Pr�sentation PowerPoint

Document Sample
Pr�sentation PowerPoint Powered By Docstoc
					  Medisch landschap in beweging


« DE HUISARTS – SPECIALIST »



         Dr. Marc MOENS
         Ondervoorzitter BVAS
        Secretaris-generaal VBS




       Herkenrode Huisartsenkring
                Hasselt
               13.10.2007
                         DE HUISARTS-SPECIALIST



     1. Inleiding
     2. Wettelijk kader
              1. K.B. 78
              2. K.B. 21.04.1983 : erkenningscriteria
              3. K.B. 14.09.1984 : nomenclatuur
              4. Medisch dossier
              5. De Orde der Geneesheren
              6. Vlaams decreet eerste
                 lijnsgezondheidszorg
     3. Europa: UEMO
     4. Besluit




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                  2
Hasselt, 13.10.2007
                         1. INLEIDING




  Dikke Van Dale (14de uitgave, 2005)

  Specialist: iemand die een bepaald
  onderdeel van de geneeskunde
  beoefent

  Antoniem: generalist, huisarts




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                  3
Hasselt, 13.10.2007
                         DE HUISARTS-SPECIALIST



     1. Inleiding
     2. Wettelijk kader
              1. K.B. 78
              2. K.B. 21.04.1983 : erkenningscriteria
              3. K.B. 14.09.1984 : nomenclatuur
              4. Medisch dossier
              5. De Orde der Geneesheren
              6. Vlaams decreet eerste
                 lijnsgezondheidszorg
     3. Europa: UEMO
     4. Besluit




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                  4
Hasselt, 13.10.2007
                         2. WETTELIJK KADER (1)




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                            5
Hasselt, 13.10.2007
                             2. WETTELIJK KADER (2)




                         2.1. K.B. 78 (10.11.1967)



 Na 34 wetswijzigingen heet de wet vandaag:
 “Koninklijk besluit nr. 78 betreffende de
 uitoefening van de gezondheidszorgberoepen”


 In uitvoering van art. 35ter en quater:
 “Koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende de
 lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden
 aan de beoefenaars van de geneeskunde, met
 inbegrip van de tandheelkunde”




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                6
Hasselt, 13.10.2007
                                2. WETTELIJK KADER (3)
                                2.1. K.B. 78 (10.11.1967)

 Uitvoeringsbesluit 25.11.1991
 “Artikel 1. De lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de titularissen van een
 wettelijk diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of van de academische
 graad van arts is als volgt vastgesteld:
 1) huisarts
 2) geneesheer-specialist in de anesthesie-reanimatie
 3) geneesheer-specialist in de klinische biologie
 4) geneesheer-specialist in de cardiologie
 5) geneesheer-specialist in de heelkunde
 6) geneesheer-specialist in de neurochirurgie
 7) geneesheer-specialist in de plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde
 8) geneesheer-specialist in de dermato-venereologie;
 9) geneesheer-specialist in de gastro-enterologie
 10) geneesheer-specialist in de gerechtelijke geneeskunde
 11) geneesheer-specialist in de geriatrie
 12) geneesheer-specialist in de gynaecologie-verloskunde
 13) geneesheer-specialist in de inwendige geneeskunde
 14) geneesheer-specialist in de neurologie
 15) geneesheer-specialist in de psychiatrie
 16) geneesheer-specialist in de neuropsychiatrie
 17) geneesheer-specialist in de oftalmologie
 18) geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde
 19) geneesheer-specialist in de otorhinolaryngologie
 20) geneesheer-specialist in de pediatrie
 21) geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde en de revalidatie
 22) geneesheer-specialist in de pneumologie
 23) geneesheer-specialist in de rontgendiagnose
 24) geneesheer-specialist in de radiotherapie-oncologie
 25) geneesheer-specialist in de reumatologie
 26) geneesheer-specialist in de stomatologie
 27) geneesheer-specialist in de urologie
 28) geneesheer-specialist in de pathologische anatomie
 29) geneesheer-specialist in de nucleaire geneeskunde
 30) geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde
 31) geneesheer-specialist in het beheer van gezondheidsgegevens
 32) geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde
 33) geneesheer-specialist in de acute geneeskunde
 34) geneesheer-specialist in medische oncologie
 35) geneesheer-specialist in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise

Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                                                     7
Hasselt, 13.10.2007
                            2. WETTELIJK KADER (4)
                           2.1. K.B. 78 (10.11.1967)



 Uitvoeringsbesluit 25.11.1991

 Artikel 2. De lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan
 de titularissen van een wettelijk diploma van doctor in de genees-,
 heel- en verloskunde of van de academische graad van arts, die
 reeds houder zijn van één van de bijzondere beroepstitels vermeld in
 artikel 1, wordt vastgesteld als volgt:

 1)      en in de nucleaire in vitro geneeskunde
 2)      en in de functionele en professionele revalidatie van
         gehandicapten
 3)      en in de mond-, kaak- en aangezichtschirurgie
 4)      en in de intensieve zorgen
 5)      en in de urgentiegeneeskunde
 6)      en in de pediatrische neurologie
 7)      en in de neurologie
 8)      en in de endocrino-diabetologie
 9)      en in de oncologie
 10)     en in de neonatologie
 11)     en in het beheer van gezondheidsgegevens
 12)     meer bepaald in de volwassen psychiatrie
 13)     meer bepaald in de kinder- en jeugdpsychiatrie
 14)     en in de klinische hematologie
 15)     en in de geriatrie




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                             8
Hasselt, 13.10.2007
                         2. WETTELIJK KADER (5)
                         2.1. K.B. 78 (10.11.1967)



 Elke titel wordt geregeld bij ministerieel besluit

 De ministers worden alsmaar meer betuttelend
 vb. 1.

 M.B. van 21.02.2006 tot vaststelling van de criteria voor de
 erkenning van huisartsen (B.S. 27.02.2006)

 artikel 10:

 ”Om de erkenning als huisarts en de bijzondere beroepstitel
 van huisarts te behouden oefent de huisarts de
 huisartsgeneeskunde uit conform de volgende criteria:

 1° De erkende huisarts verstrekt de zorgen eigen aan de
 huisartsgeneeskunde waarvan de inhoud, enkel en alleen
 refererend naar wetenschappelijk onderbouwde praktijken,
 wordt bepaald door de Minister die de Volksgezondheid
 onder zijn bevoegdheid heeft.”



Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                      9
Hasselt, 13.10.2007
                         2. WETTELIJK KADER (6)
                         2.1. K.B. 78 (10.11.1967)




 Elke titel wordt geregeld bij ministerieel besluit
 vb. 2.

 Ministerieel besluit van 11 mei 2007 tot vaststelling van de
 bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-
 specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de
 medische oncologie en van de bijzondere
 beroepsbekwaamheid in de oncologie evenals van
 stagemeesters en stagediensten voor deze disciplines en deze
 bijzondere beroepsbekwaamheid.” (B.S. 06.06.2007)



 Weliswaar 133 verschillen tussen Nederlandse
 en Franse versie, maar de minister bepaalt de
 wetenschappelijke inhoud van het beroep NIET




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                     10
Hasselt, 13.10.2007
                          2. WETTELIJK KADER (7)
                         2.1. K.B. 78 (10.11.1967)




  Artikel 34 octies en novies:

  Planningscommissie Medisch Aanbod en
  uitvoeringsbesluit (K.B. 30.05.2002)




  Expliciet 2 gescheiden circuits:

  - huisartsen: max. quotum/jaar

  - specialisten: max. quotum/jaar en
                         min. quotum per specialisme/jaar




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                  11
Hasselt, 13.10.2007
                          2. WETTELIJK KADER (8)
                         2.1. K.B. 78 (10.11.1967)



  Planningscommissie Medisch Aanbod

  Bovenop maximum aantal specialisten, extra
  plaatsen voor:

  • Niet RIZIV specialisten
      - arbeidsgeneesheren
      - beheer gezondheidsgegevens
      - gerechtelijke geneeskunde

  • Specialisten tekorten
      - onderzoek- en vervangmandaten (20)
      - urgentiegeneeskunde (5)
      - acute geneeskunde (10)
      - kinder- en jeugdpsychiatrie (20)


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                               12
Hasselt, 13.10.2007
                                      2. WETTELIJK KADER (9)




K.B. van 08.12.2006 tot wijziging van het K.B.
van 30.05.2002 betreffende de planning van het
               medisch aanbod
           (B.S. 22.12.2006 – Ed. 2)

      Jaar                Aantal artsen              Huisartsen                Specialisten

                  Totaal        N         F   Totaal     N        F     Totaal      N          F
     2004          700         420    280      300      180       120    400       240        160
     2005          700         420    280      300      180       120    400       240        160
     2006          700         420    280      300      180       120    400       240        160
     2007          700         420    280      300      180       120    400       240        160
     2008          700         420    280      300      180       120    400       240        160
     2009          700         420    280      300      180       120    400       240        160
     2010          700         420    280      300      180       120    400       240        160
     2011          700         420    280      300      180       120    400       240        160
     2012          833         500    333      358      215       143    475       285        190
     2013          975         585    390      419      251       168    556       334        222



                                                                                  Tabel 1




 Dr. M. MOENS
 De Huisarts-Specialist                                                                            13
 Hasselt, 13.10.2007
                                   2. WETTELIJK KADER (10)




                   Aantal artsen op 31.12.2006
                (onafhankelijk van RIZIV profiel)


       Erkende algemeen geneeskundigen                          14.273
       Niet erkende algemeen geneeskundigen                      3.174
       Algemeen geneeskundigen in opleiding (HIBO)                 580

       Totaal algemeen geneeskundigen
                                                                18.027

       Geneesheren-specialisten in opleiding (GSO)               3.598
       Erkende geneesheren-specialisten                         20.801


       Totaal specialisten                                      24.399




       TOTAAL AANTAL ARTSEN                                     42.426


             Bron: RIZIV Jaarverslag 2006                    Tabel 2




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                                      14
                                   2. WETTELIJK KADER (11)




                         EVOLUTIE EFFECTIEVEN


 Aantal                     2000        2001        2002        2003     2004       2005
 zorgverleners
 Algemeen                   13.946      13.931      13.855      13.731   13.704     13.597
 geneeskundigen            (= 100)                                                   (= 97)
 met profiel
 Specialisten met           14.753      15.023      15.202      15.382   15.382     15.814
 profiel                   (= 100)                                                 (= 107)
 HIBO                          747         742         753         748     718         694
                           (= 100)                                                   (= 93)
 GSO                         3.430       3.456       3.383       3.459    3.698      3.505
                           (= 100)                                                 (= 102)
 TOTAAL                     32.876      33.152      33.193      33.320   33.502     33.610
                           (= 100)                                                 (= 102)

                                                                                Tabel 3




             Bron: RIZIV en VBS-jaarverslagen 2000-2005 Dr. M. Moens




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                                                    15
Hasselt, 13.10.2007
                                2. WETTELIJK KADER (12)




          Aantal “actieve” Belgische huisartsen
               voorlopige resultaten 2005



    Aantal algemeen geneeskundigen RIZIV dd. 31.12.2005             21.804
    (inclusief HIBO’s en GSO’s)



    Aantal algemeen geneeskundigen met profiel 2005                  13.597
                  waarvan 003 / 004                                (12.705)



    Aantal algemeen geneeskundigen met huisartspraktijk              11.799
                   waarvan geaccrediteerd                           (9.948)
           = 99,7 % van de raadplegingen en huisbezoeken 2005


                                                                Tabel 4


        Bron: RIZIV en VBS-jaarverslag 2005 Dr. M. Moens




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                                           16
                         2. WETTELIJK KADER (13)




  2.2. Koninklijk besluit van 21 april 1983 tot
  vaststelling van de nadere regelen voor
  erkenning van geneesheren-specialisten en van
  huisartsen.

  Artikel 1 aparte definitie:

  “Geneesheer-specialist: de geneesheer die een
  aanvullende opleiding in een specialiteit heeft
  gevolgd en die als dusdanig erkend wordt
  overeenkomstig de van kracht zijnde criteria”

  ”Erkend huisarts: de geneesheer die een
  aanvullende          opleiding   in      de
  huisartsgeneeskunde heeft gevolgd en die als
  dusdanig erkend wordt overeenkomstig de van
  kracht zijnde criteria”



Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                 17
                              2. WETTELIJK KADER (14)



                         2.2. K.B. van 21 april 1983


 Artikel 4: gemeenschappelijke Hoge Raad
 maar apart vermelde erkenningscommissies

  “Bij het Ministerie van Volksgezondheid en van
  het Gezin worden opgericht :

  1° een Hoge Raad van geneesheren-specialisten
  en van huisartsen;
  2° een erkenningscommissie van geneesheren-
  specialisten voor elk van de geneeskundige
  specialiteiten vastgesteld door de wetten en
  verordeningen betreffende de verplichte ziekte-
  en invaliditeitsverzekering;
  3° een erkenningscommissie van huisartsen.



Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                     18
                         2. WETTELIJK KADER (15)



      2.3. De nomenclatuur der geneeskundige
          verstrekkingen (K.B. 14.09.1984)



  Sinds publicatie (B.S. 29.09.1984) tot
  heden:


  • 310 K.B.’s tot wijziging
  • 29 errata
  • 9 wijzigingen t.g.v. arresten van Raad
  van State




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                19
                         2. WETTELIJK KADER (16)



      2.3. De nomenclatuur der geneeskundige
          verstrekkingen (K.B. 14.09.1984)

  Complexiteit vooral voor specialisten
  • 823 A4 pagina’s
  • waarvan slechts 25 over huisartsgeneeskunde
           • art. 1 (algemene bepalingen)
           • art. 2 (raadplegingen, bezoeken, GMD, …)
           • art. 3 (gewone technische verstrekkingen)
           • en verder enkele verstrekkingen verspreid
           over meerdere artikels

           Vb. « 350416-350420: ° Deelname aan
           multidisciplinair oncologisch consult door de
           behandelende arts die geen deel uitmaakt van de
           ziekenhuisstaf. »


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                          20
                         2. WETTELIJK KADER (17)



          2.3. De nomenclatuur der geneeskundige
               verstrekkingen (K.B. 14.09.1984)



Specifieke huisartsencode : het GMD

 “102771 Bijkomend honorarium bij de
 verstrekkingen 101032, 101076, 103132,
 103412, 103434, 103515, 103530, 103552,
 103913, 103935 en 103950 voor het
 beheer van het globaal medisch dossier op
 uitdrukkelijk verzoek en/of na schriftelijk
 akkoord van de patiënt, eenmaal per
 kalenderjaar en per patiënt aan te rekenen
 door de erkende huisarts”.


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                21
                                       2. WETTELIJK KADER (18)

  2.3. De nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen
                    (K.B. 14.09.1984)



    GLOBAAL MEDISCH DOSSIER
        Evolutie 2000 - 2005


                             2000                  921.012



                             2005                3.314.927



                          Evolutie             + 2.393.915       + 260 %


                                                                  Tabel 5



                         Bron: RIZIV




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                                         22
                           2. WETTELIJK KADER (19)

  2.3. De nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen
                    (K.B. 14.09.1984)


                       Globaal medisch dossier
                     Spreiding per arrondissement

    Aantal globaal medische dossiers / 100 leden VI




          België          32 %
          Vlaanderen      40 %
          Wallonië        16 %

          Brussel         19 %




    Bron: RIZIV                                      Figuur 1


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
                                                            23
Hasselt, 13.10.2007
                               2. WETTELIJK KADER (20)

  2.3. De nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen
                    (K.B. 14.09.1984)



                    Huisartsen / Specialisten
                    (bedragen in miljoen €)

                              2000                2005           Groei     Reële
                                                                           groei


Huisartsen                669,8    16,3 %     912,7    17,4 % + 36,3 %    24,4 %

Specialisten             3.432,5   83,7 %    4.328,3   82,6 % + 26,1 %    15,1 %



TOTAAL                   4.102,3     100 %   5.241,0     100 % + 27,8 %   16,6 %


    Inflatie: 9,6 %                                                  Tabel 6




    Bron: RIZIV




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                                            24
                              2. WETTELIJK KADER (21)

  2.3. De nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen
                    (K.B. 14.09.1984)


                           Evolutie honoraria
                          Huisartsgeneeskunde
                         (waarde op 01.10.2007)

                                  2000 *       01.10.2007   Evolutie reëel


101076 (consultatie)              17,15          20,79         21,22 %

103132 (huisbezoek)               21,03          31,18         48,26 %

102771 (GMD)                      14,05          25,00         77,94 %


                                                                Tabel 7
    * Aangepast naar prijs 2007




     Bron: RIZIV




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
                                                                          25
Hasselt, 13.10.2007
                               2. WETTELIJK KADER (22)

   2.3. De nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen
                     (K.B. 14.09.1984)


       Macroresultaten uitgaven RIZIV
           Huisartsgeneeskunde
          (bedragen in miljoen €)

                                                 2000      2005


Raadplegingen                                  312,206   417,387

Huisbezoeken                                   297,031   355,936
Andere (GMD)                                    16,880    69,037

Technische prestaties                           25,268    20,587

Diversen (telematica, disponibiliteit,…)        18,449    49,752

Algemeen totaal                                669,834   912,699      + 36,26 %



                                                                   Tabel 8
      Bron: RIZIV




 Dr. M. MOENS
 De Huisarts-Specialist
 Hasselt, 13.10.2007                                                         26
                          2. WETTELIJK KADER (23)



                         2.4. Medisch dossier




 Alle artsen dienen een medisch
 dossier bij te houden voor elke
 patiënt
 • Code van geneeskundige plichtenleer, art. 38:
 « De geneesheer moet in principe voor elke
 patiënt een medisch dossier bijhouden » e.v.

 • Art. 9 Wet van 22.08.2002 betreffende de
 rechten van de patiënt




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                 27
                          2. WETTELIJK KADER (24)



                         2.4. Medisch dossier

 Bovendien:
 • voor ziekenhuisartsen: art. 15 van de « Wet op de
 ziekenhuizen gecoördineerd op 7 augustus 1987 » en zijn
 uitvoerend « K.B. van 3 mei 1999 houdende bepaling van de
 algemene minimumvoorwaarden waaraan het medisch dossier moet
 voldoen » dat bepaalt dat voor elke patiënt in het ziekenhuis een
 medisch dossier moet worden aangelegd en bewaard

 • voor de huisartsen: artikel 10, 3° van het « K.B. van 21
 februari 2006 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van
 huisartsen ».
 Dat bepaalt: « De erkende huisarts legt op gepaste wijze medische
 dossiers over zijn patiënten aan en houdt die bij. Het bijhouden van
 het globaal medisch dossier van de patiënt, zoals bedoeld in de
 regelgeving met betrekking tot de ziekte-en
 invaliditeitsverzekering, met name in het K.B. van 09.03.2003 tot
 wijziging van het K.B. van 14.09.1984 tot vaststelling van de
 nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte
 verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, kan
 beschouwd worden als een element van verificatie van deze
 erkenningsvoorwaarde ».


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                                 28
                             2. WETTELIJK KADER (25)



                         2.5. Orde der Geneesheren



 Gebruik in Code van medische
 plichtenleer


 - behandelend geneesheer: 40x

 - consulent: 13x
 - specialist: 3x (art. 35, 143 en 157)
 - huisarts: 3x (art. 110 en 143)




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                    29
                              2. WETTELIJK KADER (26)



                         2.5. Orde der Geneesheren

 Gebruik van « huisarts » en « specialist »
 Artikel 35: “Behalve in geval van overmacht mag de geneesheer zijn beroep enkel
 uitoefenen onder voorwaarden die de kwaliteit van de zorgen en van de medische
 behandeling niet in het gedrang brengen.
 a) Behoudens in spoedeisende gevallen mag de geneesheer slechts zoveel personen in
 behandeling nemen als hij aankan om aan ieder van hen gewetensvol, zorgvuldig en
 met eerbied voor de menselijke persoon zorgen te verstrekken.
 b) De geneesheer mag zijn bevoegdheid niet overschrijden. Hij moet het advies
 inwinnen van confraters, onder meer van specialisten, hetzij op eigen initiatief, hetzij
 op verzoek van de patiënt, telkens wanneer dit binnen de diagnostische of
 therapeutische context nuttig of noodzakelijk blijkt.
 c) Wanneer de toestand van de patiënt dit vereist laat de geneesheer zich bijstaan door
 bevoegde verpleegkundige, paramedische, technische en sociale medewerkers.”


 Artikel 110: “De geneesheer, werkzaam in een centrum of een instelling voor
 preventieve geneeskunde mag, behoudens hoogdringende gevallen, geen zorgen
 toedienen in het kader van deze activiteiten. Wanneer hij een ziekte vaststelt, verzoekt
 hij de zieke beroep te doen op zijn huisarts of raadt hij hem aan een huisarts te
 kiezen.”


 Artikel 157: “Behoudens schriftelijk akkoord tussen de belanghebbenden, mag een
 geneesheer die bij een collega als student of tijdens zijn opleiding als specialist een
 stage heeft volbracht, zich niet komen vestigen in omstandigheden die aanleiding
 zouden kunnen geven tot het onttrekken van patiënten van die collega.”



Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                                                        30
                             2. WETTELIJK KADER (27)



                         2.5. Orde der Geneesheren

Alleen in artikel 143 komen « huisarts » en
« specialist » samen voor

 Artikel 143: “Wanneer een zieke uit eigen
 beweging een gespecialiseerd practicus
 raadpleegt, vergt het belang van de patiënt
 dat de specialist navraag doet naar de
 naam van de huisarts aan wie hij de
 resultaten en besluiten van zijn onderzoek
 kan bezorgen.”

 Is onderdeel van titel IV van de Code van
 geneeskundige plichtenleer « Verhouding
 tussen geneesheren ».


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                    31
                             2. WETTELIJK KADER (28)

                         2.5. Orde der Geneesheren


Model van samenwerking huisartsen-specialisten van
        de Nationale Raad dd. 20.10.1990

 “Definitie huisarts-geneeskundig handelen:
 - integrale benadering van de "zieke"
 - synthetisch, over een lange episode van het leven van de zieke
 - vaak in gezinsverband
 - gespreid over raadplegingen en huisbezoeken
 - somatisch-psychisch-sociaal-existentieel gericht
 - eerste lijn
 Definitie specialistisch-geneeskundig handelen:
 - specifieke benadering van "ziekten" zonder evenwel de zieke
 mens te veronachtzamen
 - diepgaand systematisch onderzoek, diagnostisch + therapeutisch,
 sterk technologisch ondersteund
 - in principe tijds-gelimiteerd
 - tweede en derde lijn (academisch)”


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                                 32
                             2. WETTELIJK KADER (28)

                         2.5. Orde der Geneesheren

Model van samenwerking huisartsen-specialisten van
        de Nationale Raad dd. 20.10.1990
 Er bestaat een onverenigbaarheid in het cumuleren van de taak van huisarts
 en specialist, ook tijdens de opleiding hiertoe.
 Een optimale huisarts-specialistrelatie kan verstoord worden wanneer een
 patiënt door beiden verzorgd wordt zonder medeweten van mekaar.
 Enerzijds dient de huisarts het ganse spectrum van de integrale
 geneeskunde te beheersen dit ondanks zijn beperkte technische middelen.
 Hij coördineert, interpreteert alle eigen en specialistische bevindingen in
 het kader van de familiale, persoonlijke en systeemanamnese van elke
 patiënt. Hij is de spilfiguur in de gezondheidszorg.
 Anderzijds legt de specialist zich toe op één systeem, één orgaan of één
 ziekte, dient hierover de meest uitgebreide kennis te bezitten en te blijven
 verwerven. Daar hij steeds meer weet over steeds minder zal hij zijn
 bevindingen per kerende ten dienste stellen van de "lijf-arts" van de patiënt.
 Goede geneeskunde is daarom meer dan ooit een harmonieus samengaan
 van beide disciplines.
 Er kan geen sprake meer zijn van "mijn" patiënt, maar van "onze" patiënt:
 naast de "colloque singulier" dient ook tijd gemaakt voor "colloquia" tussen
 alle geneesheren die samen een patiënt volgens diens vrije keuze
 behandelen.
 Uit wat voorafgaat vloeit voort dat beide groepen geneesheren rechten,
 plichten, bevoegdheden en beperkingen hebben: zij dienen bijgevolg een
 deontologische gedragscode te volgen.”

Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                                            33
                         2. WETTELIJK KADER (29)




  2.6. Vlaams decreet eerste lijnsgezondheidszorg

 “Decreet van 3 maart 2004 betreffende de
 eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen
 de zorgaanbieders” (B.S. 20.04.2004)
 Art. 2 “Voor de toepassing van dit decreet wordt
 verstaan onder :
 ………
 19° zorgverstrekker: een in de eerstelijnsgezondheids-
 zorg werkzame apotheker, arts, diëtist, kinesist,
 logopedist, tandarts, verpleegkundige, vroedvrouw of
 beroepsbeoefenaar van een andere door de Vlaamse
 regering bepaalde discipline, met uitzondering van de
 arts - specialist, met inbegrip van feitelijke of
 juridische entiteiten die hen groeperen in mono- of
 multidisciplinair verband.”
 Bezint eer ge begint!


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                   34
                         DE HUISARTS-SPECIALIST



     1. Inleiding
     2. Wettelijk kader
              1. K.B. 78
              2. K.B. 21.04.1983 : erkenningscriteria
              3. K.B. 14.09.1984 : nomenclatuur
              4. Medisch dossier
              5. De Orde der Geneesheren
              6. Vlaams decreet eerste
                 lijnsgezondheidszorg
     3. Europa: UEMO
     4. Besluit




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                  35
Hasselt, 13.10.2007
                         3. EUROPA : UEMO




         UEMO Document 2007/012 dd. 03.02.2007


 “Recognition of new specialties under Directive
 2005/36/EC


 According to the new Directive 2005/36/EC, which is
 to be transposed to national legislation by the end of
 2007, a new specialty can be introduced in the annexes
 of the Directive if at least 2/5 of the member states
 (currently 27) demand for that.


 It is important to be aware of the fact that in order for
 GP/FM to be included in the annexes, not only 2/5 of
 the member states should ask for it, but they should
 also agree on the minimum training period required”.




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist
Hasselt, 13.10.2007                                      36
                         DE HUISARTS-SPECIALIST



     1. Inleiding
     2. Wettelijk kader
              1. K.B. 78
              2. K.B. 21.04.1983 : erkenningscriteria
              3. K.B. 14.09.1984 : nomenclatuur
              4. Medisch dossier
              5. De Orde der Geneesheren
              6. Vlaams decreet eerste
                 lijnsgezondheidszorg
     3. Europa: UEMO
     4. Besluit




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                  37
Hasselt, 13.10.2007
                                  4. BESLUIT (1)




 Mijn persoonlijke perceptie:

            huisarts = een moeilijk specialisme

 met               - weinig techniciteit
                   - veel anamnestische en klinische
                         deskundigheid
                   - flinke dosis sociaal doorzicht

 om « pluis » van « niet pluis » te
 onderscheiden en adequaat te (be-)handelen




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                                 38
Hasselt, 13.10.2007
                         4. BESLUIT (2)




     Regelgeving              - federaal
                              - gewestelijk
     trok hoge schotten op tussen
     huisartsen en specialisten

     De « huisarts-specialist »
     erkenning is niet voor morgen,
     noch in België noch in Europa

     Maar ze moet nagestreefd




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                        39
Hasselt, 13.10.2007
                            4. BESLUIT (3)




     Continu « huisarts-specialist » en
     « specialist-specialist » overleg is
     verkieslijk boven betuttelende
     regelgeving

     Zowel hospitalocentrisme als
     eerstelijns fetisjisme zijn uit den
     boze



                         SAMEN STERK


Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                       40
Hasselt, 13.10.2007
                            4. BESLUIT (4)




                         VEEL SUCCES




            en van optimale en collegiaal
           georganiseerde patiëntenzorg




Dr. M. MOENS
De Huisarts-Specialist                       41
Hasselt, 13.10.2007

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:9
posted:11/23/2011
language:Dutch
pages:41