Projectplan Time-Out Project Almere
In dit projectplan worden de volgende onderdelen beschreven:
1. Inleiding
2. Doel
3. Doelgroep
4. Contra-indicatie
5. Resultaat
6. Aanmelding en toelating
7. Omgeving
8. Methodiek en werkwijze
9. Evaluatie
10. Verantwoordelijkheid
11. Begroting
1. Inleiding
Besturen van de VO-scholen in het Almeerse samenwerkingsverband voelen zich
gemeenschappelijk verantwoordelijk voor de zorgleerlingen in Almere. Deze verant-
woordelijkheid is ondergebracht in de Stichting Leerlingzorg Almere.
De Stichting is in schooljaar ’03-’04 een Time-Out Project (hierna genoemd TOP) gestart.
Hiervoor is in maart ’03 een projectplan geschreven. Na twee jaar is dit plan aan
herziening toe. Het projectplan van maart ’03 is een aantal keren geëvalueerd door de
docenten en leidinggevende, alsmede na een jaar in de klankbordgroep. Gegevens zijn
afkomstig vanuit de VO-scholen, die een tevredenheidsonderzoek hebben ingevuld.
De conclusies uit het tevredenheidsonderzoek waren dat er vanuit de VO-scholen geen
bijstellingen nodig waren en dat een aantal leerlingen na zes maanden niet meer op de
VO-school zaten.
De interne evaluatie leverde o.a. op dat de doelgroep die door de scholen wordt
aangemeld, niet altijd de juiste is: vaak heeft de problematiek van de leerling de relatie
met school dermate verstoord dat er geen draagvlak meer was voor terugkeer.
Hieruit is geconcludeerd dat de voorlichting en terugkoppeling naar scholen duidelijker
moet zijn en dat scholen verantwoordelijk blijven voor hun uitgeplaatste leerling.
De evaluaties en de ervaringen tot nu toe hebben geleid tot dit nieuwe projectplan..
2. Doel
TOP biedt onderwijs en begeleiding aan leerlingen uit de reguliere VO-scholen in Almere
gedurende 8-10 weken, die een verstoorde onderwijsleersituatie hebben in de school van
herkomst. Door middel van een “time-out” wordt de afstand tussen ouder, kind en school
vergroot met als doel het herstellen van het contact, terwijl het onderwijs door gaat.
Na de time-out kan de leerling weer blijvend meedoen in de school van herkomst. Mocht
gedurende het traject blijken dat dit niet meer tot de mogelijkheid behoort, dan geeft TOP
een advies aan de verantwoordelijke van de VO-school voor een ander vervolgtraject.
In een orthopedagogisch klimaat, in een groep van 8-10 leerlingen, treden de docenten
coachend op. Er wordt zo nodig gebruik gemaakt van therapeutische interventies.
Ouders, de VO-school en de eventuele hulpverlenende instanties worden betrokken bij
de ontwikkeling van de leerling.
Door leerlingen te plaatsen in TOP wordt vroegtijdig schooluitval tegen gegaan.
3. Doelgroep
1. Leerlingen met een internaliserende problematiek. Jongeren met de volgende
kenmerken: (sociaal) angstig, sterk geremd, gedeprimeerd/ depressief, overgevoelig,
zeer weinig zelfvertrouwen, zeer laag gevoel van eigenwaarde, schoolfobie, sociaal
geïsoleerd, sterk gespannen, apathisch/ inactief, sociaal onvaardig.
2. Leerlingen met externaliserende problematiek: Jongeren met de volgende
kenmerken: in woord en gebaar overduidelijk aanwezig, grensoverschrijdend gedrag,
agressiviteit, uitdagend, pestgedrag, manipulatief, sterke eigengereidheid, eigen
aandeel in situaties moeilijk of niet onder ogen kunnen zien, sociaal onvaardig.
3. Leerlingen met een beginnende gedragsstoornis, die kunnen functioneren binnen een
reguliere setting, maar door hun gedrag een verstoorde onderwijsrelatie hebben met
de school.
4. Contra-indicatie
1. Leerlingen met een LWOO- of PrO-beschikking. De ervaring leert dat deze leerlingen
niet in staat zijn om in 8-10 weken hun gedrag bij te stellen. Zij hebben een
langdurige begeleiding nodig.
2. Leerlingen met een psychiatrische of verslavingsproblematiek.
3. Leerlingen met een REC-cluster IV-indicatie.
5. Resultaat
Leerlingen kunnen na maximaal 10 weken terugstromen in de toeleverende school. Als
blijkt dat de relatie dermate verstoord is of als blijkt dat de leerling een andere
onderwijssetting nodig heeft, dan geeft TOP (evt. na psychologisch onderzoek) een
advies dat besproken wordt in het eindgesprek met alle betrokkenen. De dossiereigenaar
van de toeleverende school is verantwoordelijk voor de bespreking en besluitvorming in
het ZAT van de school en voor de uitvoering van het besluit.
6. Aanmelding en toelating
Tot op heden verliep de aanmelding van leerlingen via een consultatieformulier dat de
psycholoog uit de PCL-smal beoordeelt. Deze procedure gaat met ingang van 2006
veranderen, om de besluitvoering dichterbij de direct verantwoordelijken te leggen, zoals
afgesproken in de klankbordgroep van de Stichting Leerlingzorg Almere. Hieronder staat
de nieuwe werkwijze beschreven:
Leerlingen worden besproken in het Zorg Advies Team van de school. Hierin participeert
een lid of afgevaardigde van de PCL-smal. In het ZAT wordt het besluit genomen om een
leerling toe te laten tot TOP. Het ZAT wijst een dossiereigenaar aan, die het contact
tussen TOP en het ZAT onderhoudt. Bij voorkeur de mentor of teamleider van de leerling.
Er volgt een intake-gesprek met de medewerkers van TOP om zicht te krijgen op de
beginsituatie en de plaats in de groep te bekijken. De intake vindt plaats op basis van de
gegevens uit het dossier (inclusief kopie van de verzuimgegevens) van de leerling. TOP
zorgt vanaf het moment dat de leerling start voor de afstemming met de
verantwoordelijke van de VO-school.
Reden om niet direct te plaatsen is de samenstelling van de groep op dat moment (bv.
leerlingen uit dezelfde klas, of een opeenstapeling van problematiek) of een wachtlijst.
Starten op TOP kan alleen als de toeleverende school het boekenpakket en een
leerstofschema aanlevert.
7. Omgeving
In het OPDC-Almere heeft TOP een eigen leerlingeningang en eigen lokalen ter
beschikking. In deze lokalen wordt veiligheid geboden door kleinschaligheid en structuur
door fysieke scheiding van ontspanning en onderwijs.
8. Methodiek
De methodiek van de TOP bestaat uit:
1. Aansluiten bij de capaciteiten van de leerling en deze uitbreiden en versterken.
2. Inspelen op de leefwereld van de leerling om de leerling actief te laten participeren in
zijn onderwijsleerproces.
3. Transparante communicatie met alle betrokkenen o.a. door verslaglegging.
4. Flexibele in- en uitstroom.
Dit alles wordt bereikt door:
Een individueel handelingsplan per leerling.
Activering van de leerling, ouders, mentoren en/ of teamleiders van school van
herkomst. Dit doen we door middel van:
- gespreksvoering
- mobiliseren van hulpverlenende instanties rondom de leerling
- gedragsmodificatie bij de leerling
- verslag legging
Structurering van de schooldag door:
- dagplan en rapportage
- zelfreflectieverslagen
- invullen van dag- en nachtritme
- gezamenlijke opening en afsluiting
Inschakelen van professionele hulp (BJZ, de Waag, NPF, Meregaard en Politie)
Thematisch behandelen van:
- agressie
- sexualiteit
- verslaving
- discriminatie
- verantwoordelijkheden conform leeftijd
- liefde en vriendschap
Gebruikmaken van de groepsdynamiek om leerlingen inzicht te geven in hun eigen
gedrag.
Betrekken van het systeem van de leerling bij attitude verandering van de leerling,
waaronder de voorbereiding van de VO-school op de terugkomst van de leerling.
Geleidelijk gebruik maken van de school van herkomst als leeromgeving,
bijvoorbeeld voor praktijklessen, sportactiviteiten en excursies.
Gebruik maken van stageplekken buiten de time-out en de school van herkomst,
indien het lesprogramma en het handelingsplan van de leerling dit toelaat.
Het bieden van nazorg:
- terugkomgesprekken met leerlingen
- inschakelen van instanties als Nieuw Perspectief Flevoland voor kortdurende
intensieve begeleiding
- evt. warme overdracht naar het team van de VO-school.
Tijdpad
Week Actie Betrokkenen
0 Intake Leerling, ouders, dossiereigenaar VO-
school, TOP-docent
1 Maken handelingsplan; TOP-docent
Observatie van de leerling
2 Observatie van de leerling TOP-docent
3 Psych. en persoonlijkheidsonderzoek Psycholoog PCL, leerling
(indien nodig)
Gesprek met de ouders Leerling, ouders en TOP-docent
4 Contact leggen met hulpverlening TOP-docent
5 Dag terug naar school of stage (indien Leerling, TOP-docent, dossiereigenaar en
mogelijk) docenten toeleverende school
6 Werken aan gestelde doelen in het Leerling
handelingsplan
Gesprek met ouders (indien TOP-docent en ouders
noodzakelijk)
Terugkoppeling uitkomsten Leerling, ouders, TOP-docent
psych.onderzoek
7 Werken aan handelingsplan Leerling
Gesprek met ouders (indien TOP-docent en ouders
noodzakelijk)
8 Eindgesprek Leerling, ouders, dossiereigenaar van de
VO-school, TOP-docent
9 Afronding van het handelingsplan Leerling
10 Eindverslag en advies bespreken Leerling, ouders, dossiereigenaar van de
VO-school, TOP-docent.
De school ontvangt wekelijks een rapportage over de leerling via de e-mail.
9. Verantwoordelijkheid
Zodra een leerling in TOP start, is de TOP verantwoordelijk voor de contacten tussen de
direct betrokkenen van de leerling. Ouders en dossiereigenaar van de VO-school worden
uitgenodigd voor gesprekken om de voortgang en ontwikkeling van de leerling te
bespreken. Dit traject loopt volgens bovengenoemd tijdspad, maar kan geïntensiveerd
worden zodra het handelingsplan van de leerling daarom vraagt.
De toeleverende school die de leerling in TOP plaatst, blijft verantwoordelijk voor de
leerling. Dat betekent dat de direct betrokken teamleider of mentor bij de gesprekken met
ouders aanwezig is en als dossiereigenaar zorg draagt voor het contact tussen TOP en
het ZAT. Daarbij blijft de school verantwoordelijk voor de meldingen (te laat, afwezigheid,
spijbelen) naar Leerplicht. TOP geeft deze gegevens via het secretariaat aan de VO-
school door.
Zodra een leerling laat zien dat de interventies resultaat hebben, maar uiterlijk na 5
weken, wordt er gesproken over deelname aan een aantal activiteiten binnen de school
van herkomst. Dit om de band met de VO-school weer te herstellen.
Bovenstaande geeft aan dat een goede en snelle samenwerking tussen TOP, ouders en
de VO-school van groot belang is om een leerling te ondersteunen in het leerproces.
Mocht gedurende het traject blijken dat terugstromen in de toeleverende school niet meer
tot de mogelijkheid behoort, dan wordt er evt. een psychologisch onderzoek uitgevoerd
en geeft TOP een advies in het eindgesprek. De dossiereigenaar zorgt ervoor dat dit
advies in het ZAT besproken wordt. Het ZAT is verantwoordelijk voor de besluitvoering
en de uitvoering van het advies.
10. Evaluatie
TOP wordt jaarlijks intern geëvalueerd op basis van in- en uitstroomgegevens. Het
secretariaat houdt bij of leerlingen een positief resultaat behalen, als zij terug- of
doorstromen.
Tweejaarlijks wordt er een tevredenheidsonderzoek gehouden onder de VO-scholen.
In het kwaliteitsplan van het OPDC wordt opgenomen dat er tevredenheidsonderzoeken
onder ouders en leerlingen worden afgenomen bij het verlaten van TOP.
11. Begroting (moet nog worden toegevoegd, hierbij de formatie)
Rebound: richtlijn is n=5. Dus bij een leerlingaantal van 10: 2,0 fte.
Voorwaarde voor uitbreiding is dat leerlingen een langere lesdag hebben per 01-08-’06
(tot 14.30) en dat de werkwijze en thematische lessen geborgd worden.