in je vervolgstudie.
Stap 2: Je moet weten waar je problemen liggen.

In de praktijk zien deze twee stappen er als volgt uit:


___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                 50
Stap 1
In de eerste week neem je contact op met je vervolgstudie (bijvoorbeeld een studieadviseur)
en zoek je uit waar bij jouw vervolgstudie de nadruk ligt op het gebied van communicatie en
exact en vooral wat er precies verwacht wordt. Het is verstandig om dit samen te doen met je
studiecollega‟s die dezelfde keuze maken. Dat scheelt werk en je weet alvast met wie je zou
kunnen samenwerken in de komende 16 weken. Samen studeren is altijd makkelijker dan
alleen!

Stap 2
In de tweede week volgt er een diagnostische test. Dit betekent dat je een test gaat maken
die je een indruk geeft waar je aandachtsgebieden zitten. Hier komt een score uit. Deze is
belangrijk aan het einde van de 16 weken omdat er dan een soortgelijke test volgt. De score
op de tweede test wordt vergeleken met die van de eerste. Zo kunnen we bekijken of je inzet
beloond is en of er voldoende inzet is geweest.

Vóór week 3 maak je vervolgens een plan van aanpak waarin jezelf aangeeft waaraan je gaat
werken en hoe je dat gaat doen (welke leermiddelen, met wie, etc.). Dit op basis van de
uitkomsten van stap 1 en stap 2, ondersteund d.m.v. de website
http://members.chello.nl/mvanroy/ .

Daar waar nodig krijg je uiteraard advies van je vakdocenten communicatie en exact.

In week 3 start je dan met het echte studeren!




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                 51
Bijlage 5

Vrije ruimte leerjaar 4

De leerling heeft de volgende keuzes voor verdieping in de vrije ruimte van leerjaar 4:

A) Eigen keuze project (hiervoor maken de leerlingen zelf een „Plan van Aanpak‟)
B) Een door school aangeboden project (zie overzicht hieronder)
C) HBO-waardig project, keuze uit:
       Communicatie en exact
       HBO Avans

Ad A) Bij een eigen keuze project maakt de leerling een Plan van aanpak. Dit bestaat uit een
beschrijving van:
       Omschrijving van het project
       Doelstelling van het project
       Individuele leerdoelen
       Overzicht producten, deelproducten en tussenproducten
       Planning en voortgangsmomenten
       Benodigde ondersteuning en middelen

Ad B) Door de school aangeboden projecten:


Vormgeven:
  onderwerp                 Uitleg                                                        Docent
1 Strip / Illustraties      Tijdens dit blok zal worden ingegaan op het proces van        Jan Vervoort
                            het maken van stripverhalen, tijdens dat proces komen
                            de volgende onderdelen aan de orde:
                                   idee en plot       > het opzetten van een verhaal
                                   het scenario       > de indeling van het verhaal
                                   charactersheets          > ontwikkelen van
                                    karaktertjes
                                   schetsen/techniek        > handmatig, digitaal of
                                    mixed media
                                   het „inkten‟ en „letteren> handmatig, digitaal of
                                    mixed media
                                   het inkleuren           > handmatig, digitaal of
                                    mixed media

                            Bij het maken van illustraties/visuals tijdens dit blok zal
                            worden ingegaan op de volgende items:
                                     redactioneel illustr.  > boek en tijdschrift
                                      illustr./visuals
                                     beeldmanipulatie > handmatig, digitaal of mixed
                                      media
                                     beeldarchief          > digitaal
                            Er kan individueel of in groepjes gewerkt worden aan de
                            hand van het lesmateriaal. Verder zal er aandacht
                            worden besteed aan analyse en toepassingen van
                            illustraties/visuals en strips.
2 Kunstzeefdrukken          Tijdens dit blok zal worden ingegaan op de                    Jeanine Havermans
                            mogelijkheden met de druktechniek zeefdruk.
                            Het blok zal voornamelijk met praktisch handelen
                            worden ingevuld:
                                     De techniek zeefdruk, kenmerken van zeefdruk.
                                     Experimenteren met zeefdruk op papier,
                                      eventueel aangevuld met diverse andere
                                      technieken.
                                     Zeefdrukken met meerdere kleuren/drukgangen
                                      naar eigen ontwerp.
                            Zeefdrukken op textiel of andere materialen.


___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                           52
3 Conceptontwikkeling       Tijdens dit blok komen de volgende items aan bod:        Mieke Hovens
                                 Hoe ontstaat een concept (praktijkcases)
                                 manieren van brainstormen/mindmapping
                                 Semiotiek en vorm/woordassociaties
                                 Verhouding copy en beeld
                                 Betekenis van beeld
                                 Vertaalslag van concept naar vormgeving
                            Er zal gewerkt worden (in groepjes) aan de hand van
                            cases/probleemstellingen.
                            Verder zal er veel aandacht zijn voor analyse van
                            bestaande (internationale) reclame-uitingen.
4 Fotografie                Binnen opnames: digitale camera (studio)                 Hermien van Rooij
                            Buiten opnames: analoge camera

                            Binnen opdrachten:
                                1. Fotografeer een groep personen (7-10)
                                   Verpleegsters-groep of
                                   Advokaten-groep of
                                   Examen-lln-groep

                                2. Fotografeer een stilleven
                                   Een berg speelgoed of
                                   Een berg schoenen of
                                   Een berg glas

                                3. Fotografeer een product (oud + nieuw)
                                   Een fiets (oude gewone + opvouw fiets) of
                                   Een telefoon (oude telefoon + nieuwe telefoons)
                                   of
                                   Een Pick-up -CD-DVC- speler (+langspeelplaten,
                                   CD‟s)

                            Buiten opdrachten:
                                4. Kunstwerken in Eindhoven met opmaak
                                5. Sky-line van Eindhoven met opmaak


Multimedia:
  onderwerp                 Uitleg                                                   Docent
1 CharacterAnimation        Tijdens dit blok zal dieper worden in gegaan op het      Rene van Dijck
                            ontwikkelen van een karaktertje / „character‟. De
                            mogelijkheid bestaat te werken met zowel 2d-visuals
                            alsook met 3d-objecten. Via een verhaallijn wordt
                            gewerkt aan het tot stand komen van een animatiefilm.
                            Aan de orde komen o.a.:
                                -   verhaallijn
                                -   lichaamstaal en emotie
                                -   een skelet ontwikkelen
                                -   een skelet in samenwerking met spieren en huid
                                -   voetstap-animatie en vrije animatie
                                -   advanced character animation

2 Video                     De student gaat een videoproductie maken. Het gehele     Pierre van der Sanden
                            proces wordt doorlopen van concept tot post-productie.
                            De schoolverlaters komen bij videoproductiebedrijven
                            meestal in aanraking met Avid. De nadruk komt tijdens
                            deze verdiepingsruimte derhalve te liggen op de
                            videomontage met Avid Xpress DV. Het eindproduct
                            wordt een DVD inclusief menu. Voor het maken van het
                            menu wordt Adobe Encore gebruikt als ontwikkeltool.

3 GameDesign                Tijdens dit blok zal er een demo gemaakt worden naar     Douwe Beckmann
                            aanleiding van een eigen ontwikkeld spelconcept.

___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                        53
                            Er wordt aandacht besteed aan:
                                 Gameplay
                                 Character-ontwikkeling
                                 Spel-omgeving/assets

4 Fotografie                Binnen opnames: digitale camera (studio)                 Hermien van Rooij
                            Buiten opnames: analoge camera

                            Binnen opdrachten:
                                6. Fotografeer een groep personen (7-10)
                                   Verpleegsters-groep of
                                   Advokaten-groep of
                                   Examen-lln-groep

                                7. Fotografeer een stilleven
                                   Een berg speelgoed of
                                   Een berg schoenen of
                                   Een berg glas

                                8. Fotografeer een product (oud + nieuw)
                                   Een fiets (oude gewone + opvouw fiets) of
                                   Een telefoon (oude telefoon + nieuwe telefoons)
                                   of
                                   Een Pick-up -CD-DVC- speler (+langspeelplaten,
                                   CD‟s)

                            Buiten opdrachten:
                                9. Kunstwerken in Eindhoven met opmaak
                                10. Sky-line van Eindhoven met opmaak


GI/GM:
   onderwerp          Uitleg                                                         Docent
1 Marketing&Communica Tijdens dit blok komen de volgende items aan bod:              Piet van Wanrooij
   tie                     Doelgroeponderzoek
                           Doelstellingen
                           Strategie (introduktiecampagne,
                              imagocampagne, gedragscampagne,
                              marketingcommunicatie-instrumenten)
1 Leiding geven       Tijdens dit blok zal dieper worden in gegaan op:               Bart Konings
                           Leiding geven
                           Ontwikkelen van persoonlijke kwaliteiten

Mediatechnologie:
  onderwerp                 Uitleg                                                     Docent
1 GameDevelopment           Het project Game Development zal verder gaan waar het Joris den Ouden
                            normale game project ophoudt. Dit wil zeggen dat je
                            geavanceerder bezig bent met virtuele werelden,
                            realistische gameplay, omgevingen ontwikkelen die echt
                            lijken, level-editing tools ontwikkelen enz. Welke kant je
                            op gaat, bepaal je voor een groot deel zelf en hangt af
                            van het soort spel dat je wil maken, een rpg, strategy-
                            of platformgame. Je houd je uiteraard voornamelijk
                            bezig met de techniek. Het bestuderen van nieuwe
                            programmeertalen en andere tools hoort er ook bij.
                            Verwacht wordt een flinke dosis zelfstandigheid en
                            innovativiteit.




___________________________________________________________________________
De Eindhovense School, document Onderwijsvernieuwing, mei 2006                                      54

								
To top