Voorpagina

Document Sample
Voorpagina Powered By Docstoc
					Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




               Onderzoek naar de (on)veiligheid in Multimate bouwmarkten

                                     Handreiking Arbo en veiligheid




Colofon:

Enschede, 10 augustus 2008



Locatie:                    Serboucom BV
                            Buurserstraat 244
                            7544 RG Enschede
                            Tel: 053-8529529

Website:                    www.serboucom.nl

Rapport:                    Handreiking Arbo en veiligheid voor Multimate bouwmarkten

Auteur:                     E.M. Kleine Wiecherink
                            ekleinew@hotmail.com

Organisatie:                Saxion Hogeschool, Enschede
                            Academie Bestuur & Recht
                            Integrale Veiligheidskunde

Opdrachtgever:              Serboucom BV

Praktijkcoach:              Mevr. J.M.S. Peters,
                            P&O Adviseur

Schoolcoach:                Drs. G.H. Melching, docent Saxion Hogeschool Enschede

2e Lezer:                   Dhr. H.G.M. Gerritsen, docent Saxion Hogescholen




                                                     2 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Samenvatting

Sinds 1996 is Serboucom een franchiseorganisatie voor Multimate bouwmarkten(deelnemers). In juli
2007 is Serboucom gefuseerd met de H.B.D. Groep. Samen vallen zij onder DGN Beheer (Doe-het-zelf
Groep Nederland). Serboucom heeft als missie is het behartigen van de belangen van de deelnemers.
Pas 3 jaar geleden is Serboucom zich gaan bezig houden met veiligheid. Ondernemers hebben steeds
meer behoefte aan Arbo en veiligheid om de risico‟s te beperken in het bedrijf. Arbo en veiligheid
wordt steeds belangrijker geacht door zowel de overheid als particulieren. Serboucom komt de
deelnemers tegemoet op het gebied van Arbo en veiligheid.

Serboucom wil weten hoe het gesteld staat met de Arbo en veiligheid bij de deelnemers. Om deze
manier wil Serboucom de deelnemers op weg helpen naar een gezonde en veilige werkomgeving.
Hiervoor heeft Serboucom besloten een handreiking voor Arbo en veiligheid op te stellen. De
handreiking moet praktisch, bruikbaar en begrijpelijk hulpmiddel zijn en dient als preventief
instrument. Om de handreiking op te kunnen stellen is vooraf een onderzoek nodig. Bij een onderzoek
hoort een probleemstelling. In dit onderzoek staat de volgende probleemstelling centraal:
“Welke onderdelen van Arbo en veiligheid dient Serboucom, als franchisegever, op te nemen in een
op te stellen handreiking Arbo en veiligheid?”
Dit rapport beantwoordt de probleemstelling door middel van desk research en field research.

Uit dit onderzoek (door middel van een analyse van de RI&E‟s, interviews, telefonische enquête en het
observeren van bouwmarkten) is gebleken dat de huidige situatie bij de ondernemers beter
georganiseerd kan worden op het gebied van Arbo en veiligheid.
Arbo en veiligheid heeft te maken met wet- en regelgeving. De belangrijkste is                     de
Arbeidsomstandighedenwet. Deze geeft de meeste richtlijnen over Arbo en veiligheid aan.
Uit de interviews en de enquête is gebleken dat de ondernemers op de hoogte zijn van de
Arbeidsomstandighedenwet, maar wat er exact beschreven staat in de wet, is niet bekend bij de
deelnemers. De meest genoemde oorzaak hiervan is dat het veel tijd en geld kost. De „luiheid‟ van de
ondernemers speelt hierbij ook een rol. Bij het observeren van een aantal bouwmarkten is gekeken
naar de brandveiligheid, gangpaden vrijhouden van obstakels, vrijhouden van vluchtroutewegen,
gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en gebruik van hulpmiddelen ter ondersteuning van de
fysieke belasting. De uitkomst van het observeren is dat ondernemers de Arbo en veiligheid niet zien
als een continu proces. De genoemde onderdelen kunnen beter in acht genomen worden, waardoor er
een nog veiligere bouwmarkt ontstaat.

De gewenste situatie bestaat uit een veilige en gezonde werkomgeving. Om de gewenste situatie te
kunnen realiseren is er een handreiking opgesteld.
De onderdelen die Serboucom moet opnemen in de handreiking zijn de wettelijke verplichtingen, zoals
de     RI&E,     preventiemedewerker,      bedrijfshulpverlening,  ontruimingsplan,      persoonlijke
beschermingsmiddelen, brandpreventie, machineveiligheid, stellageveiligheid, gebruik heftruck en
fysieke belasting. Daarnaast is uit het onderzoek gebleken dat het gewenst is de onderdelen
overvalpreventie, omgaan met agressie, diefstal en fraude op te nemen in de handreiking.

In het algemeen kan geconcludeerd worden dat de deelnemers in beperkte mate op de hoogte van
de Arbo en veiligheid zijn. Het uitvoeren van deze taken wordt onvoldoende nagestreefd. Deelnemers
hebben behoefte aan trainingen en cursussen ten behoeve van Arbo en veiligheid.
Bouwmarktadviseurs maken het onderwerp Arbo en veiligheid onvoldoende bespreekbaar en de
bouwmarktadviseurs hebben onvoldoende kennisniveau op het gebied van Arbo en veiligheid. Zij
moeten bijgeschoold worden. De eerste stap is kennis nemen van de opgestelde handreiking.
Daarnaast is het raadzaam om bepaalde cursussen te volgen, waardoor de bewustwording bij de
bouwmarktadviseurs groter wordt op het gebied van Arbo en veiligheid.




                                                    3 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                        Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Aanbevelingen zijn: Serboucom moet zorgen voor bewustwording op het gebied van Arbo en
veiligheid bij de deelnemers. Bouwmarktadviseurs moeten het onderwerp Arbo en veiligheid
bespreekbaar maken bij de ondernemers. Wat betreft de handreiking moet Serboucom zorgen dat de
handreiking op een goede manier wordt verspreid (bijvoorbeeld door de bouwmarktadviseurs), de
handreiking moet up-to-date blijven, de kwaliteit van de handreiking moet goed blijven. Daarnaast
worden er algemene aanbevelingen gedaan om ervoor te zorgen dat de Arbo en veiligheid een
„echte‟ dienst wordt van Serboucom.




                                                    4 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Inhoudsopgave

Voorwoord ............................................................................................................................ 7

Inleiding ............................................................................................................................... 8

Hoofdstuk 1 Serboucom: Arbo en veiligheid ........................................................................ 9
  1.1 Inleiding.............................................................................................................................. 9
  1.2 Serboucom is een franchisegever ......................................................................................... 9
  1.3 Veiligheid ...........................................................................................................................10
  1.4 Serboucom en veiligheid .....................................................................................................10
  1.5 Probleem ...........................................................................................................................12
  1.6 Handreiking Arbo en veiligheid voor Multimate bouwmarkten ................................................12
  1.7 Tot slot ..............................................................................................................................13

Hoofdstuk 2 Methode en afbakening onderzoek ................................................................ 14
  2.1 Inleiding.............................................................................................................................14
  2.2 Onderzoek .........................................................................................................................14
  2.3 Probleemstelling .................................................................................................................15
  2.4 Deelvragen .........................................................................................................................15
  2.5 Onderzoeksstrategie ...........................................................................................................16
  2.6 Onderzoekseenheden ..........................................................................................................16
     2.6.1 Bouwmarktadviseurs ....................................................................................................16
     2.6.2 Hoofd Retail Support ....................................................................................................17
     2.6.3 Bouwmarktontwerpers .................................................................................................17
     2.6.4 Deelnemers .................................................................................................................17
     2.6.5 Vereniging Winkelketens in de Doe-het-Zelfbranche .......................................................17
  2.7 Desk research ....................................................................................................................17
  2.8 Field research .....................................................................................................................18
     2.8.1 Interview.....................................................................................................................18
     2.8.2 Telefonische enquête ...................................................................................................20
     2.8.3 Observeren .................................................................................................................20
  2.9 Tot slot ..............................................................................................................................20

Hoofdstuk 3 Wet- en regelgeving....................................................................................... 22
  3.1 Inleiding.............................................................................................................................22
  3.2 Arbeidsomstandighedenwet .................................................................................................22
  3.3 Arbeidstijdenwet .................................................................................................................22
  3.4 Activiteitenbesluit ...............................................................................................................23
  3.5 Bouw besluit en gebruiksvergunning ....................................................................................23
  3.6 Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 15 ...................................................................................23
  3.7 CAO doe-het-zelfbranche ....................................................................................................23
  3.8 Tot slot ..............................................................................................................................24

Hoofdstuk 4 Huidige situatie (on)veiligheid in de Multimate bouwmarkten ..................... 25
  4.1 Inleiding.............................................................................................................................25
  4.2 Analyse risico inventarisatie en evaluatie ..............................................................................25
  4.3 Interview deelnemers .........................................................................................................25
  4.4 Interview bouwmarktadviseurs ............................................................................................27
  4.5 Interview bouwmarktontwerpers .........................................................................................28
  4.6 Telefonische enquête ..........................................................................................................29
  4.7 Observatie..........................................................................................................................29
  4.8 Terugkoppeling ..................................................................................................................30
  4.9 Tot slot ..............................................................................................................................30




                                                                  5 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Hoofdstuk 5 Gewenste situatie in de bouwmarkt .............................................................. 31
  5.1 Inleiding.............................................................................................................................31
  5.2 Handreiking ........................................................................................................................31
  5.3 Aangedragen verbeterpunten ..............................................................................................33
  5.4 Tot slot ..............................................................................................................................33

Hoofdstuk 6 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................... 34
  6.1 Inleiding.............................................................................................................................34
  6.2 Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................34
  6.3 Overige aanbevelingen ........................................................................................................36
  6.4 Tot slot ..............................................................................................................................39

Begrippenlijst ..................................................................................................................... 40

Lijst met afkortingen .......................................................................................................... 41

Bronvermelding .................................................................................................................. 42

Bijlagen ............................................................................................................................... 44
Bijlage 1 Serboucom .....................................................................................................................45
Bijlage 2 Ongevallen in bouwmarkten ............................................................................................49
Bijlage 3 Arbeidsomstandighedenwet .............................................................................................50
Bijlage 4 Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de doe-het-zelf branche .........................................71
Bijlage 5 Verklaring eigen werk .....................................................................................................74




                                                                  6 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Voorwoord

In deze afstudeerscriptie wordt toegelicht op welke wijze ik mijn afstudeeropdracht heb uitgevoerd.
Deze opdracht heb ik uitgevoerd ter afronding van de opleiding Integrale Veiligheidskunde aan de
Saxion Hogeschool te Enschede.

De opdracht is uitgevoerd in opdracht van Serboucom BV. Sinds juni 2007 is Serboucom onderdeel
van DGN Beheer (Doe-het-zelf Groep Nederland).

In de periode van september 2007 tot en met januari 2008 heb ik mijn stage volbracht binnen
Serboucom. Tijdens deze stage heb ik mij hoofdzakelijk beziggehouden met het opstellen en uitvoeren
van de Risico Inventarisatie en Evaluatie voor Serboucom. Daarnaast heb ik de coördinatie rondom de
cursus preventiemedewerker op mij genomen.
Aansluitend ben ik gestart met mijn afstudeerproject binnen Serboucom. Tijdens de afstudeerperiode
heb ik mij bezig gehouden met de verschillende facetten van Arbo en veiligheid.
Het resultaat ligt voor u.

Hierbij wil ik gebruik maken van de gelegenheid om iedereen te bedanken die mij geholpen heeft met
de totstandkoming van dit rapport.
In het bijzonder wil ik mevr. J.M.S. Peters bedanken voor de mogelijkheid om mijn stage en
afstudeerproject uit te voeren binnen Serboucom. Ik wil haar en drs. G.H. Melching (Saxion
Hogeschool) bedanken voor hun expertise, kritische blik en begeleiding.

Ook wil ik dhr. W. Dekens, dhr. R. Fokker, dhr. J. van Lieshout en dhr. T Kreuger, dhr. M. Bouwhuis,
dhr. R. Cau, dhr. M. Cau, dhr. R. Morshuis, dhr. D. Marsman, dhr. R. Hofsté en externe personen
bedanken. Zonder de expertise en input van deze personen zou het niet mogelijk zijn geweest om dit
rapport tot stand te laten komen.
Tot slot wil ik mijn collega‟s bedanken voor hun gezelligheid en ondersteuning op verschillende
vlakken.

Ik heb deze periode als een bijzonder en leerzaam ervaren. En ik wens iedereen veel leesplezier.


Enschede, 10 augustus 2008

Ellen Kleine Wiecherink




                                                    7 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Inleiding

Dit rapport is een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van Serboucom. Het is een onderzoek naar
de (on)veiligheid binnen de Multimate bouwmarkten.

Serboucom is sinds de fusie haar diensten aan het uitbreiden. Binnen Serboucom is geen afdeling die
zich continu bezighoudt met de Arbo en veiligheid. Echter hebben ondernemers wel degelijk behoefte
aan Arbo en veiligheid.
Het onderzoek richt zich specifiek op de Arbo en veiligheid in de Multimate bouwmarkten. Goede
arbeidsomstandigheden, gezonde en veilige werkplek levert een bijdrage aan het goede
ondernemerschap. Daarnaast is een gezonde en veilige werkomgeving prettig voor de ondernemer,
maar ook voor de medewerkers en de klanten. Hier streeft Serboucom, als franchisegever, na. Door
dit onderzoek wordt er een handreiking Arbo en veiligheid voor Multimate bouwmarkten opgesteld.

Bij een onderzoek hoort een probleemstelling. De probleemstelling die hierbij centraal staat is:
 “Welke onderdelen van Arbo en veiligheid dient Serboucom, als franchisegever, op te
 nemen in een op te stellen handreiking Arbo en veiligheid?”

Door dit onderzoek wordt duidelijk welke wet- en regelgeving van toepassing is voor de Arbo en
veiligheid. Deze informatie wordt verkregen door desk research. Naast de wettelijke verplichtingen
wordt door dit onderzoek de huidige situatie binnen de Multimate bouwmarkten in kaart gebracht.
Daarnaast wordt de gewenste situatie in kaart gebracht. Deze informatie wordt verkregen door het
analyseren van RI&E‟s, het houden van interviews, het houden van een telefonische enquête en het
observeren van Multimate bouwmarkten. Op deze manier wordt duidelijk waar de Multimate
bouwmarkten staan wat betreft de Arbo en veiligheid en waar de ondernemers naar toe moeten om
een gezonde en veilige werkomgeving te creëren. Als dit duidelijk is kan door middel van dit
onderzoek een handreiking Arbo en veiligheid voor Multimate bouwmarkten opgesteld worden. Deze
handreiking moet voldoen aan de criteria praktisch, bruikbaar en begrijpelijk hulpmiddel, dat kan
dienen als preventief instrument.

Leeswijzer
Het eerste hoofdstuk “Serboucom: Arbo en veiligheid” beschrijft de organisatie, de relatie met
veiligheid, wat het probleem is en wat de verwachtingen zijn van Serboucom met dit onderzoek.
Het tweede hoofdstuk ”Methode en afbakening van het onderzoek” beschrijft wat wel en niet
onderzocht wordt en waarom, het soort onderzoek en de methode van het onderzoek.
Het derde hoofdstuk “Wet- en regelgeving” beschrijft de wet- en regelgeving die relevant zijn voor
Arbo en veiligheid en welke wet- en regelgeving relevant is voor dit onderzoek.
Het vierde hoofdstuk “Huidige situatie (on)veiligheid in de Multimate bouwmarkten” beschrijft de
situatie hoe het gesteld is met de veiligheid of onveiligheid in de bouwmarkten.
Hoofdstuk vijf “Gewenste in de Multimate bouwmarkten” beschrijft vanuit verschillende invalshoeken
(wet- en regelgeving, deelnemers, bouwmarktadviseurs en Serboucom) wat de gewenste situatie is.
Door de huidige en gewenste situatie te vergelijken en de verschillen in kaart te brengen worden er
conclusie getrokken en daaruit voortvloeiend worden er aanbevelingen gedaan. Hierover gaat het
laatste hoofdstuk “Conclusies en aanbevelingen”.

Tevens is er een begrippenlijst toegevoegd aan dit rapport (te vinden op pagina 40). De schuin
gedrukte woorden, zijn woorden waarvan de betekenis is opgenomen in de begrippenlijst. In dit
rapport wordt er gesproken over het begrip ondernemer en deelnemer. Deze woorden worden door
elkaar gebruikt, maar hebben dezelfde betekenis.




                                                    8 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 1 Serboucom: Arbo en veiligheid

1.1 Inleiding
Iedereen heeft direct of indirect met Arbo en veiligheid te maken. Dit rapport beschrijft hoe het
gesteld is met de Arbo en veiligheid in de Multimate bouwmarkten. Het rapport leidt uiteindelijk tot
adviezen en oplossingsrichtingen. Daarnaast vloeit uit het onderzoek een praktische handreiking voort
ten behoeve van de bouwmarktondernemers. Dit rapport is in opdracht van Serboucom geschreven.

1.2 Serboucom is een franchisegever
Een franchiseorganisatie is een organisatie bestaand uit een franchisegever en franchisenemers. De
franchisenemer is in principe een zelfstandig ondernemer die wordt ondersteunt door de
franchisegever. Serboucom is de franchisegever en de Multimate bouwmarkt is de franchisenemer
(deelnemer). Een ander woord voor een franchise is een formule.

“Serboucom B.V. (Service Bouwmarkten Combinatie) is in 1996 opgericht en voortgekomen uit een
samenwerking van een groep deelnemers en medewerkers van een (groothandel) gebonden
franchiseorganisatie die vonden dat een bouwmarktketen anders georganiseerd zou moeten worden.

Serboucom is begonnen als franchisegever van o.a. het Multimate Service Bouwmarkt concept.
Serboucom vormt het kennis- en dienstencentrum voor de ondernemers aangesloten bij de
retailformules: Multimate Bouwmarkt, OXXO en/of Hout Drive-In. Een team van specialisten op het
gebied van onder andere retail support, inkoop, marketing, ICT, financiën, winkelbouw, communicatie
en P&O biedt ondersteuning in de vorm van een compleet producten- en dienstenpakket. Van een
uitgebreid en bovendien scherp geprijsd assortiment tot een landelijk en lokaal marketingbeleid. Van
up-to-date winkelautomatisering tot advies op de winkelvloer. Van advies op het gebied van financiën
tot een gedegen opleidingsbeleid. Naast deze ondersteuning is Serboucom ook continu bezig met het
vernieuwen van de formules en de ontwikkeling van nieuwe concepten 1.”

De missie van Serboucom luidt als volgt:
“Serboucom behartigt de belangen van de aangesloten ondernemers optimaal en streeft naar een
maximaal rendement voor de ondernemingen van de deelnemers2.”

Serboucom is in 1996 opgericht in Enschede en vervolgens
een aantal jaren gevestigd geweest in Oldenzaal. Sinds 1 juni
2007 is de organisatie weer naar Enschede teruggekeerd.
Daar is het bedrijf op de bovenverdieping van een nieuwe
Multimate bouwmarkt gevestigd, zodat men letterlijk
“bovenop” de activiteiten zit.
Vanuit Enschede worden alle Multimate bouwmarkten in
Nederland aangestuurd. Op 1 juni 2008 heeft Serboucom
96 deelnemers.
Serboucom is volledig dealers owned. Dat wil zeggen dat alle aandelen in het bedrijf in het bezit zijn
van de aangesloten ondernemers. De deelnemers hebben dus rechtstreeks inspraak op het beleid van
Serboucom.

Op 3 juli 2007 is Serboucom gefuseerd met de H.D.B.-Groep uit Den Dolder (Hubo, Doeland en Big
Boss). Samen vormen zij DGN beheer(Doe-het-zelf Groep Nederland). Door deze fusie is het aantal
aangesloten ondernemers van 75 gegroeid naar 430 bouwmarkten.

Bovenstaande informatie is een beknopte beschrijving van Serboucom. Voor meer informatie
betreffende de kenmerken, organigram, diensten en fusie wordt verwezen naar bijlage 1 Serboucom.




1
    http://www.sbcnet.intern/Organisatie/Serboucom.aspx
2
    http://www.sbcnet.intern/Organisatie/Serboucom.aspx

                                                          9 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                               Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




1.3 Veiligheid
Onder het begrip veiligheid3 wordt verstaan "veilig zijn". Veilig4 werken is werken met weinig risico.
Veilig werken is jezelf, maar ook anderen, beschermen tegen gevaar. Veiligheid is voor iedereen
belangrijk, omdat niemand het risico wil lopen een ongeval te krijgen.
De veiligheid is gericht op het voorkomen en of beperken van onveiligheid, Bij onveiligheid kan
gedacht worden aan criminaliteit, onveiligheidsgevoelens, overlast, maar ook de gevaren van branden,
ongevallen en rampen, onveiligheid in het verkeer.
Veiligheid en onveiligheid hangen nauw samen met elkaar. Door de verschillende soorten onveiligheid
kent het begrip veiligheid vele vormen veiligheid, zoals fysieke veiligheid, sociale veiligheid en externe
veiligheid.

“Bij het denken over veiligheid moet onderscheid gemaakt worden tussen de objectieve en subjectieve
veiligheid. Het eerste begrip staat voor de feitelijke kans dat zich een gebeurtenis voordoet die de
veiligheid aantast, bijvoorbeeld doordat men slachtoffer wordt van criminaliteit of een
verkeersongeval. Het tweede begrip, de subjectieve veiligheid, staat voor de beleving van die kans, de
beleving van veiligheid of onveiligheid5.”
Hieruit blijkt dat het begrip veiligheid een veelomvattend begrip is.

De overheid besteedt de laatste jaren steeds meer aandacht aan veiligheid. Deze behoefte is steeds
groter geworden, vooral na de vuurwerkramp in 2000 te Enschede en de Volendamse cafébrand in
2001. In de media komt veiligheid bijna dagelijks aan de orde. Bijvoorbeeld de veiligheid van
Nederlandse    militairen  in    oorlogsgebied.  Maar   ook     uitgebreide     besprekingen   over
arbeidsomstandigheden in de CAO gaan over Arbo en veiligheid. Zo zijn er nog tientallen onderwerpen
die raakvlakken hebben met veiligheid en Arbo.

1.4 Serboucom en veiligheid
In 2005 is het adviesbureau Aukes Advies & Training gevraagd om trainingen en opleidingen op het
gebied van criminaliteitsmanagement te verzorgen voor de ondernemers. Dit bureau heeft destijds
Serboucom geadviseerd om zich verder te specialiseren in Arbo en veiligheid. Volgens dit
adviesbureau is het van belang dat de zelfstandig ondernemers zich bewust moeten worden van het
belang van aandacht voor en kennis over veiligheid en Arbo. Het blijkt dat de deelnemers de ernst
niet inzien van het regelen van hun zaken op het gebied van Arbo en veiligheid.

Binnen een Multimate was een parttime medewerker, destijds een student Integrale Veiligheidskunde,
in dienst. Hij heeft waargenomen dat de Risico Inventarisatie & Evaluatie en vluchtroutetekeningen
ontbraken, terwijl dit wettelijke eisen zijn. Hij is dus tot de conclusie gekomen dat de Arbo en
veiligheid beter georganiseerd kan worden binnen de Multimate bouwmarkten. Hij stelde Serboucom
hiervan op de hoogte en gaf aan dat als dit centraal aangepakt zou worden vanuit de franchisegever,
dit veel tijd en geld zou kunnen besparen voor de deelnemer. Vervolgens heeft hij de eerste stap
mogen zetten en heeft zijn stage binnen Serboucom voltooid.

Hieruit blijkt dat de Arbo en veiligheid in de‟ kinderschoenen‟ staat bij Serboucom. Pas in de afgelopen
3 jaren wordt hier aandacht aan besteed.

Om deze bevindingen te toetsen is een enquête gehouden. Uit deze recente enquête 6 is gebleken dat
de ondernemers meer behoefte hebben aan informatie over van Arbo en veiligheid. Aangezien de
missie van Serboucom het behartigen van de belangen van de deelnemer is, wil Serboucom de
aangesloten ondernemers voorzien in deze behoefte aan informatie. Door bij Serboucom deze
informatie te verzamelen en dit via de bestaande communicatiekanalen te verspreiden scheelt dit tijd
en geld voor de deelnemer. Voor ondernemers is dit geen dagelijkse bezigheid en als zij ieder
afzonderlijk op zoek moeten naar de juiste informatie en richtlijnen dan kost dit te veel tijd en geld.


3
    http://www.vandale.nl/vandale/opzoeken/woordenboek/?zoekwoord=veiligheid
4
    http://www.vandale.nl/vandale/opzoeken/woordenboek/?zoekwoord=veilig
5
    Ministerie van Binnenlandse Zaken (1998) Gids voor veiligheid, deel 1.Amsterdam: Joh.Enschede
6
    Enquête gehouden in november 2007 tijdens de cursus preventiemedewerker

                                                          10 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



De „luiheid‟ van de ondernemer speelt hierbij ook een rol. Hierbij ontstaat het gevaar dat zij dit
achterwege laten en in gebreke blijven.
Serboucom voelt zich verplicht om alle voorwaarden te scheppen waarin dit door de ondernemer
voorkomen kan worden. Serboucom wil de deelnemer dan ook graag ondersteuning bieden op het
gebied van Arbo en veiligheid.

Serboucom wil de ondernemers zo goed mogelijk voorzien van informatie en diensten, zodat de
ondernemer zich bezig kan houden met het ondernemen zelf.
Daarnaast speelt het maatschappelijk belang van veiligheid en Arbo een grote rol. In het verleden
hebben zich ongelukken voorgedaan bij concurrerende bouwmarkten, waarbij één ongeval heeft
geleid tot een sterfgeval. Dit heeft er mede voor gezorgd dat Serboucom (de gehele organisatie, met
in de eerste plaats de directie) zich bewust is van de belangrijke rol die veiligheid speelt in het
ondernemerschap. Een ongeval kan leiden tot imagoschade en inkomstenderving. In bijlage 2 is een
overzicht van de vermelde ongelukken in bouwmarkten toegevoegd.

Serboucom is een groeiende organisatie. Deze groei is goed af te leiden aan de ontwikkeling van het
personeelsbestand en zal zich naar verwachting voortzetten. In de periode van 1996-2000 waren er
10 personen in dienst. Tot 2005 steeg dit aantal naar 25 en vanaf 2005 is het aantal gestegen naar 51
medewerkers. Niet alleen het aantal medewerkers is gestegen, maar ook het percentage
gespecialiseerde medewerkers. Dit zijn medewerkers die gespecialiseerd zijn op bijvoorbeeld het
gebied van P&O, communicatie & PR, financiën en digitale media. Door de toename van specialismen
heeft Serboucom de mogelijkheid om steeds meer te betekenen voor haar deelnemers.

Na de fusie is besloten om de processen binnen beide franchiseorganisaties (Serboucom en HDB
Groep) met elkaar te vergelijken en te onderzoeken waar verbeteringen mogelijk zijn. Deze unieke
mogelijkheid om bij een soortgelijk bedrijf zo vergaand een kijkje in de keuken te nemen biedt
Serboucom de kans om de dienstverlening naar een hoger niveau te tillen. In het verleden zijn de
deelnemers geadviseerd en ondersteund in het ondernemerschap met als doel een hoog
winstpercentage. Serboucom heeft haar doel aangescherpt. Serboucom wil de deelnemer op alle
fronten bij staan in het ondernemerschap. Met andere woorden de dienstverlening uitbreiden.
Op 19 mei 2008 is een Deelnemers Management Vergadering gehouden waarin dit is aangekondigd.

De overheid stelt verplichtingen aan de ondernemer. De regels zijn aangescherpt om ervoor te zorgen
dat de ondernemer zo veilig mogelijk onderneemt. De branche detailhandel, waartoe bouwmarkten
ook behoren, heeft te maken met verschillende regels en wetgeving. Het onderwerp veiligheid komt in
verschillende regelgeving aan bod. De Multimate bouwmarkt heeft te maken met de
Arbeidsomstandighedenwet, Arbobesluit, Arboregelingen, PGS 15, Warenwet, Wet milieubeheer,
Activiteitenbesluit, Bouwbesluit (gebruikersvergunning). Deze regels en wetten moeten zorgen voor
een veilige werkomgeving.

Resumerend zijn de hoofdredenen van Serboucom om de Arbo en veiligheid op te nemen in haar
dienstverlening:
     Advies van externen
     Uitkomst enquête
     Doelstelling: Verbreden van het dienstenpakket
     Maatschappelijk belang en risico van imagoschade
     Wettelijke verplichtingen

De personen die behoefte hebben aan en belang hebben bij dit onderzoek zijn Serboucom (directie),
de deelnemers zelf en de medewerkers van de bouwmarkten. Deze personen hebben gezamenlijk het
doel veilig en gezond te werken in de bouwmarkt.

Deze kwestie vraagt om onderzoek, omdat er onduidelijkheid bestaat onder de deelnemers op het
gebied van Arbo en veiligheid. De Arbo en veiligheid zijn ruime begrippen. De Arbo loopt uiteen van
orde en netheid tot bedrijfshulpverlening, van voorlichting en onderricht tot het voorkomen van zware
ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het begrip veiligheid kan betrekking hebben op
sociale veiligheid, externe veiligheid, maar ook op fysieke veiligheid.


                                                    11 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Deze begrippen zijn zo veelomvattend dat voor het opstellen van de handreiking Arbo en veiligheid
voor Multimate bouwmarkten, van belang is te onderzoeken welke onderwerpen benoemt en
beschreven dienen te worden. Het doel van de handreiking is om een hulpmiddel te zijn dat praktisch,
bruikbaar en begrijpelijk is en dient als preventief instrument.

1.5 Probleem
De ondernemer moet voldoen aan de wettelijke verplichtingen. De ondernemer is hiervoor
verantwoordelijk. De onbekendheid van de deelnemers met Arbo en veiligheid vormt al een probleem
wanneer de deelnemer een controle krijgt van de Arbeidsinspectie of brandweer. De deelnemer loopt
dan het risico een boete te ontvangen.
Het vormt een groter probleem als er een ongeval gebeurt in de bouwmarkt. Dit schaadt niet alleen
de deelnemer, maar ook de organisatie (Serboucom en alle andere deelnemers) in het geheel. Met
andere woorden imagoschade. Daarom is het voor de gehele organisatie belangrijk dat het voor de
individuele ondernemer inzichtelijk wordt aan welke wettelijke eisen hij moet voldoen. Het is beter te
voorkomen dan te genezen.

1.6 Handreiking             Arbo      en     veiligheid    voor   Multimate
                                                                              Artikel 8.
bouwmarkten                                                                   Zelfstandig ondernemer en vrijwaring
Het doel van deze handreiking is om iedere ondernemer een praktisch,
bruikbaar en begrijpelijk hulpmiddel te bieden dat kan dienen als             De deelnemer is en blijft een zelfstandig
                                                                              ondernemer en is als zodanig persoonlijk
preventief instrument. Met andere woorden: de handreiking is handig,          verantwoordelijk en aansprakelijk voor zijn
geschikt tot gebruik, gemakkelijk te begrijpen en de handreiking dient        bedrijfsvoering.
als middel om een doel sneller te bereiken. Daarnaast wil Serboucom dat       De deelnemer zal steeds de zorgvuldigheid
er gekeken wordt hoe de handreiking in gebruik genomen kan worden.            in acht nemen om te voorkomen dat bij
                                                                              derden de indruk wordt gewekt dat zijn
Deze handreiking moet voor 1 juli 2008 gereed zijn. In de handreiking         bedrijf (mede) voor rekening en risico van
moet de ondernemer handvatten en tools vinden om de Arbo en                   Serboucom wordt gedreven. Deelnemer zal
veiligheid zo goed mogelijk uit te voeren, een soort „back up‟ voor de        Serboucom terzake volledige vrijwaring
deelnemer. In de handreiking moeten de wettelijke eisen worden                moeten verlenen.
opgenomen. Deze bovenstaande eisen aan de handreiking zijn gesteld
door de directie van Serboucom.
                                                                              Artikel 11.
                                                                              Royering van deelnemers
De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het al dan niet uitvoeren van
de procedures ligt bij de deelnemer zelf. Het is verstandig om als            De deelnemer die de overeenkomst niet
deelnemer de procedures uit te voeren die opgenomen zijn in de                naleeft kan door het bestuur van
handreiking. De Multimate deelnemer kan Serboucom niet aansprakelijk          Serboucom, na bindend advies te hebben
                                                                              aangevraagd en verkregen van de raad van
stellen voor geleden schade in welke zin dan ook.                             commissarissen, worden geroyeerd.
Ook de opgelegde waarschuwingen en boetes vanuit de overheid vallen           Alvorens de bestuurder tot royering over
onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer.                              kan gaan behoort hij/zij de deelnemer
Dit staat omschreven in de franchiseovereenkomst, artikel 8. De rol van       schriftelijk van dit voornemen in kennis te
                                                                              stellen, de motivatie van het voornemen
Serboucom is controleren en adviseren.                                        kenbaar te maken en de deelnemer de
De bouwmarktadviseur van Serboucom heeft de taak toe te zien op de            gelegenheid te bieden, zo mogelijk, binnen
naleving van de regels. Is dit niet het geval dan moet de                     zes weken orde op zaken te stellen.
bouwmarktadviseur de deelnemer erop wijzen dat hij bepaalde
                                                                              De zwaarstwegende motieven voor
werkzaamheden niet goed uitvoert en advies geven over de wijze                royering zijn:
waarop de deelnemer dit kan verbeteren.                                       1.Het uitspelen van de deelnemer van
                                                                              vertrouwelijk aan te merken informatie te
Wanneer blijkt dat de deelnemer zich niet aan de regels houdt dan kan         behoeve van persoonlijk gewin.
                                                                              2.Te lage inkoopconcentratie en/of het niet
de deelnemer geroyeerd worden. Dit royement kan het gevolg zijn van           nakomen van betalingsafspraken.
bijvoorbeeld slecht ondernemerschap waardoor de naam van de formule           3.Door slecht ondernemerschap de goede
wordt geschaad. De voorwaarden en procedures rondom royering van              naam van de formule te schaden
deelnemers is vastgelegd in de franchiseovereenkomst, artikel 11.
                                                                              In geval van royering en/of beëindiging van
                                                                              de overeenkomst, zonder opzegtermijnen
                                                                              in acht te nemen, kan de schade en/of
                                                                              organisatiebijdragederving op de
                                                                              deelnemer worden verhaald.




                                                    12 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Serboucom heeft omtrent deze handreiking een aantal verwachtingen. Serboucom verwacht dat door
deze handreiking:
     een bijdrage wordt geleverd aan het goede ondernemerschap van de deelnemer;
     kennis en inzicht op het gebied van Arbo en veiligheid door de ondernemer wordt verkregen;
     de ondernemer zich bewust wordt van het belang van Arbo en veiligheid (continu proces van
       de deelnemer);
     er een gezonde en veilige werkomgeving in de bouwmarkten ontstaat.

1.7 Tot slot
Nu het probleem duidelijk omschreven is, zullen in het volgende hoofdstuk de probleemstelling en de
onderzoeksvragen opgesteld worden. Met behulp van de onderzoeksvragen wordt de probleemstelling
geoperationaliseerd. Daarnaast wordt beschreven welke onderzoeksmethode er wordt toegepast.




                                                    13 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 2 Methode en afbakening onderzoek

2.1 Inleiding
In het vorige hoofdstuk is beschreven wat Serboucom is en wat Serboucom wil bereiken met dit
onderzoek. Dit hoofdstuk beschrijft wat wel en niet onderzocht wordt en waarom, het soort onderzoek
en de methode van het onderzoek.

2.2 Onderzoek
Om de handreiking op te kunnen stellen is het nodig om onderzoek te verrichten. Binnen Serboucom
ontbreekt specialisme op het gebied van Arbo en veiligheid. Daarom is besloten om iemand in dienst
te nemen die dit onderzoek voor Serboucom zou kunnen uitvoeren.
Dit onderzoek richt zich specifiek op de huidige situatie en de gewenste situatie. Ten eerste is het
noodzakelijk uit te zoeken welke wettelijke verplichtingen de overheid stelt op het gebied van Arbo en
veiligheid. De tweede stap is het verkrijgen van kennis over de huidige situatie. Vervolgens wordt in
kaart gebracht wat de gewenste situatie is. Daarna wordt er gekeken op welke manier je van de
huidige situatie naar de gewenste situatie kunt komen en waar de prioriteiten liggen.
Dit wordt gedaan aan de hand van het analyseren van de RI&E‟s, interviews, telefonische enquête en
observatie. Wat zijn de knelpunten bij de deelnemers en op welke manier kan hierop geanticipeerd
worden? De wensen en behoeften op het gebied van Arbo en veiligheid van de deelnemers worden in
kaart gebracht en wat zij verstaan onder een handreiking. De bouwmarktadviseurs van Serboucom
spelen hierbij ook een rol. Aangezien zij het eerste aanspreekpunt zijn voor de deelnemers behoren zij
te weten wat er speelt op de werkvloer bij de ondernemer. De wensen en behoeften van de
bouwmarktadviseurs en wat zij verstaan onder de handreiking zijn belangrijk. Uiteraard wordt
gekeken welke wensen en behoeften relevant zijn. Deze handreiking richt zich specifiek op de
arbeidsomstandigheden in de Multimate bouwmarkten en dus niet op de andere formules (Big Boss,
Hubo en Doeland).

Met behulp van de analyse van knelpunten, wensen, behoeften, wet- en regelgeving krijgt de
deelnemer praktische tips in de vorm van een handreiking. Naast deze handreiking wordt er een
gedegen advies gegeven over Arbo en veiligheid en de wijze waarop Serboucom de handreiking kan
opnemen in haar diensten.
De partijen worden niet alleen geïnterviewd, maar ook echt betrokken bij het onderzoek. Op deze
manier wil Serboucom zichzelf in staat stellen om zo goed mogelijk te voldoen aan de wensen van de
deelnemer en bouwmarktadviseur. Door deze wensen op te nemen in de handreiking wordt er een
handreiking neergezet waar de partijen zelf achter staan en voldoet aan de bovengenoemde criteria
(paragraaf 1.6).




                                                    14 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




2.3 Probleemstelling
Nu de context duidelijk is, kunnen aan de hand van bovenstaande doelstellingen de probleemstelling
en deelvragen opgesteld worden.

  “Welke onderdelen van Arbo en veiligheid dient Serboucom, als franchisegever, op te
  nemen in een op te stellen handreiking Arbo en veiligheid?”


2.4 Deelvragen
De probleemstelling is vervolgens uiteengesplitst in een aantal deelvragen.

    1. Welke onderdelen van de Arbo zijn relevant?
Deze vraag is allereerst ter oriëntatie. Bij deze deelvraag is belangrijk om na te gaan welke
verplichtingen er gesteld worden vanuit de Arbeidsomstandighedenwet.
De Arbeidsomstandighedenwet wordt aangevuld door het Arbobesluit, regelingen en beleidsregels.

    2. Welke onderdelen van veiligheid moeten opgenomen worden?
Gekeken wordt welke wettelijke verplichtingen er worden gesteld rondom de veiligheid. Daarnaast
moet inzichtelijk worden gemaakt wat de behoefte c.q. wensen zijn van Serboucom en de
deelnemers.

    3. Wat speelt er in relatie bij Serboucom op gebied van Arbo en veiligheid?
Door interne informatie te verzamelen, wordt inzichtelijk waar Serboucom staat op het gebied van
Arbo en veiligheid.

    4. Wat is de huidige situatie op het gebied van Arbo en veiligheid bij de deelnemer?
Bij het opstellen van een handreiking is het belangrijk om inzicht te krijgen in de huidige situatie. Op
deze manier is er startpunt duidelijk waar vanuit er toegewerkt kan worden naar de gewenste situatie.
De inhoud van de handreiking kan gedeeltelijk hierop gebaseerd worden.
Deze deelvraag wordt beantwoord door:
     1. het analyseren van RI&E‟s,
     2. het afnemen van interviews met deelnemers en bouwmarktadviseurs,
     3. het houden van telefonische enquête,
     4. het observeren van een aantal bouwmarkten.

    5. Wat is de gewenste situatie op het gebied van Arbo en veiligheid bij de deelnemers?
De gewenste situatie is een belangrijk gegeven. De gewenste situatie is de situatie waarin een veilige
en gezonde werkomgeving bestaat. De inhoud van de handreiking wordt afgeleid van de gewenste
situatie.
Deze deelvraag wordt beantwoord door het houden van interviews met deelnemers en
bouwmarktadviseurs. Daarnaast door het analyseren van de wettelijke verplichtingen.
Wat is het verschil tussen de huidige en gewenste situatie?

    6. Hoe kunnen de gewenste onderdelen opgenomen worden in de handreiking?
De huidige en gewenste situatie geven samen antwoord op deze vraag. Dit wordt in kaart gebracht
door een verschillen analyse. Deze deelvraag moet aansluiten bij het doel dat Serboucom heeft bij de
handreiking. De onderwerpen die opgenomen worden in de handreiking moeten op een manier
beschreven zijn waardoor het praktisch, bruikbaar en begrijpelijk is voor elke deelnemer.

    7. Hoe kan Serboucom ervoor zorgen dat de handreiking in gebruik wordt genomen bij de
       deelnemers?
Het doel van deze deelvraag is om oplossingen en adviezen te geven over de wijze waarop
Serboucom de handreiking onder de aandacht kan brengen bij de ondernemers.




                                                    15 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




2.5 Onderzoeksstrategie
Alvorens te kunnen bepalen welke onderzoekstrategie er wordt toegepast is het nodig om na te gaan
welk soort onderzoek er wordt gedaan.

Om te kunnen bepalen of het een kwantitatief of kwalitatief onderzoek betreft, wordt hieronder
beschreven wat de diverse soorten onderzoeken inhouden. “Onderzoeken kunnen ingedeeld worden
in het aantal onderzoekseenheden dat aan het onderzoek deelnemen. Bedoeld wordt hiermee het
aantal objecten, respondenten, proefpersonen of elke andere willekeurige aanduiding. In het minimale
geval is het aantal onderzoekseenheden één. Is het aantal onderzoekseenheden beperkt (minder dan
30 per categorie) dan spreken we van kwalitatief onderzoek. Nemen meer onderzoekseenheden aan
het onderzoek deel dan spreken we van kwantitatief onderzoek 7.”
Een andere definitie is “onder kwalitatief onderzoek verstaat men allerlei vormen van kleinschalig
onderzoek, waarbij de beperkte omvang kwantitatieve generalisatie verhindert 8.”
“Statistische hulpmiddelen kunnen bruikbaar zijn in kwantitatief onderzoek, waarin hoeveelheden of
aantallen zijn gemeten, maar alleen wanneer het onderzoek methodologisch goed in elkaar zit en het
bovendien om voldoende grote aantallen gaat. Bij een te klein aantal onderzoekseenheden heeft
statistische verwerking geen zin9.”

Dit onderzoek betreft een kwalitatief onderzoek. De redenen hiervoor zijn:
     In dit onderzoek gaat het meer om het begrijpen dan het meten;
     Het onderzoek wordt niet verwerkt in een statistisch programma (bijvoorbeeld SPSS);
     Het aantal onderzoekseenheden is te klein voor een kwantitatief onderzoek.
De methoden voor kwalitatief onderzoek zijn een groepsdiscussie, het interview, de Delphi methode
(expertonderzoek) en observatie. Deze methoden hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat het
gesprek volledig open wordt gevoerd. In dit geval is gebruik gemaakt van het interview en observatie,
omdat op deze manier in deze situatie de meeste informatie wordt verworven.

2.6 Onderzoekseenheden
“Onderzoekseenheden bestaan uit populaties. Onderzoekseenheden kunnen personen zijn, maar ook
groepen, afdelingen, organisaties, regio‟s, landen, voorwerpen en zelfs tijdstippen 10.” In dit onderzoek
is er sprake van personen. Waarom er gekozen is voor deze onderzoekseenheden, wordt in de
subparagrafen beschreven.
De volgende eenheden zijn direct of indirect betrokken bij dit onderzoek: bouwmarktadviseurs,
bouwmarktontwerpers, afdelingshoofd Retail Support, deelnemers en de Vereniging van
Winkelketens in de Doe-Het-Zelfbranche (VWDHZ). De onderzoekseenheden geven door middel van
interviews en de telefonische enquête antwoord op een groot aantal onderzoeksvragen. Deze partijen
zijn gekozen voor dit onderzoek, omdat deze doelgroepen in hun functie direct te maken hebben met
de veiligheid. De bouwmarktadviseur heeft een adviesfunctie naar de deelnemer toe. De
bouwmarktontwerper moet in zijn functie letten op de wet- en regelgeving wat betreft de veiligheid.
De deelnemer heeft als taak zorg te dragen voor de Arbo en veiligheid in zijn organisatie.

2.6.1 Bouwmarktadviseurs
De bouwmarktadviseurs zijn gekozen om te interviewen, omdat zij het eerste aanspreekpunt zijn voor
de deelnemers. Er zijn binnen Serboucom vier bouwmarktadviseurs. Eén van de bouwmarktadviseurs
houdt zich voornamelijk bezig met financiële zaken, deze medewerker wordt niet geïnterviewd. De
reden hiervoor is hij over onvoldoende deskundigheid op het gebied van Arbo en veiligheid beschikt.
Deze persoon ondersteunt de ondernemer met de boekhouding.


7
  Uit: Zee van der F: Kenniswerving in de Empirische Wetenschappen, de methodologie van wetenschappelijk onderzoek.
BMOOO, Groningen, 2004
8
  Kooiker.R. (1997)Marktonderzoek. Vijfde druk. Groningen: Wolters- Noordhoff p. 32
9
  Schreuder Peters, R.P.I.J. (2004). Methoden & Technieken van Onderzoek, principes en Praktijk. Den Haag: Academic Service
p. 13
10
   Schreuder Peters, R.P.I.J. (2004). Methoden & Technieken van Onderzoek, principes en Praktijk. Den Haag: Academic
Service p. 63



                                                        16 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



2.6.2 Hoofd Retail Support
Deze persoon geeft de leiding aan de bouwmarktadviseurs. Deze persoon staat direct of indirect in
contact met de deelnemers. Om de handreiking te verspreiden onder de deelnemers is steun van de
bouwmarktadviseurs nodig. De bouwmarktadviseurs zijn zelfstandig verantwoordelijk voor de wijze
waarop geadviseerd wordt, maar dienen zich te houden aan de gestelde kaders en richtlijnen. Deze
kaders en richtlijnen worden gesteld en gecontroleerd door het afdelingshoofd. Het is dan ook zeer
wenselijk dat de handreiking gedragen wordt door het afdelingshoofd. Om deze reden is er gekozen
om de resultaten te bespreken met hoofd Retail Support en steun te krijgen voor de handreiking.

2.6.3 Bouwmarktontwerpers
Binnen Serboucom zijn er twee bouwmarktontwerpers werkzaam. Een bouwmarktontwerper houdt
zich bezig met het tekenen van de indeling, lay-out van nieuwe bouwmarkt of bouwmarkten die
vernieuwd worden. Hierbij moet de ontwerper rekening houden met de wet- en regelgeving op het
gebied van brandveiligheid.

2.6.4 Deelnemers
De deelnemers die geïnterviewd worden, zijn de deelnemers in de regio Twente. Het betreffen de
ondernemers uit Enschede, Oldenzaal, Borne, Losser en Groenlo. Dit is een kleine populatie ten
opzichte van het aantal Multimate bouwmarkten in Nederland. Deze specifieke populatie is gekozen,
omdat een bezoek afleggen binnen de eigen regio minder tijd en geld kost.
Deze ondernemers zijn al enige tijd aangesloten bij Multimate. Of zij hebben kennis vanuit hun
arbeidsverleden bij een vergelijkende franchisegever. In dat opzicht is het een representatieve
afspiegeling van de bestaande groep Multimate bouwmarkten in Nederland.
Omdat de arbeidsomstandighedenwet niet verschilt per gemeente maakt het geen verschil welke
ondernemer er geïnterviewd wordt.

2.6.5 Vereniging Winkelketens in de Doe-het-Zelfbranche
De VWDHZ is de belangenbehartiger en spreekbuis van de bouwmarkten en doe-het-zelfwinkels. Deze
vereniging wordt benaderd om informatie rondom de Arbo en veiligheid in te winnen. Deze informatie
kan bijdragen aan het opstellen van de handreiking.

2.7 Desk research
De onderzoeker krijgt via desk research een hoger kennisniveau en is hierdoor beter voorbereid op de
interviews.
“Desk research is een onderzoek naar de beschikbaarheid van bruikbare reeds bestaande gegevens en
de analyse van die gegevens11.” Anders gezegd is het gebruik maken van secundaire bronnen. De
activiteiten zijn literatuurstudie, secundaire analyse, administratief onderzoek, externe
informatiewinning en sleutelinterviews. “Het voordeel van desk research is doorgaans goedkoop en
snel verkrijgbaar12.” Met andere woorden de informatie is eenvoudig en op een simpele manier
verkrijgbaar.

In dit onderzoek wordt de desk research voornamelijk op literatuur en het internet gericht. Hierbij
wordt zoveel mogelijk relevante informatie verkregen over:
       1.    Wet- en regelgeving
       2.    CAO
       3.    Interne informatie
       4.    Externe informatie




11
     Kooiker.R. (1997)Marktonderzoek. Vijfde druk. Groningen: Wolters- Noordhoff p. 47-48
12
     Kooiker.R. (1997)Marktonderzoek. Vijfde druk. Groningen: Wolters- Noordhoff p. 47-48

                                                           17 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




       1.    Wet- en regelgeving
De overheid stelt eisen aan de Arbo en veiligheid. Dit is onder andere vastgelegd in de
Arbeidsomstandighedenwet, Arbo besluit en beleidsregels, wet Milieubeheer. In wetgeving worden
eisen neergelegd voor het minimale niveau waaraan de Arbo en veiligheid dienen te voldoen. Door de
wet- en regelgeving in kaart te brengen wordt het eenvoudiger om de handreiking op te stellen. Op
deze manier krijgt de deelnemer aanwijzingen om zich in te dekken tegen waarschuwingen en boetes
vanuit Arbeidsinspectie, gemeente en brandweer.

       2.    CAO
De CAO is een belangrijk onderzoeksobject, omdat hierin zaken worden beschreven over de
arbeidsomstandigheden. Vanuit de CAO worden verplichtingen gesteld, die gelden voor werkgever en
werknemer.

       3.    Interne informatie
Binnen Serboucom is informatie beschikbaar op het gebied van Arbo en veiligheid. Dit betreft
informatie over de RI&E, preventiemedewerkers en een veiligheidsrapport. Dit kan nuttige input
opleveren voor de handreiking.

       4.    Externe informatie
Het inwinnen van externe informatie op het gebied van Arbo en veiligheid geeft een breder inzicht in
de Arbo en veiligheid. Externe informatie kan nieuwe inzichten bieden en het kan ook ter
ondersteuning bieden. Zonder externe informatie is het bijna onmogelijk om onderzoek uit te voeren.
De informatie voor de analyse van de RI&E‟s wordt verkregen door een extern bureau. Dit is een
advies en trainingsbureau op het gebied van integrale veiligheid.

Naast onderzoek achter het bureau is het met name bij een levendig thema als Arbo en veiligheid ook
zeer wenselijk om in de praktijk informatie te verzamelen. Dit wordt in de volgende paragraaf
beschreven.

2.8 Field research
Het inwinnen van informatie uit de praktijk wordt ook wel field research genoemd. Voordat hier dieper
op ingegaan wordt is het belangrijk om te weten wat field research precies inhoudt.
“Field research is het verzamelen van primaire gegevens, dit zijn specifiek ter behoeve van onze
probleemstelling verzamelde gegevens 13.” Dit houdt het verzamelen van nieuwe gegevens door
middel van vragenlijsten, interviews en vergaderingen in. Het voordeel van field research is het
verkrijgen van de exacte antwoorden op de informatiebehoefte. Daarnaast zijn de gegevens zeer
actueel. Nadeel van deze vorm van dataverzameling is dat het veel tijd en kosten met zich mee
brengt.

2.8.1 Interview
Om de benodigde informatie voor het uitwerken van de handreiking te verkrijgen is een vragenlijst
uitgezet onder de bouwmarktadviseurs, bouwmarktontwerpers en een aantal deelnemers. In dit
onderzoek is gekozen voor het mondelinge, open interview. In deze paragraaf wordt allereerst een
theorie geven over de soorten methode voor interview. Vervolgens wordt verklaard waarom en op
welke manier gebruik is gemaakt van de gekozen vragenlijst.




13
     Kooiker.R. (1997)Marktonderzoek. Vijfde druk. Groningen: Wolters- Noordhoff p.32-33

                                                           18 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Vragenlijstmethode
Er zijn vier vormen vragenlijstmethoden14 die men kan toepassen, namelijk:
     1.   de schriftelijke, onbegeleide vragenlijst,
     2.   de schriftelijke, begeleide vragenlijst,
     3.   het mondelinge, open interview of
     4.   het telefonische interview.

     1.   Schriftelijke, onbegeleide vragenlijst 15
In de schriftelijke, onbegeleide vragenlijst worden over het algemeen gesloten vragen gebruikt en
vind geen begeleiding plaats. Een voordeel hiervan is dat de respondent de tijd zelf kan bepalen. De
vragenlijst kan volledig anoniem zijn. Een nadeel is de wijze van beantwoording, omdat het vrijwel
onmogelijk is om te controleren. Een andere nadeel is de geringe diepgang.

     2.   Schriftelijke, begeleide vragenlijst16
Schriftelijke begeleide vragenlijst kunnen open en gesloten vragen betreffen en er vindt begeleiding
en controle plaats. De responsquote is hoog, omdat deze vragenlijst begeleid wordt. Anonimiteit is
niet mogelijk en de diepgang van het interview is middelmatig.

     3.   Mondeling, open interview17
Het mondelinge, open interview is een interview face to face methode waarbij de vragen direct
toegelicht of geherformuleerd kunnen worden, omdat begeleiding plaatsvindt. Het interview kan meer
diepgang krijgen door de persoonlijke setting. De respons van het interview is hoog, omdat het een
face to face methode is. Het nadeel is beïnvloeding. De kans bestaat dat er sociaal wenselijke
antwoorden gegeven kunnen worden.

     4.   Telefonisch interview18
Het telefonische interview betreft veelal eenvoudige vragen. Hier is geen sprake van anonimiteit. De
diepgang is gering. De responsquote kan hoog zijn door de manier van interviewen. Een nadeel
hiervan is dat er weinig vragen worden gesteld, omdat dit anders ten nadele van de kwaliteit komt.

Er is dus gekozen voor het mondelinge open interview. De hoofdredenen zijn de respons en de
diepgang en in dit onderzoek gaat het meer om het begrijpen dan meten. Als de geïnterviewde zich
niet afmeld is de respons op deze manier volledig. Tijdens het interview kan veel diepgang worden
bereikt, door in te spelen op de antwoorden.
Een andere reden is dat bij de face to face methode de respondent weet dat hij wordt gehoord. Het
geeft de respondent vertrouwen en op deze manier ontstaat meer openheid. Aan de interviewer is het
de taak om goed te luisteren en de respondent de ruimte te geven. Vervolgens zal de onderzoeker de
antwoorden samenvatten, zodat er geen onduidelijkheid tussen de interviewer en de respondent
ontstaat.
Het mondelinge open interview levert in deze situatie meer informatie op dan de andere methoden. In
dit geval is de behoefte van de respondent relevant. Ook is de diepgang bij de andere methoden
gering tot middelmatig. De andere methoden zijn meer enquêtegericht, hierdoor komt de onderzoeker
niet tot een volledigheid van de antwoorden die met een interview kan worden bereikt.
De interviewer kan indien nodig uitleg geven als de vraag niet duidelijk is. De interviewer kan de
respondenten informatie verschaffen over het gehele onderzoek. De respondenten hebben de
mogelijkheid om achteraf nog vragen te stellen en/of suggesties te doen. Dit creëert betrokkenheid en
draagvlak. Door draagvlak en betrokkenheid te creëren ontstaat er steun vanuit de diverse partijen
(stakeholders). Steun die nodig is voor de acceptatie en integratie van het eindproduct.

14
   Schreuder Peters, R.P.I.J. (2004). Methoden & Technieken van Onderzoek, principes en Praktijk. Den Haag: Academic Service
p. 143-146
15
   Schreuder Peters, R.P.I.J. (2004). Methoden & Technieken van Onderzoek, principes en Praktijk. Den Haag: Academic
Service p. 143-146
16
   Schreuder Peters, R.P.I.J. (2004). Methoden & Technieken van Onderzoek, principes en Praktijk. Den Haag: Academic
Service p. 143-146
17
   Schreuder Peters, R.P.I.J. (2004). Methoden & Technieken van Onderzoek, principes en Praktijk. Den Haag: Academic
Service p. 143-146
18
   Schreuder Peters, R.P.I.J. (2004). Methoden & Technieken van Onderzoek, principes en Praktijk. Den Haag: Academic
Service p. 143-146

                                                        19 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



De antwoorden worden teruggekoppeld naar de geïnterviewden. De resultaten worden besproken met
de deelnemer uit Enschede en het Hoofd Retail Support. Deze personen zijn gekozen, omdat zij de
meeste kennis hebben op het gebied van Arbo en veiligheid. Deze personen kunnen sleutelfiguren
worden genoemd. Door het analyseren van de behoeften met betrekking tot Arbo en veiligheid wordt
duidelijk welke onderdelen opgenomen dienen te worden in de handreiking. Daarnaast moet rekening
gehouden worden met een verschil tussen de behoeften van de deelnemers en de onderwerpen die
door overheid zijn vastgesteld. Deze wettelijke verplichtingen worden in ieder geval opgenomen in de
handreiking.

2.8.2 Telefonische enquête
Om een duidelijk beeld te schetsen over de huidige situatie op het gebied van Arbo en veiligheid is er
naast het interview gekozen voor een korte telefonische enquête onder de deelnemers. Op het
moment dat de enquête is gehouden waren er 80 deelnemers lid van de formule. De enquête dient
puur als ondersteuning van het interview. Er is gekozen voor 50 deelnemers. Op basis van dit aantal
ontstaat er in combinatie met het interview een duidelijk beeld over de Arbo en veiligheid bij de
deelnemers. De deelnemers zijn gevraagd antwoord te geven op de vraag hoe zij de Arbo en
veiligheid georganiseerd hebben en of zij voldoen aan de wettelijke eisen.

2.8.3 Observeren
Het doel van observeren is door middel van de zintuiglijke waarnemingen inzicht te krijgen in de
huidige situatie.
Hierbij wordt gekeken naar de brandveiligheid, gangpaden vrijhouden van obstakels, vrijhouden van
vluchtroutewegen, gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en gebruik van hulpmiddelen ter
ondersteuning van de fysieke belasting. De onderdelen worden beoordeeld aan de hand van de
volgende criteria:
     niet aanwezig
     aanwezig, wordt geen gebruik van gemaakt
     aanwezig, wordt soms gebruik van gemaakt
     aanwezig en wordt gebruik van gemaakt
Deze gedragingen zijn waarneembaar door observatie.

2.9 Tot slot
De bovengenoemde methoden die worden toegepast moeten uiteraard beschikken over kwaliteit.
Kwaliteit is afhankelijk van de betrouwbaarheid, validiteit en de bruikbaarheid.
1. Betrouwbaarheid
     “De mate van betrouwbaarheid van een onderzoek hangt af van hoe de resultaten zullen zijn als
     het onderzoek op een ander tijdstip onder exact dezelfde omstandigheden opnieuw wordt
     uitgevoerd. Wanneer de uitkomsten in grote mate gelijk zijn aan de resultaten van dít onderzoek,
     is dit onderzoek betrouwbaar. Echter, een kwalitatief onderzoek zoals dit, is minder goed
     herhaalbaar. Bij kwalitatief onderzoek kunnen de verkregen gegevens niet worden verantwoord
     met behulp van data. Daarom is het belangrijk om de onderzoeksmethode duidelijk uit te leggen.
     Door een duidelijke uitleg wordt de lezer in de mogelijkheid gesteld om te beoordelen in hoeverre
     hij de resultaten betrouwbaar vindt 19.”
     De kans bestaat dat de uitkomsten op een ander tijdstip afwijkend zijn van deze resultaten. Dit is
     alleen als in de tussentijdse periode ondernemers zijn die aanpassingen hebben verricht binnen
     het bedrijf op het gebied van Arbo en veiligheid, door bijvoorbeeld een bezoek van de
     Arbeidsinspectie.
2. Validiteit
     “Een ander woord voor validiteit van een onderzoek is de geldigheid van het onderzoek. Er moet
     gemeten worden wat men wil meten. Hierbij is het belangrijk dat er een juist beeld van de
     werkelijkheid wordt gevormd. Met betrekking tot kwalitatieve onderzoeken wordt veelal de term
     validiteit vervangen door geldigheid. Mensen kunnen sociaal wenselijke antwoorden geven,
     waardoor de antwoorden wel betrouwbaar maar niet valide zijn.


19
 Verhoeven, N. (2004). Wat is onderzoek? Praktijkboek methoden en technieken voor het hoger beroepsonderwijs.
Amsterdam: Uitgeverij Boom. P. 39

                                                      20 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



     Er wordt dan namelijk niet gemeten wat men daadwerkelijk wil meten 20.” In dit onderzoek is
     besproken dat personen volledige open kunnen zijn en dat dit geen enkele invloed heeft op het
     ondernemerschap. Dit voorkomt sociaal wenselijke antwoorden. De vragen zijn bij verschillende
     ondernemers en bouwmarktadviseurs gesteld. Dit zorgt voor een goed inzicht in de situatie. Het is
     bij veel antwoorden niet te controleren of deze daadwerkelijk waar zijn. De validiteit kan dus
     beperkt worden gewaarborgd.
3. Bruikbaarheid
     “Aan de borging van de betrouwbaarheid en validiteit zijn beperkingen gebonden. De uitkomsten
     van dit onderzoek worden gebruikt om een praktijksituatie te verbeteren. Om dit te kunnen doen
     moeten de betrouwbaarheid en validiteit weliswaar zo hoog mogelijk zijn, maar moet door de
     opdrachtgever ook de bruikbaarheid van de resultaten worden bevestigd. Om de bruikbaarheid te
     vergroten zijn de wensen van de opdrachtgever volledig gevolgd. Daarnaast is de opdrachtgever
     intensief betrokken bij de uitvoering van het onderzoek en de interpretatie van de resultaten 21.”
     De uitkomsten leiden uiteindelijk tot een handreiking Arbo en veiligheid, die ervoor zorgt dat de
     Arbo en veiligheid bij de ondernemers meer bekendheid krijgt en hierdoor getracht wordt de
     situaties in de Multimate bouwmarkten te verbeteren.

Nu is duidelijk welke methoden gebruikt worden voor het onderzoek en waarom. Desk research en
field research beantwoorden de deelvragen en uiteindelijk de probleemstelling. De volgende
hoofdstukken beschrijven de uitkomsten van deze methoden. Het eerst volgende hoofdstuk beschrijft
de relevante wet- en regelgeving.




20
   Verhoeven, N. (2004). Wat is onderzoek? Praktijkboek methoden en technieken voor het hoger beroepsonderwijs.
Amsterdam: Uitgeverij Boom.
21
   Verhoeven, N. (2004). Wat is onderzoek? Praktijkboek methoden en technieken voor het hoger beroepsonderwijs.
Amsterdam: Uitgeverij Boom.

                                                       21 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 3 Wet- en regelgeving

3.1 Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de wet- en regelgeving die van belang is voor het onderzoek. In de hoofdstuk
komt de Arbeidsomstandighedenwet, Arbeidstijdenwet, wet Milieubeheer, gebruiksvergunning en de
CAO doe het zelf branche aan bod.

3.2 Arbeidsomstandighedenwet
De arbeidsomstandighedenwet moet zorgen voor een veilig werkklimaat. Deze wet geeft de
werkgever en werknemer rechten en plichten. Deze wet geeft richting aan de manier waarop
gehandeld moet worden, maar dit is niet tot in detail omschreven.

In de arbeidsomstandighedenwet geeft de werkgever en werknemer mogelijkheden om de
arbeidsomstandigheden vorm te geven. Binnen de gestelde kaders hebben de werkgever en
werknemer enige beleidsvrijheid.
De belangrijkste werkgeversverplichtingen in de arbeidsomstandighedenwet zijn:
Nr Onderwerp                                                             Artikel
1.    Arbobeleid voeren                                                  artikel 3 en 4
2.    Inventarisatie en evaluatie van risico's                           artikel 5
3.    Voorkoming en beperking van zware ongevallen waarbij gevaarlijke   artikel 6
      stoffen zijn betrokken
4.    Informatie aan het publiek                                         artikel 7
5.    Voorlichting en onderricht                                         artikel 8
6.    Melding en registratie van arbeidsongevallen en beroepsziekten     artikel 9
7.    Voorkomen van gevaar voor derden                                   artikel 10
8.    Algemene verplichtingen van de werknemers                          artikel 11
9.    Samenwerking                                                       artikel 12
10. Preventie en bescherming                                             artikel 13, 14 en 14a
11. Bedrijfshulpverlening                                                artikel 15
12. Informatierechten deskundige werknemers en personen,                 artikel 15a
      bedrijfshulpverleners en Arbodiensten
Tabel 1: Overzicht onderwerpen Arbeidsomstandighedenwet

Deze wet is de belangrijkste wet op het gebied                           van Arbo en veiligheid.           De    gehele
Arbeidsomstandighedenwet is in bijlage 3 opgenomen.

Het Arbobesluit, de Arboregeling en Arbobeleidsregels zijn een aanvulling op de
Arbeidsomstandighedenwet. Hierbij moet een kanttekening geplaatst worden voor de
Arbobeleidsregels. De Arbobeleidsregels gelden nog tot 2010, daarna komen deze te vervallen.
Hiervoor in de plaats komt de Arbocatalogus. “In een Arbocatalogus staan de verschillende manieren
beschreven waarop werkgevers kunnen voldoen aan de doelvoorschriften die de overheid stelt.
Bijvoorbeeld: beschrijvingen van technieken en methoden, goede praktijken, normen en praktische
handreikingen. De verantwoordelijkheid voor het opstellen en bekendmaken van de Arbocatalogi ligt
bij de werkgevers en werknemers (of organisaties van werkgevers en werknemers, bijvoorbeeld
binnen een bepaalde sector)22.” Als de Arbocatologus positief getoetst is door de arbeidsinspectie, dan
vervallen de beleidsregels voor die sector.

3.3 Arbeidstijdenwet
“Werken kost energie, zowel mentaal als fysiek. Daarom mogen werknemers niet te lang achter elkaar
werken. In de Arbeidstijdenwet staat hoe lang iemand per dag en per week mag werken en wanneer
iemand recht heeft op pauze of rusttijd. Die regels zijn er met het oog op de gezondheid, veiligheid en
welzijn van werknemers, maar ook om werk, privé, vrije tijd en zorgtaken te kunnen combineren 23.”


22
     http://www.arbonieuwestijl.nl/7/14/49/Wat_staat_er_in_een_arbocatalogus.html
23
     http://arbeidsinspectie.szw.nl/index.cfm?fuseaction=dsp_rubriek&rubriek_id=20049&menu_item=742

                                                        22 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                                   Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



3.4 Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2008 geldt dat alle inrichtingen onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit
vallen, tenzij de inrichting valt onder artikel 8.1 van de Wm. Het uitgangspunt is dat alle inrichtingen
onder de algemene regels vallen en dat de vergunningplicht de uitzondering vormt.

Voor zowel inrichtingen c.q. bedrijven als het bevoegd gezag betekent het Activiteitenbesluit een
grote verandering op het gebied van handhaving en vergunningverlening. Het Activiteitenbesluit is op
zowel de Wet milieubeheer (Wm) als op de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) gebaseerd.
Het Activiteitenbesluit regelt verder geen aspecten die al in andere wet- en regelgeving is
gereguleerd.
De wet Milieubeheer is sinds 1 januari aangepast, maar blijft wel bestaan, de bepalingen die van
belang zijn voor de ondernemer zijn nu vastgelegd in het activiteitenbesluit. Zoals het doorgeven van
veranderingen in het bedrijf die van invloed zijn op het milieu.

3.5 Bouw besluit en gebruiksvergunning
“Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken, zoals woningen,
kantoren, winkels e.d. in Nederland minimaal moeten voldoen. Ook verbouwingen vallen onder het
Bouwbesluit. De eisen hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid
en milieu24.”
Als een ondernemer een bouwmarkt wil beginnen moet hij voldoen aan de regels van het
bouwbesluit.

In de bouwmarkt bestaat de mogelijkheid dat er meer dan 50 personen tegelijkertijd aanwezig zijn.
Hierdoor dient een ondernemer een gebruiksvergunning aan te vragen bij de gemeente. De
gebruiksvergunning geeft voorschriften voor het beperken van de kans op brand, beperken van de
gevolgen van brand en het vluchten uit een gebouw bij brand. Deze voorschriften worden vermeld in
bouwkundige tekeningen en als voorwaarden opgenomen in de vergunning.

3.6 Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 15
“De PGS zijn regels opgenomen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee een
aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Voor de bepaling van het
vereiste beschermingsniveau is uitgegaan van de huidige stand der techniek die geld voor de
bouwkundige uitvoering van opslagvoorzieningen, brandbestrijdingsystemen en arbeidsmiddelen 25.”
Met andere woorden het is een richtlijn voor brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid.

In de Multimate bouwmarkten is een bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen aanwezig. De
aanwezige hoeveelheid is de ondergrens volgens PGS 15. De voorraad die aanwezig is, ligt in de
schappen. Er is geen aparte voorraad in het magazijn. De beperkte hoeveelheid aanwezige gevaarlijke
stoffen wordt op deze manier beperkt en zijn de regels minder streng dat bij een magazijnvoorraad.
De ondernemers zijn verplicht om de gevaarlijke stoffen te voorzien van lekbakken.

3.7 CAO doe-het-zelfbranche
“De CAO is een collectieve arbeidsovereenkomst. Een CAO is een overeenkomst tussen één of meer
vakbonden enerzijds, en werkgevers of werkgeversorganisaties anderzijds. Zij zijn de `partijen` bij de
CAO. Zij spreken met elkaar af welke arbeidsvoorwaarden (zoals loon, arbeidsduur, enz.) er de
komende tijd (bijvoorbeeld komend jaar) door de betrokken werkgever(s) betaald moeten worden.
Hierin zijn zaken vastgelegd die gelden voor zowel de werkgever als de werknemer 26.” Op het gebied
van de arbeidsomstandigheden en veiligheid zijn er een aantal bepalingen vastgelegd. Voor de inhoud
hiervan wordt verwezen naar de bijlage 4 CAO.




24
   http://www.vrom.nl/pagina.html?id=18258&ref=http://www.google.nl/search?hl=nl&q=bouwbesluit&meta=
25
   Ministerie van Vrom, Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen 15, Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, richtlijn voor
brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid .p. 7
26
   http://www.fnv.nl/helpjezelf/cao/wat_is_een_cao/45_weetjes_over_cao-s.asp

                                                            23 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Uit de wet- en regelgeving kan opgemaakt worden dat:
      de werkgever zorg moet dragen voor goede arbeidsomstandigheden en moet voldoen aan de
        wettelijk eisen en
      de werknemer de taak heeft de regels nauwkeurig na te leven en de regels orde, netheid en
        veiligheid in acht te nemen.

3.8 Tot slot
Om een bedrijf te beginnen moet een ondernemer voldoen aan wettelijke verplichtingen, ook Arbo
verplichtingen. De bovengenoemde wet- en regelgeving zijn niet alle eisen waaraan de ondernemer
moet voldoen. Gezien het onderzoek zich richt op de Arbo en veiligheid wordt de overige wet- en
regelgeving niet benoemd en ook niet in detail uitgewerkt. De bovenstaande wet- en regelgeving
geven een goed beeld over de Arbo en veiligheid. De belangrijkste is de Arbeidsomstandighedenwet.

De Arbeidsomstandighedenwet stelt de verplichting een Arbobeleid te voeren. In het verleden is het
onderwerp ziekteverzuim vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet. Nu is dit vastgelegd in de Wet
poortwachter. In het onderzoek komt het onderwerp ziekteverzuim niet aan bod. Dit onderwerp
verdient bijzondere aandacht vanwege de complexiteit van het onderwerp. Serboucom heeft besloten
om dit onderdeel in een later stadium door de afdeling P&O te laten behandelen.

Hiermee zijn de deelvragen 1 “welke onderdelen van Arbo zijn relevant” en deelvraag 2 ”welke
onderdelen van veiligheid moeten worden opgenomen” beantwoord, gezien vanuit het wettelijke
kader.




                                                    24 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 4 Huidige situatie (on)veiligheid in de Multimate bouwmarkten

4.1 Inleiding
Nu duidelijk in kaart is gebracht met welke wet- en regelgeving een ondernemer te maken heeft kan
er gekeken worden naar de huidige situatie in de Multimate bouwmarkten. Dit is in kaart gebracht aan
de hand van het analyseren van de RI&E‟s bij de ondernemers, interviews, telefonische enquête en
observatie.

4.2 Analyse risico inventarisatie en evaluatie
In november 2007 is er een preventiemedewerker cursus gehouden, georganiseerd door een extern
bureau. In totaliteit hebben hier 40 ondernemers aan deelgenomen.
Tijdens deze cursus hebben de ondernemers een speciaal opgestelde RI&E voor bouwmarkten
moeten invullen. Vervolgens is deze RI&E gecontroleerd en is door het extern bureau het
bijbehorende plan van aanpak opgesteld.
Dit bureau heeft de volgende bevindingen naar aanleiding van de ingevulde RI&E‟s.
De ondernemers voldoen niet altijd aan de wettelijke verplichtingen. De orde en netheid vormt in
sommige gevallen een probleem, dit is niet structureel. Daarnaast zijn er onvoldoende persoonlijke
beschermingsmiddelen, het bedrijfsnoodplan is niet altijd up-to-date en het periodiek
arbeidsgezondheidskundig onderzoek ontbrak bij de ondernemers.
Daarnaast blijkt dat de ondernemers in grote lijnen op de hoogte zijn van de Arbowet. Als het om de
details gaat wordt het moeilijker.
Uit de analyse van de RI&E is gebleken dat ondernemers:
      geen of niet up-to-date vluchtroutetekeningen in bezit hebben,
      persoonlijke beschermingsmiddelen onvoldoende aanwezig hebben en dat het personeel de
         PBM niet even goed gebruiken,
      de vluchtdeuren geblokkeerd zijn,
      onvoldoende ziekteverzuimbeleid voeren,
      het beleid rondom agressie en geweld ontbreekt,
      onvoldoende voorlichting en onderricht geven,
      de EHBO koffer onvoldoende controleren,
      ontruimingsoefeningen onvoldoende oefenen.
De gehele analyse is op te vragen bij de onderzoeker.

4.3 Interview deelnemers
Alleen een analyse van de RI&E biedt onvoldoende inzicht om conclusies te kunnen trekken over alle
Multimate bouwmarkten in Nederland. Daarom is er gekozen om naast de analyse nog een aantal
andere methoden toe te passen.

De deelnemer heeft antwoord gegeven op de volgende vragen:
     Wat wordt verstaan onder Arbo en veiligheid?
     Wat is de stand van zaken met betrekking tot Arbo en veiligheid in de bouwmarkt?
     Waar heeft de deelnemer behoefte aan op het gebied van Arbo en veiligheid?
     Wat is de verwachting van een handreiking Arbo en veiligheid voor bouwmarkten?
     Welke zaken met betrekking tot Arbo en veiligheid zijn wenselijk om door Serboucom te
        regelen?
De gegeven antwoorden worden hieronder samengevat. De samenvatting biedt voldoende inzicht in
de interviews. De volledige interviews zijn op te vragen bij de onderzoeker.

Arbo en veiligheid
De deelnemers verstaan het volgende onder Arbo en veiligheid:
     Het verminderen en beperken van risico‟s in het bedrijf. De kans op een overval minimaal
       maken.
     Preventief en actief maatregelen nemen ter beperking van risico‟s in de bouwmarkt.
     De veiligheid in de breedste zin van het woord. Het welzijn van het personeel staat voorop.
       Het personeel moet veiligheidsschoenen dragen en kleding die past bij het uitvoeren van de
       werkzaamheden. Hiernaast is het belangrijk dat het personeel weet hoe de machines werken

                                                    25 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



         en hier ook op de juiste manier mee werken. De Risico Inventarisatie en Evaluatie is een
         belangrijk onderdeel van veiligheid. Een vluchtplan is ook essentieel.
        Risico beperking in en om het pand.
        Veiligheid is een ruim begrip. Veiligheid voor het personeel, maar ook voor de klanten.
         Iedereen moet zich fatsoenlijk en veilig door de bouwmarkt kunnen begeven. Veiligheid is een
         continu proces. Dagelijks ben je bezig met het plaatsen en presenteren van producten,
         plaatsen van pallets, het gebruik van machines en transportmiddelen, gebruik van
         hulpmiddelen. Het is een proces waar je continu mee bezig bent en veiligheid kan altijd
         verbeterd worden.

Huidige situatie
De huidige situatie in de bouwmarkten kan vervolgens omschreven worden. Vooraf moet duidelijk zijn
dat de verschillende de deelnemers vanuit verschillende invalshoeken waarde hechten aan Arbo en
veiligheid. De ene deelnemer hecht veel meer waarde aan het welzijn van het personeel. Terwijl een
andere deelnemer zich meer richt op het veilig gebruik van de machines.
Het uiteindelijke doel is gelijk, namelijk een veilige en gezonde werkomgeving. De vraag is nu hoe de
huidige situatie bij de deelnemer is. Hieronder wordt dit per geïnterviewde deelnemer beschreven:
Bij indiensttreding wordt de nieuwe medewerker volledig ingelicht over de huisregels en hoe de
werkzaamheden uitgevoerd worden. De huisregels bevatten onder andere informatie over de
werktijden, persoonlijke beschermingsmiddelen, gebruik van de heftruck en het gebruik van de
overvalknop bij de kassa.
De deelnemer zorgt dat er voldoende BHV‟ers aanwezig zijn in het pand. Hiervoor worden de jaarlijkse
herhalingscursussen trouw gevolgd. Daarnaast zijn er preventiemedewerkers in dienst.
Ontruimingsoefeningen worden jaarlijks uitgevoerd.
De machine veiligheid heeft prioriteit voor deze deelnemer, met name de zagerij. De zagerij is
recentelijk aangepast om de kans op een risico zo veel mogelijk te beperken.
Deze deelnemer laat de werknemers trainingen en cursussen volgen, om de werknemers bewust te
laten worden van de Arbo en veiligheid. Er worden aanpassingen gedaan waar noodzakelijk is.
      Deze deelnemer voorziet werknemers van veiligheidsschoenen en passende kleding. Spreekt
         de medewerker aan als hij de Arbo en veiligheidsregels niet in acht neemt. Daarnaast worden
         er ontruimingsoefeningen gehouden, gezorgd voor het up-to-date houden van de
         vluchtroutetekeningen, volgen van BHV cursussen.
      De werktijden worden nauwlettend in de gaten gehouden, met name minderjarigen. Deze
         deelnemer is zich bewust van de Arbo en veiligheid, in het verleden heeft hij hiervoor een
         cursus gevolgd.
      Deze deelnemer is van mening dat alert en oplettend zijn het begin is van een veilige
         werkomgeving. Dit geldt niet alleen voor de deelnemer zelf, maar ook voor zijn personeel.
      Op het gebied van Arbo en veiligheid neemt hij de regels in acht die de deelnemer zelf
         belangrijk acht. Het dragen van veiligheidschoenen is belangrijk voor deze deelnemer. De
         wet- en regelgeving wordt niet nauwlettend in de gaten gehouden, anders ben je dagelijks
         bezig met het uitvoeren van de Arbo en veiligheid, dit kost tijd en geld.
      Deze deelnemer heeft geen preventiemedewerker in dienst.
      Dagelijks moet je bezig zijn met Arbo en veiligheid, het moet gezien worden als een continu
         proces. Direct en indirect is dit een dagelijks proces. Om een aantal voorbeelden te noemen
         het plaatsen van actieartikelen, de ligging en stabiliteit van producten, transportmiddelen,
         gebruik heftruck, gebruik palletwagen, gebruik zagerij en hulpmiddelen, instructie voor fysieke
         belasting, EHBO trommel, vluchtroute plattegronden, vrijhouden van vluchtroutes en
         overvalprocedures. De arbeidsomstandigheden moeten gewoon goed zijn.

Behoefte
In het algemeen hebben de deelnemers de wens dat iedereen zich in de bouwmarkt veilig voelt.
De deelnemers hebben behoefte aan:
     Veiligheid in het pand, met name in en rond de zagerij,
     Brandpreventie,
     Tips over de wijze waarop men om dient te gaan met diefstal,
     Welzijn van de medewerker,
     Overvalpreventie,


                                                    26 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



        Persoonlijke beschermingsmiddelen,
        Voldoen aan wettelijke verplichtingen en
        Organiseren van ontruimingsoefeningen.

Verwachting handreiking
Aan de onderwerpen RI&E, bedrijfshulpverlening, preventiemedewerker, geluidsveiligheid, fysieke
belasting, machine veiligheid wordt veel waarde gehecht. Dit zijn onderwerpen die vanuit de wet
verplicht worden gesteld en die gecontroleerd worden door de Arbeidsinspectie. Deze onderwerpen
zien de deelnemers om deze reden dan ook graag terug in de handreiking.
Naast de wettelijke verplichtingen hebben de deelnemers behoefte aan informatie over
overvalpreventie, omgaan met agressie, diefstal en fraude en brandveiligheid.

De deelnemers zijn van mening dat de handreiking een handig hulpmiddel is om de deelnemer op de
goede weg te helpen om op deze manier snel en eenvoudig aan de wettelijke verplichtingen te
voldoen.

Rol Serboucom
De deelnemers zijn van mening dat Serboucom op het gebied van Arbo en veiligheid meer kan
betekenen voor de deelnemer. Uit de interviews is gebleken dat Serboucom op de volgende punten
iets zou kunnen doen:
      Trainingen en cursussen gericht op Arbo en veiligheid collectief te regelen, zoals BHV
         cursussen, heftruckcertificaat, overvalpreventie, etc.
      Het standaard aanleveren van een blanco RI&E. Deze RI&E zou vervolgens besproken moeten
         worden met de bouwmarktadviseur. Het uitvoeren van de RI&E is een jaarlijkse verplichting.
         Door de RI&E te bespreken met de bouwmarktadviseur is er een stok achter de deur.
      Het aanleveren van andere standaard documenten, zoals een calamiteitenklapper, blanco
         ontruimingsplan en andere documenten zorgen voor uniformiteit voor de bouwmarkten.
      Vanuit Serboucom de wet- en regelgeving nauwlettend in de gaten houden en de deelnemer
         hierop attenderen. Intranet is een goed hulpmiddel voor.
      De deelnemer voorzien van actuele tekeningen. Op deze wijze zijn de vluchtroutetekeningen
         altijd up-to-date.
      De bouwmarktadviseur moet het onderwerp Arbo en veiligheid vaker bespreekbaar maken, dit
         verhoogt de bewustwording van de deelnemer.

4.4 Interview bouwmarktadviseurs
De bouwmarktadviseurs geven advies aan de ondernemers. De bouwmarktadviseurs zijn gevraagd om
op een aantal specifieke vragen antwoord te geven:
     Welke onderwerpen komen aan bod tijdens een bezoek?
     Komt bij een bezoek aan een deelnemer het onderwerp Arbo en veiligheid aan de orde?
     Welke onderwerpen worden belangrijk geacht voor de handreiking?
     Wat is de verwachting van de handreiking?
De uitkomsten van de interviews zijn hieronder samengevat.

Onderwerpen
Het antwoord op de vraag welke onderwerpen worden er besproken met de deelnemer zijn:
     Personeel
     Inkoop
     Commercie
     Winkelinrichting
     Inbreng van de deelnemer
In mindere mate komen de volgende onderwerpen aan bod:
     Veiligheid
     Diefstal
     Ontwerpen van nieuwe bouwmarkt
     RI&E
     Wet- en regelgeving



                                                    27 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Arbo en veiligheid
Het onderwerp Arbo en veiligheid wordt in mindere mate besproken met de deelnemer. Als hierover
wordt gesproken is het oppervlakkig en voor diepgang wordt de deelnemer doorverwezen. De
adviseurs zijn in meer of mindere mate op de hoogte naar welke organisatie zij kunnen doorverwijzen,
dit verschilt per adviseur. De adviseurs zijn van mening dat hier vaker en meer over gesproken moet
worden, maar het ontbreekt de adviseurs aan de deskundigheid op dit gebied. De adviseurs kunnen
de deelnemers niet direct helpen met vraagstukken rond Arbo en veiligheid.
Onderwerpen die door de adviseurs af en toe onder de aandacht worden gebracht zijn de wet- en
regelgeving en de jaarlijkse verplichting om de RI&E uit te voeren.
Daarnaast hebben deelnemers regelmatig vragen over winkeldiefstal en de preventie daarvan.

Kennisniveau
Er is onvoldoende kennis op het gebied van Arbo en veiligheid bij de adviseurs. Uit de interviews blijkt
dat de adviseurs meer kennis willen vergaren op alle facetten van de bedrijfsvoering binnen een
bouwmarkt. Hieronder valt ook Arbo en veiligheid.

Verwachting handreiking
De adviseurs hebben de onderstaande onderwerpen aangedragen om op te nemen in de handreiking
Arbo en veiligheid voor bouwmarkten:
     Wettelijke verplichtingen - de Arbeidsomstandighedenwet
        (RI&E, bedrijfshulpverlening, preventiemedewerker, ontruimingsplan, bedrijfsnoodplan)
     Machineveiligheid
     Stellageveiligheid
     Fysieke belasting
     Geluidsveiligheid
     Brandpreventie
     Overvalpreventie
     Omgaan met agressie
     Diefstalpreventie
     Fraude

De onderwerpen overvalpreventie, omgaan met agressie, diefstalpreventie en fraude zijn
onderwerpen die de laatste jaren zijn toegenomen in de detailhandel. “In 2006 heeft dit de
detailhandel 640 miljoen euro‟s gekost, daarnaast is er 280 miljoen uitgegeven aan preventie. Het is
realistisch om 5% hiervan toe te rekenen aan de bouwmarkten. Dit komt neer op 32 miljoen aan
schade en 14 miljoen die wordt uitgeven aan preventie 27.” Daarom zijn dit belangrijke aspecten om op
te nemen in de handreiking.

4.5 Interview bouwmarktontwerpers
De bouwmarktontwerpers zijn geïnterviewd. De vragen die gesteld zijn:
     Met welke aspecten moet rekening gehouden worden bij het ontwerp?
     Zijn de tekeningen actueel?
     Op welke manier wordt het kennisniveau op peil gehouden?

Ontwerp
In principe wordt de officiële tekening aangeleverd door de architect. De architect neemt tevens de
brandveiligheid in zijn tekening mee. De bouwmarktontwerper moet hier rekening mee houden bij het
intekenen van de stellages. Hij zorgt ervoor dat de stellages zich niet te dicht bij de nooduitgang
bevinden en dat de vluchtroutepaden voldoende breed en zonder obstakels zijn.
Na de opening van het pand komt de brandweer om te controleren of de situatie voldoet aan de
brandveiligheidseisen. Eenmaal ingetekende brandveiligheidmaterialen door de architect worden niet
verplaatst door de bouwmarktontwerper.


27
   Platformdetailhandel Nederland (2006) Nationaal onderzoek winkelcriminaliteit 2006, Leidschendam:Platformdetailhandel
Nederland. Om het onderzoek te kunnen baseren op de doe-het-zelf branche is het volgens dhr P. Walraven van de VWDHZ
realistisch om 5% van het gehele totaal te nemen voor de doe-het-zelf branche.



                                                      28 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                        Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Ombouw
Indien er een ombouw plaatsvindt, worden de brandveiligheideisen door de bouwmarktontwerper
bekeken. Vervolgens wordt indien nodig geadviseerd de brandveiligheidsmaterialen te verplaatsen. Dit
is uiteraard per situatie verschillend. Bijvoorbeeld in het geval dat de brandslanghaspels erg hoog
hangen. In dat geval wordt geadviseerd om in ieder geval de slang op een acceptabele hoogte te
hangen, op maximaal 1.50 meter. Om dit te kunnen bepalen is ervaring een vereiste, daarnaast
behoort een bouwmarktenontwerper een bepaalde basiskennis te hebben.

Actuele tekeningen
De tekeningen zijn niet in alle gevallen actueel. Het is voor de bouwmarktontwerper, de
bouwmarktadviseur, installatiemanager en deelnemer handig om de tekeningen actueel te hebben. Zo
kan een kleine verandering in de lay-out eenvoudig doorgevoerd worden in de tekening.

4.6 Telefonische enquête
Onder de deelnemers is een korte enquête gehouden. Deze enquête is gehouden op basis van een
steekproef. De vragen die hierbij gesteld zijn:
      Hoe heeft u de Arbo en veiligheid georganiseerd?
      Voldoet u ook aan de eisen?
Alle geënquêteerde deelnemers zijn bekend met de begrippen Arbo en veiligheid en zij weten wat
deze begrippen inhouden. De RI&E, het bedrijfsnoodplan, de vluchtroutetekening, de
brandblusmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen zijn onderwerpen die veelal aangedragen
worden als het onderwerp Arbo en veiligheid valt. Desalniettemin blijkt dat de alle deelnemers niet
goed op de hoogte zijn van wettelijke eisen en onvoldoende aandacht schenken aan de Arbo en
veiligheid.
40 deelnemers hebben een ingevulde RI&E, slecht 22 personen vult deze jaarlijks opnieuw in. Van de
50 ondernemers zijn 38 ondernemers in het bezit van vluchtroutetekeningen, waarvan er 30 actueel
zijn. De bedrijfsnoodplannen zijn aanwezig, slechts een enkeling (3 ondernemers) heeft deze volledig
up-to-date. De voorlichting over Arbo en veiligheid word onvoldoende gegeven. Slechts 10
ondernemers hebben dit als vast agendapunt bij de vergadering staan. Over Arbo en veiligheid wordt
wel degelijk gesproken, maar dit is in beperkte mate en vaak even snel tussendoor.
Uit de enquête blijkt dat de ondernemers naast de wettelijke verplichtingen graag informatie over
agressie, diefstal en overvalpreventie.

4.7 Observatie
Naast het afnemen van interviews en het houden van een steekproef zijn een aantal bouwmarkten
geobserveerd. Bij het observeren is gekeken naar de brandveiligheid, vrijhouden van gangpaden in
verband met valgevaar, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het gebruik van
hulpmiddelen ter ondersteuning aan de fysieke belasting. Deze onderdelen zijn waarneembaar door te
observeren.

De uitkomsten van de observatie zijn in onderstaande tabel verwerkt.
                Brandveiligheid       Gangpaden           Vrijhouden van          Gebruik persoonlijke        Gebruik van
                                      vrijhouden van      vluchtroutewegen        beschermingsmiddelen        hulpmiddelen
                                      obstakels                                                               ter
                                                                                                              ondersteuning
                                                                                                              van de fysieke
                                                                                                              belasting
Bouwmarkt a      Goed                  Goed               Goed                    Voldoende                   Goed
Bouwmarkt b      Onvoldoende           Onvoldoende        Onvoldoende             Matig                       Voldoende
Bouwmarkt c      Goed                  Goed               Goed                    Matig                       Voldoende
Bouwmarkt d      Goed                  Voldoende          Goed                    Voldoende                   Voldoende
Bouwmarkt e      Goed                  Voldoende          Goed                    Voldoende                   Voldoende
Bouwmarkt f      Goed                  Voldoende          Onvoldoende             Voldoende                   Voldoende
Tabel 2: Uitkomsten observatie Multimate bouwmarkten

Toelichting:
Deze criteria worden beoordeeld door met onvoldoende, matig, voldoende of goed.
Onvoldoende         =       niet aanwezig
Matig               =       aanwezig, wordt geen gebruik van gemaakt
Voldoende           =       aanwezig, wordt soms gebruik van gemaakt
Goed                =       aanwezig en wordt gebruik van gemaakt

                                                       29 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



De brandveiligheid is in bijna alle bouwmarkten goed. De bouwmarkten hebben voldoende middelen
om eventuele brand te blussen. De vluchtroutetekeningen zijn echter niet in alle bouwmarkten up-to-
date. De vluchtroutewegen zijn niet altijd vrij van obstakels. Dit verhoogt het valgevaar. De
persoonlijke beschermingsmiddelen worden over het algemeen voldoende gedragen en met name de
veiligheidsschoenen. De persoonlijke beschermingsmiddelen bij het gebruik van de zagerij worden af
en toe achterwege gelaten. Het gebruik van de hulpmiddelen ter ondersteuning van de fysieke
belasting is voldoende. De hulpmiddelen moeten vaker gebruikt worden, vooral bij het verplaatsen
van kleine voorwerpen met een gewicht boven de 23 kg. Bij grote voorwerpen worden de
hulpmiddelen wel gebruikt.

4.8 Terugkoppeling
De uitkomsten van de interviews zijn teruggekoppeld naar hoofd Retail Support en de deelnemer uit
Enschede. De uitkomsten hebben beide personen niet doen verbazen. Omdat een aantal onderwerpen
zowel door de deelnemers als de bouwmarktadviseurs zijn aangedragen is besloten dat deze
onderwerpen (tabel 3; onderwerpen voor de handreiking, pagina 31) naast de wettelijke
verplichtingen opgenomen worden in de handreiking. Er kan opgemaakt worden dat er een hoge
consensus tussen de deelnemers en Serboucom bereikt is.

4.9 Tot slot
De verwachting van de handreiking die de geïnterviewde personen hebben, komt overeen met de
verwachtingen van Serboucom. De onderwerpen Arbo en veiligheid kan ook leiden naar het
onderwerp beveiliging. Dit onderwerp wordt niet opgenomen in de handreiking, omdat dit onderwerp
vanuit de deelnemers niet is aangedragen in vergaderingen of elders ter sprake is gekomen. Onder
beveiliging wordt verstaan de beveiliging van het pand door beveiligingsbeambten en alarmsystemen.
Deze handreiking richt zich specifiek op de arbeidsomstandigheden in de bouwmarkt.

Deelvraag 4 “Wat is de huidige situatie op het gebied van Arbo en veiligheid bij de deelnemer” is met
dit hoofdstuk beantwoord. Het volgende hoofdstuk beschrijft de gewenste situatie. Dit is de situatie
zoals deze wordt gezien door de Serboucom (directie), bouwmarktadviseurs en de ondernemers.




                                                    30 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                               Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 5 Gewenste situatie in de bouwmarkt

5.1 Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de onderwerpen die gewenst zijn op te nemen in de handleiding. Deze
onderwerpen zijn naar voren gekomen vanuit de interviews en de telefonische enquête (beschreven in
paragraaf 4.3 t/m 4.6). In dit hoofdstuk wordt de gewenste situatie teruggekoppeld naar de
verwachting van de handreiking.

5.2 Handreiking
In de gewenste situatie is de bouwmarkt een veilige en gezonde werkomgeving!
Dit kan op verschillende manieren bereikt worden. Ten eerste zijn er wettelijke verplichtingen op het
gebeid van Arbo en veiligheid waaraan een ondernemer moet voldoen. Dit is niet de gewenste situatie
vanuit de deelnemers, maar vanuit de overheid. Daarom zijn dit in ieder geval onderwerpen die
opgenomen worden in de handreiking. In principe kan gesteld worden dat als een ondernemer
voldoet aan de wettelijke verplichtingen, hij ook voldoet aan een veilige en gezonde werkomgeving.
Ten tweede is gebleken uit de interviews en enquête dat de ondernemers en bouwmarktadviseurs
naast de wettelijke verplichtingen ook belang hebben bij andere onderwerpen die in relatie staan met
Arbo en veiligheid.

De onderwerpen in de onderstaande tabel worden opgenomen in de handreiking waarmee deze
gewenste situatie bereikt kan worden. De onderstaande tabel laat zien welke onderdelen verplicht of
gewenst zijn voor de handreiking. De niet wettelijke verplichtingen zijn bepaald in overeenstemming
met zowel Serboucom als de deelnemers.

Onderwerp                                      Waarom?                   Welke wet- of regelgeving?
Risico Inventarisatie & Evaluatie              Wettelijke verplichting   Arbeidsomstandighedenwet
Preventiemedewerker                            Wettelijke verplichting   Arbeidsomstandighedenwet
Bedrijfshulpverlening                          Wettelijke verplichting   Arbeidsomstandighedenwet
Ontruimingsplan                                Wettelijke verplichting   Arbeidsomstandighedenwet
Brandpreventie                                 Wettelijke verplichting   Wet Milieubeheer
                                                                         (gebruiksvergunning)
Machineveiligheid                              Wettelijke verplichting   Arbobesluit
Stellageveiligheid                             Wettelijke verplichting   Arbobesluit
Gebruik heftruck                               Wettelijke verplichting   Arbobesluit
Fysieke belasting                              Wettelijke verplichting   Arbobesluit
Persoonlijke beschermingsmiddelen              Wettelijke verplichting   Arbobesluit
Overvalpreventie                               Aangedragen               Geen
Omgaan met agressie                            Aangedragen               Geen
Diefstal                                       Aangedragen               Geen
Fraude                                         Aangedragen               Geen
Tabel 3: Onderwerpen voor de handreiking

Het doel van de handreiking is een hulpmiddel, dat praktisch, bruikbaar en begrijpelijk is. Door de
complexe manier van uitleggen in de wet is het voor deelnemers niet altijd duidelijk waaraan een
onderneming moet voldoen op het gebied van Arbo en veiligheid. Om dit uit te zoeken kost de
deelnemer veel tijd en geld. Dit is een reden waarom verschillende deelnemers niet volledig voldoen
aan de Arbeidsomstandighedenwet. Daarnaast moet de handreiking in begrijpelijk Nederlands
opgesteld worden.

Door de opbouw van de handreiking wordt deze bruikbaar en praktisch. Hoe deze opbouw eruit ziet
wordt hierna aan de hand van een voorbeeld duidelijk gemaakt.
In samenspraak met de deelnemers en de bouwmarktadviseur is het model op de volgende pagina
ontworpen. Dit model blijkt goed weer te geven aan welke eisen de onderneming moeten voldoen en
hoe zij dit moeten realiseren.



                                                     31 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                 Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




  Preventiemedewerker
  Vanaf 1 januari 2005 bent u verplicht een preventiemedewerker aan te wijzen op de werkplek.
  Tot 1 januari 2006 had u de tijd om alles in orde te brengen en een preventiemedewerker aan te
  stellen. Het is nu verplicht om een preventiemedewerker in dienst te hebben.

  De wetgever wil dat u meer gebruik gaat maken van de aanwezige deskundigheid binnen uw
  eigen organisatie. U kunt voor deze functie dus geen externe medewerker of freelancer inhuren.
  U blijft als werkgever altijd verantwoordelijk voor het gehele Arbobeleid, waaronder preventie.

  Er gelden geen specifieke opleidings- of scholingseisen voor de preventiemedewerker, hij moet
  echter wel aan een bepaald profiel voldoen:
       De preventiemedewerker beschikt over specifieke kennis van de arbeidsrisico‟s binnen uw
          organisatie.
       De preventiemedewerker kan risico‟s signaleren, bespreekbaar maken en kan
          verbetervoorstellen doen.
       De preventiemedewerker is gemakkelijk bereikbaar voor de medewerkers, is
          communicatief sterk en fungeert als een soort vertrouwenspersoon voor de medewerkers
          op het gebied van arbeidsveiligheid.

  Door het aanstellen van een preventiemedewerker wordt geprobeerd de drempel voor het
  aankaarten van misverstanden te verlagen. Dit leidt tot een veiligere situatie op de werkvloer.

  Wat zijn de risico’s?
  Als u geen preventiemedewerker in dienst heeft, bestaat de kans dat u een boete oploopt. Het
  normbedrag is € 900,-.

  Wat moet u doen?
  Stel als werkgever een preventiemedewerker aan. Dit kan een medewerker zijn, maar u kunt ook
  zelf optreden als preventiemedewerker. Als u zelf optreedt als medewerker mag u niet meer dan
  25 medewerkers in dienst hebben. Zorg dat de preventiemedewerker beschikt over het
  bovenstaande profiel.




  Wettelijk kader
  De volgende artikelen staan of hebben betrekking op de preventiemedewerker.
  Arbeidsomstandighedenwet: Art. 3, art. 5, art. 8, art.11, art. 12, art. 13, art. 14, art. 14a, art. 15,
  art. 15a

  Handige tips:
  Meer informatie vindt u op
      www.Arbo-preventiemedewerker.startpagina.nl
      www.Arbobondgenoten.nl

Tabel 4: Voorbeeld model voor de handreiking




                                                    32 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoe kan Serboucom ervoor zorgen dat de handreiking opgenomen wordt bij de deelnemers?
Om ervoor te zorgen dat de deelnemers de handreiking gaan opnemen in de bedrijfsvoering is het
belangrijk dat:
     de handreiking gedragen wordt door de bouwmarktadviseurs,
     bouwmarktadviseurs de handreiking introduceren en overhandigen aan de deelnemers,
     bouwmarktadviseurs het onderwerp Arbo en veiligheid bespreekbaar maken tijdens een
        bezoek aan de deelnemer,
     de deelnemer zich bewust wordt van het belang van Arbo en veiligheid en
     het personeel wordt geïnformeerd over de handreiking. Op deze manier zijn de deelnemer en
        het personeel samen op weg naar een veilige en gezonde werkomgeving.

5.3 Aangedragen verbeterpunten
Het eerste hoofdstuk van dit rapport staat beschreven dat de Arbo en veiligheid nog in de
kinderschoenen staat bij Serboucom. Het is dus belangrijk om stap voor stap de Arbo en veiligheid
steeds meer en vaker onder de aandacht te brengen. Als ondernemers teveel informatie in een keer
krijgen, wordt dit gezien als zware kost, Door dit stap voor stap te introduceren worden de
ondernemers zich langzamerhand steeds bewuster van de Arbo en veiligheid.

Uit de interviews zijn verschillende verbeterpunten aangedragen om de Arbo en veiligheid meer vorm
te geven binnen Serboucom.
Er zijn twee belangrijke punten aangedragen, namelijk:
1. Het is gewenst naast de handreiking trainingen en cursussen aan te bieden ter bevordering van de
Arbo en veiligheid. In de aanbevelingen worden suggesties gedaan over de cursussen en trainingen
die een nuttige bijdrage kunnen leveren.
2. Het is wenselijk om binnen de franchiseorganisatie een vast aanspreekpunt te hebben voor de
bouwmarktadviseurs omtrent Arbo en veiligheid. In de aanbevelingen wordt invulling gegeven aan dit
onderwerp.

5.4 Tot slot
Het model in tabel 5 beantwoord deelvraag 6 “Hoe kunnen de gewenste onderdelen opgenomen
worden in de handreiking?” en deelvraag 7 “Hoe kan Serboucom ervoor zorgen dat de handreiking in
gebruik wordt genomen bij de deelnemers?” beantwoorden samen deelvraag 5 “ Wat is de gewenste
situatie op het gebied van Arbo en veiligheid.
Het laatste hoofdstuk beschrijft de conclusies die getrokken kunnen worden naar aanleiding van dit
onderzoek. Vervolgens worden er aanbevelingen gedaan op het gebied van Arbo en veiligheid.




                                                    33 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                 Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 6 Conclusies en aanbevelingen

6.1 Inleiding
In dit hoofdstuk worden de conclusies beschreven die aan de hand van het onderzoek getrokken zijn.
Daarnaast worden een aantal aanbevelingen gedaan op basis van deze conclusies. Deze conclusies en
aanbevelingen zijn in een tabel opgenomen om de overzichtelijkheid te vergroten.

De conclusies bieden inzichten over de onderstaande probleemstelling die in het onderzoek centraal
stond.
  “Welke aspecten moet Serboucom, als franchisegever, opnemen in de handreiking
  Arbo en veiligheid en waarom zijn deze aspecten van belang?”
      Welke onderdelen van veiligheid moeten opgenomen worden?
      Welke onderdelen van de Arbo zijn relevant?
      Wat speelt er in relatie bij Serboucom op gebied van Arbo en veiligheid?
      Wat is de huidige situatie op het gebeid van Arbo en veiligheid bij de deelnemer?
      Wat is de gewenste situatie op het gebied van Arbo en veiligheid bij de deelnemer?
      Hoe kunnen deze aspecten opgenomen worden in de handreiking?
      Hoe kan Serboucom ervoor zorgen dat de handreiking opgenomen wordt bij de
         deelnemers?

6.2 Conclusies en aanbevelingen
De conclusies en aanbevelingen zijn in willekeurige volgorde beschreven. Er zijn nummers aan de
conclusies en aanbevelingen toegekend om de bespreekbaarheid te vergemakkelijken.
De conclusies zijn gebaseerd op basis van de gehouden interviews en enquête. Het analyseren van de
RI&E‟s heeft een basis gevormd voor de handreiking. Het observeren van de Multimate bouwmarkten
diende als ondersteuning voor de interviews, enquête en de analyse van de RI&E‟s.

Nr.      Conclusies                        Aanbevelingen
1.       Deelnemers zijn in                Een aanbeveling om de deelnemers op de hoogte te
         beperkte mate op de               brengen is het aanreiken van de handreiking. Er zijn twee
         hoogte van de Arbo en             opties om te overwegen.
         veiligheid.                       De eerste optie is de handreiking te verzenden naar de
         (is gebleken uit                  deelnemers met een begeleidende brief (handreiking is een
         interview en enquête)             hulpmiddel, praktische en bruikbare tips om de Arbo en
                                           veiligheid te verbeteren).
                                           De andere optie is om de deelnemers eerst duidelijk te
                                           maken dat Arbo en veiligheid een belangrijk onderdeel is
                                           van de bedrijfsvoering en dat het een continu proces is
                                           waar elke ondernemer bewust of onbewust mee bezig is.
                                           De laatste optie is een betere optie dan eerstgenoemde. Op
                                           welke manier kunnen de deelnemers bewust gemaakt
                                           worden? Het is aan te bevelen deze informatie te
                                           verstrekken door de bouwmarktadviseurs, gezien zij
                                           regelmatig een bezoek afleggen bij de deelnemer. Door
                                           deze handreiking persoonlijk af te geven met een duidelijk
                                           verhaal wat het doel van de handreiking is en wat de
                                           risico‟s zijn om deze tips niet op te nemen, wordt de
                                           aandacht van de deelnemer getrokken.
                                           De handreiking moet voor elke deelnemer beschikbaar zijn,
                                           zowel in print als digitaal. Digitaal kan het aangeboden
                                           worden via het Multimate Intranet op een pagina Arbo en
                                           Veiligheid onder Organisatie.




                                                    34 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                 Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




2.       Deelnemers      zijn    in        Serboucom moet deelnemers bewust maken op het gebied
         beperkte mate op de               van Arbo en veiligheid. Hulpmiddelen hiervoor zijn de
         hoogte van de Arbo en             bouwmarktadviseurs, intranet en nieuwsbrieven.
         veiligheid. Het uitvoeren         Het is aan te bevelen het thema Arbo en veiligheid
         van deze taken wordt              onderdeel te maken van de dienst. Het onderwerp moet
         onvoldoende                       dus met regelmaat besproken worden met de deelnemer.
         nagestreefd.                      Het intranet kan gebruikt worden om (gerelateerde)
         (is gebleken uit analyse          onderwerpen over Arbo en veiligheid te vermelden.
         RI&E‟s, interview,
         enquête, observatie)
3.       Deelnemers        hebben          Het kost de deelnemer tijd en geld om trainingen en
         behoefte aan trainingen           cursussen te volgen. Om deze kosten omlaag te brengen is
         en      cursussen    ten          het een aanbeveling om trainingen en cursussen vanuit een
         behoeve van Arbo en               collectief te regelen of door middel van in company
         veiligheid.                       trainingen.
         (is gebleken       uit    het     Het is aan te bevelen een pakket trainingen en cursussen
         interview)                        op het gebied van Arbo en veiligheid aan te bieden aan de
                                           deelnemers. Via het intranet kunnen zij op de hoogte
                                           worden gesteld over de trainingen en cursussen die Arbo
                                           en veiligheid helpen te bevorderen.

4.       Bouwmarktadviseurs                Maak het onderwerp bespreekbaar. Door regelmatig dit
         maken het onderwerp               onderwerp te bespreken blijven deelnemers scherp. En
         Arbo    en    veiligheid          deelnemers kunnen dit gaan zien als een stok achter de
         onvoldoende                       deur. Als bouwmarktadviseur is het de taak te attenderen
         bespreekbaar.                     op de handreiking. De handreiking kan door de
         (is gebleken       uit    het     bouwmarktadviseur gebruikt worden als checklist.
         interview)
5.       De bouwmarktadviseurs             Door het voeren van de gesprekken zijn een aantal
         onvoldoende                       belangrijke elementen aan het licht gekomen. Vanuit de
         kennisniveau op het               bouwmarktadviseurs is de behoefte om meer inzicht te
         gebied van Arbo en                hebben in de Arbo en veiligheid. Het onderwerp komt
         veiligheid.                       tijdens gesprekken met de deelnemer te weinig aan bod.
         (is gebleken       uit    het     De eerste stap die gezet moet worden is vanuit de
         interview)                        organisatie aandachten te besteden aan de Arbo en
                                           veiligheid.
                                           De bouwmarktadviseurs zijn de „huisartsen‟ van
                                           Serboucom. Het is belangrijk dat de bouwmarktadviseurs
                                           kennis nemen van de handreiking. Indien er vragen komen
                                           van de deelnemers kan de bouwmarktadviseur hier direct
                                           op in spelen.
                                           Tevens moet iemand vanuit het hoofdkantoor beschikken
                                           over de nodige kennis, „de specialist‟, om op deze manier
                                           de vragen vanuit de deelnemer te kunnen beantwoorden.




                                                    35 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                                  Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




6.3 Overige aanbevelingen
Bovenstaande aanbevelingen zijn afgeleid uit de conclusies. Hieronder worden er een aantal
aanbevelingen ter ondersteuning van de Arbo en veiligheid gegeven, dit zijn aanbevelingen voor de
handreiking, maar ook voor Serboucom als organisatie.
De onderwerpen die besproken worden zijn:
     de handreiking moet up-to-date blijven,
     kwaliteit handreiking,
     uniformiteit,
     lijst met adviesorganisaties,
     pilot Multimate bouwmarkten,
     preventief handelen,
     opleidingsbeleid,
     vast contactpersoon Arbo en veiligheid binnen Serboucom en
     verder onderzoek

De handreiking moet up-to-date blijven
De handreiking is een hulpmiddel, dat praktisch en bruikbaar is en moet blijven. Indien er
veranderingen voordoen op de genoemde onderwerpen in de handreiking is het ten sterkste aan te
bevelen deze veranderingen op te nemen in de handreiking. Een handreiking die niet up-to-date is
zorgt voor onduidelijkheid. Zou een deelnemer „oude‟ informatie tot zijn beschikkingen hebben en hij
krijgt een controle van de Arbeidsinspectie of brandweer dan loopt hij het risico een waarschuwing of
zelfs een boete op te lopen. Dit is niet het doel van de handreiking.
Hoe kan er gezorgd worden dat deze handreiking recent is en blijft? Door vanuit Serboucom de wet-
en regelgeving nauwlettend in de gaten te houden en de veranderingen door te voeren in de
handreiking, wordt er gezorgd dat de handreiking up-to-date blijft. Dit zorgt voor een goede
handreiking. Dit is via het intranet eenvoudig te communiceren.

Kwaliteit handreiking
Om de kwaliteit van de handreiking te waarborgen is het toepassen van de nevenstaande
Demingcirkel een goede optie.
De Demingcirkel is een kwaliteitsverbetermethdodiek. Het oneindige
cyclische proces illustreert het streven van een organisatie naar een
vergroting van kwaliteit.
De Demingcirkel is “het voortdurend doorlopen van deze cyclus in alle
primaire, ondersteunende of sturingsactiviteiten op organisatie-, op
team- en op individueel niveau geeft aanleiding tot continu verbeteren.
Om een activiteit of een reeks van activiteiten efficiënt aan te pakken,
doorloop je voortdurend de PDCA-cyclus28.”

“P van “Plan” of voorbereiden - plannen: je stelt als het resultaat
van deze stap is een plan op voordat je het uitvoert. Enkele mogelijke activiteiten:
     Gegevens verzamelen en interpreteren,
     betrokken actoren bepalen,
     oorzaken zoeken,
     resultaten bepalen, op basis van maatstaven en doelstellingen en
     de aanpak kiezen en uitwerken in een actieplan.
D van “Do” of uitvoeren: je voert het plan uit.
C van “Check” of opvolgen en evalueren: je volgt de uitvoering van het plan
op en evalueert de inspanningen, de resultaten (en het effect) ervan afhankelijk
van de vooraf bepaalde doelstellingen
A van “Act” of bijsturen en verankeren: je stuurt de activiteit(en) opnieuw bij als de resultaten niet
voldeden aan de doelstellingen of je verankert de werkwijze die tot goede resultaten heeft geleid.
Vervolgens start een nieuwe PDCA- cyclus met het oog op continue verbetering 29.”

28
     Dirk van Aerschot (2004) Praktijkboek voor organisatie ontwikkeling van de politie. Provincie Vlaams- Brabant.
29
     Dirk van Aerschot (2004) Praktijkboek voor organisatie ontwikkeling van de politie. Provincie Vlaams- Brabant.

                                                             36 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Het aan te raden de uitgereikte handreiking na een bepaalde periode te controleren, via de
bovenstaande methodiek. Op deze manier is het mogelijk om te kijken waar de kwaliteit verbeterd
kan worden. De bouwmarktadviseurs kunnen hier een rol in spelen. Dit kan op de volgende manier:
Stap 1: De handreiking inrichten op een goed onderbouwde wijze.
Stap 2: De handreiking in gebruik laten nemen door de ondernemers.
Stap 3: Met de deelnemers de ervaringen bespreken. Verbeterpunten bepalen.
Stap 4: De handreiking op de bij Stap 3 genoemde punten bijstellen, verbeteren.

Uniformiteit
Naast de handreiking is het aan te bevelen standaard documenten aan te leveren ter ondersteuning
van de handreiking. Voorstel voor dergelijke documenten zijn:
     Standaard RI&E geldend voor alle bouwmarkten
     Blanco ontruimingsplan
     Blanco bedrijfsnoodplan
     Standaard formulier sleutelbeheer
     Aanleveren van vluchtroutetekeningen
Door deze documenten aan te leveren zorgen de bouwmarkten samen voor uniformiteit op dit gebied.

Lijst met adviesorganisaties
Uit de interviews met de bouwmarktadviseurs is gebleken dat de adviseurs de ondernemers
doorverwijzen naar diverse organisaties. Het is aan te bevelen een lijst met organisaties op te stellen
waarmee Serboucom samenwerkt op het gebied van Arbo en veiligheid. Tevens moet op deze lijst
staan wie de contactpersoon is van de desbetreffende organisatie.
Op deze manier wordt gezorgd voor uniformiteit en hebben de deelnemers met dezelfde organisatie
te maken.

Pilot Multimate bouwmarkten
Sinds de fusie op 2 juli 2007 maken Serboucom en de H.D.B. Groep onderdeel uit van DGN Beheer.
De handreiking is geschreven vanuit Serboucom en bedoeld voor de Multimate bouwmarkten. De
andere formules/breedpakketzaken Big Boss, Doeland en Hubo hebben nog geen handreiking, dit is
wel wenselijk. Door de handreiking eerst als pilot te starten bij een van de bouwmarkten, in dit geval
de Multimate Bouwmarkt kan gekeken worden of de handreiking een succes is. Blijkt het een succes
te zijn, dan kan de handreiking tevens aangeboden worden aan de andere formules. Waneer is de
handreiking een succes?
     De handreiking wordt in gebruik genomen door de (meeste) deelnemers.
     Door de handreiking wordt er bewustwording gecreëerd.
     Door de handreiking voldoen de ondernemers aan de wettelijke verplichtingen. Meetbaar is
         het aantal boetes dat wordt opgelegd aan de ondernemers.
Als blijkt dat aan deze criteria wordt voldaan, dan is de handreiking een succes. Het is aan DGN
Beheer de taak om een beslissing te nemen over de invoering van de handreiking voor alle formules.

Preventief handelen
Een andere aanbeveling, die niet onbelangrijk is, richt zich op het preventief of pro actief handelen.
Aan de hand van de veiligheidsketen wordt duidelijk gemaakt, waarom deze twee schakels belangrijk
zijn in de organisatie
                                      De nevenstaande veiligheidsketen bestaat uit een vijftal
                                      schakels. De veiligheidsketen is een keten ter bevordering van
                                      de veiligheid.
                                      “Proactie: het structureel voorkomen van onveiligheid, zoals
                                      het analyseren van risicobeeld van grootschalige en bijzondere
                                      objecten. Op basis van deze analyses worden acties en plannen
                                      ontwikkeld.
                                      Preventie: het voorkomen van directe oorzaken van
Figuur 1:Veiligheidsketen (Bron:NIFV)
                                      onveiligheid en het beperken van de gevolgen ervan. Een
voorbeeld hiervan is het adviseren van de Twentse gemeenten met betrekking tot brandveiligheid.



                                                    37 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Preparatie: de daadwerkelijke voorbereiding op bestrijding van brand, ongevallen en rampen. Denk
aan het organiseren en begeleiden van verschillende oefeningen voor de hulpdiensten en de
gemeentelijke     functionarissen     die    bij    de      rampenbestrijding       zijn   betrokken.
Repressie: de bestrijding van onveiligheid en de verlening van hulp in acute noodsituaties door de
daadwerkelijke     inzet   van     brandweer,     politie    en   andere      hulpverleningsdiensten.
Nazorg: alles wat nodig is om zo snel mogelijk terug te keren naar de normale verhoudingen. Een
voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van een plan voor de psychosociale nazorg 30.”

De veiligheidsketen wordt gebruikt bij rampenbestrijding. De veiligheidsketen kan vertaald worden
naar allerlei situaties en is ook toepasbaar op de Arbo en veiligheid in de bouwmarkt. Veel eisen die
gesteld worden vanuit de wetgeving zijn gericht op proactie, preventie en preparatie. De laatste twee
schakels, zijn schakels waarbij de situatie onveilig is of is geweest. Om dit verduidelijken wordt de
volgende situatie geschetst; er is een ongeval gebeurd in de bouwmarkt waarbij een personeelslid is
omgekomen. Dit ongeval is veroorzaakt door instabiliteit van een stellage. Op het moment van het
ongeval moet er actie ondernomen worden om de persoon te redden. Bedrijfshulpverleners moeten in
actie komen. Hulpverleningdiensten moeten ingeschakeld worden. Omstanders die het ongeval
hebben zien gebeuren hebben slachtofferhulp nodig. Het overige personeel moet worden opvangen.
Het ongeval kan verstrekkende gevolgen hebben. De kans is groot dat de informatie over dit ongeval
verspreid wordt door de media. Dit heeft negatieve gevolgen voor de desbetreffende bouwmarkt. De
kans bestaat dat de klandizie vermindert, doordat de klant zich niet meer veilig voelt in de
bouwmarkt. Door de afname van de klandizie is de kans groot dat de inkomsten dalen. In het ergste
geval kan dit ongeval leiden tot imagoschade, niet alleen voor deze bouwmarkt, maar de gehele
formule. Het is dus belangrijk pro actief en preventief te handelen, In deze stadia wordt de
onveiligheid voorkomen. Hieruit blijk dat voorkomen nog altijd beter is dan genezen!

Opleidingsbeleid
Binnen Serboucom bestaat een opleidingsbeleid voor de ondernemers en medewerkers. Dit zijn
opleiding voor bijvoorbeeld verlichting, deuren en kozijn en nog vele andere opleidingen. Dit wordt
verzorgd vanuit een opleidingsorganisatie.
Het is raadzaam om voor de Arbo en veiligheid ook een opleidingsbeleid op te zetten. Door dit vanuit
een Serboucom te regelen, worden er kosten bespaart voor de ondernemers. Het is dan ook aan te
bevelen het opleidingbeleid onder vanuit een collectief te regelen of in-company trainingen.
Opleiding waaraan gedacht kan worden zijn:
     cursus bedrijfshulpverlening en herhalingscursus,
     reanimatiecursus,
     preventiemedewerker cursus,
     VCA opleiding,
     heftruckcertificaat.

Vast contactpersoon Arbo en veiligheid binnen Serboucom
Binnen Serboucom is de bouwmarktadviseur het eerste aanspreekpunt voor de deelnemers. Naast dit
aanspreekpunt is het aan te raden om iemand in dienst te hebben binnen Serboucom die zich blijft
verdiepen in de Arbo en veiligheid. Arbo en veiligheid moet een dienst worden van Serboucom. Op
deze manier hebben de deelnemers snel en eenvoudig antwoord op vragen over Arbo en veiligheid.
Op dit moment worden de ondernemers doorverwezen naar organisaties die over die benodigde
deskundigheid beschikken. Door dit vanuit Serboucom te regelen, bespaart dit de ondernemer weer
kosten. De ondernemer kan met alle vragen over het ondernemerschap terecht bij Serboucom, dus
waarom niet met vragen over Arbo en veiligheid.

Verder onderzoek
Ziekteverzuimbeleid is niet meegenomen in dit onderzoek. Het is raadzaam om binnen een korte
termijn ziekteverzuimbeleid op te stellen dat algemeen geldend is voor alle deelnemers. De wet
Poortwachter geeft hier duidelijke richtlijnen voor. Ziekteverzuim hangt samen met Arbo. In het
algemeen kan gezegd worden hoe slechter de arbeidsomstandigheden des te meer kans op
ziekteverzuim.


30
     http://www.brandweertwente.nl/p3.php?RubriekID=2160

                                                      38 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Ook wordt aangeraden verder onderzoek te verrichtten over het onderwerp criminaliteit. Het is aan te
bevelen om een criminaliteitsonderzoek te verrichtten en zodoende te bekijken of de beveiliging
hierbij een grote rol speelt. Als blijkt dat de beveiliging hierin een grote rol speelt, is het een
mogelijkheid om dit onderwerp alsnog op te nemen in de handreiking Arbo en veiligheid.

6.4 Tot slot
De aanbevelingen zijn gemaakt op grond van de conclusies van het rapport. Het zijn aanbevelingen
aan Serboucom en DGN Beheer. Zij zijn uiteraard vrij deze aanbevelingen op te volgen of niet.

De onderzoeker hoopt dat er door Serboucom, naar aanleiding van het verrichte onderzoek en de
beschreven conclusies en aanbevelingen in de toekomst passende stappen worden ondernomen.




                                                    39 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Begrippenlijst

Bouwmarktadviseur:          de huisarts van Serboucom. De naaste collega‟s zijn de specialisten.
Deelnemer:                  een ondernemer aangesloten bij de formule/franchise, in dit geval een
                            deelnemer van Serboucom, die zelfstandig onderneemt.
Deelnemersmanagent-
vergadering:         Twee keer per jaar komen alle aangesloten ondernemers bij elkaar om allerlei
                     formulegerelateerde onderwerpen te bespreken.
Formule:             zie franchise.
Franchise:           het recht dat een centrale onderneming tegen bepaalde voorwaarden verleent
                     aan particuliere ondernemers om gebruik te maken van hun kennis van het
                     management en hun naam om het afzetgebied van het eigen product te
                     vergroten formule, overkoepelende organisatie.
Franchisegever:      onderneming die een franchise ter beschikking stelt.
Franchisenemer:      ondernemer lid van een franchise, ook wel deelnemer genoemd.
Ondernemer:          zie deelnemer.
Veilig:              beschermd tegen gevaar, met weinig risico.
Veiligheid:          het veilig zijn.
Veiligheidsadviseur: iemand die advies uitbrengt over de veiligheid.




                                                    40 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                     Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Lijst met afkortingen

BHV‟er            Bedrijfshulpverlener
DGN beheer        Doe het zelf Groep Nederland
HDB Groep         Hubo, Doeland en Big Boss
PBM               Persoonlijke beschermingsmiddelen
RI&E              Risico Inventarisatie & Evaluatie
VWDHZ             Vereniging Winkelketens in de Doe-het-Zelfbranche




                                                    41 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                    Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bronvermelding

Artikel:
Kwalitatief of kwantitatief onderzoek
Uit: Zee van der F: Kenniswerving in de Empirische Wetenschappen, de methodologie van
wetenschappelijk onderzoek. BMOOO, Groningen, 2004

Literatuur:
Bommel van H. (2005) Arbeidsveiligheid, Enschede: Saxion Hogescholen

Bommel van H. (2005) Externe veiligheid, Enschede: Saxion Hogescholen

Kooiker. R. (1997) Marktonderzoek, vijfde druk, Groningen: Wolters-Noordhoff

NIBHV (2004) Basisopleiding Bedrijfshulpverlener, elfde druk, 4e oplage, Arnhem: Coers en Roest

NIBHV (2006) Preventiemedewerker, tweede druk, 1e oplage, Arnhem: Coers en Roest

NIBHV (2006) Ontruimingsplannen – en oefeningen, tweede druk, Arnhem: Coers en Roest

Platformdetailhandel Nederland (2006) Nationaal onderzoek winkelcriminaliteit 2006, Leidschendam:
Platformdetailhandel Nederland.

Schreuder Peters, R.P.I.J. (2004) Methoden & Technieken van Onderzoek, principes en Praktijk. Den
Haag: Academic Service

Steehouder, M., et al (1999) Leren Communiceren, handboek voor mondelinge en schriftelijke
communicatie. Vierde, herziende druk, Groningen: Wolters-Noordhoff.

Verhoeven. N. (2007) Wat is onderzoek? Praktijkboek methoden en technieken voor het hoger
onderwijs. Amsterdam: Burolamp

Interne literatuur:
Kleine Wiecherink,E. (2007) Ontruimingsplan, Enschede: Serboucom

Kleine Wiecherink,E. (2007) Risico Inventarisatie & Evaluatie, Enschede: Serboucom

Nijhoff, S. en Reimink, P. (2006) Calamiteitenklapper, Enschede: Serboucom

Nijhoff, S. en Reimink, P. (2006) Veiligheidsrapport, Enschede: Serboucom

Peters, J. en Kleine Wiecherink, E. (2007) Enquête cursus preventiemedewerker, Enschede:
Serboucom

Serboucom (2006) Formule handboek, Enschede: Serboucom

Internet:
Arbeidsinspectie                                                 www.arbeidsinspectie.nl
Brandveilig Bouwen Nederland BBN                                 www.bbn.nu
College Bescherming Persoonsgegevens CPB                         www.cpbweb.nl
Hoofdbedrijfschap Detailhandel HBD                               www.hbd.nl
Marktonderzoek Associatie                                        www.moaweb.nl
NCP Certificatie                                                 www.ncp.nl
Nederlandse Organisatie voor Brandveiligheid NOVB                www.novb.nl
Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde                     www.veiligheidskunde.nl
Platform Detailhandel                                            www.platformdetailhandel.nl


                                                    42 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                    Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Raad Nederlandse Detailhandel RND                                www.raadnederlandsedetailhandel.nl
Steunpunt Acquisitiefraude                                       www.fraudemeldpunt.nl
Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen                           www.efficientbetalen.nl
Stichting Fraude Aanpak Detailhandel                             www.stichtingfad.nl
VEBON, Vereniging van beveiligingsondernemingen                  www.vebon.org
Vereniging Europese Beveiligingsorganisaties                     www.veb.nl
Vereniging van particuliere beveiligingsorganisaties             www.vpb.nl

Intranet:
intranet.multimate.nl

Brochures en folders
Arbeidsinspectie (2005) Interne instructie, Fysieke belasting:tillen, Den Haag: Ministerie van SZW

Arbeidsinspectie (2006) Brochure Arbeidsrisico‟s in de houthandel, Den Haag: Ministerie van SZW

Arbonieuwestijl (2007) Brochure Samen beter aan de slag. Den Haag: Ministerie van SZW

FNV Bondgenoten (2002) Veiligheid eerst! Veiligheid en ongevallen op het werk

Valk van der L. Brochure Lokale samenwerking tegen winkelcriminaliteit , Den Haag: Hoofdbedrijfschap
Detailhandel

Veenstra S. Walraven P. Brochure aanpak winkeldiefstal Leidschendam: Raad Nederlandse
Detailhandel

Veenstra S.(RND) Walraven P. in samenwerking met Iwema E. Brochure Slachtofferopvang,
Leidschendam: Raad Nederlandse Detailhandel

Veenstra S. Walraven P.(2003) Overvalpreventie voor de Retail: Leidschendam: Ervee design en
drukwerk B.V.

Walraven P. Brochure aanpak interne fraude, Leidschendam: Raad Nederlandse Detailhandel

Walraven P. Brochure agressie en geweld Leidschendam: Raad Nederlandse Detailhandel

Walraven P. Brochure gebruik camera‟s Leidschendam: Raad Nederlandse Detailhandel




                                                    43 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlagen

De bijlagen van deze scriptie zijn in een apart document opgenomen. Voor deze wijze van aanlevering
is gekozen ten behoeve van de leesbaarheid en hanteerbaarheid van het document.

In de bijlage zijn de volgende onderdelen opgenomen:
    1. Quick scan Serboucom
    2. Ongevallen in bouwmarkten
    3. Arbeidsomstandighedenwet
    4. Collectieve Arbeidsovereenkomst Doe-het-zelf branche
    5. Handreiking Arbo en veiligheid voor Multimate bouwmarkten
    6. Plan van aanpak: Afstuderen Serboucom




                                                    44 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 1 Serboucom

“Serboucom B.V. (Service Bouwmarkten Combinatie) is in 1996 opgericht en voortgekomen uit een
samenwerking van een groep deelnemers en werknemers van een (groothandel) gebonden
franchiseorganisatie die vonden dat een bouwmarktketen anders georganiseerd zou moeten worden.

Serboucom is begonnen als franchisegever van o.a. het Multimate Service Bouwmarkt concept.
Serboucom vormt het kennis- en dienstencentrum voor de ondernemers aangesloten bij de
retailformules: Multimate Service Bouwmarkt, OXXO en/of Hout Drive-In.
Een team van specialisten op het gebied van onder andere retail support, inkoop, marketing, ICT en
financiën biedt ondersteuning in de vorm van een compleet producten- en dienstenpakket.
Van een uitgebreid en bovendien scherp geprijsd assortiment tot een landelijk en lokaal
marketingbeleid. Van up-to-date winkelautomatisering tot advies op de winkelvloer. Van advies op het
gebied van financiën tot een gedegen opleidingsbeleid.
Naast deze ondersteuning is Serboucom ook continu bezig met het vernieuwen van de formules en de
ontwikkeling van nieuwe concepten31.”

De missie van Serboucom is als volgt:
“Serboucom behartigt de belangen van deze aangesloten ondernemers optimaal en streeft naar een
maximaal rendement voor de ondernemingen van de deelnemers.”

Serboucom is 1996 in Enschede begonnen en vervolgens een
aantal jaren gevestigd geweest in Oldenzaal en is sinds
1 juni 2007 weer naar Enschede teruggekeerd. Daar is het
bedrijf in een nieuw pand gevestigd, samen met de nieuwe
Multimate Service Bouwmarkt, zodat men letterlijk “bovenop”
de activiteiten zit. Vanuit Enschede worden alle Multimate‟s in
Nederland aangestuurd.

Kenmerken
“Serboucom kan geschetst worden aan de hand van de volgende kenmerken.
      Zelfstandig ondernemer
Ondernemers die zich aangesloten hebben bij de Multimate formule van Serboucom zijn en blijven
zelfstandige ondernemers. De ondernemer blijft persoonlijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor de
bedrijfsvoering.
      Directe kostenbesparing
Serboucom neemt de aangesloten ondernemers een aantal taken uit handen. De ondernemer kan zich
dus volledig richten op het runnen van een goede bouwmarkt. Door het uit handen nemen van een
aantal taken, wordt er ook bespaart op een aantal kosten. Serboucom streeft naar een
kostenbesparing van circa 20% ten opzichte van zelfstandige ondernemers die zich niet aangesloten
hebben bij een franchiseorganisatie.
      Geen maandelijkse bijdrage
De Multimate ondernemers betalen geen maandelijkse bijdrage aan Serboucom. Serboucom heeft een
aantal leveranciers geselecteerd, te noemen de zogenaamde contractleveranciers. De Multimate
ondernemers kopen hierdoor gezamenlijk in, dit levert een kostenbesparing op voor de leveranciers
(op het gebied van assortiment, actiebeleid, bestandsbeheer, logistiek en bestelsystematiek). Dit
voordeel levert lagere inkoopprijzen op voor de ondernemer en een bijdrage (fee) aan Serboucom.
      Uniek concept
Serboucom biedt Multimate een uniek concept aan. De combinatie van het goede persoonlijke advies
en de laagste prijs garantie is te realiseren, doordat Multimate geen landelijke reclame maakt en op
dit vlak dus kosten bespaart. De vrijkomende middelen worden ingezet voor opleiding en training.
      Dealers owned




31
     http://www.sbcnet.intern/Organisatie/Serboucom.aspx

                                                           45 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                                Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



De ondernemers zijn extra betrokken bij de organisatie door de dealers owned- constructie. Dit houdt
in dat alle aandelen van Serboucom onder de ondernemers zijn verdeeld en de gezondheid van de
bouwmarkten dus direct effect heeft op de organisatie. Dus zo is de cirkel weer rond 32.”
“Serboucom regelt tal van belangrijke zaken voor de Multimate. Op verschillende manieren kunnen de
ondernemers inspraak krijgen in de werkwijze van Serboucom.
Dit kan op de volgende manieren:
     - De aandeelhouders Vergaderingen (AVA)
     - Deelnemers Management Vergadering (DMV)
     - Deelnemers Assortiment Vergaderingen (DAV)
     - Assortimentscommissies
     - Advies commissies33 “

Fusie
Tot vorig jaar waren de klanten voor Serboucom de Multimate ondernemers en de leveranciers. Door
de fusie zijn dit niet alleen de Multimate ondernemers en de leveranciers, maar ook Big Boss
ondernemers. Op 1 februari 2008 zijn er al 75 ondernemers lid van de formule.
“Sinds 1 juli 2007 zijn de franchiseorganisaties HDB uit Den Dolder en Serboucom BV te Enschede
gefuseerd. Door deze fusie ontstaat er één organisatie van ruim 430 ondernemers met bouwmarkten
en DoeHetZelf -winkels met een omzet van een half miljard euro. Zij verkrijgt daarmee een
marktaandeel van ruim 10% in de DoeHetZelf -branche.
Hiermee is de nieuwe groep, bestaande uit de winkelformules Hubo, Doeland, Big Boss en
Multimate, in aantal de grootste DoeHetZelf -keten van Nederland.
Beide franchiseorganisaties komen onder de paraplu van DGN Beheer BV (Doe-het-zelf Groep
Nederland). Tot algemeen directeur van DGN Beheer is benoemd de heer P.P.M. van der Meché,
voorheen directeur van Serboucom BV. De kantoren van HDB groep en Serboucom, vanwaar de
dienstverlening naar de aangesloten zaken plaatsvindt, blijven gehandhaafd. De diensten voor de
formules Doeland en Hubo worden geleverd vanuit Den Dolder. De bouwmarktformules Multimate en
Big Boss worden vanuit Enschede aangestuurd 34.”
De fusie heeft een grote verandering gebracht in de organisatie. De structuur van de organisatie is
hierdoor veranderd. DGN beheer ziet er als volgt uit:

                                              DGN Beheer                 Algemeen directeur:
                                                                         Dhr. P. van der Meché

                                                                         Financieel directeur:
                                                                         Dhr. E. Luttikhuis




     HDB Groep B.V.                                                                          Serboucom B.V




Directeur: Dhr. M. Delsen                                                               Directeur: Dhr. P. van der Meché




32
     Formule handboek (2006) p. 5
33
     Formule handboek (2006) p. 6
34
     http://www.sbcnet.intern/Organisatie/Serboucom/Persberichten.aspx

                                                         46 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                                   Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Figuur 1.1 Organisatiestructuur DGN beheer



De gehele organisatie zal er in een schema als volgt uit gaan zien:




Figuur 1.2 Toekomst organigram DGN beheer

De figuur hieronder geeft een indicatie weer waar de Multimate en Big Boss bouwmarkten gevestigd
zijn, die vanuit Serboucom aangestuurd worden.




                                             Big Boss in Nederland                          Multimate in Nederland
Figuur 1.3 Overzicht bouwmarkten

Serboucom diensten
Serboucom is een groeiende organisatie en blijft naar verwachting groeien. Op 1 januari 2008 heeft zij
51 werknemers in dienst. In de periode van 1996-2000 waren er 10 werknemers in dienst. In 2005 is
dit aantal gestegen naar 25 werknemers en vanaf 2005 tot heden is het aantal gestegen naar 51
werknemers. Zij bestaat uit elf afdelingen. Deze afdelingen leveren verschillende diensten. In de
volgende tabel wordt dit weergegeven.

Afdeling                             Diensten
Directie                                 Bewaking en coördinatie algemeen beleid
                                         Voorzitter Management team

Directiesecretariaat                         Ondersteuning van directie
                                             Administratieve ondersteuning aan directie

Financiële administratie                     Boekhouding
                                             Controle financiële planning
                                             Jaarcijfers en verslagen (financial control)
                                             Financiële administratie regelen

P&O                                          Werving en selectie personeel
                                             Personeelsbeleid verzorgen
                                             Administratie t.b.v P&O
                                             Arbeidsvoorwaardenbeleid
                                             Opleidingsbeleid

Communicatie & PR                            Zorg dragen voor de interne en externe communicatie
                                             Verzorgen persberichten

Productmanagement                            Inkoop goederen

                                                           47 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



                                           Verantwoordelijk voor het assortiment
                                           Contacten leveranciers (onderhandelingen)


Retail Support                             Werven nieuwe ondernemers
                                           Controle/hulp/advies op gebied           van    managen   voor   een    optimaal
                                           ondernemerschap

Winkelbouw                                 Opzetten van de installatie of herinstallatie
                                           Uittekenen nieuwe bouwmarkt en ombouw

Leden Secretariaat                         Administratieve ondersteuning bieden aan de afdelingen, voornamelijk Retail
                                           Support en Winkelbouw

Marketing                                  Zorg dragen reclame en promotie
                                           Zorg dragen voor huisstijl
                                           Zorg dragen voor intranet

ICT                                        Ondersteuning bieden aan het netwerk
                                           Oplossen technische storingen
                                           Ontwikkelen van systemen (bijv. nieuw kassasysteem)



“Serboucom levert de betere bouwmarktondernemer de formule voor succes. Samen staan we sterk:
Voor meer rendement en een sterkere marktpositie. De ondernemer wil ondernemen en Serboucom
zorgt voor de beste randvoorwaarden. ICT, inkoop, inrichting, verkoopbevordering, marketing en
financiën: het complete product- en dienstenpakket zorgt ervoor dat de ondernemer zijn handen vrij
heeft voor het echte ondernemen en dus voor zijn klanten 35.”




35
     M:\Algemeen\INFO & Handleidingen\Informatie Serboucom\Infoset Serboucom

                                                         48 van 131
  Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




  Bijlage 2 Ongevallen in bouwmarkten

Verslagenheid na ernstig ongeval in bouwmarkt                          Klant overlijdt na ongeluk in
EIBERGEN - Na het ongeval met een omgevallen kast in de                Praxis
bouwmarkt Karwei in Eibergen, waarbij dinsdagmiddag een                EINDHOVEN - Een Geldropse klant (24)
peuter zwaar gewond raakte, zijn onmiddellijk maatregelen              van de Praxis in Eindhoven is
getroffen. Alle vestigingen is gevraagd de kasten stevig te            overleden nadat hij een stapel
bevestigen.                                                            meubelplaten op zich heeft gekregen.
Bedrijfsleider E. Weeber van de bouwmarkt aan de Kiefte in             Dat gebeurde maandagmiddag tijdens
Eibergen is zwaar aangeslagen. Net als de dertig                       een bezoek aan het filiaal aan de
personeelsleden van Karwei. Niemand kan nog bevatten wat er            Tenierslaan in Eindhoven. De klant ging
dinsdagmiddag is gebeurd. Toen raakte in de doe-het-zelf-zaak          naar de doe-het-zelf-winkel om een
een driejarig jongetje zwaargewond. Hij kwam onder een                 lading houtplaten op te halen. Die
houten kast terecht, waar hij hoogstwaarschijnlijk samen met           waren door medewerkers van Praxis op
zijn zesjarige broertje in was geklommen. De twee kinderen             een loopkar geladen. De klant
waren even aan de aandacht van hun moeder ontsnapt. Het                vervoerde de platen zelf naar de
oudste jongetje bleef ongedeerd. Hij kon net op tijd wegkomen.         parkeerplaats. Daar is de lading hout
Het slachtoffertje verblijft op de intensive-care van het              op de man gevallen. Normaal
ziekenhuis in Enschede. Volgens politiewoordvoerder A. de              gesproken loopt een medewerker van
Ronde is er sprake van „een onverminderd ernstige situatie‟.           de bouwmarkt mee naar de
De Arbeidsinspectie heeft intussen de franchiseorganisatie             parkeerplaats, maar dat is maandag
Intergamma, waar Karwei onderdeel van is, geadviseerd                  niet gebeurd. Het slachtoffer raakte
soortgelijke kasten stevig vast te maken. Intergamma heeft             zwaargewond en werd naar het
daarna direct alle vestigingen per fax die opdracht gegegeven.         ziekenhuis gebracht waar hij overleed.
De Arbeidsinspectie stelt dat het meubelstuk in Eibergen „niet         Praxis betreurt het ongeval en zoekt uit
vast‟ stond. „De kast stond in principe redelijk stabiel, zo lang je   hoe het heeft kunnen gebeuren. De
er maar niet in klimt‟, aldus teamleider R. van ‟t Laar.               politie is samen met de
Intergamma erkent dat de kast los in de winkel stond. Voor             arbeidsinspectie een onderzoek gestart.
zover bekend zijn de kasten, met een afmeting van twee meter
                                                                       Bron: AD, 4 augustus 2005
hoog, een meter breed en veertig centimeter diep, alleen
aanwezig in de grotere Karwei-markten. Er wordt hang- en
sluitwerk in getoond.
Volgens de Arbeidsinspectie is het ongeluk geen bedrijfsongeval        Liftmonteur verongelukt
en dus geen zaak voor de inspectie. „Als er in een winkel iets         ROTTERDAM - In een Gamma-vestiging
omvalt, waardoor een klant gewond raakt, dan is dat een                in Rotterdam is gisteravond een
kwestie tussen de klant en de eigenaar van de winkel. Zij              monteur tijdens werkzaamheden om
moeten dat onderling regelen. Maar in dit geval hebben wij toch        het leven gekomen.
gemeend het bedrijf opdracht te moeten geven de kasten vast            De liftmonteur raakte beklemd tussen
te zetten. Want mogelijk bestaat er ook gevaar voor de                 een lift en het dak. Door nog
werknemers‟, zegt Van ‟t Laar.                                         onbekende oorzaak ging de lift
Bedrijfsleider Weeber in Eibergen maakt zich intussen de               omhoog, terwijl de man er bovenop
meeste zorgen over de toestand van het kindje. Hij onderhoudt          aan het werk was. Brandweermannen
intensief contact met de familie.                                      waren uren bezig om het lichaam los te
„We betreuren dit ten zeerste‟, reageert woordvoerder E.J.             krijgen. De goederenlift aan de zijkant
Schipper van Intergamma. „We bezinnen ons op maatregelen               van het pand werd niet gebruikt voor
om dergelijke ongelukken in de toekomst te voorkomen. We               bezoekers van de onlangs geopende
willen dat het publiek zorgeloos kan winkelen. Al blijft een           Gamma. Na het ongeval, omstreeks
bouwmarkt natuurlijk altijd een plek met gevaarlijke spullen           half acht, is bezoekers gevraagd de
voor kinderen, zoals beitels, zagen en noem maar op.‟                  bouwmarkt te verlaten.

Bron: Ad, 1 mei 2005                                                   Bron: AD, 28 april 2008




                                                      49 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                 Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 3 Arbeidsomstandighedenwet

Hoofdstuk 1. Definities en toepassingsgebied
Definities
Artikel 1
    1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
         a. werkgever:
              1°. degene jegens wie een ander krachtens arbeidsovereenkomst of
              publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid,
              behalve indien die ander aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor
              het verrichten van arbeid, welke die derde gewoonlijk doet verrichten;
              2°. degene aan wie een ander ter beschikking wordt gesteld voor het
              verrichten van arbeid als bedoeld onder 1°.;
         b. werknemer: de ander, bedoeld onder a.
    2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:
         a. werkgever:
              1°. degene die zonder werkgever of werknemer in de zin van het eerste lid te
              zijn, een ander onder zijn gezag arbeid doet verrichten;
              2°. degene die zonder werkgever of werknemer in de zin van het eerste lid te
              zijn, een ander niet onder zijn gezag arbeid in een woning doet verrichten, in
              bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen;
         b. werknemer: de ander, bedoeld onder a, met uitzondering van degene die als
         vrijwilliger arbeid verricht.
    3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
         a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
         b. ondernemingsraad:           de    ondernemingsraad,   bedoeld   in   de   Wet    op    de
         ondernemingsraden;
         c. personeelsvertegenwoordiging: de personeelsvertegenwoordiging, bedoeld in de
         Wet op de ondernemingsraden;
         d. toezichthouder: de toezichthouder, bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, en
         als zodanig aangewezen op grond van artikel 24;
         e. psychosociale arbeidsbelasting: de factoren seksuele intimidatie, agressie en
         geweld, pesten en werkdruk in de arbeidssituatie die stress teweeg brengen;
         f. stress: een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale
         gevolgen heeft;
         g. arbeidsplaats: iedere plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt of
         pleegt te worden gebruikt;
         h. arbeidsmiddelen: alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, installaties,
         apparaten en gereedschappen;
         i. arbeidsongeval: een aan een werknemer in verband met het verrichten van arbeid
         overkomen ongewilde, plotselinge gebeurtenis, die schade aan de gezondheid tot
         vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad en heeft geleid tot ziekteverzuim, of de dood
         tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad;
         j. Arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 14a, tweede en derde lid;
         k. zelfstandige: degene die zonder werkgever of werknemer te zijn in de zin van het
         eerste of tweede lid arbeid verricht;



                                                    50 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



         l. vrijwilliger: de persoon, die niet bij wijze van beroep arbeid verricht voor een
         privaatrechtelijk of publiekrechtelijk lichaam dat niet is onderworpen aan de
         vennootschapsbelasting dan wel voor een sportorganisatie en die geen werknemer is
         in de zin van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964, met uitzondering van de
         persoon die arbeid verricht:
              a. ter voorbereiding op beroepsmatige arbeid;
              b. in het kader van een taakstraf dan wel in het kader van het voldoen aan
              voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging als bedoeld in artikel 74,
              tweede lid, onderdeel f, of artikel 77f, eerste lid, onderdeel b, van het
              Wetboek van Strafrecht dan wel in het kader van deelneming aan een project
              als bedoeld in artikel 77e van het Wetboek van Strafrecht;
              c. als bedoeld in artikel 16, zesde lid, onderdeel c.
    4. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
         a. beboetbaar feit: een handeling of een nalaten in strijd met deze wet of de daarop
         berustende bepalingen, terzake waarvan een boete kan worden opgelegd en welke
         handeling of nalaten in de Wet op de economische delicten niet als economisch delict
         is aangemerkt;
         b. boete: de bestuurlijke sanctie die bestaat uit de onvoorwaardelijke verplichting tot
         het betalen van een bepaalde geldsom aan de Staat.
    5. Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen de woorden «bedrijf» en
    «inrichting» worden gebruikt om een plaats aan te duiden, omvatten deze mede een andere
    plaats waar arbeid wordt verricht of pleegt te worden verricht.
Uitbreiding Toepassingsgebied
Artikel 2
Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op:
         a. arbeid verricht binnen de exclusieve economische zone;
         b. verrichtingen van leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen of gedeelten
         daarvan, open ruimten daaronder begrepen, die vergelijkbaar zijn met arbeid in de
         beroepspraktijk;
         c. arbeid die geheel of ten dele buiten Nederland wordt verricht door personen,
         werkzaam aan boord van zeeschepen die op grond van Nederlandse rechtsregels
         gerechtigd zijn de Nederlandse vlag te voeren;
         d. arbeid die voor een in Nederland gevestigde werkgever geheel of ten dele buiten
         Nederland wordt verricht door personen, werkzaam aan boord van luchtvaartuigen.
Hoofdstuk 2. Arbeidsomstandighedenbeleid
Arbobeleid
Artikel 3
    1. De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle
    met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed
    mogelijke arbeidsomstandigheden, waarbij hij, gelet op de stand van de wetenschap en
    professionele dienstverlening, het volgende in acht neemt:
         a. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd organiseert de werkgever de
         arbeid zodanig dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de
         gezondheid van de werknemer;
         b. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd worden de gevaren en risico's voor
         de veiligheid of de gezondheid van de werknemer zoveel mogelijk in eerste aanleg bij
         de bron daarvan voorkomen of beperkt; naar de mate waarin dergelijke gevaren en
         risico's niet bij de bron kunnen worden voorkomen of beperkt, worden daartoe andere
         doeltreffende maatregelen getroffen waarbij maatregelen gericht op collectieve
         bescherming voorrang hebben boven maatregelen gericht op individuele
         bescherming; slechts indien redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat maatregelen

                                                    51 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



         worden getroffen die zijn gericht op individuele bescherming, worden doeltreffende
         en passende persoonlijke beschermingsmiddelen aan de werknemer ter beschikking
         gesteld;
         c. de inrichting van de arbeidsplaatsen, de werkmethoden en de bij de arbeid
         gebruikte arbeidsmiddelen alsmede de arbeidsinhoud worden zoveel als redelijkerwijs
         kan worden gevergd aan de persoonlijke eigenschappen van werknemers aangepast;
         d. monotone en tempogebonden arbeid wordt, zoveel als redelijkerwijs kan worden
         gevergd, vermeden dan wel, indien dat niet mogelijk is, beperkt;
         e. doeltreffende maatregelen worden getroffen op het gebied van de eerste hulp bij
         ongevallen, de brandbestrijding en de evacuatie van werknemers en andere
         aanwezige personen, en doeltreffende verbindingen worden onderhouden met de
         desbetreffende externe hulpverleningsorganisaties;
         f. elke werknemer moet bij ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn eigen veiligheid of
         die van anderen, rekening houdend met zijn technische kennis en middelen, de
         nodige passende maatregelen kunnen nemen om de gevolgen van een dergelijk
         gevaar te voorkomen, waarbij artikel 29, eerste lid, derde zin, van overeenkomstige
         toepassing is.
    2. De werkgever voert, binnen het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid
    gericht op voorkoming en indien dat niet mogelijk is beperking van psychosociale
    arbeidsbelasting.
    3. Ter uitvoering van het eerste lid draagt de werkgever zorg voor een goede verdeling van
    bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de bij de werkgever werkzame personen,
    waarbij hij rekening houdt met de bekwaamheden van de werknemers.
    4. De werkgever toetst het arbeidsomstandighedenbeleid regelmatig aan de ervaringen die
    daarmee zijn opgedaan en past de maatregelen aan zo dikwijls als de daarmee opgedane
    ervaring daartoe aanleiding geeft.
Aspecten van Arbobeleid
Artikel 4. Aanpassing arbeidsplaats werknemer met structurele functionele beperking
    1. In aanvulling op artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, past de werkgever, bedoeld in
    artikel 1, onderdeel a, onder 1° uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in artikel
    7:658a van het Burgerlijk Wetboek en artikel 76e van de Ziektewet,
         a. de inrichting van de arbeidsplaats, de werkmethoden en de bij de arbeid gebruikte
         arbeidsmiddelen, alsmede de arbeidsinhoud aan zijn werknemer, die in verband met
         ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten
         aan, en
         b. de inrichting van het bedrijf aan die werknemer aan, voorzover de behoefte
         daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van die werknemer aan de
         werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf in het bedrijf.
    2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
    1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet en de persoon, bedoeld in artikel 29, tweede lid,
    onderdelen a, b en c, van die wet, die laatstelijk tot de eigenrisicodrager in dienstbetrekking
    stond, gedurende de periode dat de eigenrisicodrager aan die persoon ziekengeld moet
    betalen.
Inventarisatie en evaluatie van risico's
Artikel 5
    1. Bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid legt de werkgever in een
    inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast welke risico's de arbeid voor de werknemers met
    zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie bevat tevens een beschrijving van de
    gevaren en de risico-beperkende maatregelen en de risico's voor bijzondere categorieën van
    werknemers.



                                                    52 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



    2. In de risico-inventarisatie en -evaluatie wordt aandacht besteed aan de toegang van
    werknemers tot een deskundige werknemer of persoon, bedoeld in de artikelen 13 en 14, of
    de Arbodienst.
    3. Een plan van aanpak, waarin is aangegeven welke maatregelen zullen worden genomen in
    verband met de bedoelde risico's en de samenhang daartussen, een en ander overeenkomstig
    artikel 3, maakt deel uit van de risico-inventarisatie en -evaluatie. In het plan van aanpak
    wordt tevens aangegeven binnen welke termijn deze maatregelen zullen worden genomen.
    4. De risico-inventarisatie en -evaluatie wordt aangepast zo dikwijls als de daarmee opgedane
    ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden of de stand van de wetenschap
    en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geven.
    5. Indien de werkgever arbeid doet verrichten door een werknemer die hem ter beschikking
    wordt gesteld, verstrekt hij tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden aan degene, die de
    werknemer ter beschikking stelt, de beschrijving uit de risico-inventarisatie en -evaluatie van
    de gevaren en risicobeperkende maatregelen en van de risico's voor de werknemer op de in
    te nemen arbeidsplaats, opdat diegene deze beschrijving verstrekt aan de betrokken
    werknemer.
Voorkoming en beperking van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn
betrokken
Artikel 6
    1. De werkgever neemt bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid de maatregelen
    die nodig zijn ter voorkoming en beperking van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen
    zijn betrokken en de gevolgen daarvan voor de veiligheid en de gezondheid van de in het
    bedrijf, de inrichting, of een deel daarvan werkzame werknemers. Bij of krachtens algemene
    maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
         a. de categorieën van bedrijven, inrichtingen of delen daarvan ten aanzien waarvan
         de werkgever die maatregelen neemt;
         b. de gegevens die de werkgever met betrekking tot de bedrijven, inrichtingen of
         delen daarvan, bedoeld onder a, op schrift stelt of verstrekt aan de toezichthouder of
         aan de werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, eerste
         tot en met derde lid, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid en de Arbodienst;
         c. de maatregelen die de werkgever neemt ten aanzien van de bedrijven, inrichtingen
         of delen daarvan, bedoeld onder a;
         d. het tijdstip waarop en de frequentie waarmee wordt voldaan aan de verplichtingen,
         bedoeld onder b en c;
         e. een verbod op de exploitatie van het bedrijf, de inrichting of een deel daarvan,
         indien niet of niet voldoende is voldaan aan een of meer verplichtingen krachtens dit
         artikel;
         f. het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit artikel bepaalde.
    2. Onze Minister kan een bedrijf of een inrichting of een deel daarvan afzonderlijk aanwijzen
    ten aanzien waarvan op de werkgever een of meer van de verplichtingen bedoeld in of
    krachtens het eerste lid rusten indien zich in verband met de aanwezigheid van gevaarlijke
    stoffen bijzondere gevaren kunnen voordoen voor de veiligheid en de gezondheid van de
    daarin werkzame werknemers. Bij de aanwijzing wordt bepaald op welk tijdstip aan de
    betreffende verplichtingen moet zijn voldaan. De werking van de aanwijzing wordt opgeschort
    totdat de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift is verstreken of, indien
    bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, op het bezwaar of beroep is beslist.
    3. Het niet naleven van de eerste volzin van het eerste lid is een overtreding. Voorzover het
    niet naleven van de bij of krachtens het eerste lid gestelde regels is aangewezen als een
    strafbaar feit, is dat feit een overtreding.




                                                    53 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Informatie aan het publiek
Artikel 7
    1. De toezichthouder stelt krachtens artikel 6, eerste lid, onder b, verschafte en bij algemene
    maatregel van bestuur aangewezen gegevens uit eigen beweging ter beschikking van het
    publiek. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake regels worden
    gesteld.
    2. Onverminderd artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in afwijking
    van artikel 10, tweede lid, van die wet blijft het verstrekken van gegevens als bedoeld in het
    eerste lid achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende
    belangen:
         a. het belang, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wet openbaarheid
         van bestuur;
         b. het belang, bedoeld in artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarheid
         van bestuur, voorzover het betreft het voorkomen van sabotage.
    3. Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder f, van de Wet openbaarheid van bestuur is niet van
    toepassing op het op verzoek verstrekken van gegevens die door de daartoe aangewezen
    ambtenaar bedoeld in artikel 24 zijn verkregen in verband met de toepassing van het
    bepaalde bij of krachtens artikel 6 ter uitvoering van richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van
    de Europese Unie van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware
    ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PbEG L 10).
    4. Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur is op het
    op verzoek verstrekken van informatie over gegevens als bedoeld in het derde lid uitsluitend
    van toepassing, voorzover die gegevens een vertrouwelijk karakter hebben.
    5. Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet openbaarheid van bestuur is op het
    op verzoek verstrekken van gegevens als bedoeld in het derde lid uitsluitend van toepassing
    voor zover het gegevens betreft die afbreuk kunnen doen aan de mogelijkheid van het
    voorkomen van sabotage.
    6. In afwijking van het vijfde lid is, voorzover het gaat om milieu-informatie als bedoeld in
    artikel 19.1a van de Wet milieubeheer, artikel 10, zevende lid, aanhef en onder b, van de Wet
    openbaarheid van bestuur uitsluitend van toepassing voorzover het gegevens betreft die
    afbreuk kunnen doen aan de mogelijkheid van het voorkomen van sabotage.
Voorlichting en onderricht
Artikel 8
    1. De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te
    verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico's, alsmede over de maatregelen
    die erop gericht zijn deze risico's te voorkomen of te beperken.
    Tevens zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de
    wijze waarop de deskundige bijstand, bedoeld in de artikelen 13, 14, 14a en 15, in zijn bedrijf
    of inrichting is georganiseerd.
    2. De werkgever zorgt ervoor dat aan de werknemers doeltreffend en aan hun onderscheiden
    taken aangepast onderricht wordt verstrekt met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.
    3. Indien persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking van de werknemers worden
    gesteld en indien op arbeidsmiddelen of anderszins beveiligingen zijn aangebracht, zorgt de
    werkgever ervoor dat de werknemers op de hoogte zijn van hun doel en werking en de wijze
    waarop zij deze dienen te gebruiken.
    4. De werkgever ziet toe op de naleving van de instructies en voorschriften gericht op het
    voorkomen of beperken van de in het eerste lid genoemde risico's alsmede op het juiste
    gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
    5. Indien binnen de onderneming werknemers jonger dan 18 jaar werkzaam zijn, houdt de
    werkgever bij de uitvoering van de in de voorgaande leden genoemde verplichtingen in het



                                                    54 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                               Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



    bijzonder rekening met de aan de jeugdige leeftijd inherente beperkte werkervaring en
    onvoltooide lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van deze werknemers.
Melding en registratie van arbeidsongevallen en beroepsziekten
Artikel 9
    1. De werkgever meldt arbeidsongevallen die leiden tot de dood, een blijvend letsel of een
    ziekenhuisopname direct aan de daartoe aangewezen toezichthouder en rapporteert hierover
    desgevraagd zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze toezichthouder.
    2. De werkgever houdt een lijst bij van de gemelde arbeidsongevallen en van
    arbeidsongevallen welke hebben geleid tot een verzuim van meer dan drie werkdagen en
    registreert daarop de aard en datum van het ongeval.
    3. De persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, die belast is met de taak, bedoeld in
    onderdeel b van dat lid, of de Arbodienst meldt beroepsziekten aan een door Onze Minister
    hiertoe aangewezen instelling.
Voorkomen van gevaar voor derden
Artikel 10
    1. Indien bij of in rechtstreeks verband met de arbeid die de werkgever door zijn werknemers
    doet verrichten in een bedrijf of een inrichting of in de onmiddellijke omgeving daarvan
    gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van andere personen dan die
    werknemers, neemt de werkgever doeltreffende maatregelen ter voorkoming van dat gevaar.
    2. Het niet naleven van het eerste lid is een overtreding.
Algemene verplichtingen van de werknemers
Artikel 11
De werknemer is verplicht om in zijn doen en laten op de arbeidsplaats, overeenkomstig zijn opleiding
en de door de werkgever gegeven instructies, naar vermogen zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid
en gezondheid en die van de andere betrokken personen. Met name is hij verplicht om:
         a. arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op de juiste wijze te gebruiken;
         b. de hem ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste
         wijze te gebruiken en na gebruik op de daartoe bestemde plaats op te bergen, een en
         ander voor zover niet krachtens deze wet is bepaald dat werknemers niet verplicht
         zijn beschermingsmiddelen als vorenbedoeld te gebruiken;
         c. de op arbeidsmiddelen of anderszins aangebrachte beveiligingen niet te veranderen
         of buiten noodzaak weg te halen en deze op de juiste wijze te gebruiken;
         d. mede te werken aan het voor hem georganiseerde onderricht bedoeld in artikel 8;
         e. de door hem opgemerkte gevaren voor de veiligheid of de gezondheid terstond ter
         kennis te brengen aan de werkgever of degene die namens deze ter plaatse met de
         leiding is belast;
         f. de werkgever en de werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in
         artikel 13, eerste tot en met derde lid, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid,
         en de Arbodienst, indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen en
         taken op grond van deze wet.

Hoofdstuk 3. Samenwerking, overleg, bijzondere rechten van de ondernemingsraad, de
personeelsvertegenwoordiging en de belanghebbende werknemers en de regeling van de
deskundige bijstand

Samenwerking, overleg en bijzondere rechten van de ondernemingsraad,                                      de
personeelsvertegenwoordiging en de belanghebbende werknemers
Artikel 12
    1. Bij de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid werken de werkgever en de
    werknemers samen.


                                                    55 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



    2. De werkgever voert overleg met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging
    over aangelegenheden die het arbeidsomstandighedenbeleid betreffen alsmede over de
    uitvoering van dit beleid, waarbij actief informatie wordt gewisseld.
    3. De werkgever voert in ondernemingen waarin in de regel minder dan 10 personen
    werkzaam        zijn,   bij    het     ontbreken     van     een     ondernemingsraad        of
    personeelsvertegenwoordiging, overleg met de belanghebbende werknemers over de risico-
    inventarisatie en -evaluatie, de organisatie van de deskundige bijstand, bedoeld in artikel 13,
    eerste tot en met derde lid, de Arbodienst en de deskundige bijstand, bedoeld in artikel 15.
    4. Aan de leden van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging wordt in
    verband met hun taak in het kader van de arbeidsomstandigheden van de werknemers:
         a. de mogelijkheid geboden zich met de toezichthouder tijdens zijn bezoek aan het
         bedrijf of de inrichting buiten tegenwoordigheid van anderen te onderhouden;
         b. de mogelijkheid geboden de toezichthouder tijdens zijn bezoek aan het bedrijf of
         de inrichting te vergezellen, behoudens voor zover deze te kennen geeft dat
         daartegen vanwege een goede uitoefening van zijn taak bezwaren bestaan.
    5. Voor het bij of krachtens deze wet bepaalde treedt voor de toepassing van de afdelingen
    3.6 en 4.1.2. van de Algemene wet bestuursrecht een ondernemingsraad of
    personeelsvertegenwoordiging in de plaats van de belanghebbende werknemers.
    6. Bij het ontbreken van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging wordt, in
    afwijking van artikel 3.41 van de Algemene wet bestuursrecht, van een beschikking zo
    spoedig mogelijk door de werkgever mededeling gedaan aan de belanghebbende
    werknemers. Die beschikking treedt, in afwijking van artikel 3.40 van de Algemene wet
    bestuursrecht, voor hen niet eerder in werking dan nadat de werkgever aan de
    mededelingsplicht, als bedoeld in de vorige zin, heeft voldaan.
Bijstand deskundige werknemers op het gebied van preventie en bescherming
Artikel 13
    1. De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen op grond van
    deze wet bijstaan door een of meer deskundige werknemers.
    2. Voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de
    inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een combinatie van deskundige
    werknemers en andere deskundige personen.
    3. Indien er geen mogelijkheden zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te
    organiseren, wordt de bijstand verleend door andere deskundige personen.
    4. De werknemers en de andere deskundige personen beschikken over een zodanige
    deskundigheid, ervaring en uitrusting, zijn zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd
    beschikbaar en zodanig georganiseerd, dat zij de bijstand naar behoren kunnen verlenen.
    5. De werkgever stelt de werknemers in de gelegenheid de bijstand zelfstandig en
    onafhankelijk te verlenen. De werknemers worden uit hoofde van een juiste taakuitoefening
    niet benadeeld in hun positie in het bedrijf of de inrichting. Artikel 21, vierde zin, van de Wet
    op de ondernemingsraden is van overeenkomstige toepassing.
    6. De deskundige personen verlenen hun bijstand met behoud van hun zelfstandigheid en van
    hun onafhankelijkheid ten opzichte van de werkgever.
    7. Het verlenen van bijstand omvat in ieder geval:
         a. het verlenen van medewerking aan het verrichten en opstellen van een risico-
         inventarisatie en -evaluatie als bedoeld in artikel 5;
         b. het adviseren aan onderscheidenlijk nauw samenwerken met de ondernemingsraad
         of de personeelsvertegenwoordiging, of, bij het ontbreken daarvan, de
         belanghebbende werknemers, inzake de genomen en de te nemen maatregelen,
         gericht op een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid;




                                                    56 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                               Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



         c. de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in onderdeel b, dan wel de
         medewerking daaraan.
    8. Een afschrift van een advies als bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, wordt aan de
    werkgever gezonden.
    9. In de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5, worden de maatregelen
    beschreven die nodig zijn om te voldoen aan het vierde en tiende lid.
    10. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid, kunnen bij werkgevers met niet meer
    dan 25 werknemers de taken in het kader van de bijstand ook worden verricht door de
    werkgever zelf, indien deze natuurlijk persoon is, of door de directeur indien de werkgever
    rechtspersoon is, indien deze personen beschikken over voldoende deskundigheid, ervaring en
    uitrusting om deze taken naar behoren te vervullen.
Maatwerkregeling aanvullende deskundige bijstand bij specifieke taken op het gebied van
preventie en bescherming
Artikel 14
    1. In aanvulling op artikel 13 laat de werkgever zich bij de volgende taken bijstaan door een
    of meer deskundige personen ten behoeve van wie overeenkomstig artikel 20 een certificaat
    is afgegeven of die als bedrijfsarts is ingeschreven in een erkend specialistenregister als
    bedoeld in artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg:
         a. het toetsen van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5, en
         daarover adviseren;
         b. de bijstand bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun
         arbeid te verrichten, met inbegrip van de bijstand bij de uitvoering van bij of
         krachtens artikel 25, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid van de Wet werk en
         inkomen naar arbeidsvermogen, dan wel bij of krachtens artikel 71a, eerste, tweede,
         derde, vierde en zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
         gestelde regels;
         c. het uitvoeren van:
              1°. het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 18;
              2°. de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten.
    2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt het volgende in acht genomen:
         a. de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, wordt doeltreffend uitgevoerd;
         b. de bijstand bij de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt binnen het
         bedrijf of de inrichting georganiseerd;
         c. voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand bij de taak, bedoeld
         in het eerste lid, onderdeel a, binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt
         de bijstand verleend door een of meer andere deskundige personen ten behoeve van
         wie overeenkomstig artikel 20 een certificaat is afgegeven;
         d. de personen die de bijstand verrichten, hebben een zodanige uitrusting en zijn
         zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd beschikbaar en zodanig georganiseerd, dat
         zij de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, naar behoren kunnen verlenen.
    3. Een afschrift van een advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door           de
    degene die dit advies heeft opgesteld gezonden aan de ondernemingsraad of                        de
    personeelsvertegenwoordiging. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad                         of
    personeelsvertegenwoordiging wordt een afschrift van dit advies zo spoedig mogelijk door         de
    werkgever gezonden aan de belanghebbende werknemers.
    4. De wijze waarop de bijstandverlening plaatsvindt met betrekking tot de taak, bedoeld in
    het eerste lid, onderdeel b, wordt schriftelijk vastgelegd.
    5. Bij de gegevensverwerking noodzakelijk voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het
    eerste lid, onderdeel b, kan gebruik worden gemaakt van het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld
    in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

                                                    57 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



    6. Artikel 464 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voorzover het betreft de
    overeenkomstige toepassing van de artikelen 457 en 464, tweede lid, onder b, van Boek 7
    van het Burgerlijk Wetboek, is niet van toepassing indien in verband met de uitvoering van
    deze wet handelingen worden verricht op het gebied van de geneeskunst door personen die
    zijn belast met de taken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
    7. De deskundige werknemers en andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, en de
    personen, bedoeld in het eerste lid, werken bij het verlenen van bijstand aan een werkgever
    samen.
    8. Artikel 13, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
    9. De organisatie van de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, kan, met
    inachtneming van het tweede lid, plaatsvinden bij:
         a. collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe
         bevoegd bestuursorgaan, of
         b. regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met
         de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.
    10. Indien zowel een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling als bedoeld in het
    negende lid, onderdeel a, als een regeling als bedoeld in het negende lid, onderdeel b,
    gelden, zijn de in die overeenkomst en regelingen gegeven bepalingen naast elkaar van
    toepassing. In geval van strijd zijn de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst of
    de regeling, bedoeld in het negende lid, onderdeel a, van toepassing.
    11. Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen geldt een
    collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in het negende lid, onderdeel a, en een regeling
    als bedoeld in het negende lid, onderdelen a en b, gedurende 5 jaren, te rekenen vanaf het
    tijdstip waarop die collectieve arbeidsovereenkomst of die regeling ingaat. Bij wijziging van de
    in de eerste zin bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst of regeling binnen 5 jaren na
    inwerkingtreding, wordt het in de eerste zin bedoelde tijdvak beëindigd op het tijdstip van
    inwerkingtreding van de gewijzigde collectieve arbeidsovereenkomst of regeling.
    12. Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van de
    werkgever:
         a. die werknemers arbeid laat verrichten voor een tijdsduur van in totaal ten hoogste
         40 uur per week, of
         b. met in de regel ten hoogste 25 werknemers, indien gebruik wordt gemaakt van een
         model voor het opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie.
    13. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor:
         a. de tijdsduur van arbeid die buiten beschouwing wordt gelaten bij de toepassing
         van het twaalfde lid, onderdeel a;
         b. het model, bedoeld in het twaalfde lid, onderdeel b.
    14. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bijstand bij
    een of meer taken als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, niet verplicht is met
    inachtneming van bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur gegeven
    voorschriften.
Vangnetregeling aanvullende deskundige bijstand op het gebied van preventie en
bescherming
Artikel 14a
    1. Indien de bijstand bij de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, niet is georganiseerd met
    toepassing van artikel 14, negende lid, wordt deze bijstand georganiseerd met inachtneming
    van dit artikel.
    2. De werkgever laat zich met betrekking tot de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid,
    bijstaan door een Arbodienst, ten behoeve waarvan overeenkomstig artikel 20 een certificaat
    is afgegeven en die deel uitmaakt van de organisatie van het bedrijf of de inrichting.


                                                    58 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



    3. Voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de
    inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een andere Arbodienst ten behoeve
    waarvan, overeenkomstig artikel 20, een certificaat is afgegeven.
    4. De deskundige werknemers en andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, en de
    werknemers van een Arbodienst, werken bij het verlenen van bijstand aan een werkgever
    samen.
    5. Artikel 13, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
    6. Artikel 14, derde tot en met zesde lid, twaalfde tot en met veertiende lid, is van toepassing.
Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening
Artikel 15
    1. De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen op grond van
    artikel 3, eerste lid, onder e, van deze wet bijstaan door een of meer werknemers die door
    hem zijn aangewezen als bedrijfshulpverleners.
    2. Het verlenen van de bijstand houdt in elk geval in:
         a. het verlenen van eerste hulp bij ongevallen;
         b. het beperken en het bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van
         ongevallen;
         c. het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere
         personen in het bedrijf of de inrichting.
    3. De bedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig
    in aantal en zodanig georganiseerd dat zij de in het tweede lid genoemde taken naar behoren
    kunnen vervullen.
Informatierechten deskundige werknemers en personen, bedrijfshulpverleners en
Arbodiensten
Artikel 15a
De werkgever zorgt ervoor dat de deskundige werknemers en de andere deskundige personen,
bedoeld in artikel 13, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, de bedrijfshulpverleners, bedoeld
in artikel 15, en de Arbodienst kennis kunnen nemen van:
         a. de ongevalsrapportages en de lijst van arbeidsongevallen, bedoeld in artikel 9;
         b. een eis als bedoeld in artikel 27, eerste lid;
         c. een bevel als bedoeld in artikel 28, eerste lid;
         d. een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 30, tweede lid;
         e. een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of tot oplegging van een
         dwangsom als bedoeld in artikel 28a;
         f. een rapport als bedoeld in artikel 36, eerste lid;
         g. een beschikking als bedoeld in artikel 37, eerste lid.
Hoofdstuk 4. Bijzondere verplichtingen
Nadere regels met betrekking tot arbeidsomstandigheden alsmede uitzonderingen op en
uitbreidingen van toepassingsgebied
Artikel 16
    1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld in verband met
    arbeidsomstandigheden van de werknemers.
    2. De in het eerste lid bedoelde regels
         a. hebben betrekking op de Arbozorg en de organisatie van de arbeid, de inrichting
         van de arbeidsplaatsen, het werken met gevaarlijke stoffen en biologische agentia, de
         mate van fysieke belasting waaraan werknemers blootstaan, de fysische factoren die
         zich op de arbeidsplaats voordoen, de bij de arbeid gebruikte arbeidsmiddelen en



                                                    59 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



         persoonlijke beschermingsmiddelen en de op de arbeidsplaats te gebruiken
         veiligheids- en gezondheidssignalering en
         b. kunnen mede strekken ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 8, 9, 13, 14, 14a, 15
         en 18.
    3. De in het eerste en tweede lid bedoelde regels kunnen inhouden:
         a. een verbod om bepaalde bij die maatregel omschreven arbeid te verrichten of te
         doen verrichten waaraan bijzondere gevaren voor de veiligheid of de gezondheid zijn
         verbonden;
         b. een verbod om bepaalde bij die maatregel omschreven arbeid te verrichten of te
         doen verrichten, indien met betrekking tot die arbeid niet aan de bij of krachtens die
         maatregel vastgestelde voorwaarden of voorschriften is voldaan;
         c. een verbod om bepaalde bij die maatregel omschreven gevaarlijke stoffen of
         voorwerpen voorhanden te hebben, waaraan bijzondere gevaren voor de veiligheid of
         de gezondheid zijn verbonden;
         d. een verbod om bepaalde bij die maatregel omschreven gevaarlijke stoffen of
         voorwerpen voorhanden te hebben, indien met betrekking tot die stoffen of
         voorwerpen niet aan de bij of krachtens die maatregel vastgestelde voorwaarden of
         voorschriften is voldaan;
         e. een verbod om bepaalde bij die maatregel omschreven arbeid te verrichten of te
         doen verrichten indien de werknemers niet arbeidsgezondheidskundig zijn
         onderzocht.
    4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat deze wet en de
    daarop berustende bepalingen geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn op:
         a. arbeid verricht in of op een luchtvaartuig, dan wel een zeeschip of binnenvaartuig,
         dan wel een voertuig op een openbare weg of een spoor- of tramweg;
         b. arbeid verricht in militaire dienst;
         c. arbeid verricht door werknemers en verrichtingen als bedoeld in artikel 2,
         onderdeel b, van leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen;
         d. arbeid verricht bij een verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van
         delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de
         Mijnbouwwet;
         e. arbeid verricht binnen de exclusieve economische zone.
    5. De in het derde lid, onder e, bedoelde maatregel stelt het verrichten van arbeid slechts
    afhankelijk van het resultaat van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek voor zover die
    arbeid bijzondere gevaren meebrengt voor het leven of de gezondheid van de werknemer zelf
    of van andere personen of voor zover dit om andere bijzondere redenen geboden is. Bij of
    krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit
    arbeidsgezondheidskundig onderzoek en de wijze van registratie, verwerking en bewaring van
    de uitslag daarvan nadere regels gesteld. Deze hebben in ieder geval betrekking op de
    gevallen waarin en de wijze waarop een verzoek tot herkeuring kan worden gedaan.
    6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de arbeid of
    de verrichtingen:
         a. bedoeld in het vierde lid;
         b. verricht in de burgerlijke openbare dienst;
         c. verricht in een gevangenis of huis van bewaring als bedoeld in de Penitentiaire
         beginselenwet, een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden
         als bedoeld in de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of een inrichting
         als bedoeld in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen,
    regels worden gesteld die afwijken van deze wet of de daarop berustende bepalingen of
    strekken tot aanvulling daarvan. Met betrekking tot de arbeid of de verrichtingen, bedoeld in

                                                    60 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



    het vierde lid, onder c, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald
    dat afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is.
    7. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verplichting tot naleving
    van daarbij aangewezen voorschriften van deze wet of de daarop berustende bepalingen,
    voorzover zij betrekking hebben op arbeid waaraan bijzondere gevaren voor de veiligheid of
    de gezondheid zijn verbonden, zich mede richt tot:
         a. een zelfstandige;
         b. een werkgever die deze arbeid zelf verricht;
         c. degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn;
         d. een vrijwilliger.
    8. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verplichting tot naleving
    van daarbij aangegeven voorschriften in de gevallen bij die maatregel omschreven rust op
    een ander dan de werkgever. Aangewezen kunnen worden de eigenaar of beheerder dan wel
    degene die anderszins bevoegd is te beslissen over het ontwerp, de vervaardiging dan wel het
    onderhoud van arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen, zoals zonodig nader bij die maatregel is
    bepaald.
    9. De in het eerste lid bedoelde regels kunnen betrekking hebben op andere onderwerpen
    dan die genoemd in het tweede lid of zich richten tot andere personen dan de werkgever of
    de in het zevende en achtste lid bedoelde personen, indien dat noodzakelijk is ter uitvoering
    van krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vastgestelde
    verplichtingen met betrekking tot de bevordering van de verbetering van het arbeidsmilieu.
    10. De werkgever, dan wel een ander dan de werkgever bedoeld in het zevende, achtste of
    negende lid en de werknemers zijn verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden
    vastgesteld bij of krachtens de op grond van dit artikel, artikel 20, eerste lid, en artikel 24,
    negende lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur voorzover en op de wijze als bij of
    krachtens deze maatregel is bepaald.
    11. Voorzover de niet naleving van de in het tiende lid bedoelde voorschriften en verboden is
    aangewezen als een strafbaar feit, is dat feit een overtreding.
Maatwerk door werkgevers en werknemers
Artikel 17
Bij algemene maatregel van bestuur kan, met inachtneming van in die maatregel gegeven
voorschriften, worden bepaald dat aan een of meer van de krachtens deze wet vastgestelde
bepalingen op een andere wijze kan worden voldaan dan in die bepalingen is aangegeven, echter
uitsluitend bij collectieve regeling als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Arbeidstijdenwet, dan
wel een regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de
ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. Daarbij wordt te allen tijde in acht genomen
dat geen afbreuk wordt gedaan aan het beschermingsniveau van de in de eerste volzin bedoelde
bepalingen.

Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Artikel 18
De werkgever stelt de werknemers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan, dat erop
is gericht de risico's die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel
mogelijk te voorkomen of te beperken.

Verschillende werkgevers
Artikel 19
    1. Indien in een bedrijf of een inrichting verschillende werkgevers arbeid doen verrichten,
    werken zij onderling op doelmatige wijze samen teneinde de naleving van het bij of krachtens
    deze wet bepaalde te verzekeren.
    2. Alvorens werkzaamheden behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur
    aangewezen categorie aanvangen zorgen de werkgevers ervoor dat schriftelijk is vastgelegd


                                                    61 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



    op welke wijze zal worden samengewerkt, welke voorzieningen daarbij zullen worden
    getroffen en op welke wijze op die voorzieningen toezicht zal worden uitgeoefend.
Certificatie
Artikel 20
    1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld op grond waarvan
    werkgevers, werknemers, andere personen of instellingen in het bezit moeten zijn van een of
    meer certificaten waaruit blijkt dat zij voldoen aan voorschriften, gesteld bij of krachtens deze
    wet.
    2. Onze Minister dan wel een door Onze Minister op verzoek aangewezen instelling beslist op
    aanvraag over de afgifte van het certificaat en is tevens bevoegd een afgegeven certificaat in
    te trekken of te schorsen.
    3. Aan een aanwijzing krachtens het tweede lid kunnen voorschriften worden verbonden.
    4. Een certificaat wordt afgegeven voor een beperkte tijdsduur. Aan een certificaat kunnen
    voorschriften worden verbonden. De bedoelde beperking en de voorschriften worden in het
    certificaat vermeld.
    5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld onder meer met
    betrekking tot:
         a. de gronden waarop de in het tweede lid bedoelde aanwijzing kan worden gegeven,
         ingetrokken dan wel gewijzigd;
         b. de wijze waarop de aanvraag om een certificaat moet worden gedaan en de
         gegevens die daarbij van de aanvrager worden verlangd;
         c. de gronden waarop en de gevallen waarin de afgifte van een certificaat kan worden
         geweigerd dan wel een afgegeven certificaat kan worden ingetrokken of geschorst en
         d. de vergoeding die verschuldigd is in verband met de aanwijzing, bedoeld in het
         tweede lid, en de afgifte van een certificaat en de wijze van betaling daarvan.
    6. Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit artikel en vervolgens
    telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de rechtmatigheid en
    doeltreffendheid van het functioneren van de krachtens het tweede lid aangewezen
    instellingen.
Informatievoorziening
Artikel 21
    1. De krachtens artikel 20, tweede lid, aangewezen instellingen verstrekken desgevraagd
    kosteloos aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze
    Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de
    vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
    2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de krachtens artikel 20, tweede lid,
    aangewezen instellingen worden verplicht tot het periodiek opstellen en toezenden aan Onze
    Minister van een verslag van de in artikel 20, tweede lid, genoemde werkzaamheden en de
    rechtmatigheid en doeltreffendheid van die werkzaamheden en werkwijze in de afgelopen
    periode.
Aanwijzingen
Artikel 22
    1. Onze Minister kan de krachtens artikel 20, tweede lid, aangewezen instellingen
    aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van hun taak. Hij treedt daarbij niet in
    individuele gevallen.
    2. De krachtens artikel 20, tweede lid, aangewezen instellingen                 zijn   gehouden
    overeenkomstig de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, te handelen.




                                                    62 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Taakverwaarlozing
Artikel 23
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zoveel nodig in afwijking van deze wet,
voorzieningen worden getroffen voor het geval de krachtens artikel 20, tweede lid, aangewezen
instellingen hun uit deze wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomen.

Hoofdstuk 5. Toezicht en ambtelijke bevelen
Ambtenaren belast met het toezicht
Artikel 24
    1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de
    bij besluit van Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaren.
    2. Met betrekking tot door Onze Minister aangewezen categorieën van arbeid zijn met het
    toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet belast of mede belast de
    door hem aangewezen andere ambtenaren dan de in het eerste lid bedoelde. Indien
    ambtenaren worden aangewezen die ressorteren onder een andere minister, wordt het besluit
    tot aanwijzing van die ambtenaren genomen door Onze Minister en die andere minister
    gezamenlijk. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid en in dit lid wordt mededeling
    gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
    3. De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning
    binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.
    4. De toezichthouder is voorts bevoegd te allen tijde ter zake van een arbeidsongeval een
    onderzoek in te stellen. Hij stelt naar aanleiding van dat onderzoek een rapport op.
    5. De toezichthouder stelt ter voldoening aan artikel 5:18, zesde lid, van de Algemene wet
    bestuursrecht een rapport op; dit rapport en een rapport als bedoeld in het vierde lid zendt hij
    aan de werkgever, aan de ondernemingsraad of aan de personeelsvertegenwoordiging.
    6. De toezichthouder is bevoegd bij het verwerken van persoonsgegevens gebruik te maken
    van het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 47b, derde lid, van de Algemene wet inzake
    rijksbelastingen, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
    7. De toezichthouder geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan het verzoek om een onderzoek in
    te stellen, gedaan door de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, dan wel
    door een vereniging van werknemers, die krachtens haar statuten ten doel heeft de belangen
    van haar leden als werknemers te behartigen en als zodanig in de betrokken onderneming of
    bedrijfstak werkzaam is en in het bezit is van volledige rechtsbevoegdheid.
    8. Ten dienste van het onderzoek naar een beboetbaar feit is de toezichthouder, voor zover
    dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd ieder staande te houden
    en te vorderen dat hij zijn naam, voornamen, geboortedatum en geboortejaar en adres
    opgeeft.
    9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in de bij of
    krachtens die maatregel te bepalen gevallen en wijze degene die arbeid verricht of doet
    verrichten in de territoriale zee of de exclusieve economische zone, verplicht is de
    toezichthouder bij de uitoefening van zijn bevoegdheden te vervoeren naar door de
    toezichthouder aan te duiden plaatsen waar deze arbeid wordt of zal worden verricht.
Toezicht op instellingen
Artikel 25
Onze Minister ziet toe op de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van het bepaalde bij en
krachtens deze wet door krachtens artikel 20, tweede lid, aangewezen instellingen.

Geheimhouding
Artikel 26
De toezichthouders zijn, behoudens tegenover hen aan wier gezag zij uit kracht van hun ambt zijn
onderworpen, verplicht tot geheimhouding van de namen van de personen door wie een klacht is
ingediend of aangifte is gedaan van een overtreding van deze wet en de daarop berustende



                                                    63 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



bepalingen, behoudens wanneer deze personen hun schriftelijk hebben verklaard tegen de
mededeling van hun namen geen bedenkingen te hebben.

Eis tot naleving
Artikel 27
    1. Een daartoe aangewezen toezichthouder kan aan een werkgever een eis stellen
    betreffende de wijze waarop een of meer bepalingen gesteld bij of krachtens deze wet
    moeten worden nageleefd.
    2. Een eis vermeldt van welke regelen hij de wijze van naleving bepaalt en bevat de termijn
    waarbinnen eraan moet zijn voldaan.
    3. De werkgever is verplicht om aan de eis te voldoen. De werknemers zijn verplicht aan de
    eis te voldoen voor zover zulks bij de eis is bepaald. De werkgever draagt zorg dat de
    werknemers van de op hen rustende verplichting zo spoedig mogelijk in kennis worden
    gesteld.
    4. Voor de toepassing van de vorige leden worden met een werkgever gelijkgesteld: de in
    artikel 16, zevende, achtste en negende lid, bedoelde personen voor zover het betreft de
    krachtens dat artikel omschreven verplichtingen.
    5. Een eis kan worden gesteld tot naleving van de artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 11, 13, eerste tot en
    met vierde lid, negende en tiende lid, 14, eerste, tweede en zevende lid, 14a, tweede, derde
    en vierde lid, 15, eerste en derde lid, 16, voorzover dat bij de krachtens dat artikel gestelde
    regels is bepaald, 18 en 19.
Stillegging van het werk
Artikel 28
    1. Een daartoe aangewezen toezichthouder is bevoegd mondeling of bij gedagtekend
    schrijven te bevelen, dat personen niet mogen blijven in door hem aangewezen plaatsen, of
    dat door hem aangewezen werkzaamheden worden gestaakt dan wel niet mogen worden
    aangevangen, indien naar zijn redelijk oordeel dat verblijf of die werkzaamheden ernstig
    gevaar opleveren voor personen.
    2. Een mondeling bevel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd aan de werkgever of
    aan de andere personen, bedoeld in artikel 16, zevende, achtste en negende lid.
    3. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt mede in die gevallen, waarin op grond van
    het bepaalde in artikel 27 aan een gestelde eis nog geen uitvoering behoeft te worden
    gegeven.
    4. Zodra naar het oordeel van de ambtenaar die een bevel als bedoeld in het eerste lid gaf,
    geen ernstig gevaar meer aanwezig is, trekt hij het bevel in.
    5. Degene, die een bevel als bedoeld in het eerste lid gegeven heeft, is bevoegd met
    betrekking tot dit bevel de nodige maatregelen te treffen, de nodige aanwijzingen te geven en
    de hulp van de sterke arm in te roepen. De maatregelen en aanwijzingen kunnen onder meer
    betrekking hebben op het verzegelen van arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen.
    6. Ieder wie zulks aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een bevel, als
    bedoeld in het eerste lid en een aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid.
    7. Het opzettelijk niet naleven van het zesde lid is een misdrijf.
Bestuursdwang
Artikel 28a
Een daartoe aangewezen toezichthouder is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter zake van
de naleving van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover het de verplichting betreft
tot het verlenen van medewerking aan de toezichthouder, de artikelen 24, negende lid, en 28, eerste
lid en de daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bepalingen krachtens deze wet.




                                                    64 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Werkonderbreking
Artikel 29
    1. Een werknemer is bevoegd het werk te onderbreken en de onderbreking voort te zetten,
    indien en zolang naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar voor personen als bedoeld in artikel
    28 aanwezig is en naar zijn redelijk oordeel het gevaar zo onmiddellijk dreigt dat een
    toezichthouder niet tijdig kan optreden. Voor de duur van de onderbreking behoudt de
    werknemer zijn aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon. De werknemer mag als
    gevolg van de werkonderbreking niet worden benadeeld in zijn positie in het bedrijf of in de
    inrichting.
    2. Degene die stelt dat de werknemer de aanwezigheid van onmiddellijk dreigend gevaar als
    bedoeld in het eerste lid op grond van de feiten waarop hij zich beroept, niet naar zijn redelijk
    oordeel mocht aannemen, moet dit bewijzen.
    3. Indien de onderbreking van het werk geschiedt buiten weten van de werkgever
    onderscheidenlijk de bij de arbeid betrokken leidinggevende persoon, moet de werknemer de
    onderbreking terstond bij deze melden.
    4. De onderbreking van het werk wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de
    daartoe aangewezen toezichthouder, die een bevel geeft krachtens artikel 28, eerste lid, of
    verklaart, zo nodig onder het stellen van een eis als bedoeld in artikel 27, dat de arbeid kan
    worden verricht. Door de beschikking van de daartoe aangewezen toezichthouder eindigt de
    bevoegdheid van de werknemer de werkonderbreking voort te zetten.
Hoofdstuk 6. Vrijstellingen, ontheffingen en beroep
Vrijstelling en ontheffing
Artikel 30
    1. Onze Minister kan met betrekking tot categorieën van bedrijven, inrichtingen, of
    arbeidsverhoudingen vrijstelling verlenen van de voorschriften zoals die bij of krachtens artikel
    5, en de artikelen 12 tot en met 18 zijn vastgesteld.
    2. Een daartoe aangewezen toezichthouder kan met betrekking tot een individueel bedrijf of
    inrichting ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde voorschriften, tenzij met
    betrekking tot een dergelijk voorschrift een eis is gesteld.
    3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld inzake het verlenen
    van vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid.
    4. Een vrijstelling of een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.
    5. Aan een vrijstelling of een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
    6. Een vrijstelling onderscheidenlijk ontheffing kan worden ingetrokken wanneer:
         a. een of meer der redenen waarom zij is verleend is of zijn vervallen;
         b. een of meer van de daaraan verbonden voorschriften niet wordt of worden
         nageleefd;
         c. zich na de verlening zodanige feiten of omstandigheden voordoen dat, indien deze
         ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling of ontheffing niet of
         niet in die vorm zou zijn verleend.
    7. De werking van een beschikking inzake een ontheffing wordt opgeschort totdat de termijn
    voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift is verstreken of, indien bezwaar is
    gemaakt of beroep is ingesteld, op het bezwaar of beroep is beslist.
Beroep
Artikel 31
    1. Tegen een beschikking op grond van deze wet van een ambtenaar als bedoeld in artikel
    24, tweede lid, kan door een belanghebbende administratief beroep worden ingesteld bij
    Onze Minister.
    2. Een beschikking op grond van deze wet van een ambtenaar als bedoeld in de artikelen 24,
    eerste lid, en 34, eerste lid, wordt gegeven namens Onze Minister.

                                                    65 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Hoofdstuk 7. Sancties
Strafbepaling
Artikel 32
    1. Het is de werkgever verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met deze
    wet of de daarop berustende bepalingen indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet
    weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers
    ontstaat of te verwachten is.
    2. Het niet naleven van het eerste lid is een misdrijf.
Beboetbare feiten
Artikel 33
    1. Als beboetbaar feit wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de artikelen
    3, 4, eerste lid, 5, 8, 9, eerste en tweede lid, 11, 13, eerste tot en met vierde lid, negende en
    tiende lid, 14, eerste, tweede en zevende lid, 14a, tweede, derde en vierde lid, 15, eerste en
    derde lid, 18, 19. Terzake van de feiten bedoeld in de vorige volzin, kan een boete worden
    opgelegd van de eerste categorie.
    2. Als beboetbaar feit wordt tevens aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met
    artikel 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van de in dat artikellid bedoelde
    voorschriften en verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als
    beboetbaar feit. Terzake van de feiten, bedoeld in de vorige volzin, wordt bij of krachtens
    algemene maatregel van bestuur bepaald of een boete kan worden opgelegd van de eerste of
    tweede categorie.
    3. Een beboetbaar feit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt aangemerkt als een
    strafbaar feit, indien tweemaal binnen een aan de dag van het constateren van dat
    beboetbare feit voorafgaande periode van 48 maanden, met respectievelijke tussenliggende
    perioden van ten hoogste 24 maanden, voor een beboetbaar feit bestaande uit het niet
    naleven van eenzelfde wettelijke verplichting een boete is opgelegd die onherroepelijk is
    geworden.
    4. Geen boete kan worden opgelegd terzake van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde
    feiten.
    5. De handeling of het nalaten, bedoeld in het derde lid, is een overtreding.
Aanduiding pleger beboetbaar feit
Artikel 33a
    1. Beboetbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen.
    2. Indien een beboetbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, kan de boete worden
    opgelegd aan:
         1°. de rechtspersoon, of
         2°. degene die opdracht heeft gegeven tot de gedraging waardoor de verplichtingen
         die voortvloeien uit deze wet of de daarop berustende bepalingen niet zijn nageleefd
         alsmede tegen hem die feitelijke leiding heeft gegeven aan die gedraging, of
         3°. de onder 1° en 2° genoemde tezamen.
    3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt met een rechtspersoon
    gelijkgesteld:
         1°. de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid,
         2°. de maatschap,
         3°. de rederij en
         4°. het doelvermogen.




                                                    66 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Hoogte boete en recidive
Artikel 34
    1. Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt de
    boete op aan de natuurlijke of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten die voortvloeien
    uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is
    aangeduid als beboetbaar feit.
    2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is niet reeds aangewezen als toezichthouder.
    3. De hoogte van de boete die ten hoogste voor een beboetbaar feit kan worden opgelegd is
    gelijk aan de geldsom van de categorie die voor het beboetbaar feit is bepaald.
    4. Er zijn 2 categorieën:
         1°. de eerste categorie: € 9.000;
         2°. de tweede categorie: € 22.500.
    5. Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin is aangegeven hoe de hoogte van de op te
    leggen boete wordt bepaald.
    6. Onverminderd het vierde lid verhoogt de aangewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid,
    de op te leggen boete met 50%, indien op de dag van het constateren van het beboetbare
    feit nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerder beboetbaar feit bestaande uit het
    niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd en de boete wegens het
    eerdere beboetbare feit onherroepelijk is geworden.
    7. Voor zover de boete nog niet is geïnd vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij
    is opgelegd.
Informatie, zwijgrecht en cautie
Artikel 35
    1. Indien de toezichthouder jegens de belanghebbende een handeling verricht waaraan deze
    in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging
    een boete zal worden opgelegd, is die belanghebbende niet langer verplicht terzake van die
    gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het de boeteoplegging betreft. De
    belanghebbende wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie
    wordt gevraagd.
    2. Indien de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 34, eerste lid, voornemens is
    om aan de belanghebbende een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de
    belanghebbende onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De
    kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
    3. Op verzoek van de belanghebbende die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens
    zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de daartoe
    aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 34, eerste lid, er zoveel mogelijk zorg voor dat de
    in die kennisgeving vermelde gronden aan de belanghebbende worden medegedeeld in een
    voor hem begrijpelijke taal.
    4. In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de daartoe
    aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 34, eerste lid, de belanghebbende in de
    gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen
    voordat de boete wordt opgelegd.
    5. Indien de belanghebbende zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de daartoe
    aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 34, eerste lid, er op verzoek van de
    belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt
    benoemd die de belanghebbende kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen
    dat daaraan geen behoefte bestaat.




                                                    67 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                               Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Boeterapport
Artikel 36
    1. Indien de toezichthouder vaststelt dat een beboetbaar feit is gepleegd, maakt hij zo
    spoedig mogelijk daarvan een rapport op.
    2. In het rapport worden in ieder geval vermeld:
         a. de aard van het beboetbaar feit onder vermelding van het wettelijk voorschrift
         waarmee in strijd is gehandeld;
         b. de aanduiding van de plaats waar het beboetbaar feit is gepleegd;
         c. de bij het beboetbaar feit betrokken persoon of personen;
         d. de natuurlijke of rechtspersoon op wie de verplichting rust tot naleving van het
         beboetbare wettelijke voorschrift.
    3. Het rapport wordt toegezonden aan de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid,
    aangewezen ambtenaar.
    4. Een afschrift van het rapport wordt toegezonden of uitgereikt aan de in het tweede lid,
    onder c en d bedoelde persoon. Indien de in de eerste volzin bedoelde persoon het rapport
    niet begrijpt, draagt de toezichthouder er zo veel mogelijk zorg voor dat de in het rapport
    vermelde informatie aan hem wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
Boetebeschikking
Artikel 37
    1. Een boete wordt opgelegd bij beschikking van een daartoe op grond van artikel 34, eerste
    lid, aangewezen ambtenaar. De beschikking wordt gegeven binnen 13 weken na dagtekening
    van het boeterapport, bedoeld in artikel 36, eerste lid.
    2. In de beschikking wordt in ieder geval vermeld:
         a. de hoogte van de boete;
         b. het beboetbaar feit terzake waarvan de boete verschuldigd is;
         c. de bij het beboetbaar feit betrokken personen;
         d. degene die voor de naleving van de wet en de daarop berustende bepalingen
         aansprakelijk is;
         e. de termijn of de termijnen waarbinnen de boete moet worden betaald.
    3. Indien een persoon als bedoeld in het tweede lid, onder c en d, de inhoud van de
    beschikking niet begrijpt, draagt de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen
    ambtenaar er zoveel mogelijk zorg voor dat de in de beschikking vermelde informatie aan
    hem wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
Betaling
Artikel 38
    1. De boete wordt betaald aan de Staat binnen 6 weken nadat de beschikking, bedoeld in
    artikel 37, is bekendgemaakt.
    2. Degene aan wie een boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de daartoe op grond
    van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar de inlichtingen te verstrekken die voor de
    tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn. Bij ministeriële regeling worden nadere regels
    gesteld.
Aanmaning
Artikel 39
    1. Bij gebreke van betaling maant de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen
    ambtenaar degene aan wie de boete is opgelegd, schriftelijk aan binnen 2 weken alsnog aan
    zijn verplichtingen te voldoen. De verschuldigde boete wordt verhoogd met de op de
    aanmaning betrekking hebbende kosten.



                                                    68 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



    2. De aanmaning bevat de aanzegging dat de boete, voorzover deze binnen de in de
    aanmaning gestelde termijn niet wordt voldaan, wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 40.
Invordering
Artikel 40
    1. Bij gebreke van tijdige betaling vordert de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid,
    aangewezen ambtenaar van degene aan wie de boete is opgelegd, de verschuldigde boete,
    verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij
    dwangbevel in.
    2. Het dwangbevel wordt op kosten van degene aan wie de boete is opgelegd bij
    deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
    Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
    3. Gedurende 6 weken staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de
    Staat.
    4. Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de beschikking, bedoeld in artikel
    37, niet is ontvangen of dat de bij die beschikking opgelegde boete ten onrechte of op een te
    hoge geldsom is vastgesteld.
    5. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de
    rechtbank in kort geding anders beslist.
Vervaltermijn
Artikel 41
    1. De bevoegdheid om een boete op te leggen vervalt na verloop van 2 jaar na de dag
    waarop het beboetbaar feit is vastgesteld.
    2. De beslissing om een boete op te leggen stuit de in het eerste lid bedoelde termijn.
Wijziging boetebedrag
Artikel 42
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger
beroep het bedrag waarop de boete is vastgesteld ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.

Terugbetaling
Artikel 43
Indien een boete ten onrechte is opgelegd, wordt de betaalde geldsom, vermeerderd met de
wettelijke rente, binnen 6 weken nadat is vastgesteld dat de boete ten onrechte is vastgesteld, aan de
rechthebbende terugbetaald.

Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Kosten
Artikel 44
De kosten die zijn verbonden aan de naleving van de regels die bij of krachtens deze wet zijn gesteld,
worden niet ten laste van de werknemers gebracht.

Evaluatie
Artikel 45
Onze Minister zendt binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 30 november 2006 tot
wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en enige andere wetten in verband met het
vergroten van de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers voor het
arbeidsomstandighedenbeleid (Stb. 2006, 673) aan de Staten-Generaal een verslag over de
doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Citeertitel
Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Arbeidsomstandighedenwet.




                                                    69 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Artikel 47 t/m artikel 66 zijn vervallen per 01-01-2007.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten,
colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 18 maart 1999

BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst

Uitgegeven de negenentwintigste april 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals




                                                    70 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 4 Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de doe-het-zelf branche

Deze bijlage bevat informatie uit de CAO over de Arbo en veiligheid die betrekking heeft op het
onderzoek.

HOOFDSTUK 3
Verplichtingen van werkgever en werknemer

Artikel 3.1 Verplichtingen van de werkgever
3.1.1 De werkgever verplicht zich deze cao te goeder trouw te zullen nakomen.
3.1.2 De werkgever zal geen werknemers in dienst nemen of houden op voorwaarden die in strijd zijn
met het in deze overeenkomst bepaalde, tenzij er sprake is van afwijkingen in voor de werknemer
gunstige zin. Voor het tot stand komen van deze cao in een individuele arbeidsovereenkomst
overeengekomen in gunstige zin afwijkende afspraken blijven onverkort van kracht.
3.1.3 De werkgever zal er zorg voor dragen dat een sollicitant voor indiensttreding kennis kan nemen
van hetgeen in de cao aan rechten en plichten is bepaald.
3.1.4 De werkgever zal de werknemer een exemplaar van deze cao uitreiken.
3.1.5 De werkgever is gehouden zorg te dragen voor goede arbeidsomstandigheden in de
onderneming en daarbij de belangen van de werknemer te behartigen, een en ander zoals een goed
werkgever betaamt.

Artikel 3.2 Verplichtingen van de werknemer
3.2.1 De werknemer is gehouden op de gestelde werktijden aanwezig te zijn en de hem opgedragen
werkzaamheden naar zijn beste vermogen uit te voeren.
3.2.2 De werknemer is verplicht de voor het goede verloop van de werkzaamheden door de
leidinggevende gegeven aanwijzingen, voorschriften en instructies nauwkeurig na te leven en regels
van orde, netheid en veiligheid in acht te nemen.
3.2.3 Elke betaalde arbeid voor derden dient door de werknemer aan de werkgever te worden
gemeld. Bij de beoordeling van dergelijke verzoeken zal in redelijkheid met de belangen van
werknemer en werkgever rekening worden gehouden. Indien de werkgever daar geen schriftelijke
toestemming voor heeft gegeven, is het de fulltime werknemer of de parttime werknemer, die 50% of
meer van het aantal uren werkt dat voor de fulltimer geldt als normale arbeidsduur, verboden
enigerlei betaalde arbeid voor derden te verrichten of als zelfstandige een nevenbedrijf te voeren.
3.2.4 De werknemer zal in bruikleen verstrekte eigendommen van werkgever zorgvuldig beheren en
bij het einde van het dienstverband in goede staat inleveren.
3.2.5 Het is de werknemer verboden zonder toestemming van de werkgever giften of gunsten aan te
nemen van personen, instellingen of bedrijven die direct of indirect in relatie staan met het bedrijf.
3.2.6 De (aankomende) werknemer is verplicht de bij de sollicitatie en/of indiensttreding gevraagde
gegevens (o.a. over het arbeidsverleden) naar waarheid te verstrekken.

Artikel 3.3 Verplichtingen van werkgever en werknemer
3.3.1 Verbod op ongewenste intimiteiten Werkgever en werknemer erkennen het recht van iedere
werknemer op respectering van de persoonlijke levenssfeer en de onaantastbaarheid van het lichaam.
In dit kader worden opmerkingen en/of gedragingen van seksuele aard of met een seksuele
ondertoon, die als vernederend en/of belastend worden ervaren, binnen de arbeidsverhoudingen
tussen werkgever en werknemer en tussen werknemers niet getolereerd.
3.3.2 Verbod op discriminatie
Discriminatie en/of ongelijke behandeling op grond van leeftijd, sekse, seksuele geaardheid,
burgerlijke staat, levensovertuiging, huidskleur, ras, etnische afkomst, nationaliteit of politieke
voorkeur tussen
werkgever en werknemer en tussen werknemers worden niet getolereerd.
3.3.3 De werknemer wordt in de gelegenheid gesteld gevaarlijke situaties of overtredingen intern te
melden. Meldingen van dergelijke situaties, intern of extern, kunnen niet leiden tot
arbeidsvoorwaardelijke sancties of andere represailles. Werkgever en werknemer verplichten zich in
alle gevallen te goeder trouw te handelen.



                                                    71 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Artikel 9.2 Veiligheid
De werkgever zal een veiligheidsbeleid voor de onderneming en de vestigingen opstellen. Daartoe
dient in ieder geval regelmatig een risicoanalyse te worden gemaakt, gericht op veiligheid, agressie en
geweld in verband met het werk. In het op basis van de inventarisatie te ontwikkelen beleid dient in
ieder geval aandacht te worden gegeven aan de opening- en sluitingsprocedures en -
omstandigheden, het beleid m.b.t. het tegenhouden en aanhouden van winkeldieven, het beleid
inzake intern en extern geldtransport, het technisch veiliger maken van de winkels, het beleid inzake
het handelen in geval van overvallen en aan slachtofferhulp en -begeleiding. De ondernemingen
worden dringend aanbevolen de in bijlage 3 opgenomen veiligheidsmaatregelen waar mogelijk toe te
passen of uit te voeren. Zie ook protocol 2.

Protocol 2
Partijen achten veiligheid in de ondernemingen van het grootste belang voor werkgever en
werknemer. In dit verband zullen partijen gedurende de looptijd van de cao overleggen over het in de
ondernemingen bevorderen van veiligheid, het leren omgaan met criminaliteit en agressie en
overvalpreventie, onder andere door het opzetten en organiseren van cursussen en trainingen en het
stimuleren van deelname daaraan. Mogelijkheden van financiële ondersteuning door het Sociaal Fonds
worden daarbij betrokken. Ook zal het veiligheidsprotocol uit de cao worden geactualiseerd.

Bijlage 3 Veiligheidsprotocol
De ondernemingen wordt aanbevolen waar mogelijk en toepasbaar onderstaande
veiligheidsmaatregelen in hun onderneming en/of filialen uit te voeren of toe te passen.
1. Geldafhandeling
Vanaf het moment dat de klant betaalt tot de aflevering van het geld bij de bank:
         – Groot geld wordt bij de kassa afgeroomd in een afroombox of afroomkluis, conform een
         daartoe opgestelde instructie.
         – Intern geldtransport vindt buiten openingstijd plaats. Aanvullen van wisselgeld is wel
         toegestaan.
         – Geld tellen geschiedt op een veilige plaats.
         – Opslag van geld geschiedt in een kluis. Indien nieuwe kluizen worden geplaatst dient ten
         minste een kluis voorzien te zijn van tijdvertraging of een tijdslot.
         – Het externe geldtransport voldoet aan de nodige veiligheidseisen.
(Vanzelfsprekend gelden niet alle genoemde maatregelen bij aanwezigheid van bijv. buizenpost).

2. Openen en sluiten
       – Er worden afspraken gemaakt over een veilige aankomst en vertrek van het personeel en
       het openen en sluiten van de winkel (ten minste twee personen).
       – Een eventuele personeels- of goedereningang beveiligen en goed verlichten.

3. Overvallen
Ter verkleining van het risico:
        – De mogelijke buit minimaliseren door het grote geld onbereikbaar te maken.
        – Kenbaar maken dat de winkel beveiligd is.
        – Kassa‟s zodanig plaatsen dat de winkelingang te overzien is.
        – Instructie van het personeel hoe te handelen bij een overval.
        – Alle werknemers dienen de plaats van de kluis te kennen.
        – Bij overvallen, ernstige bedreiging van personeel of geweld tegen personeel professionele
        slachtofferhulp aanbieden.




                                                    72 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



4. Winkeldiefstal
       – De winkel zo inrichten dat klanten zoveel mogelijk zichtbaar zijn voor het personeel.
       – Tegen- of aanhouden van winkeldieven is alleen een taak voor daarin getraind personeel.
       – De medewerker neemt bij deze taak de beslissing over wel of niet tegen- of aanhouden.
       – Uitgangspunt is: “je eigen veiligheid gaat voor”.

5. Overige maatregelen
        – In iedere winkel is een telefoon aanwezig om in noodgevallen hulp in te roepen.
        – Het aanbrengen van een alarmsysteem wanneer een medewerker alleen in de winkel staat.
        – Alle werknemers krijgen instructie over veilig werken in het belang van hun eigen veiligheid,
        die van collega‟s en die van klanten.
        – Alle werknemers trainen in het omgaan met allerlei vormen van winkelcriminaliteit.
        – Het toepassen van een behoorlijke inbraakbeveiliging.
        – Jaarlijks opstellen c.q. actualiseren van een risico-inventarisatie.
        – Waar mogelijk deelnemen aan gezamenlijke veiligheidsactiviteiten in winkelcentra.




                                                    73 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Bijlage 5 Verklaring eigen werk



Verklaring gebruikte hulpmiddelen

Hierbij verklaar ik, dat ik het voor u liggende werkstuk/project zelfstandig en zonder gebruik van
andere dan de aangegeven hulpmiddelen geschreven heb; De uit andere bronnen direct of indirect
overgenomen teksten zijn op enigerlei wijze in de door mij geschreven tekst expliciet met
bronvermelding verantwoord. Het werkstuk werd tot nu toe nog niet in dezelfde of in vergelijkbare
vorm aan een examinator of examencommissie voorgelegd. Ook is het werkstuk niet eerder in het
openbaar verschenen.


Naam, achternaam:           Ellen Kleine Wiecherink


Plaats, datum:              Enschede, 10 augustus 2008



Handtekening:               …………………………………………….




                                                    74 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




               Handreiking Arbo & veiligheid voor Multimate bouwmarkten

                               Voor u onder de loep genomen: Arbo & Veiligheid




Colofon:

Enschede, 1 juni 2008

Locatie:                    Serboucom B.V.
                            Buurserstraat 244
                            7544 RG Enschede
                            Tel: 053-8529529


Website:                    Downloaden via intranet

Rapport:                    Handreiking Arbo & veiligheid voor Multimate bouwmarkten




                                                    75 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Samenvatting

Deze handreiking biedt u handvatten op het gebied van Arbo en veiligheid. Als werkgever bent u
verantwoordelijk om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving (art. 3 Arbowet). U kunt
bepaalde taken uit handen geven, maar u blijft als werkgever hoofd verantwoordelijk.

In deze   handreiking komen de volgende thema‟s aan bod:
         Risico Inventarisatie &Evaluatie
         Preventiemedewerker
         Bedrijfshulpverlening (bedrijfshulpverlener en bedrijfsnoodplan)
         Ontruimingsplan
         Brandpreventie
         Machine veiligheid
         Stellage veiligheid
         Gebruik heftruck
         Fysieke belasting
         Geluidsveiligheid
         Persoonlijke beschermingsmiddelen
         Overval
         Omgaan met agressie
         Diefstal
         Fraude

De wetgeving stelt eisen aan het ondernemerschap. Voor de Arbo en veiligheid is de Arbowet de
belangrijkste wet. Om te voldoen aan deze eisen is het verstandig de volgende aanbevelingen in acht
te nemen:
     Houd de wetgeving in de gaten;
     Geef medewerkers voorlichting en onderricht over risico‟s en gevaren;
     Veranderingen in de organisatie en het pand moeten worden vastgelegd. Om een voorbeeld
        te noemen de vluchtroute is gewijzigd. Dit moet dan gewijzigd worden op de
        vluchtroutetekening en in het ontruimingsplan;
     Zorg dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn;
     Zorg voor voldoende signalering- en identificatieborden in uw bedrijf;
     Houdt de BHV- organisatie up to date;
     Zorg voor orde en netheid in de onderneming;
     Zorg dat de Arbo en veiligheid een continu proces wordt in uw onderneming.




                                                    76 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                                        Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Inhoudsopgave

Voorwoord....................................................................................................................... 78

Inleiding .......................................................................................................................... 79

Checklist .......................................................................................................................... 81

Hoofdstuk 1 Arbo .......................................................................................................... 83
 1.1 Risico Inventarisatie & Evaluatie ...............................................................................83
 1.2 Preventiemedewerker ..................................................................................................85
 1.3 Bedrijfshulpverlening ...................................................................................................86
   1.3.1 Bedrijfshulpverlener..............................................................................................86
 1.4 Ontruimingsplan ...........................................................................................................89
 1.5 Brandpreventie .............................................................................................................91

Hoofdstuk 2 Veiligheid voor uzelf en anderen ..................................................... 92
 2.1 Machine veiligheid ........................................................................................................92
 2.2 Stellage veiligheid ........................................................................................................93
 2.3 Gebruik heftruck ...........................................................................................................93
 2.4 Fysieke belasting ..........................................................................................................95
 2.5 Geluidsveiligheid ...........................................................................................................97
 2.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen .........................................................................99

Hoofdstuk 3 Overval en agressie ........................................................................... 101
 3.1 Overval ......................................................................................................................... 101
 3.2 Omgaan met agressie ............................................................................................... 104

Hoofdstuk 4 Diefstal en fraude ............................................................................... 107
 4.1 Diefstal ......................................................................................................................... 107
 4.2 Fraude .......................................................................................................................... 109

Handige adressen ....................................................................................................... 111

Bijlagen .......................................................................................................................... 113
Bijlage 1: Checklist Bedrijfsnoodplan ................................................................................. 114
Bijlage 2: Aanmeldingsformulier cursus bedrijfshulpverlening ...................................... 116
Bijlage 3: Tegometall belasting .......................................................................................... 119
Bijlage 4: Gebruiksvoorschriften palletstellingen ............................................................. 121
Bijlage 5: Tilinstructies ......................................................................................................... 122
Bijlage 6: Slachtofferopvang ............................................................................................... 123
Bijlage 7: Landelijk aangifteformulier winkeldiefstal ....................................................... 128




                                                               77 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Voorwoord

Direct of indirect heeft u dagelijks te maken met Arbo en veiligheid. Een pallet in het gangpand
vergroot de kans dat een medewerker of een klant hierover valt. Of een gewonde medewerker zal
eerste hulp moeten kunnen krijgen van de bedrijfshulpverlener. Zodra u uw zaagmachine aanzet ligt
het gevaar op de loer.

De handreiking die voor nu voor u ligt, is een handreiking die u handvatten biedt op het gebied van
de Arbo en veiligheid. Hierin worden Arbo en veiligheids gerelateerde onderwerpen benoemd en op
welke wijze u hieraan kunt voldoen.

Deze handreiking is tot stand gekomen door middel van deskresearch, gesprekken met een aantal
ondernemers en bouwmarktadviseurs van Serboucom, telefonische enquête en het observeren van
een aantal bouwmarkten. Uiteraard wil ik de geïnterviewde personen bedanken voor de medewerking.
Daarnaast is veel informatie verstrekt door de Raad voor de Nederlandse Detailhandel

Wij wensen u veel leesplezier!


Enschede, 1 juni 2008

Serboucom BV




                                                    78 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                       Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Inleiding

Voor u onder de loep genomen: ARBO & veiligheid

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Dat weten we allemaal.
Maar hoe goed bent u daar op voorbereid? Wat weet u precies over Arbo & veiligheid?

Voorkom onaangename verrassingen
Deze handreiking is speciaal voor u, bouwmarktondernemer, opgezet. Het geeft u praktische
informatie over Arbo en veiligheidsaspecten in uw bouwmarkt, met als doel onaangename
verrassingen te voorkomen.

Voor u uitvergroot – preventieve maatregelen
    Risico Inventarisatie & Evaluatie
    Preventiemedewerker
    Bedrijfshulpverlening (bedrijfshulpverlener en bedrijfsnoodplan)
    Ontruimingsplan
    Brandpreventie
    Machine veiligheid
    Stellage veiligheid                                                                 Liftmonteur verongelukt
    Gebruik heftruck                                                                    ROTTERDAM - In een Gamma-
    Fysieke belasting                                                                   vestiging in Rotterdam is
    Geluidsveiligheid                                                                   gisteravond een monteur
                                                                                         tijdens werkzaamheden om het
    Persoonlijke beschermingsmiddelen
                                                                                         leven gekomen.
    Overval
    Omgaan met agressie                                                                 De liftmonteur raakte beklemd
    Diefstal                                                                            tussen een lift en het dak.
                                                                                         Door nog onbekende oorzaak
    Fraude                                                                              ging de lift omhoog, terwijl de
                                                                                         man er bovenop aan het werk
Wees voorbereid                                                                          was. Brandweermannen waren
Neem de juiste preventieve maatregelen, zodat ook uw bouwmarkt veilig                    uren bezig om het lichaam los
                                                                                         te krijgen. De goederenlift aan
is voor de klant, voor uzelf én niet in de laatste plaats voor uw personeel!             de zijkant van het pand werd
                                                                                         niet gebruikt voor bezoekers
Deze handreiking geeft u inzicht in het wettelijke kader op het gebied van               van de onlangs geopende
Arbo en veiligheid. Het geeft u inzicht en praktische tips om te voldoen                 Gamma. Na het ongeval,
                                                                                         omstreeks half acht, is
aan de wettelijke verplichtingen. Serboucom gaat er vanuit dat u met deze                bezoekers gevraagd de
handreiking eenvoudig kunt nagaan of u voldoet aan de verplichtingen.                    bouwmarkt te verlaten.

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Zie het krantenartikel hiernaast.      Bron: AD, 28 april 2008
Laat u niet verrassen, wees voorbereid!
Als ondernemer moet u de veiligheid zien als een continu proces waarbij u zorg draagt voor orde en
netheid en u verantwoordelijk bent voor het attenderen van uw werknemers op de veiligheid!
Voorkomen is beter dan genezen.

Op welke manier wordt hierop toezicht gehouden?
Allereerst is het de verantwoordelijkheid van de werkgever om te zorgen voor een veilige
werkomgeving.
De arbeidsinspectie heeft hierbij een belangrijke rol. “De Arbeidsinspectie ziet er op toe dat
werkgevers en werknemers de wetgeving naleven. Arbeidsinspectie doet dat volgens het motto 'Hard
waar het moet, zacht waar het kan'. Dat wil zeggen in sectoren en bedrijven waar de risico's hoog zijn
en de naleving slecht is, vaker inspecteren en waar nodig hard optreden. Maar minder inspecteren en
soepel optreden waar de risico's laag zijn en de naleving goed is 36.”




36
     http://arbeidsinspectie.szw.nl/index.cfm?fuseaction=dsp_rubriek&rubriek_id=20000

                                                          79 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                       Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



“Als de Arbeidsinspectie tijdens de inspecties of onderzoeken overtredingen aantreft zal zij, afhankelijk
van de betreffende wet en de ernst van de overtreding, de volgende maatregelen (sancties) nemen:
      het maken van een afspraak over het opheffen van de overtreding
      het geven van een officiële waarschuwing
      het geven van een bevel tot onmiddellijke stillegging van het werk of werkzaamheden
      het stellen van een eis tot naleving van de wet
      het aanzeggen van een bestuurlijke boete
      het aanzeggen van een proces-verbaal (strafrechtelijk)
      het aanzeggen van een last onder dwangsom
De sanctie(s), de voorgeschreven maatregel(en) en de termijn waarbinnen een overtreding moet zijn
opgeheven,        worden       altijd   schriftelijk   door      de     Arbeidsinspectie      bevestigd.
De Arbeidsinspectie controleert steekproefsgewijs of de vereiste maatregelen zijn genomen. Als dat
niet het geval is, worden nieuwe, zwaardere sancties ingezet 37.”
“Voor elke beschreven overtreding is een normbedrag vastgesteld, dat als uitgangspunt voor de
berekening van een op te leggen boete geldt. Deze bedragen zijn vastgelegd in de beleidsregels van
de verschillende wetten. De boeteoplegger weegt o.a. de bedrijfsomvang mee bij het berekenen van
de boete. Hoe kleiner het bedrijf, hoe - naar verhouding - lager de boete38.”
Het normbedrag werkt als volgt: Stel u heeft uw werknemers geen voorlichting gegeven over de
arbeidsrisico‟s. Afhankelijk van het aantal werknemers wordt de hoogte van het bedrag betaald. Bij
minder dan 50 werknemers wordt een percentage van 33% gebruikt. De hoogte van de boete is het
normbedrag, in dit geval, 33% van €1080,- = € 356,40 is de hoogte van uw boete.

Leeswijzer
De handreiking is als volgt opgebouwd. Per thema wordt beschreven wat de inhoud is (theoretisch) en
wat de (eventuele) risico‟s zijn. Vervolgens wordt beschreven op welke manier u hieraan kunt
voldoen, dit kan zijn in de vorm van fasering, maar ook aan de hand van praktische tips.

Om u snel een overzicht te bieden van de betreffende thema‟s is er op de volgende pagina een
checklist toegevoegd. U kunt deze checklist invullen en zien of u voldoet aan de gestelde eisen.
Het eerste hoofdstuk beschrijft de Risico Inventarisatie & Evaluatie, preventiemedewerker,
bedrijfshulpverlening, ontruimingsplan en brandpreventie.
Het tweede hoofdstuk beschrijft de machine veiligheid, gebruik van de heftruck, geluidsveiligheid,
fysieke belasting en de persoonlijke beschermingsmiddelen.
Het derde hoofdstuk geeft informatie omtrent agressie en overvalpreventie. Het laatste hoofdstuk
beschrijft het voorkomen en beperken van diefstal en fraude.




37
     http://arbeidsinspectie.szw.nl/index.cfm?fuseaction=dsp_rubriek&rubriek_id=20040
38
     http://arbeidsinspectie.szw.nl/index.cfm?fuseaction=dsp_document&link_id=54526

                                                          80 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




                                                    Checklist
Toelichting: Neem deze checklist regelmatig door. Bij het invullen van de checklist geldt het
volgende: is het antwoord nee, dan is het advies alsnog maatregelen te treffen. De checklist bestaat
uit een aantal thema‟s. Achter elk thema staat een paginanummering. Dit verwijst naar het
onderwerp in de handreiking. Daar vindt u meer informatie over het desbetreffende thema.

Algemeen:
    Zorg voor orde en netheid
    Geef voorlichting en instructie aan het personeel
    Leg de onderwerpen vast in het Huishoudelijk Reglement
    Blijf op de hoogte van de wet- en regelgeving
                                                                         Ja         Nee         Pagina
Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E)                                                          9
Uitgevoerd dit jaar?
Zijn eventuele maatregelen verwerkt in het Plan van aanpak?
Actie ondernomen naar aanleiding van de maatregelen?

Preventiemedewerker                                                                                11
Nog steeds aanwezig?
Beschikt over voldoende kennis?
Houdt de wet- en regelgeving bij?

Bedrijfshulpverlening                                                                              12
Voldoende bedrijfshulpverleners?
Wordt rekening gehouden met het inroosteren met het aantal
BHV‟ers?
Bedrijfshulpverleners organisatie geregeld?
Jaarlijkse ontruimingsoefening gehouden?
Vluchtrouteplattegronden up to date?
Jaarlijkse controle brandblusmiddelen?

Machine veiligheid                                                                                 17
Personeel (mondeling) inlichten gebruik machines?
Procedures opgesteld over het gebruik?
Gevaarlijke situaties vastgelegd in de RI&E?

Stellage veiligheid                                                                                18
Regelmatige controle stellage?
Juiste belading van de stelling?

Heftruck                                                                                           18
Vastgelegd wie de heftruck mag besturen?
Beschikt de bestuurder over deskundigheid?




                                                     81 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                      Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




                                                    Checklist
                                                                  Ja         Nee         Pagina
Fysieke belasting                                                                          20
Heeft personeel instructies gekregen?
Stimuleer het gebruik van hulpmiddelen?

Geluidsveiligheid                                                                           22
Zijn er middelen om geluid te dempen?
Wordt langdurige geluidsbelasting voorkomen?

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)                                                     24
Zijn er voldoende beschermingsmiddelen?
Maakt personeel gebruik van de PBM?

Overval                                                                                     26
Zijn er procedures op gesteld?
Neem de 10 gouden regels (VWDHZ) in acht!
Werk volgens het RAAK principe!

Agressie                                                                                    29
Zijn er gedragregels opgesteld?
Zijn er huisregels opgesteld?
Is het personeel geïnstrueerd?
Maak duidelijke afspraken?

Diefstal                                                                                    32
Instrueer het personeel over omgaan met diefstal?
Maak duidelijke afspraken omtrent diefstal?

Fraude                                                                                      34
Wees als duidelijk als werkgever wat getolereerd word?
Stel procedures op en laat dit ondertekenen door het personeel?




                                                     82 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 1 Arbo

Werkgevers en werknemers hebben zich de afgelopen jaren sterk gemaakt voor een gezond, veilig en
prettig werkklimaat. Het belang van goede arbeidsomstandigheden wordt steeds vaker onderkend.
Werkgevers zien dat investeringen op dit gebied leiden tot een betere motivatie van werknemers en
een afname van het ziekteverzuim. Dat werkt in hun voordeel, omdat zij een grotere financiële
verantwoordelijkheid dragen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.
Al deze veranderingen vragen om een nieuwe Arbeidsomstandighedenwet, die meer ruimte laat voor
eigen verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Deze wet is vanaf 1 november 1999 van
kracht.

De Arbo is een veelomvattend begrip. De Arbo geeft aan hoe een ondernemer de
arbeidsomstandigheden moet toepassen. Om dit te kunnen toepassen heeft de ondernemer een
aantal verplichten, deze staan vermeld in de Arbeidsomstandighedenwet, Arbobesluit, Arboregeling en
de Arbobeleidsregels.
De Arbeidsomstandighedenwet geeft aan dat een ondernemer aan de volgende verplichten moet
voldoen:
 Risico Inventarisatie & Evaluatie (art. 5 Arbeidsomstandighedenwet)
 Bedrijfshulpverlener (art.15 Arbeidsomstandighedenwet)
 Preventiemedewerker (art. 13 Arbeidsomstandighedenwet)

Via    www.wetten.overheid.nl is de gehele wet- en regelgeving beschikbaar.

1.1 Risico Inventarisatie & Evaluatie
De Risico Inventarisatie en Evaluatie (kortweg: RI&E genoemd) is een goed middel om de
risicobeheersing omtrent arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim inzichtelijk te krijgen.
Het beheersen van deze risico‟s is een belangrijk onderdeel voor de bedrijfsvoering. “De risico-
inventarisatie en -evaluatie, aangevuld met een Plan van Aanpak, vormen belangrijke bouwstenen
voor een goed Arbo- en ziekteverzuimbeleid. Goede arbeidsomstandigheden verminderen de kans op
ongelukken en verzuim; zo wapent een ondernemer zich tegen schadeclaims van klanten, ziekte- en
vervangingskosten van werknemers bij ongelukken of beroepsziekten, en tegen boetes van de
Arbeidsinspectie39.”

De werkgevers en medewerkers zijn beiden gebaat bij een beheersing van de risico's die betrekking
hebben op de arbeidsomstandigheden. Adequate risicobeheersing leidt namelijk tot:
     beheersing van het ziekteverzuim;
     vermijding van boetes door de arbeidsinspectie i.v.m. overtreding van de Arbowet;
     vermijding van claims door slachtoffers van ongevallen door
        onzorgvuldig beleid van de organisatie;
     verwijten en voor de oorzaak aansprakelijk stellen;
     vermijding van claims van medewerkers die arbeidsongeschikt zijn
        geworden t.g.v. oorzaken in arbeid of arbeidsomstandigheden;
     verlaging van ongevalrisico's, minder persoonlijk leed t.g.v.
        ongevallen;
     motivatie- en prestatieverbetering, doordat arbeidsbelasting en
        individuele belastbaarheid goed op elkaar zijn afgestemd;
     imagoverbetering;
     verbetering van de concurrentiepositie;
     complete kostenbeheersing via alle hierboven genoemde factoren.
De inventarisatie houdt in dat wordt vastgelegd welke risico's er in uw organisatie zijn op het gebied
van veiligheid, gezondheid en welzijn voor medewerkers, stagiairs, uitzendkrachten en bezoek. De
inventarisatie van risico's maakt duidelijk wat op het gebied van risicobeheersing de sterke en zwakke
punten van uw organisatie zijn.


39
     http://www.rie.nl/contentpage.php?id=434#link4

                                                      83 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Daarnaast is een risico inventarisatie en evaluatie van belang voor het vaststellen van goede:
    voorlichting en onderricht aan werknemers (art 8. Arbeidsomstandighedenwet);
    ondersteuning door (Arbo)deskundigen;
    opzet van de bedrijfshulpverlening;
    frequentie van het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek(PAGO)
       (art 18. Arbeidsomstandighedenwet).

Wat zijn de risico’s?
Een RI&E maakt inzichtelijk welke maatregelen er nog genomen of welke zaken aangepast dienen te
worden. Het niet uitvoeren van een RI&E verhoogt de kans op gevaar. Een ander risico is dat u als
werkgever een boete kunt krijgen van de arbeidsinspectie.
Door de arbeidsinspectie kunnen verschillende boetes worden gegeven. Is de RI&E afwezig dan is het
normbedrag € 900. Is de RI&E wel aanwezig maar ontbreekt het plan van aanpak in termijnen dan
staat hiervoor een normbedrag van € 450.

Wat moet u doen?
Als werkgever moet u ervoor zorgen dat jaarlijks de RI&E uitgevoerd wordt, hetzij door uzelf of door
de aangestelde preventiemedewerker. In het plan van aanpak worden de risico‟s benoemd en de
wijze waarop deze risico‟s weggenomen worden.

Wettelijk kader:
Arbeidsomstandighedenwet, artikel 5 richt zich volledig op de RI&E.
Arbeidsomstandighedenbesluit: hoofdstuk 2/afdeling 2/art 2.5b

Handige tips:
Voor meer informatie voor de RI&E, kijk dan op:
    www.rie.nl,
    www.arbeidsinspectie.nl,
    www.overheid.nl,
    www.minszw.nl,
    www.arboportaal.nl




                                                    84 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                 Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




1.2 Preventiemedewerker
Vanaf 1 januari 2005 bent u verplicht intern een preventiemedewerker aan te wijzen op de werkplek.
Tot 1 januari 2006 had u de tijd om alles in orde te brengen en een preventiemedewerker aan te
stellen. Het is nu verplicht om een preventiemedewerker in dienst te hebben.

De wetgever wil dat u meer gebruik gaat maken van de aanwezige deskundigheid binnen uw eigen
organisatie. U kunt voor deze functie dus geen externe medewerker of freelancer inhuren.
U blijft als werkgever altijd verantwoordelijk voor het gehele Arbobeleid, waaronder preventie.

Er gelden geen specifieke opleidings- of scholingseisen voor de preventiemedewerker. Deze
medewerker moet wel aan een bepaald profiel voldoen:
    De preventiemedewerker beschikt over specifieke kennis van de arbeidsrisico‟s binnen uw
       organisatie;
    De preventiemedewerker kan risico‟s signaleren, bespreekbaar maken en kan
       verbetervoorstellen doen;
    De preventiemedewerker is gemakkelijk bereikbaar voor de medewerkers, is communicatief
       sterk en fungeert als een soort vertrouwenspersoon voor de medewerkers op het gebied van
       arbeidsveiligheid.

Door het aanstellen van een preventiemedewerker wordt geprobeerd de drempel om misverstanden
aan te kaarten te verlagen wat leidt tot een veiligere situatie op de werkvloer.

Wat zijn de risico’s?
Indien u geen preventiemedewerker in dienst heeft, loopt u de kans een boete op te lopen. Het
normbedrag is € 900.

Wat moet u doen?
                                            Stel als werkgever een preventiemedewerker aan, dit kan een
                                            medewerker zijn, maar u kunt ook zelf optreden als
                                            preventiemedewerker. Als u zelf optreedt als medewerker mag u
                                            niet meer dan 25 medewerkers in dienst hebben.

Zorg dat de preventiemedewerker voldoet aan het bovenstaande profiel.

Wettelijk kader
De volgende artikelen staan of hebben betrekking op de preventiemedewerker.
Arbeidsomstandighedenwet: Art. 3, art. 5, art. 8, art. 11, art. 12, art. 13, art. 14, art. 14a, art.15,
art. 15a.

Handige tips:
Meer informatie vindt u op:
    www.Arbo-preventiemedewerker.startpagina.nl,
    www.Arbobondgenoten.nl




                                                    85 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                        Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




1.3 Bedrijfshulpverlening
Het doel van bedrijfshulpverlening is om adequate hulp te verlenen bij een calamiteit. Deze hulp mag
ook samen met naastgelegen ondernemingen (bijvoorbeeld in winkelcentra) worden georganiseerd.
Bij het organiseren van bedrijfshulpverlening (BHV) is de voorwaarde gesteld dat de maatregelen op
schrift moeten worden gesteld. Dat houdt in dat er omschreven moet hoe de BHV georganiseerd is,
wie de BHV'ers zijn, welke middelen er in de organisatie zijn en hoe er bijvoorbeeld ontruimd dient te
worden.

De Arbeidsomstandighedenwet is vanaf 1 januari 2007 gewijzigd. Een belangrijke wijziging is
aangepaste bedrijfshulpverlening. De werkgever moet maatregelen nemen op het gebied van eerste
hulp, brandbestrijding en evacuatie. Daarbij moet de werkgever zich laten bijstaan door voldoende
werknemers die over een opleiding en materiaal beschikken om de hulpverlenende taken uit te
kunnen voeren. De organisatie van de bedrijfshulpverlening moet afgestemd zijn op de aard, grootte
en specifieke risico‟s van de onderneming. Hoe dit moet worden ingevuld wordt bepaald op basis van
de RI&E. De werkgever kan zelf de taken van de bedrijfshulpverlening op zich nemen, maar moet wel
ten minste één werknemer aanwijzen die hem of haar vervangt bij afwezigheid. Tot 1 januari 2007
was de aanwezigheid van tenminste één bedrijfshulpverlener per vijftig werknemers vereist.
De werkgever moet er voor zorgen dat bedrijfshulpverleners worden opgeleid, hun kennis en
vaardigheden op peil kunnen houden en goed zijn toegerust voor hun taak. Daarom is het van belang
dat zij periodiek herhalingslessen volgen, het beste is jaarlijks.

Het is verplicht om maatregelen omtrent de bedrijfshulpverlening vast te leggen. Dit kan vastgelegd
                      worden in het bedrijfsnoodplan. In het bedrijfsnoodplan worden een aantal
                      onderdelen beschreven, onder andere de aard en omvang van de organisatie,
                      taken en verantwoordelijkheden en de ontruimingsprocedure.
                      Het is verplicht om over een ontruimingsplan te beschikken. Bij
                      bedrijfshulpverlening gaat het om het zoveel mogelijk voorkomen van de directe
                      nadelige gevolgen van ongeval of brand. U kunt daarbij denken aan het verlenen
van      eerste     hulp,     brandbestrijding,    ontruiming,    evacuatie      en    communicatie.
“De arbeidsomstandighedenwet (art. 22) verplicht iedere werkgever tot het organiseren van
bedrijfshulpverlening     als   uitvloeisel   van   de    algemene    verplichting   tot   Arbozorg.
Per jaar wordt in bedrijven ongeveer 300.000 maal eerste hulp bij ongevallen verleend.
In circa 3.000 gevallen moet de getroffen persoon in het ziekenhuis worden opgenomen.
Ongeveer 1700 bedrijfsongevallen leiden jaarlijks tot blijvende volledige arbeidsongeschiktheid.
Snelle en deskundige hulp kan persoonlijk leed beperken en in veel gevallen grote schade voorkomen.
Er is dus alle reden om een preventiebeleid op te zetten en de bedrijfshulpverlening goed te
regelen40.”

1.3.1 Bedrijfshulpverlener41
De werkgever moet één of meer werknemers aanwijzen die de Bedrijfshulpverlening op zich nemen.
Deze medewerkers moeten in elk geval de volgende vier taken kunnen uitvoeren:
    Levensreddende handelingen;
    eenvoudige brandbestrijding;
    alarmeren en evacueren van personeel;
    alarmeren van en samenwerken met professionele hulpverleners (Brandweer, Politie,
       Ambulance e.d.).

Het Arbobesluit bevat normen omtrent het aantal bedrijfshulpverleners.
Er geldt een norm van één bedrijfshulpverlener op 50 aanwezige werknemers en derden. Veel hangt
echter af van de specifieke bedrijfssituaties en de omvang en ernst van de risico´s die het werk met
zich meebrengt. Werkgevers in kleine bedrijven, met niet meer dan 15 werknemers, mogen de
bedrijfshulpverleningstaken zélf uitvoeren (art. 23b van de Arbeidsomstandighedenwet).

40
    http://www.zwolle.nl/cms/brandweer.nsf/AllByUNID/BE4824D5EF703A044125700A00450545/?Opendocument&FrameDoc=Bo
d
41
     http://www.zwolle.nl/cms/brandweer.nsf/AllByUNID/BE4824D5EF703A044125700A00450545

                                                     86 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                                Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Hij moet dan wel beschikken over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting om die taken naar
behoren te vervullen.

In het Arbobesluit is een algemene opleidingseis opgenomen: de opleiding van de
bedrijfshulpverleners moet voldoende zijn om hun taken in het kader van de bedrijfshulpverlening
adequaat te kunnen uitvoeren. U kunt zich hierover laten adviseren door een arbodienst of een
andere deskundige. Ook als u als werkgever zelf de bedrijfshulpverlening ter hand neemt, dient u over
de nodige, op het bedrijf en de risico´s toegesneden kennis en kunde te beschikken en geoefend te
blijven42.”

Wat moet er in een bedrijfsnoodplan staan?
“De volgende onderdelen horen in een bedrijfsnoodplan thuis:
     een handreiking voor speciale situaties (hierin komen bijvoorbeeld aan de orde met welke
        noodsituaties er rekening wordt gehouden, hoe de verantwoordelijkheden zijn geregeld in
        noodsituaties, hoe de bedrijfshulpverlening is geregeld, welke waarschuwings- en
        alarmeringsprocedures er gelden);
     het brandpreventieplan (met aandacht voor bouwkundige - en inrichtingtechnische aspecten,
        branddetectie, blusmiddelen, vluchtwegen);
     een ontruimingsplan (wie ontruimt er, signaleringssystemen en procedures, welke apparatuur
        en machines moeten wel of juist niet stilgelegd worden en hoe, het organiseren van
        ontruimingsoefeningen)43.”

Wat zijn de risico’s?
Beschikt u niet over een bedrijfshulpverleningsorganisatie dan is het normbedrag € 1350. Heeft u
onvoldoende BHV‟ers dan is het normbedrag € 450.

Wat moet u doen?
Zorg dat u over voldoende bedrijfshulpverleners beschikt. Er moet altijd een persoon
aanwezig zijn, dus zorg ook voor vervanging.
Om bedrijfshulpverlener te worden is het noodzakelijk dat u een cursus volgt. Heeft u
eenmaal de cursus gevolgd, zorg er dan vervolgens voor dat u dit jaarlijks blijft
herhalen.
Bevindt uw organisatie zich in een winkelcentrum dan kunt u de bedrijfshulpverlening
gezamenlijk regelen.

Zorg als werkgever dat het bedrijfsnoodplan up-to-date blijft. Breng wijzigingen aan die van invloed
zijn op het bedrijfsnoodplan. Bijvoorbeeld als een bedrijfhulpverlener uit dienst gaat, moet er gezorgd
worden voor vervanging. In de bijlage 1 is een checklist bedrijfsnoodplan toegevoegd.

Serboucom adviseert u de cursus te volgen bij Medprevent (www.medprevent.nl). De kosten hiervoor
zijn € 155,-. Een aanmeldingsformulier en planning (2008) voor het volgen van de opleiding is te
bijgevoegd in bijlage 2.

Wettelijk kader
Onderstaande wet- en regelgeving hebben betrekking op de bedrijfshulpverlening.
Arbeidsomstandighedenwet: art. 3 e/f, art 6 lid 1,art 8 lid 2, art 11 d/e, art 12 lid 3, art 15, art 15a,
art 29 lid 1
Arbeidsbesluit: hoofdstuk 2:afdeling 2: 2.5c, hoofdstuk 2: afdeling 4.

Handige tips:
Voor meer informatie over dit onderwerp of cursus kunt u vinden op internetsite:
    www.veiligheid.startpagina.nl,
    www.nibhv.nl,
    www.euronorm.net.

42
     http://www.zwolle.nl/cms/brandweer.nsf/AllByUNID/BE4824D5EF703A044125700A00450545
43
     FNV Bondgenoten (2002), Brochure: veiligheid eerst, veiligheid en ongevallen op het werk.

                                                          87 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




                                                    88 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




1.4 Ontruimingsplan
Een ongeluk of brand in uw bedrijf, daar moet geen enkele ondernemer aan denken. De gevolgen zijn
vaak niet te overzien. Maar als het u overkomt, moet u weten wat u te doen staat.
Daarom is het maken van een vlucht- en ontruimingsplan van levensbelang.

“Een ontruiming is nodig als een gebouw waar de aanwezige mensen in verblijven niet meer
voldoende bescherming biedt voor de veiligheid en gezondheid van die mensen. Om zorg te dragen
voor de benodigde bescherming moeten de personen de ruimte verlaten en verplaatst worden naar
een locatie waar die bescherming wel aanwezig is. Situatie wanneer er ontruimd dient te worden zijn
bij een bommelding, brandmelding, gevaarlijke stof van binnen of buitenaf44.”

Wat is een ontruimingsplan?
“Een ontruimingsplan is een verzameling van afspraken die u samen met uw werknemers/collega‟s
maakt voor het geval er een calamiteit (brand) is in uw gebouw.
In een ontruimingsplan worden de volgende zaken vastgelegd:
    Wat zijn de taken van de bedrijfshulpverleners
    Wie de beslissing tot ontruiming mag nemen
    Hoe de alarmering in zijn werk gaat
    Welke vluchtmogelijkheden er zijn
    Waar het personeel en bezoek zich na een ontruiming dient
       te verzamelen45.”

Wat is een vluchtplan?
Een vluchtplan is het onderdeel van het ontruimingsplan waarin
de vluchtroutes, verzamelplaatsen en brandweeringang staan
vermeld.

Dergelijke tekeningen en de bijbehorende evacuatieplattegronden
of ontruimingsplattegronden, die opgehangen moeten worden op strategische plaatsen langs de
vluchtroutes in het gebouw is specialistenwerk.”

Wat moet u doen?
Er zijn twee belangrijke zaken die jaarlijks terugkomen. Allereerst het up-to-date houden van het
ontruimingsplan en daarnaast het oefenen van een ontruiming.

Het ontruimingsplan up-to-date houden
U kunt een gebruiksvergunning voor het pand hebben, maar voldoet het ontruimingsplan nog aan de
nieuwe NEN norm of is het verouderd? Zijn de tekeningen en/of telefoonnummers nog correct? Zijn
de objecten in de tekening nog correct? U bent verplicht alle veranderingen door te geven aan de
brandpreventie van de gemeente waarin uw gebouw staat.

Ontruimingsoefening
“Minimaal een maal per jaar dient u binnen het bedrijf een
ontruimingsoefening te houden. In principe is het hoofd
bedrijfshulpverlener opgeleid deze oefening te organiseren en
te begeleiden. Het is aan te bevelen de moeilijkheidsgraad van de
ontruimingsoefeningen stapsgewijs op te bouwen. Op deze manier
krijgen medewerkers meer inzicht in de knelpunten en is men in
een tijdspas van anderhalf jaar in het bezit van een passend
ontruimingsplan.




44
     http://www.vluchtenontruiming.nl/index.htm
45
     http://www.vluchtenontruiming.nl/index.htm

                                                    89 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Stappenplan:
    1. Introductie ontruimingsplan aan het gehele personeel
    2. Communicatie oefening waarbij de personen die taken hebben in het ontruimingsplan, op de
       hoogte zijn van hun taken/instructies
    3. Het personeel wordt ingelicht over de datum en tijd van de ontruimingsoefening
    4. Het personeel wordt ingelicht over de dag of week van de ontruimingsoefening
    5. Een daaropvolgende ontruiming worden de medewerkers niet ingelicht
    6. Het personeel wordt niet ingelicht en de oefening wordt aangevuld met bijvoorbeeld
       slachtoffers, blokkade van de vluchtweg enzovoort 46.”

Wettelijk kader
Voor het ontruimingsplan zijn de volgende artikelen van toepassing.
Arbeidsomstandighedenwet: artikel 15
Arbeidsomstandighedenbesluit: art 2.16 t/m art 2.22

Handige tips:
Voor meer informatie kunt u kijken op de site van de brandweer, maar ook op
www.brandweerkennisnet.nl




46
     Brochure: brandveiligheid educatieve uitgave over BHV en ontruimen, uitgever: brandweer haaglanden

                                                          90 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




1.5 Brandpreventie
Brand kan veroorzaakt worden door onwetendheid, onvoorzichtigheid en onverschilligheid of door
brandstichting. Om de kans op een brand zo klein mogelijk te maken is het noodzakelijk preventieve
maatregelen te treffen en de nodige voorzieningen te hebben om de calamiteit zo klein mogelijk te
houden.

Serboucom heeft voor u de volgende adviezen, gericht op
preventie:
     Laat nooit afvalcontainers buiten staan;
     Zorg      voor     een    jaarlijkse   controle    op   de
        brandblusmiddelen;
     Zorg voor voldoende brandblusmiddelen;
     Test jaarlijks de brandmeldinstallatie en de
         rookmeldinstallatie;
     Controleer regelmatig of de noodverlichting werkt;
     Zorg dat de vluchtroutepaden vrij zijn van obstakels zowel
        binnen als buiten;
     Is het ontruimingsplan gecontroleerd door de brandweer?                                Figuur: Veiligheidsketen
     Vluchtrouteplattegronden up-to-date maken of houden?
     Voldoet u aan de eisen gesteld door verzekering t.b.v brandveiligheid?
     Zijn er voldoende BHV‟ers?
     Zijn medewerkers op de hoogte van hun taak bij ontruiming?
     Vindt er jaarlijks een ontruimingsoefening plaats?
     Bespreek de procedures voor een ontruiming regelmatig met uw medewerkers

Als er een brand geblust moet worden, schakel dan de BHV‟er in. De BHV‟er
bepaalt of er ontruimd moet worden of niet. Als er geblust moet worden, volgt
hier een korte beschrijving hoe te blussen.


NIET ZO                                                  MAAR ZO
Blus nooit tegen de wind in                              Bestrijdt het vuur met de wind mee
Spuit niet in het wilde weg                              Blus een brandend oppervlak van voor naar
                                                         achter
Spuit niet alleen op de grond als er brandende           Blus druipende vloeistoffen van boven naar
vloeistof naar beneden druipt                            beneden, liefst met meerdere blussers
                                                         tegelijk
Spuit niet de ene na de andere blusser leeg              Gebruik voor grotere branden een aantal
                                                         blussers tegelijk
Loop na de blussing niet onmiddellijk weg                Wees altijd bedacht op herontsteking
Na gebruik blussers niet meer ophangen                   Laat de blusser z.s.m. voor nieuw gebruik
                                                         gereedmaken door leverancier




                                                    91 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 2 Veiligheid voor uzelf en anderen

De arbeidsomstandighedenwet, artikel 3 omschrijft dat de werkgever zorgt voor de veiligheid en de
gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een
beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. Dat betekent dus onder andere dat
de werkgever moet zorgen voor veilige machines en voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen.
Hierover gaat dit hoofdstuk.

2.1 Machine veiligheid
“In de periode 2000 tot en met 2003 zijn 64 ongevallen in de houthandel onderzocht door de
Arbeidsinspectie, variërend van 14 tot 19 ongevallen per jaar. In 56% van de ongevallen was er
sprake van blijvend letsel. Meer dan 65% van de ongevallen had te maken met het gebruik van een
houtbewerkingsmachine en met letsel aan de handen 47.”

Wat zijn de risico’s?
In de bouwmarkt wordt gebruik gemaakt van verschillende machines, hierbij valt te denken aan de
zaagmachine en de verfmengmachine.
Bij de machines moet u aandacht besteden aan de volgende arbeidsrisico‟s:
      machineveiligheid
      schadelijk geluid
      houtstof
      explosiegevaar

“Houtbewerkingsmachines zijn gevaarlijke machines. De scherpe snijgereedschappen roteren met
grote snelheid en de handen zitten vaak dicht bij het snijgereedschap. Een probleem dat veel
voorkomt is onjuist gebruik van beveiligingen en hulpmiddelen op of bij de machines. Ook
beveiligingen die niet goed werken en verkeerde werkmethoden zorgen voor ongevallen.

Er zijn veel verschillende houtbewerkingsmachines. Samengevat zijn de gevaren:
      in aanraking komen met, en gegrepen worden door bewegende delen van het
         snijgereedschap, aan- en toevoerinrichtingen, en as-einden;
      getroffen worden door wegvliegende voorwerpen zoals werkstukken en delen van het
         snijgereedschap;
      bekneld raken tussen het werkstuk en de opspan- of aanvoerinrichting;
      onbedoeld of op onjuiste wijze in werking komen van de machine door een verkeerde
         plaatsing van de bedieningsknoppen48.”

Veilig gebruik van machines
U moet het werk met machines zo organiseren, dat de kans op ongelukken zo klein mogelijk is.
In de praktijk betekent dit, dat u bij elke machine aan de volgende onderwerpen aandacht moet
besteden:
     afscherming van de bewegende delen
     onderhoud en periodieke keuring organiseren
     nulspanningsbeveiliging (noodstopvoorziening en stabiele opstelling)
     snijgereedschappen beveiligen
     deskundige bediening waarborgen
     gebruiksvoorschriften in acht nemen




47
     Arbeidsinspectie: Arbeidsrisico‟s in de houthandel, versie april 2006
48
     Arbeidsinspectie: Arbeidsrisico‟s in de houthandel, versie april 2006

                                                              92 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                               Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Bij het gebruik van machines komt er stof vrij. De stof kan effect hebben op de ogen, huid en
ademhalingswegen. Om dit zo veel mogelijk te beperken is het raadzaam:
     de ruimte schoon te houden
     zorg te dragen voor voldoende afzuiging
     voldoende onderhoud te plegen
     de machine te plaatsen in een cabine

Wettelijk kader
Op alle machines is de Arbowet van toepassing. Op machines gemaakt in 1995 of later is bovendien
de Warenwet van toepassing. Dit betekent dat zij voorzien zijn van een Nederlandse handleiding, een
conformiteitsverklaring en een CE-markering. Deze machines zijn in principe veilig als u ze volgens de
bijgeleverde gebruiksaanwijzing gebruikt.

Arbobesluit:  hoofdstuk7: afdeling 2: art 7.3, art 7.4, art 7.5, art 7.7, art 7.14, art 7.16,
              hoofdstuk 8: afdeling 1: art 8.1
Warenwetbesluit machines (voor machines gemaakt na 1995): artikel 3, 6 en 8


2.2 Stellage veiligheid
Grote stellingen, ofwel stellages, moeten goed gemonteerd worden om de kans op ongelukken te
minimaliseren. Volg dus altijd de montagehandleiding.

Om de veiligheid te waarborgen is het noodzakelijk om inspecties uit te voeren. Er zijn verschillende
soorten inspecties te onderscheiden.
     Montage inspectie: voordat de palletstellingen in gebruik worden genomen, moet worden
          gecontroleerd of de montage is verricht volgens de handleiding.
     Periodieke inspectie: palletstellingen moeten minimaal elke 12 maanden worden
          geïnspecteerd om ervan verzekerd te zijn dat de stellingen nog voldoen. Beter is om nog
          vaker controle uit te voeren op de bevestigingen.
Als stellingen worden vervangen of verplaatst controleer dan altijd of de montage is verricht volgens
de handleiding.

Wat zijn de risico’s?
Indien u niet regelmatig een controle uitvoert, loopt u het risico op ongelukken in het pand. Dit
kunnen ongelukken betreffen waarbij de producten naar beneden vallen of dat de gehele stelling
inklapt. Dit kan u grote schade opleveren.

Wat moet u doen?
Als werkgever moet u:
     Zorgen dat de stellage niet over beladen is (in de bijlage 3 Tegometall belasting staan de
        richtlijnen weergegeven)
     Regelmatig een inspectie/controle houden
     De gebruiksvoorschriften palletstelling in acht nemen (zie bijlage 4 gebruiksvoorschriften
        pallettstellingen)
     De stelling vernieuwen, zodra geconstateerd wordt dat de stelling instabiel is geworden (bij
        ernstige beschadiging, doorgezakte legplanken, scherpe randen, etc)

2.3 Gebruik heftruck
“Per jaar ontvangt de Arbeidsinspectie zo´n 200 meldingen van ongevallen met heftrucks. Vaak met
ernstig letstel tot gevolg. De afgelopen zeven jaar waren er 36 ongevallen met dodelijke afloop 49.“

Onderzoek van de ongevallen met een heftruck laat zien dat:
    Bij een kwart van de ongevallen het om aanrijden van mensen gaat;
    Bij ongeveer één op de twintig ongevallen wordt de heftruck gebruikt als hoogwerker of rijden
       er mensen mee met ernstig letsel als gevolg;

49
     Arbeidsinspectie: Arbeidsrisico‟s in de houthandel, versie april 2006

                                                              93 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                               Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



           Het kantelen van de heftruck vaak dodelijk letsel tot gevolg heeft;
           Bijna de helft van de ongevallen letsel aan de voeten tot gevolg heeft;
           De veiligheid bij het werken met heftrucks in belangrijke mate afhankelijk is van het
            oordeelkundig handelen van de heftruckbestuurder;
           Opgeleide heftruckbestuurders minder vaak betrokken zijn bij ongevallen;
           Bedrijven die overgingen op het (laten) opleiden van heftruckbestuurders daarna merkbaar
            minder schade en aanrijdingen hebben;
           Een veilige inrichting van de omgeving zorgt voor minder aanrijdongevallen.

Wat moet u doen?
U kunt de kans op ongevallen het best verkleinen door veel aandacht te besteden aan de
deskundigheid van de heftruckbestuurder en een veilige inrichting van het werkterrein. Het is
belangrijk dat u aandacht heeft voor de gezondheid van uw medewerkers in omsloten ruimten. In
deze omsloten ruimten kunnen heftrucks met diesel of LPG als brandstof te veel schadelijke stoffen
produceren.
Werkt u met heftrucks, dan bent u verplicht om aan de volgende punten aandacht te besteden:
     Keuring en onderhoud van de heftruck;
     Uitrusting en gebruik van de heftruck;
     Gebruik van diesel en LPG;
     Gebruik van veiligheidsschoenen.

Veilig met de heftruck
Bij een veilige inrichting van de omgeving zijn de volgende aandachtspunten van belang:
      De inrichting van verbindingswegen, de deuren, hekken en andere doorgangen, de vloeren;
      Aanrijdgevaar;
      De opslag van goederen;
      De vluchtwegen en nooduitgangen.

Wel of geen certificaat
“Het is voor alle hef- of magazijntruckchauffeurs wettelijk verplicht om een rij-instructie te volgen.
Alleen meldt de wet niet precies hoe deze instructie eruit moet zien. Als er een ongeluk gebeurt, moet
het bedrijf de Arbeidsinspectie kunnen overtuigen dat er een goede instructie is geweest. Een
certificaat of rijbewijs is dus niet verplicht, maar voldoende instructie wel. De werkgever is uiteindelijk
verantwoordelijk voor „voldoende‟ opleidingsniveau van de chauffeurs. Wel toont een certificaat heel
duidelijk dat er een opleiding is geweest. Veel bedrijven laten hun chauffeurs daarom om de zoveel
jaar een tweedaagse opfriscursus (theorie en praktijk) volgen 50.”
Door het succesvol afronden van een opleiding of cursus wordt het eenvoudiger aan te tonen dat
iemand de rijinstructies kent.

Wettelijk kader
Het Arbobesluit geeft een aantal regels hoe om te gaan met de heftruck.
Arbobesluit:    hoofdstuk 3: afdeling 1: art 3.2, 3.3, 3.6, 3.11, 3.13, 3.14, 3.16,
                hoofdstuk 4: afdeling 1 art 4.3a,
                hoofdstuk 7: afdeling 2: art, 7.4a, 7.5, afdeling 4: 7.17abc, 7.18,
                hoofdstuk 8: afdeling 1: art 8.3




50
     http://www.logistiek.nl/dossierartikelen/id96-Hoe_zit_het_met_het_heftruckrijbewijs.html



                                                            94 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




2.4 Fysieke belasting
Het is onmogelijk om te voorkomen dat er in de bouwmarkt tilwerkzaamheden voorkomen. Om het
tillen op een veilige manier te laten plaatsvinden volgen hieronder een aantal aandachtspunten waar u
als werkgever en werknemer rekening mee moet houden. De wetgeving
beperkt zich tot het voorkomen en beperken van de fysieke belasting.

Fysieke belasting is de belasting die het houdings- en bewegingsapparaat van
mensen (rug, nek, schouders, ledematen, gewrichten en spieren) ondervindt
tijdens lichamelijke arbeid. Fysieke belasting op zich is niet gezondheidsbedreigend, fysieke
overbelasting wel.

Fysieke overbelasting hangt samen met:
     De aard en de duur van de ingenomen werkhouding;
     De grootte van de uitgeoefende krachten;
     De frequentie waarmee een taak wordt uitgevoerd.
Niet alleen te zwaar of te vaak tillen en/of dragen kan dus fysieke overbelasting geven, maar ook
werken in een slechte werkhouding.

Wat zijn de risico’s?
Overbelasting van het houdings- en bewegingsapparaat kan zorgen voor gezondheidsklachten en
blijvende invaliditeit. Dit leidt tot verzuim en het verlaten van het arbeidsproces.

In de bouwmarkt zijn de belangrijkste risico‟s voor fysieke overbelasting:
     Tillen van plaatmateriaal, balken en/of planken uit stellingen of rekken. Het gaat dan om korte
        tilmomenten. Het materiaal wordt op een kar of in een wagen gelegd. Het draaien en bukken
        tijdens de handeling is zeer belastend voor de rug.
     Dragen (het lopen met een last in de handen). Afhankelijk van de aard van het materiaal
        beperkt zich dit over het algemeen tot enkele meters. Daarna gebruikt men een kar of een
        ander hulpmiddel voor transport.
Duwen en trekken. Het gaat daarbij om materiaal dat uit de rekken en stellingen wordt getrokken, en
om het verplaatsen van karren waarop het materiaal wordt getransporteerd.

Wat moet u doen? Veilig fysieke belasting
In een bouwmarkt is het onmogelijk om zware fysieke belasting te voorkomen. In dit geval moet u
ervoor zorgen dat de fysieke belasting zoveel mogelijk wordt beperkt.

In het geval van fysieke belasting moet u de volgende aandachtspunten in acht nemen:
     Vastleggen in de RI&E wie in welke mate last heeft van fysieke overbelasting, hierbij dient
        rekening gehouden te worden met de kenmerken van de last, de vereiste lichamelijke
        inspanning, de kenmerken van de werkomgeving, de eisen van de taak;
     Zorg ervoor dat er op een juiste wijze getild en bewogen worden;
     Duwen in plaats van trekken in verband met eigen gewicht medewerker;
     Goed trekken of duwen door met een langzaam toenemende aanzetkracht in beweging te
        brengen;
     Gebruik maken van hulpmiddelen (palletwagen, heftruck, etc);
     Goed plannen, zorg voor afwisseling in de werkzaamheden en voldoende pauzes;
     Zware klussen uitvoeren met een collega;
     Werkhandschoenen gebruiken voor houvast;
     Dragen van veiligheidsschoenen;
     Zorg voor een opgeruimde werkplek.




                                                    95 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Het ministerie van Sociale Zaken en Welzijn heeft voor de werknemer tien gouden regels voor
tilwerkzaamheden:
     1. Buk en til niet onnodig, gebruik waar mogelijk hulpmiddelen;
     2. Verstandig tillen kost net zoveel tijd als onverstandig tillen: doe het dus met verstand;
     3. Bedenk vooraf hoe en waarheen u de last gaat verplaatsen, zodat u rekening kunt houden
         met eventuele moeilijkheden;
     4. Bepaal vooraf het gewicht van de last; til niet te veel ineens. Vraag uw collega's om hulp bij
         zware en grote voorwerpen;
     5. Sta steeds recht voor de last; til nooit met gedraaide rug: verplaats uw voeten als u moet
         draaien;
     6. Bepaal het zwaartepunt van de last en zoek een goede balans alvorens met het echte tillen te
         beginnen;
     7. Til met twee handen, belast het lichaam symmetrisch door in beide handen ongeveer dezelfde
         last te tillen, houd de last zo dicht mogelijk bij het lichaam, voorkom dat u moet reiken; til niet
         hoger dan schouderhoogte;
     8. Maak langzame vloeiende tilbewegingen. Til met gebogen knieën en de romp rechtop.
         Daardoor vermindert u de belasting op de wervelkolom. Door tillen met gebogen knieën kunt
         u het voorwerp (als het niet te groot is) dichter bij de romp houden. De belasting wordt
         echter niet kleiner wanneer het voorwerp voor de knieën blijft;
     9. Zorg dat de weg vrij is van obstakels als u moet lopen met de last, gebruik stroeve schoenen
         bij gladde vloeren;
     10. Luister naar uw lichaam: neem signalen serieus. Beginnende klachten kunnen snel erger
         worden. U voelt zelf het beste wat uw rug wel en niet kan hebben.

Wettelijk kader
Het Arbobesluit, hoofdstuk 5 (afdeling 1 fysieke belasting) artikel 5.2 en 5.3 zijn van toepassing op de
fysieke belasting.




                                                    96 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




2.5 Geluidsveiligheid
De zaagmachine, compressor, afzuiginstallaties en andere machines, zijn machines die veel geluid
kunnen produceren. Het geluidsniveau moet zoveel mogelijk worden beperkt door gebruik te maken
van de juiste hulpmiddelen.

De geluidsniveaus waarmee de werknemers te maken hebben, zijn afhankelijk van:
     De plaats in de opstellingsruimte;
     De aankleding van deze ruimte;
     De constructie van de machine;
     Het te bewerken materiaal;
     Het gebruikte gereedschap;
     De gekozen bewerkingsomstandigheden.

Langdurige blootstelling aan lawaai boven de 80 decibel kan lawaaidoofheid tot gevolg hebben. Deze
gehoorbeschadiging is blijvend en kan grote sociale gevolgen hebben.

Geluidsveilig werken
Er zijn wettelijke grenswaarden voor het lawaai waaraan u blootgesteld mag worden. De blootstelling
aan geluid wordt gedefinieerd als de gemiddelde dagelijkse blootstelling over een 8-urige werkdag
(dagdosis). Bij een blootstelling boven de 80 en 85 decibel zijn volgens het Arbobesluit de
onderstaande maatregelen verplicht.

                                        Decibel
> 80 dB en ≤ 85 dB                      > 85 dB                         > 87 dB
Geluidsbeoordeling                      Geluidsbeoordeling              Als met inbegrip van de
Beschikbaar stellen                     Verplicht gebruik               dempende werking van de
gehoorbescherming                       gehoorbescherming               gehoorbescherming dit niveau
Gehoortest                              Gehoortest                      wordt overschreden, moeten er
Voorlichting                            Plan van aanpak en de           maatregelen genomen worden
                                        uitvoering (tot < 80 dB         om onder dit niveau te komen,
                                        Markering van werkplekken met   zie instructies 85 dB
                                        pictogrammen
Tabel: Toegestane decibel
Het risico op overschrijding van de normen moet u wegnemen of zoveel mogelijk beperken door eerst
de geluidsbron aan te pakken (de arbeidshygiënische strategie). U inventariseert hiervoor de
geluidsbelasting op de werkplekken via een beoordeling of metingen.

Vuistregel: Als u op alle arbeidsplaatsen van uw bedrijf tijdens de normale productie een
gesprek kunt voeren op één meter afstand van elkaar zonder stemverheffing dan heeft u
volgens de Arbowet geen geluidsprobleem.

Is dit niet het geval en staan er meerdere geluidsbronnen in een ruimte of verrichten uw werknemers
meerdere taken op een dag? Dan moet u een deskundige inschakelen om de problematiek in kaart te
brengen en u te helpen bij het opstellen van het plan van aanpak.




                                                    97 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Om het   geluidsniveau te beperken kunt u denken aan:
        Aanschaf gehoorbeschermers;
        Geluiddempers;
        Verbeteren van de ruimte (absorberende plafonds en wanden);
        Aanschaf geluidsarme machines;
        Machines omkasten;
        Machines plaatsen in cabines;
        Plaatsen van geluidsschermen;
        Medewerker moet de taken goed verdeling, zorgen voor
         afwisseling.

Wettelijk kader
Voor het geluid is het Arbobesluit: hoofdstuk 6: afdeling 3: artikel 6.7 t/m 6.11 van toepassing.




                                                    98 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




2.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen
“Te veel ongelukken gebeuren omdat veiligheidsvoorzieningen "even" niet aanwezig waren. De
markering was "even" weggehaald, omdat hij in de weg stond. Het veilige gereedschap was "even"
geleend door die andere afdeling. Het trapje was "even" bij die andere machine gezet, omdat men
daar niet bij een storing kon. Er was "even" niet gemeld dat de beveiliging van een deur niet helemaal
in orde was. Dan moet er wel "even" een nieuwe oplossing worden aangebracht, die ongelukken
voorkomt. Het onklaar maken van veiligheidsvoorzieningen op machines en transportmiddelen is
verboden en strafbaar51!”

In de wet staan verplichtingen voor de constructie van (mobiele) arbeidsmiddelen en machines, voor
het gebruik ervan én voor het onderhoud. Bewegende delen moeten van schermen of een andere
beveiliging zijn voorzien, zodat gevaar voor werknemers wordt voorkomen. Ze moeten voldoende
verlicht zijn.
Bij mobiele machines en hijs- en hefwerktuigen voor het verplaatsen van personen hoort een
beschermingsconstructie te zijn aangebracht, die verhindert dat machines te ver kantelen. Mobiele
machines moeten zo beveiligd zijn dat onbevoegden er niet mee kunnen gaan rijden. Ook mogen de
machines niet plotseling kunnen gaan rijden, als de bestuurder niet meer achter het stuur zit. Er
gelden verder bepalingen voor spiegels, verlichting, brandblussers, rem- en stopvoorzieningen.
In de wet staan ook verplichtingen voor periodieke keuringen van arbeidsmiddelen, de installatie en
onderhoud. Ze zijn pas echt veilig als ze, naast een deugdelijke constructie met CE-keurmerk, goed
geïnstalleerd zijn en regelmatig onderhouden worden 52.”

Wat moet u doen?
“Het kan nodig zijn om mensen individueel te beschermen tegen gevaren. De werkgever moet dan
persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar stellen: bijvoorbeeld helmen, schoenen en
handschoenen, valgordels, maskers, brillen, kleding of gehoorbescherming. Werknemers moeten deze
dragen, als ze beschikbaar worden gesteld en noodzakelijk zijn. De     kosten
zijn volledig voor de werkgever.
Deze PBM's - zoals ze worden afgekort - moeten voorzien zijn van een CE-
merk. Dit CE-merk garandeert dat zij aan fundamentele veiligheids- en
gezondheidsvoorschriften voldoen.
PBM's moeten geschikt zijn voor het doel waarvoor zij bestemd zijn. Ze
moeten bovendien passend zijn (dus geschikt voor de werknemer die ze moet dragen, niet te groot,
te klein of te zwaar bijvoorbeeld) en zijn in principe persoonsgebonden (ook in verband met de
hygiëne). Daarnaast moeten werknemers een duidelijke gebruiksaanwijzing krijgen, zowel op papier
als mondelinge instructie. Omdat PBM's vaak niet handig of prettig zijn om te dragen tijdens het werk,
is dat heel belangrijk. Het bevordert het gebruik! Zorg verder voor een goede plek om ze op te
bergen. De werkgever moet overigens het gebruik van PBM's coördineren en controleren (dus ook
aanwijzen wie eindverantwoordelijk is) 53.”

In het    kort gezegd zijn de volgende zaken van belang:
          Gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen;
          Attendeer medewerkers op het gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen;
          Gebruik een professionele ladder;
          Zorg voor orde en netheid.




51
     http://www.Arbobondgenoten.nl/Arbothem/veilighd/safetyfirst.htm#pbm
52
     http://www.Arbobondgenoten.nl/Arbothem/veilighd/safetyfirst.htm#pbm
53
     http://www.Arbobondgenoten.nl/Arbothem/veilighd/safetyfirst.htm#pbm

                                                        99 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                      Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Wettelijk kader
Arbeidsomstandighedenwet: artikel 3 lid 1b, artikel 8 lid 3 en lid 4
Arbeidsomstandighedenbesluit: hoofdstuk 8: afdeling 1 en 2

Handige tips:
    www.pbmweb.nl,
    www.euronorm.net,
    www.persoonlijkebeschermingsmiddelen.startpagina.nl




                                                    100 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 3 Overval en agressie

Een aantal cijfers over criminaliteit in de branche:
     Criminaliteit kost de detailhandel54 - door schade en uitgaven aan preventie - in totaal 920
       miljoen euro (cijfers 2006).
     In totaal hebben winkels 640 miljoen euro schade geleden door winkeldiefstal, inbraak,
       vernielingen, geweld en overvallen.
     Aan preventie gaven winkeliers 280 miljoen euro uit, ruim 3% minder dan in 2005.
     In vijf jaar zijn de kosten van winkelcriminaliteit gedaald met 9,8%.
     De totale schade door interne fraude is in 2006 met meer dan 10% afgenomen. Deze schade
       bedroeg in 2006 circa 170 miljoen euro.

3.1 Overval
Een overval is een zeer ingrijpende gebeurtenis voor alle
betrokkenen. Een overvaller wil zo snel mogelijk en met zoveel
mogelijk geld weer weg. U moet zorgen dat er zo min mogelijk te
halen valt.
Om een overval te voorkomen kunt u maatregelen treffen
omtrent de beveiliging, het openen en sluiten, kassa en
kassaopmaak, waardeberging en waardetransport.

De politie heeft voor u de volgende tips:
Tips beveiligingsplan
     Laat een beveiligingsplan maken door iemand die de gang van zaken in het bedrijf goed kent;
     Betrek het personeel in een vroeg stadium bij de ontwikkeling van het plan;
     Stel iemand verantwoordelijk voor het 'onderhoud' van het plan;
     Stel bij verbouwing of herinrichting vast wat hiervan de gevolgen kunnen zijn voor het
         beveiligingsplan;
     Overleg en werk samen met collega-ondernemers;
     Bespreek het beveiligingsplan met de politie;
     Zorg voor een goede instructie in procedures en gebruik van veiligheidsvoorzieningen;
     Leer het personeel te letten op het gedrag van mensen binnen en buiten de zaak;
     Zorg ervoor dat ook van buitenaf zichtbaar is wat er binnen gebeurt;
     Laat leiding en personeel duidelijk 'aanwezig zijn';
     Zorg voor inbraakdetectie, met verbinding naar een particuliere alarmcentrale;
     Maak naar buiten duidelijk welke veiligheidsmaatregelen er in de zaak getroffen zijn;
     Geef geen informatie aan buitenstaanders waar overvallers hun voordeel mee kunnen doen.

Tips opening en sluiting
     Kijk goed om u heen voordat u de deuren van het bedrijf opent;
     Laat de personeelsingang niet open staan;
     Zorg voor een deurspion, zodat u kunt zien wie er naar binnen wil;
     Sluit de magazijningang altijd af, ook tussentijds, bijvoorbeeld als leveranciers aan het lossen
       zijn;
     Regel het beheer van de sleutels van de zaak;
     Sluit het bedrijf altijd stipt op tijd;
     Laat dan nog aanwezige klanten één voor één naar buiten;
     Controleer het bedrijf op mogelijke achterblijvers en 'geprepareerde' ramen en deuren;
     Ga zelf ook één voor één naar buiten;
     Neem na sluitingstijd niet de dagopbrengst mee naar buiten.




54
     http://www.raadnederlandsedetailhandel.nl/index.cfm/16,0,101,html

                                                         101 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Tips kassa en kasopmaak
     Zorg ervoor dat in de kassa niet meer wisselgeld aanwezig is dan strikt noodzakelijk;
     Laat de kassa niet onnodig open staan;
     Stel de kassa's zo op dat buitenstaanders niet te gemakkelijk kunnen zien wat erin zit;
     Monteer een transparant scherm boven de kassa tegen 'kassagrepen';
     Stimuleer pin- en chipknipbetalingen en het gebruik van cheques;
     Laat groot geld direct opbergen in afroomkluizen;
     Tel geld in een afgesloten ruimte, onzichtbaar voor buitenstaanders.

Tips waardeberging
     Zorg voor minimaal één kluis in de winkel met een tijdslot of tijdvertraging;
     Neem nooit geld mee naar huis!;
     Voorzie (eventueel) de kluis van een codeslot dat gedwongen opening doorgeeft aan een
       alarmcentrale.

Tips waardetransport
     Beperk intern waardetransport tijdens openingsuren en laat het plaatsvinden op
       onregelmatige tijdstippen;
     Houd het geld zoveel mogelijk onzichtbaar;
     Schakel voor extern waardetransport professionele transporteurs in als u zelf het geld naar de
       bank brengt, doe dat dan niet alleen, niet steeds op hetzelfde tijdstip en volg verschillende
       routes;
     Ga bij grotere afstanden met de auto of per taxi; gaat u lopen, dan liefst met twee personen;
     Vervoer geld zo onopvallend mogelijk;
     Controleer bij de nachtkluis van de bank of de omgeving veilig is;
     Hecht geen geloof aan mededelingen bij de nachtkluis dat deze defect is en dat het geld in de
       brievenbus moet worden gedeponeerd, neem in dat geval het geld weer mee.

Tien gouden regels
De VWDHZ geeft een aantal regels om uzelf beter tegen overvalcriminaliteit beschermen door de
onderstaande ”tien gouden regels” in acht te nemen:

    1.    Wees alert
         Let op signalen als niet klant gedrag, verdachte voertuigen etc. Echte klanten waarderen
         (oog)contact en aandacht bij binnenkomst, criminelen niet.
    2.    Zorg voor goed zicht
         Veiligheid begint aan de buitenzijde van uw bedrijf. Overvallers hebben er een hekel aan om
         van buitenaf ”op de vingers” te worden gekeken. Een etalage met zicht naar binnen creëert
         (gratis) extra sociale controle van buitenaf: gun de overvaller geen beschermd werkterrein.
         Houd ook overzicht binnen de winkel.
    3.    Stel duidelijke interne regels op
         Betrek uw personeel bij het opstellen van het veiligheidsplan. Instrueer hen op het gebied van
         de preventie van overvallen en/of agressie.
    4.    Maak van uw kassa geen spaarpot
         Beperk de hoeveelheid direct beschikbaar geld op een afrekenpunt. Maak er een gewoonte
         van geld, dat niet noodzakelijk is voor wisselgeldvoorraad meteen en zichtbaar voor de klant
         af te romen. Gebruik daarvoor een in de check-out aanwezige opbergvoorzieningen (een
         goede cashbox, een minikluis of mechanische afzuiging).
    5.    Breng stickers aan
         Zowel in de winkel (in directe omgeving van de waardeberging) als buiten (op of nabij de
         toegangsdeur) is het nuttig om stickers aan te brengen. Als u laat zien, dat u tijdvertragende
         maatregelen toepast of dat de kluissleutel niet aanwezig is, schrikt u de overvallers af.
    6.    Zorg voor onderlinge waarschuwingssystemen
         Met burenhulpsystemen kunnen u en uw collega-ondernemers elkaar steunen in onveilige
         situaties. Samen staat u sterker! Via dit systeem kan bij een overval ook de politie worden
         gealarmeerd.
    7.    Tel uw geld buiten het zicht van het publiek


                                                    102 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



       Doe dit bij voorkeur in een afgesloten ruimte. Als dat niet kan, maak de kas dan op als de
       winkel gesloten is. Bedenk dat binnen de detailhandel de meeste overvallen plaatsvinden in
       het laatste uur vóór en rond sluitingstijd. Sluit op tijd, laat eventueel nog aanwezige klanten
       één voor één naar buiten en: dicht is dicht!
    8. Let op verdachte personen of voertuigen voordat u het pand verlaat
       Alarmeer bij twijfel de politie en wacht zelf binnen Zorg in ieder geval voor voldoende
       verlichting buiten om de winkel. Neem ná sluitingstijd bij voorkeur de dagopbrengst niet mee
       naar buiten.
    9. Overweeg inschakeling van en professionele geldtransporteur
       Dit kunt u eventueel samen met collega-ondernemers doen. Als u het geldtransport
       zelf regelt, doe dit dan niet aansluitend op de winkelsluiting. Voer het transport overdag, op
       wisselende tijden en onopvallend uit.
    10. Tref preventieve maatregelen
       Hiermee kunt u de kans dat de overvallers bij u toeslaan aanzienlijk verkleinen. U kunt het
       risico echter nooit helemaal uitsluiten. Een overvalsituatie kan al snel escaleren.

Geadviseerd wordt om tijdens een overval te handelen volgens het Raakprincipe. RAAK staat voor:
    Rustig blijven (overvallers komen niet voor u maar voor het geld).
    Accepteren van de situatie (ga er altijd van uit dat de meegebrachte wapens echt zijn en
       dat de daders bereid zijn hun eisen kracht bij te zetten door niet alleen met geweld te
       dreigen, maar ook feitelijk toe te passen).
    Afgeven van het gevraagde (voorkom dat de indruk wordt gewekt, dat u opzettelijk tegen
       werkt en vermijd toespelingen in de richting van de daders op een latere herkenning).
    Kijken (een goed signalement betekent een “vliegende start” voor het opsporingsonderzoek
       van de politie en vergroot de kans op aanhouding van de daders).

Wat zijn de risico’s?
Als u geen preventieve maatregelen neemt, loopt u de kans om eerder het slachtoffer te worden van
criminaliteit.

Wat moet u doen?
Probeer zoveel mogelijk preventieve maatregelen te nemen. Maak u medewerkers attent op de tien
gouden regels van de VWDHZ. Hang deze tien gouden regels bijvoorbeeld in de kantine. De
medewerkers moet zich bewust zijn van de mogelijke risico‟s.
Daarnaast is het belangrijk dat in het geval van een overval de mogelijkheid wordt geboden om
slachtofferhulp aan te bieden. Meer informatie over slachtofferhulp is opgenomen in bijlage 6
(Slachtofferhulp).

Handige tips:
Voor meer informatie kunt u kijken op
    www.politie.nl,
    www.platformdetailhandel.nl,
    www.raadnederlandsedetailhandel.




                                                    103 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                       Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




3.2 Omgaan met agressie
De arbeidsinspectie heeft eigen onderzoek uitgevoerd naar agressie en geweld in de detailhandel.”Het
onderzoek laat zien dat er groeiende agressie en geweld in de detailhandel is, en dat werkgevers
nodig een tandje hoger moeten schakelen om hun personeel beter te kunnen beschermen 55.”

                                                  De Raad voor de Nederlandse Detailhandel heeft een aantal
                                                  tips ter preventie van agressie en adviezen over de omgang
                                                  met agressie. De tips worden hieronder beschreven.

                                                  Gedragsregels
                                                  Wat u absoluut NIET moet doen, is met een agressieve klant
                                                  in discussie gaan. Stel, u houdt iemand aan omdat u heeft
                                                  gezien dat hij een artikel wil stelen. Deze persoon ontkent dit
                                                  in alle toonaarden. Sterker nog: hij wordt woest omdat u hem
                                                  zogenaamd beledigd hebt. Het heeft op dat moment geen
                                                  enkele zin om een discussie aan te gaan. Daardoor wordt het
                                                  risico op escalatie van de situatie alleen maar groter.

                                                  Gedragsregels in een dergelijke situatie:
                                                   Ga nooit in discussie;
                                                   Blijf rustig, correct en negeer persoonlijke beledigingen;
                                                   Ga niet in op dreigementen;
                                                   Probeer niet te 'winnen';
                                                   Onderdruk de drang om fysiek geweld te gebruiken.


Huisregels
Het duidelijk zichtbaar ophangen van huisregels bij de ingang kan het ontstaan van agressie helpen
voorkomen. Als de klant de bekende regels overtreedt, hoeft u er alleen maar op af te stappen en
vriendelijk naar de lijst met regels te verwijzen. Loop dan door. Ga vooral niet staan kijken of die klant
ook doet wat u van hem verlangt, want dat kan irritatie op wekken. En de stap van irritatie naar
agressie is zo gezet.

Voorbeelden van huisregels zijn:
 Gebruik van een winkelmandje of - wagentje verplicht.
 Geen verpakkingen openen.
 Niet meer dan 3 scholieren tegelijk naar binnen.

Komt een klant terug terwijl hij of zij telkens de huisregels overtreedt, neem hem of haar dan apart en
maak beleeft, maar dringend duidelijk dat er geen prijs wordt gesteld op zijn/haar bezoek.
In het uiterste geval kan aan de klant een winkelontzegging worden overhandigd wegens
huisvredebreuk.

Gedrag beïnvloed gedrag
Met de juiste houding kunt u agressie voorkomen of in de kiem smoren. Als een klant kwaad wil, hoeft
het niet altijd tot uitbarsting te komen. Het gaat erom dat de klant wordt ontmoedigd. Soms speelt
aanwezigheid en aandacht al een ontmoedigende rol.

Tips om het gedrag te beïnvloeden:
 Begroet de klanten;
 Maak bewust oogcontact;
 Geef aandacht;
 Stap regelmatig op iemand af ("kan ik u helpen?");
 Wijs een klant die zich afwijkend of provocerend gedraagt op de huisregels;

55
     Secondant (okt. 2007) Weerbaar in de winkel, uitgave 5

                                                          104 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



   Zeg tegen een klant die iets probeert te stelen: "Zal ik dat alvast van u aanpakken?";
   Geef de klant vervolgens ook de ruimte om op zijn beslissing terug te komen;
   Geef persoonlijke aandacht bij het afrekenen.

Houd er rekening mee dat ook uw eigen humeur een belangrijke rol speelt. Uw eigen gedrag kan het
gedrag van de klant zowel positief als negatief beïnvloeden. Let daarom op:
 Uw humeur;
 Uw uiterlijke verzorging;
 Uw woordkeuze;
 Uw gezichtsuitdrukking.
Met een combinatie van deze zaken kunt u zowel agressie veroorzaken als tegen gaan.

Maak afspraken
Het heeft geen zin als alleen de bedrijfsleider weet wat de regels zijn. Dat moet u dus met uw team
afspreken. Maak dus afspraken zoals:
 Wie neemt de kassa over als er ergens in de winkel opschudding ontstaat?
 Wie spreekt de agressieve klant aan?
 Naar welke ruimte wordt hij/zij gebracht?
 Wie loopt er mee?
 Wie belt de politie?
 Wat voor seintje geven jullie elkaar als er hulp nodig is? Bijvoorbeeld een code via de intercom.

Wat mag wel en wat mag niet?
Een eenvoudige vuistregel bij het aanpakken van agressieve of gewelddadige klanten is: uw optreden
(als burger) moet in verhouding staan tot datgene wat u overkomt.
 Het is verboden om een agressieve klant dusdanig hard vast te pakken, dat u hem ernstig
     bezeert.
 Het is niet toegestaan om iemand te knevelen, in de boeien te slaan of de persoon op een
     gewelddadige manier vast te houden.
 U mag een agressieve klant wel verhinderen de winkel te verlaten, maar dat is vaak af te raden.
     Een kat in het nauw maakt rare sprongen. De zaak kan in een dergelijk geval helemaal uit de
     hand lopen. Bij diefstal mag u (zoals elke burger) de persoon aanhouden en zo spoedig mogelijk
     overdragen aan de politie. In dit geval is het handig om de klant mee te nemen naar een
     afgezonderde ruimte.
 Het is toegestaan om ongewenste personen de toegang tot de winkel te ontzeggen. Dat kan
     zowel mondeling als schriftelijk. Als een klant mondeling drie maal is verzocht weg te gaan en de
     klant dringt toch telkens naar binnen, dan is aanhouding toegestaan. Pas hierbij echter op met te
     gewelddadige figuren en geef hun signalement door aan de politie. Schriftelijke ontzegging -de
     zogenaamde winkelontzegging- moet per aangetekende brief en in overleg met de politie
     gebeuren. Een overtreding van deze ontzegging betekent dat de 'klant' huisvredebreuk pleegt. De
     politie is in dat geval verplicht om te komen en de 'klant' af te halen. Op huisvredebreuk staat een
     straf van maximaal 6 maanden.
 De wet geeft geen recht om in de tas van de klant te kijken. Men kan dit wel als huisregel stellen,
     maar als een klant het niet wil, kan niemand hem dwingen. Bij vrijwillige medewerking is dit wel
     toegestaan.

Training omgaan met agressie
Niet veel mensen zijn van nature flexibel en kalm in de omgang met agressieve klanten. Daarom is
het voor veel mensen eigenlijk niet genoeg om deze tips en adviezen in het hoofd te prenten. Het kan
daarom nuttig zijn te oefenen in het 'juist handelen bij agressie'. In dat geval is het aan te raden om
een training of cursus 'omgaan met agressie' te volgen.
De meeste trainingen werken met rollenspellen: een beroepsacteur of -actrice speelt een agressieve
of gewelddadige klant, en de cursist moet daarop reageren. Het handige van een rollenspel is dat je
er je eigen grenzen door leert kennen.




                                                    105 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Wat moet u doen?
Zorg dat u als werkgever afspraken maakt met uw medewerkers en informeer nieuwe medewerkers
over de afspraken. Zet deze afspraken zonodig vast in een draaiboek.
Het volgen van een training leren omgaan met agressie en geweld is zinvol.

Wettelijk kader
Artikel 3 lid 2 van de Arbeidsomstandighedenwet is hierop van toepassing.

Handige tips:
Meer informatie kunt u vinden op de volgende internetsites:
    www.hetcvv.nl,
    www.veiligindewinkel.nl,
    www.hbd.nl,
    www.politie.nl,
    www.kvo.mkb.nl.

Het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel biedt een gratis cursus voorkomen van en omgaan met geweld
en agressie in de winkel aan via internet.




                                                    106 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Hoofdstuk 4 Diefstal en fraude

Diefstal en fraude komen vaker voor dan u denkt.
“Hieronder een aantal cijfers om u enigszins een indruk te geven van de omvang van de problematiek.
     Winkeliers investeren jaarlijks zo‟n € 270 miljoen aan preventie van winkelcriminaliteit;
     De jaarlijkse schade ten gevolge van winkelcriminaliteit bedraagt € 750 miljoen;
     Diefstal door eigen medewerkers bedraagt per jaar € 200 miljoen;
     Van alle ondernemers heeft 25% al eens met een vorm van interne criminaliteit te maken
         gehad;
     Van getroffen bedrijven en instellingen van fraude meldt 20% dit bij de politie;
     Van alle winkeliers is 73% ontevreden over de manier waarop de overheid de criminaliteit
         bestrijdt;
     Van alle MKB-ondernemers is 40% gedwongen om meer dan 5% van de omzet aan preventie
         uit te geven;
     Totale dervingkosten van Europese retailers over 2002: € 27,3 miljard;
     De totale Europese detailhandel gaf in 2002 voor beveiliging en dervingpreventie € 6,4 miljard
         uit56.”
Dit hoofdstuk geeft u een aantal praktische tips om de diefstal en fraude te beperken.


4.1 Diefstal
In de detailhandel wordt veel gestolen en het kost de werkgever veel geld. In het wetboek van
strafrecht, artikel 310, wordt onder diefstal verstaan: "Hij die enig goed, dat
geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk het
zich wederrechtelijk toe te eigenen."

De Retail Partners Nederland heeft de volgende adviezen wanneer er een
geval van diefstal in uw winkel plaatsvindt:
  1. U moet gezien hebben dat iemand iets heeft gestolen.
  2. Wanneer u iemand betrapt kunt u ervoor kiezen om deze persoon direct
      aan te spreken. Bijvoorbeeld door "zal ik het even voor u bij de kassa
      leggen…" Hiermee voorkomt u dat u moet aanhouden en dat er problemen ontstaan.
  3. U kunt ook wachten totdat de dader de laatste betaalmogelijkheid gepasseerd is. Zeg dan
      bijvoorbeeld: "Pardon, ik heb de indruk dat er iets niet klopt met de afrekening. Mag ik dit
      controleren?" Door te wachten met ingrijpen krijgt u zekerheid. U kunt dan ook aangifte doen.
      Vraag de dader vrijwillig mee te gaan.
  4. Komt de dader niet vrijwillig mee dan kunt u aanhouden. U vraagt de persoon om mee te
      komen en maakt duidelijk wat de reden daarvan is.
  5. In alle gevallen is tact belangrijk: Voorkom agressie!
  6. Als de dader niet meewerkt, mag u hulp van een collega inroepen. Aanhouden kunt het beste
      altijd met z'n tweeën doen. Als de dader niet meewerkt mag u ook beetpakken.
  7. Begeleid de dader naar een afzonderlijke ruimte, de collega mag verder helpen. Let op dat een
      gestolen artikel niet wordt weggeworpen.
  8. Bel de politie: Vermeld naam & adres van uw bedrijf
  9. Zichtbare artikelen kunt u terugvragen. Bij aanhouding kunt u in beslag nemen. U mag vragen
      de tas in te zien. Let op: de tas afpakken en fouilleren mag u niet, dit mag alleen de politie.
      Geweld mag alléén in geval van zelfverdediging.
  10. Vul het aangifteformulier in. De politie maakt procesverbaal op, neemt de dader mee, net als de
      in beslag genomen goederen en een deel van het aangifteformulier.




56
  http://www.hbd.nl/view.cfm?page_id=6541 en de cijfers zijn afkomstig uit de volgende bronnen Platform Detailhandel, Nipo
Consult en EU.

                                                       107 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



10 Tips om fouten in de procedure rond diefstal te voorkomen
1.    Heeft u geen zekerheid en alleen een vermoeden, beschuldig dan niemand. U bent een klant
      kwijt wanneer dit onterecht blijkt te zijn.
2.    Beschuldig de dader niet op een agressieve toon: u krijgt dan sneller agressie terug. Blijf rustig
      en correct.
3.    Spreek een dader met z'n tweeën aan: u heeft dan meer overwicht. Bent u alleen, dan kan een
      belsysteem uitkomst bieden. U kunt dan met hulp van uw buurwinkeliers daders aanspreken
      /aanhouden.
4.    Wilt u een dief aanhouden, doe dit dan niet vóór de laatste betaalmogelijkheid. Een dader kan
      dan altijd zeggen nog te willen betalen.
5.    Wees consequent: Heeft u een winkeldief de toegang ontzegd: stel uw personeel ook op de
      hoogte. Verschaf uzelf een reputatie!
6.    Hou de dader in een afzonderlijke ruimte, hij mag niet naar het toilet of opbellen. Zorg dat geen
      bewijsmateriaal verdwijnt.
7.    Denk aan eigen veiligheid in verband met scherpe of zware voorwerpen.
8.    Wil de verdachte het gestolen artikel niet afgeven dan mag u het in beslag nemen, dat wil
      zeggen het pakken tegen de wil van de verdachte in. Dit mag alleen wanneer u aangehouden
      heeft. Het in beslag genomen artikel moet u overdragen aan de politie. De rechter of de Officier
      van Justitie beslist wie het terugkrijgt.
9.    Speel geen eigen rechter door zelf te straffen of op te sluiten: u bent dan zelf strafbaar. Draag
      de verdachte zo spoedig mogelijk over aan de politie.
10. Aanhouden kan alleen op heterdaad: tijdens en net na de winkeldiefstal, na een achtervolging.
      Dus niet na een half uur. U kunt wel aangifte doen met behulp van het aangifteformulier of het
      signalement van de dader. Het aangifteformulier kunt u vinden in bijlage 7: Landelijke
      aangifteformulier winkeldiefstal.

Handige tips:
Meer informatie is te vinden op de internetsite:
    www.raadnederlandsedetailhandel.nl en
    www.hbd.nl.

De HBD biedt op de site een gratis cursus aanhouden winkeldieven aan via internet.




                                                    108 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




4.2 Fraude
Fraude is een gevoelig onderwerp, maar toch komt het regelmatig voor. De Raad Nederlandse
Detailhandel heeft daarom een pakket aan maatregelen samengesteld om de fraude zoveel mogelijk
te kunnen beperken.
De bedrijfscultuur, interne procedures en regels en preventief personeelsbeleid zijn hierbij belangrijke
onderwerpen. De eerste stap die u moet zetten is duidelijkheid scheppen naar u medewerkers toe.

Bedrijfscultuur
Om te kunnen vertrouwen op uw personeel en leveranciers zijn richtlijnen en gedragsregels
belangrijk. Want zo kunnen uw medewerkers zichzelf verantwoorden en ook elkaar aanspreken op
gedrag. Hierbij heeft het gedrag van „de werkgever' zelf natuurlijk een voorbeeldfunctie. Bovendien
bepaalt het gedrag van de ondernemer zelf ook hoeveel vertrouwen werknemers in de leiding hebben.
Hoe groter dat vertrouwen, hoe eerder medewerkers "fout" gedrag van collega‟s aankaarten. Verder
is de manier waarop leidinggevenden met macht omgaan van doorslaggevend belang als het gaat om
vertrouwen. Staat u open voor suggesties van uw werknemers? Neemt u hun opmerkingen of
klachten serieus? Dit heeft grote invloed op het (on)tevredenheidsgevoel van uw medewerkers.

Tijdens werkoverleg kunt u regelmatig het onderwerp integriteit en veiligheid ter sprake brengen en
bepaalde voorvallen bespreken. Hiermee geeft u uw medewerkers duidelijkheid over hun rechten en
plichten, en de grenzen van het toelaatbare. Uw medewerkers moeten weten waar ze aan toe zijn
voor wat betreft „straffen en belonen‟. Ga er nooit van uit dat uw medewerkers het wel weten: de
kracht zit in de herhaling.

In een cultuur waar openheid, zichtbaarheid, respect, bespreekbaarheid en aanspreekbaarheid
kernbegrippen zijn, neemt de kans op ongewenst gedrag sterk af!

Interne procedures en regels
Goede en duidelijke interne procedures en regels maken dat iedereen weet waar hij zich aan te
houden heeft. Bovendien heeft u zo controlemogelijkheden die het plegen van fraude bemoeilijken.
Om tot de juiste procedures en regels voor uw bedrijf te komen, neemt u de volgende stappen:
1. Onderzoek de frauderisico‟s voor uw bedrijf:
     Ga na op welke gebieden fraude gepleegd zou kunnen worden;
     Ga na hoe u zélf op deze gebieden fraude zou plegen;
     Ga na of er bijzondere omstandigheden zijn die het frauderisico verhogen.
2. Stel de mate van bescherming vast:
     Ga voor elk risico na of er maatregelen bestaan die het risico verkleinen;
     Ga na of u voldoende aandacht schenkt aan frauderisico‟s en dit voldoende naar uw
         medewerkers uitdraagt.

In algemene zin moeten de volgende organisatorische maatregelen genomen worden:
     Zorg voor voldoende functiescheiding;
     Zorg voor een goed sleutelbeheer;
     Neem interne controlemaatregelen;
     Wees duidelijk over het sanctiebeleid ten aanzien van fraude;
     Stel gedragregels op.




                                                    109 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Preventief personeelsbeleid
Door een goed personeelsbeleid te combineren met een zorgvuldig aanname- en ontslagbeleid kunt u
voorkomen dat u met interne fraude te maken krijgt.
Bij interne fraude zijn eigen medewerkers betrokken. Daarom is het belangrijk dat uw medewerkers
betrouwbaar, integer én tevreden zijn. Ontevredenheid leidt immers tot onregelmatigheden op allerlei
gebied. Tevredenheid van uw medewerkers stimuleert u met een goed personeelsbeleid zoals prettige
arbeidsvoorwaarden en opleidingsmogelijkheden. Bij een goed personeelsbeleid horen uiteraard ook
duidelijke instructies. Bovendien zorgt dit voor een grotere legitimiteit van ingrijpen bij eventuele
incidenten.
Met een zorgvuldig aanname- en ontslagbeleid inventariseert u de integriteit en betrouwbaarheid van
mogelijke nieuwe medewerkers. Let op de volgende punten:

Aannamebeleid
Voer bij iedere sollicitatieprocedure standaard een aantal controles uit:
 Stel de identiteit van een sollicitant vast aan de hand van een paspoort, rijbewijs of
   identiteitskaart;
 Vraag naar originele diploma‟s;
 Onderzoek het arbeidsverleden dat op het cv van de sollicitant staat;
 Vraag de sollicitant om referenties en controleer deze.

Wees van het begin af aan duidelijk over de rechten en plichten van de nieuwe werknemer. Zo
voorkomt u dat een medewerker later aanvoert dat bepaalde zaken onduidelijk waren. Geef
duidelijkheid over:
 Het salaris;
 De arbeidsvoorwaarden;
 Het promotiebeleid en opleidingen;
 De gedrags- en huisregels binnen uw bedrijf;
 Het fraudepreventiebeleid en de aanpak van fraude;
 Een eventuele geheimhoudingsplicht. Laat deze ook ondertekenen.

Ontslagbeleid
Rondom het ontslag van medewerkers kunt u een aantal maatregelen nemen om eventuele fraude ná
het vertrek te voorkomen:
     Neem alle sleutels in;
     Neem toegangsbadges en identiteitsbewijzen in;
     Verwijder passwords en user-id‟s uit automatiseringssystemen;
     Neem alle eigendommen van het bedrijf in zoals uniform, gsm en creditcard;
     Trek volmachten in;
     Maak het vertrek van de medewerker intern én extern bekend;
     Voer een exit-gesprek en vraag naar het motief voor het vertrek en eventuele
        onregelmatigheden.

Handige tips:
Meer informatie over fraude kunt u vinden op        www.stichtingfad.nl.




                                                    110 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




                                               Handige adressen:
Brandveilig Bouwen Nederland (BBN)                                 www.bbn.nu
Einsteinbaan 1
 3439 NJ Nieuwegein
Tel: 030 – 750 98 00
Fax: 030 – 605 32 08
E-mail: info@bbn.nu

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid                 www.hetccv.nl
Cranenborch
Jaarbeursplein 17
3521 AN Utrecht
Tel: 030 – 751 67 00
Fax: 030 – 751 67 01
E-mail: info@hetccv.nl

College Bescherming Persoonsgegevens (CPB)                         www.cbpweb.nl
Juliana van Stolberglaan 4-10
2595 CL Den Haag
Tel: 070 – 888 85 00
Fax: 070 – 888 85 01
E-mail: info@cbpweb.nl

Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD)                               www.hbd.nl
Postbus 90703
2509 LS Den Haag
Tel: 070 - 33 85 600
Fax: 070 - 33 85 711
E-mail: info@hbd.nl

NCP Certificatie                                                   www.ncp.nl
Rietbaan 40-42
2908 LP Capelle aan den IJssel
Tel: 010 - 284 66 11

Nederlandse Organisatie voor Brandveiligheid (NOVB)                www.novb.nl
Wilhelminalaan 3
3743 DB Baarn
Tel: 035 - 542 75 30
Fax: 035 – 542 76 30
E-mail: info@novb.nl

Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde                       www.veiligheidskunde.nl
NVVK secretariaat
Postbus 1342
5602 BH Eindhoven
Tel: 040 – 248 03 23
nvvksecretariaat@planet.nl

Platform Detailhandel                                              www.platformdetailhandel.nl
Platform Plaza
Overgoo 11
2266 JZ Leidschendam
Tel: 070 - 320 23 45


                                                    111 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Fax: 070 - 327 87 97
E-mail: info@platformdetailhandel.nl

Raad Nederlandse Detailhandel (RND)
         www.raadnederlandsedetailhandel.nl
Overgoo 13
2266 JZ Leidschendam
Tel: 070 - 444 25 87
Fax: 070-317 50 46
E-mail: info@rndweb.nl

Steunpunt Acquisitiefraude                                        www.fraudemeldpunt.nl
Prins Willem Alexanderlaan 449
7311 SX Apeldoorn
Tel: 055 – 505 97 80 (tussen 13.00 en 16.00 uur)
Fax: 055 – 505 97 88
E-mail: info@fraudemeldpunt.nl

Stichting Fraude Aanpak Detailhandel                              www.stichtingfad.nl
Contactpersoon: Dhr. Walraven
Tel: 070 - 444 25 87

Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen                            www.efficientbetalen.nl
Gehuisvest binnen PlatformPlaza
Overgoo 11
2266 JZ LEIDSCHENDAM
Tel: 070 - 320 67 30

Vereniging van beveiligingsondernemingen(VEBON)                   www.vebon.org
Boerhaavelaan 40
Postbus 190
2700 AD Zoetermeer
Tel: 079 - 353 11 16

Vereniging van particuliere beveiligingsorganisaties              www.vpb.nl
Stephensonweg 14
4207 HB Gorinchem
Tel: 0183 - 64 66 70

Vereniging Europese Beveiligingsorganisaties                      www.veb.nl
Kuipersweg 2P
3449 JA WOERDEN
Tel: 0348 - 421 251




                                                    112 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                 Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlagen

Bijlage 1: Checklist Bedrijfsnoodplan……………………………………………………………. 39
              Opleiding bedrijfshulpverlener (2008)
              Herhaling bedrijfshulpverlener (2008)

Bijlage 2: Aanmeldingsformulier cursus bedrijfshulpverlening ………………………….. 41

Bijlage 3: Tegometall belasting …………………………………………………………………… 44

Bijlage 4: Gebruiksvoorschriften palletstellingen……………………………………………… 46

Bijlage 5: Tilinstructies……………………………………………………………………………….. 47

Bijlage 6: Slachtofferopvang ……………………………………………………………………….. 48

Bijlage 7: Landelijk aangifteformulier winkeldiefstal………………………………………… 53




                                                    113 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 1: Checklist Bedrijfsnoodplan

Het digitaal informatieplatform voor Wetgeving en Normalisatie heeft voor werkgevers een checklist
bedrijfsnoodplan opgesteld.

Hieronder volgen de meest belangrijke punten waaraan aandacht geschonken moet worden.
Natuurlijk kunnen bepaalde punten ook niet van toepassing zijn.

1. Zijn de risico's voor calamiteiten in het bedrijf geïnventariseerd?
Zo niet, raadpleeg uw adviesbureau of arbodienst.

2. Is de brandweer geraadpleegd bij het plaatsen van blusmiddelen?
Zo niet, raadpleeg de brandweer.
        Worden ze regelmatig onderhouden en vervangen?
         Zo niet, sluit een contract af met de leverancier.

3. Is het personeel (zowel vast als tijdelijk personeel) voldoende op de hoogte van het
volgende;
        Dit betreft zowel mondelinge als schriftelijke informatie:
        - Wat te doen bij calamiteiten zoals het afsluiten van gas/elektra, afsluiten ramen en deuren,
          enz.
        - Bij wie ze calamiteiten moeten melden?
        - Bij wie ze zich moeten melden om het pand te verlaten?
        - Waar te verzamelen buiten het gebouw?
        - Wie de bedrijfs-EHBO'ers /BHV-ers zijn?
        - Waar de EHBO-post is?
 Zo niet, zorg dat deze procedures op papier staan en dat het personeel hierover wordt
geïnstrueerd.

4. Is er een automatisch meldingssysteem aanwezig? (zo niet: doorgaan naar vraag 5)
        Zo ja, wordt deze tenminste 2 x per jaar gecontroleerd?
Zo niet: een vast persoon hiervoor aanwijzen en dit opnemen in een protocol.

5. Is, bij moeilijk bereikbaar personeel, een aangepast waarschuwingssysteem aanwezig?
Zo niet, deze in overleg met de brandweer aanbrengen.

6. Is er een taakverdeling voor:
        - Wie de ontruiming coördineert?
        - Wie de bluswerkzaamheden coördineert?
        - Wie de hulpverlening (gewonden vervoer/EHBO) coördineert?
        - Wie er voor de melding bij brandweer/ambulance (112) zorgt?
        - Wie de werking van brandslangen, alarmsystemen, automatische noodverlichting
          controleert?
        - Wie er toezicht houdt op het vrijhouden van vluchtroutes en uitgangen?
        - Wie toezicht houdt op de controle van blusmiddelen?

7. Voldoen de vluchtwegen aan de volgende eisen:
       - Zijn vluchtwegen, deuren, trappen en ladders duidelijk gemarkeerd?
       - Zijn vluchtladders voorzien van een veiligheidskooi
       - Is noodverlichting bij de vluchtwegen en deuren aangebracht?

8. Zijn vluchtwegen, trappen en ladders voorzien van anti-slipmateriaal?

9. Worden vluchtwegen, waar nodig, sneeuw- en ijsvrij gehouden?




                                                    114 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                        Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



10. Kunnen nooduitgangen/deuren zonder sleutel van binnenuit worden geopend?

11. Heeft men een goed overzicht van alle noodvoorzieningen?

12. Zijn hoofdafsluiters van gas en elektra goed aangegeven?

13. Is effectieve communicatie mogelijk?

14. Zijn samenwerkingsafspraken gemaakt met de brandweer?

15. Wordt het bedrijfsnoodplan regelmatig geoefend?
Zo niet, zorg dat dit tenminste 1 keer per jaar gebeurt.
         Voor het leren omgaan met blusmateriaal kan een afspraak worden gemaakt met de
         brandweer.




                                                    115 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                         Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 2: Aanmeldingsformulier cursus bedrijfshulpverlening

_ Opleiding Datum cursus………….
_ Herhaling Plaats cursus ………….
Bedrijfsnaam: …………………………………..
Adres: …………………………………..
Postcode Woonplaats: …………………………………..
Contactpersoon: …………………………………..
Telefoonnummer: …………………………………..
E-mail adres: ……………………………………
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Naam en voorletters cursist: …………………………………..(m/v)
Geboortedatum: ……………………………………
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Naam en voorletters cursist: …………………………………..(m/v)
Geboortedatum: ……………………………………
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Naam en voorletters cursist: …………………………………..(m/v)
Geboortedatum: ……………………………………
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Naam en voorletters cursist: …………………………………..(m/v)
Geboortedatum: ……………………………………
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Naam en voorletters cursist: …………………………………..(m/v)
Geboortedatum: ……………………………………
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Naam en voorletters cursist: …………………………………..(m/v)
Geboortedatum: ……………………………………
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Graag faxen naar 0513-466219 of mailen naar info@medprevent.nl.
Dan ontvangt u de bevestiging via reguliere post retour.




                                                     116 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                         Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Opleiding Bedrijfshulpverlener (2008)

Onderstaand schema geeft u een overzicht waar en wanneer de mogelijkheid is om de opleiding te
volgen.




                                                    117 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                       Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Herhaling Bedrijfshulpverlener 2008

Onderstaand schema geeft u een overzicht waar en wanneer de mogelijkheid is om de
herhalingsopleiding te volgen.




                                                    118 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                      Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 3: Tegometall belasting

Aandachtspunten bij deze schema‟s zijn:
    Na montage moet u eerst controleren of alle verbindingen goed in elkaar zitten.
    Als de stelling niet haaks staat of niet afgesteld is, dan gaan deze belastingen niet op.
    Gebruik geen beschadigd, doorgebogen materiaal.
    Voorkom botsingen met stellingen, hierdoor wordt stelling instabiel.
    Er moet een gelijkmatig belasting op het schap plaatsvinden.
    Door de stelling aan de wand te bevestigen, kan de belasting worden vergroot.
    De gebruikte bevestiging en de muur moeten hier natuurlijk wel geschikt voor zijn.
    Indien er goederen op elkaar gestapeld worden, op een en dezelfde plank, dan moeten deze
       afnemend in gewicht en grootte worden gestapeld.
    Schuivende goederen veroorzaken instabiliteit en dus lagere belasting. Plaats schuivende
       goederen bij voorkeur op rubbermatjes.
    Bij dubbelzijdige belasting (gondela). Gelden de belastingen voor beide zijden.

Onderstaand schema geeft aan wat de maximale belastingen is van de legplanken die liggen op
dragers of op voeten. De Multimate bouwmarkten maken gebruik van legplanken van 100cm. Wat de
maximale belasting (aantal kilo‟s) is van de legplanken is aangegeven met een oranjekleur.




                                                    119 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                          Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Dit schema geeft de maximale belasting weer bij een stellinghoogte van 260 cm, waarbij de
insteekhoogte 220 cm is.




                                                    120 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                 Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 4: Gebruiksvoorschriften palletstellingen




                                                    121 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                           Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 5: Tilinstructies

De NIOSH-richtlijn kan inzicht bieden in de tilgewichten die maximaal getild kunnen worden in een
bepaalde houding zonder dat daarbij ernstige gezondheidsklachten ontstaan.

Het maximaal acceptabele tilgewicht is afhankelijk van de houding waarin het object getild (of
bewerkt) wordt. De houding waarin een medewerker zijn werk uitvoert is afhankelijk van: (tijdens de
verplaatsing van het gewicht):
    -     horizontale afstand van handen tot de enkels
    -     verticale afstand van handen tot de vloer
    -     DF: verticale tilafstand
    -     FF: frequentie van tillen
    -     AF: verdraaiingsfactor
    -     CF: contactfactor




Indien alle factoren gunstig zijn is het maximaal acceptabele tilgewicht 23 kg.
Voor zwangere medewerkers wordt geadviseerd niet meer te tillen dan 5 kg (bij frequent tillen) en
10 kg voor incidentele tilwerkzaamheden.




                                                    122 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 6: Slachtofferopvang
Opvang van en omgang met slachtoffers in de detailhandel

Slachtofferzorg in de detailhandel
Het is zowel in uw belang als dat van de werknemer dat hij of zij zo spoedig mogelijk weer
optimaal kan deelnemen aan het arbeidsproces na een calamiteit zoals een overval. Daarom
biedt deze brochure praktische adviezen en tips aan werkgevers en filiaalmanagers voor een
goede begeleiding van slachtoffers van overvallen en andere calamiteiten in winkels. De
klachten die een slachtoffer kan krijgen alsook de “do‟s & don‟ts” bij de opvang van
slachtoffers worden besproken. In deze brochure is de opvangregeling van het
Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) als bijlage opgenomen. Het HBD heeft een
opvangregeling ontwikkeld die specifiek bedoeld is voor het midden- en kleinbedrijf dat geen
eigen regeling heeft. De HBD-regeling, Slachtofferhulp Detailhandel, voorziet in een
eerstelijns hulpverlening.
De gevolgen van overvallen en andere calamiteiten voor medewerkers in de winkel zijn vaak
ernstiger dan wordt verondersteld. Dit leed zien we namelijk niet aan de buitenkant zoals bij
lichamelijk letsel of materiële schade, maar betreft vaak moedeloosheid, machteloosheid en
angst. Deze gevoelens verdwijnen zelden na een paar dagen. Soms ondervinden
slachtoffers zelfs nog jarenlang last van die ene gebeurtenis.
Hoe lang iemand problemen heeft hangt niet alleen af van de ernst van de gebeurtenis, maar
ook van de manier waarop de persoon zelf de schokkende gebeurtenis heeft beleefd en hoe
zijn of haar omgeving hiermee omgaat. Het is voor de omgeving van het slachtoffer vaak erg
moeilijk om te begrijpen wat hij of zij meemaakt. Juist onbegrip voor iemands gevoelens kan
er toe leiden dat het proces van herstel ernstig wordt belemmerd.
Levensgevaarlijke en ingrijpende gebeurtenissen waaronder overvallen zijn situaties die niet
dagelijks voorkomen. Veel mensen denken "dat overkomt mij niet". We wanen ons dan in
een veilige wereld waarin we, als we normaal doen, geen risico's lopen. Een overval vaagt
deze hele gedachte in slechts enkele seconden of minuten bij een persoon weg. Soms
voorgoed. Plotseling komen we tot het besef dat we dagelijks risico lopen. Na een dergelijke
gebeurtenis houden veel slachtoffers zich sterk. Velen krijgen de "klap" pas na enkele dagen.
Verzuim ligt op de loer als de opvang op de werkvloer na een calamiteit te wensen over laat.
De werkgever en de collega-medewerkers kunnen een belangrijke rol spelen bij het herstel
van de “getroffen” medewerker. Immers, de werkplek is voor velen een plaats waar men
sociale contacten heeft en waar men zich thuis voelt.

Klachten
De gevolgen van overvallen en andere calamiteiten voor winkelmedewerkers zijn in eerste
instantie niet te zien aan het slachtoffer. Het is dan ook belangrijk om te weten welke
klachten of symptomen bij medewerkers kunnen opspelen.
Veel voorkomende klachten zijn:
     Angst (soms na lange tijd)
     Lichamelijke reacties en klachten
     Woede
     Schuldgevoelens
     Concentratieverlies
     Schrikachtig
     Irritaties
     Neerslachtigheid
     Slaap- en eetstoornissen
     Verstoorde relaties
     Eenzaam gevoel
     Verlies van interesses
     Verzuim
     En vooral, als de verwerking niet goed verloopt, een wisselende stemming

                                                    123 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                              Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Advies bij de opvang van en omgang met slachtoffers van calamiteiten
Preventie gaat voor alles. Als er toch een overval is gepleegd of een andere calamiteit heeft
plaats gehad, is opvang noodzakelijk. Hier leest u hoe u kunt reageren wanneer iemand het
slachtoffer is geworden van bijvoorbeeld een overval. Het betreft de DO's en de DON'Ts bij
de opvang van slachtoffers:
DO
     Zorg voor goede opvang als het toch verkeerd gegaan is. Eerst in eigen kring en
        eventueel aangevuld met professionals. Let op gedragsveranderingen bij slachtoffers.
        Het inschakelen van een deskundige is nooit te laat!
     Zorg dat medewerkers wanneer ze daar aan toe zijn, aangifte doen in gezelschap van
        een vertrouwd persoon. Zie erop toe dat de medewerkers bij de politie het werkadres
        opgeven t.b.v. het proces-verbaal.
     Draag zorg voor vervoer voor / begeleiding van het slachtoffer naar huis. Gun de ander
        de tijd om weer tot zichzelf te komen en zorg voor de nodige opvang door het thuisfront.
     Geef aan dat de angst het snelst over gaat op de plek waar ze ontstaan is. Daarom is
        naar het werk komen, ook al doet het slachtoffer niets, het beste voor het verwerken.
        Zorg dan voor een goede opvang.
     Neem direct die maatregelen die binnen jouw vermogen liggen en die het gevoel van
         veiligheid van de slachtoffers vergroten.
     Respecteer het gedrag van de ander. Bedenk dat de combinatie van feiten en de
        beleving van die feiten van de calamiteit bepalend is voor het gedrag erna. Neem een
        accepterende, respectvolle houding aan, ook al denk je of voel je zelf anders. Verzacht
        de gevoelens van angst niet. Accepteer schuldgevoelens ook al denk jij dat ze onnodig
        zijn. Acceptatie is een voorwaarde om ze later te doen verminderen.
     Betrek ook collega's die niet aanwezig waren bij de calamiteit bij de opvang. Nodig
        desnoods ook hun naasten uit. Het ervaren van sociale steun van vertrouwde mensen is
        van groot belang voor het op gang komen van de verwerking.
     Geef goede voorlichting over wat het slachtoffer en zijn/haar collega's te wachten staat.
         Bereid medewerkers erop voor dat klanten grappen kunnen maken over de calamiteit,
         terwijl deze bij medewerkers erg hard is aangekomen. Daarnaast krijgt het slachtoffer
         regelmatig te horen dat "ze wel blij mogen zijn dat er niets gebeurd is". Het gevoel van
        blijheid is vaak ver te zoeken bij een “bijna-dood-ervaring”. Toon begrip en respect
        hiervoor.
     Streef naar evenwicht in jouw rol als functionaris en als mens in het gesprek met
        slachtoffers en collega's. Inventariseer de voorstellen en wensen om het gevoel van
        veiligheid te doen vergroten, maak concrete afspraken hoe er mee om te gaan en
        wanneer er op wordt teruggekomen. Kom in de werkbespreking terug op niet goed
        gehanteerde procedures.
     Kom met een bepaalde regelmaat terug op de schokkende gebeurtenis. Medewerkers
        verwachten dit initiatief van de chef in het bijzonder in de eerste weken na de calamiteit.
     Betrek managementleden tot en met de directie (afhankelijk van de calamiteit) bij het
        opvangproces. Zorg dat jouw leidinggevende weet wat er gebeurd is. Geef informatie
        over de gevolgen voor de mensen en zorg dat je zelf opvang krijgt die vergelijkbaar is
        met de opvang die jij biedt aan jouw medewerkers.




                                                    124 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                         Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



DON’T
   Onderneem geen acties waarin je jezelf niet vertrouwt, schakel desnoods iemand anders
      in die andere verantwoordelijkheden heeft of meer deskundig is.
   Neem niet te snel definitieve besluiten over bijvoorbeeld een overplaatsing.
   Besluit niet meteen over een eventuele vraag om overplaatsing na de calamiteit. Het
      slachtoffer heeft vaak tijd nodig om orde op zaken te stellen. Toon begrip en zoek naar
      een tussenvoorstel bijvoorbeeld door te zeggen: "Laten we er nog even over nadenken.
      We komen er morgen of overmorgen op terug”.
   Doe geen toezeggingen waarvan je niet zeker weet dat je ze waar kunt maken. Zeg wel
      dat je je zal inspannen om zaken te regelen die jou ook goed dunken.
   Praat zelf zo min mogelijk. Probeer vooral te luisteren. Vergeet niet om "lastige
      gesprekken" zorgvuldig voor te bereiden. Hiermee neem je jezelf en de ander serieus.
      Vraag regelmatig of de ander je goed begrijpt als je reageert. Dit voorkomt
      misverstanden en miscommunicatie.
   Belast de ander niet met jouw problemen of emoties. Houd het bij herkenning.
   Bagatelliseer nooit!
   Emoties niet sussen. Gewoon accepteren.
   Maak zelf nooit grapjes over wat er gebeurd is.
   Kwets de ander niet onnodig door je eigen oordeel over zijn of haar emoties te geven.
   Verzuim niet om in een later stadium nog eens te informeren naar een slachtoffer dat
      zegt nergens last van te hebben. Morgen, overmorgen of volgende week kan dit anders
      zijn.




                                                    125 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                             Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Bijlage: HDB-regeling
Sinds begin 2006 is in de detailhandel voor iedere ondernemer gratis slachtofferhulp
beschikbaar. Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) heeft Slachtofferhulp Detailhandel
in het leven geroepen voor alle bedrijven of branches die nog geen eigen voorzieningen
hebben getroffen. Met deze regeling, die specifiek is bedoeld voor het midden- en
kleinbedrijf, wordt gegarandeerd dat in geval van geweld, overval, ongeval of sterfgeval in de
winkel ondernemers en medewerkers binnen twee uur bijstand krijgen van een professionele
hulpverlener. Daartoe is een alarmcentrale zeven dagen per week, 24 uur per dag
bereikbaar via 0800 – 0801.
Verschillende bedrijven en brancheorganisaties hebben slachtofferhulp geregeld. Vooral in
het midden- en kleinbedrijf was echter nog niets geregeld. Met „Slachtofferhulp Detailhandel‟
heeft het HBD nu een vangnet gecreëerd.

Hulp binnen twee uur
Kern van de regeling is dat, in geval van geweld, overval, ongeval of sterfgeval in de winkel
binnen twee uur een professionele hulpverlener ter plaatse ondersteuning komt bieden. Dat
betreft dan opvang en begeleiding én praktische hulp zoals bij het uitbesteden of overnemen
van werkzaamheden. Op de eerstvolgende werkdag worden de betrokkenen, indien nodig,
begeleid naar het werk. Daarna wordt in twee telefonische gesprekken de gelegenheid
geboden aanvullende vragen of problemen te bespreken. Verdere nazorg valt niet onder de
HBD-regeling. Wel zijn afspraken gemaakt over de manier waarop deze, indien nodig, kan
worden ingevuld.

Deskundige opvang
Voor de uitvoering van de regeling Slachtofferhulp Detailhandel werkt het HBD samen met
Traumaopvang Nederland. Dit is een landelijk opererende hulpverleningsorganisatie die zicht
richt op directe opvang en zorg aan slachtoffers van schokkende gebeurtenissen.
Traumaopvang Nederland beschikt over een landelijk netwerk van ruim honderd
professionele hulpverleners (veelal bedrijfsmaatschappelijk werker). Via de alarmcentrale
zijn deze hulpverleners binnen twee uur ter plaatse.

0800 – 0801
Slachtofferhulp Detailhandel kan te allen tijde gratis worden ingeschakeld via het nummer
0800 – 0801. Om dit nummer bekend te maken verspreidt het HBD op grote schaal stickers
voor op telefoon of kassa. De achterzijde van de stickers kan als instructiekaart worden
gebruikt. De stickers zijn onder andere meegestuurd met de HBD-factuur 2006. De
instructiekaart kan ook gedownload worden via www.slachtofferhulpdetailhandel.nl

Aanvullende hulpverlening
De bijstand die gegeven wordt via de Slachtofferhulp Detailhandel is eerstelijns
hulpverlening. Mocht er eventueel langduriger begeleiding nodig zijn dan kunnen hiertoe
afspraken gemaakt worden via Trauma Opvang Nederland of via uw eigen Arbodienst of
verzekeraar. Deze verdere nazorg valt uitdrukkelijk niet onder de regeling van het HBD. Er
zijn kosten verbonden aan de aanvullende hulpverlening.




                                                    126 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                            Auteur: E.M. Kleine Wiecherink



Colofon
Dit is een publicatie van het Platform Detailhandel Nederland:
Postbus 262
2260 AG Leidschendam

Tekst: Sander van Golberdinge, Secretaris Winkelcriminaliteit (Platform Detailhandel Nederland) in
samenwerking met Ebbel Iwema (klinisch psycholoog / psychotherapeut en
traumadeskundige)

Meer informatie:
Platform Detailhandel Nederland:
T: 070 - 320 23 45
F: 070 - 327 87 97
info@platformdetailhandel.nl
www.platformdetailhandel.nl

Opvangregeling van HBD: Alarmcentrale van Slachtofferhulp Detailhandel:
T: 0800 – 0801 (gratis)
Voor de instructiekaart: www.slachtofferhulpdetailhandel.nl




                                                    127 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                   Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




Bijlage 7: Landelijk aangifteformulier winkeldiefstal

ONDERNEMING                    :      ___________________________________________________________________


PLAATS                         :      ___________________________________________________________________

VESTIGINGSPLAATS               :      ___________________________________________________________________



1                               1e Ondergetekende, Naam, Voornamen, Leeftijd, Functie:
AANGEVER



                                Adres,
                                postcode,
                                woonplaats:


                                doet hierbij aangifte.


2                               Op dag,                              20….. , te omstreeks           uur,
                                heeft
Omschrijving van
het geconstateerde              1e/2e/3e *)
in eigen bewoordingen
                                ondergetekende


                                gezien dat:




3                               Hij zag dat deze persoon, respectievelijk personen, zonder het goed
                                resp. de goederen te hebben betaald, de zaak verliet(en)

4                               Hij zag dat deze persoon, resp. personen, zonder het goed resp. de
                                goederen te hebben betaald, de kassa(„s) passeerde(n) en zich begaf
                                resp. begaven in de richting van de uitgang.


5                               Op                  dag,                  20….. , te omstreeks
                                                    uur, heeft

                                1e/2e/3e *)

                                ondergetekende

                                bemerkt dat de elektronische diefstalbeveiliging, waarmee het pand
                                waarin de onderneming haar bedrijf uitoefent is uitgerust, in werking
                                trad bij het passeren van het beveiligingssysteem door de onder 10
                                genoemde persoon respectievelijk personen.

                                                       128 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                    Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




6                               Nadat 1e/2e/3e *) ondergetekende deze persoon, resp. personen
                                heeft aangesproken met bekendmaking van zijn functie:
7
                                Is resp. zijn deze op verzoek vrijwillig meegegaan naar een
8                               onderzoekruimte in dit pand

                                Is resp. zijn deze aangehouden en overgebracht naar een
                                onderzoekruimte in dit pand door:



                                       (naam van degene die aangehouden heeft en tijdstip van
                                                           aanhouding)

9                               Met toestemming van de onder 10 genoemde persoon resp. personen
                                is
                                onderzocht.

                                Daarbij is het volgende goed, respectievelijk zijn de volgende
                                goederen van genoemde onderneming aangetroffen:




                                Totale verkoopwaarde: €

                                Tevens is het volgend goed, respectievelijk zijn de volgende
                                goederen, niet zijnde van genoemde onderneming aangetroffen:




10                              Deze persoon gaf, respectievelijk personen
                                gaven op te zijn:

                                1.                                              2.

NAAM                       :

VOORNAMEN                  :

GEB. DD/TE                 :


                                                    129 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                                  Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




ADRES                      :

PC/WOONPLAATS              :


11                              Het goed resp. de goederen van genoemde onderneming zijn met
                                toestemming teruggenomen. Na teruggave van de goederen is er wel
                                / geen *) schade.

                                Het schadebedrag is groot: €


                                In geval van schade: Aangever wenst zich wel / niet *) te stellen als
                                benadeelde als deze zaak ter terechtzitting wordt behandeld.

                                Genoemde persoon, respectievelijk personen, alsmede het goed,
12                              respectievelijk de goederen, niet zijnde van genoemde onderneming
                                *), is respectievelijk zijn aan u overgedragen.

13                              1e Ondergetekende verklaart door bovengenoemde onderneming
                                gemachtigd te zijn aangifte te doen en verklaart dat aan niemand
                                toestemming is verleend om het goed, respectievelijk de goederen,
                                welke de onderneming in eigendom toebehoort, respectievelijk
                                toebehoren, weg te nemen en zich zonder betaling toe te eigenen.




                                 (plaats en datum)
                                (handtekening aangever)


14                              Van het vorenvermelde was,            de navolgende persoon,
                                respectievelijk waren                 respectievelijk personen
                                getuige:

                                (2e ondergetekende)                   (3e ondergetekende)
NAAM                       :

VOORNAMEN                  :

GEB. DD/TE                 :

ADRES                      :

PC/WOONPLAATS              :

HANDTEKENING               :




                                                    130 van 131
Rapport: Veiligheid voor de Multimate bouwmarkten                               Auteur: E.M. Kleine Wiecherink




15                              Na ontvangst is deze aangifte mede-ondertekend door mij:

                                                                               Van (regio)politie
                                te




                                (datum en tijdstip)                             (handtekening
                                opsporingsambtenaar)




                                                    131 van 131

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:130
posted:11/24/2011
language:Dutch
pages:131