1
INHOUDSTAFEL
DOSSIER blz. 4
Praktische vragen rond de wet betreffende de opvang van asielzoekers
I. Wie heeft recht op opvang?
II. Wat houdt de opvang in?
III. Wanneer heeft iemand recht op opvang?
IV. Verplichte plaats van inschrijving (code 207)
Mathieu Beys
EUROPESE ACTUALITEIT blz.28
1) Schengenzone met 24 landen (i.p.v. 15)
2) Eurodac : alle asielzoekers in Europa
automatisch als verdachten beschouwd?
OPENBARE ZITTING blz. 30
Opinierechtbank: een jury van jongeren veroordeelt de opsluiting
van kinderen in gesloten centra
GOED OM WETEN blz. 32
Illegaal of onregelmatig verblijf en hulp van het OCMW
WHO‟S WHO OVER HULP AAN MIGRANTEN blz. 33
Clinique de l‟Exil - Ulysse VZW
TE LEZEN, TE ZIEN, TE DOEN blz. 35
2
Redactie: Mathieu Beys
Met de medewerking van: Arezki Boutrahi, Anne Dussart, Hans Henderickx,
Florence Lobert, Danièle Madrid, Sven Massart, Johanna Vanraes.
Verantwoordelijke uitgever: Gonzalo Dopchie
Liefdadigheidstraat 43
1210 Brussel
Dit tijdschrift wordt gratis toegestuurd op eenvoudige aanvraag (via e-mail; de
uitgedrukte versie wordt voor de documentatiecentra en mensen zonder toegang tot
Internet voorbehouden).
U kan met uw vragen, suggesties, en bemerkingen rond een artikel of de situatie van
migranten in België, terecht bij Mathieu Beys.
E-mail : m.beys@caritasint.be
Tel: 02/229.36.15 Fax: 02/229.36.36 (met vermelding “t.a.v. Mathieu Beys”).
De reproductie van Vluchtschrift wordt aangemoedigd als het voor een niet-commercieel
doel dient en met bronvermelding.
3
DOSSIER
Praktische vragen rond de wet betreffende de opvang van asielzoekers
Mathieu Beys1
Op 1 juni 2007 is de nieuwe asielprocedure van kracht geworden en ook nieuwe regels voor
de opvang van asielzoekers. De meest zichtbare wijziging is zeker de opheffing van de
ontvankelijkheidsfase van de procedure, wat met zich meebrengt dat de financiële hulp van de
OCMW‟s aan de nieuwe asielzoekers wordt opgeheven2. De wet van 12 januari 2007
betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van
vreemdelingen3 (“de opvangwet” of “de wet”) was nodig om de wetgeving aan te passen aan
de minimumnormen die de Europese Unie ter zake heeft vastgesteld4. Sommige rechten van
asielzoekers zijn duidelijker geformaliseerd, wat met zich meebrengt dat de verplichtingen
soms preciezer en meer uitgebreid zijn voor de opvangstructuren en de maatschappelijke
werkers die ervan afhangen. Er werd een nieuw stelsel ingevoerd voor sancties en
beroepsprocedures. Voor de terugbetaling van medische kosten is er een nieuwe regelgeving.
Het is momenteel onmogelijk om alle aspecten van het nieuwe opvangstelsel voor
asielzoekers voor te stellen, omdat de opvangwet in niet minder dan zeventien
toepassingsbesluiten voorziet, waarvan er maar vier werden aangenomen door de vorige
regering5.
Het is zeker niet de bedoeling in dit dossier om een uitputtende analyse te geven van de wet,
noch van de principes die de maatschappelijke hulp regelen die de asielzoekers krijgen. In de
bladzijden die volgen geven we veeleer een schematisch overzicht en kaarten we enkele zeer
concrete kwesties aan die zich in de praktijk kunnen voordoen.
Wie heeft recht op opvang? Wat is een code 207? Moet men noodzakelijk in een
opvangcentrum verblijven? Tot wanneer heeft men recht op opvang? Welke
beroepsmogelijkheden heeft men bij een weigering om van opvangstructuur te veranderen?
Welke medische kosten worden terugbetaald voor wie opvang geniet? In welke gevallen kan
men een beroep doen op het OCMW als men na 1 juni 2007 asiel heeft aangevraagd? In de
tekst die volgt trachten we een antwoord te geven op die vragen. De inhoud van het
maatschappelijk werk, de juridische bijstand en de deontologie van de maatschappelijke
1
Met dank aan iedereen die met zijn/haar opmerkingen heeft bijgedragen tot de totstandkoming van dit dossier,
in het bijzonder de partners-maatschappelijke werkers van de Dienst Gezinsopvang van Caritas International en
van de Sociale Dienst van Brabantia.
2
Verderop zien we in welke gevallen de OCMW‟s optreden in het kader van het nieuwe stelsel..
3
De wet werd op 7 mei 2007 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De tekst – en andere nuttige informatie –
is te vinden op de website van Fedasil: www.fedasil.be
4
Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van
asielzoekers in lidstaten (PB L 31 van 6 februari 2003, pp. 18-25). (“de Europese richtlijn” of “de richtlijn”)
5
Koninklijk besluit van 9 april 2007 tot bepaling van de datum van de inwerkingtreding van de bepalingen van
de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van de asielzoekers en bepaalde andere categorieën van
vreemdelingen (B.S., 7 mei 2007); Koninklijk besluit van 9 april 2007 tot vastlegging van het stelsel en de
werkingsregels voor de centra voor observatie en oriëntatie voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen
(B.S., 7 mei 2007); Koninklijk besluit van 9 april 2007 tot bepaling van de medische hulp en de medische zorgen
die niet verzekerd worden aan de begunstigde van de opvang omdat zij manifest niet noodzakelijk blijken te zijn
en tot bepaling van de medische hulp en de medische zorgen die tot het dagelijks leven behoren en verzekerd
worden aan de begunstigde van de opvang (B.S., 7 mei 2007); Koninklijk besluit van 25 april 2007 tot bepaling
van de nadere regels van de evaluatie van de individuele situatie van de begunstigde van de opvang (B.S., 10 mei
2007).
4
werkers die werken in het kader van de opvangwet worden niet in detail behandeld. Aan die
onderwerpen kan zeker later een dossier op zich worden gewijd, wanneer de
uitvoeringsbesluiten zijn aangenomen.
I. Wie heeft recht op opvang?
I.1. Drie categoriën vreemdelingen
Drie categorieën vreemdelingen hebben recht op opvang: asielzoekers en hun familie, niet-
begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV)6 en families die illegaal verblijven met
minderjarige kinderen7. Hier onderzoeken we enkel de situaties van de asielzoekers.
I.2. Wat wordt verstaan onder “familielid” van een asielzoeker?
Familieleden van een asielzoeker hebben recht op opvang, zelfs als ze niet persoonlijk een
asielaanvraag hebben ingediend.
Volgens de wet8 gaat het om leden van de familie (die in het land van oorsprong gesticht
werd) en die in België aanwezig zijn omwille van hun asielaanvraag, namelijk:
- de echtgenoot of partner van de asielzoeker waarmee hij of zij een stabiele relatie
heeft;
- de minderjarige kinderen, op voorwaarde dat ze niet getrouwd en wel ten laste zijn
(zonder discriminatie naar gelang zij binnen of buiten het huwelijk geboren zijn of dat
zij geadopteerd werden).
I.3. Hebben de asielzoekers die opgesloten zijn in een gesloten centrum recht op
opvang ?
Volgens minister Christian Dupont, die de auteur is van het wetsontwerp, werd het recht tot
opvang enkel opengesteld voor personen in de “„open‟ structuren, met uitsluiting van het
systeem dat op de gesloten centra van toepassing is” 9. Fedasil vindt dus dat de wet niet van
toepassing is op asielzoekers die het grondgebied zijn “binnengekomen”10. Maar ons inziens
6
Zie het Koninklijk Besluit van 9 april 2007 tot vastlegging van het stelsel en de werkingsregels voor de centra
voor observatie en oriëntatie voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (B.S., 7 mei 2007).
7
Het KB van 24 juni 2004 tot bepaling van de voorwaarden en de modaliteiten voor het verlenen vcan materiële
hulp aan een minderjarige vreemdeling die met zijn ouders illegaal in het Rijk verblijft. Dit KB werd genomen
voor de inwerkingtreding van de wet en is nog steeds van toepassing. Over de problemen die bij deze procedure
werden vastgesteld en over de mogelijkheden om, ondanks alles, toch financiële bijstand te bekomen van het
OCMW, is het nuttig het artikel te lezen van Pierre LAMBILLON, « Le projet d‟accompagnement social lors de
l‟hébergement en centre fédéral d‟accueil d‟enfants étrangers de parents en séjour illégal », in Hugues-Olivier
HUBERT (red.), Un nouveau passeport pour l‟accès aux droits sociaux : le contrat, La Charte – FUNDP, 2007,
pp. 93-136.
8
Artikel 2, 5° van de opvangwet. Zoals we verder zullen zien, neemt Fedasil soms een bredere interpretatie aan
van het begrip familielid.
9
Wetsontwerp betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën vreemdelingen, Parl.
Doc. Kamer, zittingsperiode 51, nr. 2565/001, Memorie van toelichting, 16 juni 2006, p. 6.
10
Fedasil, Informatieve nota bij de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van
bepaalde andere categorieën van vreemdelingen en de koninklijke uitvoeringsbesluiten, p. 5.
5
is de redenering van het federaal agentschap niet helemaal overtuigend 11 en verschillende
argumenten pleiten voor een toepassing van garanties die door de wet worden geboden aan
gevangen asielzoekers.
I.3.1) Geen duidelijke afbakening in de tekst van de opvangwet
In de tekst zelf van de wet staat niets waardoor gevangen asielzoekers kunnen worden
uitgesloten van het toepassingsveld. De opvangwet omschrijft een asielzoeker als een
“vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend”12, zonder onderscheid naargelang de
plaats waar de aanvraag werd ingediend (aan de grens, wat bijna altijd gevangenzetting
impliceert, of op het grondgebied) en garandeert het “recht op materiële hulp geldt voor elke
asielzoeker vanaf de indiening van zijn asielaanvraag (…) gedurende de hele
asielprocedure”13. De wet garandeert overigens opvang overeenkomstig de menselijke
waardigheid voor “elke asielzoeker” zonder onderscheid14.
Daaruit kunnen we afleiden dat, ondanks de ministeriële uitleg, de wetgever het geen goed
idee vond gevangen asielzoekers uit te sluiten van de rechten die aan asielzoekers worden
toegekend
I.3.2) Volgens de Raad van State en de Europese Commissie is de richtlijn ook van toepassing
op gevangenen
Volgens de Raad van State moeten gevangen asielzoekers opvangomstandigheden genieten
die overeenkomen met de minimale vereisten waarin voorzien is bij de Europese richtlijn. Als
de wetgever beslist dat gevangenen niet betrokken zijn bij de opvangwet, dan moet hij
maatregelen nemen opdat het specifiek regime voor de gevangenen 15 overeenkomstig de
11
De bevestiging is zonder verdere uitleg overgenomen door Isabelle POPPE, “Wetten en uitvoeringsbesluiten
betreffende de opvang van asielzoekers en andere categorieën van vreemdelingen”, T.V.R. , 2007, p. 181, nota
15. Ter ondersteuning van deze bevestiging citeert Fedasil twee artikelen van de wet, waarvoor het niet mogelijk
is om dat besluit te trekken: artikel 2, 1° (dat bepaalt: “Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° de asielzoeker: de vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend, hetzij tot erkenning van zijn
hoedanigheid van vluchteling, hetzij tot erkenning van het subsidiair beschermingsstatuut;”) en artikel 6, §1 (dat
stelt: “Het recht op materiële hulp geldt voor elke asielzoeker vanaf de indiening van zijn asielaanvraag en is
van kracht gedurende de hele asielprocedure, met inbegrip van de beroepsprocedure, ingesteld bij de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen op grond van artikel 39/2, §1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de
toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Het recht op
materiële hulp is eveneens van kracht tijdens de procedure van het administratieve cassatieberoep bij de Raad
van State op grond van artikel 20, § 2, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12
januari 1973.
Het recht op materiële hulp blijft behouden gedurende de termijnen voor het instellen van de in voorgaande lid
bedoelde beroepsprocedures.
Het recht op materiële hulp geldt ook voor de familieleden van de asielzoeker.”)
12
Artikel 2, 1° van de opvangwet.
13
Artikel 6, §1 van de opvangwet.
14
Artikel 3 van de opvangwet. Hierbij kan men zich de vraag stellen of een beslissing tot opsluiting van een
asielzoeker niet automatisch deze bepaling schendt. Dit argument zou kunnen worden gebruikt om voor de
raadkamer een vraag tot invrijheidsstelling te ondersteunen.
15
Met name het KB van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen,
toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken,
waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden,
overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de
toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
6
richtlijn is16. België is overigens, samen met andere landen, met de vinger gewezen door de
Europese Commissie, omdat het de richtlijn niet toepast in gesloten centra. Voor de
Commissie: “Aangezien de richtlijn geen ruimte laat voor uitzonderingen voor bepaalde
huisvestingsfaciliteiten voor asielzoekers, gelden de bepalingen ervan voor alle soorten
ruimten, met inbegrip van detentiecentra.”17
Tot op vandaag heeft België – naast de opvangwet – geen enkel instrument aangenomen om
de richtlijn om te zetten op opgesloten asielzoekers. Het is niet onredelijk om daaruit af te
leiden dat, bij gebrek aan een dergelijk instrument, de opvangwet in al haar aspecten op hen
moet worden toegepast, omdat ze hen niet uitdrukkelijk uitsluit. In de huidige stand van de
regelgeving is de weigering om gevangen asielzoekers de rechten van de opvangwet en van
de richtlijn toe te kennen, een schending van het Europese recht.
I.3.3) Volgens de Commissie is automatisch opsluiten tegen de richtlijn
De Europese Commissie stelt: “Gezien het feit echter dat bewaring volgens de richtlijn een
uitzondering is op de algemene regel van bewegingsvrijheid, een uitzondering die uitsluitend
mag worden toegepast “in de gevallen waar zulks nodig blijkt”, is automatische
inbewaringstelling zonder enige beoordeling van de situatie van de persoon in kwestie strijdig
met de richtlijn.” 18
Onder andere dit argument zou eventueel kunnen dienen ter ondersteuning van een verzoek
tot invrijheidstelling voor een asielzoeker waarvan de gevangenzetting niet voldoende
gemotiveerd is door DVZ19. Daarnaast zal men vaststellen dat, in een groot deel van de
gevallen, de omstandigheden van het gevangenschap asielzoekers niet in staat zullen stellen
effectieve toegang te hebben tot de rechten die door de opvangwet of de richtlijn worden
gegarandeerd (maatschappelijke, medische en psychologische begeleiding20…). Volgens ons
zou de wettelijkheid van de beslissing tot gevangenzetting door DVZ getest moet worden aan
16
Uittreksel uit het advies: “In de memorie van toelichting staat uitdrukkelijk dat het voorontwerp van wet de
opvang van asielzoekers regelt «in de zogenaamde «open» structuren, met uitsluiting van het systeem dat op de
gesloten centra van toepassing is» en dat het «afgezien van deze beperking, (...) alle relevante bepalingen van de
richtlijn om(zet)». Die werkwijze kan niet worden aanvaard. Aangezien in richtlijn 2003/9/EG niet staat dat in
bewaring geplaatste asielzoekers buiten haar werkingssfeer vallen, maar daarentegen rekening wordt gehouden
met hun situatie om, in bepaalde omstandigheden, slechts minimumvoorwaarden inzake opvang te bepalen, moet
ervoor gezorgd worden dat de opvangvoorwaarden die op hen van toepassing zijn, nu al aan de vereisten van de
richtlijn voldoen. Als dat nog niet het geval is, moet daar zo snel mogelijk voor gezorgd worden.”, Advies van de
Raad van State nr. 39.883, Parl.Doc. Kamer, zittingsperiode 51, nr. 2565/001, 16 juni 2006, p. 86.
http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/51/2565/51K2565001.pdf
17
Voor wat dit punt betreft zijn de andere slechte leerlingen het Verenigd Koninkrijk, Italië, Nederland, Polen,
Luxemburg en Cyprus. Zie het Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees parlement over de
toepassing van richtlijn 2003/9/EG van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang
van asielzoekers in de lidstaten, COM (2007) 745 definitief, 26 november 2007.
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/site/nl/com/2007/com2007_0745nl01.pdf
18
Verslag van de Commissie, COM (2007) 745 definitief, op. cit., p. 8.
19
Over de noodzaak om een beslissing te motiveren om een vreemdeling gevangen te zetten, zie Sylvia
SAROLEA, “La motivation de la détention des étrangers en situation irrégulière. De la dichotomie “légalité-
opportunité” à l'examen de la proportionnalité”, Journal des Tribunaux, 8 maart 1997, pp. 165-171.
20
Over het onvoldoende en soms dramatische karakter van de toegang tot de zorg in gesloten centra, zie De
situatie in de gesloten centra voor vreemdelingen, oktober 2006, pp. 32-55.
http://www.vluchtelingenwerk.be/pdf/RAPPORT_GESLOTEN_CENTRA.pdf en het rapport van AZG: “AZG
klaagt hoge menselijke tol van de gesloten detentiecentra voor vreemdelingen aan”, mei 2007,
http://www.azg.be/uploads/tx_uwazg/belgischeprojacten_mei_2007.pdf
7
de criteria van de opvangwet en van de richtlijn en als ze niet gerespecteerd worden, dan zou
dat de invrijheidstelling met zich mee moeten brengen21.
II. Wat houdt de opvang in?
Nadat we hebben getracht te bepalen wie recht heeft op opvang, bekijken we in het tweede
deel wat het begrip opvang inhoudt.
II.1. Eén doelstelling: een leven leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid
Opvang moet in principe de asielzoeker in staat stellen een leven te leiden dat beantwoordt
aan de menselijke waardigheid, zoals verlangd door de Grondwet 22. Opvang kan twee vormen
aannemen: ofwel materiële hulp krachtens de opvangwet, ofwel maatschappelijke hulp door
de OCMW‟s volgens de wet van 8 juli 1976.
Geen enkele tekst omschrijft duidelijk wat er moet worden verstaan onder menselijke
waardigheid, noch waar de lat gelegd moet worden qua maandelijks inkomen. Uiteindelijk
zijn het de arbeidsrechtbanken die inhoud geven aan dit begrip. Men kan zich afvragen of die
formule geen vrome wens is wanneer we de stijging van de levenskost vergelijken met het
bedrag van het leefloon, waarop de toelagen gebaseerd zijn. Een asielzoeker die vindt dat het
onmogelijk is om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid met de
middelen waarover hij beschikt, mag rechtens bijkomende bijstand vragen en een eventuele
weigering aanvechten voor de arbeidsrechtbank, net zoals bij de maatschappelijke bijstand die
een OCMW levert.
II.2. In principe materiële hulp tijdens heel de procedure
In de overgrote meerderheid van de gevallen en in de huidige stand van de regelgeving, blijft
de opvang beperkt tot materiële hulp tijdens heel de asielprocedure23. Die hulp wordt geleverd
21
Er is momenteel een tendens bij sommige rechtbanken die verzoeken tot invrijheidstelling van vreemdelingen
onderzoeken om hun controle te beperking tot de strikte wettelijkheid van de akte die DVZ genomen heeft,
zonder de gevolgen te onderzoeken van de omstandigheden van de gevangenzetting op de rechten van mensen.
De rechters die deze formalistische positie aanhangen beperken zich ertoe na te gaan of de beslissing van DVZ
overeenkomstig de wet is op het ogenblik dat de beslissing werd genomen en weigeren te beslissen of de
gevangenzetting zelf niet de fundamentele rechten aantasten van de gevangene. Een recente beslissing die werd
genomen in een zaak die veel media-aandacht heeft gekregen, heeft aldus geweigerd om psychologische
verslagen te onderzoeken van een gevangenzetting, omdat ze “extrinsiek zijn aan de wettelijkheid van het bevel
om het grondgebied te verlaten en van de maatregelen om iemand zijn vrijheid te ontnemen en betreffen in feite
de gepastheid van die maatregelen, hetgeen niet tot de rechtsbevoegdheid van het Hof”. (Brussel, vac. KI, 25 juli
2007, onuitgegeven, arrest nr. 2390, KI folio 1592). Deze rechtspraak is gelukkig niet unaniem en de hierboven
aangehaalde argumenten vinden misschien een luisterend oor bij sommige rechtbanken. Voor een stand van de
rechtspraak van de Hoven en Rechtbanken, zie Steven BOUCKAERT, “Beroepsmiddelen en beroepsinstanties”
in Administratieve wegwijzer voor vreemdelingen, vluchtelingen, migranten, losbladig, Kluwer, bijvoegsel 13
augustus 2007, deel I. 5. 5/9.
22
Artikel 23 van de Grondwet.
23
Oorspronkelijk voorzag het wetsontwerp een maximumtermijn voor het recht op door de OCMW‟s geleverde
maatschappelijke bijstand indien de asielprocedure nog niet afgesloten was na een jaar. Dit berustte op het idee
dat die duur zelden overschreden zou worden na de hervorming van de procedure, die onder andere als
doelstelling had de dossiers binnen die termijn af te ronden. Dat idee werd uiteindelijk verlaten, maar de wet
voorziet erin dat de regering een Koninklijk Besluit kan aannemen, waarin een maximale termijn wordt bepaald,
8
door Fedasil of door één van zijn partners24. Enkel asielzoekers die ontsnappen aan de
toewijzing van een verplichte plaats van inschrijving (code 207) kunnen maatschappelijke
bijstand krijgen van een OCMW25. Asielzoekers die ontvankelijk werden verklaard vóór 1
juni 2007 en die daardoor maatschappelijke bijstand krijgen van een OCMW aangeduid door
de code 207 blijven deze maatschappelijke bijstand genieten26. Indien zij evenwel een tweede
asielaanvraag indienen, dat wijst de dienst dispatching van Fedasil hen in principe een nieuwe
code toe, die overeenkomt met een opvangcentrum. Ze kunnen er enkel in welbepaalde
omstandigheden aan ontsnappen27.
II.3. Korte beschrijving van wat de materiële hulp inhoudt
Materiële hulp omvat met name:
- onderdak, maaltijden, kleding
- medische, sociale en psychologische begeleiding
- toekenning van een dagvergoeding28
- toegang tot juridische bijstand
- toegang tot bepaalde diensten, zoals de tolkendienst
- toegang tot opleidingen
- toegang tot een programma van vrijwillige terugkeer.
In het kader van deze bijdrage staan we enkel stil bij twee aspecten: recht op informatie en
medische begeleiding.
II.3.1) Recht op informatie over de rechten en verplichtingen van de asielzoeker in het kader
van de opvang
Van zodra de asielzoeker toekomt bij de dispatching die hem zijn opvangstructuur toewijst,
“biedt het Agentschap de asielzoeker een informatiebrochure aan. Deze is in de mate van het
mogelijke opgesteld in een taal die de bezoeker begrijpt” en beschrijft zijn rechten en
verplichtingen krachtens de opvangwet en bevat “de adressen en verdere gegevens van de
waarvan de overschrijding recht geeft op de aanwijzing van een nieuwe code 207. Dit kan een OCMW zijn
(artikel 11, §1, lid 2 van de wet). Isabelle POPPE, op. cit., p. 178.
24
De partners van Fedasil zijn enerzijds de lokale opvanginitiatieven (LOI), die door de OCMW‟s worden
georganiseerd en anderzijds verenigingen (art. 62 tot 65 van de wet). Onder de verenigingen die een
overeenkomst hebben afgesloten met Fedasil zijn onder meer het Rode Kruis, de CIRE en Vluchtelingenwerk
Vlaanderen (VwV). Via de overeenkomsten die Caritas verbindt met die twee verenigingen, zorgt Caritas voor
de opvang van families van asielzoekers. We merken op dat Fedasil de verplichting heeft om “regelmatig
overleg met de partners [te organiseren]” (artikel 65 van de wet), hetgeen in de praktijk onder meer gebeurt via
thematische werkgroepen, waaraan de vertegenwoordigers van de partners deelnemen.
25
Artikel 8 van de opvangwet. Over code 207, de wijzen van toewijzing en de uitzonderingen, zie verderop.
26
Dit vloeit voort uit artikel 66 van de opvangwet en staat beschreven in de Omzendbrief van 22 augustus 2007
betreffende de nieuwe asielprocedure en zijn gevolgen voor de maatschappelijke dienstverlening (B.S., 18
september 2007).
27
zie verderop.
28
Elke begunstigde van de opvang die in een centrum of een andere opvangstructuur wordt gehuisvest heeft
recht op een wekelijks bedrag zakgeld ten belope van:
- 3,8 euro voor elke minderjarige onder de 12 jaar of van 12 jaar en ouder, die geen school loopt;
- 5,0 euro voor elke niet-begeleide minderjarige opgevangen gedurende de observatie- en oriëntatiefase;
- 6,5 euro voor elke schoolgaande minderjarige van 12 jaar of ouder;
- 6,5 euro voor elke volwassene.
Koninklijk besluit van 1 april 2007 betreffende het zakgeld zoals bedoeld in artikel 62, § 2bis, van de
programmawet van 19 juli 2001 (B.S., 18 april 2007).
9
bevoegde instanties en van de verenigingen die hen medische, sociale en juridische bijstand
kunnen verlenen.” 29 Die brochure werd door Fedasil opgesteld in verschillende talen en werd
verspreid aan zijn opvangpartners30. Het betreft een tamelijk duidelijk overzicht – in de vorm
van themafiches – van de belangrijkste aspecten van de opvangwet31. De asielprocedure als
dusdanig komt enkel maar aan bod vanuit de gezichtshoek van het recht op opvang32.
Het recht op sociaal tolken en vertalen in het kader van de opvang wordt ook gegarandeerd33.
II.3.2) Het recht op medische begeleiding
Fedasil zorgt voor de medische begeleiding van de asielzoekers, behalve voor degenen die ten
laste van een OCMW zijn of die verblijven in lokale opvanginitiatieven (LOI) waarvoor het
OCMW bevoegd is. Mensen die weigeren te verblijven in de toegewezen opvangstructuur34,
krijgen in principe geen maatschappelijke bijstand, maar hun medische kosten worden wel ten
laste genomen35. Ze moeten dan een aanvraag van requisitorium indienen, niet bij het
toegewezen opvangcentrum, maar wel bij een specifieke cel binnen Fedasil, in principe
vooraleer enige medische prestatie wordt geleverd en vóór de aankoop van geneesmiddelen36.
In principe wordt elke asielzoeker medisch onderzocht in de eerste week die hij in de
opvangstructuur doorbrengt. De raadpleging omvat minstens de anamnese en het klinisch
onderzoek, maar ook “het uitleg over de gezondheidszorg in België, in het centrum of regio
waar betrokkene wordt opgevangen” 37.
Asielzoekers genieten in principe de zorg die bij de wet in een lijst is bepaald en die door alle
ziekenfondsen wordt toegepast38. Een Koninklijk Besluit voorziet evenwel in twee
uitzonderingslijsten39. Bijlage 1 somt de zorgverstrekkingen op die uitgesloten zijn omdat ze
“manifest niet noodzakelijk blijken te zijn” om een leven te leiden dat beantwoordt aan de
menselijke waardigheid40. Het principe van uitsluiting kan bekritiseerd worden omdat het een
29
Artikel 14 van de opvangwet.
30
Minstens in elektronische vorm. De partners kunnen die brochure dus geven aan mensen die ze om gelijk
welke reden niet hebben ontvangen bij de dispatching.
31
De Nederlandse versie van de brochure staat op de website http://www.fedasil.be/home/attachment/i/12197
32
In principe krijgen asielzoekers een infobrochure over de asielprocedure bij de indiening van hun aanvraag bij
de Dienst Vreemdelingenzaken.
33
Artikel 15 van de opvangwet.
34
In het jargon van Fedasil worden die mensen aangeduid als “no shows”.
35
Artikel 25, §4 van de opvangwet.
36
Cel centralisatie medische kosten van Fedasil, Kartuizerstraat 21, 1000 Brussel (Tel. NL: 02 213 43 00; Tel.
FR: 02 213 43 25; Fax 02 213 44 12; E-mail: medic@fedasil.be). Voor uitleg over de procedures en een model
van aanvraag van requisitorium kan men surfen naar de erg rijke website www.medimmigrant.be (rubriek:
“Toegang tot gezondheidszorg”).
37
Brief van Fedasil aan de opvangpartners, 10 november 2006.
38
Het is de RIZIV-nomenclatuur (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering). Deze lijst staat in
artikel 35 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
gecoördineerd op 14 juli 1994, waarnaar artikel 24 van de opvangwet verwijst.
39
Koninklijk Besluit van 9 april 2007 tot bepaling van de medische hulp en de medische zorgen die niet
verzekerd worden aan de begunstigde van de opvang omdat zij manifest niet noodzakelijk blijken te zijn en tot
bepaling van de medische hulp en de medische zorgen die tot het dagelijks leven behoren en verzekerd worden
aan de begunstigde van de opvang (B.S., 7 mei 2007)
40
Het betreft volgende zorgverlening: “Orthodontie; Infertiliteitsonderzoek en vruchtbaarheidsbehandeling;
Tandprothesen, indien er geen kauwprobleem is, ongeacht de leeftijd; Zuiver esthetische ingrepen tenzij voor
reconstructie na heelkunde of trauma; Tandverzorgingen en of -extracties onder algemene verdoving”. De
verdedigers van de rechten van asielzoekers zullen letten op de toevoegingen die die lijst kan krijgen en dat de
toevoegingen overeenkomen met het standstill-principe. Dit principe verbiedt immers, wat het recht op
10
“menselijke waardigheid” ondersteunt die flexibel is zonder afdoende rechtvaardiging, maar
waarvan de niet-toegegeven reden uiteraard van budgettaire aard is. Een werkgroep van
verschillende gespecialiseerde NGO‟s heeft aangetoond dat het verschil niet gerechtvaardigd
is: in 2005 “kostten” de asielzoekers in het budget van de gezondheidszorg drie tot vijf keer
minder dan de andere maatschappelijk verzekerden41. Gelet op deze vaststelling begrijpen we
nog minder het verschil in behandeling.
Bijlage 2 bevat de zorgverstrekkingen en geneesmiddelen die toch door Fedasil verzekerd
worden, omdat ze “tot het dagelijks leven behoren”, terwijl ze toch niet op de lijst van het
RIZIV staan42.
Medische begeleiding wordt geleverd onder de verantwoordelijkheid van een arts die aan de
opvangstructuur verbonden is – of van een medisch huis dat bij conventie verbonden is –
maar “die/dat “zijn professionele onafhankelijkheid ten aanzien van de directeur of de
verantwoordelijke van de betreffende structuur behoudt” 43. Zoals sommige NGO‟s hebben
onderstreept, kan deze bepaling voor problemen zorgen aangaande het principe van vrije
keuze van een arts44.
Als de asielzoeker niet akkoord is met een beslissing van de arts van de opvangstructuur, dan
kan hij een beroep indienen bij de directeur-generaal van Fedasil, die binnen de dertig dagen
een gemotiveerde beslissing moet geven, nadat hij het advies van een arts heeft ingewonnen45.
Via een aanvraag bij diezelfde directeur-generaal van Fedasil kan men ook zorg bekomen die
in principe niet verstrekt wordt, maar bij wijze van uitzondering, wanneer de behandelende
maatschappelijke dienstverlening betreft, de bescherming die de wetgevingen vroeger op dat gebied boden,
aanzienlijk te verminderen (Arbitragehof, arrest 123/2006 van 28 juli 2006, B. 14.3; zie ook Arbitragehof, arrest
5/2004 van 14 januari 2004, B. 25.3; Arbitragehof, arresten nrs. 135/2006 en 137/2006 van 14 september 2006).
41
“Jaarlijkse uitgave van de ziekteverzekering voor de vergoeding van geneeskundige verzorgingen per hoofd
van de bevolking: 1641€ (berekening o.b.v. jaarverslag RIZIV 2005). Jaarlijkse uitgave aan medische kosten per
bewoner in de opvangstructuur: 494€ (berekening o.b.v. jaarverslag Fedasil 2005). Om de jaarlijkse medische
kost per “begunstigde van de opvang” te kennen, moeten we de begunstigden meerekenen die niet in de
opvangstructuren verblijven. Want ook hun medische kosten vallen ten laste van Fedasil. Wij beschikken niet
over precieze cijfers hierover, maar op basis van gegevens uit het jaarverslag van Fedasil kan wel afgeleid
worden dat er in 2005 zo‟n 7000 nieuwe “niet-verblijvende begunstigden” bij kwamen. Als we deze mensen
meerekenen komen we op een gemiddelde jaarlijkse uitgave aan medische kosten van amper 332 € per
begunstigde, ofwel slechts 1/5e van de uitgaven per hoofd van de gewone bevolking. Brief van 19 oktober 2006
aan de kamerleden van de commissie Volksgezondheid” (werkgroep « Gezondheid » van het Vlaams
Minderheden Centrum, Medimmigrant, Artsen zonder Grenzen, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, de 8,
Oriëntatiepunt Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen, nota 2)
http://www.medimmigrant.be/Schrijven%20commissie%20NL.pdf
42
Het betreft sommige geneesmiddelen en zorgverstrekkingen: “Tandextracties; Tandprotheses, ter herstelling
van de kauwfunctie; Brillen voor kinderen, voorgeschreven door een oogarts, met uitzondering van bi- of
multifocale of gekleurde glazen; Brillen voor volwassenen vanaf een refractieafwijking van minstens 1D aan het
beste oog, voorgeschreven door een oogarts, met uitzondering van bi- of multifocale of gekleurde glazen;
Geadapteerde melk voor zuigelingen wanneer borstvoeding niet kan.”
43
Artikel 25, §3 van de opvangwet.
44
Brief van 19 oktober 2006 aan de kamerleden van de commissie Volksgezondheid (werkgroep Gezondheid
van het Vlaams Minderheden Centrum, Medimmigrant, Artsen zonder Grenzen, Vluchtelingenwerk Vlaanderen,
de 8, Oriëntatiepunt Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen)
http://www.medimmigrant.be/Schrijven%20commissie%20NL.pdf
Dit probleem stelt zich vooral in de gemeenschapscentra et met sommige LOI‟s die overeenkomsten hebben
afgesloten met de zorgverleners. Momenteel – en zo lang er geen specifieke overeenkomsten werden afgesloten
– kunnen asielzoekers die in huisvesting verblijven die door Caritas International wordt beheerd (in het netwerk
van CIRE en van Vluchtelingenwerk Vlaanderen) vrij hun arts kiezen.
45
Of van de OCMW-raad, als hij in een LOI verblijft. Artikel 47, §1., lid 2.
11
arts het noodzakelijk acht46. Elke beslissing van weigering – en ook elk gebrek aan beslissing
binnen de dertig dagen – door de directeur-generaal van Fedasil47 kan in beroep worden
aangevochten bij de arbeidsrechtbank van de opvangstructuur, binnen de drie maanden na de
betekening van de beslissing (of van de afloop van de termijn)48.
III. Wanneer heeft iemand recht op opvang?
De opvang van asielzoekers is uiteraard verbonden met de asielprocedure. We moeten die
procedure dus goed kennen en de verschillende stappen en subtiliteiten ervan, om de duur van
de opvang te bepalen49. We reproduceren hier het schema van de procedure dat het
Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) heeft gemaakt.
46
Artikel 4 van voornoemd KB van 9 april 2007. Het betreft zorg die niet in de nomenclatuur van het RIZIV is
opgenomen en ook niet in bijlage 2 van het KB.
47
Of van de OCMW-raad als het een LOI betreft.
48
Artikel 47 van de opvangwet.
49
In het kader van deze bijdrage bespreken we de asielprocedure niet. Voor een beschrijving van de nieuwe
procedure en voor praktische raad, verwijzen we met name naar de infobrochure van de CIRE:
http://www.cire.irisnet.be/ressources/guides/guide-asile-nl.pdf . Zie ook « Wegwijs » van het Vlaams
Minderheden Centrum (VMC) : http://www.vmc.be/vreemdelingenrecht/wegwijs.aspx?id=245
12
13
III.1. Tijdens heel de asielprocedure, met inbegrip van de beroepsprocedures
De wet garandeert het recht op materiële hulp aan “elke asielzoeker vanaf de indiening van
zijn asielaanvraag en (…) gedurende de hele asielprocedure”, met inbegrip van de
beroepsprocedure ingesteld bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en tijdens de
procedure van het administratief cassatieberoep bij de Raad van State50. Bij een negatieve
beslissing van de Raad van State moet de persoon de opvangstructuur verlaten op de dag na
de afloop van de termijn van vijf dagen, te rekenen vanaf de betekening van die beslissing51.
Het recht blijft integraal bestaan tijdens de termijnen om die beroepsprocedures in te stellen,
zelfs al worden ze uiteindelijk niet ingesteld52. Tijdens die periode (vijftien dagen volgend op
de betekening van een negatieve beslissing van het CGVS en dertig dagen volgend op een
negatieve beslissing van de RvV) hebben de asielzoekers onvoorwaardelijk recht op opvang,
zonder dat ze moeten aantonen dat ze van plan zijn een beroepsprocedure in te stellen. Als de
beroepsprocedure uiteindelijk niet wordt ingesteld, dat neemt het recht een einde op de dag
volgend op het aflopen van de termijn om een beroepsprocedure in te stellen.
III.1.1) Wat wordt verstaan onder betekening?
De omschrijving die door Fedasil weerhouden werd, is die van de Raad van State, namelijk de
datum waarop de persoon kennis heeft kunnen nemen van de beslissing die over hem
genomen werd. Het is dus de dag waarop de postbode het aangetekend schrijven heeft
aangeboden aan de gekozen woonplaats van de bestemmeling (zelfs als de betrokkene er pas
enkele dagen later kennis van heeft gekregen wanneer hij de brief bij de post ging afhalen), of
de dag dat de bestemmeling de beslissing in handen heeft gekregen tegen ontvangstbewijs53.
De beroepstermijnen worden berekend vanaf de dag na de betekening.
III.1.2) Wie bepaalt de termijn waarin iemand de opvangstructuur moet verlaten?
Volgens de wet heeft een asielzoeker recht op materiële hulp “gedurende de hele
asielprocedure”, zonder dat daarbij duidelijk bepaald is welk ogenblik het einde van de
procedure aanduidt. Daarom heeft Fedasil praktische instructies uitgewerkt, waarin de meest
voorkomende gevallen zijn opgenomen, met de precieze termijnen. Het zijn in zekere zin
gratietermijnen om mensen en families in staat te stellen na een beslissing tijd te hebben om
zich mentaal voor te bereiden op het einde van de opvang. Die instructies zijn uiteraard niet
bindend54, maar ze bieden een erg nuttig referentiekader om de asielzoekers te informeren. Dit
dossier is er grotendeels door ingegeven, zonder dat we alle gevallen onderzoeken.
III.2. In welke gevallen kan de opvang verlengd worden na het einde van de
asielprocedure?
50
Artikel, 6 §1 van de opvangwet.
51
Het maakt weinig uit of het een beslissing betreft van de ontvankelijkheid van het beroep (filter) of van het
arrest van verwerping. Zie: Fedasil, Instructies betreffende het einde van de materiële hulp en de praktische
modaliteiten om het vertrek uit een opvangstructuur te organiseren, 28 januari 2008, p. 4.
52
Artikel 6 § 1, 2de lid van de opvangwet.
53
RvS nr. 84.834 van 25 januari 2000, geciteerd door Fedasil, Instructies betreffende het einde van de materiële
hulp…, p. 2.
54
Evenwel kan de stelling worden verdedigd dat Fedasil zijn eigen richtlijnen moet naleven, krachtens het
vertrouwensbeginsel.
14
Personen van wie de asielaanvraag definitief is afgesloten bij een negatieve beslissing, kunnen
desalniettemin in vier gevallen opvang blijven genieten55.
III.2.1) Regularisatieaanvraag om medische redenen (artikel 9ter)
Een pas afgewezen asielzoeker die “om gestaafde medische redenen en steunend op een
aanvraag tot machtiging tot verblijf op grond van artikel 9ter van (…) de wet van 15
december 1980”56 geen gevolg kan geven aan het door DVZ betekend bevel om het
grondgebied te verlaten (BGV), heeft het recht om in de opvangstructuur te blijven. Indien de
aanvraag door DVZ geweigerd is, dan verliest de persoon zijn recht op materiële hulp vijf
dagen na de betekening van de weigering57.
III.2.2) Redenen van overmacht, andere dan medische redenen
Het recht wordt eveneens verlengd voor pas afgewezen asielzoekers die geen gevolg kunnen
geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten om andere dan medische redenen
“bevestigd door de autoriteiten bevoegd voor asiel en migratie” 58.
Fedasil somt zes gevallen op (maar deze lijst is uiteraard niet uitputtend):
a) Schooljaar is bezig, op voorwaarde dat aan DVZ een verdaging is aangevraagd van
het bevel het grondgebied te verlaten
In dat geval moet de betrokkene de structuur verlaten ten laatste vijf dagen na de
betekening van de negatieve beslissing van DVZ over deze verlenging59.
b) Weigering van de overheden van het land van herkomst om documenten af te
leveren die nodig zijn voor de terugkeer
In dat geval moet de betrokkene die weigering aantonen. Bij gebrek van een
uitdrukkelijke weigering, moet, naar onze mening, het uitblijven van een antwoord van
de ambassade op bewezen stappen (faxen of aangetekende brieven) worden
gelijkgesteld met een weigering en worden aanvaard door Fedasil. Er wordt ook
vereist dat de betrokkene een verlenging van zijn BGV te verlaten aan DVZ heeft
aangevraagd of een regularisatie van zijn verblijf heeft aangevraagd op basis van
artikel 9 bis van de wet van 15 december 1980.
Het recht stopt vijf dagen na de betekening van de negatieve beslissingen van DVZ.
c) Staatloze kandidaten
Mensen die geen enkele nationaliteit hebben (en die dat redelijkerwijs kunnen
aantonen), kunnen een verzoek van staatloze indienen bij de rechtbank van eerste
55
Artikel 7, 1°, van de opvangwet.
56
Artikel 7, 1°, van de opvangwet.
57
Fedasil, Instructies betreffende het einde van de materiële hulp en de praktische modaliteiten om het vertrek
uit een opvangstructuur te organiseren, p. 7.
58
Artikel 7, 2° van de opvangwet.
59
Fedasil, Instructies betreffende het einde van de materiële hulp…, p. 9.
15
aanleg van hun verblijfplaats en ze behouden het recht op opvang gedurende heel de
procedure.
Indien de rechtbank het weigert, moet de betrokkene de huisvesting verlaten binnen de
vijf dagen van de betekening van het vonnis. Indien de rechtbank het statuut van
staatloze verleent, krijgt de betrokkene niet automatisch een verblijfsvergunning, maar
moet hij een aanvraag indienen bij DVZ. Zo lang er geen beslissing is over het
verblijf, heeft de betrokkene recht op materiële hulp.
We moeten ook weten dat het soms mogelijk is dat een OCMW veroordeeld wordt tot
het verlenen van financiële maatschappelijke bijstand ten behoeve van erkende
staatlozen, maar de rechtspraak is niet unaniem60.
d) Zwangere vrouw in de zevende maand van de zwangerschap
Het recht wordt verlengd vanaf de zevende maand van zwangerschap tot op de dag na
de afloop van de tweede maand na de bevalling, op voorwaarde dat bij DVZ een
verlenging werd aangevraagd van het bevel om het grondgebied te verlaten.
e) Ouder van een Belgisch kind
Een ouder van een Belgisch kind behoudt het recht op materiële hulp op voorwaarde
dat de ouder een regularisatieaanvraag voor zijn verblijf heeft aangevraagd op basis
van voornoemd artikel 9bis van de wet. Het recht houdt op vijf dagen na de betekening
van de negatieve beslissing van DVZ aangaande de regularisatie.
f) Niet-terugleidingsclausule of een “gelijkaardige beslissing” van het CGVS
Als het CGVS van mening zou zijn dat – ondanks een weigering om het statuut van
vluchteling te verlenen met de bijkomende bescherming – het raadzaam zou zijn om
de betrokkene niet terug te sturen naar zijn land van herkomst, dan kan het CGVS dat
altijd in zijn beslissing aangeven. Dit zou zich met name kunnen voordoen bij
personen die bedoeld zijn bij uitsluitingsclausules61. Als DVZ weigert een
verblijfsvergunning af te leveren, dan zal de betrokkene de opvangstructuur moeten
verlaten binnen de vijf dagen na de betekening van de beslissing tot weigering.
60
Er zijn tal van argumenten en ze hangen af van de aard van de dossiers: onmogelijkheid om terug te keren om
redenen vreemd aan de wil van de persoon (Cass., 18 december 2000, www.juridat.be), overmacht die
voortvloeit uit de onmogelijkheid om reisdocumenten te bekomen, risico om onmenselijk en vernederend te
worden behandeld (art. 3 van het EVRM)… Voor voorbeelden van gunstige beslissingen, zie Arbeidsrechtbank
Gent, 27 oktober 2006, AR 174.282/06, onuitgegeven en Arbeidsrechtbank Gent, 29 september 2006, AR
173.554/06, onuitgegeven: het betrof telkens een persoon van Palestijnse origine afkomstig uit Libanon. Zie ook
Arbeidsrechtbank Brussel, 23 december 2005, AR 15.446/05, aangehaald in Staatlozen: nergens en nooit
onderdaan, overal en altijd vreemdeling. Praktijkgerichte handleiding. Stad Gent, team Rechtspositie en
integratiedienst – januari 2007, p. 78, nota 99. Zie ook Malika REKKIK, “l‟aide sociale aux étrangers en séjour
illégal: Aperçu de la jurisprudence récente”, Revue du Droit de Etrangers, 2006, p. 169.
61
Personen die voldoen aan de definitie van vluchteling of van begunstigde van subsidiaire bescherming, maar
die van dit statuut zijn uitgesloten, omdat ze ervan verdacht worden laakbare daden te hebben gesteld (zie artikel
1 F van de Conventie van Genève, voor het statuut van vluchteling).
16
III.2.3) Een familielid, iemand die ouderlijk gezag of voogdij uitoefent heeft nog recht op
opvang
Iemand van wie de asielprocedure is afgewezen, behoudt het recht op materiële hulp als een
familielid opvang kan genieten. Volgens Fedasil wordt onder familielid verstaan – niet alleen
de echtgenoot of de partner met wie hij een duurzame relatie heeft en de minderjarige
kinderen van de asielzoeker – maar ook de meerderjarige ongehuwde kinderen ten laste en
zijn ouders62.
III.2.4) Verbintenis tot vrijwillige terugkeer
De afgewezen asielzoeker die een verbintenis tot vrijwillige terugkeer heeft ondertekend
behoudt het recht op materiële hulp tot aan zijn effectief vertrek, “tenzij dit vertrek wordt
uitgesteld door zijn eigen gedrag” 63.
We beklemtonen dat die vier situaties gevallen zijn van verlenging van een recht gebaseerd op
een asielprocedure die pas is afgelopen. Het is niet omdat men zich in één van die situaties
bevindt, dat men recht heeft op opvang. Iemand die een verzoek indient om als staatloze te
worden beschouwd of een regularisatieaanvraag om medische redenen terwijl hij nooit een
asielaanvraag heeft ingediend of die de opvangstructuur al verschillende maanden voordien
had moeten verlaten, zal geen materiële hulp krijgen in het kader van de opvangwet64.
III.3. Kan iemand illegaal verblijven en toch recht op opvang hebben?
Het recht op opvang is niet verbonden aan het recht op verblijf. De opvatting van de
opvangwet is om materiële hulp te bieden aan asielzoekers die een procedure hebben
ingesteld die ertoe kan leiden dat ze een verblijfstitel krijgen. Net zoals in het vroegere stelsel
bevinden velen zich in een grijze zone, omdat ze illegaal verblijven, maar recht hebben op
materiële hulp krachtens de opvangwet. Dat is met name het geval voor door de Raad voor
Vreemdelingbetwistingen (RvV) afgewezen asielzoekers die een procedure van administratief
cassatieberoep instellen bij de Raad van State, omdat het beroep niet schorsend is. Dat is ook
het geval voor mensen die een verlenging van opvang genieten op basis van de vier gevallen
die hierboven beschreven zijn. Die mensen zijn in principe niet beschut tegen uitdrijving
wanneer ze door de politie gecontroleerd worden.
III.4. Drie betreurenswaardige uitzonderingen: Dublin, nieuwe aanvraag, burger van de
EU
III.4.1) De Dublin-dossiers na beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken
62
Fedasil, Instructies betreffende het einde van de materiële hulp en de praktische modaliteiten om het vertrek
uit een opvangstructuur te organiseren, p. 10.
63
Artikel 7, 4° van de opvangwet.
64
In sommige omstandigheden is het mogelijk een beroep te doen op het OCMW, met name bij wanneer men
niet kan terugkeren om medische redenen (Zie o.m. arrest van het Arbitragehof nr. 80/99 van 30 juni 1999 en
Cass. 18 december 2000, www.juridat.be).
17
Asielzoekers waarover de Dienst Vreemdelingenzaken beslist heeft ze door te sturen naar een
ander Europees land dat geacht wordt verantwoordelijk te zijn voor hun asielaanvraag op
basis van de Dublinverordening65, verliezen het recht op opvang bij de afloop van de termijn
die is aangegeven op hun beslissing (bijlage 25 of 26 quater).
Een asielzoeker geniet tegen een dergelijke beslissing geen beroepsprocedure, maar enkel een
vernietigings- en schorsingsberoep bij de RvV66. Zelfs als hij die beroepsprocedure instelt,
dan moet hij toch de opvangstructuur verlaten. Mocht de RvV beslissen de uitvoering van de
beslissing van DVZ te schorsen en het onderzoek van het vernietigingsberoep voort te zetten,
dan wordt de asielzoeker opnieuw onderdak toegewezen op voorlegging van de
schorsingsbeslissing67.
III.4.2) Mensen die een nieuwe asielaanvraag indienen, die door DVZ niet in overweging is
genomen
Mensen die een nieuwe asielaanvraag indienen nadat ze zijn afgewezen, moeten nieuwe
gegevens aanbrengen68. Indien dat niet het geval is, dan kan DVZ een beslissing nemen van
weigering van inoverwegingname (bijlage 13 quater). In de praktijk zien we dat DVZ dit soort
beslissing ook neemt in gevallen waarin mensen nieuwe gegevens inroepen of documenten
aanbrengen die nog niet onderzocht werden69. Tegen een dergelijke beslissing voorziet de wet
in geen vernietigingsberoep bij de RvV. Wanneer de nieuwe aanvraag niet identiek is aan de
vorige, laat de rechtspraak toe dat een schorsingsberoep wordt ingesteld70.
Zelfs als er een beroep wordt ingesteld, dan zal de asielzoeker toch de opvangstructuur
moeten verlaten op de dag die volgt op de termijn die is aangegeven op bijlage 13 quater. Net
zoals in het vorige geval, mocht de RvV beslissen de uitvoering van de beslissing van DVZ te
schorsen en het onderzoek van het vernietigingsberoep voort te zetten, dan wordt de
65
Verordening nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten
om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een
onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend, PB. L., 25 februari 2003, p. 1. Voor een
schets van de criteria die worden omschreven bij deze verordening en de humanitaire problemen die dat stelt, zie
ons dossier dat is verschenen in Vluchtschrift, april-juni 2007, http://www.caritas-
int.be/fileadmin/word/parole_vluchtschrift/2-2007-vluchtschrift.doc.
66
Artikel 6 van de opvangwet staat enkel toe dat het recht wordt gehandhaafd in geval van een
beroepsprocedure, omdat het verwijst naar artikel 39/2, §1, van de wet van 15 december 1980.
67
Fedasil, Instructies betreffende het einde van de materiële hulp en de praktische modaliteiten om het vertrek
uit een opvangstructuur te organiseren, 9 november 2007, p. 3.
68
Artikel 51/8 van de wet van 15 december 1980.
69
Om één van de vele voorbeelden aan te halen: worden niet beschouwd als nieuwe elementen, brieven die per
exprespost uit zijn stad van oorsprong zijn gekomen, of een foto van een naaste met sporen van slagen
(beslissing van januari 2008). Via een kennelijk beperkte analyse van het nieuwe karakter van de aangebrachte
elementen neemt de Dienst Vreemdelingenzaken positie over de algemene geloofwaardigheid van de aanvraag:
“overwegende dat de foto (…) enkel toont dat er verwondingen zijn, maar dat er geen bewijs is van het feit dat
hij slecht behandeld is”. (zelfde beslissing).
70
Dit vloeit voort uit een beslissing van het Grondwettelijk Hof (het vroegere Arbitragehof)) nr. 61/94 van 14
juli 1994 (tekst op www.grondwettelijkhof.be). Het Hof heeft dit recent bevestigd (zie: arrest nr. 81/2008 van 27
mei 2008, punten B.80 tot B.81). De practicus die zich tevredenstelt met het lezen van de wet, kan daartoe dus
verkeerdelijk geleid worden (voornoemd art. 51/8, lid 2: “Een beslissing om de verklaring niet in aanmerking te
nemen is alleen vatbaar voor een beroep tot nietigverklaring bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Er
kan geen vordering tot schorsing tegen deze beslissing worden ingesteld.)
18
asielzoeker opnieuw een plaats van onderdak toegewezen op voorlegging van de
schorsingsbeslissing71.
III.4.3) Asielzoekers die staatsburgers van de EU zijn en waarvan de aanvraag door het CGVS
niet in overweging is genomen
Dit is één van de aspecten van de nieuwe asielprocedure die het meest voor kritiek vatbaar
zijn: sinds 1 juni 2007 kan het CGVS weigeren om een asielaanvraag van een staatsburger
van de EU in overweging te nemen. In dat geval is enkel een vernietigingsberoep mogelijk bij
de RvV72 en de Europese asielzoeker verliest dan zijn recht op opvang vijf dagen na de
betekening van de beslissing van het CGVS, zelfs al heeft hij geen enkel BGV gekregen 73.
IV. Verplichte plaats van inschrijving (code 207)
Van zodra iemand een asielaanvraag heeft ingediend bij DVZ, krijgt hij in principe een
verplichte plaats van inschrijving, ook code 20774 genoemd. Voor die procedure zou
binnenkort een Koninklijk Besluit worden gemaakt. In afwachting daarvan, zijn de praktische
modaliteiten over de code 207 beschreven in instructies die Fedasil in oktober 2007 heeft
opgesteld75.
IV.1. Wie is belast met het toewijzen van de code 207?
71
Fedasil, Instructies betreffende het einde van de materiële hulp en de praktische modaliteiten om het vertrek
uit een opvangstructuur te organiseren, 9 november 2007, p. 5.
72
Artikel 57/6, 2°, van de wet van 15 december 1980. Dit verschil van behandeling, heel nadelig voor de
asielzoekers uit EU landen (en ook met Staten die partij zijn bij een Toetredingsverdrag tot de Europese Unie),
kan naar onze mening als een schending van artikel 3 van het Verdrag van Genève van 1951 beschouwd worden
(verbod van discriminatie op basis van de nationaliteit). Het Grondwettelijk Hof heeft recent beslist dat deze
situatie niet als discriminatie kon beschouwd worden. Hierna een uitreksel van de redenering van het Hof:
“B.36.4. Indien een asielzoeker afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie wordt overgedragen aan een
andere lidstaat van de Europese Unie, bestaat geen gevaar dat hij aldaar zou worden vervolgd in de zin van het
Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen. Nu het om lidstaten van de
Europese Unie gaat die alle partij zijn bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, kan ervan worden
uitgegaan dat de fundamentele rechten van de betrokkenen er niet zullen worden geschonden, minstens dat
betrokkenen er over de nodige mogelijkheden van beroep beschikken indien dat wel het geval zou zijn.
Vermits er aldus geen gevaar bestaat dat de terugleiding van betrokkene naar zijn land van oorsprong, dat een
lidstaat van de Europese Unie is, hem zou blootstellen aan een behandeling met mogelijk onomkeerbare
gevolgen die strijdig zou zijn met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, is het niet onredelijk
onderdanen van een dergelijke lidstaat uit te sluiten van de van rechtswege schorsende werking van een beroep,
ingesteld op grond van artikel 39/2, § 1, tweede lid.” (zie arrest nr. 81/2008 van 27 mei 2008). Deze redenering
lijkt ons zeer formalistisch en alles behalve overtuigend, rekening houdend met de talrijke schendingen van
mensenrechten door lidstaten van de EU i.v.m. asielzoekers en vreemdelingen, onder meer vastgestelde door het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
73
Fedasil, Instructies betreffende het einde van de materiële hulp…, p. 5. Het probleem dat werd vastgesteld op
vlak van de asielprocedure zet zich voort op vlak van het recht op opvang. De besluiten van Fedasil die een einde
aan de tenlasteneming van die mensen stellen, kunnen bij de arbeidsrechtbank aangevochten worden (zie
verder).
74
Omwille van de code die gebruikt wordt door de diensten die het wachtregister moeten bijhouden. Dat is een
speciaal register waarin de asielzoekers zijn ingeschreven.
75
Fedasil, Instructies betreffende de toewijzing, de wijziging en de opheffing van de verplichte plaats van
inschrijving, 24 oktober 2007, 25 p. (hierna Fedasil, instructies code 207).
19
Deze taak komt toe aan een dispatchingsdienst die onder de bevoegdheid valt van Fedasil
(maar die om evidente praktische redenen gehuisvest is in DVZ76). De dispatching moet
nagaan of de mensen zich in de wettelijke omstandigheden bevinden om hen een code 207 te
kunnen toewijzen, met name door hun verblijfsdocumenten en de informatie van DVZ te
onderzoeken77.
IV.2. Wie krijgt een verplichte plaats van inschrijving en wie ontsnapt eraan?
IV.2.1) Het principe
Twee belangrijke categorieën asielzoekers krijgen een code 207 toegewezen:
- degenen die in België zijn binnengekomen zonder de vereiste documenten (paspoort
en visum)
- degenen die regelmatig in België zijn binnengekomen, maar van wie de
verblijfsvergunning is verlopen78.
Daaruit volgt dat de overgrote meerderheid van de asielzoekers een code 207 krijgen
toegekend, waardoor ze geen maatschappelijke bijstand van het OCMW kunnen krijgen79.
Asielzoekers die financiële bijstand genieten van het OCMW (met name omdat hun aanvraag
ontvankelijk is verklaard voor 1 juni 2007 en die in beroep zijn gegaan tegen een weigering
ten gronde) en die een nieuwe asielaanvraag indienen, krijgen in principe een nieuwe code
207, die hen verplicht te verblijven in een opvangcentrum. Fedasil voorziet er evenwel in dat
voor deze categorie uitzonderingen kunnen worden toegekend waardoor ze de bijstand van
het OCMW kunnen blijven genieten, met name in onderstaande gevallen:
- een familielid is ten laste van het OCMW op basis van een asielprocedure of een
gunstigere verblijfstitel
- medisch probleem dat rechtvaardigt dat de steun van het OCMW wordt voortgezet
76
Dit is het adres: North Gate II, Koning Albert II-laan 8 te 1000 Brussel. De dispatching is telefonisch
bereikbaar op 02 205 68 30, maar alle aanvragen in verband met code 207 moeten per fax gebeuren naar 02
205 54 15
77
Het betreft in het bijzonder de stand van de asielprocedure en de raadpleging van het wachtregister en van de
gegevensbank Trasys (gegevensbank die wordt beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken en die bijgewerkt
gegevens bevat over het administratief statuut van de vreemdelingen. Fedasil is gemachtigd om die databank te
gebruiken bij beslissing van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
http://www.privacycommission.be/nl/docs/FO-AF/2007/beraadslaging_FO_006_2007.pdf )
78
De wet voorziet ook nog in twee andere categorieën met een heel eigen statuut, maar die momenteel zonder
voorwerp zijn: tijdelijke bescherming en massieve toestroom van ontheemden in de EU (artikel 10, 3° en 4°).
79
Artikel 57 ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn: “De maatschappelijke dienstverlening is niet door het centrum verschuldigd indien een vreemdeling die
gehouden is zich in te schrijven in een welbepaalde plaats overeenkomstig artikel 11, §1, van de wet van 12
januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen,
materiële hulp ontvangt van een opvangstructuur die belast is met het verlenen van de noodzakelijke
dienstverlening om een menswaardig leven te kunnen leiden.
In afwijking van artikel 57, §1, kan een asielzoeker van wie in toepassing van artikel 11, §1, van de wet van 12
januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen als
verplichte plaats van inschrijving een opvangstructuur is aangewezen die beheerd wordt door het Agentschap of
één van zijn partners, slechts in deze opvangstructuur gebruik maken van de maatschappelijke dienstverlening
overeenkomstig de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere
categorieën van vreemdelingen”.
20
- verzadiging van het opvangnetwerk
- alle andere “bijzondere omstandigheden”, met name het belang van de minderjarige en
de voortzetting van de schoolplicht, of de kwetsbaarheid van de persoon80.
IV.2.2) Mensen die zouden moeten ontsnappen aan code 207
A contrario kan men beweren dat het niet mogelijk is een code 207 op te leggen aan de
categorieën die niet bedoeld zijn bij de wet, namelijk iedereen die over een geldig visum
beschikt of over een verblijfsvergunning die geldig is op het ogenblik dat ze de asielaanvraag
indienen.
Volgens ons betreft het onder meer volgende gevallen:
- geldig toeristenvisum of zakenvisum
- geldige verklaring van aankomst
- inreisstempel in het paspoort dat jonger is dan drie maanden voor de aanvraag (voor
degenen die zijn vrijgesteld van visumplicht)
- titularis van een geldige verblijfsvergunning, ongeacht de vorm ervan (attest van
immatriculatie, BIVR, buitenlandse identiteitskaart…)
- onderdanen van de EU die wettelijk verblijven.
Vreemd genoeg heeft Fedasil beslist “bij wijze van uitzondering” toch een code 207 toe te
kennen voor asielzoekers die “het grondgebied zijn binnengekomen in het kader van een
verblijf van minder dan drie maanden (kort verblijf), voorzien van een visum of ervan
vrijgesteld” 81. In de huidige stand van de wet – en zelfs mocht het gaan om een onvrijwillige
vergetelheid van de wetgever82 – dan is die praktijk illegaal, want die mensen hebben recht op
bijstand van het OCMW van hun verblijfplaats zo ze behoeftig zijn83. Volgens ons is in de
huidige stand van de regelgeving84 een dergelijke toewijzing enkel maar aanvaardbaar voor
mensen uit vrije wil en met volledige kennis van zaken (wat wil zeggen dat de dispatching
hen hun rechten duidelijk en in begrijpelijke taal heeft uitgelegd), beslissen te opteren voor
materiële hulp in plaats van de maatschappelijke bijstand van het OCMW.
IV.2.3) Iedereen die zich in uitzonderlijke omstandigheden bevindt
In “uitzonderlijke omstandigheden” kan Fedasil beslissen de code 207 niet toe te kennen of ze
te schrappen85.
Fedasil vernoemt de volgende drie gevallen86.
80
Zie Fedasil, Instructies betreffende de toekenning van de materiële hulp bij indiening van een tweede
asielaanvraag, niet gedateerd (november 2007), p. 2.
81
Fedasil, Instructies betreffende de toewijzing, de wijziging en de opheffing van de verplichte plaats van
inschrijving, 24 oktober 2007, p. 2.
82
Zoals Isabelle POPPE voorstelt, “Wetten en uitvoeringsbesluiten betreffende de opvang van asielzoekers en
andere categorieën van vreemdelingen”, T.V.R. , 2007, p. 180.
83
Er moet aan herinnerd worden dat de toewijzing van een verplichte plaats van inschrijving een belangrijke
inmenging is in het privé- en gezinsleven van asielzoekers, in de zin van artikelen 8 van het EVRM en 22 van de
Grondwet. Elke beperking moet dus effectief in voorzien zijn bij de wet. Bij gebrek aan duidelijke wettelijke
basis in die zin, zou elke toewijzing van een code 207 aan deze categorie personen de fundamentele rechten van
die asielzoekers schenden en zou ze, naar onze mening, met succes kunnen worden aangevochten voor de
Arbeidsrechtbank.
84
Deze tekst werd opgesteld in mei 2008.
85
Artikel 11, §3 (toewijzing) en 13 (opheffing) van de wet.
86
Fedasil, instructies code 207, pp. 6-7.
21
a) Familie-eenheid
Wanneer een asielzoeker een familielid heeft, dat al op het grondgebied aanwezig is en
dat door het OCMW wordt geholpen (code 207) krachtens een vroegere asielaanvraag,
dan krijgt hij geen nieuwe code, om de familie-eenheid te bewaren.
b) Verzadiging van het opvangnetwerk
Bij gebrek aan beschikbare plaatsen in het opvangnetwerk en op uitdrukkelijk
dienstorder van Fedasil, wijst de dispatching geen code 207 toe.
c) Medische toestand
In het geval waarin het OCMW een asielzoeker ten laste heeft genomen voor een
medisch probleem (bv.: hospitalisatie), en bij een gunstig advies van de arts van het
agentschap, wordt geen code 207 toegekend, opdat de bijstand van het OCMW kan
worden voortgezet.
Deze lijst kan uiteraard niet als volledig worden beschouwd. Het vage karakter verleent
Fedasil een erg belangrijke appreciatiebevoegdheid om de “uitzonderlijke omstandigheden” in
te schatten, zodat mensen een zelfstandiger leven kunnen leiden door aan de code 207 te
ontsnappen. Indien die bevoegdheid slecht wordt gebruikt, dan zou dit een bron van misbruik
en willekeur kunnen zijn, maar ze kan ook in het voordeel van de asielzoekers spelen. De
maatschappelijke diensten en de advocaten die mensen ontvangen vóór de indiening van het
asielaanvraag, kunnen nuttig een argumentering sturen aan de dispatching, met de redenen
waarom hun cliënten beter geen code 207 worden toegewezen87. Fedasil zal daar gemotiveerd
op moeten antwoorden88 en onbevredigende antwoorden kunnen in beroep bij de
arbeidsrechtbank worden aangevochten.
IV.3. Is iemand verplicht om te verblijven in de verplichte plaats van inschrijving?
Neen, hij is niet verplicht er naartoe te gaan en hij kan zich vestigen naar zijn goeddunken als
hij de middelen heeft. Maar in dat geval kan hij geen bijstand van het OCMW bekomen en
betaalt Fedasil enkel zijn medische kosten terug (via een specifieke cel) 89.
IV.4. Hoe wordt een plaats met een aangepast karakter aangeduid?
De toegewezen opvangplaats moet aangepast zijn aan de begunstigde van de opvang volgens
sommige criteria die door de dispatching moeten worden ingeschat. Vooreerst zijn er
87
Per fax en waarbij ook een ondertekende kopie aan de cliënt wordt gegeven, zodat hij ze bij zijn bezoek kan
voorleggen.
88
Krachtens de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen (B.S. 12
september 1991).
89
Zie hoger. Indien de persoon zich niet binnen de drie dagen aanbiedt bij de opvangstructuur, dan wordt hij
door Fedasil beschouwd als een no show, en wordt zijn 207-code dienovereenkomstig gewijzigd. De
terugbetaling van de medische kosten kan gebeuren bij de Cel centralisatie medische kosten van Fedasil:
Kartuizerstraat 21, 1000 Brussel (Tel. NL: 02 213 43 00; FR 02 213 43 25; Fax: 02 213 44 12: E-mail:
medic@fedasil.be).
22
functionele criteria: de beschikbare plaatsen in de opvangstructuren en een “gelijkmatige
verdeling” van de asielzoekers op het grondgebied90. Hier staan we enkel stil bij de criteria
aangaande de asielzoekers.
IV.4.1) Samenstelling van het gezin
Het begrip familie wordt door de administratie breed geïnterpreteerd en Fedasil tracht alle
mensen met een familieband samen te brengen (ooms, tantes, neven en nichten, grootouders,
meerderjarige kinderen…) in de mate van de beschikbare plaatsen. Het feit dat de familieband
bij DVZ niet gemeld is of dat ze bij DVZ onbekend zijn, vormt geen beletsel voor de
toewijzing van dezelfde plaats voor de code 20791. We merken hier ook op dat een plaats in
een opvangstructuur in principe in voorzien is voor heel de familie, zelfs voor leden die geen
asielaanvraag hebben ingediend92.
IV.4.2) Gezondheidstoestand
Het federaal agentschap geeft toe dat “de dispatching niet beschikt over medische
bevoegdheid, en niet de tijd heeft om de medische toestand van de asielzoeker te evalueren”93.
Toch moet de dispatching rekening houden met de informatie waarover ze beschikt (door
verklaringen van de asielzoeker of eventueel van de arts van Fedasil). Bij onmiddellijk
waarneembare problemen kan de dispatching de persoon direct doorverwijzen naar een
gespecialiseerde structuur94. Vervolgens beoordeelt de toegewezen opvangstructuur over de
benodigde zorg en over het aangepaste karakter in verband met die zorg.
IV.4.3) Kennis van één van de landstalen of van de taal van de procedure
Dit is van heel bijzonder belang voor de scholing van de kinderen. Indien de asielzoekers
notie hebben van één van de landstalen, dan wordt getracht hen onderdak toe te wijzen in het
overeenkomstige taalkundig gebied95. Voor de NBMV wordt de voorkeur gegeven aan de taal
van de school in plaats van de taal van de voogd, mochten ze verschillen96.
De taal van de procedure – die door de Dienst Vreemdelingenzaken wordt bepaald97 – stelt
veel praktische problemen en het gebeurt dikwijls dat de betrokkene in een anderstalig gebied
verblijven. De maatschappelijke werkers van de opvangstructuur worden dikwijls
90
Artikel 11, §3, 2°, van de wet. Een Koninklijk Besluit moet het begrip preciseren en de verdeelcriteria bepalen.
91
Fedasil bepaalt zelf dat, als de verklaringen van de familie niet bevestigd worden door informatie van DVZ, de
dispatching zich baseert op de verklaringen van de familie (Fedasil, instructies code 207, p. 4).
92
Fedasil, instructies code 207, p. 4.
93
Fedasil, instructies code 207, p. 5.
94
Over de psychosociale tenlasteneming zie “Onderzoek naar psychosociale en therapeutische hulpverlening aan
asielzoekers”, door Fedasil en het Rode Kruis http://www.fedasil.be/home/psychosocialehulpverlening/ Zie ook
Croix Rouge de Belgique, “Assistance psychosociale et thérapeutique des demandeurs d‟asile. Fiches
d‟information pour le personnel des structures d‟accueil”, november 2006, http://www.croix-
rouge.be/UserFiles/File/ada/fiches_infos.pdf
95
Voor het Duitse taalgebied zijn de mogelijkheden wel te verstaan meer beperkt.
96
Fedasil, instructies code 207, p. 5.
97
Herinnering aan het mechanisme: ofwel is de asielzoeker voldoende het Frans of het Nederlands meester, en
dan kan hij één van die talen gebruiken voor zijn asielprocedure (hij ziet daarbij af van het genot van een tolk);
ofwel heeft de asielzoeker een tolk nodig en dan wordt de taal van de procedure bepaald door de Dienst
Vreemdelingenzaken “in functie van de noodwendigheden van de diensten en instanties” en tegen die beslissing
kan geen enkel beroep worden ingesteld (artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980).
23
geconfronteerd met het obstakel van de taal van de procedure, die nog eens bovenop de taal
van de asielzoeker zelf komt.
IV.4.4) Situatie van kwetsbare personen
De dispatching moet bijzondere aandacht besteden aan “kwetsbare personen” (NBMV,
slachtoffers van geweld, éénoudergezinnen, zwangere vrouwen, gehandicapten 98…), hetgeen
niet evident lijkt bij een eerste contact (vooral bij psychologische problemen en bij
slachtoffers van geweld).
In de praktijk stellen we vast dat de overgrote meerderheid van de gevallen systematisch naar
een collectief centrum wordt gestuurd. In sommige gevallen zou de toewijzing van
individuele huisvesting zich dadelijk moeten opdringen, omwille van specifieke noden van de
mensen wanneer ze naar de dispatching komen. Als een opvangstructuur wordt aangeduid die
niet het gepaste karakter heeft, dan kan de code 207 worden gewijzigd, onder meer op basis
van een evaluatie.
IV.5. De evaluatie van de opvangstructuur door een maatschappelijk werker die de
referentiepersoon is
Wanneer een asielzoeker in de opvangstructuur toekomt die hem door de dispatching is
toegewezen, dan krijgt hij een maatschappelijk werker als referentiepersoon aangewezen.
Naast een heleboel andere taken99 moet de maatschappelijk werker nagaan “of de huisvesting
in de opvangstructuur die wordt aangeduid als verplichte plaats van inschrijving en de
begeleiding die er wordt gegeven, beantwoorden aan de individuele noden van de
begunstigde van de opvang, en dit meer bepaald wat betreft zijn medische, sociale en
psychologische situatie.” 100
Er moet een evaluatieverslag worden opgesteld middels een typeformulier101 binnen de dertig
dagen dat de betrokkene is toegekomen en na minstens één gesprek tussen de begunstigde van
de opvang en de maatschappelijk werker102. Vervolgens wordt de evaluatie “op permanente
en continue wijze”103 uitgevoerd en wordt ten laatste zes maanden na de eerste evaluatie een
balans van de situatie opgemaakt, die om de zes maanden wordt bijgewerkt.
Dat evaluatieverslag moet gevalideerd worden door de verantwoordelijke van de sociale
dienst van de opvangstructuur en komt in het sociaal dossier. De asielzoeker kan op
eenvoudig verzoek toegang tot dat dossier krijgen en er een kopie van krijgen 104. Het verslag
of de balans kan “de maatregelen (aangeven) die moeten worden genomen om te
98
Een niet-uitputtende lijst staat in artikel 36 van de opvangwet.
99
Die opdrachten staan met name in artikelen 31 en 32 van de wet en daaraan kan een apart dossier worden
gewijd.
100
Artikel 2 van het KB van 25 april 2007 tot bepaling van de nadere regels van de evaluatie van de individuele
situatie van de begunstigde van de opvang (BS, 10 mei 2007).
101
Dat formulier moet worden bepaald bij een Ministerieel Besluit dat bij het schrijven van deze tekst (mei
2008) nog niet werd genomen. In afwachting gebruiken de maatschappelijke werkers een formulier dat Fedasil
heeft opgesteld.
102
Artikel 8 van voornoemd KB van 25 april.
103
Artikel 10 van voornoemd KB van 25 april.
104
Artikel 32 van de opvangwet vereist niet dat de aanvraag schriftelijk gebeurt: “Een kopie van het sociaal
dossier wordt aan de begunstigde van de opvang gegeven indien deze daarom verzoekt.”
24
105
beantwoorden aan de individuele noden van de begunstigde van de opvang” en kan
vanzelfsprekend een wijziging van structuur voorstellen, dus van de code 207.
IV.6. Hoe kan onderdak en code 207 gewijzigd worden?
IV.6.1. Mogelijkheid om na vier maanden individueel onderdak aan te vragen
Eén van de doelstellingen van de wet van 12 januari 2007 is om het proces van de opvang
uniform te maken en om een einde te stellen aan de discriminatie die werd vastgesteld onder
het oude stelsel. Sommige personen kregen immers onmiddellijk individuele huisvesting
toegewezen, terwijl anderen jaren in centra verbleven, waar intimiteit soms extreem
gereduceerd is, of zelfs onbestaand. In de grote meerderheid van de gevallen wordt een
collectief centrum als code 207 aangeduid in het kader van de wet.
Na vier maanden verblijf in een dergelijk centrum heeft de asielzoeker het recht om te vragen
dat hij individuele huisvesting krijgt toegewezen106. Fedasil kan weigeren om redenen van
beschikbaarheid en niet iedereen heeft dezelfde kansen om individuele huisvesting te krijgen.
Het grote merendeel van de onderkomens zijn bestemd om families te huisvesten.
Alleenstaanden zullen het veel moeilijker krijgen om individuele huisvesting te krijgen.
We merken één uitzondering op: als iemand een negatieve beslissing heeft gekregen van de
RvV vooraleer die vier maanden om zijn en als zijn beroep bij de Raad van State niet
ontvankelijk werd verklaard, dan kan hij op die basis geen individuele huisvesting krijgen
toegewezen. Maar niets verhindert dat hij een aanvraag doet om individuele huisvesting te
krijgen als hij vindt dat de structuur onaangepast is.
IV.5.2. Wijziging van de code 207 bij een onaangepaste structuur
Naast het geval hierboven kan de code 207 over het algemeen op elk ogenblik worden
gewijzigd als de opvangstructuur niet meer is aangepast107. Die wijziging kan gebeuren op
vraag van de asielzoeker of van de partner, maar ook op initiatief van Fedasil.
Fedasil heeft een typeformulier opgesteld voor alle wijzigingen van een code 207. Er komen
verschillende rubrieken in voor en het moet worden gebruikt door de maatschappelijke
werkers van de opvangstructuren en worden verstuurd naar de dispatching van Fedasil.
De dispatching van Fedasil moet een gemotiveerde beslissing geven ten laatste een maand na
ontvangst van de aanvraag. De beslissing kan worden aangevochten voor de arbeidsrechtbank,
maar de instelling van de beroepsprocedure schorst de beslissing niet.
IV.5.3. Het specifieke geval van overplaatsing als sanctie
Een overplaatsing kan het gevolg zijn van een orde- of sanctiemaatregel108, die de
verantwoordelijke van de opvangstructuur heeft genomen voor de gehuisveste persoon. In dat
105
Artikel 5 van voornoemd KB van 25 april.
106
Op basis van artikel 12, §1, van de opvangwet.
107
Op basis van artikel 12, §2, van de opvangwet.
108
Artikelen 44 en 45 van de opvangwet.
25
geval kan de verantwoordelijke een wijziging van code 207 vragen aan de dispatching, die dat
niet mag weigeren, behalve bij gebrek aan plaatsen in een aangepaste structuur.
In dat geval moet men bijzonder alert zijn voor de beroepsprocedures die kunnen worden
ingesteld. De beslissing van de dispatching kan de aanleiding zijn voor een directe
beroepsprocedure voor de arbeidsrechtbank, terwijl voor de sanctie of de ordemaatregel een
herzieningsaanvraag moet worden ingediend bij de directeur van de opvangstructuur, die dan
kan worden aangevochten bij dezelfde arbeidsrechtbank.
IV.7. Hoe de code 207 laten schrappen?
De wet staat toe dat de code 207 wordt “in bijzondere omstandigheden” opgeheven109.
Volgens Fedasil betreft het met name gevallen van asielzoekers:
- die een familielid hebben met een gunstiger verblijfstatuut dat hen maatschappelijke
bijstand door het OCMW garandeert en respect voor zijn gezinsleven
- die huwt met iemand die regelmatig verblijft en die recht heeft op maatschappelijke
bijstand door het OCMW
- die niet in een opvangstructuur verblijft en die ernstig ziek wordt110.
Dat zijn uiteraard niet de enige situaties. Andere elementen kunnen worden ingeroepen als de
menselijke waardigheid van de asielzoeker rechtvaardigt dat de code 207 geschrapt wordt.
De schrapping kan worden aangevraagd door de asielzoeker, door zijn advocaat, door een
opvangstructuur, door een OCMW dat maatschappelijke bijstand wil leveren111 of op initiatief
van Fedasil zelf.
IV.8. Procedure voor de dispatching en beroepsprocedure bij het Arbeidshof
Fedasil heeft een typeformulier opgesteld voor elke aanvraag tot wijziging of schrapping van
de code 207. Het formulier bevat verschillende rubrieken en moet gebruikt worden door
maatschappelijke werkers van opvangstructuren en worden verstuurd112 naar de dispatching
van Fedasil.
Sociale diensten en advocaten die in contact staan met mensen die nog geen toewijzing
hebben gekregen, kunnen daar nuttig gebruik van maken, met name door een brief te
schrijven naar de dispatching, met daarin de redenen die de onmiddellijke toewijzing
rechtvaardigen van een individuele huisvesting of van huisvesting waar zich al familieleden
van hem bevinden.
109
Artikel 13 van de opvangwet.
110
Fedasil, instructies code 207, p. 20.
111
In dat geval wordt aan het OCMW gevraagd de beslissing van de OCMW-raad te geven waarin de opheffing
wordt gedaan. Fedasil, instructies code 207, p. 22.
112
De advocaten die een aanvraag indienen voor hun cliënten zouden die formulieren ook kunnen gebruiken. Dat
zou zeker de behandeling van het dossier vergemakkelijken.
26
De dispatching van Fedasil moet ten laatste een maand na de ontvangst van de aanvraag een
gemotiveerde beslissing geven. Als er binnen die termijn geen beslissing werd genomen, dan
moet men het beschouwen als een weigering113. Als de beslissing een weigering is, of bij
gebrek aan beslissing binnen een termijn van een maand, dan kan de begunstigde van de
opvang een beroepsprocedure instellen voor de arbeidsrechtbank binnen de drie maanden na
de betekening van de beslissing tot weigering (of van de afloop van de termijn van een maand
waarin de beslissing genomen had moeten worden). Het instellen van een beroepsprocedure
schorst de beslissing niet.
Besluit: Men dient te waken dat de overheid de menselijke waardigheid en de
fundamentele rechten laten primeren op het stockbeheer van asielzoekers.
België heeft nu – onder impuls van de Europese Unie – een kaderwet, die de opvang van
asielzoekers regelt. Voor één keer vormde de omzetting van de Europese norm niet een
aanleiding om de rechten van de betrokkenen naar beneden te nivelleren. Op papier zien we
een aantal stappen vooruit. Sommige situaties die vroeger afhingen van de goede wil van een
directeur van een centrum, van welwillendheid vanwege het personeel of van interne
richtlijnen aan de administratie, zijn nu in de wet gegarandeerd.
Inzake de aanwijzing van een opvangstructuur kunnen asielzoekers directe beroepsprocedures
instellen voor de arbeidsrechtbank tegen beslissingen van de dispatching van Fedasil.
Het beleid lijkt de financiële hulp door de OCMW‟s zo veel mogelijk te willen beperken en
wil een schema in twee fases volgen (minimaal vier maanden in een collectief centrum en
vervolgens toewijzing van individuele huisvesting naar gelang de beschikbare plaatsen). Bij
het lezen van de wet lijkt niets op te leggen dat alle asielzoekers “verplicht moeten passeren”
via een collectief centrum. De nieuwe wet biedt reële bewegingsruimte om beter rekening te
kunnen houden met individuele situaties. Opdat de rechten van de asielzoekers geen dode
letter zouden blijven, moeten alle professionelen (maatschappelijke werkers van
opvangstructuren, medisch en psychologisch personeel en ook advocaten) voldoende kennis
hebben van de reglementering om als eerste de betrokkenen erover te kunnen informeren. De
advocaten zouden zich niet moeten beperken tot het “asieldossier” in de strikte zin en zouden
de benodigde beroepsprocedures moeten kunnen instellen bij de arbeidsrechtbank. De opvang
van asielzoekers verdient beter dan alleen een managementbenadering die stockbeheer114
voorrang geeft op menselijke waardigheid.
113
Fedasil, instructies code 207, p. 11, 15.
114
Door zo nodig een “schoonmaakbeurt” van de opvangstructuren te doen door politie-interventies, om plaats te
maken voor de nieuwelingen, zoals gevreesd kan worden bij de reactivering van het Protocol van 3 augustus
2005 tussen DVZ en Fedasil bij het KB van 27 december 2007 (BS, 31 december 2007).
27
EUROPESE ACTUALITEIT
1) Schengenzone met 24 landen (i.p.v. 15)
Schengen is een kleine gemeente in Groot-Hertogdom-Luxemburg waar 5 Europese landen
een samenwerkingsakkoord inzake migratie en politie op 14 juni 1985 getekend hebben115.
Andere landen hebben later de Conventie van Schengen in 1990 goedgekeurd. Die Conventie
is in 1995 in werking getreden. Sinds het Verdrag van Amsterdam van 1999 behoren de
Schengenregels tot het communautaire recht van de Europese Unie116. Die regels worden de
“Schengen acquis » in het Europees jargon genoemd.
Tot 2007 behoorde de volgende landen tot de schengenzone : Duitsland, Oostenrijk, België,
Denemark, Spanje, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal,
Zweden, en twee geassocieerde landen : Noorwegen en IJsland117.
Sinds 21 december 2007118 werd deze zone uitgebreid tot 9 nieuwe landen : Estonië,
Hongarije, Lettonië, Lituanië, Malta, Poolen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië. Drie EU lidstaten
(Chyprus, Roemenië en Bulgarije) zullen enkel na evaluatie tot het systeem geïntegreerd
worden.
De grote karakters van het Schengensysteem kunnen met de volgende punten samengevat
worden:
- Verwijdering van de systematische controles aan de interne grenzen,
- Gemeenschappelijke regels en versterking van de controle aan de buitengrenzen119,
- Splitsing van de terminalen of controleruimte in luchthavens in functie van de
bestemming of afkomst van de reizigers (binnen of buiten de Schengenruimte)120,
- Gemeenschappelijke regels betreffende de binnenkomst en de visa‟s voor een kort
verblijf121,
115
België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk.
116
Met de uitzondering van sommige lidstaten die mogen hun eigen regels blijven toepassen, of kunnen kiezen
om Europese regels « à la carte » toe te passen.
117
Die twee landen zijn geen leden van de EU maar nemen aan het Schengensysteem deel.
118
Datum van de opheffing van de controles aan de landgrenzen. In de luchthavens, zijn de controles op 30
maart 2008 opgeheven.
119
Zie : Lijst van grensdoorlaatposten bedoeld in artikel 2, punt 8, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de
overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), PB, C 247, 13 oktober 2006, bl.25 en volg.,
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2006:247:0025:0084:NL:PDF
120
Volgens de Europese Commissie, kunnen de luchtvaardmaatschappijen nog de identiteit van de reizigers
controleren (m.n. om na te kijken of de reistitel en het identiteitsdocument overeenkomen). Zie: Enlargement of
the Schengen area at the end of 2007
http://ec.europa.eu/justice_home/faq/freetravel/faq_freetravel_en.htm (enkel in het Engels)
121
De regels zijn niet allemaal geharmoniseerd. Bij voorbeeld hebben de lidstaten nog verschillende praktijken
wat betreft het bepalen van de vereiste bedragen als “voldoende middelen van bestaan”. Zie: Richtbedragen voor
het overschrijden van de buitengrenzen bedoeld in artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de
overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), PB, C 247, 13 oktober 2006, blz. 19:
, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2006:247:0019:0024:NL:PDF
28
- coördinatie tussen administraties over het toezicht aan de grenzen
(verbindingsofficieren, gemeenschappelijke instructies, gemeenschappelijke
trainings),
- Definitie van de rol van vervoerder in de strijd tegen illegale migratie,
- nauwere politiële samenwerking (o.m. grensoverschrijdend toezicht en
achtervolgingsrecht),
- nauwere justitiële samenwerking (versnelde uitleveringsprocedures, en versnelde
transfers van veroordeelde personen),
- oprichting van het Schengen Informatie Systeem (SIS)
Opmerkelijk is dat de verwijdering van de systematische controles niet belet om
identiteitscontroles op het grondgebied uit te voeren. De onderdanen van derde landen met
een verblijfstitel kunnen in principe in de Schengenzone reizen zonder een visum te moeten
vragen. In België, geldt dit enkel voor de vreemdelingen die in bezit zijn van een BIVR (witte
kaart), een identiteitskaart voor vreemdelingen (gele kaart), of een bijzonder verblijfstitel
(diplomatiek personeel)122. Vreemdelingen die een meer precaire veblijfstitel hebben moeten
nog een visum aanvragen. Men moet dus de verblijfstitels heel goed nakijken voordat een reis
gepland wordt.
2) Eurodac : alle asielzoekers in Europa automatisch als verdachten
beschouwd?
Eurodac is een reuze gegevensbank die sinds 2003 een belangrijke rol speelt om te helpen
vaststellen welke lidstaat krachtens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de
behandeling van een asielaanvraag. In die gegevensbank zijn de vingerafdrukken van elke
asielzoeker, elke vreemdeling aangehouden i.v.m. het illegaal overschrijden van een
buitengrens, of elke gecontroleerde vreemdeling die zich illegaal in een lidstaat ophoudt, mits
ze van veertien jaar of ouder zijn123.
Elke lidstaat zendt de vingerafdrukgegevens in naar een centrale eenheid toe. De lidstaten
kunnen deze eenheid contacteren met het oog op de vergelijking van de vingerafdrukken van
een asielzoeker en de gegevens die erin opgeslagen zijn maar ze hebben geen rechtsreeks
toegang tot de gecentraliseerde gegevens.
De Europese Commissie heeft een ontwerp voorgesteld om politie en justitie een
rechtstreekse toegang tot Eurodac toe te kennen met als doel de identificatie van misdadigers.
Volgens de Permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-,
vluchtelingen- en strafrecht (Commissie Meijers), is dit ontwerp in strijd met de fundamentele
122
Zie : Lijst van verblijfstitels bedoeld in artikel 2, punt 15, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de
overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), PB, C 247, 13 oktober 2006, bl. 1-16
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2006:247:0001:0016:NL:PDF
123
Verordening nr. 2725/2000/EG van de Raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van „Eurodac”
voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst
van Dublin (PB. L 316, van 15 december 2000, 1). http://eur-
lex.europa.eu/LexUriServ/site/nl/oj/2000/l_316/l_31620001215nl00010010.pdf Zie ook : Verordening (EG) nr.
407/2002 van de Raad van 28 februari 2002 tot vaststelling van sommige uitvoeringsbepalingen voor
Verordening (EG) nr. 2725/2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van
vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin (PB L 62 van 5
maart 2002, blz. 1–5)
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2002:062:0001:0005:NL:PDF
29
rechten124. De deskundigen vrezen dat sommige inlichtingen van een asieldossier in
politionele en justitiële dossiers zouden terechtkomen. Het risico is dat het land van herkomst,
o.m. via Europol, zou kunnen ingelicht worden en vergeldingsmaatregels tegen familieleden
van een asielzoeker zou kunnen nemen. Bovendien kan de samenwerking tussen
asielinstanties en politionele diensten het vertrouwen van asielzoekers ernstig belemmeren en
hen soms ontmoedigen om een asielaanvraag in te dienen, wat te betreuren valt vooral voor
mensen die een internationale bescherming echt nodig heeft.
OPENBARE ZITTING
Opinierechtbank: een jury van jongeren veroordeelt de opsluiting van
kinderen in gesloten centra (19 januari 2008)
Op 17 en 18 januari 2008 heeft een opinierechtbank plaatsgevonden, door het initiatief van
militanten van de kinderrechten. De Belgische Staat werd in beschuldiging gesteld i.v.m. de
opsluiting van onschuldige kinderen in gesloten centra125. Veel getuigen hebben de
detentieomstandigheden beschreven en de nadelige gevolgen daarvan op kinderen (ex
gedetineerden, bezoekers van NGO‟s, euro- of Belgische parlementsleden, psychologen…).
De minister van Binnenlandse Zaken werd uitgenodigd om het migratiebeleid van de
Belgische Staat te verdedigen maar hij heeft geweigerd te komen. Hij motiveerde zijn
weigering door het feit een dergelijke opinierechtbank “in de Belgische rechterlijke orde geen
wettelijk grondslag heeft”, en dat “ hij echter verre van onpartijdig en onafhankelijk” is.
Volgens de minister is het vonnis “reeds op voorhand gekend”. “Indien er terzake werkelijk
doeltreffende alternatieven zouden bestaan voor de opsluiting van gezinnen met kinderen, dan
zouden deze reeds ingevoerd zijn”, aldus de minister in zijn brief naar de organisatoren 126.
De jury (voorzitter was Jaap Doek, oud-voorzitter van het Comité voor de kinderrechten van
de Verenigde Naties) heeft zijn vonnis op 19 januari 2008 geveld. De rechtbank heeft eerst
vastgesteld dat de opsluiting van de kinderen de fundamentele rechten, o.m. het
Kinderrechtenverdrag, schendt, en heeft de Belgische Staat bevolen om:
- onmiddellijk een einde te stellen aan de opsluiting van alle minderjarige
vreemdelingen in gesloten centra.
- het huidige opsluitingregime van minderjarige vreemdelingen te vervangen door een
alternatief regime conform met de internationale regelgeving, en waarbij geen beroep
wordt gedaan op opsluiting.
124
Zie : Permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht,
Letter to M. Jacques Verraes, « Proposal to give law enforcement authorities access to Eurodac », 6 november
2007 (enkel in het Engels), http://www.statewatch.org/news/2007/nov/standing-cttee-on-use-of-eurodac.pdf
125
De akte van beschuldiging die door de advocaten Jan Fermon, Thierry Moreau en Sylvie Sarolea opgesteld is,
te vinden op: http://www.dei-belgique.be/top/akte_beschuldiging_TO_NL.pdf
126
De brief van de minister is in het vonnis overgenomen. Zie: http://www.dei-
belgique.be/top/TOP_VONNIS_19-01-08.PDF
30
- een bemiddelingsprocedure te organiseren zodat de slachtoffers van de gesloten centra
een herstel kunnen bekomen van de door hen opgelopen schade.
Een jury samengesteld uit 10 Franstalige en Nederlandstalige kinderen, begeleid door leraren
of opvoeders en door de verantwoordelijken van het project “What do you think?” van
UNICEF België, heeft simultaan met de Rechtbank gezeteld. Zij hebben een apart vonnis
uitgesproken. Wij nemen dit vonnis integraal hieronder over127.
“Wij zijn jongeren tussen 12 en 18 jaar, Franstalig en Nederlandstalig. Wij hebben de
opsluiting niet zelf meegemaakt. We zijn hier om te oordelen of de opsluiting van kinderen
het Kinderrechtenverdrag schendt.
We hebben twee dagen lang getuigen en experten gehoord. We hadden ook graag de overheid
gehoord om te proberen objectief te begrijpen hoe het zo ver is kunnen komen.
Wij weten teveel en hebben een boodschap.
Er is haast bij. Onschuldige kinderen worden opgesloten in gevangenissen. Zelfs als het
gouden gevangenissen zijn, het blijven gevangenissen.
Er is haast bij. Volgens wetenschappelijke studies, lopen de kinderen die opgesloten zijn in
gesloten centra 10 keer meer risico op psychopathologische gevolgen. Hoe kan het zo ver
komen dat een klein meisje haar pop handboeien omslaat?
Er is haast bij. De opsluiting heeft gevolgen op de ouder-kind relatie. De ouder verliest zijn
rol als opvoeder, het kind neemt soms de rol van de ouder over en wordt te snel volwassen.
Er is haast bij. Teveel kinderen hebben hun ouders zien mishandeld worden. Mama‟s en
papa‟s worden van kop tot teen ingetaped om in het vliegtuig gezet te worden. Kleine
kinderen hebben alleen de nacht moeten doorbrengen terwijl hun papa in de isolatiecel zat.
Moeders en baby‟s worden gescheiden. Ouders hebben teveel chantage moeten ondergaan
met het oog op hun repatriëring.
Er is haast bij. Voor al diegenen die niet weten wat hen te wachten staat en die bijna alle hoop
hebben verloren op een normaal leven.
Er is haast bij. Voor al diegenen die opgesloten zijn in gesloten centra en wiens stem niet
gehoord wordt. Ze schreeuwen om hulp maar niemand hoort hen.
Er is haast bij. De levensomstandigheden in de gesloten centra zijn totaal niet aangepast aan
kinderen. De kinderen zijn steeds in de aanwezigheid van volwassenen. Ze kunnen geen
kinderen meer zijn en kunnen niet samenleven met hun leeftijdsgenoten. De twee kinderen
van Jean zijn getuigen geweest van dingen die niet voor kinderogen bestemd zijn.
De sigarettenrook, TV, slaapgebrek, licht, geluid zijn even onaanvaardbaar. Leerplicht geldt
blijkbaar niet voor kinderen in gesloten centra. Roman hoopte terug naar school te gaan voor
zijn examens af te leggen maar hij werd gerepatrieerd.
127
Het vonnis van de jongeren is ook op de website van de opinierechtbank te vinden : http://www.dei-
belgique.be/top/TOP_boodschap_jongeren.pdf
31
Op het vlak van gezondheid dulden wij niet dat zorgen minimalistisch zijn en dat elk
probleem opgelost wordt met een Dafalgan. Het kan niet dat men drie dagen wacht om een
dokter te laten komen voor een baby met 40 graden koorts. Als het op gezondheid aankomt,
telt elke minuut! Er zijn voorzieningen om te spelen maar we begrijpen niet waarom de
kinderen er niet heel de dag toegang toe krijgen.
We kunnen niet blijven stilzwijgen bij deze situatie. Er is haast bij om een ander systeem uit
te werken. We eisen dat de opsluiting van kinderen in gesloten centra gestopt wordt. We
willen geen opsmukkingen. We willen geen gouden gevangenissen voor gezinnen met
kinderen. We willen ook niet dat kinderen gescheiden worden van hun ouders.
Er bestaan goedkopere en efficiëntere alternatieven in landen zoals Zweden. In België zijn
reeds alternatieven gevonden voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Waarom
zouden we deze inspanningen niet kunnen veralgemenen voor de kinderen met familie.
We hebben geen tijd meer. Moeten we wachten op een nieuw drama om de dingen te doen
veranderen? Er zijn geen excuses meer. De schade die de opsluiting aan kinderen berokkent is
al lang gekend en is in strijd met het kinderrechtenverdrag. Er is een radicale verandering
nodig. Humane en menswaardige alternatieven voor deze kinderen wiens enige fout is te
hebben gehoopt op een beter leven in een democratisch land.”
De rechters :
Yasmin Bhatti, Santiago Dierckx, Sarah Fassi, Zoé Grosjean, Yaëlle Leloup, Britt Lievens,
Charlotte Marres, Katarina Pantic, Dorothé Pietruszewski, Eleke Raeymaekers, Jakob Lesage
et Marcel Vandamme
GOED OM WETEN
Illegaal of onregelmatig verblijf en hulp van het OCMW
Niet verwarren: illegaal en onregelmatig verblijf
Als een vreemdeling zich in België bevindt zonder geen enkel recht op verblijf te hebben, spreekt men
van illegaal verblijf. De vreemdeling riskeert een bevel om het grondgebied te verlaten te krijgen,
eventueel met een beslissing tot administratieve detentie en een veroordeling door de correctionele
rechtbank (8 dagen tot 3 maanden gevangenis + boete)128.
Als een vreemdeling het recht op verblijf in België heeft maar geen document om dat recht vast te
stellen, spreekt men van onregelmatig verblijf. De vreemdeling kan niet verwijderd worden en riskeert
een gewone overtreding (boete)129.
128
Artikel 75 van de wet van 15 december 1980.
129
Artikel 79 van de wet van 15 december 1980.
32
Invloed op de sociale hulp van het OCMW
Een OCMW mag sociale steun tot dringende medische hulp enkel beperken voor de personen die
illegaal in het land verblijven. Mensen die onregelmatig in België verblijven hebben recht op sociale
hulp zonder beperkingen130. Bij voorbeeld: geregulariseerde mensen die op de aflevering van hun
verblijfskaart door de gemeente wachten of vreemdelingen die vergeten zijn om hun verblijfstitel door
de gemeente te laten verlengen.
Het OCMW mag een bewijs van inschrijving van de gemeente niet eisen als voorwaarde voor de
toekenning van sociale hulp. Het OCMW moet de behoeftige helpen die zich fysiek op het
grondgebied van de gemeente bevindt131 (het OCMW kan het met een sociaal onderzoek nakijken).
WHO‟S WHO OVER HULP AAN MIGRANTEN
Clinique de l‟Exil
Service d‟aide psychologique pour réfugiés et demandeurs d‟asile
Provincie van Namen
Adresgegevens
Adres : 4 rue Dr. Haibe 5002 St. Servais
Tel. : 081 73.67.22 Fax : 081 87.71.23 e-mail : clinique.exil@province.namur.be
Consultaties : op afspraak (8,5 Euro). Kan ook zonder kosten.
Ontstaan, doelstellingen, activiteiten
Clinique de l‟exil werd in december 1999 opgericht, in het kader van een uitnodiging tot het
indienen van voorstellen van de Waalse Gewest « Action coordonnée dans le réseau autour
des soins et des services de première ligne ». Het gewest heeft twee personen halftijds
aangeworven: Paul Jacques, psycholoog bij de dienst geestelijk gezondheidzorg van
130
« De taak van het OCMW wordt enkel beperkt voor de vreemdelingen die illegaal in het land verblijven,
m.a.w. voor de vreemdelingen die zich op geen enkele verblijfstitel kunnen beroepen. De taak van het OCMW
wordt geenszins beperkt ten aanzien van de vreemdeling die onregelmatig in het land verblijft, zijnde de
vreemdeling die legaal in het Rijk verblijft maar materieel niet in bezit is van zijn verblijfstitel (bijvoorbeeld
omdat hij de verplichting zich te laten inschrijven bij de gemeentelijke administratie, niet is nagekomen). »
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, en de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de
OCMW‟s, Memorie van toelichting, Doc. Parl. K., nr. 49- 364/1, sessie 1995-1996, p 59.
http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/49/0364/49K0364001.pdf
131
artikel 1, 1° van de wet van 2 april 1965.
33
Gembloux, en Tite Mugrefya, psycholoog en oprichter van het project Mpore, dat bijzonder
tot de slachtoffers van de Rwandese genocide zich aanrichtte. In 2003 werd de Kliniek als
erkende dienst van geestelijke gezondheidzorg en kon ook Noune Kara Khanian, en Pierre
Cordonnier aanwerven. De Kliniek is met de provinciale dienst van geestelijke gezondheid
verbonden.
De grote doelstelling is een betere toegang tot de geestelijke gezondheidszorg voor
asielzoekers, vluchtelingen en slachtoffers van georganiseerd geweld.
Om een goede hulprelatie te ontwikkelen, houdt de Kliniek rekening met de taal132, de
cultuur, de geografische situatie van het land van herkomst, het statuut van de persoon (stand
van zaken van de asiel- of verblijfsprocedure), de sociale toestand en de trauma.
De activiteiten van de Kliniek zijn drievoudig:
- Klinische interculturele tussenkomsten:
Kliniek van de trauma, van de rouw, van de kwetsbaarheid, oriëntatie, expertise, advies,
individuele of familiale psychologische steun met kinderen en volwassenen, netwerking.
- Communautaire psychosociale interventies:
Promotie van de geestelijke gezondheidzorg in samenwerking met anderen, met het oog
om de sociale steun en de gebroken bande te herbouwen. Bij voorbeeld met l‟Espace
entre-deux, ontmoetingsplaats voor vrouwen met hun jonge kinderen (EVF 2005)
- Steunpunt voor sociale diensten en sociale werkers :
Seminaries, conferenties, intervisies (« Mosaïques »), samenwerking met een netwerk
(opvangcentra voor asielzoekers, LOI‟s, OCMW‟s, sociale diensten, BCHV, sector van de
geestelijke gezondheidzorg, scholen, kinderdagverblijven, verenigingen, advocaten…)
De team bestaat nu uit twee psychologen (voltijds), één psychiater (een halve dag per week),
één maatschappelijk assistent-therapeut (halftijds) en één secretaresse.
Ulysse VZW
Service d‟accompagnement psychosocial pour personnes exilées
Adresgegevens
Adres: Kluisstraat 52 te 1050 Elsene.
Tel: 02/533 06 70 Fax: 02/533 06 74
e-mail : Ulysse.asbl@skynet.be.
Permanentie: maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 9u30 tot 13u00, en van 14u00 tot
17u00. Woensdag van 14u00 tot 17u00.
Consultaties zijn gratis
132
Bij Clinique de l‟exil worden de volgende talen gesproken: Engels, Armeense, Frans, Kinyarwanda, Kirundi,
Nederlands, Russisch en Swahili. Voor andere talen wordt beroep tot de sociale tolkdienst van de CAI (Centre
d‟action interculturelle de Namur) gedaan.
34
Ontstaan, doelstellingen, activiteiten
De VZW Ulysse werd in 2001 opgericht met de doelstelling om de toegang tot de geestlelijke
gezondheidzorg te verbeteren. Het doelpubliek is de migranten, m.a.w. vreemdelingen uit niet
EU landen, onlangs in België gekomen, met precair verblijf (asielzoekers met hangende
procedure of uitgeprocedeerd, begunstigen van een tijdelijk verblijf, mensen zonder papieren).
Sinds 2002 werd een psychosociale en psychotherapeutische begeleidingdienst ingesteld om
steun te verlenen voor mensen die psychologische of psychiatrische moeilijkheden tonen.
Sinds 2004, werkt Ulysse in samenwerking met drie diensten van geestelijke gezondheidzorg
(Sint-Gillis, Le Meridien en l‟Adret). In 2006 verleent ook zorgen aan begunstigen van de
opvang in samenwerking met Fedasil.
Ulysse houdt rekening met de specificiteit van de migranten: beroeop op professionele tolken,
soepele kader, snelheid van de behandeling van de aanvragen, globale verzorging,
netwerking… Bovendien, terwijl ze specialisten van de geestelijke gezondheid zijn, willen de
professionelen van Ulysse ook een goede kennis van het vreemdelingenrecht, van de culturele
en sociopolitische aspecten van de behandelde situaties, de socio-sanitaire problematieke
binnen heel kwetsbare situaties onderhouden,.
Naast deze klinische activiteit, stelt de dienst vormingen, overleg, begeleiding, adviezen en
bedenkingen over de specifieke karakters van de psychologische stoornissen bij migranten
voor ter attentie van de professionelen van de opvangsector en van de geestelijke
gezondheidssector.
TE LEZEN, TE ZIEN, TE DOEN
Niewe praktische gids voor de verdedigers van NBMV
Sinds 1 mei 2004 krijgt elke geïdentificeerde niet begeleide minderjarige vreemdeling
(NBMV) een voogd die zijn/haar belang moet verdedigen en hem/haar in alle procedure moet
vertegenwoordigen. De voogden worden met een jungle van instellingen en administraties
geconfronteerd: opvolging van asiel- of regularisatieprocedure, opzoeking van een
kwaliteitsvolle huisvesting en van een sociale bescherming (kinderbijslag, sociale steun van
het OCMW, mutualiteit…), schoolplicht, opzoek van een “duurzame oplossing” voor de
minderjarige… De advocaten die NBMV in bepaalde procedures verdedigen beschikken niet
altijd over een globaal overzicht van alle mogelijkheden om de voogden en de minderjarigen
best te adviseren. Dankzij de steun van de Houtman Fonds (ONE), beschikken nu de enen en
de anderen een heel efficiënt instrument dat snel een klassiek samen met het Vademecum van
de dienst voogdij zal worden. Charlotte van Zeebroek beschrift heel duidelijk de verschillende
diensten en procedures waarmee men geconfronteerd kan zijn (het boek bestaat uit 4 delen:
het eerste over de voogdij, de twede over de opvang en de huivesting, de derde over het
verblijf en de uitwijzingsmogelijkheden, de vierde over de sociale rechten, met o.m. de
schoolplicht en de sectoren van de jeugdbescherming in de Franse en de Vlaamse
Gemeenschappen). De redactie houdt rekening met de wetgeving tot 1 maart 2007 maar de
hervormingen die in juni 2007 in werking traden, zijn al beschreven. De lezer moet dus een
35
paar details aanpassen tot de nieuwe procedure (bv. bij de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen) maar de analyses blijven heel relevant. Last but not least, het
boek bevat modellen van beroepen die heel nuttig voor de professionelen kunnen zijn
(verzoekschrift tot invrijheidstelling, dagvaarding in kort geding, aanvraag tot een
tegenexpertise na een leeftijdstest, verzoekschrift tegen een bevel tot terugbrenging…).
Charlotte van Zeebroeck, Mineurs étrangers non accompagnés en Belgique. Situation
administrative, juridique et sociale. Guide pratique, Liège, Ed. Jeunesse et droit – Fonds
Houtman – Service droit des jeunes, 2007, 786 p. (enkel in het Frans)
Brochure van de VZW medimmigrant « Gezondheidszorg en Verblijfsstatuten »
Medimmigrant, het Ondersteuningspunt Medische Zorg, het Oriëntatiepunt Gezondheidszorg
Oost-Vlaanderen en het VMC maakten de heel interessante brochure „Gezondheidszorg en
Verblijfsstatuten‟.
Deze brochure bevat:
Een overzicht „gezondheidszorg en verblijfsstatuten‟ met de verschillende
verblijfsstatuten en hieraan gekoppeld het recht op ziekenfondsaansluiting, sociale
hulpverlening en de regeling van de medische kosten.
Een samenvatting van dit overzicht met de meest voorkomende betalingsregeling
van de medische kosten per verblijfsstatuut weergeeft
Een informatieve tekst over de inhoud, voorwaarden en de procedure inzake de
medische kosten die van toepassing is op de opvangstructuur, het OCMW, het
ziekenfonds of de betrokkene zelf (via zijn garant en /of een privé-verzekering).
Deze documenten zijn een uitstekend werkinstrument voor alle sociale werkers die in de hulp
aan vreemdelingen of in de sociaal-medisch sector bezig zijn. U vinden ze (én de
actualisaties) gratis op de website www.medimmigrant.be
U kan deze gedrukte brochure bestellen aan 5 euro/stuk, excl. verzendingskosten.
36